Utrecht

23 januari 2020

Utrecht: de fotoclub stuurde me ernaartoe met als opdracht om in anderhalf uur een fotoserie van de binnenstad te produceren. We zijn er onlangs ook nog eens geweest, maar toen kwamen we niet verder dan de omgeving van het station. Daar is ook een serie van gemaakt, dus dat vult elkaar dan mooi aan. Een van de markante bezienswaardigheden zou de Domtoren zijn geweest, maar die zal zich in de komende jaren niet laten zien wegens erg groot onderhoud. De toren is al 700 jaar bestand tegen wind, regen, vrieskou en zonnestralen en nu worden de natuurstenen, het voeg- en ijzerwerk gerepareerd. De laatste reparatie was bijna 50 jaar geleden, maar toen was er geen geld om het helemaal goed te doen.

De Oude Gracht wordt trouwens ook onder handen genomen. Net als in Amsterdam, worden hier ook de kademuren hersteld. En als je dan toch bezig bent kan je net zo goed het afval eruit halen dat er in de loop van de tijd is ingekieperd. De gracht is ook hier heel geschikt om van je oude fietsen af te komen. Ik probeerde deze keer nu eens niet de echte binnenstad ‘onder handen’ te nemen. In Alkmaar viel het me op dat die mooie binnenstad helemaal is overgenomen door de bekende winkelketens, dus dat wilde ik eigenlijk vermijden. Maar in Utrecht valt dat eigenlijk wel mee en zijn er nog voldoende kleinschalige zaakjes met een eigen identiteit. Dat doen we dan maar eens een volgende keer. Ik heb me deze keer gericht op het deel net ten noorden van de oude binnenstad (de Breedstraatbuurt en Wijk C, zoals die op Google Maps heten). De fotoserie staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157712831427123

Plantagebuurt

20 januari 2020

Na lang wikken en wegen is het er eindelijk van gekomen: een nieuwe camera met bijpassende zoomlens. Voor de liefhebbers: een Canon 90D gecombineerd met een Tamron 18-400 mm. De combinatie past ideaal bij mijn fotografiestijl en het grote lensbereik zorgt ervoor dat ik vrijwel niet meer van lens hoef te wisselen, zodat het ook een ideale reisgezel gaat worden. Voor mijn ‘oude’ camera, die vijf jaar trouwe dienst heeft gedaan en ruim 45 duizend foto’s heeft gemaakt heb ik een goede bestemming gevonden: overgedragen aan iemand die er erg blij mee is en er hopelijk ook veel plezier aan gaat beleven.

De handleiding van de nieuwe camera was ruim 600 pagina’s, dus je kan er ontzettend veel mee, veel meer dus dan ik ooit zal gaan gebruiken. Die heb ik dan maar even gelaten voor wat hij is en kan hem altijd als naslagwerk gebruiken. In plaats van in dat boekwerk te duiken, ben ik eigenlijk meteen aan de slag gegaan om hem maar even uit te proberen. En waar kan dat beter dan in je eigen buurtje: de Plantagebuurt met Artis en de aangrenzende Nieuwmarktbuurt, sowieso een fotogenieke omgeving. Zondag bij een aarzelend zonnetje en maandag bij bewolkt weer. Het resultaat staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157712787832687

Oud-Zuid en -West

13 januari 2020

De inburgering van mijn vroegere Delftse buren, die na dertig jaar hun Brusselse stekkie eindelijk hebben verruild voor Amsterdam, vordert gestaag. In december is als (hernieuwde) kennismaking een ‘Tour de Ville’ gemaakt en nu was Oud-Zuid en Oud-West aan de beurt. Eigenlijk was het ook voor mij een inburgering, want ik kwam deze keer op plaatsen waar ik zelden of nooit ben geweest. In de P.C. Hooftstraat bijvoorbeeld. Daar voltrekt zich een wereld waar ik mij gelukkig verre van houd, want anders zou ik een stuk minder tevreden door het leven gaan. Fraai opgemaakte etalages, dat wel, maar over de prijzen van de getoonde artikelen blijft het gissen. Eigenlijk ook niet van belang voor de clientèle hier, die met dito auto’s komt voorrijden.

Dan door het Vondelpark naar de Hallen. Prachtig ontworpen, met een mooi bioscoopcomplex en ook aanverwante neringen. Een echte aanwinst voor Amsterdam, vind ik. Maar ik blijf me verbazen over die eetgelegenheden daar. Je kunt er voor een vermogen iets bestellen en dan maar hopen dat je, bij begeleidende en net iets te harde muziek, een plaatsje kunt vinden om het op te eten of drinken. Maar het mag natuurlijk wat kosten als je op zo’n hippe locatie wilt zitten.

De aangrenzende Jordaan, waar ik eigenlijk ook niet zo vaak kom, heeft in de laatste decennia een metamorfose ondergaan. Van oudsher een Mokumse volkswijk en nu bewoond en bezocht door import-volk, dat eet en drinkt in minstens zo hippe tentjes. Maar je vindt er ook nog wel cafés, die er nog precies zo uitzien als vijftig jaar geleden. Aan het eind van de Jordaan ligt de Noordermarkt. Een van de leukere cafés daar is Hegeraad. In de zomer kan je er lekker buiten zitten. Nu niet natuurlijk, maar binnen heb je van die persjes op tafel, die je eigenlijk zelden meer ziet. Helaas waren alle perstafeltjes bezet, maar de tosti’s smaakten er niet minder om. Gelukkig had ik contant geld bij me, want ‘aan die onzin van het pinnen deden ze daar niet’. Misschien wel om de ouderwetsheid van het café te cultiveren. Via de Haarlemmerstraat eindigde de inburgering deze keer. Het fotoverslag staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157712747333077

Marken

10 januari 2020

Marken: nog zo’n museum-filiaal van Amsterdam. Uitgestorven op deze winderige januaridag, maar des te meer toeristen in de zomer, vooral Chinezen. Zijn er in Amsterdam al veel toeristen in verhouding tot de hoeveelheid inwoners, op Marken is in de zomer de verhouding tussen inwoners en toeristen wel helemáál uit het lood geslagen. Het is dus eigenlijk een museum, waarin het beeld overeind wordt gehouden van een Nederland, dat nog in traditionele klederdracht en op klompen liep. Tot 1957 was het nog een eiland, maar sindsdien is het met een dijk verbonden met het vasteland. Met amper anderhalf duizend inwoners, maar een veelvoud aan toeristen, die met bussen uit Amsterdam worden aangevoerd op een ruim bemeten parkeerterrein.

Het dorp zelf, met veel huizen op palen, staat strak in de verf, met zaans groen als hoofdkleur. Het heeft een gezellig knus haventje, met een mix van oude schepen en luxe zeiljachten. Ondanks de januari-stilte functioneerde alles. Maar de uitbater van een van de uitspanningen was toch wel blij dat hij zijn koffie met gebak kon slijten. Ook de boot-pendeldienst naar Volendam, dat aan de overkant goed te zien is, was vol in bedrijf en er kwam net een boot aan met twee passagiers aan boord. Aan de andere kant van het eiland ligt ook op steenworp afstand Almere. Een heel andere skyline en je zou dan haast gaan denken dat een pendeldienst naar Almere heel wat meer klandizie zou kunnen opleveren. Marken, ga dat dus zien, bij voorkeur in januari. Voor de opgedane indruk, zie:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157712715052068

IJburg

4 januari 2020

IJburg: de nieuwe woonwijk aan de oostkant van Amsterdam. Helemaal op opgespoten eilanden. Het plan was er al in 1965 en na veel bezwaren/discussies en een referendum werd in 1998 begonnen met de aanleg. Er wonen nu zo’n 25.000 mensen en ooit gaan er 45.000 wonen. Ik heb me ooit in een onbezonnen moment ingeschreven om er te gaan wonen. Lekker aan het water met een bootje. Dacht ik toen. Het was maar goed dat de wachttijd zo’n tien jaar was, lang genoeg om tot bezinning te komen en mijn vertrouwde plekje, in hartje stad en toch rustig, trouw te blijven. Toch is het een erg fraaie wijk geworden met gevarieerde bouw en voor elk wat wils. De welstandscommissie heeft zo te zien even de andere kant op gekeken en op veel plekken konden bewoners met veel creativiteit hun eigen stijl, kleur en materiaalkeuze maken. Of sommige woningen ooit nog te verkopen zijn zal dan moeten blijken.

IJburg heeft ook een goudkust. Daar villa’s aan de zonnige zuidwestkant met uitbundig veel ruimte, auto’s in het hogere segment voor de deur en allemaal met eigen ontwerp en ook (bijna) allemaal met een aanlegsteiger en een boot(je). Tussen al dat fraais zie je ook hier en daar lelijke dingen. De nieuwste trend in de architectuur is het werken met van die roestplaten. Je ziet ze ook elders in de stad opduiken. Van veraf ziet het er nog niet eens zo onaardig uit, maar als je dichtbij goed kijkt is het aartslelijk, vooral op zo’n sombere dag als zaterdag. Uiteindelijk hebben we maar de helft van de wijk gezien. Helemaal verkleumd moest met warme chocolade worden opgewarmd en toen was het bij vroeg invallende duisternis wel bekeken. De rest van de wijk moet dan maar een andere keer. Deel één staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157712624190648

Oosterdok

1 januari 2020

De wereld laat zich het beste fotograferen bij helder weer. Dat is tenminste een soort van universeel idee dat zich heeft genesteld onder fotografen en onder menigeen, die de wereld wil bekijken. En ‘dus’ ook bij mijzelf. Niet helemaal onlogisch, omdat je dan niet alleen de dingen het beste kunt zien, maar ook de mééste dingen kunt zien. Vaak is het dan ook zo dat de camera (en ikzelf trouwens ook) thuisblijft bij minder helder weer. Tot vandaag, een mistige dag en ook de eerste dag van weer een nieuw jaar.

Een mooie aanleiding om eens over mijn eigen grenzen heen te stappen en te proberen het Oosterdok in beeld te brengen op – wat betreft het zicht – een wat mindere dag. Rond het Oosterdok zijn er vele dankbare objecten, op nota bene steenworp afstand van huis. Het NEMO, het Scheepvaartmuseum met de replica van het VOC-schip, de bouwput van Booking.com, de nieuwe gevel op het Oosterdokseiland, het Chinese bootrestaurant en de fraaie achtergronden, zoals de Nicolaaskerk, de Montelbaantoren en de klassieke bouwsels op de Prins Hendrikkade. En niet te vergeten de boten in allerlei soorten en maten.

Mist geeft de wereld niet alleen een heel andere en eigen sfeer, maar je kunt ook extra diepte in je foto’s aanbrengen, omdat dingen die veraf zijn extra vaag worden. Wel is het zo dat de foto’s kleur verliezen en eigenlijk bijna zwart-wit worden, maar dat is nou eenmaal zoals de wereld er dan ook uitziet. Hoe dan ook, na het rondje Oosterdok is het volgende fotoserietje tot stand gekomen:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157712471224753