Wijdemeren

8 april 2021

Wijdemeren: zo heet de gemeente aan de oostkant van de A-2, in de driehoek tussen Amsterdam, Utrecht en het Gooi. Aan de kaart te zien, krijg je de indruk dat de gemeente meer uit water dan uit land bestaat. Ik heb niet echt een binding met het gebied, dus ben ik er eigenlijk ook nog nooit echt goed geweest. Tot donderdag, toen we er maar eens een kijkje zijn gaan nemen. Want in de lock-down mag er dan misschien van alles niét, er mag toch ook nog heel veel wél. En dus ook dingen die je zonder lock-down misschien nooit zou hebben gedaan. Zo kom je dus nog eens ergens. Vanuit Amsterdam ben je er met de auto in een kwartiertje. In Ankeveen bijvoorbeeld, aan de rand van de Ankeveense Plassen. Bekend van de grote schaatstochten die hier gehouden worden, als er goed ijs ligt tenminste. In het dorp eventjes van de weg af en ineens is het stil en gaat de natuur zijn gang. In april zou die natuur al een flink stuk uit moeten lopen, maar dit voorjaar is koud en het loopt dan allemaal ook een beetje achter.

De schoonheid is er niet minder om. Want je kunt over smalle dijkpaden eigenlijk helemaal het meer oplopen en dan wijst niets er nog op dat je hier midden in de Randstad loopt. Behalve dan die nieuwe spoorbrug die een aantal jaren geleden over de A-1 is aangelegd. Je kan een hele ronde door het meer lopen, maar dat zou met ons foto-tempo de hele middag in beslag gaan nemen. En dan zouden we de Loosdrechtse Plassen niet hebben kunnen zien.. Ook daar kan je over dijkpaden op meerdere plaatsen het meer over. Die zijn een stuk breder dan in Ankeveen en je kan er dus met de auto over. Hier huist dus de happy few met een hoog BN-gehalte uit het Gooi. Aan weerskanten de villa’s en jachthavens en hier kun je dus aan elkaar echt laten zien hoe warmpjes je er bij zit. Maar ook zonder al deze uitbundigheid is er veel moois te zien. Oud-Loosdrecht bijvoorbeeld met zijn kasteel Sypesteyn. Nu een museum, helaas dicht, maar met een fraaie tuin, oude bomen en met mos overgroeide beelden. En onderweg ook nog een van de vele – sommige ook sterk verwaarloosde – forten in de ‘Stelling van Amsterdam’. Ondanks het sombere en vooral koude weer is er toch nog een foto-serie gekomen, te vinden op: 

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157718958866222

Oostenburg

7 april 2021

Er moeten in de komende tien jaar nog eens één miljoen woningen worden gebouwd. Inmiddels wordt er door onze planologen, ondanks het jarenlange taboe, langzaam aan het Groene Hart geknabbeld en komen daar her en der toch nieuwe woonwijken. Tot afgrijzen van de bestaande bewoners, maar tot grote vreugde van de mensen die na jaren wachten eindelijk een eigen onderkomen hebben. Het Groene Hart mag dan nog wel een mooi open landschap zijn, maar de vraag is of het ook nog echt ‘groen’ is, als je naar de biodiversiteit gaat kijken. Maar ook Amsterdam doet zijn best om zijn steentje bij te dragen aan dat miljoen. Nog niet eens zozeer om aan de randen weer nieuwe slaapsteden te bouwen, maar vooral binnen de Ring en zelfs in het centrum wordt veel gebouwd. Op de ‘Oostelijke Eilanden’ bijvoorbeeld, voormalige industriegebieden en in de laatste jaren al aardig volgebouwd. Oostenburg, dicht tegen het centrum aan, is een gebiedje dat nú onderhanden wordt genomen. Twee jaar geleden nog een verlaten ontoegankelijk industrieterrein, waar je niks te zoeken had, behalve voor dingen die het daglicht niet verdragen.

Nu een mix van industrieel erfgoed, bouwterrein en half afgemaakte complexen en straks weer een glanzende nieuwbouwwijk. Heel fraai in die mix vond ik nog wel de ‘van Gendt-hallen’. Nog niet gesloopt, dus ik vraag me af of de architectuur ervan nog terug zal komen in de nieuwe woonwijk, als herinnering aan dat wat er ooit was. Want het moet natuurlijk wel efficiënt. Bouwen is hier al lang niet meer het op elkaar metselen van steentjes, maar eerder het in elkaar schroeven van hele gevels, die ergens anders machinaal worden gefabriceerd. Het ‘huisje-met-een-tuintje’, waar Nederlanders zo dol op schijnen te zijn, kan je hier ook vergeten. Een balkon met wat zon is het wel het maximum wat je kunt verwachten. En je auto voor de deur zetten kan vaak al helemaal niet. Toch gaan de nieuwe huizen hier als warme broodjes weg tegen prijzen die je in het Groene Hart niet tegenkomt. Dus zo héél erg zal het wonen hier nou ook weer niet zijn. En zo zijn er binnen de Ring nog talloze ‘gebiedjes’, die nog volgebouwd kunnen worden en ook volgebouwd gaan worden. Tenminste als je naar al die bouwkranen kijkt in de buurt. Het wordt hier ooit nog eens een echte stad. Een fotoserie van het Oostenburg van nu, en van wat er onderweg nog meer viel te zien was, staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157718910801271

Berg en Dal

1 april 2021

Al een hele tijd is het niet meer mogelijk om naar het buitenland te reizen. Het kan alleen als je een hele zwaarwegende reden hebt en je bovendien ook nog over de nodige gezondheidsverklaringen beschikt. Die omstandigheid heeft bij mij tot een zekere berusting geleid, maar vooral tot een levensritme dat overigens nog niet eens zo heel onaangenaam is. Het heeft onbewust ook geleid tot een veranderd referentiekader. Terwijl ik vroeger, mede door mijn werk, bijna ‘met twee vingers in de neus’ van het ene naar het andere buitenland hobbelde en dat ook nog eens heel gewoon vond, was deze week zelfs een familiebezoekje al aanleiding tot enige opwinding. Dat het ineens zomer was geworden versterkte dat nog eens. Het reisje ging naar Groesbeek, net achter Nijmegen in de gemeente Berg en Dal. Alleen al de naam beschrijft het gebied treffend. Inderdaad, een on-Nederlands glooiend landschap.

Helemaal on-Nederlands als je ook nog eens ziet dat het gebiedje het epicentrum blijkt te zijn van de Nederlandse wijnbouw, een indicatie dat de klimaatgrens toch wel naar het noorden aan het opschuiven is en dus de wijnbouw in de toekomst misschien helemaal niet meer zo on-Nederlands meer is. Ik heb nog nooit Nederlandse wijn gedronken, maar als ik dat allemaal zo zie, moest ik dan toch maar ooit eens een flesje soldaat maken. Hoe dan ook, het middagje voelde als een zomers tochtje door de Franse Bourgogne en aan het eind van de dag was het net alsof ik een vakantietripje had gemaakt. Voor een vakantiegevoel is de lat blijkbaar een stuk minder hoog komen te liggen. Hoe dat binnenlandse buitenland eruit ziet staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157718866479193