Beijing

18 mei 2018

Het laatste stuk van onze grote treinreis ging naar Beijing, een stuk van 300 kilometer. Een peulenschilletje dus. Maar voor wat betreft comfort beslist niet. Zes uur vrijwel zonder bewegingsruimte in een volgepakte hete trein. Het hotel in Beijing maakte het gebrek aan comfort van de treinreis meer dan goed. Het is een drukke, warme en vochtige stad, maar ook netjes en veel bloemen. Er wordt gek genoeg veel gefietst en de fietsers, veelal met monddoekjes, steken gewoon drukke autowegen over, op kruispunten soms diagonaal en dat gaat altijd goed, voor zover we hebben kunnen zien. Wij lopen een stuk naar de Verboden Stad en Tiananmen Square. Mao Zedong, de Grote Leider, die in het rijtje van Hitler en Stalin niet zou misstaan, prijkt nog steeds prominent op de grote gevel aan het Plein van de – nota bene – Hemelse Vrede. De terugweg doen we met de metro. We proberen een paar lijnen uit, het systeem is makkelijk en dan hebben we het gevoel de stad onder de knie te hebben. De ‘Muur’ was woensdag aan de beurt. Met een grote bus in anderhalf uur ernaartoe, dan een shuttlebus, een stuk lopen langs een eindeloze strip van souvenir-meuk, vervolgens een stoeltjeslift en dan ben je er. Alleen jammer dat het erg heiig, zelfs mistig was. Hoe dan ook een flink stuk erover gelopen, af en toe behoorlijk steil en gaandeweg erg onder de indruk, hoe ze ooit 6000 kilometer ervan hebben kunnen aanleggen. Leuke dag, temeer daar we – zoals altijd op deze reis – in overleg met de gids het programma medebepaalden. Dat ging daags erna heel anders. Een soort van programma op een commerciële zender met verplicht reclame kijken. Ik had gehoopt dat het verschijnsel niet meer bestond. Met een wat grotere groep eerst de Verboden Stad in een uurtje afwerken om vervolgens in een klaslokaal te belanden met uitleg hoe volgens duizenden jaren oude Chinese wetenschap het menselijk lichaam in elkaar zit. Dan tijdens een voetmassage, van een heel gewichtig kijkende meneer met een stropdas allerlei kwalen aangepraat krijgen. Maar met een doosje medicijnen van 200 euro ben je overal vanaf. Ik heb mensen zo’n doosje zien kopen…!!!! Na de lunch nog even de ‘Temple of Heaven’ en het Zomerpaleis, dat we helaas alleen van een afstand konden zien, omdat de tijd te kort was om ernaar toe te lopen. Dat kwam omdat tussendoor nog een bezoek aan een juwelenwinkel was gebracht. Jammer allemaal dus, maar de dag kreeg nog een erg leuk einde omdat onze bus een verkeersovertreding beging, bij controle de chauffeur ook niet over de juiste papieren beschikte en door tien man politie uit de bus werd gehaald. Uit het niets was er ineens een andere chauffeur, maar die kon niet goed rijden en wist bovendien de weg niet, zodat we geld voor een taxi kregen om naar het hotel te gaan. De allerlaatste dag, vrijdag 18 mei, nog even wat door de stad gelopen en het Olympisch Park bezocht. Herinneringen aan het bezoek aan de Spelen in 2008. In het zwemstadion, de ‘water-cube‘ kan nog worden gezwommen, maar niet in HET bad. Wel nog een uurtje op de tribune van HET bad gezeten, op dezelfde plek als tien jaar geleden en alle emotie van toen als een film nog eens dunnetjes herbeleefd. Die foto’s van Beijing staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157704792144314

Ulanbaatar – Datong

14 mei 2018

Vrijdagavond 11 mei uit Ulaanbaatar vertrokken richting China. De zesde en laatste nacht in de trein, plus nog de hele zaterdag. Vrijwel de hele nacht en dag door de Gobi-woestijn gereden. Vrijwel geen begroeiing, maar toch af en toe wat vee, dat probeerde de laatste verdorde grassprieten uit het zand te trekken. De grensovergang tussen Mongolië en China was een van de vreemdste en omslachtigste die ik ooit het meegemaakt en duurde bijna zes uur. Eindbestemming op de late zaterdagavond was Datong. Op het laatst een lokale trein met een open coupé en heftig communiceren met medereizigers, die geen woord engels spraken, maar druk in de weer waren met de Chinese versie van Google Translate. Kennelijk hebben ze geen toegang tot de wereldwijde versie van Google. Maar ook voor ons bleken veel websites in China geblokkeerd. Zo werkten Facebook en Whatsapp niet. Evenmin kon ik de website bereiken waarop ik mijn foto’s opsla. Heel frustrerend, vooral voor de ruim een miljard Chinezen, die daardoor een vrije blik op de wereld wordt onthouden. Ik had nog nooit van Datong gehoord, maar het blijkt een stad te zijn van 3 miljoen inwoners, vier keer zo groot als Amsterdam, maar voor Chinese begrippen nog steeds een middelmatig grote stad. Tijdens de Culture Revolutie zijn veel historische bouwwerken verloren gegaan, maar de laatste tien jaar is er veel hersteld en zelfs herbouwd. Zo zijn de stadmuren opnieuw opgebouwd en binnen de muren gaat het een soort museum worden. Overal worden historische gebouwen opnieuw uit de grond gestampt. Er zijn nog oude wijken, maar er wordt veel gesloopt en de mensen die er nog wonen, worden met een door de overheid redelijk geachte vergoeding vriendelijk verzocht te verhuizen naar de grote woonkazernes die aan de horizon verrijzen. Datong is van oudsher een stad die leefde van kolenmijnen. De overheid heeft bedacht dat deze activiteit zijn beste tijd heeft gehad. Een vooruitziende blik en even buiten de stad bevinden zich meer dan duizend jaar oude grotten met Buddha-beelden. Tot 2008 kwam er nauwelijks iemand, maar de laatste tien jaar is er een enorm toeristisch park aangelegd, met kitscherige souvenirwinkels, gloednieuwe tempels, Buddha-beelden, monniken die af en toe op een gong slaan, doen alsof ze bidden, maar drukker zijn met hun mobieltje. Nu is het park in staat om 40.000 mensen per dag te ontvangen vol met selfie-makende Chinezen, die aan de lopende band foto’s maken van elkaar met de bezienswaardigheid als achtergrond. De hangende tempels verder buiten de stad waren wat meer ontdaan van zo’n kermis en bovendien een wonder voor wat betreft de meer dan duizend jaar oude bouwkunst. De fotoserie van Datong staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157704785611225

Ulanbaatar

11 mei 2018

Aankomst in de vroege maandagochtend in Ulaanbaatar, de hoofdstad van Mongolië. Het is een van de dunst bevolkte landen ter wereld, maar toch heeft Ulaanbaatar op die maandagochtend verkeersopstoppingen, die je in Nederland zelden ziet. Je zou dan zeggen dat ze daar iets verkeerd doen, maar in de ruimtelijke economie is dat een wetmatigheid, die hier kennelijk ook opgaat. We rijden meteen naar ons kamp met ‘yurts’. Ze noemen het tenten, maar eigenlijk zijn het houten geraamtes omwikkeld met isolerende doeken. Er is voldoende ruimte binnen met redelijk comfortabele bedden, maar douchen kunnen we niet. Wel naar de WC, houten cabines verderop in de wei. Het zijn weliswaar traditionele woningen in Mongolië maar veel mensen wonen nog in zulke yurts. Het is er wel erg gezellig, want er zitten andere toeristen in het kamp met wie we onder het eten veel ervaringen uitwisselen. De verzorging is volpension en het eten is heerlijk. Ik was even bang dat het eten, evenals de huisvesting, ook traditioneel zou zijn, maar dat viel dus erg mee. ‘s Avonds wordt de kachel aangezet. Het klimaat is hier heel extreem. In dit jaargetijde is ’s nachts enkele graden vorst en overdag volop zomer op dezelfde dag heel gewoon. En dat hebben we geweten. ’s Avonds in de yurt de houtkachel aan, maar dan niet bedenken dat er ‘s nachts ook hout in moet en dat die doeken om de tent nou ook weer niet zo heel goed isoleren. Dus behoorlijke kou geleden. Gaandeweg de week kregen we wat routine en hebben we bij toerbeurt ook ’s nachts hout toegevoegd. We toeren hier twee dagen rond in een jeep. Indrukwekkend landschap en de eerste dag lunchen bij een ‘nomaden-familie’. Ik heb altijd een dubbel gevoel bij dat soort evenementen. Daar zit je dan met je camera en ze zitten je aan te kijken alsof je van een andere planeet komt. Communicatie is er niet, behalve dan dat de gids dingen in het engels vertelt, maar daar begrijpt de familie dan weer niks van. Ik laat het allemaal maar over me heen komen, me ondertussen verbazend hoe mensen hier kunnen leven. We krijgen daar ook eten, maar dat was wel heel erg traditioneel, dus ik bedank voor de eer. De tweede dag onder meer langs het enorme standbeeld van Dzjengis Khan, in de dertiende eeuw de grondlegger van het land. Staat bij ons bekend als gewelddadig, maar hier wordt hij vereerd. Zo zie je maar weer dat elk land er zijn eigen versie van de geschiedenis op na houdt. In het kleine aanpalende museumpje bleek dat bijna al zijn opvolgers niet netjes zijn overleden, maar vrijwel allemaal gewelddadig om zeep zijn geholpen. Na drie dagen niet douchen waren de douche en schone kleren in het heerlijke hotel in Ulaanbaatar meer dan goddelijk en waren we ineens weer heel andere mensen. De laatste dag nog wat rondgescharreld in Ulaanbaatar. Vanavond weer de trein in en morgen zijn we in China. De foto’s staan op: 

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157676848705228

Irkutsk – Ulanbaatar

6 mei 2018

De treinreis vanaf Irkutsk was tot nu toe een van de mooiste van deze reis. Geholpen door het mooie weer met blauwe luchten, zag de zuidoever van het Baikal-meer er prachtig uit. Volgepakt met ijs aan de kant van het meer en hooggebergte met besneeuwde toppen aan de andere kant. Eenmaal afgebogen naar het zuiden veranderde het. Hier veel afgedankte industrieën, vervallen en soms half afgebrand. Duidelijk niet in gebruik, waardoor het allemaal een desolate indruk maakt. Maar des te fotogenieker, althans voor de liefhebbers. Nog verder naar het zuiden werd het alleen nog maar desolater. Hier helemaal niets meer. Heel af en toe nog wat vee, een schaars huis en een hoop afgedankte rommel en dat was het dan wel. Dingen slopen en opruimen doen ze hier dus niet. Hoeft ook niet, want er is ruimte genoeg om ergens anders iets nieuws neer te zetten. Kijken naar de kwaliteit van de openbare ruimte doen ze dus ook niet. Dat waren de laatste kilometers in Rusland. De grensovergang naar Mongolië nam meer dan vier uur in beslag. Aan de Russische kant nauwkeurige inspectie van de paspoorten, de koffers en de treincoupe. Het ging er overigens niet onvriendelijk aan toe. Wel indrukwekkende uniformen, nauwkeurige vergelijking van gezicht en pasfoto en kijken of de exacte spelling van de namen correct is. Dan stukje rijden en aan de Mongoolse kant idem dito. Na alle gedoe aan de grens is het middernacht en kunnen we eindelijk naar bed. De foto’s uit de trein staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157676848903518

Irkutsk

5 mei 2018

Na weer een nachtje in de trein (we beginnen routine te krijgen) komen we in Irkutsk aan. We droppen de koffers ergens en gaan met een veel kleinere ballast meteen door naar het Baikal-meer, nog zo’n 60 kilometer rijden. Op de kaart van dat grote Rusland ziet het eruit als een klein meertje, maar het is 600 kilometer lang en gemiddeld 40 kilometer breed. En gemiddeld meer dan een kilometer diep! Er ligt nog veel ijs en in de winter is het helemaal bevroren. De enige manier van transport is dan met de auto over het ijs. Wij gaan nu met een soort hovercraft tussen de ijsschotsen door naar Bolshy Koti, zo’n 20 kilometer verderop. Een piepklein dorpje, meer een verzameling van kleine huizen en een winkel, eigenlijk hutje, waar je wat eten kan kopen. We zitten in een klein guest-house, waar we ons gastvrij onthaald voelen en er heerlijk wordt gekookt. Gezellig met bier dat we in het hutje hebben gehaald. De volgende dag lopen we zo’n 20 kilometer terug naar Listvyanka. Langs het meer, maar op het laatst toch vrij pittig over een bergrug. Listvyanka is een droevig oord, wat ooit een mondain toeristisch centrum had moeten worden, maar het is meer een verzameling van half afgemaakte bouwsels en overal op straat bouwmateriaal. Tussendoor protserige villa’s van mensen die het kennelijk wat beter hebben getroffen. We zitten in een onderkomen, waar we de enige gasten zijn, en waar de twee vrouwen achter de balie drukker zijn met de opmaak van hun wenkbrauwen en oogwimpers, dan met ons te woord te staan. Eten gaan we er dus niet doen, maar bij de buren konden we goed terecht en Google Translate was ons behulpzaam bij de communicatie. De volgende ochtend snel terug naar Irkutsk dus, wat een verademing was. Universiteitsstad, dus modern en hip. En dat ver in Siberië. In niets doet dit meer aan de oude Sovjet-tijd denken. Het is de laatste avond in Rusland en we laten het eten ons goed smaken. Morgen verlaten we Rusland. We hebben een mooie indruk gekregen. Eigenlijk vrijwel alleen maar aardige mensen ontmoet. Van enige animositeit jegens ons ‘westerlingen’ hebben we weinig gemerkt. Eerder belangstelling, voor zover ze Engels of Duits spraken. Maar de meesten houden zich niet met het politieke gebeuren bezig, maar meer met de elke dag terugkerende uitdaging om het hoofd boven water te houden. Want velen hebben het hier niet makkelijk in dit harde klimaat. We kwamen enigszins bevooroordeeld naar dit land. Maar nu we weggaan, moeten we dat op onderdelen toch wel bijstellen. Alleen dat al maakte de reis de moeite waard. Morgen rijden we Mongolië binnen. Nu nog een ‘terra incognita‘, want over dat land hebben we nog niet eens een vooroordeel. We gaan het zien. De foto’s van Baikal en Irkutsk staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157698923023100

Taisjet

2 mei 2018

We zijn geland in Taisjet, een klein stadje ergens tussen Krasnojarsk en Irkutsk. Te gast bij Igor en Lena, die er een B&B hebben. Leuke manier om eens het leven in Siberië te zien. Alle huizen hier, en in heel Rusland trouwens, hebben een soort van stadsverwarming. Dat betekent dat je bent aangesloten op een stelsel van pijpen, vaak bovengronds, waardoor warm en koud water wordt aangevoerd. Belangrijker nog: je kunt de verwarming niet zelf regelen. Ook al is het warm, zoals op een van de dagen hier met zo’n 25 graden, dan nog brandt de verwarming. De centraal geregelde kachel gaat hier eind mei uit en in september weer aan. We belanden meteen in de 1 mei-parade. Nou ja, parade, meer een gezellige dorpsoptocht van allerlei maatschappelijke en politieke organisaties. Veel vlagvertoon, uit volle borst meegezongen gezang, toespraken van de burgemeester en het Russische volkslied. Ook nog even een kleine hike in de taiga gemaakt. Je loopt zo het bos in en het is dan wel een raar idee dat, als je zou doorlopen, je honderden kilometers niemand tegenkomt. Er groeit hier van alles en het komt erop neer dat je zou kunnen overleven als je inderdaad niemand meer tegenkomt. De mensen zijn hier sowieso erg zelfvoorzienend. Iedereen heeft hier een tuin, waarin groente wordt verbouwd. En als je geen tuin hebt, heb je wel ergens een dacha, waar je je groente kunt verbouwen. De regio heeft overigens wel een heftige geschiedenis. Overal in dit gebied waren strafkampen van de Goelag, pakweg tussen 1930 en 1960 en indrukwekkend waren de graven en monumenten van met name gevangenen uit de Baltische staten. Kijk voor de foto’s op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157676854777968