Mardi Gras

29 februari 2020

Mardi Gras: van oorsprong de laatste dag voor Aswoensdag, het begin van de vastentijd, ooit bedacht als een periode waarin je je van alles moest onthouden. Op die ‘vette dinsdag’ kon je dan nog even helemaal losgaan. Maar zoals wel meer met van die van oorsprong religieuze gedenkdagen heeft Mardi Gras een eigen dynamiek gekregen en is in Sydney uitgegroeid tot een feestperiode van drie weken, vooral voor de LGBTQI- (of ben ik nog een letter vergeten?) gemeenschap. Dat alles uitmondend in de Mardi Gras parade van zaterdag. Zoals afgesproken zou Marcel als gelegenheidslid van het lokale zangkoor meelopen en ik zou langs de route het een en ander bekijken en er een fotoserie van proberen te maken. Wel was ik gewaarschuwd om voor een goed plekje vooral op tijd te zijn. Twee-en-een-half uur vooraf zou zeker goed zijn, maar ik besloot het ruim te nemen, want wie uit het noordelijke halfrond krijgt er nou eenmaal de kans om de ‘moeder van alle gay-prides’ te zien en in beeld te brengen.

Het zou pas beginnen ná invallende duisternis, maar er zou voor een behoorlijke fotografie genoeg licht zijn, zo was me verzekerd. En zo werden er vlak voor het begin aan de overkant van de straat ineens drie grote schijnwerpers richting mijn gezicht gezet. Inderdaad, licht genoeg, maar die mooie fotoserie zou er dus niet komen. Maar, zoals mij vaak wordt voorgehouden, moet je ook zónder camera kunnen genieten van het moment. Een goede, zelfs bijna contemplatieve oefening dus om echt in het nú te leven. Want is het bekijken van foto’s eigenlijk niet meer dan het bekijken van iets wat al voorbij is? De gay-parade zelf had een wat ander karakter dan die in Amsterdam. Die laatste is als boten-parade sowieso uniek.

Hier was er een proloog van het vrouwelijke LGBTQI-segment dat op zware motoren het openingsrondje mocht verzorgen. Verder bestond een groot deel van de optocht uit wandelaars, dan wel dansers uit allerlei maatschappelijke groeperingen, die – naast uitbundig plezier maken – vooral voor hun belangen opkwamen dan wel allerlei onrechtvaardigheden aan de kaak stelden. Ook moest de Australische regering het herhaaldelijk ontgelden, al werd me niet helemaal duidelijk waarom. Maar we zijn dan hier ook relatieve buitenstaanders, hoewel we in de pers er ook in Nederland het een en ander over hadden gehoord. Maar toen Marcel met zijn zangkoor eenmaal voorbijgekomen was, vond ik het wel genoeg en kon ik na vijf uur langs de kant van de route eindelijk weg. Zo goed en zo kwaad als het kon is er toch nog een fotoserietje gekomen, dat staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157713327349497

Sydney (1)

27 februari 2020

Na een korte vliegreis vanuit Melbourne nu aangekomen in Sydney. Drie jaar geleden hebben we hetzelfde stuk in drie dagen met de auto afgelegd. Deze keer hoefde dat dus niet en dat was maar goed ook want vanuit de lucht was goed te zien dat hele stukken land er door de bosbranden zwartgeblakerd bij lagen. We blijven er in totaal één week, waarvan de eerste paar dagen in een centraal gelegen hotel en daarna een paar dagen bij mijn nichtje Marleen en haar man Camiel. Wij trekken de eerste paar dagen af en toe op met ene Steven, kennis van Marcel, die we eerder te gast hadden in Amsterdam. Al de eerste avond had hij ons uitgenodigd bij een klassiek concert in de ‘Town Hall’. Erg fraai en helemaal geschikt om die voor de gelegenheid om te bouwen tot concertzaal.

Ook had hij ons uitgenodigd om mee te lopen in de Sydney Mardi Gras Parade van a.s. zaterdag. Marcel heeft die uitnodiging aanvaard, als ‘tijdelijk lid’ van het lokale zangkoor, waarvan Steven lid is. Ikzelf had bedacht dat, als je meeloopt, je niks kunt zien van de parade. Dus had ik besloten om als toeschouwer dan maar met de camera langs de weg te gaan staan. Het betekende wel dat Marcel donderdagavond naar een repetitie moest om met dat zangkoor de danspasjes in te studeren. Was ík even blij dat ik me heb beperkt tot het meer eenvoudige fotograferen. Helemáál toen duidelijk werd dat honderdduizenden mensen langs de route met die danspasjes meekijken. Plus nog eens miljoenen anderen, want het wordt allemaal live uitgezonden.

Donderdag op de inmiddels gebruikelijke wijze door de meest interessante delen van de stad geslenterd. Vanuit ons hotel aan de Rushcutters Bay, via de botanische tuinen, het Opera House en de Circular Quai naar het Queen Victoria Building. Niet echt op zoek naar specifieke toeristische attracties, maar kijken wat zich onderweg voordoet. Zo bleek dat een groot deel van het IGLA-circus uit Melbourne zich inmiddels ook naar Sydney had verplaatst. Marcel loopt hier tenminste al groetend rond, alsof hij hier zijn hele leven al woont. De eerste Sydney-indruk staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157713285322301

Melbourne (2)

25 februari 2020

Het tweede deel van ons verblijf in Melbourne stond in het teken van Marcel’s zwemtoernooi, de International Gay and Lesbian Aquatics (IGLA). Het toernooi wordt al zo’n dertig jaar gehouden en is hoofdzakelijk een Amerikaans feestje, omdat – uitzonderingen zoals dit jaar daargelaten – bijna alle IGLA’s in het verleden in Amerika werden georganiseerd. Dit jaar bestond zo’n 95% van de deelnemers uit Australiërs en Amerikanen. De rest bestond uit een handjevol andere nationaliteiten, te zien aan de opgehangen vlaggenparade. Marcel mocht in zijn eentje Nederland vertegenwoordigen. Alle niveau’s en leeftijden deden mee. Zo was er iemand die ooit de zwemlegende Michael Phelps heeft verslagen, maar er was ook een 85-jarige die alle tijd nam voor zijn 200 meter. En tenslotte werd ook nog het wereldrecord voor 90-plussers verbeterd.

Het toernooi werd gehouden in de lokale zwem-accommodatie. Niet zomaar een zwembad, maar een heus stadion. Want in Australië pakken ze wat dat betreft uit. Zelfs het kleinste dorp heeft nog een zwembad en het is dan ook geen wonder dat Australië toonaangevend is in het wedstrijdzwemmen. Zondag was er open water zwemmen in de baai van Melbourne. Het was de eerste echt warme dag tijdens ons verblijf en hier bleek maar weer eens hoe voorzichtig Australiërs zijn met het zonlicht. De meeste lijven werden uitvoerig ingesmeerd en sommigen hadden zelfs hun hele gezicht dicht geplamuurd en volledig bedekt met een witte crème. Inderdaad zie je hier eigenlijk – ondanks het zonnige en warme klimaat – nauwelijks gebruinde mensen. Je kon 2,5 of 5 kilometer zwemmen, maar er was bijna een uur uitstel omdat er een haai was gesignaleerd. Er moest een helikopter aan te pas komen, die moest bekijken of het beest echt was verdwenen en de kust veilig was.

Die zondagmiddag hebben we de hitte getrotseerd en nog maar eens een wandeling door de stad gemaakt. Het viel me al langer op dat Australië eigenlijk een verlengstuk is van Engeland. Historisch gezien klopt het sowieso, maar nu valt me vooral op dat de woonwijken van Melbourne erg veel lijken op die van Londen. In het centrum viel ons weer de wonderlijke mengeling op van de Victoriaanse bouwstijl en de kleurige hoogbouw. Ze zijn er trouwens nog lang niet uitgebouwd, want zelfs op het kleinste stukje lege grond staan weer bouwkranen van tientallen meters hoog. Tussen het (kijken naar) het zwemmen en het slenteren door de stad was er ook nog tijd om wat rondjes te hardlopen. Op vakantie altijd lastig, want het zou niet de eerste keer zijn dat ik in een vreemde stad niet meer wist waar ik precies was. Maar hier hadden we een park in de buurt met mooie uitgezette loop- en fietsroutes. Keurig aangegeven in meters en kilometers en niet in yards en miles. Ze hebben dus niet álles van Engeland overgenomen. Het verblijf in Melbourne zit er nu op. Morgen reizen we naar Sydney. Daarover dus later. De tweede Melbourne-etappe staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157713247376678

Melbourne (1)

21 februari 2020

De huurauto, die we hadden voor Ocean Grove, hebben we in Melbourne meteen ingeleverd. Behalve in het verkeer vaststaan kan je er eigenlijk weinig met een auto. Om nog maar te zwijgen over het parkeren. In plaats daarvan is er een uitgebreid en frequent netwerk van bussen, trams en lokale treinen. Je krijgt op zo’n eerste ochtend meteen al een stemming van “Melbourne, here we come”, maar het heeft die hele woensdagochtend geplensd, zodat we nog even geduldig moesten wachten. Maar na de middag klaarde het op en konden we de deur uit. Melbourne is bekend om zijn uitbundige street art. Het geklieder van weleer is hier tot kunst verheven en er is zelfs een street art tour voor ontworpen. Alle ‘kunstwerken’ zijn in principe tijdelijk, omdat iedereen er weer naar eigen inzicht overheen mag schilderen. Dat leidt op ooghoogte toch weer tot geklieder, maar op de wat hogere muren is nog veel fraais te zien.

Er wordt, althans in de binnenstad, sowieso veel aandacht besteed aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Je mag hier niet zomaar een gebouw neerzetten, tenzij je ook nog iets doet aan wat je ‘architectonische’ waarde zou kunnen noemen. En zo hebben veel gebouwen vreemde vormen en veelkleurige gevels, maar over de smaak ervan, dan wel het gebrek eraan, kan je natuurlijk twisten. Over hoogbouw doen ze hier niet moeilijk. Gebouwen van 50 verdiepingen of meer in de binnenstad zijn heel gewoon. Eigenlijk vreemd in een land dat zo ontzettend veel lege ruimte heeft en dus niet op een vierkante meter hoeft te beknibbelen. Maar in de economie is er een wetmatigheid, dat je degenen met wie je zaken doet zoveel mogelijk in de buurt moet hebben. Vandaar dat alles dat er economisch een beetje toe doet op een kluitje zit.

Dat alles leidt tot een mooie mix van moderne hoogbouw met de oudere Victoriaanse bouwstijl. Die laatste vaak prachtig opgeknapt en omgebouwd tot mooie winkelgalerijen met kleine terrasjes. Soms ook minder opgeknapt, maar dan weer dankbaar aangegrepen door de street artists. Vrijdagmiddag een bezoek gebracht aan de zg. NGV, de National Gallery of Victoria. Een enorm museum, met naast de vaste collectie nu ook een tentoonstelling van Keith Haring en Jean-Michel Basquiat. Twee New Yorkse kunstenaars, op jonge leeftijd bevriend geraakt, maar beiden al rond hun dertigste overleden. Destijds in de 80’er jaren met omstreden radicale ideeën, maar zoals het vaak gaat, werd na hun dood hun werk in officiële kringen niet alleen algemeen geaccepteerd, maar ook uitgebreid geëxposeerd in niet de minste musea.

De eerste paar dagen in Melbourne zitten erop. We zijn bijna gewend aan het 10-urige tijdverschil. Het weer begint na al die plensbuien op te knappen en Marcel begint zaterdag aan zijn zwemtoernooi. Daarvan later verslag. De eerste Melbourne-dagen staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157713195071131

Ocean Grove

17 februari 2020

Onze Australië-reis zijn we begonnen in Ocean Grove, waar we twee dagen te gast zijn bij Evert (de zoon van mijn broer Louis), zijn vrouw Monique en hun twee kinderen. En tegelijkertijd herstellen van de 24-uur lange reis en dan nog een jet-lag van 10 uur. Dat betekent in de avond na het eten niet meer uit je ogen kunnen kijken van vermoeidheid en vechten tegen de slaap, maar dan vervolgens ’s nachts toch weer uren wakker liggen. Ocean Grove is een kleine plaats ten oosten van Geelong, een wat grotere stad op een uurtje rijden ten zuiden van het nog veel grotere Melbourne. Ze wonen 300 meter van de zee. Heerlijk dus en bovendien niet zómaar een zee, maar een echte oceaan, waarover je uitkijkt en je je als eerste volgende halte de Zuidpool voorstelt.

Ik probeerde op die eerste dag de zee met de enorme golven even uit, maar het water is daarvoor, vooral met de sterke zuidenwind, eigenlijk te koud. Er wordt in wet-suits vooral gesurfd, met honden gewandeld, maar op het strand liggen doen ze hier niet. Ook op warmere dagen niet, want het gat in de ozonlaag is hier groot en beschérmt men zich juist tegen de zon. Het is – ondanks hartje zomer en het warme klimaat – niet heel warm. Sterker nog, het blijkt dat ze hier tot dusver een relatief koele en natte zomer hebben gehad. Wat ons natuurlijk verbaasde, want wij zagen in Nederland niets anders dan berichten over hitte, droogte en bosbranden. Maar hier, in plaats van zwartgeblakerde bossen, groene weiden en geen spoor van die branden.

Ocean Grove is zo’n beetje het begin van de Great Ocean Road, een iconische autoroute van zo’n 200 kilometer langs de zuidkust. Mooie kust, maar ook mooie en vooral oude eucalyptus-vegetatie. We vonden het wat ambitieus om de héle route te rijden en hebben ons dan ook beperkt tot een wat meer overzichtelijk tochtje tot Lorne. Een alleraardigst plaatsje, met lekkere koffie, totdat de jetlag-vermoeidheid weer toesloeg.

Dinsdagochtend afscheid genomen van de erg gastvrije Evert en Monique. Juist omdat je hen niet elk jaar kunt zien is het leuk om een paar dagen met ze door te brengen. In de stromende regen dinsdag teruggereden naar Melbourne. Daar gaat Marcel zijn zwemtoernooi afwerken. Tussendoor zal er genoeg gelegenheid zijn om de – op het eerste gezicht – fotogenieke stad te bekijken. Alleen het weer werkt in dat normaal zo zonnige Australië even niet mee. Het heeft dinsdag de hele dag geregend en ook de komende dagen gaat er nog veel water vallen. We gaan het zien, wordt dus vervolgd. De fotoserie van de zuidkust staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157713164493291

IJsselmeer

7 februari 2020

Bezoek uit het buitenland: en wat is dan beter dan een rondje IJsselmeer met de auto? Succes verzekerd..! Vooral als de buitenlandse bezoeker al vaker in Nederland was en onderhand de grachtengordel, de musea en de aangeboden tripjes naar Volendam wel heeft gezien. Terwijl Volendam zelfs in het laagseizoen wordt overlopen door Aziatische toeristen, was er op óns tochtje niets van dat alles. Het begon in Zaandam, niet echt aan het IJsselmeer nog, maar toch de moeite waard vanwege de Zaanse architectuur, die zich rond het station ontwikkelt. Je kan het kitsch noemen, maar het is hoe dan ook bezienswaardig en sowieso fotogeniek.

Verder naar het noorden, vanaf Edam niet over de hoofdweg, maar strak langs de kust van het IJsselmeer, door kleine dorpjes als Warder, Etersheim en Schardam. Hier lijkt de tijd stil te staan, maar het zou me toch niet verbazen als hier – mooi gecamoufleerd in de oorspronkelijke architectuur – heel wat tweede optrekjes van rustzoekende stedelingen staan. Beslist wél met de tijd mee gaan de windmolenparken, die je nu overal aan de horizon ziet. Sommigen vinden dat horizonvervuiling, maar hier tillen ze daar blijkbaar wat minder zwaar aan. En in de rest van Nederland inmiddels ook, lijkt me zo.

Dan naar de Afsluitdijk. Die vind ik eigenlijk altijd bezienswaardig. Al is het alleen maar het monument met uitkijktoren en het kleine uitspanninkje beneden, waar je door kleine ramen over het water uitkijkt en je het gevoel krijgt in een boot te zitten. En elke keer komt het gevoel bij me op dat ik had toen ik er rond 1965 voor de allereerste keer kwam. Niets anders gewend dan de zandgronden en dan ineens dit..! Die sensatie herhaalt zich elke keer weer dat ik hier kom. Aan de overkant Friesland en verder gaat het strak langs de kust naar beneden. In het algemeen in dit seizoen slaperige dorpjes, maar in de zomer wordt hier veel gezeild, vooral door Duitsers.

Maar Makkum is eigenlijk een categorie apart. Altijd al vanwege het aardewerk in het wat hogere marktsegment. Maar nu worden hier protserige jachten gebouwd in het helemaal onbereikbare marktsegment voor de groten der aarde. Niet echt om in te varen natuurlijk, maar wel om te laten zien dat je wat te besteden hebt. Hoe anders kun je zo’n dag afsluiten dan vis te eten in Urk? Misschien wel geen vis uit het IJsselmeer, maar dan toch wel gevangen door Urker vissers verderop in de Noordzee. Rondje IJsselmeer met buitenlands bezoek: succes verzekerd….! Helemaal als je dan ook nog een terugkoppeling krijgt: “Thank you for such a great day today. I saw more of Holland in one day than in the many years of flying here”. De camera heeft de dag vastgelegd op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157713050633327