Brussel

23 september 2021

Toen ik nog werkte kwam ik geregeld in Brussel. Maar sinds ik ambteloos burger ben, ben ik er, behalve er met de auto langs gereden op weg naar verdere oorden, nooit meer geweest. Tot afgelopen donderdag, toen ik mijn vroegere Schiphol-collega Joop opzocht. Ik had hem al jaren niet meer gezien en hij bleek in Brussel te wonen. Meteen al bij het verlaten van station Brussel-Noord viel me op hoe de stad is veranderd in de laatste zeven jaar. Dat station, in mijn herinnering een no-go area met een grauwe uitstraling, was onherkenbaar veranderd in mooie perrons, een fraaie stationshal en een voorname uitgang naar een ook onherkenbaar stadsdeel. Wolkenkrabbers zetten hier de toon en ze zijn er ook nog lang niet uitgebouwd. Joop woont in een van die gebouwen op de 40e verdieping, en vanaf die hoogte bekijk je de stad toch net weer wat anders dan vanaf het maaiveld.

De woonwijk ligt iets ten westen van het station, aan de rand van het gebied ‘Tour en Taxis’. Een wat verwarrende naam, omdat ik – toen ik de naam voor het eerst hoorde – dacht dat het hier om het organiseren van vervoer zou gaan. In werkelijkheid is het een vroeger industrieel terrein rond het voormalige Gare Maritime. Een enorm gebied, duidelijk in transitie. Het leuke ervan is dat je niet alleen de delen ziet die al af zijn, maar ook nog de oude vervallen delen die ooit nog wat moeten worden. Vooral het enorme Koninklijke Pakhuis is fraai gerestaureerd en is nu het thuis van allerlei activiteiten en evenementen. Het werd een gezellige dag, veel bijpraten bij Belgische biertjes over niet alleen het vroeger, maar ook over het nu. Ik moest mijn best doen om me ook nog te bedenken dat ik een fotoserie wilde maken. Want tenslotte kom je niet elke dag in Brussel. Die serie staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719926324616

’s Hertogenbosch

22 september 2021

Brabant: elke keer als ik er kom, blijkt dat er toch nog wel een ruim stuk van mijn hart voor die provincie is overgebleven. Ondanks dat ik er al 45 jaar weg ben. Vooral op zo’n mooie dag als woensdag, toen ik in Den Bosch op bezoek was bij Kees, met wie ik al minstens zo’n lange vriendschap onderhoud. Het leek wel of heel de stad was neergestreken op de terrassen. De stad ademt één en al gemoedelijkheid, vooral als ik dan ook nog overal de kreet ‘houdoe’ hoor als mensen, al is het nog zo kortstondig, afscheid van elkaar nemen. Ja…., ik hoor de tegenwerpingen al: “zo heel gemoedelijk is het daar nou ook weer niet, als je in aanmerking neemt dat diezelfde provincie inmiddels het epicentrum van de drugscriminaliteit is geworden”. Klopt, maar dat is hoofdzakelijk ondergronds en niets weerhoudt me ervan om toch maar van die bovengrondse gemoedelijkheid te genieten. Behalve lunchen op een van die terrassen, maken we een wandeling door de stad. Langs de Binnendieze bijvoorbeeld, een klein ondergronds riviertje, dat de stad nog eens fraai accentueert.

Totdat we aankwamen bij de Parade, wat mij betreft eigenlijk een van de mooiere pleinen van Nederland. Maar de kastanjebomen daar leden al jaren aan een of andere ziekte en zijn nu uiteindelijk allemaal gerooid. Wat overblijft zijn een aantal ronde gaten, gevuld met verse aarde, waar ooit weer nieuwe bomen moeten komen. Tot overmaat van ramp wordt nu ook het theater aan dat plein gesloopt en in plaats daarvan staan nu een paar lelijke bouwketen. Wat rest van het plein is een onafzienbare lege vlakte, onherkenbaar veranderd. Alleen de Sint-Jan staat daar nog mooi, maar nu wel eenzaam te zijn, hoewel de kerk gezelschap heeft gekregen van een aantal terrassen, die daar tegen de gevel zijn aangeplakt, zo lijkt het wel. Om aan te geven dat het plein nog niet helemáál dood is. Maar binnen in de kathedraal is al jarenlang alles hetzelfde. Het is er rustig en sereen en ademt de sfeer van het Brabants katholicisme. Misschien ook niet altijd zo gemoedelijk, maar het is wél jeugdsentiment, zullen we maar zeggen. Er is ook een fotoserie gekomen, die staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719914825841

Sugar City

14 september 2021

Een héél mooi voorbeeld van industrieel erfgoed is Sugar City, in Halfweg, halverwege Amsterdam en Haarlem. Daar heeft zo’n 130 jaar een suikerfabriek gestaan, mooi aan het water, zodat de suikerbieten uit het hele land per schip konden worden aangevoerd. Het ging daar zó goed dat er in de 60’er jaren twee grote suikersilo’s bijgekomen zijn. Maar in de 90’er jaren is de fabriek toch gesloten. De silo’s zijn nu omgebouwd tot een iconisch kantorencomplex en het leuke van het geheel is dat de fabrieken in hun oude glorie zijn blijven staan en daar heel elegant staan weg te roesten. Ik vind de combinatie van wegroestende en gerenoveerde bouwsels heel fotogeniek, maar vraag me toch af of dat roest ook ooit niet nog eens wordt aangepakt.

Het complex staat pal naast het nieuwe treinstation Halfweg-Zwanenburg. Op weg naar Zandvoort er vaak met de trein langs gekomen, gestopt zelfs, maar het station zelf nooit een blik waardig gekeurd. Vandaag dus wel, want ik was er met René op de fiets en dat betekent pensionado-tempo. Daardoor alle tijd om ook het station te bekijken. Het ziet er strak-modern uit, en zijn felle kleuren in het zonlicht en de ligging naast Sugar City met de in de verte de opdoemende duinen maken het station tot een fotogeniek geheel. En het weer werkte daarbij ook mee, want anders hadden we dat fietstochtje natuurlijk ook niet gemaakt.

Spaarnwoude was het volgende doel van de fietstocht, maar dat bleek toch wat ambitieus ver weg, dus dat is dan maar iets voor de volgende keer. Vanaf Halfweg richting Spaarnwoude was het vooral polderland. Altijd veel vogels, ook een groepje lepelaars en zelfs een verdwaalde schildpad. En de vele vliegtuigen hier waren natuurlijk ook nog steeds interessante dingen, want die afwijking, opgelopen tijdens mijn werkzame leven, heb ik eigenlijk nooit helemaal kunnen afleren. Terug ging het door het westelijk havengebied. Wat betreft natuurschoon troosteloos, maar zelfs hier doen ze moeite om die grote olietanks nog een beetje op te fleuren. De fotoserie van wat onderweg allemaal was te zien staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719880193103

Zandvoort

8 september 2021

Zandvoort, the day after. Of eigenlijk three days after. Van de Formule-1 is weinig meer te merken. Behalve op het treinstation, dat er een extra perron had bijgekregen. En behalve de expositie van (niet bepaald race-) auto’s op de boulevard. Maar daar kwamen we niet voor. We kwamen voor het strand. Op 8 september, naar ik vanochtend hoorde, op de warmste dag sinds eind juni. Dat zegt genoeg over de zomer van 2021, lijkt me zo. Het was meteen onze beste stranddag van het hele seizoen, feestelijk afgesloten op onze favoriete uithangplek Fosfor met een uitgebreid etentje in de nog warme avond. Alleen ontzettend jammer dat ik mijn camera niet bij me had. Want er was, behalve die auto’s wel het nodige aan fauna te zien op het strand.

Maar dan is er altijd nog het mobieltje, waar vrijwel de hele wereldbevolking mee schijnt te fotograferen. Dus dat moest ik ook kunnen. Meteen dus maar een fotografisch experiment. Kijken of je ermee kunt wat je met een echte camera kan. Sommige foto’s zijn best aardig, maar je moet uitkijken met inzoomen en uitvergroten. Dan wordt het al snel beneden de maat. Zorgen dus dat je met de neus op het te fotograferen object staat, tenzij het echt de bedoeling is om landschapsfoto’s te maken. En halverwege de dag was ook de batterij van het mobieltje ineens leeg en moest het fotografische experiment vroegtijdig ophouden. Volgende keer toch maar weer de echte camera meenemen. Al met al is er geen onaardige serie gekomen, al was het maar als herinnering aan deze toch wel bijzondere dag. Kijk zelf maar op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719801127161