Zaandam

23 maart 2018

Op nog geen tien minuten trein-afstand ligt Zaandam. Dat was het doel van het wekelijkse foto-uitstapje dat ik vrijdag met René maakte. Het station zelf zou ook al iets bijzonders zijn, maar dat viel toch tegen. De architectuur was met die rode buizen niet slecht, maar als je het niet onderhoudt, wordt het een grauwe bende, met ramen waar je niet meer doorheen kunt kijken en de rode buizen die in bezit zijn genomen door duiven met alles wat die daar achterlaten. Bouwen is dus één, maar onderhouden is twee. Maar even rechtsaf en daar staat dan ineens een prachtig hotel met op elkaar gestapelde Zaanse huisjes met dito kleuren. Plus het stadhuis en het winkelstraatje dat daar begint. Tikkeltje popperig (misschien zelfs kitscherig), maar toeristen zijn er sowieso dol op. Kwestie van smaak natuurlijk, maar het is wel uniek en dus ook fotogeniek.

Zaandam is van oudsher de producent van levensmiddelen en herbergt zelfs het oudste industrielandschap van Europa. Albert Heyn had hier ooit zijn eerste winkeltje, maar het meeste wat je nu bij AH kunt kopen, wordt hier al lang niet meer geproduceerd. Verkade bakt er nog wel zijn koekjes, maar de meeste fabrieken zijn, voor zover ze nog functioneren, nu onderdeel van grote internationale conglomeraten. Veelal staat hier nu industrieel erfgoed en dat is nu zelfs onderdeel van een fietsroute. De oostzijde, met gelijknamige straat, is een mengeling van dat erfgoed, soms nog in gebruik, maar soms ook vervallen. Tussendoor kleine huisjes, maar ook Vinex-achtige nieuwbouw dat hier toch wel erg detoneert, maar wel weer ertussenin een prachtig café. Al met al een mooie fotogenieke mix. De Zaanse Schans was het verste punt dat we hebben gelopen. Een enorm parkeerterrein met bussen en het leukste vond ik daar nog niet eens de molens, maar de toeristen druk in de weer met hun selfies. De foto’s staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157674798762067

Rotterdam / Delft

20 maart 2018

We hadden buitenlands bezoek, dus dan maak je een uitstapje. De grachtengordel kennen zowat alle buitenlanders, dus dan verzin je iets anders. Rotterdam bijvoorbeeld, voor veel buitenlanders weer iets heel nieuws. Een eigenlijk ook voor mij, want zo vaak kom ik er ook niet. Vorig jaar op een ijskoude winterdag ben ik er ook nog eens geweest. Het was toen weliswaar prachtig weer, maar zó koud met zó’n straffe wind, dat we het niet hebben aangedurfd om het laatste stuk met die draaiende gondel van de Euromast omhoog te gaan. Dinsdag was het andermaal prachtig weer, maar wel een stuk aangenamer. Dus nu wel de draaiende gondel omhoog, met een prachtig uitzicht, maar nu helaas achter glas, dus voor foto’s minder geschikt. En eigenlijk is er nou ook weer niet zo’n heel groot verschil met het uitzicht dat je hebt op het wat lagere platform, toch nog zo’n 100 meter. Verder gezellig door de stad gekuierd, vooral langs de oude haven in de binnenstad, een stadsdeel dat de oorlog min of meer ongeschonden heeft overleefd. De middag in Delft doorgebracht, vooral in de oude binnenstad en zowel de ‘Nieuwe’ als de ‘Oude Kerk’ bezocht. Delft is mijn vroegere woonplaats. Ik woonde tegenover het station, ik ben er al 24 jaar weg en de omgeving van het station is onherkenbaar veranderd, inclusief een heel nieuw station. Maar in de binnenstad is niet veel veranderd, vond ik. Sterker nog, de pizzeria op de Binnenwatersloot, waar ik toen geregeld kwam, is er nog steeds met nagenoeg dezelfde inrichting. Daar hebben we de dag afgesloten en vastgesteld dat veel toeristen in Amsterdam blijven hangen en dat de combinatie Rotterdam/Delft voor buitenlanders weer een heel andere blik op Nederland blijkt te geven. Het was deze keer een kort bezoekje aan Delft, maar een aantal maanden geleden heb ik er een wat uitvoeriger blogje over gemaakt. Wel is er deze keer natuurlijk toch een foto-serietje gemaakt:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157674813013117

 

Weerribben

11 maart 2018

Een B&B-weekend in de Weerribben. Een moerassig land in de uiterste kop van Overijssel. Van oudsher is het een land van turf en riet. Het riet is er nog een belangrijke activiteit. Vlak na de winter, dus nu zo’n beetje, wordt het ‘geoogst’, in bundels samengebonden en vooral gebruikt om er daken mee te bedekken. Het land leek me erg drassig, maar het schijnt dat de aarde door de recente vorst vijf centimeter onder de grond nog bevroren is, zodat het dit jaar juist extra gemakkelijk gaat. Bijna alle huizen hebben hier dus rieten daken. Alles wat niet bruikbaar is wordt verbrand, hoewel er nieuwe milieuwetgeving onderweg is die dat gaat verbieden. Veel huizen, met name rond Kalenberg, zijn alleen per boot of fiets bereikbaar. Ze zijn hier erg van de rust. Sommige huizen zijn gerenoveerd en sommige daar weer van zijn omgebouwd tot B&B, in afwachting van de toeristen die in de zomer gaan komen. Want dan is het drukker, met fietsen en boten. Chinezen hebben het hier nog niet ontdekt, in tegenstelling tot Giethoorn, niet ver hier vandaan. En straks komen de vliegtuigen die laag overvliegen richting Lelystad. Aan de affiches op de ramen kan je wel zien wat ze daarvan vinden. Zondag wegens de dreigende regen, die er niet kwam, een autotochtje langs de dorpjes in Friesland gemaakt. Einddoel was Harlingen, maar een tussenstop was het piepkleine dorpje Achlum, waar in 1811 de verzekeraar Achmea werd opgericht. In 2011 bestonden ze 200 jaar en mocht Bill Clinton hier een lezing houden. Niet dat Bill een bijzondere relatie had met het bedrijf, maar je moet toch wat als je eens wilt uitpakken. De camera is mee geweest en het resultaat staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157705029839504

Arnhem

9 maart 2018

Hoofddoel was het station van Arnhem, dat – zoals veel stations in Nederland – een grondige metamorfose heeft ondergaan. Hier zijn de architecten helemaal losgegaan en met name de hal heeft een futuristische uitstraling gekregen met zijn vele ronde vormen. Na een bouwput van bijna tien jaar, waarbij je ‘kruip-door-sluip-door’ de ingang moest proberen te vinden is hier eindelijk – wat betreft architectuur – een van de meest in het oog springende stations van Nederland gerealiseerd. Maar als je er dan toch bent ga je natuurlijk ook de rest van de stad bekijken. En dan blijkt maar weer dat je niet een vooraf bepaald plan moet hebben. Want op elke – niet vooraf geplande – straathoek is wel weer iets van de moeite waard te vinden. Al slenterend gaat alles vanzelf.

Ontmoetingen met de Arnhemmers bijvoorbeeld, die de nieuwe burgemeester Marcouch de hemel in prijzen, ondanks de ladingen van kritiek die hij uit sommige kringen ook heeft gekregen. Midden in de stad staat de Eusebius-kathedraal en dat is meteen de enige kerktoren in Nederland, waar je met een lift naar boven kunt. Dus meteen doen..! Want vanaf een toren zie je de stad weer in een heel andere dimensie. De bochtige Rijn bijvoorbeeld. De oevers van de Rijn vormen eigenlijk een wereld op zich. Je kan er moeilijk komen, dus de wereld gaat hier zijn eigen gang. Zoals bijvoorbeeld een fiets, die hier prachtig ligt weg te roesten, zonder dat iemand er naar omkijkt. En verderop naar het oosten nog een fotogeniek industrieel niemandsland, waarvan eigenlijk onduidelijk is of er nog wat gebeurt. Niets aan de Rijnbrug herinnert nog aan de operatie Market Garden in september 1944. Of het moest een verdwaald kanon zijn, dat ergens op een verdwaald pleintje is neergezet. De foto’s van dit Arnhemse uitstapje staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157677045763618

Amstelkwartier

2 maart 2018

Er schijnen in Nederland nog een miljoen woningen te moeten worden gebouwd. En er is ook een discussie waar die dan moeten komen: buiten of binnen de steden. Nederlanders zijn erg verknocht aan hun tuintje, dus dat kan niet allemaal in de stad. Dus het Groene Hart zal er ook aan moeten geloven. Maar toch is er in Amsterdam nog voldoende ruimte om te bouwen, zelfs binnen de Ring. Niet met tuintjes, maar wel de hoogte in. En ze doen hier flink hun best om hun steentje bij te dragen aan dat miljoen. Zo ook in het nieuwe Amstelkwartier, rond het metrostation Spaklerweg, aan de oever van de Amstel en rond de voormalige Bijlmerbajes. Op de kaart is het een gebiedje van niks, maar hier komen ineens duizenden nieuwe woningen. Plus twee knotsen van hotels.

Architecten hebben zich hier kunnen uitleven, want het is allesbehalve een eindeloze saaie slaapstad geworden. Er wordt gevarieerd gebouwd met aandacht voor de kwaliteit van de openbare ruimte en het milieu. Complete gevels zijn volgeplakt met zonnepanelen en vieze auto’s mogen er niet meer in. Voor auto’s leek me er sowieso niet veel plaats. De bewoners zullen wel gebruik moeten maken van het naburige Amstelstation en het metrostation Spaklerweg, stations die en passant ook nog even worden gerenoveerd. Net als alle andere stations op de oudste zuid-oost-metrolijn trouwens. Ik zag een kaartje van Amsterdam met allemaal gebiedjes van niks, die ze van plan zijn vol te bouwen met 95 duizend nieuwe woningen!! Het wordt hier ooit nog eens een echte stad. De ijzige kou getrotseerd en er een foto-serietje van gemaakt. Zie:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157701732002292