Tucson (2)

20 maart 2019

De woestijn rond Tucson wordt ook gebruikt als parkeerplaats voor vliegtuigen. Door de extreem droge lucht zijn vliegtuigen daar minder gevoelig voor roestvorming. Het meest bekend is nog wel het museum met een grote collectie vliegtuigen, het ‘Pinal Air & Space Museum’. Je kunt er gewoon tussen die kisten rondlopen. Zo staat er bijvoorbeeld de ‘Air Force One’, waarin Kennedy, Johnson en Nixon ooit rondvlogen. Ook staat er een Boeing 787 Dreamliner, die nog geen tien jaar rondvliegt, maar waarvan het testvliegtuig nu al in het museum staat. Plus nog een aantal extravagante en bizarre types, waarvan ik geen idee had van het bestaan ervan. Helemaal mooi vond ik het vliegtuigkerkhof buiten het museumterrein aan de overkant van de straat, niet toegankelijk voor het publiek. Maar door de hekken heen krijg je toch wel een indruk hoe vliegtuigen netjes naast elkaar staan te wachten op de sloop.

Minder bekend is het ‘Pinal Air Park’. We ontdekten het bij toeval onderweg. Dat is een langparkeerplaats van vliegtuigen, die tijdelijk niet gebruikt worden, bijvoorbeeld omdat ze wachten op een koper. Of wachten op de sloop. Evenmin toegankelijk voor het publiek, maar toen ik bij een hek stond te fotograferen sprak ik iemand aan, die me verwees naar ene ‘Jim’, die verderop in een keet kantoor hield. De ‘Airport Manager’, een alleraardigste man, met wie het meteen klikte toen ik over mijn eigen luchtvaarthistorie vertelde. ‘Kom woensdag maar terug, dan leid ik jullie rond’.

Zo gezegd, zo woensdag gedaan. Heel leuk om weer eens over de luchtvaart te kletsen met een andere luchtvaart-enthousiasteling en die ook geïnteresseerd was in de gang van zaken in Europa. Verder een indrukwekkende rondleiding, mede omdat er nog kisten stonden van inmiddels failliete maatschappijen. Of inmiddels half gesloopte vliegtuigen. En ook hier liepen we gewoon onder die vliegtuigen door, waardoor ik me nog steeds verbaas, zelfs na bijna 30 jaar werken in deze sector, hoe zo’n ding ooit de lucht in kon gaan. Dit was dan het laatste blogje van onze USA-reis. Ik heb ze weer met veel plezier geschreven. Donderdagochtend vliegen we eerst naar Los Angeles en vandaar zet de KLM ons rechtstreeks vrijdagochtend op Schiphol af. De laatste foto’s (met een hoog vliegtuiggehalte deze keer) staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157677303945127

Tucson / Mexico

19 maart 2019

De laatste ronde van onze reis gaat naar het zuiden met Tucson als verblijf. Tucson is vooral bekend om de woestijn met zijn cactussen en als decor voor ‘wild west’ films. Maar we wilden eerst op dinsdag de ‘Karchner Caverns’ bezoeken, een soort druipsteengrotten à la ‘grotten van Han’. Maar aldaar bleken alle tours door de grotten al volgeboekt. Voor niks gekomen dus, maar achteraf waren we niet zo héél erg rouwig. We zijn enkele jaren geleden al eens eerder teleurgesteld met een grottentour, waarvan we achteraf vaststelden dat die van Han toch wel eenzaam aan de top stonden. Toch maar even vanavond op internet kijken of dat met deze grotten ook het geval is. Bovendien 64 dollar bespaard, wat toch wel een aardig prijsje is voor een tour van anderhalf uur, waarbij je – nota bene – nog niet eens je camera mocht meenemen, zelfs niet als je niet gaat flitsen.

Toen doorgereden naar Nogales, in het uiterste zuiden van Arizona. En mooie rit door de woestijn, waarvan we allebei concludeerden dat het er erg mooi was, maar dat je hier beslist niet wilt wonen. Ook niet in Nogales, aan de grens met Mexico. De ‘muur van Trump’ is er (nog) niet, maar er is wel letterlijk een ‘ijzeren gordijn’, dat er zo te zien al vele jaren staat. Er hangt een grimmige sfeer, vond ik. We hadden vooraf al besloten de grens niet over te steken, omdat we geen zin hadden in het gedonder, dat ons op de heenreis was overkomen. Maar na enige navraag, bleek het hier toch eenvoudiger. We lopen door wat ijzeren hekken, die bij ons voor vee worden gebruikt, en we staan ineens in Mexico. Meteen een andere wereld, heel kleurrijk. En plotseling kreeg ik ontzettende zin om nog eens een reis door Mexico te maken. We hebben er een uur rondgelopen en toen door diezelfde veehekken terug.

Op de terugreis naar Tucson viel ons nog op dat – terwijl in heel Amerika ze mijlen als afstandseenheid hanteren – de I-19 van Nogales naar Tucson de enige autoweg is waar ze in kilometers rekenen. We hebben eigenlijk niet zo heel veel gezien van de stad Tucson zelf, behalve een korte wandeling door ‘downtown’ vlak voor zonsondergang. Wel een paar aardige straten met mooie ‘street art’, maar verder is het een grote stad met het typische Amerikaanse rechthoekige stratenpatroon zonder een echt hart. Dat het een tweetalige stad is, met een duidelijk Mexicaans karakter, geeft misschien nog wel enig ‘hart’ aan de stad. Er komen ook niet veel toeristen. Dat werd ons ook duidelijk, toen herhaaldelijk aan ons werd gevraagd waar we vandaan kwamen en wat we in hemelsnaam in Tucson te zoeken hadden. De foto’s van het laatste rondje door Zuid-Arizona, inclusief mini-bezoekje aan Mexico, staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157690482348943

Santa Fe – Phoenix

17 maart 2019

Het rondje van 12 dagen door Arizona en New Mexico zit erop. Vanaf Santa Fe kon je in principe in één dag naar Phoenix, als je tenminste stevig zou doorrijden. Maar wij deden het relaxt in drie dagen met dus twee overnachtingen. In het algemeen sliepen we in van die keten-hotels (vaak in Best Western). Schoon en efficiënt. Het was duidelijk laagseizoen, dus er was altijd plaats en we konden er goedkoop terecht. Maar die hotels hebben nog een lange weg te gaan als het gaat om plastic afval. Overal, zonder uitzondering, aten we bij het ontbijt met plastic bestek op plastic borden. Het mes breekt meteen als je ijskoude boter op je brood wilt smeren, dus dan pak je maar weer een tweede mes. Boter, mayonaise, ketchup, yoghurtjes alles in plastic miniverpakkinkjes. Je drinkt ook koffie uit plastic bekers bekleed met karton. Over de koffie zelf had ik al eerder wat gezegd, dus dat laat ik hier maar achterwege. En aan het eind van het ontbijt ligt er dan een hoop plastic afval op je tafeltje, dat je dan in een grote ton gooit. Net zoals al die andere gasten in het hotel en net zoals al die miljoenen andere gasten elke dag in alle andere Amerikaanse hotels. In vliegtuigen trouwens hetzelfde: op kleine tafeltjes mag je alles uit piepkleine plastic verpakkinkjes peuteren. Waar al dat afval blijft..? Joost mag het weten, maar ik ben bang dat Boyan Slat een deel daarvan mag opruimen.

Terug naar de voordelen van het laagseizoen. Behalve dat we makkelijk hotels konden vinden heeft het laagseizoen ook het voordeel dat we nooit ergens in de rij hoefden te staan en dat is in het hoogseizoen wel anders, zo is ons verzekerd. Het voordeel heeft ook wel weer een nadeel: het weer. Een groot deel van de 12 dagen bevonden we ons op een hoogte tussen 1700 en 2500 meter en dan kan het in maart nog flink koud zijn. Ook in deze regio, die in de zomer de heetste en zonnigste is van heel de VS. Dus in Santa Fe mochten we voor vertrek eerst nog even tien centimeter sneeuw van de auto vegen. Maar de sneeuw verdween snel toen we richting Albuquerque reden dat alweer wat lager ligt, maar onderweg kregen we er toch nog wel af en toe mee te maken. Voor het rijden was het niet hinderlijk. En ook de enige neerslag in die 12 dagen hebben we alleen maar twee dagen in Santa Fe gehad. En zelfs daar zijn we nog goed mee weggekomen door het programma wat aan te passen. Kortom, het zuidwesten van de VS in maart: doen..! De eerste overnachting was in Gallup, in het uiterste westen van New Mexico. Schot in de roos door de prachtige Route-66 relikwieën. Vooral bij avond vond ik ze erg mooi worden, dus heb ik er nog maar eens een apart blogje aan gewijd. Verder was Gallup de moeite waard door de vele muurschilderingen, vaak Navajo-motieven.

Vermeldenswaard zijn ook de goederentreinen die door dit gebied lopen. Amerikaanse passagiers krijg je echt niet uit de auto, maar goederen des te meer. Zonder overdrijving rijden er een aantal keren per uur kilometers lange goederentreinen, met containers vaak dubbeldeks, door het landschap. Ook ’s nachts helaas, zoals we hebben kunnen merken. Het bezoek aan de pueblo’s is deze reis alleen een beetje in het water gevallen. De tour rond Taos werd ons afgeraden wegens de vele sneeuw en ook nu hadden we onderweg een pueblo willen bezoeken, dat in het winterseizoen dicht was voor toeristenbezoek. De enige pueblo die we hebben kunnen zien was Zuni, vlak voor Gallup, maar dat was niet meer dat een verzameling houten bouwsels, met autowrakken en modderpoelen voor de deur. We steken de grens tussen New Mexico en Arizona weer over en daar was het zg. ‘Petrified Forest National Park’. Bomen die miljoenen jaren geleden in een moeras verdwenen, maar mede door geleidelijke toevoeging van silicium en kwarts, dat daar in de natuur aanwezig is, zijn de boomstammen naar boven gekomen, uiteindelijk versteend en hebben door dat silicium en kwarts een mooie glans kunnen krijgen.

De ‘Interstate 40’ en de vroegere Route-66 lopen dwars door het park evenals de goederenspoorlijn met af en toe passerende treinen. Het enige wat je nog van Route-66 ziet is een monumentje in de vorm van een oude Studebaker uit 1932, als herinnering aan die iconische route. De tweede overnachting van deze drie dagen was in Holbrook: een koud en winderig oord op de hoogvlakte. We vertrokken daar terwijl het ijs nog op de auto’s zat, maar een paar uur later reden we Phoenix binnen, toen de temperatuur 26 graden aangaf. Geen wonder, want de hele weg ging het bergafwaarts. Heerlijk om de komende dagen weer in zomerwarmte door te brengen. Het is in Phoenix nu bloemenseizoen. Die zie je overal en dat seizoen begint eind februari en één maand later is alles verdord. Dus we zijn net op tijd. We blijven hier twee dagen relaxt doen en maandag gaan we nog een kleiner rondje doen van drie dagen door zuid-Arizona. Wordt dus vervolgd…! De foto’s van de laatste dagen staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157677251392387

Route 66

14 maart 2019

Gallup (in het westen van New Mexico) ligt aan de veelbezongen Route 66, die loopt van Chicago naar Los Angeles. We waren vorige week ook al eens aan die route, in Williams (Arizona). Maar het ‘Route-66 meubilair’ dat hier in Gallup langs de weg staat is wel het allermooiste wat ik ooit ervan heb gezien. De route is aangelegd tussen 1945 en 1965. Grote delen zijn weer in onbruik geraakt of zelfs helemaal verdwenen vanaf de 70’er jaren, toen de ‘Interstates’ zijn aangelegd, de autobanen die parallel eraan lopen. Behalve de liefhebbers gebruiken weinig mensen meer de oude historische route, die dwars door stadjes loopt met de nodige stoplichten. Diezelfde ochtend hadden we bij een benzinestation nog een kaart gekocht van Route 66, met daarop aangegeven welke delen er nog over zijn en waar precies die historische route nog loopt.

Ik kreeg alleen al van die kaart ontzettende zin om die route nog eens te rijden en dan in de auto natuurlijk die muziek uit de 50’er en 60’er jaren af te spelen. Ik kreeg nóg meer zin, toen ik in Gallup dat meubilair zag dat er langs de weg staat. Je moet er overigens wel van houden. Velen vinden het afgrijselijk, die hoge torens met reclame voor fast-food, smoezelige motels en benzinepompen. Anderen, waaronder ik, zien er een iconische waarde in en inmiddels wordt het ook officieel als erfgoed beschouwd. Tegen de avond werd het allemaal nog fraaier en we hebben de hele strip nog eens langs gereden om er foto’s te maken. Met het mobieltje deze keer, want dat doet het beter als je neonlicht wilt fotograferen. De fotografische kwaliteit is niet geweldig, maar de sfeer des te beter. Mocht je tot diegenen horen die dit allemaal ook afgrijselijk vinden, sla de fotoserie dan maar over. Maar voor de liefhebbers van het genre: kijk dan vooral op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157704071235092

New Mexico

13 maart 2019

Nergens in de VS wordt meer Spaans gesproken dan in New Mexico. Alles ademt hier Mexicaans en de Spaanse taal is ook overal. Geen wonder, want New Mexico hoorde ooit bij Mexico. We hebben hier twee dagen doorgebracht en ondanks de slechte weersverwachting viel het in de eerste ochtend nog mee. We hebben zelfs de stad Santa Fe bij droog weer kunnen bekijken. Na het toch wel wat armoedige platteland is dit weer iets heel anders. Mede door zijn ‘adobe architectuur’ en de ligging is het is een prachtige stad en er zijn – ondanks het laagseizoen en het koude weer – dus veel toeristen, winkels in het zg. hogere segment, hippe koffietentjes en veel restaurantjes. Later op de dag een bezoek gebracht aan Los Alamos, waar de atoombom is ontwikkeld. Het ‘Bradbury Museum’ gaf een interessant overzicht van de historie, over de ontwikkeling, de eerste test op 16 juli 1945 en de daadwerkelijke inzet slechts drie weken later in Hiroshima op 6 augustus. Die ontwikkeling was in grote haast gedaan en men was eigenlijk heel verrast dat die eerste test nog lukte ook. En toen is er meteen maar doorgepakt door de bom op Hiroshima laten vallen.

Die eerste test was overigens niet in Los Alamos, maar 500 kilometer zuidelijker midden in de nauwelijks bevolkte woestijn. Wel hebben ze in Los Alamos, omdat het nog donker was, de bom kunnen zién ontploffen. Later bleek dat in de hele VS de fall-out nog merkbaar is geweest, met aanzienlijke medische gevolgen, zo bleek later. Het bezoek aan Los Alamos was achteraf gelukkig gepland, want vanaf het middaguur viel de regen met bakken uit de hemel. En dat in een streek waar de zon overuren maakt. Het weer was zó slecht dat we in de avond de afstand tot het restaurant van amper 500 meter met de auto hebben afgelegd, iets wat je in Amsterdam niet in je hoofd zou halen. Dinsdag was ook de dag van de Brexit-stemming in het Lagerhuis. Via nu.nl lezen we het resultaat van de stemming, maar ik probeer CNN om er wat meer over te horen. Geen woord erover, het gaat een uur lang alléén maar over Trump en of hij al dan niet gelogen zou hebben. Ik vraag me dan vervolgens af welk wereldbeeld de Amerikanen eigenlijk voorgeschoteld krijgen.

De volgende ochtend worden we wakker met een laag sneeuw. We waren eigenlijk van plan om in de bergen een autoroute langs de ‘pueblos’ te rijden, maar dat wordt ons afgeraden wegens de vele sneeuw die daar is gevallen (en nog steeds valt). Dan maar naar Albuquerque, de grootste stad van New Mexico en een uur rijden van Santa Fe. Albuquerque is eigenlijk tweede keus en staat niet bepaald bekend om zijn toeristische aantrekkelijkheid. Maar de stad is wel een stuk lager gelegen, dus vermoedelijk geen sneeuw en hopelijk ook wat warmer. We nemen de ‘Turqoise Trail’, de zg. route 14, langs verlaten mijndorpjes en nu weer in bezit genomen door kunstenaars, die de dorpjes een tikkeltje anarchistisch, maar vooral een gezellig rommelig karakter hebben gegeven. In Albuquerque was het inderdaad minder koud, het werd zelfs zonnig en de stad was dan ook alleszins het uitstapje waard.

We komen er terecht bij een restauratieproject van een enorme stoomlocomotief, die ooit een treindienst onderhield tussen Kansas City en Los Angeles. We krijgen uitleg over warm water, olie, stoom en allerlei hendels en pompen, maar – mede door de uitleg in een zwaar zuidelijk Amerikaans accent – gaat het mij al snel boven de pet en probeer de discussie de economische richting in te duwen met vragen over brandstofverbruik en dergelijke. Het is de bedoeling dat de trein vanaf begin 2020 weer gaat rijden op een traject binnen New Mexico. Niet zozeer om passagiers te vervoeren, want Amerikanen krijg je nou eenmaal niet zo snel uit de auto, maar voor toeristen. Verder kuieren we wat door de ‘Old Town’, prachtige ‘adobe huizen’, maar – zoals je meer ziet in dat soort wijken – een overdaad aan souvenirwinkels en galeries. En we hebben vervolgens afscheid van Albuquerque genomen door er lekker (Mexicaans natuurlijk) te eten. Eerst terug naar Santa Fe en donderdagochtend rijden we dan naar het (hopelijk) warmere zuiden. Maar niet nadat we eerst nog eens tien centimeter sneeuw van de auto hebben geveegd, die die nacht opnieuw is gevallen. De fotoserie van New Mexico staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157679354694358

Page – Santa Fe

11 maart 2019

Zondag en maandag zijn twee echte ‘door-rij dagen’, met in totaal 900 kilometer af te leggen. Zondag is het eindpunt Chinle in Oost-Arizona met de nabij gelegen ‘Canyon de Chelly’. We wilden dus vroeg weg, ook al omdat we die dag de canyon nog wilden bekijken. Zondagochtend bleek alleen dat hier ineens de zomertijd was ingegaan, dus het eerste uur waren we al kwijt. Maar we konden lekker doorrijden. Nagenoeg geen verkeer, heel dunbevolkt en ook een tamelijk eentonig hoogvlakte-landschap. We proberen een koffiestop in Kayenta, de eerste plaats van betekenis na twee uur rijden. Verder niets, of het moesten af en toe kleine huisjes of caravans zijn in de woestijn, waar je terecht komt, als het leven je niet heeft meegezeten. Het einddoel is Chinle. Op de kaart lijkt het een toch wel belangrijk regionaal centrum, maar het is een treurig oord en het lijkt er eerder op de derde wereld. De mensen die hier wonen hebben het duidelijk niet gemaakt in de ‘rat race’ in het land van ‘de onbegrensde mogelijkheden’.  En als je dan hier woont heb je ook weinig kans meer om ooit nog uit deze positie te komen. Het enige wat je hier kunt doen is overleven en de mensen maken dan ook niet de indruk dat ze nog veel zin hebben om er nog wat van te maken. Als Trump America great again wil maken, moest hij hier maar eens beginnen, lijkt me zo.

De Canyon de Chelly was prachtig, daarentegen. We waren gewaarschuwd dat, als je de Grand Canyon eenmaal hebt gezien, deze zou tegenvallen. Maar dat viel erg mee. We maken bij een van de viewpoints een wandeling helemaal naar beneden. Dat kon in de Grand Canyon niet, alleen als je daar enkele dagen voor uit zou trekken. Hier kon het dus wel en het gaf weer heel andere vergezichten. Maandag rijden we verder. Ook onderweg veel armoede. Kleine houten bouwsels of veredelde stacaravans met veel rommel voor de deur, zoals autowrakken en ander grofvuil. Maar wel weer overweldigende landschappen. We komen langs een geografische bijzonderheid: ‘Four Corners’, een ‘vierlandenpunt’, waar vier staten aan elkaar grenzen: Arizona, Utah, Colorado en New Mexico. Als je het een beetje handig aanpakt kun je daar met je voeten in vier staten tegelijk staan en die prestatie vastleggen met selfies. Dat doet daar iedereen, dus wij ook.

De tocht gaat verder naar Santa Fe in New Mexico. We proberen een lunch. Proberen, want goed eten en er bovendien lekker bij zitten is hier een probleem. Er is onderweg weinig keus, behalve dan die ketens, zoals McDonalds, Burger King, KFC en wat al niet meer. Totdat we een soort truckers-café zien, met redelijk veel keuze in de menu’s. Het is of je hier een film binnenstapt van een willekeurige Amerikaanse B-serie. Ik krijg koffie uit zo’n grote glazen kan. Eigenlijk warm water met een kleurtje. Koffie is eigenlijk ook een probleem hier. Behalve bij de Starbucks, waar je dan wel meteen 5 dollar neertelt voor een smakelijk kopje. Maar dat truckers-café had wel een heerlijke omelet. We rijden verder en het weer wordt slechter. Er ligt nog veel sneeuw langs de weg en de laatste 100 kilometer regent en sneeuwt het onafgebroken. We hebben wel een heerlijk hotel in Santa Fe, we blijven er twee dagen, maar de weersverwachting voor de komende twee dagen is slecht: regen en sneeuw. Maar we gaan er wel wat van maken. Wordt dus vervolgd. De foto’s staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157677140855917

Page

9 maart 2019

Page, in het uiterste noorden van Arizona, aan het Lake Powell, op de grens met Utah. We rijden er vanaf de Grand Canyon heen, maar nemen nog even afscheid van de canyon door in het eerste stuk nog enkele viewpoints te bezoeken, waar we daags daarvoor niet aan toe waren gekomen. Iets voor de echte mannen, want het was ijskoud, rond het vriespunt, en het woei hard. Dus even de auto uit, snel een foto en weer de auto in. Ervan genieten doen we dan later wel. We rijden het park uit over de hoogvlakte naar het noorden. Door de wind komen we af en toe in zandstormen terecht, maar het levert ook wel weer bijzondere vergezichten op. We dalen geleidelijk en zo verandert ook het landschap. Eerst hoogvlakte met kleinere canyons en later in de dalen ook steil oplopende tafelbergen, die aan ‘Monument Valley’ doen denken, dat hier trouwens niet ver vandaan ligt.

Page ligt aan de Colorado River, er is een brug over de rivier en een stuwdam, waardoor het Lake Powell is ontstaan. Je hebt er een aantal prachtige viewpoints. Een daarvan is ‘Horseshoe Bend’, een scherp meanderende bocht van de diep lager gelegen Colorado River. Maar de hoofdattractie is toch wel de ‘Antelope Canyon’, die alleen onder begeleiding kan worden bezocht en waarvoor dan ook de hoofdprijs moet worden neergelegd. Vooral als je op ‘prime time’ wilt, midden op de dag. En dat willen we, want het zonlicht kaatst dan prachtig op de rode wanden, die door de erosie van duizenden eeuwen een heel bijzondere vorm hebben gekregen. De excursie naar ‘Antelope Canyon’ wordt georganiseerd door de ‘Navajo-indianen’, die vooral in deze regio wonen. Voorafgaand aan de excursie wordt nog een regendans uitgevoerd, maar de danser had vooraf al aangeven weinig hoop te hebben dat zijn dans vandaag zou worden verhoord. Page is dus in trek bij toeristen, maar een gezellig centrum is er niet: brede straten, hotels, benzinepompen, fastfood tenten, parkeerterreinen en een shopping mall. Maar in die shopping mall vinden we toch een klein Japans restaurant, waar we twee keer heerlijk hebben gegeten. Want zo gaat het vaker: als je ergens goed kunt eten kom je er de volgende dag terug, desnoods meerdere dagen. Antelope Canyon was een fotografische uitdaging evenals de rest van Page trouwens. Het resultaat ervan staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157703969869432

Grand Canyon

7 maart 2019

Donderdag is de Grand Canyon bezocht. Ondanks het weer, want het was ijskoud met buien en een sterke wind. Onderweg wilden we een groepje elanden bekijken, die daar langs en over de weg liepen. We hadden blijkbaar iets fout gedaan bij het parkeren langs de weg en we werden aangehouden door een ‘Park Ranger’. Hij bleef even op een afstandje staan van onze auto, dus ik stapte uit de auto om het gesprek te openen. Hij schrok daar blijkbaar zó van, dat hij hard tegen me te begon te schreeuwen dat ik terug in de auto moest. Hij kwam dichterbij, zei wat we volgens hem twee keer fout hadden gedaan en hij moest paspoorten en rijbewijzen zien. “Aha…from Europe”. Toen kalmeerde hij en zei dat het bij ons misschien heel gewoon was om uit de auto te stappen, maar hier beslist niet. Hij bekende dat hij het heel bedreigend had gevonden dat ik uitstapte. Hij werd ineens een stuk vriendelijker, zei dat hij eigenlijk het recht had om een bekeuring uit te delen, maar liet het vervolgens bij enkele adviezen hoe de auto langs de weg te parkeren en wenste ons nog een fijne dag. Het incident heeft me wel nog de hele dag beziggehouden.

Maar de dag is ook besteed aan een wandeling langs de ‘south rim’ van de canyon. Ondanks de hagelbui in het begin, knapte het weer in de loop van de dag op. Over de canyon zelf zijn al boeken vol geschreven, dus daar valt nog weinig nieuws aan toe te voegen. De canyon heeft er tienduizend eeuwen over gedaan om de diepte te bereiken die hij nu heeft en het proces gaat nog steeds door. Volgend jaar is hij dus één millimeter dieper. We nemen afscheid van Richard, die donderdagavond met de bus teruggaat naar Phoenix. Wij reizen door naar het noordoosten. Het afscheidsdiner is een snelle hap en bestaat uit pizza in de food court van de canyon. Het valt op dat bejaarde mannen, van zeker ouder dan 70, hier de tafeltjes afruimen en schoonmaken. De verdiensten zijn minimaal, maar zijn voor hen pure noodzaak als aanvulling op hun pensioenvoorziening, áls ze dat al hebben. Ze overnachten in houten cabines aan de overkant van het parkeerterrein en dat maandenlang. Een sociaal leven hebben ze veelal niet en als ze ontslagen worden verkassen ze gewoon naar een andere werkgever met soortgelijke secundaire arbeidsvoorwaarden. En zo proberen in Amerika miljoenen bejaarden op deze manier te overleven. De foto’s van de canyon staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157679228364518

Arizona

6 maart 2019

Vanaf Phoenix gaat de reis naar het noorden. Eerst nog door de volle lengte van de stad Phoenix zelf en we krijgen zo’n beetje alle stadsdelen te zien: van ‘voornaam wonen’ tot derde wereld. Pas na 60 mijl (dus bijna 100 kilometer) hebben we het gevoel de stad uit te zijn. De route kruipt langzaam omhoog: Phoenix ligt op 400 meter hoogte en het noorden van Arizona, waar we de volgende dagen zullen doorbrengen, op ongeveer 2300 meter. En dat is aan de temperatuur ook te merken. Onze route loopt niet over de ‘Interstate-17’, maar ‘weg van de snelweg’, door een voormalig kopermijnbouwgebied. Stadjes van vergane glorie, met industrieel erfgoed, maar nu ontdekt door toeristen. Prescott is zo’n beetje het centrum ervan. Daar woonden ooit de grote mijnbouwbazen, die er met hun geld voorname villa’s hebben neergezet, die nu worden bewoond door mensen uit Phoenix, op zoek naar koelte en een ontsnapping van de hete zomers daar.

We belanden in Prescott in een pro-Trump demonstratie en men loopt hier blijkbaar al warm voor de verkiezingen van 2020. Als ik lees wat daar allemaal op die borden staat, begin ik te vrezen dat een dialoog tussen de verschillende gedachtengoeden in het gepolariseerde Amerika nog heel ver weg is. Een ander dorpje is Jerome, wat mij betreft wel het mooiste, zowel wat betreft ligging in het landschap als het dorpje zelf. Rond 1960, toen de mijnen daar sloten, was het dorpje ten dode opgeschreven. Door de ondergrondse explosies in de mijnen bleek het zo’n 10 centimeter per jaar te zakken. Uiteindelijk stabiliseerde het en werd het ontdekt door kunstenaars, die het dorp met hun winkeltjes en galeries revitaliseerden. Dinsdagavond belanden we in Sedona, beroemd om zijn zonsondergangen en -opkomsten en daarmee de kleuren van de omliggende rotsen. Maar ondanks de stralende zonnige dag, raakte het in de avond bewolkt en regende het de volgende ochtend zelfs een beetje. Dus van een van de attracties van Sedona hebben we niks kunnen gezien.

Verder is Sedona een spiritueel centrum geworden, omdat het een uiteinde is van ‘geo-magnetische’ lijnen, die door de aarde lopen. Dat blijkt als we een korte ochtendwandeling langs een van de rotsen maken. Nog nooit heb ik meer kerken en kapelletjes per vierkante kilometer gezien dan hier. We lunchen in Williams, ten westen van Flagstaff, aan de oude ‘Route 66’. Hier wordt de ‘route-66-cultus’ levend gehouden en zelfs een tikkeltje extra aangezet met rock ’n roll muziek uit de late 50’er, vroege 60’er jaren en relikwieën van de route uit die tijd. Elvis is hier blijkbaar een legende. Niet alleen in Williams, maar ook in de rest van Arizona en vermoedelijk in heel Amerika is de muziek zelf ook nog springlevend. Je kunt er geen café of restaurant binnenstappen, of dat muziekgenre komt uit het behang. De Route-66 zelf, van Chicago tot Los Angeles, is eigenlijk al grotendeels verdwenen en vervangen door snelwegen. Maar men probeert nu te redden wat er nog te redden valt. Ik neem me trouwens al een hele tijd voor om die route nog eens te rijden, maar het is er nog nooit van gekomen. Maar het plan blijft op de bucket list. We overnachten in Tusayan, aan de rand van het ‘Grand Canyon National Park’. Daarover later meer. De foto’s van déze twee dagen staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157677051886217

Phoenix

4 maart 2019

Onze USA-reis zijn we begonnen in Phoenix (Arizona). Daar een paar dagen acclimatiseren en te gast bij Richard, die daar woont. De heenreis verliep alleen niet helemaal vlekkeloos. We hadden een overstap in Minneapolis en je komt daar dan officieel de USA binnen, met alle formaliteiten van dien. Er werden ons vragen gesteld wat we van elkaar zijn, bij wie we op bezoek gaan en hoe we die kennen. ‘None of your business’ denk ik dan, maar ik weet inmiddels dat het bij denken moet blijven en je dit allemaal braaf moet ondergaan. Bij een volgend loket, word ik eruit gepikt en mijn paspoort wordt ingenomen. Ik mag plaats nemen in een andere ruimte, waar nog een aantal ‘verdachten’ zitten. Na drie kwartier ben ik aan de beurt en mag dan – onder toeziend oog van Trump, die daar aan de muur hing – aan iemand anders nog een keer uitleggen wat ik in hun land kom doen en bij wie we op bezoek gaan. Ze moeten het exacte adres ervan weten, wat nog een keer gecheckt wordt en uiteindelijk was het in orde en kreeg ik mijn paspoort terug. Ik vroeg nog wat eigenlijk het probleem was. Ze zeiden dat het nou eenmaal hun taak was om mensen te controleren en maakten me bovendien duidelijk dat het verder de bedoeling was dat zij hier de vragen stellen en niet ik. ‘Welcome to America…!!’.

Maar verder ging het goed en heb erg genoten van de heenreis aan het raam. Je komt er Newfoundland binnen met heldere luchten en eindeloze sneeuw- en ijsvlaktes. Uren later, pas vlak voor Minneapolis komt er enige bebouwing, maar ook daar is het nog volop winter. Hoe anders in Phoenix. Hier gedraagt het weer zich naar verwachting met een heerlijke 25 graden. Eigenlijk zitten we in Laveen, een buitenwijk aan de zuidkant van de stad, midden in de woestijn. Phoenix zelf is een stad van tientallen kilometers lang en breed, met vrijwel alleen maar laagbouw en alleen in het centrum wat hoogbouw, dat ze hier downtown noemen, maar waar verder weinig mensen wonen. Men woont hier vooral in de laagbouw met grote huizen met dito tuinen. Geen gazons, maar mooie woestijnbegroeiing. Maar niet iedereen woont mooi en er zijn ook delen die eerder op de derde wereld lijken.

De stad is zo’n beetje even groot als een gemiddelde Nederlandse provincie en je rijdt er dus voor de kleinste dingetjes enorme afstanden. En als je dan de stad vanaf een heuvel van de bovenkant bekijkt, begin je je te realiseren dat elke maatregel om het gebruik van de auto terug te dringen hier bij voorbaat kansloos is. Behalve enkele buslijntjes is er geen openbaar vervoer. Treinen al helemaal niet. En als je je een auto kunt veroorloven, ga je echt niet in een bus zitten, want de bus is voor de armen. Fietspaden zijn er ook niet en fietsen is met die enorme afstanden, vooral in de hete zomers die je hier hebt, onbegonnen werk. En bovendien is autorijden spotgoedkoop: de benzine kost hier een kwart van want het in Europa kost. En nóg klagen ze hier over de hoge brandstofprijzen.

Zondag een uitstapje gemaakt naar ‘Tortilla Flat’, een uitspanning aan een meer in een gebied met kleurige bergen en veel cactussen. Helemaal warm werd ik daar van een muziek-bandje met Amerikaanse rockers uit de late 60’er, vroege 70’er jaren. Destijds in mijn studententijd erg populair, althans in mijn kringen. Ik heb er toen erg van genoten, maar het genre is bij ons een beetje vergeten. Hier niet en het lijkt wel of de tijd stil heeft gestaan. Ik had graag willen aanschuiven en er een couple of beers met ze willen drinken, zoals ze hier doen en wij vroeger deden. Dinsdag verlaten we Phoenix en reizen naar het noorden. Het was weer leuk hier, we zijn redelijk uitgerust van de reis en nu we er voor de derde keer zijn geweest, begin ik me er een beetje thuis te voelen. Mede dankzij onze gastheer Richard, waardoor we nu wél kunnen zeggen: ‘Welcome to America…!!’ Foto’s zijn er natuurlijk ook gemaakt. Die staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157707171444355