De Rijp

27 september 2019

De Rijp: dit dorp was uitgekozen als doel van een uitstapje van de fotoclub. Met als bedoeling om in anderhalf uur een fotoserietje te produceren van dat dorp. Die anderhalf uur viel precies tussen twee plensbuien in, dus dat was geluk hebben. Het ligt halverwege Amsterdam en Alkmaar, midden in de polder. Strak vlak land, omgeven door veel water en een keurig aangeharkt dorp. Eigenlijk lijkt het meer op een museum. Het moet zoveel mogelijk lijken op een dorp, zoals dat er enkele eeuwen geleden moet hebben uitgezien. Weliswaar met moderne voorzieningen, neem ik aan, maar die zijn wat meer aan het oog onttrokken. Dus winkels met ouderwets gespelde namen en huisnummers in prachtig geschilderde sierletters. In de lokale uitspanning is de muur geplaveid met nostalgische gebruiksvoorwerpen uit vervlogen jaren. Verder één en al keurigheid. Het is een komen en gaan van bruidsparen, die hun onvergetelijke dag willen vastleggen tegen deze onvergetelijke achtergrond. Het enige wat nog ontbreekt zijn de souvenirwinkels, maar je hoeft maar naar Volendam of Marken te kijken om een idee te krijgen wat dit dorp mogelijk nog verder boven het hoofd hangt. Het is de vraag wat de bewoners van dit alles vinden. Ongetwijfeld voelen ze zich hier thuis, anders hadden ze er niet gewoond. Maar ook ongetwijfeld heeft de schoonheidscommissie hier het nodige in de melk te brokkelen, hetgeen de vrijheid van de bewoners weer wat inperkt. De Rijp: prachtig dorp, maar was toch weer blij terug te keren naar het tikkeltje minder keurige Amsterdam. Het fotoserietje staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157711374970777

Zakynthos (5)

18 september 2019

De laatste dagen op het eiland werden ingevuld met dingen, die we nog niet hadden gedaan, maar ook niet wilden overslaan. Zo mocht natuurlijk een bezoekje aan de hoofdstad niet ontbreken. Eigenlijk hoofddórp, met zijn 13.000 inwoners. Maar behalve de haven is het stadje eigenlijk niet veel bijzonders. Een hoofdstraat met wat winkels en dat is het dan wel zo’n beetje. Geen steegjes met witte kleine huisjes, zoals ik hoopte en wat je in Griekenland eigenlijk ook zou verwachten. Het eiland heeft een Venetiaanse tijd gekend en je ziet in het stadje – evenals elders op het eiland – kerktorens in Venetiaanse stijl. Maar de haven is wél de moeite waard om er een tijdje rond te lopen. Het is de uitvalsbasis van ferry’s naar het Griekse vasteland en verder is het een scheepswerf, waar wrakken worden opgeknapt dan wel aan hun lot worden overgelaten. Wat we op de laatste zondag hadden willen doen, eten in Keri, is door de grote bosbrand op die avond niet meer gelukt. Wel zijn we er twee dagen later voor een lunch alsnog geweest en hebben gezien (en ook geroken) hoe het land er na de brand bij lag.

Het dorp zelf is niet getroffen, evenals – zo te zien – de meeste huizen op de hellingen in de buurt. Hoewel sommige huizen echt op het nippertje gespaard zijn gebleven. Maar rondom die huizen grote zwartgeblakerde vlaktes, dus bepaald niet prettig om er te wonen dan wel vakantie te vieren. En wat we tenslotte ook niet wilden missen waren de schildpadden. Daar stond het eiland nou juist zo om bekend, en we hadden er nog geen enkele gezien. Behalve dan die ene huis-schildpad een paar dagen geleden, maar die vertoonde zich alleen maar omdat hij steeds kleine visjes kreeg toegeworpen. We wisten al dat september niet de ideale maand was om ze in zee te zien zwemmen. Wel komen in september nog in het donker voor zonsopkomst op het strand de eieren uit en de jonge schildpadjes waggelen dan naar de zee. Maar de kans dat je er iets van zou kunnen zien was ook klein, zo werd ons verzekerd. Toch zijn we de allerlaatste ochtend heel vroeg opgestaan om in elk geval te probéren er iets van te zien. Maar het enige wat we hebben kunnen zien waren de verse sporen van een schildpadje dat er vermoedelijk kort daarvoor is langs gewaggeld. Daar moesten we het dan maar mee doen. De natuur kiest zijn eigen momenten. Dit was het laatste berichtje van Zakynthos en de laatste fotoserie staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157711206868623

Zakynthos (4)

15 september 2019

Een van de mooiere delen van Zakynthos is Keri, een schiereiland aan de zuidwest-punt van het eiland. Je vindt hier wat Griekenland zo karakteristiek maakt: kleine dorpjes, smalle steegjes en pleintjes met prachtige gezellige tavernes in de bekende blauwwitte kleuren. En als je naar beneden naar de kust rijdt, richting vuurtoren, sta je ineens bij een van de mooiste uitzichtpunten, die ik ooit van mijn leven heb gezien: rotspunten, witte stranden en een azuurblauwe zee. We nemen ons dus voor de volgende dag terug te komen om in een van die tavernes te gaan eten. En toen waren er de volgende ochtend ineens die bosbranden. We kwamen er langs, onderweg voor een toertje dwars over het eiland. Hele hellingen staan in brand en er staat bovendien een straffe wind, zodat het vuur zich snel uitbreidt. Het blijkt dat Keri en nog een aangrenzend dorp worden ontruimd. Helikopters en blusvliegtuigen vliegen af en aan.

We belanden aan het eind van die dag aan een strand aan de oostkust, ver van het vuur. Daar zien we in de verte het eiland Kefalonia en daarachter – op de foto niet te zien, maar wel op de kaart – Ithaca. Dit moet dus het gebied zijn waar Odysseus jarenlang heeft rondgezworven, voordat hij thuiskwam en korte metten maakte met de vrijers die zijn trouwe echtgenote Penelope trachtten te verleiden. Er maar even van uitgaande dat het allemaal waar is wat er in de Odyssee staat geschreven. Ik houd het maar even overeind, want anders valt de fantasie dat ik me nu op historische grond bevind in duigen. Het etentje in Keri ging die avond dus niet meer door. De weg blijkt door het vuur afgesloten, zodat we in ons eigen dorp Kalamaki maar gaan eten, met in de verte nog de brandende – of hopelijk al nasmeulende – hellingen richting Keri. Iedereen is er erg van ontdaan. Het eiland leeft van de olijven en het blijkt dat ook hele olijfboomgaarden zijn verdwenen inclusief dus de nering van de betreffende boeren. Heftig dagje, vonden we. Foto’s staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157711033757192

Zakynthos (3)

13 september 2019

Bij de voorbereiding van de reis naar Zakynthos, kwam ook de vraag op wat we daar al die dagen moesten gaan doen. Het eiland is zo’n 50 bij 30 kilometer, dus het zou kunnen dat je na verloop van tijd alles wel zo’n beetje hebt gezien. We hadden daarom ook een paar dagen naar de Peloponnesos in gedachten. Met de auto de boot op, uurtje varen en je bent op het Griekse vasteland. Maar onze Engelse gastvrouw Debbie wees ons op zóveel mogelijkheden op het eiland, dat we het plan van de Peloponnesos meteen zijn gaan vergeten. Bovendien ontwikkelde zich na een paar dagen een heel eigen ritme: álles op het dooie gemak. Iets wat ik me zelfs na ruim vijf jaar als ambteloos burger nog niet helemaal had aangewend.

Op het dooie gemak kwam neer op uitvoerig ontbijten. Meestal kwam Debbie wel even langs voor een praatje. Dan een reisdoel bedenken, tegen elf uur het autootje pakken, onderweg uitvoerig koffie en vooral vaak stoppen om foto’s te maken. Dan halverwege de middag nog ergens aanliggen op een van de vele strandjes. En in de avond heerlijk op een terras van een taverne neer te strijken voor het eten. We hadden na een paar dagen wel door waar je moest gaan zitten, en ook waar je beslist niét moest gaan zitten. En dan aan het eind van de dag ook nog doodmoe zijn! Maar wel het gevoel dat je zo’n ritme vele maanden vol zou kunnen houden, hoewel het natuurlijk ook zou kunnen zijn (vrij zeker zelfs) dat het verlangen naar Amsterdam uiteindelijk de boventoon zou gaan krijgen.

De luchthaven op het eiland was een attractie apart. We zitten op steenworp afstand van de kop van de landings-(start)baan en je kan vanaf ons balkonnetje nog nét niet de passagiers achter de raampjes zien zitten. Ik neem me al jaren voor om eens bij Schiphol te fotograferen, maar er zijn daar nauwelijks mooie plekken, waar je een beetje leuke foto’s kan maken. Maar hier ga je gewoon bij het hek op de kop van de baan staan en ze komen bij de landing vlak boven je hoofd overvliegen en bij de start voel je de warme wind (met vermoedelijk ook de kwalijke uitlaatgassen) langs je lijf glijden. Klinkt vreemd allemaal, maar ik zal, na bijna dertig jaar bezig zijn met het vlieggebeuren, er wel een beroepsdeformatie aan hebben overgehouden. Hoe dan ook, van het dagelijkse ritme én het posteren bij de startbaan is het volgende fotoserietje tot stand gekomen.

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157711158701652

Zakynthos (2)

10 september 2019

Waar toeristen zijn, zijn ook toeristenfuiken. Ik probeer ze meestal te vermijden, maar ze zijn vooral op mooie plekken, waar je op eigen gelegenheid moeilijk kunt komen. En als je er dan toch naar toe wilt, moet je dus met zo’n excursie mee. Zo ook naar de ‘blauwe grotten’. Je kan er alleen met een boot komen. Die hadden we natuurlijk niet, dus dan toch maar met zo’n excursie mee. Die werd verkocht als een ‘schildpadden-tour’. Op het eiland zijn veel nesten met schildpad-eieren, die – notabene – juist in september op het strand uitkomen, alleen helaas vóór zonsopkomst. En dan zijn die stranden juist gesloten. Maar ook in de zee zouden veel volwassen schildpadden rondzwemmen, maar we hadden ook gehoord dat ze – ook notabene – juist in september bijna niét te zien zijn. Wel was er een huis-schildpad in de haven, die er was omdat hij elke keer met visjes werd gevoerd. En dat was dan dus meteen de schilpadden-tour.

Wel werden we een uurtje gedropt op Marathonissi, het schildpadden-eiland. Schildpadden waren er dus niet, maar wel heel veel menselijk vlees, waartussen we in dat uurtje mochten bivakkeren. Wat we daar moesten doen was een raadsel, maar de meesten schenen het erg leuk te vinden. Wel mooi was de dreigende regenbui in de verte. Maar we kregen meteen spijt dat we wéér in zo’n fuik waren gelopen. De rest van de middag was een stuk beter. Niet alleen een aangename boottocht, maar vooral prachtige blauwe grotten. En van die regenbui hebben we geen last meer gehad. De boot ging er voor anker en we hebben een uurtje heerlijk gezwommen tussen hoge, bijna verticale rotsen en in die donkere grotten. Dat maakte de hele middag goed en zo zie je maar dat je af en toe toch maar zo’n fuik in moet gaan zwemmen.

De volgende dag hebben we tijdens een tour over het eiland nog maar eens een fuik bezocht, of liever gezegd bekeken: het shipwreck beach. In 1980 is daar een smokkelaarsschip op de klippen gelopen, in tweeën gebroken en op een strandje terecht gekomen. Ook dát strandje kan je alleen per boot bereiken. Normaal gesproken zou je zo’n scheepswrak meteen opruimen, maar het halve eiland leeft nu van excursies met toeristen naar dat strandje. Dat hebben we dus dan maar niet gedaan, maar het strandje wel van boven bekeken. Er zijn dan nog twee opties: een half uur in de rij om op een soort platformpje een foto te nemen of – zoals wij deden – zelf maar de klippen op om het strandje met het wrak van bovenaf te bekijken. Best leuk uitzicht, daar niet van. Maar zo zie je maar hoe het met zo’n fuik gaat: een zichzelf versterkend proces. Op zich niet écht bijzonder, maar omdat iedereen er heen gaat, krijg je het gevoel dat jij ook moet. En hoe meer mensen er gaan, hoe bijzonderder het wordt en er dus nóg meer mensen gaan. De rest van de dag was eigenlijk net zo mooi, maar dan zonder fuik-toeristen: Cape Sikari, de noordelijkste punt van het eiland, waar dat andere grote eiland, Kefalonia, aan je voeten ligt. De dagen zijn fotografisch samengevat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157711107156616

Zakynthos (1)

8 september 2019

Op de valreep van de zomer is met René alsnog een tripje naar Griekenland gemaakt. Naar Zakynthos, ten westen van de Peloponnesos, ter hoogte van Sicilië in de Ionische Zee. Ik had het eiland al bijna bezocht in 1990, maar die reis is op het laatste moment om allerlei redenen afgeblazen. Mooie reden om 29 jaar later die reis alsnog eens te maken. Het eiland staat als paradijselijk te boek, maar toen we de reis eenmaal hadden geregeld, kwamen er allerlei mensen ons melden dat het er érg toeristisch zou zijn. Misschien dan toch een verkeerde keuze gemaakt? Of zou het net zo zijn als het toerisme in Amsterdam? Op sommige plekken zie je drommen toeristen en op andere plekken zie je helemaal niemand, of hooguit wat mensen die er wonen. Het is maar net welke keuze je wilt maken en waar je komt. We hebben op Zakynthos een auto gehuurd, dus we kunnen nog alle kanten op. Hoe dan ook, met iets naar beneden bijgestelde verwachtingen zijn we vanaf een kletsnat Schiphol afgereisd. De meeste toeristen zitten in Laganas. Het is daar inderdaad een soort ‘Lloret-de-Mar’. Niet dat ik daar ooit ben geweest, maar wat ik daarvan hoor en zie lijkt erg op Laganas. Eigenlijk wel vermakelijk om te zien hoe de mensen daar hun dagen slijten.

Wijzelf zitten in Kalamaki, een kilometer of vijf daarvandaan en een stuk relaxter. Verder op het eiland kleine dorpjes, waar we doorheen rijden en waar je op terrasjes de lekkerste cappuccino kunt drinken. Wel is er een hoop achterstallig onderhoud, voor wat betreft de wegen, maar ook woningen. Of beter gezegd: ruïnes, want iets opruimen doen ze hier eigenlijk niet. Je vraagt je wel af waar de mensen hier eigenlijk van leven, behalve van toerisme op de drukkere delen van het eiland. Een beetje landbouw en vooral olijfolie, leek me zo. Je ziet er prachtige oude bomen en midden in een dorpje staat een op het oog nog gezonde boom van 2000 jaar oud..! Wat betreft stranden zie je eenzelfde tegenstelling. Bij de strandstoelen en parasols liggen de mensen nog nét niet boven op elkaar, maar op andere delen van het eiland zie je niemand op het strand. Is Zakynthos erg toeristisch? Hangt er dus inderdaad van af waar je komt. Als je niet verder komt dan dat ‘Lloret-de-Mar’ wel, maar er is nog steeds veel fraais te zien. De eerste indruk staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157710987919766