Gran Canaria (2)

14 november 2021

Gran Canaria is natuurlijk groter dan de smalle strook bij Maspalomas. Het is eigenlijk een prachtig eiland, dat vraagt om verdere verkenning. Maar dat is allemaal niet gebeurd, ondanks de – weliswaar vage – plannen in die richting. Wellicht onbewust vaag gehouden om de optie open te houden om eens een weekje uitgebreid te kunnen luieren. Marcel had daar sowieso behoefte aan na twintig maanden vrijwel onafgebroken werken. Ik liet me dat graag aanleunen en zo vervielen we al na een dag in een buitengewoon aangenaam ritme, waarbij de dagen voorbij vlogen. Het betekent trouwens niet dat we nergens zijn geweest.

Een middagje naar Puerto Rico bijvoorbeeld, maar liefst tien kilometer verderop en met de lokale bus bereikbaar. En daar meteen gezien hoe het niét moet met de ontwikkeling vaan het toerisme. Het van oorsprong schattige vissersdorpje ligt in een smalle baai tussen hoge rotsen. En op die rotsen hoog opgestapelde appartementencomplexen. Die toeristen verzamelen zich allemaal op een klein strandstrookje of in het kleine aantal straatjes, dat het dorp kent. Want ook die hebben natuurlijk geen zin om het eiland verderop te verkennen. Je gaat je al helemaal afvragen waar al het afval ervan blijft en hoe het mogelijk is dat er schoon water uit die duizenden kranen komt, want behalve wat cactussen hier en daar groeit er ook weinig. Van regenval is evenmin nauwelijks sprake, want dat is nou precies te reden waarom al die toeristen er zijn.

Inclusief wij beiden overigens, want ook wij genieten van het mooie weer, nemen als vanzelfsprekend aan dat er water uit de kraan komt en spoelen onbekommerd het toilet door. En ook in Maspalomas staan er natuurlijk veel appartemeten en hotels, alleen niet opgestapeld tegen rotswanden. Maar goed, het was toch een fijn weekje. Zondag vlogen we naar huis en als afscheidskadootje was er nog een fraai zicht op de 3700 meter hoge Pico de Teide in Tenerife. En indruk van Puerto Rico, de Pico de Teide en al wat op die smalle strook van Gran Canaria nog meer te zien was staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157720179780987

Gay Pride

11 november 2021

Een béétje stad heeft wel een Gay Pride. Zelfs Gran Canaria heeft er een. Die van Amsterdam is wel bijzonder wegens zijn optocht over het water, maar elke stad heeft zo zijn eigen methode. In Gran Canaria laten ze het samenvallen met de ‘elfde van de elfde’ en het is daarmee meteen een mix van gay pride en carnaval. Een optocht is er ook niet. Hier verzamelen zich de gays (en dat zijn er hier heel wat) rond 11 uur in de ochtend op een bepaald punt op het strand. Uitgedost (of juist niet) en om 11:11 uur is er enig ceremonieel vertoon en ondanks het toch wel wat vroege uur gaat er ook nog wel een hoop drank mee. Ikzelf was (helaas of gelukkig..?) in mijn gewone vakantiekloffie, maar als extraatje had ik een camera om mijn nek en de heren lieten zich gewillig fotograferen. Normaal wordt het rondlopen met een camera daar niet zo op prijs gesteld, maar vandaag juist weer wel.

De gay pride beperkte zich niet tot dat ene uurtje, maar strekte zich uit over de hele week. Dat is het gebruikelijke werk, in vooral de Yumbo, van veel feest en optredens vaan A-, B-, of zelfs C-artiesten. Maar of ze een beetje kunnen zingen doet er eigenlijk niet toe. Het gaat om de gezelligheid. En die was er. Een hoog songfestival-gehalte, want daar houden de gays van. Zo was er Johnny Logan uit Ierland, ooit een A-artiest en in zijn jonge jaren heeft hij zelfs twee keer het songfestival gewonnen, maar is nu toch wel wat over de datum. Maar de heren gingen ervan uit hun dak en de gezelligheid was er dus niet minder om. De enigszins geserreerde fotoserie van vooral het 11-11-gebeuren staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157720216445740

Gran Canaria (1)

10 november 2021

De planning van de ‘grote vakantie’ zijn we al bijna een jaar aan het uitstellen. We wilden eigenlijk weer eens naar de VS, maar dat land zat tot begin november op slot voor degenen die, zoals wij ook, er niks belangrijks te zoeken hadden. Het land is uiteindelijk wel open gegaan, maar het was te kort dag om e.e.a. georganiseerd te krijgen. Bovendien werd het daar ook te koud voor nog een echt aangename vakantie. Toch moesten we er wel eens voor wat langere tijd uit, want Marcel is al twintig maanden non-stop aan het werk en – behalve die paar dagen in Kopenhagen in augustus – ook zonder noemenswaardige doordeweekse vrije dagen. Maar waar kan je in november in Europa nog naar toe?

Het werd een last minute naar Gran Canaria. De meeste last minutes gaan voor spotprijzen weg, maar dat kon je van dit arrangement bepaald niet zeggen. Maar daar krijg je dan ook wat voor..! In elk geval een ‘over-de-top’ hotel. Althans voor de liefhebbers van dat genre. Er was nog wel een vaag idee om het eiland te verkennen, maar Marcel wilde het liefst uitrusten, lanterfanteren en de zeven dagen zouden vanzelf voorbij vliegen. Ik had er vrede mee, want ik had het eiland al bij eerdere gelegenheden bekeken. En dat voorbijvliegen gebeurde dan ook. Het hotel was eigenlijk een ‘over-de-top’ resort. Dat betekent dat je er niet vanaf hoeft. Je kan dus de hele dag bij het zwembad zitten en je de drankjes laten aanrukken. Nadat je er natuurlijk al om acht uur ’s ochtends je handdoekjes hebt neergelegd om je van een mooi plaatsje te verzekeren. Nee, dát ritme was aan ons niet besteed.

In plaats daarvan zwom Marcel ’s ochtends in dat 100-meter (…!!!) zwembad zijn baantjes, gingen we samen rondjes hardlopen, dan naar het strand en ’s avonds naar de Yumbo. Die Yumbo, een bouwsel uit de 70’er jaren, is een fenomeen. Al vijftien jaar geleden, toen ik er voor het eerst kwam, was het al vergane glorie. En sindsdien is het eigenlijk alleen maar verder vergaan. Maar er is geen enkele reden om er wat aan te renoveren, want bezoekers komen toch wel. Elk renovatie-initiatief zou bovendien, denk ik, ook kunnen rekenen op heftige protesten, want het zou ten koste gaan van het imago, dat het inmiddels heeft gekregen. Heel populair dus en ook met een duidelijke oververtegenwoordiging van het gay-segment. Extra gezellig dus en daar zaten we dan op een van de vele terrassen een cocktail te drinken en de meute in allerlei uitdossingen voorbij te zien flaneren. De dagen gleden inderdaad zo voorbij. Een indruk van de eerste dagen staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157720200736690

Weerribben

29 oktober 2021

De Weerribben: een natuurgebied in de Kop van Overijssel. Het grootste aaneengesloten laagveenmoeras in Noordwest Europa. Inmiddels een heus officieel Nationaal Park. Op een van de laatste mooie en nog niet zo heel koude dagen van het jaar moest er maar eens een uitstapje naartoe worden gemaakt. René was er nog nooit geweest, hoewel dat al jaren op zijn lijstje stond van ‘ooit nog eens te bezoeken’. Ikzelf trouwens ook nog maar één keer, hoewel ik nota bene een niet onbelangrijk deel van mijn leven in dezelfde provincie heb doorgebracht. Maar ik had niet de indruk dat de Twentenaren daar veel kwamen, want het ‘roomse’ Twente en de ‘bijbelse’ Kop van Overijssel hadden niet zoveel met elkaar.

Hoe dan ook, eerst een bezoekje met koffie en gebak aan een kennis in Kalenberg. Iedereen in dat dorp woont daar aan het water en in de zomer komen daar zo’n 400 boten per dag voorbij. Maar nog niet ontdekt door Chinezen, dus het is nog geen Giethoorn, dat er trouwens niet ver vandaan ligt. Behalve varen kan je er ook wandelen. Over het ‘Laarzenpad’ bijvoorbeeld. Goed gekozen naam, want met gewone gympen moet je er niet komen. Het is er modderig en moerassig en je loopt er over smalle paden tussen het riet. En af en toe met een pontje aan een kabel jezelf naar de overkant trekken. Niet extreem fotogeniek, maar af en toe wat watervogels en opeens twee herten. Maar met de auto nog even wat verder het gebied verkend en beland in dorpjes met exotische namen, zoals ‘Nederland’ en ‘Muggenbeet’. Die laatste naam is in dat moerasgebied ook goed gekozen, lijkt me zo. Een foto-impressie van de dag staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157720101877219

Zuiderkerk

28 oktober 2021

Donderdag eindelijk eens de toren van de Zuiderkerk beklommen. Geen spectaculaire hoogte, maar hoog genoeg om de directe woonomgeving eens in een heel ander perspectief te bekijken. Helaas moest dat bekijken onderdeel zijn van een rondleiding in een Spaans toeristengroepje. Heel wat tijd ging dus verloren aan een uiteenzetting in het Engels over – hoe interessant ook – de geschiedenis vaan de kerk in ‘nota bene’ de tachtigjarige oorlog. Óns ging het natuurlijk over het fotomomentje boven, waarvoor zegge en schrijve vijf minuten was uitgetrokken, hoewel we er nog wel een paar minuten bij konden smokkelen. Maar de eerste paar minuten van dat fotomomentje gingen al op aan een oriëntatie.

Hoe anders is de kijk op de stad boven..! Zelfs markante punten, waar je bijna dagelijks langs loopt, konden we niet meteen vinden. En dan is het verrassend hoe die markante punten zich onderling ruimtelijk blijken te verhouden. Het kromlijnige stratenpatroon in de buurt blijkt dan een heel ander idee van de geografische werkelijkheid in je hoofd te hebben gezet. Tenminste als je nog nooit op de Zuiderkerktoren hebt gestaan. Hoewel je natuurlijk ook gewoon een kaart kunt pakken en je dan de werkelijkheid óók kunt zien. Maar vanaf de toren is het perspectief toch weer anders dan vanaf een kaart. Zelfs het achteraf bekijken van de foto’s leverde nog heel wat puzzelwerk op, want er stonden ineens dingen op, die we nog nooit hadden gezien. Toch dan maar eens later in de buurt rondlopen en kijken of we die dingen nog eens terug kunnen vinden. Leerzame minuten dus en het verrassende ruimtelijke puzzeltje is te vinden op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157720147081535

Amsterdam

15 oktober 2021

Het ongelukje met mijn Tamron-lens vorige week heeft uiteindelijk geleid tot de aanschaf van een nieuwe zg. ‘compact-camera’, een Canon SX70 HS om precies te zijn. De eventuele reparatie van de Tamron-lens zal (als hij al kán worden gerepareerd) minimaal twee maanden duren en zonder camera voel je je toch wel een beetje ‘een soort van’ gehandicapt. Zou ik dan écht niet zonder camera kunnen, iets wat het grootste deel van de mensheid met het grootste gemak kan? En moet ik dan metéén naar de winkel om een nieuwe te kopen? Maar mijn geweten werd gesust met de gedachte dat een compactje eigenlijk toch al op het lijstje om ooit eens aan te schaffen. Alleen was het er nog niet van gekomen. Dan meteen nu maar doorpakken.

De foto-kwaliteit van een compactje is wel altijd wat minder dan die van een ‘echte’ camera, maar daar staat tegenover het gebruiksgemak voor wat betreft afmetingen en gewicht. Wat dan wel dat mindere was in vergelijking met mijn echte camera (een Canon 90D) ging ik meteen uitproberen. En wel onderweg van en naar de fotowinkel die ik na de aanschaf nog twee keer heb bezocht. De winkel ligt bij het station Zuid, en zodoende kon ik ook de Zuid-as nog eens onder handen nemen. Want dat zou tijd worden omdat de skyline daar wekelijks verandert en de kleurige architectuur daar een mooi foto-onderwerp zou zijn.

Het compactje presteert duidelijk minder bij moeilijk licht en is dus geen vervanging van de 90D. Het heeft immers minder geavanceerde sluitertijden, diafragma-openingen en ISO-waarden. Maar zolang het een beetje goed weer is, is dat helemaal niet erg, want dan gebruik je die geavanceerde waarden toch niet. Het pluspunt is dat het niet alleen lekker in je hand voelt, maar vooral ook het extreem goede zoom-bereik, juist weer veel meer dan dat van de Tamron-lens. Wel oppassen dan met eventuele bewegingsonscherpte. Behalve dat ik in het begin eraan moest wennen dat sommige knopjes net weer ergens anders zaten is de kennismaking met het compactje me goed bevallen. Kijk zelf maar op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157720050455221

Charleroi (2)

10 oktober 2021

Zondag zoeken we andermaal het industriële kerkhof van het voormalige Cockerill Sambre op. Nu aan de zuidkant van de rivier, waardoor het zonlicht wat gunstiger is voor de foto’s, hoewel ik het nu met een minder geschikte lens moet doen of dan desnoods maar mijn mobieltje gebruiken. Ondanks de deplorabele staat van dit alles, zou het gebied zich ook hier kunnen herstellen. Tenminste als het gaat zoals in andere (voormalige) Europese voorbeelden. Het Ruhrgebied heeft zijn verleden al lang achter zich gelaten en heeft het overblijvende industriële erfgoed netjes gerestaureerd, er hekken omheen gezet, verpakt als toeristische attractie en er een museum van gemaakt. Luik en Lille ondergaan nu ook al een duidelijke opleving, maar danken dit mede aan hun geografische ligging aan de kruispunten van de belangrijke verkeerscorridors. Charleroi ligt geografisch eigenlijk nog nergens en heeft duidelijk meer moeite om uit het dal te komen. Want wie ruimt hiér de rommel op en wie betaalt voor de sanering van de ongetwijfeld zwaar vervuilde grond? Waarbij het Vlaams Gewest wellicht de neiging heeft de andere kant op te kijken.

Maar heel langzaam wordt ook hier de rommel toch opgeruimd. Tenminste dat idee krijg je als je ziet hoe grote grijpers het schroot in vrachtschepen laden. En als de grond eenmaal is gesaneerd komt er naar mijn idee ruimte voor een hele nieuwe stad. Of misschien wel een natuurgebied aan de Sambre. Genoeg voer voor planologen en andere adviseurs die ervoor hebben doorgeleerd. En ook in de stad zie je hier en daar in de stad tekenen van herstel. Als je goed kijkt heeft de stad al wel een aantal prachtige monumenten (gehad), die alleen nog een renovatieslag behoeven. En een blinde muur beschilderen met street art is meteen ook al een heel ander gezicht. Her en der worden straten en pleinen aangepakt. Er staat een nieuw appartementencomplex in de vorm van de vroegere koeltoren, zodat toch een stukje erfgoed in de stad zichtbaar wordt. En het plein voor het treinstation Charleroi-Sud is al halverwege een complete metamorfose. Je zou zeggen dat het dieptepunt is gepasseerd. Beoordeel zelf maar op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157720030877027

Charleroi (1)

9 oktober 2021

Charleroi: de lelijkste stad in Europa. Dát moesten we natuurlijk zien…! Want voor fotografen is héél lelijk meteen ook weer héél mooi. De stad dankt deze reputatie aan het vroegere centrum van kolenmijnen en staalindustrie. Overal zijn nog de resten van al dat geploeter zichtbaar, waardoor de stad en de regio nog steeds bekend staan als ‘Le Pays Noir’. Dat was dan ook meteen het doel van dat tweedaagse foto- cq. minivakantiereisje met René. Maar ook de stad zelf is deze periode nog allerminst te boven gekomen. Er zijn veel sociale problemen met armoede, hoge werkloosheid- en criminaliteitscijfers. Dat is in de stad overal zichtbaar en dat bracht meteen een dubbel gevoel met zich mee. Want die industriële restanten zijn natuurlijk erg fotogeniek, maar je ontkomt er niet aan om ook de stad zelf en andermans sociale problemen te bekijken.

Het vroegere industriële gebied ligt ten zuidwesten van de stad aan de oevers van de Sambre. We wandelen min of meer langs de rivier naar Marchienne-au-Pont, zo’n vier kilometer naar het westen. Niet over de weg, maar dwars door het terrein van roest, schroot en ander industrieel afval. Erg verrassend want in Nederland zouden ze meteen beginnen met het afsluiten van zo’n gebied voor onbevoegden zoals wij en bovendien ook met het opruimen van de rommel. Hier dus niet, en onbekommerd lopen we tussen al die overblijfselen, ons verbazend in wat voor een bizarre wereld we zijn beland.

De dag kreeg alleen wel een heel vervelend staartje. In een onbewaakt moment is mijn camera op de grond gevallen en mijn 18-400 tele-zoomlens was daardoor niet meer bruikbaar. Ik had nog wel een andere lens, maar die was voor dit doel veel minder geschikt. En dan is er natuurlijk altijd nog het mobieltje, maar de resultaten daarvan vallen altijd tegen. Het kostte een halfuurtje in mineur, maar ik realiseerde me dat we al heel veel hadden vastgelegd en bovendien kon de dag heel gezellig worden afgesloten met lekker bier op een terras en een ontzettend gezellig italiaans restaurant. En het grootste deel van de dag is toch maar mooi vastgelegd. Kijk en huiver op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157720019101537

Hortus Botanicus

7 oktober 2021

Op nog geen steenworp afstand van huis ligt de Hortus Botanicus. Heel lang geleden was ik er ooit eens, maar daarna gek genoeg niet meer, terwijl ik er ontelbare keren langs ben gelopen op weg naar de metro. Fotovriend Jos had het initiatief genomen om op een mooie donderdagochtend het complex nog eens te bezoeken. Het is een oase in de stad. Niet alleen omdat het een park of een tuin is. Want parken en zelfs tuinen zijn er genoeg in de stad. Maar de Hortus is wel een bijzonderheid en staat vol met fraaie inheemse plantensoorten en andere botanische hoogtepunten. Meestal in de open lucht, maar zonodig in een van de monumentale kassen met hun eigen klimaatzones. Daar dan de palmen, cactussen en zelfs een aparte kas voor allerlei soorten vlinders. De kassen, het hoofdgebouw en zelfs het toegangshek zijn bovendien beschermd rijksmonument. En zelfs als je even geen monumenten of planten hoeft te zien is alleen al het nuttigen van koffie en gebak op het terrasje aldaar op deze zonnige ochtend al een hoogtepunt. Waarom is dat niet vaker gedaan? Het is nog geen vijf minuten lopen….! De reis van donderdag langs de monumenten en door de verschillende klimaatzones is vastgelegd op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157720006897271

Duitsland (2)

4 oktober 2021

De Allgäu, zie vorig blogje, heb ik in de afgelopen dertig jaren redelijk vaak bezocht. De laatste jaren ook wel met de trein maar meestal toch met de auto. En meestal scheur je dan ook nog via de Autobahn zo snel mogelijk naar je bestemming. Maar zelfs op die Autobahn vallen je een aantal dingen op. Ondanks de soms hoge snelheden is er de gedisciplineerde rijstijl bijvoorbeeld. In een file ontstaat er als vanzelf een Rettungsgasse, via welke hulpdiensten snel ter plaatse kunnen zijn. En dat bleek ook nodig. De traumahelikopter kon natuurlijk meteen op de plaats des onheils landen, maar politie, ambulances en takelmaterieel kon er dankzij die discipline meteen langs. En er wáren nogal wat files. Het na-oorlogse autobaannet van duizenden kilometers is hoognodig aan vernieuwing toe en er zijn dan ook ontelbare en ook lange Baustellen. Maar gelukkig doen ze het allemaal voor ons, zo wordt ons medegedeeld.

Maar wat vooral opvalt zijn de enorme hoeveelheid windmolens. Het stadium van horizonvervuiling zijn de Duitsers al lang voorbij. Nou scheelt het wel dat Duitsland een stuk dunner bevolkt is dan Nederland en er zodoende ook meer ruimte is voor die molens zonder noemenswaardige hinder. En tenslotte is – als je dan toch met de auto gaat – een tussenstop een aanrader. Twee keer vier uur rijden is een stuk aangenamer dan één keer acht. Een tussenstop halverwege in Fulda bijvoorbeeld, barokke stad en begraafplaats van Bonifatius, die in Dokkum is vermoord en hier zou zijn begraven. Of dat ook echt zo is, kan je je natuurlijk afvragen, maar de stad heeft er voor de liefhebbers hoe dan ook weer een pluspuntje bij. Een fotoserie van al dat onderweg zijn staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719988858952