De laatste twee dagen in Parijs zijn ook weer lopend en slenterend doorgebracht. Op de Père Lachaise begraafplaats bijvoorbeeld. Nog niet eens zozeer omdat daar allerlei beroemheden begraven liggen, maar vooral omdat het eigenlijk een stad op zich is, met grafmonumenten van uiteenlopende grootte, stijl en vooral – net als de overledene die er ligt – staat van ontbinding. Sommige graven zijn al meer dan een eeuw oud en er is, zo te zien, nauwelijks naar omgekeken, waardoor de natuur het graf lijkt over te nemen. Alleen al dáár kun je een hele ochtend doorbrengen, maar Parijs is natuurlijk groter dan zijn begraafplaats.
Opvallend was in de stad het toch wel grote verschil tussen rijk en arm. Er is in bepaalde straten een puissante overdaad: horloges van 120.000 euro bijvoorbeeld, die achteloos in etalages liggen. Een straat verder zwervers die bedelend hun dagen doorbrengen en op kartonnen dozen slapen. En op een grote boulevard bij Montmartre tenten van vluchtelingen. Ook was opvallend hoe blank en zwart intensief en schijnbaar ontspannen met elkaar omgingen. Maar misschien was het schijn, want we horen natuurlijk ook van de onderhuidse spanningen en af en toe de geweldsexplosies in de banlieu’s, waar we ons als toerist niet hebben vertoond.
Toeristen, waaronder ook wijzelf, hebben in de regel meer oog voor de ‘bezienswaardigheden’. Zoals het bijzondere museum van de Louis Vuiton Fondation in het Bois de Boulogne. Het staat er nog maar een jaar of twee. Nog niet eens zo bijzonder door de expositie die daar te zien was, maar vooral ook door de architectuur. Dat zie je eigenlijk vaker met musea: het gebouw is belangrijker dan hetgeen er binnen is te zien. Als je in dat museum loopt verlies je niet alleen het gevoel van oriëntatie, maar zelfs het gevoel van wat eigenlijk boven en beneden is. Het gebouw schijnt nóg mooier te zijn als de zon schijnt (dat was alleen nu jammer genoeg niet zo) en door de gekleurde glaspanelen het licht in allerlei kleuren tot je komt. Dus moeten we nog maar een keer terug bij zonnig weer. Voor een uitgebreide set foto’s van de laatste twee dagen, zie:
Deze week een paar dagen met René in Parijs geweest. Ik was er ruim elf jaar geleden voor het laatst, dus dat werd wel weer eens tijd. Temeer daar het met de TGV maar drie uur met de trein is. Je gaat zo’n stad na zo’n lange tijd ook weer met heel andere ogen bekijken en het is dan net alsof je er dan weer voor het eerst bent. Op een of andere manier is dan ook de belangstelling voor dingen in elke levensfase weer anders. De basis was het appartement van mijn zus Annemarie in Montmartre. Dicht bij het Gare du Nord, waar we aankwamen en ook lekker centraal in stad. We hadden natuurlijk metro-kaartjes, maar toch doen we eigenlijk zo weinig mogelijk met de metro, omdat Parijs heel geschikt is om te lopen. Alle bezienswaardige dingen zijn – evenals in Amsterdam – relatief dicht bij elkaar. Bovendien zie je lopend, eigenlijk slenterend, veel meer. Tenminste als je de ogen de kost geeft, want dan worden de foto-objecten je op een presenteerblaadje aangeboden. En dat doen we, vooral in zo’n fotogenieke stad als Parijs.
Naast onze basis in Montmartre, dat uit veel meer blijkt te bestaan dan het gebied rond de Sacre Coeur, hebben we de eerste twee dagen veel door de Marais en de universiteitswijk ten zuiden van de Seine gelopen. Opvallend is de grandeur van de stad. Dat is natuurlijk niks nieuws, maar een mooi voorbeeld hoe je – na jaren afwezigheid en een levensfase verder – ineens meer oog hebt daarvoor. Bijzonder zijn ook de Parijse stations. Bijna allemaal kopstations en de stad heeft er veel. Het zegt alles over het beeld van Parijs in Frankrijk. Heel centraal, je eindigt of je begint er, maar je reist er nooit doorheen. Zo kom je uit het noorden aan op – de naam zegt het al – Gare du Nord. Maar het Gare de l’Est, op steenworpafstand ervan, is minstens zo fraai. Tenminste als je van oude – bijna half vergane – spoorwegcomplexen houdt. Je kan het station mooi bekijken vanaf een fraaie spoorwegbrug. Veel staal, roest, maar ook een monumentale voorgevel en stationshal. Een indruk van de slenterpartijen door de stad op de eerste twee dagen, zie:
Dinsdag was het ineens weer eens een prachtige stranddag. Na al die regen en kou eerder in de zomer hebben we nu al een paar mooie dagen gehad en je zou dan bijna gaan denken dat we dan toch misschien nog een ouderwetse zomer gaan beleven. Hoe dan ook, de gelegenheid is te baat genomen om weer eens naar ons favoriete Zandvoort te gaan. Daar lange, brede, rustige en bovendien blote stranden. Daarvoor moet je dan wel zo’n kilometer of vier vanaf het station van Zandvoort naar het zuiden lopen. En zelfs dán kan je nog een heel stuk verder. Want vanaf de laatste (onze favoriete) strandtent Fosfor ligt er dan nog een bijna twintig kilometer lange strandstrook. Daar ook weinig mensen, ook al omdat je er alleen maar kunt komen door lange afstanden te voet af te leggen. En daar hebben de meesten geen zin in. Die strijken liever neer in het centrale deel van Zandvoort, waar je op zo’n mooie dag als vandaag amper een paar vierkante meter voor jezelf hebt.
Wij hebben vandaag vooral veel gewandeld. Zo’n 16 kilometer langs het strand tot over de grens met de provincie Zuid-Holland (gemeente Noordwijk). Daar dus weinig mensen, maar des te meer dieren. Levende, maar ook dode dieren. Zoals een aangespoelde bruinvis, die door de zeezoogdieren-ambulance werd weggehaald. Nu ook eens goed kunnen kijken waar die meeuwen eigenlijk hun voedsel vandaan halen. De zee wordt op zijn mooist tegen het eind van de middag en begin van de avond, als we neerstrijken bij onze favoriete strandtent Fosfor, het vroegere South Beach. Ze hebben daar ontzettend lekkere koude Grolsch beugelfles-pilzen, die we na zo’n warme dorstige dag maar als voorgerecht van een gezellig etentje beschouwen. Uitkijkend over de zee, waar de zon in zakt en gadegeslagen door de herten, die op het duin een kijkje komen nemen. Voor de fotoserie van de dag, zie:
De Euro Pride. Voor de komende twee weken is Amsterdam de ‘Gay Capital of Europe‘. In de 70’er en 80’er jaren was het dat de hele tijd al, maar die status heeft Amsterdam moeten opgeven aan andere steden, die er inmiddels op dat gebied ook toe doen. Maar nu is Amsterdam dus het wel weer even. Het begon met de roze zaterdag in het Vondelpark. Een gezellige boel met standjes van allerlei clubs, zonder al te veel commercie, met aan het eind van de middag een optreden van Anita Meyer, die we ook nog uit de 80’er jaren kennen. Daarna de Pride Walk naar de Dam en in de avond daar veel boenke-boenke techno muziek met vage zangeressen. Het vuurwerk om 23 uur heb ik dus niet afgewacht. Die tijd heb ik besteed met het bewerken van de foto’s van het gebeuren. De volgende avond toch maar even naar de optredens op de Dam, want ik hoorde dat je dat echt niet mocht missen. Inderdaad, wat was dát een feest…! Kijk maar op de foto’s:
Zomer…! Eindelijk…! En hoe…! Ik heb er meteen maar een minivakantie in eigen land van gemaakt. Maandag een zeiltochtje en dinsdag en woensdag naar Zandvoort. De foto’s van maandag en dinsdag zijn jammerlijk verloren gegaan toen bleek dat het fotokaartje ineens niet meer leesbaar was. Mijn laptop bood nog vriendelijk aan het te repareren, maar gooide ook ineens alle foto’s weg. Dus hier alleen de foto’s van woensdag. Leuk om te zien hoeveel plezier mensen hebben op het strand en in de zee. Nog leuker zijn de verschillende diersoorten. Krabbeltjes, meeuwen, herten, kwallen en zelfs zeehonden. Dinsdag lag er een stervende zeehond op het strand, maar die was dus woensdag al weggehaald. Of misschien was die nog niet echt stervende en is hij vanzelf weer terug gezwommen. We zullen het nooit weten. Kilometers gelopen tot aan de gemeentegrens van Noordwijk. De foto’s die – ondanks het fotokaart-ongelukje – behouden zijn staan op:
André Rieu: verguisd onder de doorgewinterde en de zg. ‘échte’ liefhebbers van klassieke muziek. Maar hij heeft wél dit genre toegankelijk gemaakt voor een veel bredere laag. Inmiddels wereldberoemd en elk jaar in de zomer zijn er een aantal feestelijke optredens op het Vrijthof in zijn thuisstad Maastricht. Harry Puts was zo aardig om toegangskaarten te regelen. Heerlijk op een terras aan de zijkant van het Vrijthof op een even zo heerlijke zomeravond werd het inderdaad een feest. Halverwege de avond werd er enthousiast gewalst op de straten. Maar ook halverwege de avond begonnen steeds meer mensen op hun mobieltje te kijken. Dat bleek het begin van een – naar later bleek – een mislukte staatsgreep in Turkije. Op de terugreis met de auto in het holst van de nacht naar Eindhoven over Belgische binnenwegen werd ik dan ook goed op de hoogte gehouden van de gang van zaken in Turkije. Maar feest op het Vrijthof bleef blijvend vooraan in mijn herinnering hangen. Kijk maar op:
Dinsdag heb ik eens de rol op me genomen van toeristengids door eigen stad. We hadden Jay uit San Francisco op bezoek en die wil natuurlijk de stad zien. De hele dag dus gewandeld en een mooie gelegenheid weer eens lekker los te gaan met de camera. Weer de nieuwe route over de Dijksgracht met koffie en cheese-cake bij Hannekes Boom. Via de achterkant van het CS met de boot naar de NDSM-werf. Een mooi rafelrandje: Oud havengebied met zeecontainers en verlaten loodsen. Inmiddels in beslag genomen door allerlei hip volk en er is nu ook al een Doubletree-by-Hilton hotel, dus dat is het begin van het einde. En dan weet je wel hoe het er hier over tien jaar uitziet. Aan alles zie je dat de noordkant van het IJ volop in ontwikkeling is. Nu ook de nieuwe fietstunnel onder het CS genomen met mooi Delfts blauw tegelwerk. In de namiddag nog even over de grachtengordel naar het Rijksmuseum, nog net op tijd voor een regenbui. De prachtige dag afgesloten met een gezellig etentje in het EYE met een trots gevoel dat we in deze stad mogen wonen. Voor de uitgebreide fotoserie zie:
Giethoorn. Het is buiten Nederland en zelfs buiten Europa een stuk bekender dan in Nederland zelf. In Amerika staat het in de gidsen als een top-50 bestemming. We hebben deze dagen bezoek uit Amerika, dus wij zondag naar Giethoorn. Zo kom je nog eens ergens, want zelf was ik er nog nooit geweest. Giethoorn is prachtig, vooral op zo’n mooie zonnige dag. Veel groen, mooie oude boerderijen en natuurlijk de bootjes. Zelfs hebben we een rondvaart gemaakt. Mooi, maar het begint wel een tourist trap te worden. Eerst een schelpenmuseum, met schelpen uit de Atlantische Oceaan, maar er zijn nu ook al een paar kunstwinkeltjes in de boerderijen, waar ze dingen verkopen die weinig met Giethoorn te maken hebben.
Bovendien is Giethoorn veel te klein om zoveel toeristen op te vangen en op het water is het inmiddels file-varen. Maar na een latte macchiato (waarvan ze vroeger in Giethoorn nog nooit hadden gehoord) met Belgische wafels konden we verder, via de Weerribben met lunch in Ossenzijl richting Friese meren. Prachtig landschap, met mooie Hollandse luchten. Maar ook zien we dat watersport een echte industrie is geworden met jachten van het grote geld. Via Hindeloopen en Workum langs het IJsselmeer en over de Afsluitdijk met een stop bij het monument terug naar Amsterdam. Rondje IJsselmeer dus, altijd leuk. Ook voor de camera, kijk maar op:
Zaterdag weer eens een stukje van het Floris V-pad gelopen. De dag was zorgvuldig uitgekozen, omdat het eindelijk eens een keer droog zou blijven. Maar toch weer kleine regenbuitjes gehad, veel wind, maar ook wel zonnige momenten en dus ook prachtige Hollandse luchten gezien. Het ging van Schoonhoven naar Streefkerk, grotendeels langs de Lek. Niet de meest belangrijke, maar volgens mij wel de mooiste rivier. Oud Hollands landschap, laag polderland, mooie dijkhuisjes en veel boten. Aan het eind in de verte de skyline van Rotterdam. De fotoserie staat op:
Amsterdam wordt steeds mooier. Vind ik tenminste. Vooral op zo’n onverwacht zonnige middag. Uitzonderingen daargelaten overigens. Met bezoek van buiten de gelegenheid aangegrepen om weer eens een wandeling te maken en al dat moois vast te leggen. Niet over de erg voor de hand liggende grachtengordel, maar nu langs het Scheepvaartmuseum, over het Marineterrein, de Dijksgracht en het Oosterdok. Sinds daar een nieuwe voetgangersbrug ligt is er nu een alleraardigste en fotogenieke nieuwe wandelroute. Even aanleggen bij Hannekes Boom voor een versnapering. Overvol op deze mooie middag. De achterkant van het Centraal Station is ook mooi geworden. Twintig jaar geleden het domein van heroïnehoeren, nu een mooi fietspad en straks een mooie wandelpromenade. En dan de nieuwe stationshal natuurlijk. Al dat moois staat op: