Nederland is een van de dichtstbevolkte landen ter wereld. Achttien miljoen mensen op een bepekte ruimte, die ook nog eens graag een ‘huisje met tuintje’ willen hebben. Dat maakt dat wij, anders dan in andere dichtbevolkte landen, niet zijn samengepakt in miljoenensteden met veel hoogbouw, maar gespreid wonen in, wat bevolkingsomvang betreft, relatief kleine steden en grote dorpen. Dat brengt sowieso al meer verkeer met zich mee, maar omdat wonen en werken ook nog eens zijn gespreid geeft dat nog eens een extra druk op het verkeer. Niet alleen om naar je werk te gaan, maar ook om anderen te bezoeken en op vrije dagen te recreëren. Het asfalt is dan ook niet aan te slepen en daarom blijken we ook nog eens, in vergelijking met andere landen, over een van de betere spoornetwerken te beschikken. De bijzondere omstandigheid is verder nog dat er héél veel water is. En dus ook veel bruggen en viaducten om al dat verkeer zoveel mogelijk zonder opstoppingen af te handelen. En dus zijn er ook plekken waar ál deze functies samenkomen.
De ‘Hollandse Brug’, is zo’n plek. Het is de brugverbinding tussen de provincies Noord-Holland en Flevoland en tevens de plek waar het Gooimeer overgaat in het IJmeer. De autosnelweg A6 voert over deze brug en parallel aan de autosnelweg is er dan ook nog de spoorbrug van de Flevolijn tussen Amsterdam en Almere en verder naar het noorden. En aan de oevers van dat water zijn nog eens fiets- en wandelpaden aangelegd. Tenslotte op het water zelf de plezierboten voor de nodige recreatie. En dus is het de plek waar weg-, spoor-, fiets- en wandelverkeer samenkomen samen met natuur en recreatie op het water en langs de stranden. Door de grote omvang van dat bouwwerk ontstaat onder het A6-viaduct een bijna schimmige wereld die onzichtbaar blijft voor de meesten die hier passeren, een wereld die zichtbaar is gemaakt in de volgende fotoserie:
Zuid-Kennemerland, inmiddels gepromoveerd tot een ‘Nationaal Park’. Ik was er met twee vroegere collega’s van het Haagse Centraal Planbureau. Daar ben in al sinds 1986 weg, maar met hen heb ik altijd contact gehouden. Af en toe maken we dit soort uitstapjes. Niet zozeer om de macro-economische toestand van Nederland nog eens te bespreken, maar vooral om het leven als pensionado een naar ons gevoel aangename en ook nuttige inhoud te geven. Dat nationale park is met recht een fraai stukje natuur. En het wordt zo te zien goed beheerd, want we troffen er een beheerder die ons wees op een mooie maar toch invasieve plantensoort met kleine witte bloemetjes, die naar mijn idee al heel mijn leven overal in Nederland te vinden is. Dus blijkbaar wordt de soort gedoogd en wordt er niets aan gedaan. Hoe anders is het andere invasieve soorten, zoals bijvoorbeeld de Japanse knoop. Als je die eenmaal in je tuin hebt, moet je je hele tuin een meter uitgraven om hem weg te krijgen. In het gebied is een klein meertje te vinden, dat vooral populair schijnt te zijn bij winter-zwemmers. Verder houten sculpturen van deels afgestorven bomen, die gewoon blijven liggen als ware het museumstukken. En tenslotte ook een aantal vrij rondlopende maar zo te zien ongevaarlijke stieren, met ook wat invasieve insectensoorten op hun neus. Het korte maar aangename wandelingetje werd vanzelfsprekend afgesloten met een lunch op een nabijgelegen uitspanning. Een klein fotoserietje is er ook nog gekomen op:
Zelfs nu ik al 32 jaar in Amsterdam woon, zijn er nog steeds wijken waar ik nog nooit ben geweest. In het ‘Science Park’ bijvoorbeeld, nog niet eens zo héél ver van waar ik woon. Het ligt ingeklemd tussen de Ring-Oost, aan de noordkant het Flevopark en aan de zuidkant wat sportvelden en de woonwijk Watergraafsmeer. Slechts een klein tunneltje onder een breed spooremplacement verbindt die woonwijk met het Science Park. Veel interactie met de stad is er dus niet. Ik kreeg de indruk dat er in het Science Park dan ook nauwelijks wordt gewoond, behalve in één enkel groot appartementencomplex. Dat lag aan de Carolona Macgillavrylaan. Ik ben benieuwd wie hier de straatnamen heeft verzonnen, want het zal een hele uitdaging zijn om, als je daar woont, aan de telefoon aan iemand uit te leggen waar je woont. Gezien de beperkte interactie met de stad is het dus geen wonder dat ik daar nog nooit was geweest.
Nu heb ik daar trouwens ook niet veel te zoeken, want daar wordt wetenschap op hoog niveau bedreven. Vooral op wat ze noemen de bèta-wetenschappen, waaronder IT en AI, maar ook op duurzaamheid en andere innovatieve dingen. Deels zijn het dependances van de Universiteit van Amsterdam, maar ook instituten onafhankelijk daarvan. De voertaal is hier dan ook volledig Engels. Hoewel zelf ook wetenschappelijk opgeleid en afgestudeerd in 1975 in Tilburg, had in die tijd nog nooit iemand van deze takken van sport gehoord. Het bedrijven van wetenschap is voor mij dan ook lang geleden, voorzover ik trouwens überhaupt wetenschappelijk bezig ben geweest. Want ooit heb ik iemand horen beweren dat “economie helemaal geen wetenschap is”. Ik vroeg natuurlijk meteen om opheldering, maar de bewering kwam erop neer dat economie geen exácte wetenschap is. En dat klopt natuurlijk. Want in de economie is er ruimte voor interpretatie, verschil van inzicht en dus debat, allemaal wezenskenmerken van wetenschap. Maar het doel van het uitstapje naar het Science Park was natuurlijk niet de wetenschap, maar het bekijken van de inrichting en architectuur van deze toch wel bijzondere wijk. Er is veel ruimte, er is niet op een vierkante meter gekeken en er zijn, aan de gevels te zien, hoogwaardige en gevarieerde materialen gebruikt. Mooie onderwerpen voor een fotoserietje dat te zien is op:
Haarlem, de stad van de steegjes en de hofjes. Je kunt er heel kleinschalig wonen, maar ondanks de beperkte ruimte blijken de steegjes en de hofjes heel geschikt voor niet alleen bloempotten en plantenbakken, maar ook fietsen en zelfs motoren. Haarlem is onder meer een toevluchtsoord voor Amsterdammers, die om uiteenlopende redenen de hoofdstad de rug toekeren. Wellicht omdat ze er geen geschikte woonruimte kunnen vinden, dan wel dat ze worden aangetrokken door de wat meer ingetogen sfeer van Haarlem en genoeg hebben van de vrijwel permanente kermis in de Amsterdamse binnenstad.
Ik was er met een ex-Amsterdammer, maar inmiddels autochtone Haarlemmer en dus helemaal thuis in wat deze stad te bieden heeft. Die mij het voorrecht verschafte kennis te nemen van de bezienswaardige bijzonderheden van de stad, die voor de minder ingewijde bezoeker wellicht onzichtbaar blijven. En die bovendien een doorgewinterde fotograaf was, waardoor niet alleen de Haarlemse bezienswaardigheden het gesprekonderwerp waren, maar vooral ook allerlei aspecten van de fotografie. Geconcludeerd dat er zóveel verschillende stijlen zijn, dat het vergelijken en dus beoordelen van foto’s een hachelijke aangelegenheid wordt. Zelfs foto’s van lelijke onderwerpen kunnen uitmunten voor wat betreft schoonheid. Natuurlijk is er dus een fotoserie gekomen over Haarlem. Iets meer dan gewoonlijk, maar ik was dan ook met een fotograaf op stap en dan kan het uit de hand lopen. Zie dus:
Een stralende zon, precies in het seizoen dat de koolzaad en de boterbloemen het landschap geel kleuren. Dat nodigt natuurlijk uit voor een fietsrondje door het Waterland. Nogal een contrasterend rondje, want de aanloop voert langs de Sluisbuurt. Een wijk in aanbouw waar ze niet schrikken van gebouwen van dertig verdiepingen of meer. Maar desondanks gaat dat toch wel een aardige wijk worden, lijkt me op het eerste gezicht, met kleurrijk en niet bepaald goedkoop materiaalgebruik, dat prachtig afsteekt tegen de diepblauwe lucht. Hoe het is als de lucht grijs en nat is, is op dit moment nog moeilijk voor te stellen. Je moet hier eigenlijk elke maand wel eens langsfietsen, wil je een beetje bijhouden hoe de nieuwe wijk zich ontwikkelt. Maar zoiets doe je niet in de regen.
Na het aanloopje langs de Sluisbuurt en het slechten van de Schellingwouderbrug is er dan het contrast tussen de hoogbouw en de andere wereld van wijds polderland, vogels, kleine dorpjes, veel water en gele kleuren langs de oevers en op de weilanden. Want dat was het eigenlijke doel van het fietstochtje. Een van die dorpjes is Zunderdorp, waar de tijd lijkt stil te staan, maar waar de kleine huisjes voor een deel worden bewoond door stedelingen die de stad te vol, te druk en/of te lawaaiig vonden. Hoewel nog deel uitmakend van de Gemeente Amsterdam, maakt de stad niet de minste aanstalten om, gedreven door ruimtegebrek, het dorp in te lijven en er ook kolossen van meerdere verdiepingen neer te zetten. Houden zo dus, kijk maar op:
Ondanks dat we het niet van plan waren, hebben we het toch maar weer eens gedaan: een wandelingetje door de stad op Koningsdag. Want we konden er niet omheen. Zelfs in huis klonk de hele dag de ‘boenke-boenke’ dreun van het feest aan de overkant van het water. Ondanks ook de ervaring van vorig jaar. Want toen waren we zo naïef ergens een fuik in te lopen, waar het zó druk werd, dat je maar één ding wilt: zo snel mogelijk weg. Maar zo snel ging dat alleen niet meer, we zaten helemaal klem en het werd een tamelijk claustrofobische ervaring. Maar het ging dit jaar beter door de allerdrukste hot-spots te vermijden. De feestvierders waren niettemin uitzínnig van vreugde. Vast niet omdat de Majesteit het alweer een jaartje langer heeft volgehouden. Want is dat eigenlijk niet meer dan een simpele verjaardag, iets wat iedereen elk jaar zonder noemenswaardige ruchtbaarheid overkomt. De vreugde kwam vast voort uit de behoefte om eindelijk weer eens ouderwets plezier te maken in deze rumoerige tijden. Mooi om te zien dus en vooral mooi omdat de dag zonder noemenswaardige incidenten is verlopen. Dát mocht ook wel eens in de krant. We kúnnen het wel….! Kijk maar op:
Het fietstochtje naar het volkstuincomplex voert meestal langs de Nieuwmarkt over de Gelderse kade naar de steiger van de boten naar de overkant van het IJ. Dat kleine bootreisje voelt op een of andere manier altijd als een vakantiereisje. Het IJ ter hoogte van het Centraal Station is een van de drukst bevaren waterwegen. Er zijn voor die veerboten verschillende opstappunten en je kan sowieso elke vijf minuten naar de overkant. De veerboten kruisen dan de drukke vaarroutes tussen het havengebied en het achterland dat via het IJsselmeer of het Amsterdam-Rijnkanaal kan worden bereikt. Dat alles tegen de achtergrond van het Centraal Station, de recente nieuwbouw van Amsterdam-Noord en de rommelige rafelrandjes die er gelukkig ook nog zijn en die de indruk van dat vakantiereisje compleet maakt. Dat alles tijdens de verschillende overtochten vastgelegd op:
Ik kon er niet omheen om ook eens wat aandacht te besteden aan de lente. Hoewel af en toe nog fris, was deze dit jaar ook vergezeld van vaak uitbundige zonneschijn. Ik ben geregeld in het volkstuincomplex ‘Buitenzorg’ geweest (een soort ‘Rust en Vreugd’, maar dan in het echt). Daar heeft René een tuinhuisje, in het afgelopen najaar geheel gerenoveerd, met annex bio-diverse tuin. Dat is echt een lente-tuin. In de lente zijn daar veel meer kleuren te zien dan in de zomer. Zoals de bloesems aan de fruitbomen, de uitbottende veelkleurige knoppen en de zich uitrollende varens. In de zomer zijn veel van die kleuren verdwenen en vervangen door het wat meer monochrome groen, hoewel er in de zomer toch ook wel weer andere bloemen zijn. Hoe dan ook, het was de moeite waard om deze lente-indrukken eens vast te leggen op:
Artis: ik was er al een hele tijd niet meer geweest. Vandaag was er een mooie gelegenheid om er te constateren dat het park de laatste jaren een grondige verandering heeft ondergaan. Ik noem Artis maar even ‘park’, omdat het steeds minder een ‘dierentuin’ is. Van ‘fauna naar flora’, zou je kunnen zeggen. Misschien is het de toenemende kritiek waaraan dierentuinen onderhevig zijn die heeft geleid tot deze grondige verandering. Jazeker, er zijn nog leeuwen, olifanten en giraffen. Alleen, die lieten zich op deze koude en gure middag even niet zien. Wel zijn er naar mijn idee meer kleinere zoogdieren, vlinders en reptielen, die minder ruimte vragen dan de traditionele ‘big five’. En ook het gerenoveerde aquarium zal in juni weer open gaan. Maar de grootste verandering is wel de toegenomen aandacht voor flora: veel bloemen en planten en het geheel deed zelfs denken aan een mini-Keukenhofje. Dat alles omgeven met klassieke bouwwerken, die het geheel een mediterrane sfeer doen uitstralen. Ondanks de beperkte tijd die we er hebben doorgebracht is er van dit nog steeds mooie park toch een fotoserietje gekomen. Zie:
Het heeft jarenlang niet gekund, maar sinds kort is het weer mogelijk: fietsen over de Uitdammerdijk aan het Markermeer. Wat mij betreft nu al een iconisch fietstochtje. Want wanneer krijg je nou eenmaal de gelegenheid om de scheepvaart over het Markermeer, het eiland Pampus en de skyline van Almere in een oogopslag en in perspectief te zien en dus te fotograferen? En tegelijkertijd aan de andere kant het vogelparadijs in het Kinselmeer te zien dat je onderweg passeert. Vanaf 2 april kan je zelfs helemaal naar Uitdam, want dan zou het laatste stuk werk aan de versterking van de dijk af moeten zijn, zo werd ons verzekerd. Nu dus nog even noodgedwongen linksaf, maar daar staat tegenover dat je dan regelrecht in Holysloot terecht komt. Een piepklein dorpje, nota bene onderdeel ven de Gemeente Amsterdam, maar waar de tijd heeft stilgestaan. Met een prachtig terras, dat helaas dicht was, maar waar ze zo vriendelijk waren om ons toch maar enkele consumpties te verstrekken. Dóen dus vanaf 2 april, fietsen over de Uitdammerdijk. Hoe het er uit ziet, staat op: