IJsselmeerkust

18 december 2019

Dat Amsterdam druk is, dat weten we zo langzamerhand wel. Maar zodra je zo’n vijf kilometer van het centrum de Ring-Noord bent overgestoken, houdt de Randstad op en begint het Noord-Hollandse polderland. Wel is er eerst nog Volendam, dat je eigenlijk met een beetje goede wil ook nog wel tot Amsterdam en dus tot de Randstad zou kunnen rekenen. Want je ziet er zelfs in december meer Aziatische toeristen, dan autochtonen. In Volendam hoor je vis te eten, vond ik, en dus kocht ik er een broodje makreel, een van mijn favoriete snacks. Je kan je natuurlijk afvragen of die makreel eigenlijk wel Volendams is, want voor hetzelfde geld komen ze ergens van de Noord-Atlantische oceaan. Maar het gaat natuurlijk om het idee, dat hier graag in stand wordt gehouden. Na één hap ervan werd ik van een flink stuk makreel afgeholpen door een grote meeuw, die met een precieze duikvlucht heel behendig een stuk vis van het brood afpakte. Net toen ik van de schrik bekomen was en me begon af te vragen of ik – om reden van een mogelijke besmetting – de rest nog wel zou kunnen opeten, had een andere meeuw de rest te pakken. Wég lekkere snack, dan dus maar gewoon koffie en appelgebak.

Terwijl je Volendam door al die toeristen nog wel tot de Randstad zou kunnen rekenen, houdt die boven Volendam écht op. Hier strak dunbevolkt polderland met weinig bomen, veel grasland en hier en daar een molen met wat boerderijen. Ik was natuurlijk wel eens via de A-7 naar het noorden gereden, maar nog nooit via de smalle IJsselmeer-kustweg, die je door dorpjes voert waar ik nog nooit van had gehoord en waar de tijd stil staat. En waar de toeristen ook nog niet zijn doorgedrongen. Tot even ten zuiden van Hoorn, waar ze de gevolgen van de klimaatverandering het hoofd bieden door een extra dijk aan te leggen en in de ruimte tussen de oude en de nieuwe dijk een stadsstrand aan te leggen. In de verte zie je de grote schouwburg, die er eerder uitziet als een kerncentrale of een grote koepelgevangenis. In Hoorn zelf was ik al wel eens geweest, zij het lang geleden. In mijn herinnering had het een prachtig centrum en dat werd deze keer weer bevestigd. Hoe het gebied er in deze korte decembermiddag uitziet staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157712335998471

Utrecht

11 december 2019

Utrecht, een stad waar ik niet echt een binding mee heb, maar waar ik met de trein wel vaak door kom of met de auto langs rijd. Het heeft al jaren een nieuw station, vermoedelijk het grootste van Nederland, maar de omgeving daarvan heb ik nog nauwelijks bekeken. Woensdag dus wel. En het is er wat mij betreft onherkenbaar veranderd. Temeer omdat je er vanuit de trein weinig van ziet. Want hoe mooi het station ook moge zijn, op perron-niveau vind ik het daar nog steeds een sombere ondergrondse bedoeling. Maar misschien komt dat nog. Eigenlijk vind ik dat ook van de bovengrondse hal. Hij is prachtig ontworpen, maar doe er dan wat warmer licht in.

Buiten hebben ze er – evenals in Den Haag – de omgeving volgebouwd met zoveel mogelijk grote kantoren. En gaan ze er – zo te zien – nog veel meer bouwen. Het grote glaspaleis van de Rabobank en het nieuwe stadhuis staan daar als kwartiermakers al belangrijk te zijn. Allemaal onderdeel van het streven – lijkt me zo – om het woon- werkverkeer zoveel mogelijk met het openbaar vervoer af te wikkelen. Én om daarnaast al die reizigers ook nog langs zoveel mogelijk winkels te geleiden. Het oude Hoog Catharijne was in verval geraakt en is nu vervangen door een enorme ‘shopping mall’ van Amerikaanse proporties. Commercieel handig ontworpen, want als je met de trein in Utrecht aankomt en je weet er niet echt de weg, word je bijna automatisch langs al die winkels geleid, voordat je in de stad belandt.

Maar al met al vind ik dat het er prachtig gaat uitzien en dat Utrecht, evenals veel andere plaatsen in Nederland, er wat betreft kwaliteit van openbare ruimte erop vooruitgaat. Hoewel smaken verschillen natuurlijk. Voor de oude stad was weinig tijd meer, omdat het in december vroeg donker is. Wel zagen we nog de onzichtbare Domtoren compleet bedekt met steigerwerk. De toren wordt flink onder handen genomen en zal zich pas in 2023 weer laten zien. We moeten in de komende jaren – maar dan in de zomer – dat uitstapje dus nog maar eens opnieuw gaan doen. Niet alleen om de gerenoveerde toren te zien en te beklimmen, maar ook het helemaal afgemaakte ‘Manhattan’ rond het station nog eens te bekijken. De 2019-impressie staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157712213415466

Amsterdam Light Festival

4 december 2019

De donkere dagen (voor Kerstmis) beginnen in Amsterdam al aan het eind van de zomer. In september liggen de eerste pepernoten al in de winkel en in oktober gaat de kerstverlichting aan in de winkelstraten. Dat is meestal aanleiding voor enige maatschappelijke onrust onder degenen die vinden dat je pas pepernoten mag eten als de Sint ín het land is. En de kerstversiering pas aan mag als de Sint weer úit het land is. December is sowieso niet mijn favoriete seizoen, maar ik moet zeggen dat de stad er alles aan doet om het op straat een beetje gezellig te maken. Voor degenen die daarvan houden tenminste. En het gaat hier helemaal los als het ‘Amsterdam Light Festival’ begint.

Het wordt altijd met veel bombarie aangekondigd, maar als het eenmaal zover is, valt het toch een beetje tegen vergeleken met de toch wel meer smaakvolle overvloed van licht elders in de stad. Er zijn wel een paar aardige dingen, daar niet van, maar het geheel steekt toch wel magertjes af bij Glow in Eindhoven, het jaarlijkse feestje van Philips aldaar in november. Ik begrijp al helemaal niet waarom het hier een ‘festival’ wordt genoemd. Misschien bedoelen ze een commercieel festival, want dat is het wel. Je kunt voor € 22.50 een rondvaart langs de ‘objecten’ maken, en de boten zitten vol en varen elke dag in een file. Maar op straat kan je natuurlijk ook kijken en hoe de stad er met zijn festival in het donkere seizoen bij ligt staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157712102814953

Tour de Ville

3 december 2019

Vroeger woonde ik in Delft en daar had ik bovenburen, met wie ik intensief omging. Totdat zij in 1987 naar Brussel vertrokken en we elkaar uit het oog zijn verloren. Maar vorige maand doken ze plotseling op in Amsterdam met de bedoeling om hier als pensionado’s te gaan wonen, waarmee het contact weer werd hersteld. Besmet geraakt met het Brussels jargon, werd ik bij hen thuis uitgenodigd voor een plat du jour. De meer dan dertig jaar is die avond verbaal overbrugd. Verder bleek dat ze Amsterdam nog moesten ontdekken en we hebben dus een Tour de Ville afgesproken, die afgelopen dinsdag is gemaakt. Geen grachtengordel of andere toeristische hot spots, maar dingen, die nog niet op hun netvlies stonden: de Houthavens en het NDSM-terrein. Als illustratie dat de stad niet alleen een museum is, maar zich volop ontwikkelt. Vorig jaar was ik ook al eens in de Houthavens, dus was na een vol jaar zelf ook wel benieuwd hoe die nieuwe wijk in aanbouw er nu bij ligt. Het is inderdaad een wijk met hoge prijskaartjes. Maar het is nog lang niet af en er moeten nog veel meer woningen worden gerealiseerd. Want zo werkt dat met dure huizen: die worden niet gewoon ‘gebouwd’, maar ‘gerealiseerd’, zodat het best een beetje meer mag kosten. Vanaf de Houthavens kan je met de pont naar het NDSM-terrein. Iets wat bijdroeg aan het vakantiegevoel van mijn Brusselse gasten. Want een pont, die hadden ze in Brussel niet. Ook bij NDSM was ik vaker, maar het is altijd leuk om terug te komen. Voor hen heel verrassend, want Amsterdam stond toch heel anders op het netvlies. Het apéritif is genoten in ‘Pllek’, een uitspanning met zijn voorname hoofdingang. Twee bootreisje verder belandden we in het filmmuseum EYE, waar de dag is afgesloten met een etentje, met uitzicht op het scheepvaartverkeer van en naar de havens. En toen werd het helemáál vakantie. Zelfs zó, dat ze het gevoel kregen nog een hele vliegreis van huis te zijn. In werkelijkheid een bootreisje en kwartiertje met de tram. Een erg geslaagde dag dus. En ik realiseerde me weer eens dat we in een erg mooie stad wonen, iets wat we maar al te vaak als vanzelfsprekend aannemen. Hoe mooi, dat staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157712089790581

Artis

30 november 2019

Artis: heel dichtbij, omdat de hoofdingang nog geen honderd meter van huis ligt. Ik heb bovendien een abonnement, maar desondanks kom ik er zelden. Er zijn verderaf gelegen plaatsen in de wereld waar ik vaker kom. Toch zingt het idee om weer eens naar Artis te gaan voortdurend in mijn hoofd rond, maar elke keer is er weer een reden om het naar de volgende week uit te stellen. Tot zaterdag, toen het licht zó mooi was en ik het idee maar eens heb aangepakt. Je kan op twee manieren naar Artis kijken. Het is prachtig, fotogeniek en ook heel educatief, alleen al te zien aan het feit dat kinderen er buitengewoon veel plezier aan beleven. Maar aan de andere kant: hoe kun je eigenlijk dieren uit een veelal tropische habitat halen, om hier in de winterkou op enkele vierkante meters hun leven te laten slijten? Ik heb zaterdag vooral gelet op de tijdbesteding van de dieren. Ze houden zich hoofdzakelijk bezig met eten, vervolgens zichzelf en elkaar schoonmaken en dan rondjes lopen in de hun toegemeten ruimte. En dat de hele rest van hun leven. Aan het publiek lijken ze inmiddels gewend. Ze gaan gewoon door met hun ding en keuren ons geen blik waardig. Andersom dus wel, afgaand op de duizenden foto’s die door het publiek worden gemaakt. Inclusief de mijne op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157712033730538

Het IJ

20 november 2019

Na twee weken regen werd het ineens mooi weer en zouden we maar weer eens een fotosafari maken. De bedoeling was deze keer om nog eens naar de Houthavens te gaan. Daar waren we een jaar geleden ook al geweest, maar we waren benieuwd hoe die wijk in aanbouw er nu bij ligt. Bovendien zouden we deze keer – ook al door het mooie weer – er helemaal naartoe lopen. Want je weet nooit wat er onderweg nog te zien is. Eigenlijk is dat vragen om het risico dat je de beoogde eindbestemming nooit haalt. En dat gebeurde dus ook. Het begon al bij de Zuiderkerk en de Geldersekade. Daar waren de waterspiegels en het fraaie licht zó mooi dat we er veel te lang zijn blijven hangen. En dan, verderop, het nieuwe Paleis van Justitie aan het water. Vaak langs gekomen, met de auto nog wel, maar nooit er een kijkje genomen. Deze keer dus wel, me verbazend over de vormgeving en architectuur van dat gebouwencomplex. Hoe anders wordt er nu gebouwd dan in die treurige 80’er jaren….!

Uiteindelijk hebben we de Houthavens nog wel gehaald, maar toen begon het al te schemeren. Aan de waterkant is een knots van een hotel gebouwd. Zonder al te veel klandizie nog, zo te zien, maar je kan je zo voorstellen hoe je daar over tien, twintig jaar uitkijkt over het huidige NDSM-terrein, dat dan ongetwijfeld zal zijn volgebouwd met wolkenkrabbers. Maar het toetje van de dag was nog wel het voormalige REM-eiland. Dat lag in 1964 in de Noordzee en vandaar werden toen de eerste commerciële TV-uitzendingen verzorgd onder de naam ‘TV-Noordzee’. Nu als restaurant aangemeerd aan de Houthavens en vandaar konden we in het schemer nog over het IJ uitkijken. Bij mooi daglicht beslist nog maar eens terugkomen dus. En misschien er wel een hapje eten. De foto’s van vandaag staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157711883169456

De Nieuwe Ooster

6 november 2019

We hadden woensdag een begrafenis op de Nieuwe Ooster, de grote begraafplaats in het oostelijk deel van Amsterdam. Het is met afstand de grootste en mooiste begraafplaats van de stad. Nu kom ik er gelukkig (nog) niet zo vaak. Nog niet, maar inmiddels leef ik in een bos, waarin – zij het nog langzaam – wordt gekapt. Die uitspraak deed mijn vader ooit, en die uitspraak is altijd in mijn geheugen blijven staan. Dat er nu een van die bomen is omgevallen was de aanleiding voor het bezoek aan de Nieuwe Ooster. En nu we er toch waren is meteen maar even van de gelegenheid gebruik gemaakt om na afloop van de ontvangst er eens wat rond te lopen.

De herfst, vooral op zo’n mooie zonnige dag als woensdag, is eigenlijk het ideale seizoen om begraven te worden. Maar meestal heb je dat niet voor het zeggen. Behalve als je je overlijden van tevoren bepaalt, zoals dat het geval was bij de overledene in kwestie. Euthanasie was tot dusver iets ver van mijn bed. Je leest er af en toe wat over, het komt soms in het nieuws, dus kun je je er een mening over vormen. Maar deze keer was ik indirect betrokken en wist van tevoren wat er zou komen. We hebben daags voor het overlijden aan de keukentafel nog afscheid van haar genomen. Moeilijk, omdat bij het weggaan je eigen vocabulaire tekortschiet. Al met al heeft het me behoorlijk beziggehouden. Hulde voor de professionals die beroepsmatig zijn betrokken en die elke keer weer die moeilijke afwegingen moeten maken.

De Nieuwe Ooster is – anders dan veel andere kerkhoven – een veelzijdige begraafplaats. Met uiteenlopende rituelen, talen en culturen. En uiteenlopende afmetingen en uitbundigheid van grafmonumenten. Blijkbaar hebben sommigen ook de gewoonte om al de namen van de nog levenden te vermelden, als illustratie dat voor hen al een mooi plaatsje is gereserveerd. En passant is – niet ver daarvandaan – ook nog even het park en paviljoen Frankendael bezocht. Een van de grootste groenstroken van de stad, maar zelfs na 26 jaar moet ik bekennen dat ik er nog nooit echt was geweest. Behalve dan die ene keer, zo’n 15 jaar geleden, toen ik in dat paviljoen een vergadering had, maar toen niet verder ben gekomen dan het paviljoen zelf. Samen met de Nieuwe Ooster veel groen dus en dat allemaal binnen de Ring van Amsterdam. Dat vele groen is vastgelegd op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157711696766916

Castricum – Zandvoort

30 oktober 2019

Ineens waren er na al die regen weer eens een paar mooie dagen en een ideale dag om – misschien wel voor het laatst dit jaar – er nog maar eens met de fiets op uit te trekken voor een foto-safari. Deze keer begonnen bij het treinstation van Castricum en wie weet op welk station het zou eindigen. Meestal schiet dat fotosafari-fietsen niet erg op, omdat er onderweg – als je goed kijkt – veel te zien is. De zuivering van het drinkwater bijvoorbeeld. We nemen maar als vanzelf aan dat er schoon water uit de kraan komt, maar daar gaat blijkbaar een heel proces aan vooraf. Grote hoeveelheden half gezuiverd water borrelen hier uit een leiding vanuit het noorden van de provincie en verder in de duinen ondergaat dat water een natuurlijk zuiveringsproces. Geen wonder dat ze hier erg kien zijn op natuurbeheer, want je mag hier niet zomaar overal lopen, laat staan afval achterlaten. Je moet wel uitkijken voor de stieren, die her en der langs de weg liggen, maar als je voorzichtig doet, keuren ze je geen blik waardig.

Verderop ligt het strand van Heemskerk, een van de meest uitgestrekte, leegste en schoonste stranden die ik in Nederland ooit heb gezien. Onderweg besloten om naar Zandvoort door te fietsen, door de duinen via Bloemendaal langs het circuit. Dat had ik ook nog nooit gezien: een rommelig terrein, omgeven door veel caravans en er werd al volop gewerkt om het voor volgend jaar F1-proof te krijgen. Het drinkwater zal er wel niet onder lijden, moeten we dan maar hopen. Het einddoel Zandvoort bleek uiteindelijk toch een tikkeltje ambitieus, omdat we bijna in het donker aankwamen en ik bovendien de kou flink heb onderschat. Denken dat het nog zomer is, niet al te dik aangekleed, zonder handschoenen, kwamen we verkleumd aan, nog niet eens in staat om met verstijfde vingers met een sleuteltje de fiets op slot te zetten. Maar wel een mooie dag geweest en in een bijna leeg eethuisje opgewarmd en nog een pizza gegeten. Met de foto’s op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157711635229853

IJmond

23 oktober 2019

Hoewel de weersvoorspellingen slecht waren, hebben we het oorspronkelijke plan om naar Wijk aan Zee te gaan toch maar doorgezet. Mijn optimistische natuur, gevoed door een klein lichtpuntje op de Buienradar, zei me dat het allemaal wel goed zou komen met het weer. Het tegendeel bleek het geval en het is eigenlijk niet meer gestopt met regenen. Van die vettige motregen nog wel, die op Buienradar onzichtbaar schijnt te zijn. Wijk aan Zee is eigenlijk niet meer dan één groot gazon, omgeven door een rijtje huizen, tegen de achtergrond van wat vroeger Hoogovens heette. Nogal negatief in het nieuws de laatste tijd, door de neerslag van grafietregen en het feit dat de fabriek meer lood uitstoot dan het hele Nederlandse autoverkeer bij elkaar. Heel recent ook nog door de grote bezuinigingen en zelfs ontslagrondes die de fabriek, en dus het dorp boven het hoofd hangen.

Je kunt vanuit het dorp door een klein parkje het complex bekijken en door de regen ziet het er allemaal nog extra troosteloos uit. De bedoeling was natuurlijk om er ook een fotoserie van te maken, maar dat mislukte grotendeels. Hoewel het in beeld brengen van troosteloosheid een genre op zich is. In de week daarna was het weer een stuk beter en hebben we het uitstapje nog een herkansing gegeven en het nog eens dunnetjes overgedaan. Nu niet naar Wijk aan Zee, maar vanaf IJmuiden kan je het hele complex eigenlijk nog veel beter bekijken. Hier een orgie van staal, roest, erts, afval, rook en ook CO2, want op dit relatief kleine stukje grond blijkt wel even 6% van ’s lands CO2-uitstoot te worden gerealiseerd. Ernaast het nieuwe sluizencomplex in aanbouw, dat in 2022 klaar is en dan is de ‘Port of Amsterdam’ ook klaar om nóg grotere containerschepen te accommoderen. En – wie weet – ook nog grotere cruiseschepen, met nóg meer toeristen. Indrukwekkend dagje, vond ik, en de fotoserie staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157711540623547

Wim Crouwel

18 oktober 2019

In het Stedelijk Museum was een expositie over Wim Crouwel, die in de 60’er en 70’er jaren half Nederland van een huisstijl heeft voorzien. Het ontwerp van postzegels, telefoongidsen en zelfs de rugnummers van de spelers van het Nederlands elftal waren van zijn hand. Huisstijlen, en vooral de consequent doorgevoerde lettertypes en kleurstellingen worden bedrijven en instellingen belangrijk gevonden vanwege de herkenbaarheid. Wim Crouwel was overigens niet onomstreden en zijn ontwerpen werden door velen lelijk gevonden, en eigenlijk door mij ook. Hij heeft zelfs een eigen alfabet ontworpen, maar vanwege de onleesbaarheid daarvan heeft het dat nooit echt gehaald. Maar wat mij aansprak was de manier waarop hij al zijn ontwerpen baseerde: alles moest perfect passen op een ‘grid’ een soort ruitjespapier en hij was niet bereid daarvan af te wijken. Ondanks dat alles heeft hij een grote stempel gedrukt op het aanzien van Nederland in die tijd. Wim zou graag bij de opening op 28 september jl. zijn geweest, ware het niet dat hij kort daarvoor op 19 september is overleden. Bijgaande fotoserie geeft een aantal voorbeelden van zijn ontwerpen, evenals enkele impressie van het museum zelf:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157711447952908