Gay Games (1)

30 juni 2026

De Gay Games: ze worden elke vier jaar georganiseerd en dit jaar was Valencia aan de beurt om de organisatie op zich te nemen. Marcel zou daar het over meerdere dagen gespreide zwemtournooi afwerken en ik zou deelnemen aan twee hardloopevenementen. Daarnaast zouden nog een twintigtal andere sporten worden beoefend. Er werden 12 duizend deelnemers uit de hele wereld verwacht, zodat in de stad de organisatie daarvan aan niemand zal kunnen zijn ontgaan. De stad heeft dan ook zijn uiterste best gedaan om het evenement op de kaart te zetten en daarvoor de nodige sportaccommodaties en andere voorzieningen ter beschikking te stellen. Het zwemmen zou plaatsvinden in een mooi in een park gelegen openluchtbad. We nemen er op de eerste zaterdagmiddag vast een kijkje om onder meer te constateren dat je als toeschouwer en dus ook als fotograaf vrij kon rondlopen. Dan is er openingsceremonie op zaterdagavond. Per nationaliteit zouden de deelnemers het lokale voetbalstadion binnenwandelen en het gaf toch wel een kick om bij toepasselijke muziek onder de poort door te lopen en daar het enthousiasme te ervaren met het zicht op de langzaam vollopende tribunes. Zoals alles in Spanje, ging het daar tot in de kleine uurtjes door met toespraken, muziek en dansvoorstellingen, maar dat hebben we allemaal niet meer afgewacht. Want de volgende ochtend begon voor Marcel het toernooi met meteen ook maar het zwaarste nummer: de ‘200-vlinder’. De eerste indrukken van de opening en het zwemtournooi staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720334643310

Valencia (1)

29 juni 2026

Valencia: in bezoekersaantallen eigenlijk nummer twee op enige afstand van nummer één: Barcelona. Maar die laatste stad wordt nu zó overlopen door toeristen dat die stad inmiddels de nodige beperkingen heeft ingesteld om het toerisme daar wat af te remmen. Je zou kunnen stellen dat daardoor Valencia wat meer in beeld komt. Maar je doet die stad geen recht aan door deze slechts als overloop van Barcelona te beschouwen. Integendeel, Valencia is de moeite van een bezoek méér dan waard. We hadden wél een reden om erheen te gaan. Voor ons was de deelname aan de Gay Games de aanleiding. Die zouden de nodige tijd vergen, waardoor we voor het bezoek aan de stad negen dagen hadden uitgetrokken. Voor een city-trip eigenlijk wat veel, maar we wilden ook voldoende tijd inruimen voor de nodige sightseeing.

De voorbereiding van een city-trip is bij ons meestal beperkt. We werken bepaald niet de top-10 lijst van bezienswaardigheden af. Dat komt vaak neer op ergens lang in de rij staan of, als je dat niet wilt, van tevoren precies plannen wanneer je wat wilt zien en dan online reserveren. We houden het bij voorkeur flexibel en beginnen dan ook meestal met wat slenteren door de binnenstad om de sfeer wat op te snuiven. Dan komen de meeste bezienswaardigheden vanzelf wel in beeld. Zo lopen we de eerste dag tegen de kathedraal aan. Uitbundig gedecoreerd in verschillende stijlen en een verademing in de hitte van de stad. En met de beklimming van de toren krijg je een aardig overzicht over de compacte binnenstad. Enkele straatjes verder blijkt er ook nog een stierenvechtersarena te zijn. De laatste jaren horen we weinig meer over deze controversiële traditie, maar in Madrid en Andalusië schijnen die nog volop plaats te vinden. Of dat hier ook nog het geval is, blijft onduidelijk, maar de arena is bepaald een monument te noemen, die me voor meer dingen geschikt lijkt dan voor stierenvechten alleen. Wat er tijdens dat slenteren allemaal voorbij kwam staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720334641326

Zeehaven-dagen

20 juni 2026

Afgelopen weekend werden de ‘zeehavendagen’ georganiseerd. Anders dan in Rotterdam staat de zeehaven nog niet echt op het netvlies van veel Amsterdammers, hoewel Amsterdam toch in omvang de vierde zeehaven van Europa is. Dat de zeehaven van Amsterdam niet onbelangrijk is, wist ik dan nog wel, maar dat hier de zeehavendagen werden georganiseerd, was bij ons nog niet doorgedrongen. We gingen, zoals zo vaak, voor een middagwandelingetje van hooguit drie kwartier, maar dat werd uiteindelijk een hele middag. Want eenmaal bij het IJ leek het wel een ‘Sail in het klein’ en voeren er een aantal prachtige tall ships voorbij. Verder stond de boot naar Damen Shipyards bij het NDSM-terrein op het punt van vertrek en we konden zo opstappen. Aldaar zou een rondleiding worden georganiseerd.

Op die scheepswerf worden onder meer grote schepen onderhouden en gerepareerd. Imposant was nog wel het dok waarin de ‘Nordnes’ uit Rotterdam op het droge lag en daar werd onderhouden. Het laagste punt van het dok ligt 15 meter onder het niveau van het IJ. De deuren zijn stevig genoeg om de enorme druk van het water te weerstaan, zo werd ons uitdrukkelijk verzekerd. Het schip zelf rust op metalen en houten blokken en je kon zo onder het grote schip doorlopen. Na reparatie stroomt het dok in twee uur vol water en kan het schip vertrekken. En bij een volgend schip is het dok ook in een aantal uren weer leeggepompt. Gelukkig had ik – ook voor het voorgenomen kleine wandelingetje – de camera meegenomen, wat je weet tenslotte nooit wat je onderweg nog tegenkomt. Dit dus …! Het resultaat staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720334338772

Ormos

11 juni 2026

De standplaats van ons Grieks reisje is Ormos Marathokampos, kortweg ’Ormos’. ‘Ormos’ is het Griekse woord voor ‘baai’, dus we zitten in de baai van het wat hoger gelegen Marathokampos. Van oudsher is Ormos een vissersdorp en daar draagt het nog steeds alle sporen van. In de ochtend worden de netten schoongemaakt en ontdaan van resten vis, die op de kade worden gedeponeerd. Lekkere hapjes voor de vogels en de zwerfkatten op de kade, zodat alles een uur later is opgeruimd. In de loop van de tijd is Ormos ook de thuishaven geworden van niet de minste zeiljachten. De bewoners daarvan vertonen zich alleen weinig in het dorp. Hooguit zie je ze lopen met een tasje uit de supermarkt, maar overnachten en zelfs eten doen ze op hun boot. Ondanks dat het dorp een vijftal heel gezellige restaurantjes op het strand heeft. We maken een rondje over de kade en je ziet er jachten uit de hele wereld, zelfs uit Australië. Die is desgevraagd alleen niet zelf uit Australië komen varen met zijn toch beslist zeewaardig jacht, maar heeft het vaartuig op de kop getikt ergens in Griekenland, tooit het met de Australische vlag en vaart nu heen en weer tussen de Griekse eilanden.

We spreken ook een Oostenrijkse mevrouw met een Italiaans jacht, die ons uitnodigt voor een kop koffie. Zij is de enige bewoner van het omvangrijke jacht en vindt het een uitdaging om alles huishoudelijk en vooral technisch op orde te houden. Van het kop koffie is het helaas niet gekomen, maar er ontstond toch wel een band na herhaaldelijke ontmoetingen op de kade. En dan is er nog de zeepfabriek in het dorp, die wordt gepromoot als bezienswaardigheid met dagelijkse rondleidingen. Vorig jaar is het er niet van gekomen, maar nu doen we maar eens met een rondleiding mee. En dat was de moeite waard. De fabriek oogt als industrieel erfgoed want er zijn in de afgelopen tientallen jaren nauwelijks veranderingen geweest. Het productieproces is dan ook identiek aan dat van bijna honderd jaar geleden. Je begint met restanten van uitgeperste olijven, je laat het geheel een aantal malen uitdrogen, voegt er soda aan toe, stort het geheel over de vloer, laat het opnieuw droog en dan ook hard worden en snijdt er blokken van. En dan heb je zeep, die gretig wordt afgenomen door het eiland, de rest van Griekenland en zelfs door het buitenland. De avonden worden doorgebracht in een van de restaurantjes op het strand. Eigenlijk bijna elke dag in hetzelfde restaurantje, waar je heel gezellig met de bekende ongemakkelijke stoeltjes op het strand zit, maar waar je adembenemend lekkere tonijn en zwaardvis kon eten, aangestaard door de zwerfkatten, die diezelfde ochtend op de kade ook al de nodige vis hadden gegeten. Het leven in Ormos is in beeld samengevat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720334565174

Marathokampos

11 juni 2026

Vanaf de kust zie je het dorp overal liggen: Marathokampos. Een niet al te kleine plaats in het zuidwesten van het eiland. Van veraf heb je een mooi gezicht op het dorp, prachtig gelegen in het lagere gebergte. En eenmaal daar, is het uitzicht vanuit het dorp over de zee nog adembenemender. Wie wil daar nou niet wonen, zou je denken. Heel weinig mensen, zo blijkt bij nader inzien. Want het dorp is langzaam aan het afsterven. Het lagere deel ziet er nog wel bewoond uit met zelfs een levensvatbaar café tegenover de kerk, maar ga je de straatjes in naar boven, dan dunt het verder uit. Veel huizen zijn niet alleen onbewoond, maar vaak ook nog half ingestort. En niemand die er nog naar omkijkt en zo’n voormalig huis kan er nog jaren onaangeroerd blijven staan. Het wachten is alleen nog op de buitenlander, die het bouwval voor een appel en een ei koopt, opknapt en het als zijn tweede huis gaat beschouwen. Maar of dat nou de oplossing is voor het dorp is natuurlijk de vraag.

We dragen nog even bij aan de levensvatbaarheid van het café door even bij te komen van de excursie door de steile straatjes van het dorp en vervolgen de weg naar de ‘Grot van Pythagoras’. Want onder meer aan Pythagoras ontleent het eiland zijn bekendheid. Pythagoras zou daar in de 6e eeuw zijn verbleven en de afzondering in de grot zou hebben bijgedragen aan de exacte wetenschap. ‘Zou hebben’, want naarmate dingen langer zijn geleden weet je maar nooit of het echt waar is geweest, dan wel dat er in de loop der tijd allerlei interpretaties aan zijn toegevoegd, die langzaam waar zijn geworden. Pythagoras moet wel over een goede lichamelijke conditie en vooral over goede evenwichtsorganen hebben beschikt, want de tocht naar de grot bleek geen sinecure. Ikzelf ben vlak voor het bereiken van de grot afgehaakt, omdat het risico van vallen en ongelukkig terecht komen mij te groot werd. Maar René voelde zich wat zekerder en huppelde soepeltjes over de stenen en kon uiteindelijk de grot bereiken, die achteraf bezien nog niet eens zo héél bezienswaardig was gebleken. Marathokampos en de omgeving van de grot is te zien op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720334532321

Samos: natuur

10 juni 2026

Het beste seizoen om naar de Griekse eilanden, en dus ook naar Samos te reizen is het late voorjaar. De meeste regen valt er in de winter en het vroege voorjaar, zodat het er dan nog groen uitziet. Vooral in het afgelopen voorjaar is er veel regen gevallen, waardoor er ook nog veel bloemen waren te zien. En aan het begin van juni heeft de echte zomerhitte ook nog niet kunnen toeslaan en het meeste weer doen verdorren. De mooiste beleving van de natuur heb je door over de smalle en rustige wegen te karren en onderweg te stoppen als daarvoor aanleiding is. En die is er vaak, zo is gebleken. Want veelal heb je dan aan meerdere kanten de natuurlijke ervaring met prachtige vergezichten en aan alle kanten uitzicht over het eiland, de dorpjes en de zee. En behalve met de auto rondkarren, kun je natuurlijk ook wandelen op het eiland, zelfs over uitgezette wandelpaden.

Maar die ontaarden vaak, na weliswaar een eenvoudig begin, in klauterpartijen over rotsen. We proberen er een, die van het dorpje Drakei aan de westkant van het eiland naar het strand Megalo Seitani. Twee uurtjes lopen en hoofdzakelijk afdalen, dus hoe moeilijk kan dat nou zijn? Op de kaart zag het er allemaal ook erg eenvoudig uit, maar halverwege is de tocht gestaakt omdat wandelstokken onontbeerlijk bleken en je zonder die stokken bij een valpartij heel akelig terecht zou kunnen komen. Niet doen dus…! Samos is ook niet echt een eiland voor de veeleisende liefhebber van luxe strandvakanties. Jazeker, hier en daar zijn er kleine strookjes mooi zandstrand, maar die zijn meteen weer volgebouwd met keurige rijen strandstoelen, parasols, uitbundige horeca en dus ook behoorlijk druk. Maar als je wat voorbereidend huiswerk doet, zijn er genoeg weliswaar minder goed toegankelijke stranden zonder voorzieningen te vinden. Je moet wel enige moeite doen om er te komen, je eigen voorzieningen meenemen, maar dan héb je ook wat. Minder druk, veel leuker en de beleving van de natuur op het eiland. Samengevat in de volgende fotoserie:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720334535714

Samos: binnenland

8 juni 2026

Samos is erg bergachtig en heeft smalle en bochtige wegen. Daarom moet je de nodige tijd uittrekken om de vele kleine dorpjes, die verspreid over het eiland liggen, te bereiken. In die dorpjes lijkt de tijd dan ook te hebben stilgestaan en lijken ze dus nog niet ten prooi te zijn gevallen aan het massa-toerisme. Daarvan is bijvoorbeeld sprake op Mykonos en Santorini, eilanden die mikken op toeristen uit ‘het hogere segment’, en waar de dure modemerken de boventoon voeren, maar waar een gewone tube tandpasta veel moeilijker te krijgen is. Op Samos dus nog niets van dat alles, waardoor het bezoeken van die dorpjes dus nog een aangename aangelegenheid is.

Toch hangt de verandering ook op Samos in de lucht. In de tot dusver nog slaperige kustplaats Agios Konstatinos bijvoorbeeld, en waar je vorig jaar nog heerlijk en zonder poespas aan de zee kon lunchen, werd het bestek nu ineens aangereikt op deftige dienbladen, waren de zwoele Griekse muziektonen, die aan de zee extra heerlijk klinken, ineens vervangen door het hier toch wel wat uit de toon vallende gekras van Frank Sinatra en waren de prijzen in vergelijking met vorig jaar aanzienlijk opgeschroefd. Daarmee werd dus ook gemikt op ‘het hogere segment’ en daarmee een Mykonos-scenario. Gelukkig is dat op Samos nog steeds een uitzondering en zijn de meeste dorpjes, dankzij de bochtige en smalle wegen, nog toonbeelden van authenticiteit. En zolang er geen autobanen worden aangelegd zal dat ook wel zo blijven, hopen we dan maar. Een indruk van dat alles is te vinden op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720334506256

Karlovasi (2)

3 juni 2026

Karlovasi is een van de grotere plaatsen op het eiland, maar wat betreft toerisme is de plaats van weinig belang. In de toeristische gidsjes vind je dan ook nauwelijks bezienswaardigheden in de stad. Gewezen wordt wel op enkele watervallen, maar die liggen ver buiten de stad. Verder nog op een tweetal stranden, maar die zijn met de auto niet bereikbaar. Wel te voet, maar dan ben je (heen en weer) uren onderweg. Misschien is de stad ooit van enige importantie geweest, maar nu heeft de plaats zelfs trekjes van vergane glorie. Dat is niet alleen te zien aan het bijna ingestorte industriële erfgoed, maar ook aan de niet meer in gebruik zijnde en vervallen horecagelegenheden. Desondanks wordt dat alles niet afgebroken, maar blijft gewoon staan en niemand die zich eraan stoort.

Karlovasi heeft wél een bloeiende scheepswerf-infrastructuur. Grote zeiljachten, plezierboten en imposante andere schepen worden hier onderhouden en gerepareerd. Er liggen niet de minste jachten en hier zie je maar weer dat Griekeland op maritiem gebied echt meetelt en Karlovasi plukt hier de vruchten van. De gemiddelde toerist, behalve natuurlijk de eigenaar van de boten, zal dat wellicht weinig interesseren, maar voor de gemiddelde fotograaf is hier heel wat fotogenieks te zien. Niet alleen de scheepswerf maar ook de vergane glorie in de plaats. Want is het niet zo dat ook dingen die in het algemeen lelijk worden gevonden, weer heel mooi gaan worden als ze eenmaal fotografisch zijn vastgelegd? Van de vergane glorie en de scheepswerf is dan ook de volgende serie tot stand gekomen:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720334508969

Karlovasi (1)

31 mei 2026

De Grieken zijn niet zo van het opruimen. Gebouwen en huizen die zijn verlaten en geen functie meer hebben of niet meer worden bewoond, worden niet afgebroken, maar blijven tot in lengte van jaren staan. En dat is maar goed ook, want anders hadden we geen Akropolis gehad. Maar je kan natuurlijk ook doorslaan, want ze doen dit ook met bouwsels waarvan je je kunt afvragen of die nog een historische betekenis hebben. En het betreft niet alleen gebouwen, maar ook auto’s, boten en eigenlijk allerlei soorten afgedankte rommel. Zo staat er dichtbij ons appartement een autowrak met kenteken en al, dat er vorig jaar op dezelfde plaats precies zo bij stond, behalve dat het wrak nu iets meer doorgeroest was dan vorig jaar. Maar het hele eiland staat vol met afgedankte bouwsels en andere rommel. Het schijnt niemand te deren en het wachten is op de natuur die het langzaam overneemt. Vooral in de omgeving van Karlovasi aan de noordkust is nog veel ‘industrieel erfgoed’ te vinden. Er zijn geen hekken, dus je kunt onbekommerd naar binnen en het fotografische resultaat van – naast natuurlijk ook veel moois – een dagje rommel staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720334336429

Pythagorion

30 mei 2026

Voor de tweede keer met René naar Samos afgereisd. De vorige keer was goed bevallen en dat vraagt om een herhaling. Het ging er dus nog niet eens zozeer om nieuwe dingen te zien, maar gewoon om er weer eens te zijn. Ik merk sowieso dat vakantiereizen steeds minder gaan om toeristische attracties af te lopen, maar steeds meer om op een aangename plek wat tijd door te brengen. Bovendien moet je voor toeristische attracties steeds vaker in de rij staan of – erger nog – vooraf online reserveren. Samos is zo’n aangename plek en je hoeft er nergens in de rij. We zijn wederom neergestreken in Ormos Marathokampos, een klein dorpje aan de zuidwest-kust. Zelfs wederom in hetzelfde appartement, want het had zo’n gezellig balkon met uitzicht op de zee, waar je heerlijk kon ontbijten en voor het avondeten een lekker koud Amstel-biertje naar binnen kon werken. Overdag deden we meestal een uitstapje alvorens aan het eind van de middag ergens op een strand neer te strijken.

Het avondeten deden we in het dorp, in een restaurantje op het strand, waar je heerlijke zwaardvis en tonijn kon eten. En dat regiem was twee weken goed vol te houden. De eerste dag moesten we alleen nog even terug naar de luchthaven want er was een klein akkefietje met de huurauto. Hemelsbreed een afstand van niks, maar zoiets kost toch veel tijd. Het eiland is immers heel bergachtig, het is er erg bochtig en meestal kom je niet verder dan de tweede versnelling. En als je daar dan toch eenmaal bent, doe je natuurlijk Pythagorion aan. Een mooie en gezellige toeristenplaats, die zijn naam ontleent aan Pythagoras. Geboren op het eiland en beroemd geworden door onder meer de bekende wiskundige stelling die hij heeft uitgevonden. Maar dan nog even verder naar het oosten, waar in een klein ondiep meertje tussen wat ruïnes elegante flamingo’s waren te zien. De eerste dag, met ons dorp, Pythagorion en de flamingo’s is samengevat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720334306155