Allgäu

17 november 2022

Neuschwanstein: zo heet het toch wel wat overgedimensioneerde kasteel dat koning Ludwig zo’n anderhalve eeuw geleden voor zichzelf en voor zijn representatieve doeleinden liet bouwen. Het kasteel was niet echt het doel van de wandeling die we donderdag maakten, maar heel in de verte was het verrassenderwijs ineens zichtbaar. Hemelsbreed toch nog zo’n 8,5 kilometer ver weg, zo kon ik met behulp van google maps vaststellen, maar met mijn telecompactje en wat nabewerking thuis kon ik het toch nog wel enigszins in beeld brengen. De wandeling was onderdeel van het bezoekje aan mijn zus in de Allgäu, in het zuiden van Beieren, dat inmiddels bijna een jaarlijks ritueel is geworden. Behalve de gezelligheid die dat met zich meebrengt, woont ze ook nog in een prachtige streek, met een heerlijk klimaat. Geschikt om in de zomer uitdagende fietstochten te maken en in de winter – voor de liefhebbers – lekker te skiën. Maar in dit november-tussenseizoen kan er vooral worden gewandeld. En het weer werkte mee. Zie bijgaande serie:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720304019019

Innsbruck

15 november 2022

Het jaarlijkse bezoekje aan mijn zus in Duitsland is aangegrepen om ook Innsbruck maar eens te bezoeken, een kleine twee uur rijden verderop, waar haar dochter woont. Innsbruck, de stad die al heel lang op mijn lijstje van ooit nog eens te bezoeken stond, omdat ik er in de folders zulke fraaie foto’s van had gezien. En dat wilde ik niet alleen met eigen ogen zien, maar die foto’s natuurlijk ook zelf gaan maken. Innsbruck is sowieso een fraaie stad. Niet al te groot, zo’n 130 duizend inwoners, maar een mooie, compacte en gezellige middeleeuws aandoende binnenstad met veel barok-beschilderde gevels, die je in Oostenrijk vaker ziet. Alleen begint, net zoals overal in Duitsland, ook hier kerstmis al rond half november met een overvolle kerstmarkt.

Maar wat desondanks de stad extra mooi maakt is de wat mij betreft ongeëvenaarde ligging. Niet alleen fraai gelegen aan de Inn, maar vooral doordat de stad aan beide kanten is omgeven door hoge bergen, die – waar je ook kijkt – hoog boven de zichtlijn van de meeste gebouwen uitsteken. En wat de stad nog weer méér extra mooi maakte was het schitterende weer met strakblauwe luchten. Daardoor vormden de bergen en de lucht een fraaie achtergrond van alles wat in de stad te zien was. Dat mooie weer moet je in november altijd maar afwachten, want grijze en regenachtige dagen zijn in dit seizoen ook in Innsbruck heel gewoon. Al met al dus ideale omstandigheden om de foto’s te maken, die ik altijd al had willen maken. Klik maar op onderstaande link om te zien of dat een beetje is gelukt.

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720303968468

Utrecht – Amsterdam

11 november 2022

Hoewel al laat in het jaar, was het toch nog zodanig mooi weer, dat een al langer gekoesterd idee van René kon worden verwezenlijkt: met zijn e-bike van Utrecht naar Amsterdam. Met de trein heen en met de fiets terug. Op zich geen enorme afstand en met een toch wel stevige wind uit het zuiden zou het dus ook voor mij, zonder extra aandrijving, niet al teveel moeite hoeven kosten. We zouden dus min of meer naar Amsterdam kunnen terugzeilen. Maar omdat de camera’s ook meegingen, zouden we er toch nog wel wat tijd voor moeten uittrekken, zo was tenminste de ervaring. Het begon al met een extra rondje door de binnenstad van Utrecht. De Domtoren, eigenlijk toch wel het icoon van Utrecht is al een aantal jaren ingepakt en ondergaat een grondige renovatie. Het zal bovendien nog wel een tijdje duren voordat hij weer wordt uitgepakt. Utrecht zal zijn icoon dus een hele tijd moeten missen en kijkt in die tijd aan tegen een stellage, met alleen nog een gaatje voor de klok, waardoor je tenminste nog het idee krijgt dat hier een kerktoren staat.

We blijven verder wat lang hangen bij het fotogenieke Slot Zuylen, dat er in de al late najaarszon mooi bij lag. Verder langs de Vecht, waar ooit voornaam werd gewoond, maar waar de villa’s nu vooral representatieve uithangborden zijn van bedrijven of instituten. En om Breukelen kon je helemaal niet heen. Daar hadden ze de lekkerste uiensoep van Nederland, zeiden ze daar tenminste. Maar de smaak van de soep kwam wél in de buurt. Totdat we ons realiseerden dat we – om nog voor het donker terug te zijn – toch onderhand wel wat meer moesten voortmaken. Dus ging het kaarsrecht langs het Amsterdam-Rijnkanaal, met een wat hogere versnelling en de e-bike op de turbo-stand, terug naar Amsterdam, waar de zon net was onder gegaan. De gemaakte fotoserie staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720303633365

Rotterdam

28 oktober 2022

Het museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam is wegens een renovatie dicht. Tien jaar nog wel en dat betekent dus het tijdelijk opbergen van alle kunstwerken in een ‘depot’. Op zijn Rotterdams gezegd dus in ‘de pot’ en het leuke ervan is dat het depot ook echt als een bloempot is ontworpen. En daarmee ook meteen een toeristische attractie is geworden. De bloempot is rondom helemaal bekleed met spiegelende platen, zodat je – als je komt aanlopen – de zonnige skyline van de stad enigszins kromlijnig weerspiegeld ziet tegen de bewolkte achtergrond. De meeste kunstwerken zijn opgeborgen in afgesloten geklimatiseerde ruimtes en daar is dan ook niet veel van te zien. Behalve dan in een aantal vitrines, waarin een klein deel van de (wellicht wisselende) collectie wel is te zien.

Binnen is er een grote open ruimte van zes verdiepingen, met elkaar verbonden door zigzaggende trappen en heen en weer zacht zoevende glazen liften. Ook hier en haar glazen vloeren, waar je toch een beetje aarzelend opgaat en die de oriëntatie ook enigszins verstoren. Op de verdiepingen uitzicht over de opbergruimtes en een aantal restauratieruimtes. Helemaal boven aan de rand van de bloempot een groot dakterras met een uitzicht over de stad. De bloempot zal ook na de renovatie blijven bestaan als dependance van het ‘echte’ museum. Een mooie aanwinst lijkt me zo.

Ik was al een aantal jaren niet meer in Rotterdam geweest en als je er toch eenmaal bent moet je natuurlijk voorafgaand aan het bezoek aan de bloempot vanaf het mooiste treinstation van Nederland wel een rondje door de binnenstad maken. Het is nog steeds een feestje voor architectuur- en fotografieliefhebbers van dat genre. En het verbaasde me andermaal dat er weer een aantal iconische gebouwen zijn bijgekomen. Hoe de dag is vastgelegd staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720303362165

Oostelijke Eilanden

26 oktober 2022

Amsterdam doet flink zijn best om zijn steentje bij te dragen aan de bouwopgave die ons in te komende tien jaar te wachten staat. Op het schiereiland Cruquius bijvoorbeeld, tot voor enkele jaren geleden nog een verlaten en verwaarloosd industrieterrein, waar je alleen nog maar kwam voor het inleveren van grof vuil. Het gemeentelijke afvalverzamelpunt is nu verdwenen naar elders en Cruquius is nu bijna volgebouwd. Voor wat betreft prijskaartje niet de minste appartementen en het is dus dan ook maar de vraag of Amsterdam ook zijn steentje bijdraagt aan de bouw van betáálbare woningen. Misschien verderop op IJburg, een nieuwe woonwijk, eigenlijk een heel nieuwe stad op een opgespoten stuk land in het Markermeer. Ook daar wordt nog volop gebouwd in allerlei prijsklassen, zo is mijn indruk.

Het hogere segment kan daar nog terecht in het Sluishuis, een recent opgeleverd en inmiddels iconisch wooncomplex. Het gebouw is een toeristische attractie geworden en je kan er gewoon naar boven lopen met uitzicht over de stad én over de balkons van de bewoners. Het lijkt me typisch zo’n gebouw waar iedereen die er inmiddels woont het geweldig vindt en iedereen die er niet woont daar nog niet dood wil worden gevonden. Iedereen blij, zou je zeggen, maar er zijn natuurlijk nog massa’s mensen die graag zouden willen verhuizen, maar niks geschikts en/of betaalbaars kunnen vinden. Het is dus niet voor niks dat er nog honderdduizenden (ook betaalbare) woningen moeten worden bijgebouwd. Maar één ding hebben al die nieuwe woningen gemeen: het gebruik van mooie materialen en de variatie in de stijl van de verschillende woningen. Zelfs als je er nog niet dood wilt worden gevonden is het in elk geval nog een stuk beter dan het architecturale dieptepunt van de woningbouw in de 80’er jaren. Kijk zelf maar op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720303229416

Prins Hendrikkade

22 oktober 2022

Als je al bijna 30 jaar op dezelfde plek in Amsterdam woont, heb je de neiging om achteloos langs bezienswaardige plekken te lopen. Behalve als je, zoals afgelopen zaterdag, het jaarlijkse uitstapje met je broers moet organiseren. Vast onderdeel van zo’n uitstapje is een bezoek aan iets bezienswaardigs en ik had gekozen voor een rondleiding met als onderwerp het maritieme verleden onder leiding van een ‘Mee-in-Mokum’-gids van ‘het Gilde’. Dichtbij huis, op en rond de Prins Hendrikkade, ooit vrij gelegen aan de Zuiderzee en dus geen wonder dat de Heer M.A. de Ruyter (dat stond tenminste op het in cement gegoten grote ornament boven de voordeur) er op nummer 131 zijn intrek had genomen. Zo kom je zelf dus ook nog eens ergens.

In het fraai gerestaureerde Amrath-hotel bijvoorbeeld. Ooit heette dat ‘het Scheepvaarthuis’ gebouwd een dikke honderd jaar geleden als hoofdzetel van zes rederijen, waaronder de Nederlandse Stoomboot-Maatschappij (KNSM). Later hoofdkantoor van het Gemeentelijk Vervoerbedrijf (GVB) en nu dus het Amrath-hotel en een mooi voorbeeld van de ‘Amsterdamse School’. Je kan er niet zo maar binnenlopen, maar de dame van het Gilde kreeg deuren open die – behalve voor hotelgasten – gesloten blijven. We bekijken het centrale trappenhuis, met baksteen, smeedwerk, veel glas-in-lood met maritieme motieven en tropisch houtwerk. Zeer fraai en men heeft duidelijk zijn best gedaan om de historische elementen van het gebouw goed te bewaren. Toch maken de entree en het trappenhuis een tamelijk koele indruk en ik mag dus voor de hotelgasten hopen dat de rest van het hotel er wat warmer en gezelliger uitziet. Een indruk van de middag is vastgelegd op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720303176816

Maastricht

1 oktober 2022

Al een tijdje nam ik me voor om weer eens naar Maastricht te gaan. Er wonen een aantal vrienden, die ik wel weer eens op wilde zoeken. En natuurlijk van de gelegenheid gebruik maken om met de camera een rondje door de stad te maken. In mijn studententijd kwam ik er geregeld, maar vanuit Amsterdam is het toch wel wat verder. Maastrichtenaren zijn bijzonder trots op hun stad en hun taal (of is het dialect?) en dat laten ze merken ook, als je aan hen de weg vraagt. Ze lopen nog nét niet me je mee om je van alles te laten zien. En ik moet zeggen, ze hebben alle reden voor hun trots. Het is beslist – met Amsterdam aan de eenzame top natuurlijk – een van de mooiere steden in Nederland en de fraaie ligging aan de Maas draagt daar natuurlijk ook aan bij.

En er is in de laatste decennia ook wel wat veranderd. Was de stad vroeger enigszins gesloten met de ‘Limburgers onder elkaar’ is Maastricht nu veel meer open geworden. Daar waar eerder – gevoed door de toch wel wat chauvinistische inslag – het Limburgse dialect de boventoon voerde, hoor je nu op straat vooral Engels. De universiteit heeft daartoe natuurlijk ook aan bijgedragen. Tegelijkertijd is er van de vroegere gezellige sfeer niets verloren gegaan. Onder meer het Onze-Lieve-Vrouwe-plein en het Vrijthof als het centrale plein, en daarachter – enigszins verscholen – de Sint-Janskerk met zijn markante rode toren, die je kunt beklimmen. Altijd leuk, want vanaf hoogte zie je de stad weer van een bijzonder perspectief. De stad, de sfeer en het perspectief van boven is in beeld gebracht op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720302955081

Zwitserland

11 september 2022

Een van de meest aansprekende Alpen-oversteekplaatsen is, wat mij betreft, de Gotthard-pas. Ik herinner me nog de indrukwekkende busreis naar Italië in 1967. Ik zag toen voor het eerst bergen, maar was vooral onder de indruk hoe de bus de talrijke steile en scherpe haarspeldbochten nam. De herinneringen aan die reis zijn altijd gebleven en nog steeds komen ze bij een Gotthard-oversteek uit mijn inmiddels behoorlijk volle harde hersenschijf naar boven. Inmiddels is die bochtige weg vervangen door een veel bredere en minder steile weg met minder bochten, maar de oude weg ligt er nog steeds, en wordt vooral gebruikt door fietsers. Nog later is er een tunnel gekomen. En ook het indrukwekkende landschap is er nog steeds.

We ‘doen’ de Gotthard nu eens een keer vanaf de zuidkant, wat mij betreft ook de mooiste kant van de pas. Op de nieuwe weg zijn voldoende parkeerplaatsen aangelegd om het landschap goed tot je door te laten dringen. Uiteindelijk hebben we vanaf Airolo tot de top dan ook bijna drie uur over de ‘beklimming’ gedaan, maar daar zat wel een halfuurtje bij om in het Albergo Gottardo een kopje soep voor 11 euro p.p. te consumeren. Want tot mijn schrik ontdekte ik dat de Zwitserse frank inmiddels meer waard is dan een euro.

Aan de noordkant, niet veel lager dan de top ligt Andermatt. Er is een treinstation, met treinen naar de Matterhorn, waar je aan boord deftig kunt dineren. Bij dat Andermatt wordt een nieuwe woonwijk gebouwd met fraaie appartementen duidelijk voor de happy few en dus ook onbetaalbaar als je er met euro’s komt aanzetten. Bij het Vierwoudstedenmeer maken we nog maar eens een foto-stopje, maar dit voelt nu als een moment dat we verzadigd raken van alles wat er nog te zien is. Hét moment dus om, met alleen nog een overnachting in Frankrijk, zo snel mogelijk linea recta naar huis te rijden. Einde van een prachtige Italië-reis. De laatste Zwitserse beelden staan op: 

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720302851161

Po-vlakte

10 september 2022

Ook de terugreis uit Italië hebben we relaxed gedaan. Niet zo heel relaxed als op de heenweg, toen we er vijf dagen voor uit trokken. De terugreis gaan we in drie dagen doen, maar dan nog is er voldoende gelegenheid om de autobaan af en toe te verlaten en door mooie streken te kuieren met langere pauzes op mooie dorpspleintjes. Door de Po-vlakte bijvoorbeeld, de landbouwstreek die er op deze warme dag met zijn zachte licht en oude boerderijen aangenaam bij ligt. We belanden daar in Brescello aan de oever van de Po, waar een flink stuk jeugdsentiment te vinden was. Het dorp fungeerde als film-set van de vroegere Don Camillo-films van alweer bijna 60 jaar geleden. Destijds was ik, nog volop deelnemend aan het ‘rijke roomse leven’, een groot liefhebber van die films. Ik vermoed zelfs dat ik er ook een stukje Italië-liefde aan heb overgehouden. Met mijn roomsheid is het wat minder goed afgelopen.

Maar ze hebben daar in Brescello goed hun best gedaan om de herinnering levend te houden, want veel andere mogelijkheden om het dorp een beetje op de kaart te zetten zijn daar niet zo veel. Hoewel er variaties waren, was het thema van de films elke keer hetzelfde: de vijandschap tussen de dorpspastoor Don Camillo en de communistische burgermeester Peppone. En telkens weer de wanhopige gang van de pastoor naar de kerk, waar hij aan de Heer aan het kruis smeekte of die niks kon doen aan de streken die de burgermeester hem weer had geleverd. Bij de wandeling door het dorp en in de kerk kwamen de beelden uit de films zo weer uit het onderbewuste naar boven. Het stukje jeugdsentiment is vastgelegd in het volgende kleine serietje:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720302622591

Sabina

8 september 2022

Sabina: zo heet de streek rond Collevecchio, zo’n 60 kilometer boven Rome. Hoewel we in Collevecchio alles bij de hand hadden om de dagen aangenaam door te komen, moesten we er ook wel eens uit, al was het maar om boodschappen te doen, te tanken of geld uit de muur te halen. Nu we op de heenreis even door Toscane gecirkeld hadden, probeer ik te begrijpen wat de verschillen tussen Sabina en Toscane eigenlijk zijn. Want niet alles in Italië is één pot nat. Sabina is minder aangeharkt, wat rommeliger en is dan ook minder op toerisme in gesteld. Zagen we in Toscane veel Nederlandse kentekens, hier zie je ze, behalve die van onze eigen auto, nagenoeg niet.

Daarnaast zijn er duidelijk landschappelijke verschillen: minder de voor Toscane zo typerende cipressen, ook nauwelijks wijnbouw, maar des te meer olijfgaarden. Maar ook veel kleine compacte dorpjes, vaak op bergtoppen. Bij nader inzien staan veel huizen in die dorpjes er onbewoond en soms verwaarloosd bij. Ook in Collevecchio zie je dat, hoewel er naar mijn idee in de laatste jaren weer wat instroom is van mensen ‘van buiten’, die die huizen opkopen, opknappen en weer wat nieuw leven ‘in de brouwerij’ brengen. Omdat het weer gaandeweg ons verblijf wat minder stabiel werd, en we zelfs heftige stortbuien hebben gezien, konden we het landschap ook eens bekijken bij fraai avondlicht tegen een dreigende, zelfs donkere achtergrond. Hoe dat er allemaal uitzag staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720302584408