Na een paar dagen slenteren door de stad hebben we een indruk. Valencia is een alleszins leefbare stad en de compacte binnenstad met zijn voorzieningen is heel geschikt om er een tamelijk prettig sociaal leven op na te houden. En dat dóen de Spanjaarden als gerenommeerde levenskunstenaars dan ook! Dat leven speelt zich hoofdzakelijk op straat en op de pleinen af. Het klimaat draagt daar natuurlijk aan bij. Is het nog rustig tijdens de middaghitte, tegen het eind van de middag komt het leven op gang en beginnen de gezellige terrassen onder de bomen vol te lopen. Er is een soort mythe dat de restaurants in Spanje pas om negen uur open gaan, maar blijkbaar heeft Valencia zich aangepast aan de wat meer noordelijke gewoonte, want je kan overal al vanaf zes uur eten. Natuurlijk moesten we tapa’s proberen. Altijd gedacht dat tapa’s een soort van borrelhapjes zijn, die je aan de bar als begeleiding bij een aperitief kunt eten.
Dat zal nog steeds wel kloppen, maar ze worden ook gebruikt als volwaardige voorgerechten bij een maaltijd en niemand die er gek van opkijkt als je twee of zelfs drie ‘voorgerechten’ neemt en dat als volledige maaltijd beschouwt. We zaten regelmatig met zijn vieren aan tafel en konden avondvullend eten met zo’n tien verschillende voorgerechten, waarvan het de bedoeling is dat ze aan tafel worden gedeeld. Dat alles met een mooie stedelijke architectuur als achtergrond met gedecoreerde gevels, street art en mozaïeken. We lopen bijvoorbeeld op onze wandelingen tegen het station aan. Niet zomaar een functioneel station, maar ook met aandacht voor de mozaïeken als decoratie. Evenzo de markthallen, waar je niet alleen goed terecht kunt voor alles wat Spanje op culinair gebied te bieden heeft, maar waar het ook een genoegen is om even naar boven te kijken en de architectuur van het dak op je te nemen. Dat alles te zien op: