Het Hoge Land

18 juli 2021

De fietstocht naar Groningen leverde nog een epiloog op. Met Marlies en Alex is nog door het ‘Hoge Land’ gefietst. Het gebied ten noorden van de stad Groningen door de gelijknamige gemeente ‘Hoge Land’. Van oorsprong kleine pittoreske dorpjes, maar tegenwoordig vooral forenzen-plaatsen met eenrichtingsverkeer van en naar de stad Groningen. Want je kunt er nog redelijk goedkoop, toch dichtbij de stad en vooral ook nog fraai wonen, want de plaatsen hebben toch hun oorspronkelijke karakter goed behouden. Maar het gebied wordt ook wel aangeduid met ‘de groene Sahara’. Eindeloos strak groene weilanden, waar de biodiversiteit ver te zoeken is. Maar wel mooie luchten en je kan er eindeloos ver kijken. Er kwam die dag nog een tweede meer onverwacht epiloogje. Het plan was om op zondagmiddag met de trein terug naar Amsterdam te reizen, maar er was niet gerekend op de werkzaamheden in Zwolle, waardoor het station daar er helemaal uit lag. Er is ook geen omweg met de trein te bedenken, dus het leverde een extra fietstochtje op van Meppel naar Kampen.

In de trein naar Meppel ontmoette ik een fietser die zojuist in twee-en-een halve dag het Pieterpad voor fietsers van Maastricht naar Groningen had afgelegd, en nu terug onderweg was naar Maastricht. Ook hij bleek niet op de hoogte van de Zwolse hobbel en dat betekende voor hem dus onverwacht weer zo’n 50 kilometer extra fietsen. Ik was inmiddels in de afgelopen dagen getriggerd door de ‘authentieke’ boerengeur, het gebrek aan biodiversiteit en de ook hier onafzienbare weilanden, die eerder op strak groene laminaatvloeren lijken. Maar wel mooie plaatsjes, zoals Zwartsluis, Genemuiden en Kampen. Hoewel in Genemuiden dorst begon te krijgen, mijn bidon leeg was en ik hoopte op een uitspanning waar ze lekkere cola-light zouden hebben. Maar geen mens op straat, laat staan gezellige terrassen. Ik had het kunnen weten, wat dit is wel zo’n beetje het epicentrum van de bible-belt, waar ik me op die zondag dus niet echt welkom voelde. Maar het euforische gevoel van vijf dagen fietsen overheerste. Heel gevarieerd Nederland gezien, wat betreft landschappen en weersomstandigheden. Al met al zo’n 450 kilometer gefietst. Toch ook mooi de afstand van Maastricht naar Groningen, ruim zelfs. De foto’s van mijn eigen Pieterpad staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719587323618

Raalte – Groningen

17 juli 2021

Het tweede deel van de fietstocht ging vanuit Raalte naar Groningen. Niet bepaald in een rechte lijn, maar in een ruime bocht via Barger Compascuum, in zuidoost-Drenthe, waar broer Louis woont. Die bovendien zijn verjaardag vierde en dat leverde dus twee doorslaggevende redenen op om deze bocht toch maar te maken. Voor Marcel zat de tocht erop en hij fietste vrijdagochtend eerst naar Deventer om daar op de trein naar Amsterdam te stappen. Met Wim is vervolgens naar Barger C. gefietst. Wim is DE fietser van de familie en het tempo was dan ook – vooral in het begin – navenant. Maar gaandeweg werd het recreatiever, met een ruime koffie- en gebakstop in Hardenberg. Het tweede stuk, van Barger C. naar Groningen moest ik alleen fietsen. Niet mijn voorkeur, want graag mag ik al datgeen wat je onderweg ziet delen met anderen. En dan moet je maar afwachten wat er nog te delen valt als de tocht eenmaal achter de rug is. Vandaar deze schrijfseltjes en fotoseries dus.

Naar Groningen ging het recht naar het noorden bij een stevige noordenwind. Maar de regen was gestopt en het werd nu zelfs zonnig. In zuidoost-Drenthe en het aangrenzende deel van de provincie Groningen fiets je hoofdzakelijk langs kanalen. Dat waren ooit de hoofdtransportroutes in dat gebied. Je hebt er langgerekte dorpen, met eigenlijk maar twee straten, aan weerszijden van het kanaal. En dan kom je in oost-Groningen, een gebied waar ik nog nóóit ben geweest. Maar ik had er wel een voorstelling van. Eindeloze vlaktes, veel akkerland met grote boerderijen, afgewisseld met grote en voorname landhuizen. Voor een deel klopte dat wel.

Maar de windmolens, beter gezegd windturbines, ontbraken in die voorstelling. Ik ben naar een zo’n molen gefietst en als je daar dan aan de voet van zo’n 200 meter hoog draaiende machine staat maakt dat een overweldigende indruk. Ik snap nu ook wel de weerstand, want zo’n ding wil je écht niet in je achtertuin. Wat ook in mijn voorstelling ontbrak was toch ook wel het vele groen. Vooral bij Veendam, in mijn voorstelling eigenlijk een heel treurige plaats, ben ik door een eindeloos en fraai park gefietst, waar het me heel aangenaam wonen leek. De stad Groningen was het einddoel van de dag, een stad die je al van verre ziet opdoemen. Ook daar familie: mijn zus Marlies met man Alex. Daar was lekker bier en voor de verandering was het weer eens lekker buiten aan het water eten. De foto’s van de vrijdag en zaterdag staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719584977803

Amsterdam – Raalte

15 juli 2021

De eerste twee etappes van een meerdaagse fietstocht met Marcel. Nu weer van A naar B rijden en daags erna door naar C. Op een of andere manier vind ik dat leuker dan vertrekken en aan het eind van de dag weer terugkomen in dezelfde plaats. Het geeft me meer het gevoel van ‘onderweg zijn’, iets wat ik toch als een niet onbelangrijk onderdeel van een vakantie beschouw. De tocht had ook als doel om wat familiebezoekjes af te leggen. Maar Raalte, de woonplaats van broer Wim, was eigenlijk te ver om in één dag te bereiken, dus werd een hotelovernachting in Nunspeet ingelast. Het was – wat betreft weersomstandigheden – niet de allerbeste week. De langste etappe naar Nunspeet verliep nog grotendeels droog en zelfs met rugwind, maar de tweede dag naar Raalte was regenachtig. Geen Limburgse hoeveelheden, maar genoeg om toch verregend in Raalte aan te komen. Maar de afwisseling in landschappen vergoedde veel en juist op de fiets kan je ervaren hoe gevarieerd het Nederlandse landschap eigenlijk is.

Eerst langs de Randmeren (Naarden-Vesting en Spakenburg), daarna ineens bos op de Veluwe. Daar veel onverharde fietspaden en met regen is dat wat modderig. De Veluwe wordt beschouwd als een van de mooiere landschappen in Nederland, maar voor de fietser (en de fotograaf) is het toch tamelijk eentonig. Maar dan is het bij Epe is ineens afgelopen met het bos en kom je in het weidelandschap van de IJsseldelta. Daar de geur van het boerenland, die ik nog zo goed uit mijn jeugd ken. Het bracht ooit de associatie van landelijk, eerlijk en authentiek, maar inmiddels weten we beter. Want er is nog een andere associatie, die van ammoniak en dus stikstof, dat hier kennelijk in grote hoeveelheden neerdaalt. En dan realiseer je dat dit proces al tientallen jaren gaande is. Maar in Raalte waren er droge kleren, een warme douche en was er eten. Met mooi uitzicht op de regen buiten en binnen lekker op de bank met de beentjes op de tafel naar de Tour kijken. En vooral ook heel tevreden terug blikken op twee dagen zelf fietsen. Foto’s zijn er ook nog gemaakt. Kijk maar op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719573770136

Waterland (2)

9 juli 2021

Nog maar eens door het Waterland gefietst. Al was het maar als voorbereiding van de wat grotere meerdaagse tocht van volgende week. Het voordeel deze keer was andermaal dat René met zijn elektrische fiets meeging, zodat er wat kopwerk kon worden gedaan bij de toch wel straffe westenwind in de polder. Want als je zelf geen elektrische fiets hebt, zorg dan in elk geval dat je vrienden hebt met zo’n ding. De route was wél ietsje anders. Nu is Monnickendam aangedaan, een wat onderbelicht, maar eigenlijk minstens zo mooi plaatsje als het door massatoerisme platgewalst Volendam en Marken.

In andere jaren tenminste, want toeristen zijn er nu nog nauwelijks. Behalve dan die ene Belg die we tegenkwamen, die de provincie Noord-Holland goed had bekeken, maar alweer 40 jaar niet meer in Amsterdam was geweest en ook nu niet van plan was om erheen te gaan. Het tegenargument dat er in al die jaren toch wel een hoop was veranderd, maakte geen indruk. Zuiderwoude, meer dan een kruispunt met een kerk en wat ophaalbruggetjes is het eigenlijk niet, maar is wel – wat mij betreft – een van de fraaiste dorpjes in het gebied. Op sommige stukken was de route ook wel dezelfde als die van vorige week. Maar ook daar zie je – als je de ogen de kost geeft tenminste – weer heel andere dingen. Alle reden om de camera ook dan voor de dag te halen. Het resultaat staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719532236313

Waterland

2 juli 2021

“Of ik niet eens een keer een elektrische fiets moet kopen”. Die vraag krijg ik af en toe, maar tot nu toe is dat alleen nog niet gebeurd. Maar René heeft er deze week wel eentje gekocht. Voor zijn doen een heel snel besluit, want nog geen maand geleden werd het e-woord heel voorzichtig in de mond genomen en normaal gesproken zou dat betekenen dat de e-fiets er in 2023 misschien wel is. Maar ineens was die fiets er en vrijdag zou dan de ‘maiden trip’ plaatsvinden, met een tochtje door Waterland, het poldergebied boven Amsterdam. Toen snapte ik de vraag wel die ik af en toe kreeg, want het overgrote deel van wat daar op die mooie zomerse vrijdagmiddag allemaal rondfietst is 65+ en heeft ook nog eens zo’n e-fiets. Ik behoorde er dus bepaald tot een minderheidsgroep.

Het tochtje was zo’n vijftig kilometer. Nou maak ik met hem wel vaker fietstochtjes, maar zelden meer dan dertig kilometer. Want elke kilometer gaan we van de fiets af, om te kijken wat zich nú weer voor de cameralens voordoet. Maar nu ineens vijftig en voor René met de vingers in de neus, zo bleek. Er bleek een wereld te zijn open gegaan. De actieradius voor toekomstige tochtjes is nu ook een stuk groter. Er stond in de polder toch wel een straffe westenwind, maar hij ging fluitend het kopwerk doen, zodat ik een beetje uit de wind werd gehouden. Ik heb natuurlijk ook een klein proefritje gemaakt. Inderdaad een sensatie en wat mij betreft een van de mooiste uitvindingen die deze eeuw zijn gedaan. Ga ik er dan ook eentje kopen? Je weet het maar nooit. Maar fotograferen blijven we voorlopig doen. De indruk van vrijdag aan en boven het IJ staat op: 

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719559091920

Schinkelbuurt

1 juli 2021

Bij nader inzien blijkt er binnen de Ring nóg een rafelrandje te liggen. Een heel fraai exemplaar nog wel, net achter het voormalige Haarlemmermeerstation. Een wonder dat het er nog is, want het ligt midden tussen de deftige British School en de niet bepaald goedkoop ogende nieuwe appartementen net aan de noordkant van het ook al opgeknapte Olympisch Stadion. De Stadiongracht met eraan een fraai aangelegd park met mooie woonboten vormt een natuurlijke barrière tussen dat rafelrandje en de appartementen, zodat van enige interactie geen sprake hoeft te zijn. Het tamelijk geïsoleerd gebiedje bestaat uit een rij vervallen loodsen met roestige voorgevels en golfplaten daken, die elk moment kunnen instorten. In die loodsen uitdragerijen, sportscholen, garages, auto-onderdelen en alles wat verder tweedehands is. Van dat werk dus. Hier krijgt alles een tweede leven. Maar behalve wat er allemaal te koop is, is het decor toch wel de belangrijkste bezienswaardigheid, een decor dat in een film set niet zou misstaan. Hoe dat randje dan ook kan overleven tussen al dat sjieks, is dus een raadsel, maar de kans dat het er over tien jaar nog is, lijkt me klein. De moeite waard dus om het even vast te leggen op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719491803169

Westelijke IJ-oever

24 juni 2021

Elke stad heeft wel zijn rafelrandjes. Van die niet aangeharkte gebiedjes, waar de regels nét iets anders worden geïnterpreteerd en die een stad toch een eigen karakter geven. Meestal liggen ze ver buiten het centrum, minder toegankelijk en dus ook wat minder bekend. Maar in Amsterdam ligt er nog zo’n gebiedje, nota bene vlak bij het Centraal Station, iets ten westen daarvan, aan de IJ-oever, het ‘Stenen Hoofd’. Vroeger stond er een loods, inmiddels afgebroken, maar de fundamenten liggen er nog, overwoekerd door gras. Er is een stichting die ijvert voor het behoud ervan en af en toe vinden er kleinschalige culturele evenementen plaats. Ongetwijfeld azen projectontwikkelaars op het gebiedje, want het is bepaald een A-locatie. Je hebt er een fraai uitzicht over het IJ, de langsvarende schepen, met Amsterdam-Noord als achtergrond, waarvan de nieuwe hoogbouw steeds hoger lijkt te worden.

Tot een jaar of twintig geleden was het gebied ten westen ervan één grote rafelrand, maar inmiddels is het daar helemaal aangeharkt. Beginnend met de Silodam, verder de Pontsteiger en dan het gebied van de voormalige Houthavens. Dat is inmiddels een grote (en best aardige) nieuwe woonwijk geworden, met in het hart ervan de architectuur van de grachtengordel. De bruggen over de nieuwe grachten liggen er al, maar alleen is het water er nog niet. Wel zijn ze nu bezig om de zandlichamen tussen de huizen uit te graven, zodat die toekomstige grachten vanzelf vollopen met water uit het IJ. Al met al een fraai fietstochtje met mooie perspectieven op de altijd maar veranderende stad. Regelmatig terugkomen dus om het een beetje bij te houden. Hoe het er donderdag uitzag staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719476289413

Betondorp

17 juni 2021

Betondorp: de fotoclub stuurde me erheen, met als uitdaging om in anderhalf uur een fotoserietje te produceren. Het is een klein woonwijkje aan de zuid-oost kant van de stad, nog net binnen de Ring. Om een aantal redenen is het een meer dan gemiddeld bekende wijk. Gebouwd in de 20’er jaren en opgetrokken uit beton en de gevels bekleed met ruw grijs stucwerk, waardoor het een kenmerkende architectuur heeft gekregen en in de volksmond Betondorp is gaan heten. Maar woonwijken worden nog meer bekend, als daar beroemdheden worden geboren. Zoals Johan Cruyff, die daar is geboren en opgegroeid. Of omdat er beroemdheden hebben gewoond, zoals Gerard Reve. Maar het feit dat er iemand geboren en getogen is, geeft een woonwijk nét iets meer cachet dan dat er iemand alleen maar een tijdje heeft gewoond.

Johan Cruyff is er dus opgegroeid, heeft daar op straat het voetballen geleerd en liep zo vanuit zijn ouderlijk huis naar het toenmalige Ajax-stadion, ‘de Meer’, dat daar op loopafstand vandaan lag. Dat Ajax-stadion is na de bouw van de ArenA in 1996 gesloopt en er is een aanpalende woonwijk gekomen, met straatnamen uit de voetbalwereld. Zoals de iconisch geworden Anfield Road, waaraan het stadion van Liverpool ligt. Daardoor is de voetbalgeest nooit meer uit Betondorp én uit de nieuwe ‘de Meer’ verdwenen. En dat was te merken nu het EK geleidelijk op stoom begint te komen. Het fotoserietje is er gekomen en is te zien op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719466604596

Strand

16 juni 2021

Net toen het pessimisme toesloeg en ik dacht dat, na het sinds mensenheugenis koudste voorjaar, de zomer ook al door het putje zou verdwijnen werd het ineens zomer. En hoe…! Dus eindelijk eens een keer écht naar het strand. Meerdere keren zelfs: Zandvoort, waar we al jaren komen, maar ook Callantsoog, een nieuwe sinds vorig jaar ontdekte locatie. Behalve dat je op het strand kunt liggen of een plonsje kunt wagen in het nog veel te koude water zijn er ook de nodige (dierlijke) levende wezens te zien. Om te beginnen de kwallen, die – zover het oog reikt – bij duizenden op het strand liggen. Het is eigenlijk één groot kerkhof, want eenmaal aangespoeld zijn ze dood en het ontbindingsproces voltrekt zich dan binnen 24 uur. Ze drogen uit en de volgende vloed spoelt de restanten terug naar de zee, waarmee hun tamelijk beperkte levenscyclus is voltooid.

Zo gaat het ook in Callantsoog, met zijn strekdammen. Bij eb komen die droog te liggen en de vogels doen zich dan tegoed aan de achtergebleven schelpdieren en bij de weer opkomende vloed worden ook daarvan de restanten, die ze niet mee believen, terug in zee gespoeld. Behalve kwallen zijn de ‘bastaardsatijnrupsen’ andere levende wezens, die een verblijf aan de kust onaangenaam kunnen maken. Ik had het lieve beest nota bene uitgebreid in de duinrand gefotografeerd, maar als dank zat daags erna mijn hele lijf onder de hevig jeukende bulten. Het lieve beestje is familie van de ‘eikenprocessierups’ en wat voor ongemakken dié kan veroorzaken is genoegzaam bekend. Maar het jeukende ongemak was na enkele dagen wel weer verdwenen. En gelukkig was er ook wat meer aaibaar gedierte. Natuurlijk het ‘lieveheersbeestje’, die zijn naam blijkbaar niet voor niks heeft gekregen. En aan het eind van de dag de talrijke herten, die zich dan in het warme avondlicht mooi voor de camera laten zien. Een indruk van wat aan de kust in deze mooie zomerweek te zien was, staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719491594815

Twente

28 mei 2021

Twente, de regio waar ik in mijn jeugd een dikke tien jaar heb gewoond. Een deel van de familie is er blijven hangen, het andere deel, waaronder ikzelf, is uitgewaaierd naar andere streken. Ik was er – mede door corona – al een tijdje niet meer geweest, maar nu was het moment daar voor een bezoekje aan broer Frans en zijn vrouw Ellen in Hengelo. Meteen een mooie aanleiding om eens wat jeugdsentiment op te snuiven. En dat ligt daar overal voor het oprapen. Om te beginnen in Oldenzaal, waar ik de hele middelbare schooltijd heb doorlopen. De school werd bestierd door de paters Carmelieten. Een deel van de leerlingen zat daar in het internaat, maar ik overbrugde elke dag de afstand vanuit Tubbergen met de fiets. Nog steeds heeft de voorgevel niets van de vrome uitstraling van destijds verloren. Zelfs het fraaie interieur is na bijna zestig jaar nog steeds behouden. Oldenzaal is de kleinste, maar wat mij betreft ook de mooiste, van de vier steden in Twente.

Dichtbij ligt het vliegveld Twente. Ook daar ligt weliswaar geen echt jeugdsentiment, maar eerder wat meer recent sentiment. Dat vliegveld zou, na het vertrek van de militairen, uitgroeien tot een echte luchthaven. Ik heb me daar in de laatste jaren van mijn werkzame leven wat tegenaan bemoeid en kwam in een rapport tot de conclusie dat die ontwikkelingskansen wel heel erg klein waren. Dat is me niet in dank afgenomen door het lokale bedrijfsleven, maar na een hoop politiek getouwtrek is die echte luchthaven is er toch niet gekomen. Nu staan er wat vliegtuigen geparkeerd, door corona tijdelijk overbodig geworden, en op het vliegveld is het goedkoper parkeren dan op hun eigen thuisbasis.

Twente is van oudsher een mix van industrie- en landbouwgebied. De industrie is eigenlijk meer industrieel erfgoed geworden. In Hengelo is daarvan nog veel te zien in, onder meer, het Tuindorp. Daar zat de machinefabriek Stork. Destijds werkten veel mensen hun hele leven voor dezelfde werkgever en de firma had – sociaal als die was – daarvoor een hele woonwijk gebouwd bij de fabriekscomplexen. De fabrieksbazen woonden er natuurlijk niet, maar die hadden elders wat grotere onderkomens. Tegenwoordig een fraaie en populaire woonwijk. Ondanks dat die luchthaven er nooit is gekomen gaat het met Twente bepaald niet slecht. En een bezoekje waard, ook als je er geen familie hebt. En hoe kun je een bezoek aan Twente dan ook beter afblussen dan met een lekkere lokale wijn. Met dank aan Frans en Ellen..! Foto’s zijn er ook gemaakt. Die staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719308089684