Napels (3)

6 september 2022

De laatste halve dag in Napels. Niet héél veel tijd meer, maar met de metro kun je nog wel ergens komen en toch nog op tijd voor de trein weer terug zijn. Het metrostation waar we opstapten zag er alleen tamelijk vervallen uit, evenals de stations waar we onderweg stopten. Maar ons eindstation, Toledo, zag er daarentegen met zijn futuristische mozaïeken en fraai verlichte plafonds oogverblindend mooi uit. Reden om er nog even te blijven en nog maar eens een extra ‘heen-en-weertje’ over de lange roltrappen te maken. Napels is sowieso een stad vol tegenstellingen. Behalve de nodige rommeligheid zijn er prachtige en fraai onderhouden monumenten.

We blijven bijvoorbeeld hangen op het Piazza Plebiscito, en dat zou – met enige fantasie natuurlijk – zo maar een klein kopietje van het Vaticaanse Sint Pietersplein kunnen zijn. Het naburige Piazza Municipio moet er ooit – afgaand op wat eromheen staat – ook mooi hebben uitgezien. Het plein was alleen nauwelijks toegankelijk, maar de afbeeldingen op de afrastering van de bouwput daar lieten zien dat er over enkele jaren ook een oogverblindend mooi plein gaat komen, met bovendien de nodige ondergrondse voorzieningen. Met dichtbij natuurlijk de fraaie Galleria Umberto I, die – ook niet met zo héél veel fantasie – een kopietje van die van Milaan zou kunnen zijn.

Als dat nieuwe plein maar niet zoiets gaat worden als het enorme metalen staketsel op het Piazza Garibaldi bij het Centraal Station. Daar in het souterrain veel leegstaande winkels in de stationsomgeving met tóch al niet zo’n beste reputatie. Wat mij betreft een mislukte poging om er een mooie entree van de stad van te maken. Maar hoe dan ook, er wordt hard gewerkt om van het imago af te komen dat Napels blijkbaar heeft en waar je – als je twee dagen door de stad hebt geslenterd – ook niet omheen kunt. Een indruk van de laatste Napolitaanse uurtjes, met alles wat mooi en lelijk is, staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720302486240

Napels (1)

4 september 2022

Het ritme van het niks doen is even onderbroken door een paar dagen naar Napels af te reizen. De vorige keer hadden we Rome al bezocht en nu dus Napels. Er zijn eigenlijk meer verschíllen dan overeenkomsten tussen beide steden. Rome ademt de klassieke oudheid en Napels is een wat ruigere havenstad. Maar overeenkomsten zijn er natuurlijk ook, als je alleen al kijkt naar de grote hoeveelheid kerken in beide steden. De bekendste bezienswaardigheden van Napels liggen eigenlijk buiten de stad: de Vesuvius, Pompeï en Herculaneum, de Amalfikust, Capri en nog wat van die betoverende eilanden. Maar als je dat allemaal wilt zien heb je een hele week nodig, dus die laten we liggen en beperken ons tot de stad zelf. Dat bleek eigenlijk al meer dan genoeg, want als je goed kijkt is álles bezienswaardig.

We gaan met de trein, eerst met de boemel naar Rome en daarna met de snelle trein (300 km/uur) naar Napels. Extra leuk, temeer daar we een week eerder in Reggio Emillia onder de indruk waren geraakt van niet alleen dat station daar, maar ook van de snelle en frequente treinen tussen de belangrijkste Italiaanse steden, die het binnenlands vliegverkeer goeddeels hebben weggenomen. En nu konden zélf dat genoegen smaken en bekroop me bij aanvang van de reis ineens weer het gevoel dat ik vroeger had bij het begin van een schoolreisje. Ondanks het zeer matige weer: vrijwel de hele reis regen en zelfs het eerste uur in Napels is noodgedwongen overdekt doorgebracht. Maar van de nood een deugd gemaakt door meteen maar eens lekker Napolitaans te lunchen.

Na de regen kwam de zonneschijn en die is in de volgende dagen niet meer weg geweest. De eerste (halve) dag is het havengebied onder handen genomen. De binnenstad gaat naadloos over in het haven. Een rommelige mengeling van veerboten naar de eilanden, containerschepen, luxe zeiljachten, cruiseschepen en allerlei bouwsels, die nou eenmaal bij een haven horen. Dat alles tegen de achtergrond van de baai en de hoog oprijzende Vesuvius. Dat maakt de haven van Napels nét even wat anders dan andere havens. Daarna eten in de Spaanse wijk en hoe kan je de dag beter afsluiten dan op een pleintje, waar de Napolitaanse film zich voor je ogen afspeelt. Met een limoncello uit de vriezer natuurlijk. Een indruk van de eerste halve dag in Napels staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720302310381

Noord-Italië

27 augustus 2022

Vanaf Domodossola is er nog een laatste stukje Alpen: het Lago Maggiore, mooi gelegen tussen de nog hoge bergtoppen. We maken een stop aan de oever, want zo’n beroemd meer verdient een tussenstop. Het is er heel on-italiaans aangeharkt, brandschoon en zo te zien de uithangplek voor 70-plussers. Inmiddels horen wij daar ook bij, maar ik zie me het hier nog niet twee weken volhouden met elke dag wandelingetjes langs het water. Na de ochtendkoffie dus maar door naar het échte Italië. Maar eerst ‘nog langs de hindernis Milaan. Een drukke ringweg van een dikke 50 kilometer met veel op- en afritten met voortdurende blik op de GPS, de kaart en de aanduidingen op de borden. En natuurlijk ook op de weg met het drukke verkeer naast je. Maar na Milaan wordt het rustiger en komt de Po-vlakte, die eigenlijk op Nederland lijkt: vlak en zonder al te veel begroeiing. Maar er zijn ook verschillen. Hier overwegend mooie terracotta daken en pastelkleurige gevels, zacht afstekend tegen de heiige, vochtige zomerse lucht. En mooie, maar ook vaak half vervallen boerderijen. Na de drukte van Milaan is het dus lekker om van de autobaan af te gaan en op een dorpspleintje even de beentjes te strekken.

Casalpusterlengo heet het hier, mooie naam voor zo’n kleine plaats. We lopen wat rond en belanden bij iets wat ooit een voorname boerderij moet zijn geweest, met op de vervallen gevels nog de resten van fresco’s. Op het dorpspleintje een kop koffie met een tramezzino, een diagonaal gesneden dubbel witbrood, met beleg naar keuze ertussen. Het leuke van dit deel van Italië is dat je maar een willekeurige plaats hoeft binnen te rijden of ze hebben er wel een prachtig centraal plein met een rijk gedecoreerde kerk, zelfs hier in dit Casalpusterlengo. En al helemaal in Cremona, een wat grotere provincieplaats verderop met een nog uitbundiger gedecoreerde kerk, of eigenlijk kathedraal. Einddoel van vrijdag is Reggio Emilia, waar we die avond heel voornaam dineren aan de voorgevel van de lokale kathedraal en waar we de volgende ochtend het treinstation “Mediopadana Alta Velocitá” gaan bekijken. Een in het oog springend ontwerp van de spaanse architect Calatrava. In voorgaande jaren zijn we er al enkele keren over de autoweg langs gereden, maar nu nemen we maar eens de tijd om het station wat nader te bekijken.

Hier stoppen alleen de hogesnelheidstreinen, tussen Napels/Rome en Milaan/Turijn/Venetië. Sommige treinen rijden ook op hoge snelheid door over de voor passagiers onbereikbare middensporen. Indrukwekkend, niet alleen het ontwerp van het station, maar ook hoe in Italië in de afgelopen jaren een hoogfrequent hogesnelheids-treinsysteem tot stand is gekomen. Dan verder richting Toscane. Vlak onder Florence weer van de autobaan af om Toscane even te proeven. Prachtig landschap, met afwisselend cipressen, wijngaarden en olijfbomen, met tussendoor fraaie landhuizen. De streek blijkt populair bij Nederlanders, tenminste afgaand op de grote hoeveelheid Nederlandse kentekens die je hier tegenkomt. Een regenbui maakt alleen een eind aan het Toscaanse uitstapje en we zoeken de autobaan maar weer op voor de laatste 150 kilometer naar Collevecchio, het voorlopige eindpunt van onze reis. Met lekker koud bier op het pleintje om deze vijfdaagse heenreis te evalueren. De fotoserie, met deze keer ook twee videootjes van de snelle treinen, staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720302155980

De Alpen

25 augustus 2022

De auto van buurman John, die we in juni voor de APK-keuring uit Italië hebben gehaald, moest nu weer terug. Terwijl John en ik in juni door allerlei omstandigheden strak heen en weer moesten rijden, kon het nu een stuk relaxter. Vijf dagen zouden René en ik over de heenreis gaan doen, zo was het plan. De lol van het reizen is tenslotte ook het onderweg zijn en de langzame veranderingen in het landschap en in de architectuur op je te laten inwerken. Alleen op de eerste dag zouden we meters maken en 800 kilometer verderop terecht komen in Nuits St.Georges, een populaire overnachtingsplaats voor Nederlanders op weg naar de camping in Zuid-Frankrijk. Voor ons begon de reis daar pas écht. Want waar kan je beter beginnen dan in Bourgondië, een dromerig land met zacht en warm licht en heerlijk windstille avonden. Alleen jammer van de zonnebloemen, die er in juni nog prachtig, maar nu verschrompeld bij stonden.

Richting Genève doemen in de verte de Alpen op en vanaf de Col de la Faucille, zo te zien heel populair bij fietsers, komt het meer met zijn fontein en zelfs het Mont-Blanc massief langzaam dichterbij. Genève is op de route moeilijk te vermijden, maar we rijden toch maar door het centrum, strak langs het meer om – stapvoets rijdend in de avondspits – toch nog iets van de stad op te snuiven. De volgende dag zouden we vanuit Chamonix de Aiguille du Midi op zo’n 3900 meter hoogte per kabelbaan ‘beklimmen’. Alleen er niet op gerekend dat je online had moeten reserveren. Helaas de trend bij de grotere toeristische attracties, die alleen nog maar te zien zijn als je alles van tevoren gaat bedenken en dus elke flexibiliteit en spontaniteit wordt weggenomen. Er was evenwel nog wel een gaatje in hun agenda als we bereid zouden zijn om vier uur te wachten.

In plaats daarvan dán maar door over de Col de la Forclaz, waar we in een hardloopwedstrijd terecht kwamen. Ik vind gewoon hardlopen al een uitdaging, maar berg-op berg-af is loodzwaar, zo weet ik ook uit mijn beperkte ervaring op dat gebied. Maar de deelnemers liepen er nog redelijk fris bij, zo te zien. Verderop heb je een mooi uitzicht over het Rhône-dal. Breed en fraai gelegen tussen hoge bergmassieven. Maar het dal zelf is redelijk verpest door een aaneenschakeling van bedrijfsterreinen, benzinepompen en andere lelijke bouwsels. Maar vanaf Brig heb je de Simplon-pas. Die had ik nog nooit gereden en dus was er vooraf enige gezonde spanning hoe de auto en de chauffeur het er daar vanaf zouden brengen. Het landschap was adembenemend, maar de weg zelf leek eerder op een brede autobaan nagenoeg zonder haarspeldbochten. En dan aan het eind: Italië…! Met Domodossola als pleisterplaats. Met een heerlijk warm plein, waar we pasta eten en met lekkere ijsjes en witte wijn nog lang blijven zitten. Na drie dagen de Alpen-oversteek voltooid..! Een indruk ervan staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720302132831

Collevecchio

30 juni 2022

Met mijn buurman John een kort tripje naar zijn huis in Italië gemaakt. Dat ligt in Collevecchio, een dorp van ruim duizend inwoners, zo’n zestig kilometer boven Rome. De bedoeling was om zijn auto op te halen voor een APK-keuring binnenkort. John is alleen geen fervent chauffeur, dus ik had aangeboden om met hem heen en weer te rijden. Wel zouden we er dan een leuk tripje van maken. Want de lol van reizen is tenslotte niet alleen het einddoel, maar ook het onderweg zijn en te kijken wat daar allemaal te zien en te beleven is. John werd alleen getroffen door enig lichamelijk malheur, waardoor we acht dagen later moesten vertrekken dan gepland. Dat leuke onderweg-tripje verdween daarmee achter de horizon, temeer daar de datum van terugkeer min of meer vaststond. Het betekende dus strak over de autobaan heen en weer rijden en de bezienswaardigheden onderweg te laten voor wat ze zijn. Daarbij kwam bovendien nog dat Italië zuchtte onder een hittegolf, die je de energie om dáár dan nog wat te ondernemen volledig ontnam. Bijna automatisch schakel je dan over op een lager levensritme.

Wat allemaal niet wegneemt dat het toch een erg leuk reisje was. De hitte kon je ontlopen, door af en toe een lekkere plons in het zwembad te maken. Daarbij is Italië sowieso mijn favoriete regio in Europa en ik kon me daarbij onderdompelen in het leven zoals dat daar wordt geleid. Dat betekende elke ochtend naar DÉ bar op het centrale plein, voor cappuccino met cornetti. En daar dan anderhalf uur gaan zitten, totdat het halve dorp voorbij is gekomen om de nieuwste roddels uit te wisselen. In de avond idem dito, maar dan voor een drankje. De bar is sowieso de levensader van het dorp, dat eigenlijk op sterven na dood leek. De aardbeving van 2016 heeft daarbij ook niet geholpen en sommige gebouwen zijn dan ook nog steeds gestut. En voor sommige elementaire basisvoorzieningen moet je al een dorp verderop.

Toch kreeg ik het gevoel dat het leven er zo langzamerhand terugkeert. Er zijn enkele nieuwe permanente bewoners, die je regelmatig tegenkomt op het pleintje van de bar en die dus hun best doen om er weer wat van te maken. Binnenkort schijnt er weer een restaurant te worden geopend. Al met al kon – ondanks de genoemde beperkingen – toch nog worden geproefd van ‘la dolce vita’. Bovendien komt er een herkansing, want de auto moet in augustus terug. Dan dubbele aandacht voor het onderweg zijn en kijken wat dáár te zien is. Het dolce vita in Collevecchio van deze keer is samengevat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720300391831