Twente

28 mei 2021

Twente, de regio waar ik in mijn jeugd een dikke tien jaar heb gewoond. Een deel van de familie is er blijven hangen, het andere deel, waaronder ikzelf, is uitgewaaierd naar andere streken. Ik was er – mede door corona – al een tijdje niet meer geweest. Maar nu was het moment daar voor een bezoekje aan broer Frans en zijn vrouw Ellen in Hengelo. Meteen een mooie aanleiding om eens wat jeugdsentiment op te snuiven. En dat ligt daar overal voor het oprapen. Om te beginnen in Oldenzaal, waar ik de hele middelbare schooltijd heb doorlopen. De school werd bestierd door de paters Carmelieten. Een deel van de leerlingen zat daar in het internaat, maar ik overbrugde elke dag de afstand van 16 kilometer vanuit Tubbergen met de fiets. Nog steeds heeft de voorgevel van de school niets van de vrome uitstraling van destijds verloren. Zelfs het fraaie interieur is na bijna zestig jaar nog steeds behouden. Oldenzaal is de kleinste, maar wat mij betreft ook de mooiste, van de vier steden in Twente.

Dichtbij ligt het vliegveld Twente. Ook daar ligt weliswaar geen echt jeugdsentiment, maar eerder wat meer recent sentiment. Dat vliegveld zou, na het vertrek van de militairen, uitgroeien tot een echte luchthaven. Ik heb me daar in de laatste jaren van mijn werkzame leven wat tegenaan bemoeid en kwam in een rapport tot de conclusie dat de ontwikkelingskansen wel heel erg klein waren. Dat is me niet in dank afgenomen door het lokale bedrijfsleven, maar na een hoop politiek getouwtrek is die echte luchthaven is er toch niet gekomen. Nu staan er wat vliegtuigen geparkeerd, door corona tijdelijk overbodig geworden, en op het vliegveld Twente is het goedkoper parkeren dan op hun eigen thuisbasis.

Twente is van oudsher een mix van industrie- en landbouwgebied. De industrie is eigenlijk meer industrieel erfgoed geworden. In Hengelo is daarvan nog veel te zien in, onder meer, het Tuindorp. Daar zat de machinefabriek Stork. Destijds werkten veel mensen hun hele leven voor dezelfde werkgever en de firma had – sociaal als die was – daarvoor een hele woonwijk gebouwd bij de fabriekscomplexen. De fabrieksbazen woonden er natuurlijk niet, die hadden elders wat meer voorname onderkomens. Maar tegenwoordig is die fabriekswijk een fraaie en populaire woonwijk geworden. Ondanks dat die luchthaven er nooit is gekomen gaat het met Twente bepaald niet slecht. En een bezoekje waard, ook als je er geen familie hebt. En hoe kun je een bezoek aan Twente dan ook beter afblussen dan met een lekkere lokale wijn? Met dank aan Frans en Ellen..! Foto’s zijn er ook gemaakt. Die staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719308089684

Zandvoort

21 mei 2021

Storm: na al dat slechte weer van de afgelopen tijd kon dat er ook nog wel bij. Een mooie gelegenheid om afgelopen vrijdag eens naar Zandvoort te gaan, voor de eerste keer dit jaar. Niet voor een frisse duik of om op het strand te gaan liggen, maar wel om dik gekleed eens te kijken hoe het strand en onze favoriete strandtent Fosfor er in zo’n storm bij liggen. De wandeling naar Fosfor vanaf het parkeerterrein van een klein uurtje, recht tegen te wind in had meer weg van leunen tegen die wind met het gevoel een trap op te lopen. En daar, beschut achter glas, zouden we onszelf als beloning trakteren op koffie met cheese-cake. Alleen al om daar te zitten zou een sensatie op zich zijn, want voor de eerste keer zouden we voelen hoe het ook al weer was om eens op een terras te zitten.

Fosfor was alleen wegens gebrek aan klandizie dicht en cheese-cake was er ook niet. Maar ze wilden nog wel koffie zetten, toen ze zagen in welke conditie we daar aankwamen. Heel aardig van ze en het is dus niet voor niks onze favoriete strandtent geworden. Het was dus bepaald geen strandweer, maar bepaald wél surfweer. Tenminste, als je er wat van kunt. En dat konden ze, want de crème de la crème van het surfwereldje was er zo te zien. Ontzettend blij dat het eindelijk eens fatsoenlijk surfweer was. Zelfs de fotografen waren er blij mee, want zulke plaatjes schiet je niet elke dag. Kijk maar op het serietje, dat staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719257392047

Maasvlakte

20 mei 2021

De fietsclub bestaat 40 jaar. We leerden elkaar kennen in onze studententijd in Tilburg. Gefietst werd er toen nog niet, maar wel tot diep in de nacht bij veel bier over fietsen gepraat. Pas nadat we na onze studie naar de Randstad waren uitgewaaierd, beseften we dat de interesse in het fietsen allerminst was verdwenen en besloten we om zelf maar eens een fiets te kopen. En zo is de fietsclub begin 1981 geboren. Dat 40-jarig jubileum vierden we met een tochtje vanaf Rijswijk, via de kust, naar de Maasvlakte. Je komt er vanaf Hoek van Holland met een bootje, dat je op de ‘vlakte’ afzet.

Meteen een andere wereld. Voor de meesten een troosteloos oord, zonder groen. Maar voor de liefhebbers ervan, en dat zijn we, heel fraai om er te fietsen en ons als emeritaat-economen te verbazen over het enorme economische complex dat daar is verrezen. En om eens een keer heel iets anders te zien dan wat de toeristenfolders ons voorschotelen. En aan het eind van ‘de vlakte’ via een brug sta je ineens weer terug op het ‘oude land’ in het vestingstadje Brielle. Hoe groot kan het contrast zijn..! Onderweg toch ook maar wat oude herinneringen opgehaald, die zijn vastgelegd in een (foto- en tekst)boek, dat in deze dagen ook nog is geproduceerd. Een verkorte versie van de inleiding in het boek, met een beschrijving van wie en wat de club in al die jaren is geweest, is hieronder cursief weergegeven. De indruk van de Maasvlakte staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719317129589

De fietsclub bestaat in dit voorjaar 40 jaar. De club is klein en timmert niet aan de weg. De ledenlijst laat zich in één zin samenvatten: Peter, Liesbeth, Chrit, Flor, Adriaan, Harrie en Jan. We leerden elkaar kennen als studenten in Tilburg, aan het begin van de 70’er jaren. Gefietst werd er toen nog niet, maar wel tot diep in de nacht bij veel bier over fietsen gepraat. Medio jaren ‘70 gingen onze wegen uiteen lopen. We zijn vanuit Tilburg naar de Randstad uitgewaaierd.. Peter, Liesbeth, Chrit, Flor en Adriaan zijn terecht gekomen in de Haagse agglomeratie en Jan in Amsterdam. Alleen Harrie is in Tilburg blijven wonen. Sommigen van ons kwamen elkaar rond 1980 – min of meer toevallig – weer als collega’s tegen op het Haagse Centraal Planbureau (CPB). Daar werden de maandagse koffiepauzes onder meer gevuld met een diepgaande analyse van de professionele wielerkoersen van de voorgaande zondag. We beseften dat de interesse in het fietsen allerminst was verdwenen.

En dus besloten we om zelf maar eens een fiets te kopen en het stalen ros te beklimmen. Vroegere vrienden uit Tilburg kwamen erbij en zo is de fietsclub begin 1981 geboren. De oprichting had weinig om het lijf. Er is geen voorzitter en geen bestuur, er zijn geen statuten en er wordt niet vergaderd. Er zijn dus ook geen notulen, waar we ten behoeve van de geschiedschrijving op terug kunnen vallen. En als er al archieven zijn, zijn ze als losse verhaaltjes, e-mailtjes of foto’s verborgen in schoenendozen of opgeslagen, diep in de computers van de aangesloten leden. Of natuurlijk als herinneringen in onze hoofden. Bij de oprichting hadden we onze zinnen gezet op het rijden van de tourversie van Luik-Bastenaken-Luik. Onze eerste activiteiten bestonden dan ook, ter voorbereiding daarvan, uit trainingsrondjes in dat vroege voorjaar. We hebben, samen met nog een aantal CPB-medewerkers, op 1 mei 1981 die tocht onder apocalyptische weersomstandigheden verreden.

In de jaren die volgden bleef het accent liggen op het beklimmen van heuvels en ‘bergen’ hoofdzakelijk in Zuid-Limburg en de Ardennen, met af en toe eens een uitstapje naar Frankrijk. Meestal in de vorm van lange weekends, met partners. Maar aan het eind van de 80’er jaren doofden onze club-activiteiten langzaam uit, hoewel de fietsen af en toe toch meegingen op onze individuele vakanties. In de volgende vijftien jaren, pakweg tussen 1990 en 2005, waren er nauwelijks gezamenlijke fietsactiviteiten. Behalve dan dat we als vriendenclub bleven bestaan, elkaar opzochten en er op de achtergrond toch iets bleef bestaan als een gemeenschappelijke interesse in het fietsen. Ook het professionele fietsen werd nog gevolgd, als de betere stuurlui aan de wal. Totdat rond 2005 de oude ‘clubliefde’ weer wakker werd en er elk jaar in april door Peter en Liesbeth vanuit Voorschoten de inmiddels befaamde ‘rondjes-Bol’ door de bloeiende Bollenstreek werden georganiseerd.

En toen we toch weer eenmaal op de fiets zaten, konden we net zo goed later in het jaar ook nog wel wat tochtjes maken. Nu niet meer zozeer in de heuvelzones, maar in de vlakke Randstad of in Brabant, waar Harrie goed de weg weet. Met wisselende intensiteit en zonder planning reed de club door tot rond 2015. De vroegere Tilburgse studenten waren inmiddels pensionado’s geworden. Blijkbaar was dat aanleiding om de club weer nieuw leven in te blazen. Vanaf dat moment werd het zelfs een min of meer officiële club, met zoiets als een vergadering in januari. Dat was in de regel een dinertje bij een van de leden thuis, waar onder meer de plannen voor de rest van het jaar werden gemaakt. Dat kwam neer op een zestal tochten in Nederland, met een of twee keer zelfs een meerdaagse tocht. De geschiedenis van deze veertig jaren is in een (foto)boek samengevat. Bij de meesten van ons zullen herinneringen uit het onderbewuste naar boven komen. Zoete herinneringen, maar ook afzien bij hitte of slecht weer. Het hoorde er allemaal bij. Veertig jaar fietsen….waarvan akte..!

Centraal Station

13 mei 2021

De omgeving van het Centraal Station is één grote bouwput. Eigenlijk al sinds ik in Amsterdam woon. Maar het Oosterdokseiland nadert nu eindelijk zijn voltooiing. Behalve dan het hoofdkantoor van Booking.com, waarvan het laatste stukje gevel heel moeilijk schijnt te zijn. En vóór het station komt nog een enorme ondergrondse fietsenstalling, die een einde moet maken aan de fietsenchaos in de stad. Want zo langzamerhand is het moeilijker om je fiets te parkeren dan je auto. Maar net als je dan begint te denken dat het dan allemaal echt klaar is, staan er in het water naast het station ineens weer tientallen heipalen, kennelijk om er weer iets groots op te zetten dat daar nog gaat komen.

Zelfs het station is nog niet echt af, vind ik. Om te beginnen die voorgevel. Zo moeilijk moet het toch niet zijn om dat lelijke grijze paneel met de stationsnaam te vervangen door iets moois, in de stijl van architect Cuypers bijvoorbeeld. Want ze kúnnen het wel. De ‘wachtkamer eerste klas’ bijvoorbeeld, achter glas te bewonderen en fraai gerestaureerd. Bedoeld voor de koninklijke familie, als die ooit nog eens een keer met de trein gaat, wat ik trouwens nog niet zo snel zie gebeuren. Ook het plafond in de centrale hal heeft nog mooie details. Nu moet alleen die rubberen vloer nog weg. Het metrostation, met de Noord/Zuid-lijn geïntegreerd, is nu ook klaar en is helemaal ondergronds. Ze hebben er twintig jaar over gedaan, maar het is een bouwkundig huzarenstukje.

Ook achter het station is het nu helemaal af. Vroeger een tippelzone, annex drugsboulevard, waar een fatsoenlijk mens niet durfde te komen. Nu een fraaie passage met winkeltjes, het gaat daar zelfs op een luchthaven lijken. Met boven een groot busstation en het doorgaande verkeer weggewerkt in een tunnel. Zo hoort het water er nu ook helemaal bij. Ook daar is het veel drukker geworden en ‘Noord’ begint nu ook tot de stad te behoren. Al met al een mooie aanleiding om er anno 2021 maar eens een serietje aan te wijden. Zie:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719252617967