Het heeft jarenlang niet gekund, maar sinds kort is het weer mogelijk: fietsen over de Uitdammerdijk aan het Markermeer. Wat mij betreft nu al een iconisch fietstochtje. Want wanneer krijg je nou eenmaal de gelegenheid om de scheepvaart over het Markermeer, het eiland Pampus en de skyline van Almere in een oogopslag en in perspectief te zien en dus te fotograferen? En tegelijkertijd aan de andere kant het vogelparadijs in het Kinselmeer te zien dat je onderweg passeert. Vanaf 2 april kan je zelfs helemaal naar Uitdam, want dan zou het laatste stuk werk aan de versterking van de dijk af moeten zijn, zo werd ons verzekerd. Nu dus nog even noodgedwongen linksaf, maar daar staat tegenover dat je dan regelrecht in Holysloot terecht komt. Een piepklein dorpje, nota bene onderdeel ven de Gemeente Amsterdam, maar waar de tijd heeft stilgestaan. Met een prachtig terras, dat helaas dicht was, maar waar ze zo vriendelijk waren om ons toch maar enkele consumpties te verstrekken. Dóen dus vanaf 2 april, fietsen over de Uitdammerdijk. Hoe het er uit ziet, staat op:
Een van de eerste mooie voorjaarsdagen..! Zodanig mooi dat de fiets uit de winterstal is gehaald. Banden oppompen en gaan..! Het voelde als een veulen, dat in de voorjaarswei wordt losgelaten. Hoewel ons echt strenge vorst bespaard is gebleven blijven – ondanks klimaatverandering – de winters naar mijn idee veel te lang duren. Des te aangenamer was dit eerste voorjaarstochtje langs een route die ik in al die jaren geregeld heb gefietst, maar nu toch weer als nieuw aanvoelde. Zo is de wijk rond het metrostation Noord nu wel zo’n beetje voltooid en vanaf het viaduct over het spoor heb je een fraai uitzicht op wat daar in de laatste jaren is neergezet. Het stadsdeel Noord werd in voorbije jaren niet echt voor vol aangezien, maar hoort er nu dus echt bij. Ook de riante villa vlak boven de Ringweg is nu vrijwel klaar. Ze hebben een dikke tien jaar over de bouw gedaan. Je woont er riant, maar ook wel wat eenzaam, tenzij je van weidse en lege landschappen houdt. Nog steeds fascineert me de scherpe overgang tussen de stad en het uitgestrekte polderland, een overgang die met de voltooiing van het noordelijke stadsdeel alleen maar scherper is geworden. Via Landsmeer met wat Zaanse architectuur kom je dan in het Twiske, waar nooit wat verandert en dat er precies zo bij ligt als dertig jaar geleden, toen ik hier kwam wonen. Wat daar en onderweg te zien was, staat op:
Naast het Centraal Station is het Amstel-station een ander architectonisch pareltje. In gebruik genomen in 1939 en ondanks de recente renovatie is de vooroorlogse architectuur grotendeels behouden kunnen blijven. Vooral de centrale hal met zijn muurschilderingen ademen een sfeer die het toenmalige reizen nog een deftige aangelegenheid maakte. Het station is de ideale uitvalsbasis voor treinreizen richting Utrecht en verder naar het zuiden. Je komt er met de metro en met een simpele oversteek over het perron zit je zó in de trein. Of andersom. En anders kom je er wel met de fiets, te zien aan het woud van fietsen aan de westkant van het station. Het is er de laatste jaren alleen maar drukker geworden. Dat is begonnen met de bouw van de Rembrandt-toren, dertig jaar geleden, gevolgd door twee andere torens van Philips en de Rabobank. Meer recent nog een toren met appartementen en een hotel. Eén metrohalte verderop lijkt zelfs een hele nieuwe stad tot ontwikkeling te komen: het Amstelkwartier met hoogbouw in wat je noemt ‘het hogere segment’. En als dat hogere segment ook nog de weg naar de trein kan vinden, zal het er nog drukker gaan worden met, wie weet, nog meer renovaties of uitbreidingen. Hoe het er vandaag uitziet staat op:
Het Centraal Station in Amsterdam is genoegzaam bekend en ook bij verschillende gelegenheden gefotografeerd en beschreven. Minder bekend is dat Amsterdam negen andere treinstations heeft. Sommige daarvan doen wat betreft grootte en hoeveelheid reizigers niet onder voor het hoofdstation van een gemiddelde Nederlandse stad. Andere Amsterdamse stations hebben het niet verder geschopt dan veredelde bushaltes. Het station Sloterdijk is een voorbeeld van een uit de kluiten gewassen station, op- en afstapplaats voor Amsterdam-West en uitvalsbasis voor treinen naar Noord-Holland boven het Noordzeekanaal, Schiphol en verder richting Zuid-Holland en Zeeland. Het accommodeert bovendien twee elkaar kruisende sporen, waardoor het een wat ingewikkelde lay-out heeft gekregen. Het is gebouwd in de 80’er jaren met de vooruitziende blik dat de locatie zodanig gunstig zou zijn, dat er rondom kantoren, winkels en hotels zouden verrijzen. Hetgeen geschiedde: er staan glanzende kantoorcomplexen en toeristen vinden er in allerlei soorten hotels in vergelijking met het centrum een wat goedkoper onderdak en kunnen praktisch elke vijf minuten een trein vinden die je in een paar minuten naar het centrum brengt. De architectuur van het Sloterdijk-station is wat in de 80’er jaren revolutionair was, maar ook nu nog allerminst gedateerd is: veel glaswerk, en dus veel daglicht, met dragende constructies van onregelmatig aangelegde buizen in verschillende diktes met gevarieerde primaire kleuren. Alle aanleiding dus voor een foto-uitstapje en het resultaat staat op: