Turtle Cove

20 maart 2020

Afgezien van de tropische uitstapjes werden de laatste dagen ook vooral lanterfanterend doorgebracht. We zitten in Turtle Cove, een fraai men-only resort tussen Cairns en Port Douglas. Mooi aan de kust en je kan dus ook slechter zitten. Maar vooral bezig met de terugreis het komende weekend, mede door het nieuws uit Europa ook een beetje onrustig, ook al omdat we nog maar moeten zien of we dan überhaupt nog wel terug kunnen. Overal worden vluchten geschrapt en grenzen gesloten. Voortdurend dus e-mails bekijken, nieuws bijhouden en contact houden met het reisbureau. Dinsdag geconcludeerd dat, als we nú naar het vliegveld rijden en een enkele reis Amsterdam kopen, we nog weg kunnen komen. Maar uiteindelijk toch maar de gok gewaagd om tot zaterdag te blijven, met het risico dat we dan dus niet meer wegkomen.

Maar vooralsnog schijnt het goed te komen, hoewel het nieuws en dus de situatie met de dag verandert. We hebben ons voor alle zekerheid maar aangemeld bij de Nederlandse ambassade, zodat ze weten dat we hier zitten. De dagen zijn onder meer gevuld met het maken van een foto-serie van en voor het resort. Ze zijn daar bezig met een nieuwe website en waren eigenlijk op zoek naar nieuwe foto’s.

Zaterdag, de dag van onze terugreis, werd het dus erg spannend en we waren dan ook ontzettend opgelucht toen we de instapkaarten voor de hele terugreis tot Amsterdam in onze handen hadden. Dit was dus het laatste blogje van onze Australië-reis. Ondanks de wat vreemde laatste week was het een prachtige reis en heb ik met veel plezier de blogjes geschreven en foto’s geplaatst. Jullie natuurlijk dank voor de feed-back en betrokkenheid. We zullen thuis aankomen in een bepaald andere omgeving en bereiden ons dan ook voor op enkele weken vooral thuiszitten. De laatste foto’s van en voor Turtle Cove staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157714532988818

Port Douglas

19 maart 2020

Met een wat dubbel gevoel schrijf ik het volgende blogje van onze reis. Want ik realiseer me dat jullie in het thuisfront met heel andere dingen bezig zijn dan het lezen van verhalen van een inmiddels andere planeet, zo lijkt het wel. In vergelijking met het corona-onheil dat we nu in Europa zien, valt het in deze streek tot nu toe nog wel mee. Vierhonderd kilometer hiervandaan, in Townsville, is deze week de eerste corona-besmetting geconstateerd. Maar het virus rukt nu ook hier in Queensland op. Men is zich er terdege van bewust en er zijn ook de nodige voorzorgen. Handen worden ook hier niet meer geschud en overal staan flesjes met gel, waarmee je je handen kunt ontsmetten. Het hotel, waar we nu zitten, loopt leeg en als we zaterdag (naar we hopen) vertrekken zijn wij vermoedelijk nog de enige gasten. Maar goed, we maken ervan wat ervan te maken valt. En ook schrijf ik – ondanks dat dubbele gevoel – toch maar dit verhaal, al is het maar voor de volledigheid.

We zitten aan zee tussen Cairns en Port Douglas. Wat dichter bij Port Douglas en dat is dan ook de plaats waar we ons op richten. We boeken er enkele excursies en er is een grote keus aan eettentjes. Cairns is wat dat betreft weinig bijzonders, hoewel Marcel er af en toe heen gaat om er te zwemmen. Zondag gaat hij ook snorkelen en zelfs scuba-duiken. Maar toen ik de lijst met dingen zag die dan allemaal fout kunnen gaan en wat je dan allemaal moet doen, heb ik vriendelijk bedankt voor de eer en heb er zelf een heerlijk stranddagje van gemaakt. Marcel had nog nooit gedoken, dus dat was wel een uitdaging, maar hij kwam opgetogen terug. We zitten aan een prachtig strand, maar in de zee kun je hier niet zwemmen. In dit seizoen zitten er stingers, kleine kwalletjes, en de beet ervan kan dodelijk zijn. Verder kunnen er krokodillen rondzwemmen en die wil je ook niet tegen komen. Er loopt hier bij het resort trouwens ook een krokodil rond. Hij is (nog) klein, circa anderhalve meter en is hier nu drie maanden. Hij wil helaas niet weg, dus je moet afstand houden, maar hij is (nog) niet agressief.

Een ander uitstapje is naar Kuranda, een dorp in de buurt. Met de kabelbaan heen en met de trein terug. Daar zouden we dan ook de local market kunnen bezoeken. Dan weet ik eigenlijk al genoeg: toeristen-meuk. En dat wás dus ook zo. Toch nog een erg leuke dag, want de kabelbaan heen, met verschillende stops onderweg met goede documentatie over het regenwoud, en de treinreis terug waren de moeite waard. Nog mooier was eigenlijk nog wel een uitstapje naar het Daintree Rain Forest. Lekker in een busje en onderweg een aantal wandelingen door het woud. Goede uitleg over het delicate evenwicht dat alle dieren en planten daar gedurende duizenden jaren hebben opgebouwd. Met een boottocht over een van de rivieren daar. En aan de oevers mangrove-bossen en verscholen krokodillen. We belanden in Cape Tribulation, wat ze hier het ‘einde van de wereld’ vinden. Je kan nog wel verder naar het noorden, naar Cooktown, maar dan moet je over onverharde wegen en zelfs door rivieren rijden. Op dit moment is de weg naar Cooktown trouwens gesloten. En zelfs dán kan je nog verder naar het noorden, nog wel 1000 kilometer maar liefst, naar Cape York. De meest noordoostelijke punt van Australië, die bijna Papua Nieuw-Guinea aanraakt. Maar in dat stuk komt bijna niemand meer. De benaming ‘regenwoud’ werd alle eer aangedaan na twee korte plensbuien, toen daarna de weer tevoorschijn komende zon een prachtige warme dampige sfeer wist te creëren. Met dito geluiden van allerlei gevogelte. De foto’s van deze tropische sferen staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157713539569997

Queensland

13 maart 2020

Het zit erop, de tocht met de auto door de ‘outback’ van Darwin naar Cairns, een kleine 3000 kilometer. Over de hele tocht hebben we vijf dagen gedaan. Dat lijkt snel (en dat ís het eigenlijk ook), maar je kunt gemiddeld genomen behoorlijk doorrijden, omdat er op sommige stukken vrijwel niemand anders op de weg zit. Je kunt dan zó tientallen kilometers rijden zonder ook maar één tegenligger tegen te komen. Verder hadden we cruise control en was de auto ook nog half zelfrijdend. Hij hield automatisch afstand tot je voorligger en als je van je baan afweek, kwam er vanzelf een zachte stuurcorrectie. Dat alles maakte het rijden erg aangenaam. Verder was het ons (of beter gezegd Marcel) na wat gepruts gelukt om de op onze telefoon geïnstalleerde muziek afgespeeld te krijgen op de ingewikkelde muziekinstallatie van de auto. Sowieso al onze favoriete muziek, maar sommige muziek is nog extra leuk als die al rijdend wordt beluisterd. Kortom, die 3000 kilometer waren een eitje. Zou je zeggen, maar toch waren er ook wel wat ongemakken, zoals de vele vliegen, de hitte en de eentonigheid af en toe. En soms ook wel enige nervositeit bij de gedachte, wie ons hier in hemelsnaam in die hitte en brandende zon bij autopech gaat helpen als je ook nog eens geen bereik op je telefoon hebt. Verder is er – ondanks de zon en de woestijn – nog steeds een kans dat wegen onder water lopen, dus in dat geval heb je zo gauw geen plan-B.

Maar het tweede stuk van de tocht door de ‘outback’ ging door Noord-Queensland. En dat was meteen een heel ander landschap dan de Northern Territories. Hiér waren er tenminste elke 150 kilometer dorpjes. Niet zomaar wat caravans langs de weg, maar echte dorpen, met benzine, koffie en andere aangename voorzieningen. Het deed ons daar denken aan de eindeloze tocht vier jaar geleden door West-Texas en New Mexico. Een bijzonder verschijnsel hier op de weg zijn de zg. ‘road trains’. Enorme vrachtwagencombinaties met drie en soms vier aanhangers van maximaal 53 meter. Die ook nog eens stevig doorrijden en dus groot ontzag inboezemen. Na vier dagen waren we in Townsville, aan de oostkust. Ineens een echte stad en de laatste 400 kilometer naar Cairns liepen weer door bewoonde wereld, op een drukke bochtige weg en waren eigenlijk wel het meest vermoeiende deel van de reis. Alom verbaasde blikken dat we uit Darwin waren komen rijden: “Most Aussies have never been there….”. Hier gaan we aan de kust nog een paar dagen bijkomen. Tegelijkertijd worden we overvallen door het corona-nieuws uit Europa. Vorige week, 8 maart, vóór onze tocht, ging het nog om relatief kleine aantallen. Tijdens onze tocht, mede door gebrekkig internet, was het even weg. Maar nu, 13 maart, nog geen week later, heel zorgwekkend, is het erg groot geworden. De laatste etappes van de tocht staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157713486903571

Northern Territories

11 maart 2020

Het eerste stuk van de tocht met de auto door het dunbevolkte verre noorden, van Darwin naar Cairns, loopt door de Northern Territories, een van de deelstaten van Australië. Die deelstaat is 40 keer zo groot als Nederland, maar er wonen ‘slechts’ 240 duizend mensen, waarvan ook nog eens 130 duizend in de hoofdstad Darwin. Het handjevol anderen woont verspreid over dit enorme gebied. Een andere illustratie hoe dunbevolkt de ‘outback’ van Australië is, is het feit dat 80% van de Australiërs op minder dan 50 kilometer van de kust woont. De Australiërs die we in Melbourne en Sydney spraken keken dan ook verbaasd op toen we hen over ons plan vertelden. Want wie gaat er nou eenmaal naar zo’n uithoek zoals Darwin? En als je dan tóch zo nodig van Darwin naar Cairns moet, ga je al helemáál niet met de auto, maar vlieg je natuurlijk, wat inderdaad een stuk goedkoper en sneller is. Bovendien zou er niets te zien zijn onderweg.

Niet dat er veel uit ervaring spreken, want weinig Melbourners en Sydney’ers zijn ooit in Darwin geweest. Maar in Europa zijn ze bijna allemaal wel eens geweest. Niet zo gek natuurlijk, want hun voorvaderen komen er vandaan. Ondanks hun scepsis hebben we het plan doorgezet. Niet om veel toeristische attracties te zien, maar juist om te ervaren hoe het is om op die afgelegen plekken in het noorden te zijn en je proberen voor te stellen hoe het is om hier te leven. Tijdens de reis kreeg ik steeds meer het idee dat de Engelsen, toen ze hier enkele honderden jaren geleden voet aan wal zetten, geen idee hadden wat ze met dit enorme land aan moesten. En dat eigenlijk tot op de dag van vandaag nog steeds niet hebben. Wel hebben ze de oorspronkelijke bewoners verdreven en degenen die het geluk hadden de Engelse invasie te overleven in reservaten gestopt. Nu zien we veel Aboriginals – vaak met bierblikjes in hun hand – doelloos rondlopen in Darwin en op andere afgelegen plekken in het noorden. Pas in de laatste jaren komt er enige erkenning en zelfs schuchter excuus voor dit pijnlijke stukje historie.

Dan de tocht zelf: we vertrekken maandagochtend in de stromende regen uit Darwin. We hoorden op de radio dat er in amper een uur tijd 50 millimeter regen was gevallen en we krijgen een uiteenzetting welke wegen er allemaal waren overstroomd en afgesloten. Dit was inderdaad een van de waarschuwingen, die we vooraf kregen. Maar onze weg, de Stuart Highway naar Alice Springs, zeg maar de A-1 van Australië, was begaanbaar en gaandeweg werd het droger, zonniger en ook heter, zelfs ruim boven 35 graden. Ook het landschap veranderde geleidelijk, van tropisch wet-land naar lagere begroeiing en uiteindelijk woestijn-achtig. Zo’n 1000 kilometer naar het zuidoosten, nog ruim voor Alice Springs, bij Tennant Creek slaan we linksaf de Barkly Highway op, richting het oosten.

Tennant Creek is een voorbeeld van een plaats waar je echt niet zou willen wonen. Niet alleen is het er vreselijk heet, maar ook zijn er zóveel vliegen, dat je eigenlijk niet buiten kunt zijn. Een lokale uitbater, bij wie we het ontbijt namen, bekende het er vreselijk te vinden, maar het was nou eenmaal zijn business. Op een groot bord bij de ingang excuseerde hij zich voor de hoge prijzen die hij moest vragen om zijn nering in dit afgelegen oord nog een beetje gaande te houden. Op de Barkly Highway begint dan echt het grote niets. 650 kilometer naar de grens met Queensland. Om de honderd kilometer is er iets dat er op de kaart wel uitziet als een gezellig dorpje, maar in werkelijkheid is het niet meer dan een paar caravans, met wat oude transport-meuk uit vervlogen jaren en als je geluk hebt een benzinepomp. Over lekkere koffie hebben we het dan maar niet. Inderdaad: niets te zien, maar zoveel meer ervaren. De foto’s van al dat niets staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157713445800472

Darwin

8 maart 2020

Darwin: vier-en-een-half uur vliegen vanaf Sydney. Dat betekent niet alleen naar de andere kant van dit enorme land, maar ook meteen naar een heel andere wereld. De tropische hitte valt hier bij aankomst over ons heen en de zon staat er in het zenith. Darwin is echt een uithoek in Australië. Eigenlijk wil niemand er wonen. De stad is goeddeels verwoest bij de aardbeving van 1974. Weliswaar herbouwd, maar wel met de treurige architectuur die zo kenmerkend was voor de 70’er en 80’er jaren. Toch gaan we hier een aantal dagen verblijven. Niet zozeer voor de stad, maar voor een tweetal nationale parken in de wel heel wijde omgeving: het Kakadu en Litchfield National Park.

We boeken een driedaagse tour. Meteen zo’n 1000 kilometer in totaal, maar lekker in een kleine bus met een veertiental andere toeristen. Deskundige leiding was wel nodig, want veel delen van het park waren gesloten door de overvloedige hoeveelheid water. Bovendien was het af en toe door rivieren rijden en dan weet je maar nooit of er krokodillen rondzwemmen. Want die zijn hier overal. Tot 1975 mochten ze nog worden afgeschoten en waren er in de ‘Northern Territories’ (zoals deze deelstaat heet) nog maar 3000 over. Nu staat er een lange gevangenisstraf op als je een krokodil doodt, en dus zijn er nu weer 130.000. Behalve krokodillen is er vooral kleinere fauna: vogels, spinnen, mieren en bloedzuigers. We leren hoe ermee om te gaan en we leren zelfs om mieren te eten, hoewel ik dat laatste toch maar niet heb gedaan.

We gaan dus helemaal terug naar de natuur en ook de voorzieningen tijdens de twee overnachtingen in een tent waren wel heel erg basic. We zitten aan het eind van de regentijd. Alles is nat, klam en vochtig. De regentijd heeft natuurlijk het nadeel van de veel grotere kans op regen, maar er zijn zowel overdag als ’s avonds wel heel prachtige luchten. Verder zijn er nauwelijks toeristen, zodat je alle bezienswaardigheden niet met zoveel mensen hoeft te delen. Bovendien hadden we toch wel een béétje geluk met het weer. Geen regen overdag, maar wel plensbuien ’s nachts, die lekker op je tent kletteren. Na vier dagen in en rond Darwin was het wel mooi geweest. Maar ondanks de nadelen (treurige architectuur, de uithoek van het land en de regen) hadden we toch wel een klik met de stad, al was het maar voor de bijzondere sfeer die er daarom was. De laatste (zondag)middag is besteed om onze autoreis naar Cairns door de outback voor te bereiden. Overnachtingen geboekt en dingen voor onderweg in de auto gekocht. We gaan er vijf dagen over doen. Wordt dus vervolgd. De Darwin-fotoserie staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157713405958956

Sydney (2)

2 maart 2020

De ligging en het klimaat van Sydney zijn nagenoeg ideaal. Het klimaat is in elk geval een stuk idealer dan dat in Nederland. Want wij lezen niets anders dan berichten over regen en storm in Nederland en dat al een hele maand lang. Het prachtige weer hier nodigt dan ook uit om de stad even te verlaten en de Bondi-walk te doen, een mooie uitgezette wandeling langs de kust, uitkijkend over duizenden kilometers oceaan. Geen wonder dat de golven prachtig op de rotsen beuken en mooi komen aanrollen richting het strand. En waar surfers elegant richting strand overheen dansen. Drie jaar geleden zouden wij – ook in Australië – dat allemaal wel even in een ochtendje leren, maar nu ik dit zo zie, zou dat een jarenlange studie vereisen. Geen wonder dat het cursusje destijds op de eerstehulpafdeling van een ziekenhuis eindigde. De Bondi-walk eindigt op Bondi Beach, een van ’s werelds meest iconische en vaak bezongen stranden.

Het is hier zien en gezien worden. Zonder strak lijf tel je hier beslist niet mee en iedereen is hier – nogal obsessief – bezig om de lichamelijke boel een beetje op orde te houden. En als het dan in orde is, is het de bedoeling dat iedereen dat dan ook ziet. Overal fitness toestellen langs het pad, die je tijdens het joggen kunt gebruiken. Daarbij heb je hier natuurlijk een mobieltje in je hand, verbonden met zo’n draadje dat in je oren hangt. Je kunt dus multi-tasken, want je wilt tijdens dat onderhoud van je lijf natuurlijk niet alleen niks van je favoriete muziek missen, maar ook kun je zelfs tijdens het joggen in het draadje praten en zo je contacten onderhouden.

De laatste dagen in Sydney brengen we in Manly door (een rustige woonwijk aan de kust) bij mijn nichtje Marleen en haar man Camiel, plus hun vier kinderen. Erg gezellig en met Marleen werk ik al in de ochtendschemering mijn hardlooprondje af, vergezeld door een jonge kangoeroe, die een stukje met ons mee huppelt. Ook een bezoekje gebracht aan de National Library, met op de vloer fraaie kaarten die een stukje Nederlandse historie in beeld brengen. Want dat Australië iets met Nederland heeft, is me nu wel duidelijk. Behalve Tasman heeft vooral de emigratiegolf uit de 50’er jaren ertoe geleid dat veel Australiërs Nederlandse voorvaderen hebben en minstens enkele woorden Nederlands spreken en dat ook graag met ons delen. Voor de rest is het vooral relaxen na ruim twee weken verblijf in toch wel drukke steden.

Het eerste deel van onze Australië-reis zit er nu op. Anderhalve week Melbourne en één week Sydney. Bij nader inzien toch heel verschillende steden. Melbourne heeft – afgezien van de hoogbouw in het centrum – duidelijk zijn Europese (eigenlijk Engelse) karakter behouden. Sydney daarentegen lijkt eerder veel meer op een Amerikaanse stad, maar dan wel een hele leefbare variant daarvan. Woensdagochtend vertrekken we van het geciviliseerde zuidoosten naar het wat ruigere noordwesten van het land. Vier-en-een-half uur vliegen naar Darwin, illustratief voor de enorme omvang van dit land. Ik zal proberen jullie op de hoogte te houden, maar of de techniek ook daar zal meewerken, moeten we allemaal maar afwachten. De laatste Sydney-impressie staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157713354055148

Mardi Gras

29 februari 2020

Mardi Gras: van oorsprong de laatste dag voor Aswoensdag, het begin van de vastentijd, ooit bedacht als een periode waarin je je van alles moest onthouden. Op die ‘vette dinsdag’ kon je dan nog even helemaal losgaan. Maar zoals wel meer met van die van oorsprong religieuze gedenkdagen heeft Mardi Gras een eigen dynamiek gekregen en is in Sydney uitgegroeid tot een feestperiode van drie weken, vooral voor de LGBTQI- (of ben ik nog een letter vergeten?) gemeenschap. Dat alles uitmondend in de Mardi Gras parade van zaterdag. Zoals afgesproken zou Marcel als gelegenheidslid van het lokale zangkoor meelopen en ik zou langs de route het een en ander bekijken en er een fotoserie van proberen te maken. Wel was ik gewaarschuwd om voor een goed plekje vooral op tijd te zijn. Twee-en-een-half uur vooraf zou zeker goed zijn, maar ik besloot het ruim te nemen, want wie uit het noordelijke halfrond krijgt er nou eenmaal de kans om de ‘moeder van alle gay-prides’ te zien en in beeld te brengen.

Het zou pas beginnen ná invallende duisternis, maar er zou voor een behoorlijke fotografie genoeg licht zijn, zo was me verzekerd. En zo werden er vlak voor het begin aan de overkant van de straat ineens drie grote schijnwerpers richting mijn gezicht gezet. Inderdaad, licht genoeg, maar die mooie fotoserie zou er dus niet komen. Maar, zoals mij vaak wordt voorgehouden, moet je ook zónder camera kunnen genieten van het moment. Een goede, zelfs bijna contemplatieve oefening dus om echt in het nú te leven. Want is het bekijken van foto’s eigenlijk niet meer dan het bekijken van iets wat al voorbij is? De gay-parade zelf had een wat ander karakter dan die in Amsterdam. Die laatste is als boten-parade sowieso uniek.

Hier was er een proloog van het vrouwelijke LGBTQI-segment dat op zware motoren het openingsrondje mocht verzorgen. Verder bestond een groot deel van de optocht uit wandelaars, dan wel dansers uit allerlei maatschappelijke groeperingen, die – naast uitbundig plezier maken – vooral voor hun belangen opkwamen dan wel allerlei onrechtvaardigheden aan de kaak stelden. Ook moest de Australische regering het herhaaldelijk ontgelden, al werd me niet helemaal duidelijk waarom. Maar we zijn dan hier ook relatieve buitenstaanders, hoewel we in de pers er ook in Nederland het een en ander over hadden gehoord. Maar toen Marcel met zijn zangkoor eenmaal voorbijgekomen was, vond ik het wel genoeg en kon ik na vijf uur langs de kant van de route eindelijk weg. Zo goed en zo kwaad als het kon is er toch nog een fotoserietje gekomen, dat staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157713327349497

Sydney (1)

27 februari 2020

Na een korte vliegreis vanuit Melbourne nu aangekomen in Sydney. Drie jaar geleden hebben we hetzelfde stuk in drie dagen met de auto afgelegd. Deze keer hoefde dat dus niet en dat was maar goed ook want vanuit de lucht was goed te zien dat hele stukken land er door de bosbranden zwartgeblakerd bij lagen. We blijven er in totaal één week, waarvan de eerste paar dagen in een centraal gelegen hotel en daarna een paar dagen bij mijn nichtje Marleen en haar man Camiel. Wij trekken de eerste paar dagen af en toe op met ene Steven, kennis van Marcel, die we eerder te gast hadden in Amsterdam. Al de eerste avond had hij ons uitgenodigd bij een klassiek concert in de ‘Town Hall’. Erg fraai en helemaal geschikt om die voor de gelegenheid om te bouwen tot concertzaal.

Ook had hij ons uitgenodigd om mee te lopen in de Sydney Mardi Gras Parade van a.s. zaterdag. Marcel heeft die uitnodiging aanvaard, als ‘tijdelijk lid’ van het lokale zangkoor, waarvan Steven lid is. Ikzelf had bedacht dat, als je meeloopt, je niks kunt zien van de parade. Dus had ik besloten om als toeschouwer dan maar met de camera langs de weg te gaan staan. Het betekende wel dat Marcel donderdagavond naar een repetitie moest om met dat zangkoor de danspasjes in te studeren. Was ík even blij dat ik me heb beperkt tot het meer eenvoudige fotograferen. Helemáál toen duidelijk werd dat honderdduizenden mensen langs de route met die danspasjes meekijken. Plus nog eens miljoenen anderen, want het wordt allemaal live uitgezonden.

Donderdag op de inmiddels gebruikelijke wijze door de meest interessante delen van de stad geslenterd. Vanuit ons hotel aan de Rushcutters Bay, via de botanische tuinen, het Opera House en de Circular Quai naar het Queen Victoria Building. Niet echt op zoek naar specifieke toeristische attracties, maar kijken wat zich onderweg voordoet. Zo bleek dat een groot deel van het IGLA-circus uit Melbourne zich inmiddels ook naar Sydney had verplaatst. Marcel loopt hier tenminste al groetend rond, alsof hij hier zijn hele leven al woont. De eerste Sydney-indruk staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157713285322301

Melbourne (2)

25 februari 2020

Het tweede deel van ons verblijf in Melbourne stond in het teken van Marcel’s zwemtoernooi, de International Gay and Lesbian Aquatics (IGLA). Het toernooi wordt al zo’n dertig jaar gehouden en is hoofdzakelijk een Amerikaans feestje, omdat – uitzonderingen zoals dit jaar daargelaten – bijna alle IGLA’s in het verleden in Amerika werden georganiseerd. Dit jaar bestond zo’n 95% van de deelnemers uit Australiërs en Amerikanen. De rest bestond uit een handjevol andere nationaliteiten, te zien aan de opgehangen vlaggenparade. Marcel mocht in zijn eentje Nederland vertegenwoordigen. Alle niveau’s en leeftijden deden mee. Zo was er iemand die ooit de zwemlegende Michael Phelps heeft verslagen, maar er was ook een 85-jarige die alle tijd nam voor zijn 200 meter. En tenslotte werd ook nog het wereldrecord voor 90-plussers verbeterd.

Het toernooi werd gehouden in de lokale zwem-accommodatie. Niet zomaar een zwembad, maar een heus stadion. Want in Australië pakken ze wat dat betreft uit. Zelfs het kleinste dorp heeft nog een zwembad en het is dan ook geen wonder dat Australië toonaangevend is in het wedstrijdzwemmen. Zondag was er open water zwemmen in de baai van Melbourne. Het was de eerste echt warme dag tijdens ons verblijf en hier bleek maar weer eens hoe voorzichtig Australiërs zijn met het zonlicht. De meeste lijven werden uitvoerig ingesmeerd en sommigen hadden zelfs hun hele gezicht dicht geplamuurd en volledig bedekt met een witte crème. Inderdaad zie je hier eigenlijk – ondanks het zonnige en warme klimaat – nauwelijks gebruinde mensen. Je kon 2,5 of 5 kilometer zwemmen, maar er was bijna een uur uitstel omdat er een haai was gesignaleerd. Er moest een helikopter aan te pas komen, die moest bekijken of het beest echt was verdwenen en de kust veilig was.

Die zondagmiddag hebben we de hitte getrotseerd en nog maar eens een wandeling door de stad gemaakt. Het viel me al langer op dat Australië eigenlijk een verlengstuk is van Engeland. Historisch gezien klopt het sowieso, maar nu valt me vooral op dat de woonwijken van Melbourne erg veel lijken op die van Londen. In het centrum viel ons weer de wonderlijke mengeling op van de Victoriaanse bouwstijl en de kleurige hoogbouw. Ze zijn er trouwens nog lang niet uitgebouwd, want zelfs op het kleinste stukje lege grond staan weer bouwkranen van tientallen meters hoog. Tussen het (kijken naar) het zwemmen en het slenteren door de stad was er ook nog tijd om wat rondjes te hardlopen. Op vakantie altijd lastig, want het zou niet de eerste keer zijn dat ik in een vreemde stad niet meer wist waar ik precies was. Maar hier hadden we een park in de buurt met mooie uitgezette loop- en fietsroutes. Keurig aangegeven in meters en kilometers en niet in yards en miles. Ze hebben dus niet álles van Engeland overgenomen. Het verblijf in Melbourne zit er nu op. Morgen reizen we naar Sydney. Daarover dus later. De tweede Melbourne-etappe staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157713247376678

Melbourne (1)

21 februari 2020

De huurauto, die we hadden voor Ocean Grove, hebben we in Melbourne meteen ingeleverd. Behalve in het verkeer vaststaan kan je er eigenlijk weinig met een auto. Om nog maar te zwijgen over het parkeren. In plaats daarvan is er een uitgebreid en frequent netwerk van bussen, trams en lokale treinen. Je krijgt op zo’n eerste ochtend meteen al een stemming van “Melbourne, here we come”, maar het heeft die hele woensdagochtend geplensd, zodat we nog even geduldig moesten wachten. Maar na de middag klaarde het op en konden we de deur uit. Melbourne is bekend om zijn uitbundige street art. Het geklieder van weleer is hier tot kunst verheven en er is zelfs een street art tour voor ontworpen. Alle ‘kunstwerken’ zijn in principe tijdelijk, omdat iedereen er weer naar eigen inzicht overheen mag schilderen. Dat leidt op ooghoogte toch weer tot geklieder, maar op de wat hogere muren is nog veel fraais te zien.

Er wordt, althans in de binnenstad, sowieso veel aandacht besteed aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Je mag hier niet zomaar een gebouw neerzetten, tenzij je ook nog iets doet aan wat je ‘architectonische’ waarde zou kunnen noemen. En zo hebben veel gebouwen vreemde vormen en veelkleurige gevels, maar over de smaak ervan, dan wel het gebrek eraan, kan je natuurlijk twisten. Over hoogbouw doen ze hier niet moeilijk. Gebouwen van 50 verdiepingen of meer in de binnenstad zijn heel gewoon. Eigenlijk vreemd in een land dat zo ontzettend veel lege ruimte heeft en dus niet op een vierkante meter hoeft te beknibbelen. Maar in de economie is er een wetmatigheid, dat je degenen met wie je zaken doet zoveel mogelijk in de buurt moet hebben. Vandaar dat alles dat er economisch een beetje toe doet op een kluitje zit.

Dat alles leidt tot een mooie mix van moderne hoogbouw met de oudere Victoriaanse bouwstijl. Die laatste vaak prachtig opgeknapt en omgebouwd tot mooie winkelgalerijen met kleine terrasjes. Soms ook minder opgeknapt, maar dan weer dankbaar aangegrepen door de street artists. Vrijdagmiddag een bezoek gebracht aan de zg. NGV, de National Gallery of Victoria. Een enorm museum, met naast de vaste collectie nu ook een tentoonstelling van Keith Haring en Jean-Michel Basquiat. Twee New Yorkse kunstenaars, op jonge leeftijd bevriend geraakt, maar beiden al rond hun dertigste overleden. Destijds in de 80’er jaren met omstreden radicale ideeën, maar zoals het vaak gaat, werd na hun dood hun werk in officiële kringen niet alleen algemeen geaccepteerd, maar ook uitgebreid geëxposeerd in niet de minste musea.

De eerste paar dagen in Melbourne zitten erop. We zijn bijna gewend aan het 10-urige tijdverschil. Het weer begint na al die plensbuien op te knappen en Marcel begint zaterdag aan zijn zwemtoernooi. Daarvan later verslag. De eerste Melbourne-dagen staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157713195071131