Haarlem, de stad van de steegjes en de hofjes. Je kunt er heel kleinschalig wonen, maar ondanks de beperkte ruimte blijken de steegjes en de hofjes heel geschikt voor niet alleen bloempotten en plantenbakken, maar ook fietsen en zelfs motoren. Haarlem is onder meer een toevluchtsoord voor Amsterdammers, die om uiteenlopende redenen de hoofdstad de rug toekeren. Wellicht omdat ze er geen geschikte woonruimte kunnen vinden, dan wel dat ze worden aangetrokken door de wat meer ingetogen sfeer van Haarlem en genoeg hebben van de vrijwel permanente kermis in de Amsterdamse binnenstad.
Ik was er met een ex-Amsterdammer, maar inmiddels autochtone Haarlemmer en dus helemaal thuis in wat deze stad te bieden heeft. Die mij het voorrecht verschafte kennis te nemen van de bezienswaardige bijzonderheden van de stad, die voor de minder ingewijde bezoeker wellicht onzichtbaar blijven. En die bovendien een doorgewinterde fotograaf was, waardoor niet alleen de Haarlemse bezienswaardigheden het gesprekonderwerp waren, maar vooral ook allerlei aspecten van de fotografie. Geconcludeerd dat en zóveel verschillende stijlen zijn, dat het vergelijken en dus beoordelen van foto’s een hachelijke aangelegenheid wordt. Zelfs foto’s van lelijke onderwerpen kunnen uitmunten voor wat betreft schoonheid. Natuurlijk is er dus een fotoserie gekomen over Haarlem. Iets meer dan gewoonlijk, maar ik was dan ook met een fotograaf op stap en dan kan het uit de hand lopen. Zie dus:
Een stralende zon, precies in het seizoen dat de koolzaad en de boterbloemen het landschap geel kleuren. Dat nodigt natuurlijk uit voor een fietsrondje door het Waterland. Nogal een contrasterend rondje, want de aanloop voert langs de Sluisbuurt. Een wijk in aanbouw waar ze niet schrikken van gebouwen van dertig verdiepingen of meer. Maar desondanks gaat dat toch wel een aardige wijk worden, lijkt me op het eerste gezicht, met kleurrijk en niet bepaald goedkoop materiaalgebruik, dat prachtig afsteekt tegen de diepblauwe lucht. Hoe het is als de lucht grijs en nat is, is op dit moment nog moeilijk voor te stellen. Je moet hier eigenlijk elke maand wel eens langsfietsen, wil je een beetje bijhouden hoe de nieuwe wijk zich ontwikkelt. Maar zoiets doe je niet in de regen.
Na het aanloopje langs de Sluisbuurt en het slechten van de Schellingwouderbrug is er dan het contrast tussen de hoogbouw en de andere wereld van wijds polderland, vogels, kleine dorpjes, veel water en gele kleuren langs de oevers en op de weilanden. Want dat was het eigenlijke doel van het fietstochtje. Een van die dorpjes is Zunderdorp, waar de tijd lijkt stil te staan, maar waar de kleine huisjes voor een deel worden bewoond door stedelingen die de stad te vol, te druk en/of te lawaaiig vonden. Hoewel nog deel uitmakend van de Gemeente Amsterdam, maakt de stad niet de minste aanstalten om, gedreven door ruimtegebrek, het dorp in te lijven en er ook kolossen van meerdere verdiepingen neer te zetten. Houden zo dus, kijk maar op:
Ondanks dat we het niet van plan waren, hebben we het toch maar weer eens gedaan: een wandelingetje door de stad op Koningsdag. Want we konden er niet omheen. Zelfs in huis klonk de hele dag de ‘boenke-boenke’ dreun van het feest aan de overkant van het water. Ondanks ook de ervaring van vorig jaar. Want toen waren we zo naïef ergens een fuik in te lopen, waar het zó druk werd, dat je maar één ding wilt: zo snel mogelijk weg. Maar zo snel ging dat alleen niet meer, we zaten helemaal klem en het werd een tamelijk claustrofobische ervaring. Maar het ging dit jaar beter door de allerdrukste hot-spots te vermijden. De feestvierders waren niettemin uitzínnig van vreugde. Vast niet omdat de Majesteit het alweer een jaartje langer heeft volgehouden. Want is dat eigenlijk niet meer dan een simpele verjaardag, iets wat iedereen elk jaar zonder noemenswaardige ruchtbaarheid overkomt. De vreugde kwam vast voort uit de behoefte om eindelijk weer eens ouderwets plezier te maken in deze rumoerige tijden. Mooi om te zien dus en vooral mooi omdat de dag zonder noemenswaardige incidenten is verlopen. Dát mocht ook wel eens in de krant. We kúnnen het wel….! Kijk maar op:
Het fietstochtje naar het volkstuincomplex voert meestal langs de Nieuwmarkt over de Gelderse kade naar de steiger van de boten naar de overkant van het IJ. Dat kleine bootreisje voelt op een of andere manier altijd als een vakantiereisje. Het IJ ter hoogte van het Centraal Station is een van de drukst bevaren waterwegen. Er zijn voor die veerboten verschillende opstappunten en je kan sowieso elke vijf minuten naar de overkant. De veerboten kruisen dan de drukke vaarroutes tussen het havengebied en het achterland dat via het IJsselmeer of het Amsterdam-Rijnkanaal kan worden bereikt. Dat alles tegen de achtergrond van het Centraal Station, de recente nieuwbouw van Amsterdam-Noord en de rommelige rafelrandjes die er gelukkig ook nog zijn en die de indruk van dat vakantiereisje compleet maakt. Dat alles tijdens de verschillende overtochten vastgelegd op:
Ik kon er niet omheen om ook eens wat aandacht te besteden aan de lente. Hoewel af en toe nog fris, was deze dit jaar ook vergezeld van vaak uitbundige zonneschijn. Ik ben geregeld in het volkstuincomplex ‘Buitenzorg’ geweest (een soort ‘Rust en Vreugd’, maar dan in het echt). Daar heeft René een tuinhuisje, in het afgelopen najaar geheel gerenoveerd, met annex bio-diverse tuin. Dat is echt een lente-tuin. In de lente zijn daar veel meer kleuren te zien dan in de zomer. Zoals de bloesems aan de fruitbomen, de uitbottende veelkleurige knoppen en de zich uitrollende varens. In de zomer zijn veel van die kleuren verdwenen en vervangen door het wat meer monochrome groen, hoewel er in de zomer toch ook wel weer andere bloemen zijn. Hoe dan ook, het was de moeite waard om deze lente-indrukken eens vast te leggen op:
Artis: ik was er al een hele tijd niet meer geweest. Vandaag was er een mooie gelegenheid om er te constateren dat het park de laatste jaren een grondige verandering heeft ondergaan. Ik noem Artis maar even ‘park’, omdat het steeds minder een ‘dierentuin’ is. Van ‘fauna naar flora’, zou je kunnen zeggen. Misschien is het de toenemende kritiek waaraan dierentuinen onderhevig zijn die heeft geleid tot deze grondige verandering. Jazeker, er zijn nog leeuwen, olifanten en giraffen. Alleen, die lieten zich op deze koude en gure middag even niet zien. Wel zijn er naar mijn idee meer kleinere zoogdieren, vlinders en reptielen, die minder ruimte vragen dan de traditionele ‘big five’. En ook het gerenoveerde aquarium zal in juni weer open gaan. Maar de grootste verandering is wel de toegenomen aandacht voor flora: veel bloemen en planten en het geheel deed zelfs denken aan een mini-Keukenhofje. Dat alles omgeven met klassieke bouwwerken, die het geheel een mediterrane sfeer doen uitstralen. Ondanks de beperkte tijd die we er hebben doorgebracht is er van dit nog steeds mooie park toch een fotoserietje gekomen. Zie:
Het heeft jarenlang niet gekund, maar sinds kort is het weer mogelijk: fietsen over de Uitdammerdijk aan het Markermeer. Wat mij betreft nu al een iconisch fietstochtje. Want wanneer krijg je nou eenmaal de gelegenheid om de scheepvaart over het Markermeer, het eiland Pampus en de skyline van Almere in een oogopslag en in perspectief te zien en dus te fotograferen? En tegelijkertijd aan de andere kant het vogelparadijs in het Kinselmeer te zien dat je onderweg passeert. Vanaf 2 april kan je zelfs helemaal naar Uitdam, want dan zou het laatste stuk werk aan de versterking van de dijk af moeten zijn, zo werd ons verzekerd. Nu dus nog even noodgedwongen linksaf, maar daar staat tegenover dat je dan regelrecht in Holysloot terecht komt. Een piepklein dorpje, nota bene onderdeel ven de Gemeente Amsterdam, maar waar de tijd heeft stilgestaan. Met een prachtig terras, dat helaas dicht was, maar waar ze zo vriendelijk waren om ons toch maar enkele consumpties te verstrekken. Dóen dus vanaf 2 april, fietsen over de Uitdammerdijk. Hoe het er uit ziet, staat op:
Een van de eerste mooie voorjaarsdagen..! Zodanig mooi dat de fiets uit de winterstal is gehaald. Banden oppompen en gaan..! Het voelde als een veulen, dat in de voorjaarswei wordt losgelaten. Hoewel ons echt strenge vorst bespaard is gebleven blijven – ondanks klimaatverandering – de winters naar mijn idee veel te lang duren. Des te aangenamer was dit eerste voorjaarstochtje langs een route die ik in al die jaren geregeld heb gefietst, maar nu toch weer als nieuw aanvoelde. Zo is de wijk rond het metrostation Noord nu wel zo’n beetje voltooid en vanaf het viaduct over het spoor heb je een fraai uitzicht op wat daar in de laatste jaren is neergezet. Het stadsdeel Noord werd in voorbije jaren niet echt voor vol aangezien, maar hoort er nu dus echt bij. Ook de riante villa vlak boven de Ringweg is nu vrijwel klaar. Ze hebben een dikke tien jaar over de bouw gedaan. Je woont er riant, maar ook wel wat eenzaam, tenzij je van weidse en lege landschappen houdt. Nog steeds fascineert me de scherpe overgang tussen de stad en het uitgestrekte polderland, een overgang die met de voltooiing van het noordelijke stadsdeel alleen maar scherper is geworden. Via Landsmeer met wat Zaanse architectuur kom je dan in het Twiske, waar nooit wat verandert en dat er precies zo bij ligt als dertig jaar geleden, toen ik hier kwam wonen. Wat daar en onderweg te zien was, staat op:
Naast het Centraal Station is het Amstel-station een ander architectonisch pareltje. In gebruik genomen in 1939 en ondanks de recente renovatie is de vooroorlogse architectuur grotendeels behouden kunnen blijven. Vooral de centrale hal met zijn muurschilderingen ademen een sfeer die het toenmalige reizen nog een deftige aangelegenheid maakte. Het station is de ideale uitvalsbasis voor treinreizen richting Utrecht en verder naar het zuiden. Je komt er met de metro en met een simpele oversteek over het perron zit je zó in de trein. Of andersom. En anders kom je er wel met de fiets, te zien aan het woud van fietsen aan de westkant van het station. Het is er de laatste jaren alleen maar drukker geworden. Dat is begonnen met de bouw van de Rembrandt-toren, dertig jaar geleden, gevolgd door twee andere torens van Philips en de Rabobank. Meer recent nog een toren met appartementen en een hotel. Eén metrohalte verderop lijkt zelfs een hele nieuwe stad tot ontwikkeling te komen: het Amstelkwartier met hoogbouw in wat je noemt ‘het hogere segment’. En als dat hogere segment ook nog de weg naar de trein kan vinden, zal het er nog drukker gaan worden met, wie weet, nog meer renovaties of uitbreidingen. Hoe het er vandaag uitziet staat op:
Het Centraal Station in Amsterdam is genoegzaam bekend en ook bij verschillende gelegenheden gefotografeerd en beschreven. Minder bekend is dat Amsterdam negen andere treinstations heeft. Sommige daarvan doen wat betreft grootte en hoeveelheid reizigers niet onder voor het hoofdstation van een gemiddelde Nederlandse stad. Andere Amsterdamse stations hebben het niet verder geschopt dan veredelde bushaltes. Het station Sloterdijk is een voorbeeld van een uit de kluiten gewassen station, op- en afstapplaats voor Amsterdam-West en uitvalsbasis voor treinen naar Noord-Holland boven het Noordzeekanaal, Schiphol en verder richting Zuid-Holland en Zeeland. Het accommodeert bovendien twee elkaar kruisende sporen, waardoor het een wat ingewikkelde lay-out heeft gekregen. Het is gebouwd in de 80’er jaren met de vooruitziende blik dat de locatie zodanig gunstig zou zijn, dat er rondom kantoren, winkels en hotels zouden verrijzen. Hetgeen geschiedde: er staan glanzende kantoorcomplexen en toeristen vinden er in allerlei soorten hotels in vergelijking met het centrum een wat goedkoper onderdak en kunnen praktisch elke vijf minuten een trein vinden die je in een paar minuten naar het centrum brengt. De architectuur van het Sloterdijk-station is wat in de 80’er jaren revolutionair was, maar ook nu nog allerminst gedateerd is: veel glaswerk, en dus veel daglicht, met dragende constructies van onregelmatig aangelegde buizen in verschillende diktes met gevarieerde primaire kleuren. Alle aanleiding dus voor een foto-uitstapje en het resultaat staat op: