Op zoek naar een nieuw hardlooprondje..! Als regelmatige hardloper is het handig om dichtbij huis prettige looprondjes te hebben. Dat wil zeggen, zonder onderbrekingen van stoplichten, het oversteken van drukke straten en wegwerkzaamheden. Eventueel te bereiken met de tram of bus, maar dan wel zonder overstap. De laatste tijd zijn er alleen steeds meer opbrekingen en nu is zelfs het kruispunt bij het Tropenmuseum maar liefst een half jaar lang opgebroken, waardoor je niet meer lekker naar het Oosterpark loopt. Tramlijn 14, die naar het Flevopark loopt is daardoor omgeleid, waardoor het Flevopark óók niet meer handig bereikbaar is. Ik moest dus op zoek naar een nieuw rondje. De blik viel op het Westerpark. Ondanks dat ik al meer dan 30 jaar in Amsterdam woon, was ik nog (vrijwel) nooit in het Westerpark geweest, afgezien van incidentele bezoekjes aan de ‘Fabrique des Lumières’.
Met de trein kom je er ook langs en ik zie dan vaak hardlopers door het park draven. Het park is bereikbaar met een kort stadsbusritje van lijn 22 en dus werd het de hoogste tijd voor een verkenning. Het park is populair, niet alleen bij hardlopers, maar er zijn ook voorzieningen, waaronder horeca, een bioscoop, een TV-studio, de voormalige gasfabriek voor grootschalige feesten en natuurlijk de ‘Fabrique des Lumières’. En je kunt vanuit het park ononderbroken helemaal naar Sloterdijk (en met een ander lusje terug) lopen, met aan de westkant nog een uitzicht op nieuwe kleurige appartementencomplexen, hoewel je tijdens het hardlopen weinig oog hebt voor hetgeen onderweg te zien is. Maar het park is als een nieuw looprondje goedgekeurd en hoe het er uitziet staat op:
Mijn studententijd in Tilburg ligt nu al ruim vijftig jaar achter me. Ondanks die lange periode verheugt het me dat ik toch nog verschillende contacten heb onderhouden met mijn toenmalige studiegenoten. Het overgrote deel van het studentenvolk bestond uit Brabanders en Limburgers, maar ik heb me er als Twentenaar altijd thuis gevoeld. Veel van die toenmalige studenten, waaronder ikzelf, zijn uitgewaaierd naar de Randstad, maar een groot deel is ook ‘onder de rivieren’ blijven hangen. Twee van hen wonen op nog geen 200 meter van elkaar in Valkenswaard, en dat was dan ook aanleiding voor een bezoekje aan deze plaats. Valkenswaard blijkt 20 duizend inwoners te hebben, dus ik weet niet goed of je het een ‘dorp’ of een ‘stadje’ moet noemen. Het weer was goed genoeg voor een wandeling en bezichtiging en de gastheren ontpopten zich met verve als toeristengidsen, waarvoor dank. Ondanks de beperkte omvang is Valkenswaard om drie redenen bekend. De naam is ontleend aan de ‘valkerij’, het vangen en africhten van valken ten behoeve van de jacht.
Verder heeft het dorp altijd een uitgebreide sigarenindustrie gekend en er is recent zelfs een heel nieuwe wijk gebouwd met een architectuur in de vorm van een ‘Hofnar’ sigarenbandje. Zelfs een nieuw appartementencomplex krijgt de naam van een ander toonaangevend sigarenmerk. De sigarenbandjes werden geproduceerd met steendrukken, verder ontwikkeld naar lithografie, eigenlijk de grondslag van hetgeen nu door ASML, nog geen tien kilometer verderop is doorontwikkeld. En als overige bezienswaardigheden natuurlijk enkele kerken. Natuurlijk in dit katholieke landsdeel een knots van een katholieke kerk, maar voor de kleine protestante minderheid is er ook nog een klein kerkje ter grootte van hooguit een uit de kluiten gewassen villa. Tijdens de korte wandeling is het volgende fotoserietje tot stand gekomen:
Regelmatig steek ik het IJ over met een van de boten die bijna 24 uur daags heen en weer pendelen tussen ‘de stad’ en ‘Noord’. Alleen al deze aanduidingen suggereren dat ‘Noord’ niet echt bij Amsterdam hoort, maar daar is de laatste tien jaar rap verandering in gekomen. Vooral door al hetgeen aan de noordkant is neergezet aan nieuwe bedrijven, woningen en allerlei andere voorzieningen. Daardoor is het ook op die boten aanmerkelijk drukker geworden. Omdat de tunnels en bruggen bij elkaar niet voldoende capaciteit hebben zijn die boten dus essentieel voor de verbinding tussen beide stadsdelen en is de overtocht dan ook gratis. Ondanks het toch veelvuldige gebruik van de boten beschouw ik de overtocht nog steeds als een soort klein vakantiereisje, omdat er altijd veel te zien is. De overtocht is alleen te kort om daar eens een fotoserie van te maken. Zo’n serie over het IJ was dan ook altijd een sluimerend plan dat zich al lang in mijn achterhoofd had genesteld. Tot afgelopen zondag, toen het winters ochtendlicht ineens prachtig was en het IJ fotografisch eens onder handen kon worden genomen. Het resultaat staat op:
Zo…, dat was dus de winter van 2026. Tenminste, aangenomen dat het hierbij blijft. Hopelijk wel, want ik ben geen uitgesproken winterliefhebber en al helemaal geen wintersporter. De sneeuwbuien van de eerste dagen gingen dan ook vooral binnenzittend voorbij, hoewel ik door de wat meer gevorderde winterliefhebbers werd aangespoord om daarvan toch maar foto’s te maken. Want zoiets zou slechts eens in de – pakweg – tien jaar voorkomen en in de toekomst door de klimaatverandering wellicht nog minder frequent. Bovendien, bedacht ik me, kwamen op het internet en de nieuwsmedia zóveel foto’s voorbij, dat ik me afvroeg wat nou eigenlijk de toegevoegde waarde was van nóg zo’n fotoserietje over dit verschijnsel. Hoewel je door je eigen ogen weer andere dingen ziet dan wat elders voorbij komt, zo bedacht ik me ook.
Dus ben ik uiteindelijk gezwicht en heb toch maar de camera gepakt om dat korte nieuwsjaarswintertje maar eens in beeld te brengen. De dag ervoor had een kortstondige dooi met wat regen al wat sneeuw doen wegsmelten, maar er was nog voldoende sneeuw over om er toch nog wel wat van te maken. Daarvoor moest je dan wel naar het Vondelpark, want op de doorgaande straten in mijn eigen buurt was de sneeuw inmiddels door al het ingereden zout veranderd in blubber. En ik moet zeggen, als je eenmaal buiten bent en je je ogen goed de kost geeft is er onderweg naar en in het park nog voldoende fotogenieks te zien. De winterwereld gezien door mijn eigen ogen staat op:
December is niet echt een fotografie-maand. Vaak donker en grijs weer en de daglichtperiode is ook minimaal. Dat nodigt dus allemaal niet uit om er eens met de camera uit te trekken. Totdat het kerstmis werd: stralend blauwe lucht, hoewel een ijzig koude en sterke wind. Bleef ik op de eerste kerstdag, conform traditie, nog voornamelijk binnen, op de tweede kerstdag kon ik helemaal los. Alsof het voorjaar was aangebroken, de ijzige wind maar even daargelaten. Doel was een tochtje naar het altijd fotogenieke NDSM-terrein van de voormalige ‘Nederlandsche Dok- Scheepsbouw Maatschappij’. Hoewel volop in ontwikkeling, is van het oorspronkelijke erfgoed nog veel te zien. De westkant van het gebied is vooral modern. Daar glanzende appartementen met kleurrijke gevels en hippe horeca. Wat betreft het wonen een prima locatie, want met de boot ben je in een kwartier op het Centraal Station. Om er met de auto te komen (en ook weg te gaan) is het wat ingewikkelder, maar toch gaan de appartementen als warme broodjes van de hand.
De oostkant van het gebied is vooraf erfgoed, vermengd met kunst-broedplaatsen en veel street-art. Anne Frank had daar al een prachtig portret op een van de gevels, en nu is ook Johan Cruyff daar de vaste gast. Koffie drinken doe je daar in zeecontainers, maar de betreffende populaire horecagelegenheid bleek wegens kerstmis gesloten. Maar de camera maakte overuren en van alles wat er te zien was, voorbij liep, voer en vloog is een uitgebreide serie gemaakt. Beetje meer dan gewoonlijk, maar het prachtige licht was voor december uitzonderlijk. Voor de liefhebbers dus even doorbijten op:
De bedoeling was om in de donkere dagen voor kerst (nog maar eens een keer) naar het Amsterdam Light Festival te gaan, de opgestelde lichtobjecten langs de grachten. Altijd in december en de eerste helft van januari. Alleen niet handig als je kort daarvoor (in november) naar Eindhoven Glow bent geweest. Want Glow steekt met kop en schouders uit boven (ons) Light Festival, wat daardoor dus een beetje tegenvalt. Daar staat tegenover dat de stad zelf, prachtig is belicht, waar Amsterdam zich trouwens bij uitstek goed voor leent. En dat doen ze in de lichtstad Eindhoven dan weer wat minder. En zo werd een wandeling langs de lichtobjecten toch meer een wandeling door ‘Amsterdam bij avond’, wat je trouwens het hele jaar, en niet alleen in december, kunt doen. Hoe de stad er bij avond uitziet staat op:
Een fraai sluitstuk van het reisje naar Duitsland was nog wel het uitstapje naar Lindau, mooi gelegen aan de Bodensee, zo’n beetje nabij het drielandenpunt van Duitsland met Zwitserland en Oostenrijk. Bergmeren hebben iets wat gewone meren niet hebben. Het feit dat ze omgeven zijn door bergen geeft ze een aantrekkelijke, zelfs intieme sfeer. De beau monde uit vroegere jaren was dat ook al opgevallen en heeft aan de oevers fraaie villa’s neergezet, waar in alle rust kon worden bijgekomen van hun vermoeiende levens. Behalve de fraaie ligging is ook het stadje zelf ook de moeite van een bezoek waard. Vooral opvallend zijn de vele uitbundig, in barok-stijl beschilderde muren en gevels, als ware het kathedralen.
De voorbereiding op kerstmis is hier al in volle gang. Het is amper half november geweest, maar hier zijn ze de kerstmarkten al aan het opbouwen, een onuitroeibaar verschijnsel in de Duitstalige gebieden. In Nederland hebben we wat dat betreft enige terughoudendheid ingebouwd door te stellen dat pas over kerstmis mag worden gesproken als de Sint weer uit het land is vertrokken. In Duitsland heeft Sinterklaas geen echte voet aan de grond kunnen krijgen, zodat ze in november al helemaal los kunnen gaan met hun kerstmarkten. Al met al was het, ondanks de koude wind die over het meer kwam aanwaaien, een mooie wandeling door het stadje en het fotografische verslag ervan staat op:
Tijd voor het inmiddels traditionele uitstapje met broer Louis naar mijn zus Hedwig in Duitsland. Dat doen we altijd in november. Met de trein, heel comfortabel, hoewel treinreizen in Duitsland de laatste jaren toch wel een uitdaging is. Maar deze keer ging het, op wat vertragingen en uitgevallen treinen na, niet ál te slecht. Wat betreft het weer in combinatie met een vakantie is november een maand van niks. De zomer is allang voorbij en voor de wintersport, voorzover we daar trouwens überhaupt belangstelling voor zouden hebben, is het nog te vroeg. Super-laagseizoen dus en dan ook alle tijd om je helemaal op de gezelligheid te richten, wat dan ook het hoofddoel van het reisje was. En gezellig wás het. Wel deed de winter toch zijn best om de eerste speldenprikken uit te delen. Maar het was aangenaam genoeg om een tweetal bijna dagvullende wandelingen te maken in de Zuid-Duitse Allgäu-streek. De camera ging natuurlijk mee en het een indruk van de streek staat op:
Elk jaar in november is er ‘Glow’ in de lichtstad Eindhoven. Met afstand het mooiste lichtspektakel dat Nederland te bieden heeft. Alleen niet in het gunstigste seizoen, november, met grote kans op regen en minder aangename temperaturen, waarin je toch wel een aantal uren moet doorbrengen. Wel vroeg donker en dat is nou net wat zo’n lichtspektakel nodig heeft. En ineens was het op dinsdag mooi weer, niet al te koud en dan moet je niet lang dralen en meteen de trein naar Eindhoven pakken. Glow werd dit jaar bovendien voor de twintigste keer georganiseerd, dus hadden ze besloten om extra uit te pakken met een aantal succesvolle klassiekers uit voorgaande jaren. Wat mij betreft waren dat de lichtbogen van duizenden lampjes in de Rechtestraat, waarin je je in een kathedraal waant. En zoals elk jaar de gevel op de Catharinakerk, de twee lichtshows op het stadhuisplein en op de oude en inmiddels iconische lichttoren van Philips. Enkele hoogtepunten van Glow staan op:
Een van de grotere bouwputten van Nederland ligt rond de Zuid-As. Al jaren wordt daar veel werk verzet en over ruim tien jaar, dus na 2035, moet alles klaar zijn. Er is een projectorganisatie opgericht die af en toe rondleidingen organiseert, natuurlijk ook om de omgeving te betrekken bij de ingrijpende gang van zaken in het gebied. De Zuid-As is een samenklontering van kantoorhoogbouw, de Ringweg A-10 en het treinstation Amsterdam-Zuid. De Ringweg gaat over een lengte van ruim één kilometer ondergronds en de hoeveelheid hoogbouw wordt, aan de maquette op het projectbureau te zien, nog verdubbeld. Tussen al die hoogbouw blijven nog wel drie voetbalvelden overeind, maar ik ben benieuwd of die er in al dat bouwgeweld over tien jaar nóg liggen.
Ook het treinstation gaat belangrijker worden en een deel van het treinverkeer van het huidige Centraal Station overnemen. Ooit was het de bedoeling om ook het treinstation ondergronds te brengen, maar dat bleek uiteindelijk te ambitieus. Nu komen er drie traverses als verbinding tussen de stadskant aan de noordzijde en de zuidzijde van het gebied. Op de maquette ziet dat station er toch een beetje armoedig uit. Ik kan me voorstellen dat een groot ondergronds treinstation misschien wat begrotelijk is, maar als je dan tóch miljarden te besteden hebt, doe er dan tenminste een overkapping overheen. Want nog steeds staan de toekomstige treinreizigers in weer en wind op hun trein te wachten, want het kan tussen die wolkenkrabbers aardig gaan waaien.
De projectorganisatie Zuid-As organiseerde twee rondleidingen. De eerste ging in op de bouwkundige uitdagingen, het nieuwe station met de traverses, de ondertunneling van de Ringweg en de krappe planning. De tweede in de week erna op de architectuur van de omgeving en met name hoe men probeert om wonen en werken toch weer te integreren, twee functies die niet alleen op de Zuid-As, maar ook in de rest van Nederland op veel plaatsen te veel gescheiden zijn geraakt. Een mooi voorbeeld is het inmiddels iconische gebouw ‘the Valley’, waarin kantoren en (tamelijk prijzige) huurwoningen zijn samengebracht. Ook gaat de ABN-Amro zijn hoofdkantoor binnenkort verlaten en krijgt dat gebouw een heel multifunctioneel karakter met woonlagen, kantoren en andere publieke voorzieningen. Hoe het gebied er anno-eind-2025 uitziet staat op: