Zandvoort

21 mei 2021

Storm: na al dat slechte weer van de afgelopen tijd kon dat er ook nog wel bij. Een mooie gelegenheid om afgelopen vrijdag eens naar Zandvoort te gaan, voor de eerste keer dit jaar. Niet voor een frisse duik of om op het strand te gaan liggen, maar wel om dik gekleed eens te kijken hoe het strand en onze favoriete strandtent Fosfor er in zo’n storm bij liggen. De wandeling naar Fosfor vanaf het parkeerterrein van een klein uurtje, recht tegen te wind in had meer weg van leunen tegen die wind met het gevoel een trap op te lopen. En daar, beschut achter glas, als beloning zouden we onszelf trakteren op koffie met cheese-cake. Alleen al om daar te zitten zou een sensatie op zich zijn, want voor de eerste keer zouden we voelen hoe het ook al weer was om eens op een terras te zitten.

Maar Fosfor was wegens gebrek aan klandizie dicht, cheese-cake was er ook niet, maar ze wilden nog wel koffie zetten, toen ze zagen in welke conditie we daar aankwamen. Heel aardig van ze en het is dus niet voor niks onze favoriete strandtent geworden. Het was dus bepaald geen strandweer, maar bepaald wél surfweer. Tenminste als je er wat van kunt. En dat konden ze, want de crème de la crème van het surfwereldje was er zo te zien, allemaal blij dat het eindelijk eens fatsoenlijk surfweer was. Zelfs de fotografen waren er blij mee, want zulke plaatjes schiet je niet elke dag. Kijk maar op het serietje, dat staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719257392047

Maasvlakte

20 mei 2021

De fietsclub, die nu al 40 jaar bestaat, leidde ons vanaf Rijswijk, via de kust, naar de Maasvlakte. Je komt er vanaf Hoek van Holland met een bootje, die je op de ‘vlakte’ afzet. Meteen een andere wereld. Voor de meesten een troosteloos oord, zonder groen. Maar voor de liefhebbers ervan, en dat zijn we, heel fraai om er te fietsen en ons als emeritaat-economen te verbazen over het enorme economische complex dat daar is verrezen. En om eens een keer heel iets anders te zien dan wat de toeristenfolders ons voorschotelen. En aan het eind van ‘de vlakte’ via een brug sta je ineens op het ‘oude land’ in het vestingstadje Brielle. Maar we beschouwden het tochtje ook als het 40-jarig jubileumtochtje. Want onderweg werden er veel oude herinneringen opgehaald, die zijn vastgelegd in een (foto- en tekst)boek, dat in deze dagen ook nog is geproduceerd. Een verkorte versie van de inleiding in het boek, met een beschrijving van wie en wat de club in al die jaren is geweest, is hieronder cursief weergegeven. De indruk van de Maasvlakte staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719317129589

De fietsclub bestaat in dit voorjaar 40 jaar. De club is klein en timmert niet aan de weg. De ledenlijst laat zich in één zin samenvatten: Peter, Liesbeth, Chrit, Flor, Adriaan, Harrie en Jan. We leerden elkaar kennen als studenten in Tilburg, aan het begin van de 70’er jaren. Gefietst werd er toen nog niet, maar wel tot diep in de nacht bij veel bier over fietsen gepraat. Medio jaren ‘70 gingen onze wegen uiteen lopen. We zijn vanuit Tilburg naar de Randstad uitgewaaierd.. Peter, Liesbeth, Chrit, Flor en Adriaan zijn terecht gekomen in de Haagse agglomeratie en Jan in Amsterdam. Alleen Harrie is in Tilburg blijven wonen. Sommigen van ons kwamen elkaar rond 1980 – min of meer toevallig – weer als collega’s tegen op het Haagse Centraal Planbureau (CPB). Daar werden de maandagse koffiepauzes onder meer gevuld met een diepgaande analyse van de professionele wielerkoersen van de voorgaande zondag. We beseften dat de interesse in het fietsen allerminst was verdwenen.

En dus besloten we om zelf maar eens een fiets te kopen en het stalen ros te beklimmen. Vroegere vrienden uit Tilburg kwamen erbij en zo is de fietsclub begin 1981 geboren. De oprichting had weinig om het lijf. Er is geen voorzitter en geen bestuur, er zijn geen statuten en er wordt niet vergaderd. Er zijn dus ook geen notulen, waar we ten behoeve van de geschiedschrijving op terug kunnen vallen. En als er al archieven zijn, zijn ze als losse verhaaltjes, e-mailtjes of foto’s verborgen in schoenendozen of opgeslagen, diep in de computers van de aangesloten leden. Of natuurlijk als herinneringen in onze hoofden. Bij de oprichting hadden we onze zinnen gezet op het rijden van de tourversie van Luik-Bastenaken-Luik. Onze eerste activiteiten bestonden dan ook, ter voorbereiding daarvan, uit trainingsrondjes in dat vroege voorjaar. We hebben, samen met nog een aantal CPB-medewerkers, op 1 mei 1981 die tocht onder apocalyptische weersomstandigheden verreden.

In de jaren die volgden bleef het accent liggen op het beklimmen van heuvels en ‘bergen’ hoofdzakelijk in Zuid-Limburg en de Ardennen, met af en toe eens een uitstapje naar Frankrijk. Meestal in de vorm van lange weekends, met partners. Maar aan het eind van de 80’er jaren doofden onze club-activiteiten langzaam uit, hoewel de fietsen af en toe toch meegingen op onze individuele vakanties. In de volgende vijftien jaren, pakweg tussen 1990 en 2005, waren er nauwelijks gezamenlijke fietsactiviteiten. Behalve dan dat we als vriendenclub bleven bestaan, elkaar opzochten en er op de achtergrond toch iets bleef bestaan als een gemeenschappelijke interesse in het fietsen. Ook het professionele fietsen werd nog gevolgd, als de betere stuurlui aan de wal. Totdat rond 2005 de oude ‘clubliefde’ weer wakker werd en er elk jaar in april door Peter en Liesbeth vanuit Voorschoten de inmiddels befaamde ‘rondjes-Bol’ door de bloeiende Bollenstreek werden georganiseerd.

En toen we toch weer eenmaal op de fiets zaten, konden we net zo goed later in het jaar ook nog wel wat tochtjes maken. Nu niet meer zozeer in de heuvelzones, maar in de vlakke Randstad of in Brabant, waar Harrie goed de weg weet. Met wisselende intensiteit en zonder planning reed de club door tot rond 2015. De vroegere Tilburgse studenten waren inmiddels pensionado’s geworden. Blijkbaar was dat aanleiding om de club weer nieuw leven in te blazen. Vanaf dat moment werd het zelfs een min of meer officiële club, met zoiets als een vergadering in januari. Dat was in de regel een dinertje bij een van de leden thuis, waar onder meer de plannen voor de rest van het jaar werden gemaakt. Dat kwam neer op een zestal tochten in Nederland, met een of twee keer zelfs een meerdaagse tocht. De geschiedenis van deze veertig jaren is in een (foto)boek samengevat. Bij de meesten van ons zullen herinneringen uit het onderbewuste naar boven komen. Zoete herinneringen, maar ook afzien bij hitte of slecht weer. Het hoorde er allemaal bij. Veertig jaar fietsen….waarvan akte..!

Centraal Station

13 mei 2021

De omgeving van het Centraal Station is één grote bouwput. Eigenlijk al sinds ik in Amsterdam woon. Maar het Oosterdokseiland nadert nu eindelijk zijn voltooiing. Behalve dan het hoofdkantoor van Booking.com, waarvan het laatste stukje gevel heel moeilijk schijnt te zijn. En vóór het station komt nog een enorme fietsenkelder, die een einde moet maken aan de fietsenchaos in de stad. Want zo langzamerhand is het moeilijker om je fiets te parkeren dan je auto. Maar net als je dan begint te denken dat het dan allemaal echt klaar is, staan er in het water naast het station ineens weer tientallen heipalen, kennelijk om er weer iets groots op te zetten dat daar nog gaat komen.

Zelfs het station is nog niet echt af, vind ik. Om te beginnen die voorgevel. Zo moeilijk moet het toch niet zijn om dat lelijke grijze paneel met de stationsnaam te vervangen door iets moois, in de stijl van architect Cuypers bijvoorbeeld. Want ze kúnnen het wel. De ‘wachtkamer eerste klas’ bijvoorbeeld, achter glas te bewonderen en fraai gerestaureerd. Bedoeld voor de koninklijke familie, als die ooit nog eens een keer met de trein gaan, wat ik trouwens nog niet zo snel zie gebeuren. Ook het plafond in de centrale hal heeft nog mooie details. Nu moet alleen die rubberen vloer nog weg. Het metrostation, met de Noord/Zuid-lijn geïntegreerd, is nu ook klaar en is helemaal ondergronds. Ze hebben er twintig jaar over gedaan, maar het is een bouwkundig huzarenstukje.

Ook achter het station is het nu helemaal af. Vroeger een tippelzone, annex drugsboulevard, waar een fatsoenlijk mens niet durfde te komen. Nu een fraaie passage met winkeltjes en het gaat daar zelfs op een luchthaven lijken. Met boven een groot busstation, en het doorgaande verkeer weggewerkt in een tunnel. Zo hoort het water er nu ook helemaal bij. Ook daar is het veel drukker geworden en ‘Noord’ begint nu ook tot de stad te behoren. Al met al een mooie aanleiding om er anno 2021 maar eens een serietje aan te wijden. Zie:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719252617967

Amsterdam

28 april 2021

De beperkingen die door corona worden opgelegd duren nu al meer dan een jaar. Ik ben inmiddels redelijk gewend geraakt aan dat nieuwe ritme en kan daarin ook wel berusten, in het besef dat het nou eenmaal niet anders is. Ik heb dan ook niet de neiging om opstandig te worden en zie zelfs wel een aantal positieve dingen aan dat nieuwe ritme. Maar toch is de wereld, heel onbewust, een beetje kleiner geworden. Ondanks af en toe eens een uitstapje in de regio, zijn er toch hele delen – zelfs delen van mijn eigen woonplaats Amsterdam – uit mijn systeem verdwenen. Dat is dus allemaal langzaam en ongemerkt gegaan, maar ik merkte het pas echt goed toen we vorige week op een zonnige ochtend langs de grachtengordel en door het Vondelpark naar de priklocatie fietsten. De grachtengordel en het Vondelpark…. die zijn er dus óók nog…! Hoe lang was ik daar al niet meer geweest?

En geleidelijk werd ik me ervan bewust dat dat nog voor veel meer stadsdelen geldt. En dan heb ik het nog niet eens over de bioscopen, cafés en restaurants, waar ik al bijna een jaar niet meer ben geweest.. Maar juist naar aanleiding van die plotselinge bewustwording vond ik het nodig om nu mijn eigen stad ook weer eens te herontdekken. En wat is daarvoor dan een mooier moment dan het ontluikende, hoewel nog wat koude, voorjaar. De stad is – zo te zien – volop in beweging en die koningsdag-supermaan kregen we aan het eind nog op de koop toe. Een buitenkansje, want we moeten nog 106 jaar tot de volgende wachten. Het Amsterdamse voorjaars foto-allegaartje staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719099032141

Kop van Noord-Holland

26 april 2021

Nadat we bij een eerder bezoekje aan de Bollenstreek met de fietsclub hadden geconcludeerd dat het bloemgebeuren langzaam naar de Noordoostpolder en de Kop van Noord-Holland aan het verhuizen is, is meteen maar eens de koe bij de horens gevat en is naar de Kop afgereisd. Nu niet met de fietsclub, maar deze keer met René en ook gewoon met de auto. Dat duldde geen uitstel, want er zijn eigenlijk maar een paar weken in het jaar dat je ze in volle glorie kunt bekijken. Eind april is eigenlijk al wat laat, maar door het koude voorjaar nu precies goed. Er is daar inderdaad veel meer ruimte en je hebt er bijna onafzienbare bloemenvelden. En ook een bijzonder gebied: vlak, dunbevolkt en weinig bomen, zodat je ook onafzienbaar ver kunt kijken. Daardoor lijkt het land nóg vlakker dan het toch al is. En het waait er dus ook altijd. Ik begin me bij dat soort tochtjes altijd af te vragen of ik er een beetje gelukkig zou kunnen wonen. En wat je daar allemaal zou kunnen doen.

Behalve bloementeelt is het hoofdzakelijk een landbouwgebied. Windturbines zijn er ook genoeg. Daar waar in de rest van Nederland de weerstand tegen die dingen groeit, lijkt men zich hier er al helemaal mee te hebben verzoend. En naarmate die dingen er langer staan worden ze vanzelf weer een soort erfgoed. Zou zomaar kunnen tenminste. En dan mogen ze over honderd jaar niet meer weg, als ze tegen die tijd iets intelligenters voor de energievoorziening hebben verzonnen. Aan het eind van het gebied ligt dan de kust, bij Julianadorp, net onder Den Helder. Daar ook onafzienbare stranden en een lange rij van 80 tot 100 strandhuisjes, in de aanloop naar de meivakantie al helemaal volgeboekt. We raken aan de praat met een van de huurders en nemen zelfs even een kijkje binnen. Eigenlijk kreeg ik een beetje medelijden, want echt strandweer wilde het niet worden. Maar voor 1400 euro zit je daar toch maar liefst een hele week. Toch fijn dat we na het zien van de nieuwe Bollenstreek en een lekkere strandwandeling naar huis konden en de verwarming konden aanzetten. Daar nog maar even opgezocht dat je er in het hoogseizoen een hele week kunt zitten voor 2293 euro. Slechts. De foto-impressie van het dagje staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719067325497

Bollenstreek

15 april 2021

Het stalen ros is weer eens van stal gehaald, heeft een servicebeurt ondergaan en was helemaal klaar voor de eerste tocht met de ‘fietsclub’. Die ‘fietsclub’ bestaat nu 40 jaar. Allemaal studiegenoten uit Tilburg, in de 70’er jaren afgestudeerd, later collega’s op de werkvloer in ‘het Haagse’ en nu pensionado’s. Meestal trappen we in april af met een ‘rondje Bol’, door de Bollenstreek dus. Maar die stond er dit jaar wat minder uitbundig dan gebruikelijk bij. We waren natuurlijk door het koude voorjaar eigenlijk ook nog iets te vroeg. Ook ontbraken de toeristen, maar dat scheen niet erg te zijn, want die banjeren toch maar door de tulpenvelden voor hun uitgebreide fotosessies. En tenslotte, misschien wel het belangrijkste, lagen veel bollenvelden braak en zullen dat vermoedelijk altijd blijven, tenzij ze iets anders met die grond gaan doen. Het is er eigenlijk te kleinschalig en niet meer rendabel. In de Kop van Noord-Holland is meer ruimte en het bloemgebeuren is dan ook langzaam daarheen aan het verschuiven. Misschien moeten we dat met ons ‘rondje Bol’ dan ook maar eens doen.

Toch was er nog veel moois te zien, ook al door de frisse, heldere en ‘Hollandse’ wolkenluchten. Vanaf Voorschoten door de Bollenstreek heen naar de Zilk en door de duinen via Noordwijk en Katwijk terug. Met dat duinenlandschap is iets bijzonders aan de hand, dat in Nederland weinig bekend is. Je zou het bijna niet geloven, maar hier lopen zóveel herten rond, dat het een plaag is. Ze hebben het hele duinlandschap kaal gevreten. Van de struiken is weinig meer over en ze hebben er dan ook al duizenden (!!!) moeten afschieten. Maar de kop van het fietsen is eraf, het voelde weer lekker, vooral nadat er vorig jaar, om de bekende redenen, weinig van fietsen terecht is gekomen. Foto’s zijn er ook, want ook al is het een fietsclub, fotograferen wordt er gewoon gedoogd. Het kleine serietje staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719022484117

Berg en Dal

1 april 2021

Al een hele tijd is het niet meer mogelijk om naar het buitenland te reizen. Het kan alleen als je een hele zwaarwegende reden hebt en je bovendien ook nog over de nodige gezondheidsverklaringen beschikt. Die omstandigheid heeft bij mij tot een zekere berusting geleid, maar vooral tot een levensritme dat overigens nog niet eens zo heel onaangenaam is. Het heeft onbewust ook geleid tot een veranderd referentiekader. Terwijl ik vroeger, mede door mijn werk, bijna ‘met twee vingers in de neus’ van het ene naar het andere buitenland hobbelde en dat ook nog eens heel gewoon vond, was deze week zelfs een familiebezoekje al aanleiding tot enige opwinding. Dat het ineens zomer was geworden versterkte dat nog eens. Het reisje ging naar Groesbeek, net achter Nijmegen in de gemeente Berg en Dal. Alleen al de naam beschrijft het gebied treffend. Inderdaad, een on-Nederlands glooiend landschap.

Helemaal on-Nederlands als je ook nog eens ziet dat het gebiedje het epicentrum blijkt te zijn van de Nederlandse wijnbouw, een indicatie dat de klimaatgrens toch wel naar het noorden aan het opschuiven is en dus de wijnbouw in de toekomst misschien helemaal niet meer zo on-Nederlands meer is. Ik heb nog nooit Nederlandse wijn gedronken, maar als ik dat allemaal zo zie, moest ik dan toch maar ooit eens een flesje soldaat maken. Hoe dan ook, het middagje voelde als een zomers tochtje door de Franse Bourgogne en aan het eind van de dag was het net alsof ik een vakantietripje had gemaakt. Voor een vakantiegevoel is de lat blijkbaar een stuk minder hoog komen te liggen. Hoe dat binnenlandse buitenland eruit ziet staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157718866479193

Benedenwereld

26 maart 2021

De bedoeling van de middag was een fietstochtje naar de Sluisbuurt. Daar staat over twee jaar een hele nieuwe woonwijk en ook het industrieel erfgoed van de graansilo’s gaan een onderdeel worden van een architectonisch hoogstandje. Alleen is – zoals het vaker gaat – de Sluisbuurt nooit bereikt. We zijn blijven steken op de ‘Amsterdamsche Brug’, de brug die het oostelijk stadsdeel met Amsterdam-Noord verbindt. Behalve voor autoverkeer is de brug populair bij (sport-)fietsers en hardlopers, omdat je hier – als enige locatie in de stad – nog een beetje serieuze hellingen hebt. Minder bekend is de ruimte, onder de brug. Halverwege de ‘top’ kan je via een trappetje naar beneden en kom je onder de brug in een heel andere wereld. Dit is het terrein van graffiti-spuiters, skate-boarders, mensen die een overdekte overnachtingsplaats zoeken en wellicht lieden die dingen doen die het daglicht wat moeilijker kunnen verdragen. Een prachtig rafelrandje dus en hier gelden dan ook eigen regels en omgangsvormen.

We maken contact met een van de skate-boarders. Hij is door de wol geverfd, kent alle plekjes in de stad en weet precies waar je wel of juist niet moet wezen. En wie je waar en wanneer aantreft. We krijgen een uiteenzetting over de kneepjes van het vak en hoe je je deze kunst eigen kunt maken. Ook hebben we contact met een van de graffiti-spuiters. Een keurige man en eigenlijk een type, die je hier niet meteen zou verwachten. Wat sommige mensen geklieder vinden, wordt hier tot edele kunst verheven. Zelfs bomen vormen bij gebrek aan onbeschilderde muren een dankbare achtergrond. We leiden onszelf rond door alle zalen van het graffiti-museum en blijven ons verbazen over de twee werelden boven en beneden, die elkaar niet lijken te raken en zelfs geen weet hebben van elkaars bestaan. De Sluisbuurt komt dus op de bucket list. Foto’s van het museum staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157718793229886

West-Friesland

3 maart 2021

Het zou woensdag een prachtige voorjaarsdag worden. De mooiste van de week nog wel. Daarom juist dié dag uitgekozen om even te proeven hoe het ook al weer zou zijn op het strand en even proberen om wat zomerse herinneringen uit het verre onderbewustzijn naar boven te halen. Voordat er weer een serie ‘maart-roert-zijn-staart-dagen’ zouden volgen. Het liep allemaal anders. Goed en wel buiten Amsterdam trok een grijze deken over, de temperatuur ging ineens tien graden omlaag en de verwarming in de auto kon weer aan. Het plan veranderde niet en dus toch maar naar de kust, want je weet nooit of je – zoals vaak gebeurt – toch weer onverwachte dingen tegen komt. Bij de vroegere Hondsbossche Zeewering is – zonder al te veel ruchtbaarheid – de afgelopen jaren een brede duinenstrook en strand aangelegd. Daarom heten ze daar nu de ‘Hondsbossche Duinen’ en de vroegere zeewering bestaat dus niet meer.

Van de gelegenheid is daar meteen maar gebruik gemaakt door er een vogelreservaat aan te leggen. Aan de landkant door de aanleg van een meertje met een uitkijkpost naar de vogels die daar verblijven en op het strand en in de duinen aandacht voor het afval dat op stranden wordt achtergelaten en eventueel door de vogels voor voedsel wordt aangezien. Op dat strand lagen ook die zomerse herinneringen, maar die kwamen bij een ijzige wind niet echt naar boven en na een klein half uurtje hadden we het daar wel bekeken. Daarom in de warme auto maar eens bekeken hoe op de terugweg West-Friesland eruit ziet. Een uitgestrekt akkerland, niet bepaald het mooiste stukje Nederland, maar in de mistige late middag toch met een eigen sfeer. En ondanks het grauwe landschap was er toch weer een fotografische verrassing van de meeuwen die de lekkerste hapjes uit de omgeploegde grond oppikten. Kijk maar op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157718542223386

Waal

28 februari 2021

Prachtig (bijna) voorjaarsweer en dus een mooie zondag om er weer eens op uit te trekken. Want je moet toch wat na een al meer dan vier maanden durende lock-down. Met de auto, dat nog wel, want het is nog behoorlijk fris. We kozen voor de Waal, bij Zaltbommel van de autoweg af en bij Nijmegen er weer op. Oud-Hollands rivierenlandschap gaan we daar tegen komen. Het is mijn geboortestreek en tot mijn achtste jaar heb ik er gewoond. Weliswaar kort, maar lang genoeg om daar nog vage jeugdherinneringen te hebben liggen. In Winssen, om precies te zijn, een klein dorpje tegen de Waaldijk aangeplakt. Marcel was er nog nooit geweest en ik vond dat het onderhand wel eens tijd werd om hem mijn geboortehuis te laten zien. We maken een stop bij Rossum. Een geografische bijzonderheid, omdat de Maas en de Waal elkaar daar op nog geen kilometer afstand bijna raken. Overal waar je kijkt is water. Bovendien alleraardigst gelegen met een gezellige B&B, zodat we er ook nog wat inspiratie opdeden voor een pleisterplaats op een mogelijke toekomstige fietstocht.

Mijn geboortehuis in Winssen was snel gevonden. De huidige bewoner parkeerde er net zijn auto en dus een mooie kans om hem even aan te spreken. Klein gesprekje en het leidde tot een rondleiding in het huis, waar ik al 64 jaar niet meer was geweest. Wat me opviel was dat de woonkamer een stuk kleiner was dan in mijn herinnering. Maar de herinnering was vaag, temeer daar er ook al enkele verbouwingen waren geweest. Maar heel langzaam kwamen de vroegere beelden van dat huis uit mijn onderbewustzijn naar boven, maar toen zaten we al weer lang en breed op de autoweg bij Nijmegen. Daar was, met het decor van de Betuwelijn, windturbines en weilanden vol zonnepanelen, niets meer wat nog aan de 50’er jaren deed denken. De foto’s van de dag staan op: 

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157718695593457