Callantsoog

12 augustus 2020

In de afgelopen hittegolf kon strandbezoek niet ontbreken. Maar het gebruikelijke Zandvoort was op de heetste en drukste dagen eigenlijk geen optie. De trein doen we dit jaar sowieso niet en op die allerdrukste dagen hadden ze de wegen ernaartoe ook nog eens afgesloten. Dan maar weer eens naar Callantsoog, een stukje verder, maar eigenlijk ben je er even snel. Om precies te zijn naar Groote Keeten, nog een paar kilometer verder naar het noorden. Je kan er ver kijken. Op een paar kilometer afstand het strand van Julianadorp en dan nog iets verder Noorderhaaks, het onbewoonde eiland ten westen van Den Helder. En heel in de verte zie je in het zuiden de vage contouren van wat vroeger Hoogovens heette. Op een of andere manier krijg je hier – kijkend naar het noordwesten met de kaart van de Noordzee in het achterhoofd – een meer ruimtelijk gevoel van de oneindigheid van de zee.

Het strand is er heel anders dan in Zandvoort. Er is een andere duinenrij, er zijn andere mensen en zelfs de lucht is er anders. Maar dat laatste zal wel toeval zijn. Maar de grootste verschillen met Zandvoort betreffen toch wel de strekdammen, die je hier bij vloed weliswaar niet ziet, maar die bij eb tevoorschijn komen. Dan ontvouwt zich het planten- en dierenleven. Op de dam en in het ondiepe water eromheen wemelt het van zeewier, mosselen en allerlei soorten krabben. De uit de kluiten gewassen meeuwen storten zich op de weerloze mosselen en krabben en aan het eind van de schranspartij resten de overblijfselen, een paar uur later weer weggespoeld door de naderende vloed. Tot zich de cyclus weer in een eindeloos ritme herhaalt. Foto’s zijn er ook gemaakt, te zien op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157715589090453

Ruhrgebied (2)

8 augustus 2020

Het plan was – onder meer – om het industriële erfgoed van het Ruhrgebied wat nader te bekijken. Een overzicht daarvan was gegeven in een tamelijk knullig en onoverzichtelijk samengesteld gidsje, maar na een avondje puzzelen op de hotelkamer kwamen we er wel uit en konden we een soort van programma samenstellen. Dachten we…! Het Ruhrgebied is even groot als half Nederland. Als je er dus wat van wilt zien leg je meteen grote afstanden af, en dan is het zaak om de dingen een beetje in een handige volgorde te doen. Gelukkig zijn er veel autobanen, dus je kunt vrij snel van de ene naar de andere bezienswaardigheid rijden, zelfs als de volgorde achteraf toch wat onhandig was. Daarbij kwam wel dat er veel gesloten was, wegens renovatie of corona. Of ze hadden het aantal bezoekers beperkt en had je van tevoren online moeten boeken.

Bovendien was het al die dagen ontzettend heet, waardoor ons voorgenomen erfgoed-bezoekje toch niet helemaal is geworden wat we ervan hadden gehoopt. Maar iets wat wél is gelukt – en ook tamelijk bijzonder – was nog wel het bezoekje aan de zweefbaan van Wuppertal. Het ziet er futuristisch uit, maar de baan is al meer dan 100 jaar oud. Nee, geen kermisattractie, maar goed functionerend openbaar vervoer in een stad met ruimtegebrek en een mooi alternatief voor een metro, waarvan de aanleg ook zo zijn bezwaren heeft, weten we in Amsterdam maar al te goed. Het is een hangende trein, volgens mij uniek in zijn soort. We maken meteen maar een ritje, naar het eindpunt en weer terug.

Tenslotte Düsseldorf zelf, niet héél bijzonder, maar evenals Keulen fraai gelegen aan de Rijn. Bovendien zijn in het voormalige havengebied oude fabriekspanden in gedurfde architectuur omgebouwd tot hippe appartementen en bedrijfspandjes. Zo was er dus toch nog wat onverwacht erfgoed. We slenteren op onze laatste dag door dat gebied en zoeken verkoeling in de schaduw met een ijsje én in de hoge TV-toren, waar we de stad weer vanuit een ander perspectief konden zien. Verder hadden het geluk een hotel te hebben in een van de leukste wijken van de stad, met op de hoek ons vaste Italiaans eethuisje, dat ook nog eens ontzettend lekker koud bier had. En zo had ons toch al memorabele bezoekje aan het Ruhrgebied elke dag wel weer een mooi einde. De foto-impressie ervan staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157715479810401

Ruhrgebied (1)

6 augustus 2020

Het Ruhrgebied: meestal rij je er snel dwars doorheen, op weg naar betere oorden. Maar door een afgelast zwemtoernooi van Marcel in Düsseldorf en een al betaald hotel aldaar, zijn we er dan toch maar vijf dagen heengegaan en geprobeerd er dan maar het beste van te maken. Dat is natuurlijk niet het állerbeste uitgangspunt voor een bezoek. Temeer daar het ook nog eens zo’n 35 graden was en een normaal mens zoekt dan al helemáál betere oorden op. Wij niet dus…! Het Ruhrgebied is erg dicht bevolkt. Het is even groot als half Nederland, maar heeft meer inwoners dan héél Nederland. Het imago wordt nog steeds bepaald door de oude zware industrie.

Geen wonder dus dat de meesten er dwars doorheen rijden. Dat imago is er een van kolen en staal met dito luchtvervuiling, maar het meeste daarvan is al lang verdwenen en de bewoners hebben inmiddels andere middelen van bestaan gevonden. Het al dan niet opgekalefaterd industrieel erfgoed is het enige dat er nog van die tijd over is. Veel is inderdaad opgeknapt, voor toeristen toegankelijk gemaakt door het om te bouwen tot musea en te omgeven door fraai groen. Maar gelukkig is er ook nog wel vervallen roestig spul te vinden. Leuk om achteraf te zien, maar het vroegere werken erin lijkt me een stuk minder leuk. In het bezoekerscentrum in Essen bijvoorbeeld, komen we in een min of meer intact gelaten fabriekshal en krijg je een indruk hoe het moet zijn geweest om daar te werken in een orgie van staal, vuur, hitte, rook en vuile lucht.

Scheepvaart was van levensbelang voor de regio. De hoogteverschillen werden niet overwonnen door sluizen, zoals bij ons, maar door de toch al niet kleine schepen met nog grotere hef-installaties op te tillen naar een hoger cq. lager niveau. Een vrijwel oorspronkelijke installatie vinden we aan het Dortmund-Ems-kanaal. De nieuwe middelen van bestaan in het Ruhrgebied worden nu vooral gevonden in de alleszins leefbare steden, zoals Düsseldorf zelf, maar ook Keulen op steenworp afstand. Keulen staat in de top-5 van fraaiste steden van Duitsland, mede dankzij de Dom en de ligging aan de Rijn. We slenteren langs de rivier en dankzij enkele rondjes in een reuzenrad kunnen we de stad ook nog eens van boven bekijken. Al met al interessant om nu eens te zien waar we in al die jaren snel dwars doorheen zijn gereden. Die eerste indruk is vastgelegd op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157715397393501