Twente

28 mei 2021

Twente, de regio waar ik in mijn jeugd een dikke tien jaar heb gewoond. Een deel van de familie is er blijven hangen, het andere deel, waaronder ikzelf, is uitgewaaierd naar andere streken. Ik was er – mede door corona – al een tijdje niet meer geweest, maar nu was het moment daar voor een bezoekje aan broer Frans en zijn vrouw Ellen in Hengelo. Meteen een mooie aanleiding om eens wat jeugdsentiment op te snuiven. En dat ligt daar overal voor het oprapen. Om te beginnen in Oldenzaal, waar ik de hele middelbare schooltijd heb doorlopen. De school werd bestierd door de paters Carmelieten. Een deel van de leerlingen zat daar in het internaat, maar ik overbrugde elke dag de afstand vanuit Tubbergen met de fiets. Nog steeds heeft de voorgevel niets van de vrome uitstraling van destijds verloren. Zelfs het fraaie interieur is na bijna zestig jaar nog steeds behouden. Oldenzaal is de kleinste, maar wat mij betreft ook de mooiste, van de vier steden in Twente.

Dichtbij ligt het vliegveld Twente. Ook daar ligt weliswaar geen echt jeugdsentiment, maar eerder wat meer recent sentiment. Dat vliegveld zou, na het vertrek van de militairen, uitgroeien tot een echte luchthaven. Ik heb me daar in de laatste jaren van mijn werkzame leven wat tegenaan bemoeid en kwam in een rapport tot de conclusie dat die ontwikkelingskansen wel heel erg klein waren. Dat is me niet in dank afgenomen door het lokale bedrijfsleven, maar na een hoop politiek getouwtrek is die echte luchthaven is er toch niet gekomen. Nu staan er wat vliegtuigen geparkeerd, door corona tijdelijk overbodig geworden, en op het vliegveld is het goedkoper parkeren dan op hun eigen thuisbasis.

Twente is van oudsher een mix van industrie- en landbouwgebied. De industrie is eigenlijk meer industrieel erfgoed geworden. In Hengelo is daarvan nog veel te zien in, onder meer, het Tuindorp. Daar zat de machinefabriek Stork. Destijds werkten veel mensen hun hele leven voor dezelfde werkgever en de firma had – sociaal als die was – daarvoor een hele woonwijk gebouwd bij de fabriekscomplexen. De fabrieksbazen woonden er natuurlijk niet, maar die hadden elders wat grotere onderkomens. Tegenwoordig een fraaie en populaire woonwijk. Ondanks dat die luchthaven er nooit is gekomen gaat het met Twente bepaald niet slecht. En een bezoekje waard, ook als je er geen familie hebt. En hoe kun je een bezoek aan Twente dan ook beter afblussen dan met een lekkere lokale wijn. Met dank aan Frans en Ellen..! Foto’s zijn er ook gemaakt. Die staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719308089684

Zandvoort

21 mei 2021

Storm: na al dat slechte weer van de afgelopen tijd kon dat er ook nog wel bij. Een mooie gelegenheid om afgelopen vrijdag eens naar Zandvoort te gaan, voor de eerste keer dit jaar. Niet voor een frisse duik of om op het strand te gaan liggen, maar wel om dik gekleed eens te kijken hoe het strand en onze favoriete strandtent Fosfor er in zo’n storm bij liggen. De wandeling naar Fosfor vanaf het parkeerterrein van een klein uurtje, recht tegen te wind in had meer weg van leunen tegen die wind met het gevoel een trap op te lopen. En daar, beschut achter glas, als beloning zouden we onszelf trakteren op koffie met cheese-cake. Alleen al om daar te zitten zou een sensatie op zich zijn, want voor de eerste keer zouden we voelen hoe het ook al weer was om eens op een terras te zitten.

Maar Fosfor was wegens gebrek aan klandizie dicht, cheese-cake was er ook niet, maar ze wilden nog wel koffie zetten, toen ze zagen in welke conditie we daar aankwamen. Heel aardig van ze en het is dus niet voor niks onze favoriete strandtent geworden. Het was dus bepaald geen strandweer, maar bepaald wél surfweer. Tenminste als je er wat van kunt. En dat konden ze, want de crème de la crème van het surfwereldje was er zo te zien, allemaal blij dat het eindelijk eens fatsoenlijk surfweer was. Zelfs de fotografen waren er blij mee, want zulke plaatjes schiet je niet elke dag. Kijk maar op het serietje, dat staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719257392047

Maasvlakte

20 mei 2021

De fietsclub, die nu al 40 jaar bestaat, leidde ons vanaf Rijswijk, via de kust, naar de Maasvlakte. Je komt er vanaf Hoek van Holland met een bootje, die je op de ‘vlakte’ afzet. Meteen een andere wereld. Voor de meesten een troosteloos oord, zonder groen. Maar voor de liefhebbers ervan, en dat zijn we, heel fraai om er te fietsen en ons als emeritaat-economen te verbazen over het enorme economische complex dat daar is verrezen. En om eens een keer heel iets anders te zien dan wat de toeristenfolders ons voorschotelen. En aan het eind van ‘de vlakte’ via een brug sta je ineens op het ‘oude land’ in het vestingstadje Brielle. Maar we beschouwden het tochtje ook als het 40-jarig jubileumtochtje. Want onderweg werden er veel oude herinneringen opgehaald, die zijn vastgelegd in een (foto- en tekst)boek, dat in deze dagen ook nog is geproduceerd. Een verkorte versie van de inleiding in het boek, met een beschrijving van wie en wat de club in al die jaren is geweest, is hieronder cursief weergegeven. De indruk van de Maasvlakte staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719317129589

De fietsclub bestaat in dit voorjaar 40 jaar. De club is klein en timmert niet aan de weg. De ledenlijst laat zich in één zin samenvatten: Peter, Liesbeth, Chrit, Flor, Adriaan, Harrie en Jan. We leerden elkaar kennen als studenten in Tilburg, aan het begin van de 70’er jaren. Gefietst werd er toen nog niet, maar wel tot diep in de nacht bij veel bier over fietsen gepraat. Medio jaren ‘70 gingen onze wegen uiteen lopen. We zijn vanuit Tilburg naar de Randstad uitgewaaierd.. Peter, Liesbeth, Chrit, Flor en Adriaan zijn terecht gekomen in de Haagse agglomeratie en Jan in Amsterdam. Alleen Harrie is in Tilburg blijven wonen. Sommigen van ons kwamen elkaar rond 1980 – min of meer toevallig – weer als collega’s tegen op het Haagse Centraal Planbureau (CPB). Daar werden de maandagse koffiepauzes onder meer gevuld met een diepgaande analyse van de professionele wielerkoersen van de voorgaande zondag. We beseften dat de interesse in het fietsen allerminst was verdwenen.

En dus besloten we om zelf maar eens een fiets te kopen en het stalen ros te beklimmen. Vroegere vrienden uit Tilburg kwamen erbij en zo is de fietsclub begin 1981 geboren. De oprichting had weinig om het lijf. Er is geen voorzitter en geen bestuur, er zijn geen statuten en er wordt niet vergaderd. Er zijn dus ook geen notulen, waar we ten behoeve van de geschiedschrijving op terug kunnen vallen. En als er al archieven zijn, zijn ze als losse verhaaltjes, e-mailtjes of foto’s verborgen in schoenendozen of opgeslagen, diep in de computers van de aangesloten leden. Of natuurlijk als herinneringen in onze hoofden. Bij de oprichting hadden we onze zinnen gezet op het rijden van de tourversie van Luik-Bastenaken-Luik. Onze eerste activiteiten bestonden dan ook, ter voorbereiding daarvan, uit trainingsrondjes in dat vroege voorjaar. We hebben, samen met nog een aantal CPB-medewerkers, op 1 mei 1981 die tocht onder apocalyptische weersomstandigheden verreden.

In de jaren die volgden bleef het accent liggen op het beklimmen van heuvels en ‘bergen’ hoofdzakelijk in Zuid-Limburg en de Ardennen, met af en toe eens een uitstapje naar Frankrijk. Meestal in de vorm van lange weekends, met partners. Maar aan het eind van de 80’er jaren doofden onze club-activiteiten langzaam uit, hoewel de fietsen af en toe toch meegingen op onze individuele vakanties. In de volgende vijftien jaren, pakweg tussen 1990 en 2005, waren er nauwelijks gezamenlijke fietsactiviteiten. Behalve dan dat we als vriendenclub bleven bestaan, elkaar opzochten en er op de achtergrond toch iets bleef bestaan als een gemeenschappelijke interesse in het fietsen. Ook het professionele fietsen werd nog gevolgd, als de betere stuurlui aan de wal. Totdat rond 2005 de oude ‘clubliefde’ weer wakker werd en er elk jaar in april door Peter en Liesbeth vanuit Voorschoten de inmiddels befaamde ‘rondjes-Bol’ door de bloeiende Bollenstreek werden georganiseerd.

En toen we toch weer eenmaal op de fiets zaten, konden we net zo goed later in het jaar ook nog wel wat tochtjes maken. Nu niet meer zozeer in de heuvelzones, maar in de vlakke Randstad of in Brabant, waar Harrie goed de weg weet. Met wisselende intensiteit en zonder planning reed de club door tot rond 2015. De vroegere Tilburgse studenten waren inmiddels pensionado’s geworden. Blijkbaar was dat aanleiding om de club weer nieuw leven in te blazen. Vanaf dat moment werd het zelfs een min of meer officiële club, met zoiets als een vergadering in januari. Dat was in de regel een dinertje bij een van de leden thuis, waar onder meer de plannen voor de rest van het jaar werden gemaakt. Dat kwam neer op een zestal tochten in Nederland, met een of twee keer zelfs een meerdaagse tocht. De geschiedenis van deze veertig jaren is in een (foto)boek samengevat. Bij de meesten van ons zullen herinneringen uit het onderbewuste naar boven komen. Zoete herinneringen, maar ook afzien bij hitte of slecht weer. Het hoorde er allemaal bij. Veertig jaar fietsen….waarvan akte..!

Centraal Station

13 mei 2021

De omgeving van het Centraal Station is één grote bouwput. Eigenlijk al sinds ik in Amsterdam woon. Maar het Oosterdokseiland nadert nu eindelijk zijn voltooiing. Behalve dan het hoofdkantoor van Booking.com, waarvan het laatste stukje gevel heel moeilijk schijnt te zijn. En vóór het station komt nog een enorme fietsenkelder, die een einde moet maken aan de fietsenchaos in de stad. Want zo langzamerhand is het moeilijker om je fiets te parkeren dan je auto. Maar net als je dan begint te denken dat het dan allemaal echt klaar is, staan er in het water naast het station ineens weer tientallen heipalen, kennelijk om er weer iets groots op te zetten dat daar nog gaat komen.

Zelfs het station is nog niet echt af, vind ik. Om te beginnen die voorgevel. Zo moeilijk moet het toch niet zijn om dat lelijke grijze paneel met de stationsnaam te vervangen door iets moois, in de stijl van architect Cuypers bijvoorbeeld. Want ze kúnnen het wel. De ‘wachtkamer eerste klas’ bijvoorbeeld, achter glas te bewonderen en fraai gerestaureerd. Bedoeld voor de koninklijke familie, als die ooit nog eens een keer met de trein gaan, wat ik trouwens nog niet zo snel zie gebeuren. Ook het plafond in de centrale hal heeft nog mooie details. Nu moet alleen die rubberen vloer nog weg. Het metrostation, met de Noord/Zuid-lijn geïntegreerd, is nu ook klaar en is helemaal ondergronds. Ze hebben er twintig jaar over gedaan, maar het is een bouwkundig huzarenstukje.

Ook achter het station is het nu helemaal af. Vroeger een tippelzone, annex drugsboulevard, waar een fatsoenlijk mens niet durfde te komen. Nu een fraaie passage met winkeltjes en het gaat daar zelfs op een luchthaven lijken. Met boven een groot busstation, en het doorgaande verkeer weggewerkt in een tunnel. Zo hoort het water er nu ook helemaal bij. Ook daar is het veel drukker geworden en ‘Noord’ begint nu ook tot de stad te behoren. Al met al een mooie aanleiding om er anno 2021 maar eens een serietje aan te wijden. Zie:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719252617967

Amsterdam

28 april 2021

De beperkingen die door corona worden opgelegd duren nu al meer dan een jaar. Ik ben inmiddels redelijk gewend geraakt aan dat nieuwe ritme en kan daarin ook wel berusten, in het besef dat het nou eenmaal niet anders is. Ik heb dan ook niet de neiging om opstandig te worden en zie zelfs wel een aantal positieve dingen aan dat nieuwe ritme. Maar toch is de wereld, heel onbewust, een beetje kleiner geworden. Ondanks af en toe eens een uitstapje in de regio, zijn er toch hele delen – zelfs delen van mijn eigen woonplaats Amsterdam – uit mijn systeem verdwenen. Dat is dus allemaal langzaam en ongemerkt gegaan, maar ik merkte het pas echt goed toen we vorige week op een zonnige ochtend langs de grachtengordel en door het Vondelpark naar de priklocatie fietsten. De grachtengordel en het Vondelpark…. die zijn er dus óók nog…! Hoe lang was ik daar al niet meer geweest?

En geleidelijk werd ik me ervan bewust dat dat nog voor veel meer stadsdelen geldt. En dan heb ik het nog niet eens over de bioscopen, cafés en restaurants, waar ik al bijna een jaar niet meer ben geweest.. Maar juist naar aanleiding van die plotselinge bewustwording vond ik het nodig om nu mijn eigen stad ook weer eens te herontdekken. En wat is daarvoor dan een mooier moment dan het ontluikende, hoewel nog wat koude, voorjaar. De stad is – zo te zien – volop in beweging en die koningsdag-supermaan kregen we aan het eind nog op de koop toe. Een buitenkansje, want we moeten nog 106 jaar tot de volgende wachten. Het Amsterdamse voorjaars foto-allegaartje staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719099032141

Kop van Noord-Holland

26 april 2021

Nadat we bij een eerder bezoekje aan de Bollenstreek met de fietsclub hadden geconcludeerd dat het bloemgebeuren langzaam naar de Noordoostpolder en de Kop van Noord-Holland aan het verhuizen is, is meteen maar eens de koe bij de horens gevat en is naar de Kop afgereisd. Nu niet met de fietsclub, maar deze keer met René en ook gewoon met de auto. Dat duldde geen uitstel, want er zijn eigenlijk maar een paar weken in het jaar dat je ze in volle glorie kunt bekijken. Eind april is eigenlijk al wat laat, maar door het koude voorjaar nu precies goed. Er is daar inderdaad veel meer ruimte en je hebt er bijna onafzienbare bloemenvelden. En ook een bijzonder gebied: vlak, dunbevolkt en weinig bomen, zodat je ook onafzienbaar ver kunt kijken. Daardoor lijkt het land nóg vlakker dan het toch al is. En het waait er dus ook altijd. Ik begin me bij dat soort tochtjes altijd af te vragen of ik er een beetje gelukkig zou kunnen wonen. En wat je daar allemaal zou kunnen doen.

Behalve bloementeelt is het hoofdzakelijk een landbouwgebied. Windturbines zijn er ook genoeg. Daar waar in de rest van Nederland de weerstand tegen die dingen groeit, lijkt men zich hier er al helemaal mee te hebben verzoend. En naarmate die dingen er langer staan worden ze vanzelf weer een soort erfgoed. Zou zomaar kunnen tenminste. En dan mogen ze over honderd jaar niet meer weg, als ze tegen die tijd iets intelligenters voor de energievoorziening hebben verzonnen. Aan het eind van het gebied ligt dan de kust, bij Julianadorp, net onder Den Helder. Daar ook onafzienbare stranden en een lange rij van 80 tot 100 strandhuisjes, in de aanloop naar de meivakantie al helemaal volgeboekt. We raken aan de praat met een van de huurders en nemen zelfs even een kijkje binnen. Eigenlijk kreeg ik een beetje medelijden, want echt strandweer wilde het niet worden. Maar voor 1400 euro zit je daar toch maar liefst een hele week. Toch fijn dat we na het zien van de nieuwe Bollenstreek en een lekkere strandwandeling naar huis konden en de verwarming konden aanzetten. Daar nog maar even opgezocht dat je er in het hoogseizoen een hele week kunt zitten voor 2293 euro. Slechts. De foto-impressie van het dagje staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719067325497

Bollenstreek

15 april 2021

Het stalen ros is weer eens van stal gehaald, heeft een servicebeurt ondergaan en was helemaal klaar voor de eerste tocht met de ‘fietsclub’. Die ‘fietsclub’ bestaat nu 40 jaar. Allemaal studiegenoten uit Tilburg, in de 70’er jaren afgestudeerd, later collega’s op de werkvloer in ‘het Haagse’ en nu pensionado’s. Meestal trappen we in april af met een ‘rondje Bol’, door de Bollenstreek dus. Maar die stond er dit jaar wat minder uitbundig dan gebruikelijk bij. We waren natuurlijk door het koude voorjaar eigenlijk ook nog iets te vroeg. Ook ontbraken de toeristen, maar dat scheen niet erg te zijn, want die banjeren toch maar door de tulpenvelden voor hun uitgebreide fotosessies. En tenslotte, misschien wel het belangrijkste, lagen veel bollenvelden braak en zullen dat vermoedelijk altijd blijven, tenzij ze iets anders met die grond gaan doen. Het is er eigenlijk te kleinschalig en niet meer rendabel. In de Kop van Noord-Holland is meer ruimte en het bloemgebeuren is dan ook langzaam daarheen aan het verschuiven. Misschien moeten we dat met ons ‘rondje Bol’ dan ook maar eens doen.

Toch was er nog veel moois te zien, ook al door de frisse, heldere en ‘Hollandse’ wolkenluchten. Vanaf Voorschoten door de Bollenstreek heen naar de Zilk en door de duinen via Noordwijk en Katwijk terug. Met dat duinenlandschap is iets bijzonders aan de hand, dat in Nederland weinig bekend is. Je zou het bijna niet geloven, maar hier lopen zóveel herten rond, dat het een plaag is. Ze hebben het hele duinlandschap kaal gevreten. Van de struiken is weinig meer over en ze hebben er dan ook al duizenden (!!!) moeten afschieten. Maar de kop van het fietsen is eraf, het voelde weer lekker, vooral nadat er vorig jaar, om de bekende redenen, weinig van fietsen terecht is gekomen. Foto’s zijn er ook, want ook al is het een fietsclub, fotograferen wordt er gewoon gedoogd. Het kleine serietje staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719022484117

Wijdemeren

8 april 2021

Wijdemeren: zo heet de gemeente aan de oostkant van de A-2, in de driehoek tussen Amsterdam, Utrecht en het Gooi. Aan de kaart te zien, krijg je de indruk dat de gemeente meer uit water dan uit land bestaat. Ik heb niet echt een binding met het gebied, dus ben ik er eigenlijk ook nog nooit echt goed geweest. Tot donderdag, toen we er maar eens een kijkje zijn gaan nemen. Want in de lock-down mag er dan misschien van alles niét, er mag toch ook nog heel veel wél. En dus ook dingen die je zonder lock-down misschien nooit zou hebben gedaan. Zo kom je dus nog eens ergens. Vanuit Amsterdam ben je er met de auto in een kwartiertje. In Ankeveen bijvoorbeeld, aan de rand van de Ankeveense Plassen. Bekend van de grote schaatstochten die hier gehouden worden, als er goed ijs ligt tenminste. In het dorp eventjes van de weg af en ineens is het stil en gaat de natuur zijn gang. In april zou die natuur al een flink stuk uit moeten lopen, maar dit voorjaar is koud en het loopt dan allemaal ook een beetje achter.

De schoonheid is er niet minder om. Want je kunt over smalle dijkpaden eigenlijk helemaal het meer oplopen en dan wijst niets er nog op dat je hier midden in de Randstad loopt. Behalve dan die nieuwe spoorbrug die een aantal jaren geleden over de A-1 is aangelegd. Je kan een hele ronde door het meer lopen, maar dat zou met ons foto-tempo de hele middag in beslag gaan nemen. En dan zouden we de Loosdrechtse Plassen niet hebben kunnen zien.. Ook daar kan je over dijkpaden op meerdere plaatsen het meer over. Die zijn een stuk breder dan in Ankeveen en je kan er dus met de auto over. Hier huist dus de happy few met een hoog BN-gehalte uit het Gooi. Aan weerskanten de villa’s en jachthavens en hier kun je dus aan elkaar echt laten zien hoe warmpjes je er bij zit. Maar ook zonder al deze uitbundigheid is er veel moois te zien. Oud-Loosdrecht bijvoorbeeld met zijn kasteel Sypesteyn. Nu een museum, helaas dicht, maar met een fraaie tuin, oude bomen en met mos overgroeide beelden. En onderweg ook nog een van de vele – sommige ook sterk verwaarloosde – forten in de ‘Stelling van Amsterdam’. Ondanks het sombere en vooral koude weer is er toch nog een foto-serie gekomen, te vinden op: 

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157718958866222

Oostenburg

7 april 2021

Er moeten in de komende tien jaar nog eens één miljoen woningen worden gebouwd. Inmiddels wordt er door onze planologen, ondanks het jarenlange taboe, langzaam aan het Groene Hart geknabbeld en komen daar her en der toch nieuwe woonwijken. Tot afgrijzen van de bestaande bewoners, maar tot grote vreugde van de mensen die na jaren wachten eindelijk een eigen onderkomen hebben. Het Groene Hart mag dan nog wel een mooi open landschap zijn, maar de vraag is of het ook nog echt ‘groen’ is, als je naar de biodiversiteit gaat kijken. Maar ook Amsterdam doet zijn best om zijn steentje bij te dragen aan dat miljoen. Nog niet eens zozeer om aan de randen weer nieuwe slaapsteden te bouwen, maar vooral binnen de Ring en zelfs in het centrum wordt veel gebouwd. Op de ‘Oostelijke Eilanden’ bijvoorbeeld, voormalige industriegebieden en in de laatste jaren al aardig volgebouwd. Oostenburg, dicht tegen het centrum aan, is een gebiedje dat nú onderhanden wordt genomen. Twee jaar geleden nog een verlaten ontoegankelijk industrieterrein, waar je niks te zoeken had, behalve voor dingen die het daglicht niet verdragen.

Nu een mix van industrieel erfgoed, bouwterrein en half afgemaakte complexen en straks weer een glanzende nieuwbouwwijk. Heel fraai in die mix vond ik nog wel de ‘van Gendt-hallen’. Nog niet gesloopt, dus ik vraag me af of de architectuur ervan nog terug zal komen in de nieuwe woonwijk, als herinnering aan dat wat er ooit was. Want het moet natuurlijk wel efficiënt. Bouwen is hier al lang niet meer het op elkaar metselen van steentjes, maar eerder het in elkaar schroeven van hele gevels, die ergens anders machinaal worden gefabriceerd. Het ‘huisje-met-een-tuintje’, waar Nederlanders zo dol op schijnen te zijn, kan je hier ook vergeten. Een balkon met wat zon is het wel het maximum wat je kunt verwachten. En je auto voor de deur zetten kan vaak al helemaal niet. Toch gaan de nieuwe huizen hier als warme broodjes weg tegen prijzen die je in het Groene Hart niet tegenkomt. Dus zo héél erg zal het wonen hier nou ook weer niet zijn. En zo zijn er binnen de Ring nog talloze ‘gebiedjes’, die nog volgebouwd kunnen worden en ook volgebouwd gaan worden. Tenminste als je naar al die bouwkranen kijkt in de buurt. Het wordt hier ooit nog eens een echte stad. Een fotoserie van het Oostenburg van nu, en van wat er onderweg nog meer viel te zien was, staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157718910801271

Berg en Dal

1 april 2021

Al een hele tijd is het niet meer mogelijk om naar het buitenland te reizen. Het kan alleen als je een hele zwaarwegende reden hebt en je bovendien ook nog over de nodige gezondheidsverklaringen beschikt. Die omstandigheid heeft bij mij tot een zekere berusting geleid, maar vooral tot een levensritme dat overigens nog niet eens zo heel onaangenaam is. Het heeft onbewust ook geleid tot een veranderd referentiekader. Terwijl ik vroeger, mede door mijn werk, bijna ‘met twee vingers in de neus’ van het ene naar het andere buitenland hobbelde en dat ook nog eens heel gewoon vond, was deze week zelfs een familiebezoekje al aanleiding tot enige opwinding. Dat het ineens zomer was geworden versterkte dat nog eens. Het reisje ging naar Groesbeek, net achter Nijmegen in de gemeente Berg en Dal. Alleen al de naam beschrijft het gebied treffend. Inderdaad, een on-Nederlands glooiend landschap.

Helemaal on-Nederlands als je ook nog eens ziet dat het gebiedje het epicentrum blijkt te zijn van de Nederlandse wijnbouw, een indicatie dat de klimaatgrens toch wel naar het noorden aan het opschuiven is en dus de wijnbouw in de toekomst misschien helemaal niet meer zo on-Nederlands meer is. Ik heb nog nooit Nederlandse wijn gedronken, maar als ik dat allemaal zo zie, moest ik dan toch maar ooit eens een flesje soldaat maken. Hoe dan ook, het middagje voelde als een zomers tochtje door de Franse Bourgogne en aan het eind van de dag was het net alsof ik een vakantietripje had gemaakt. Voor een vakantiegevoel is de lat blijkbaar een stuk minder hoog komen te liggen. Hoe dat binnenlandse buitenland eruit ziet staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157718866479193