Het vervolg van de tweedaagse wandeling liep voor een groot deel over de Drentse hei. Om precies te zijn: het Balloërveld. Het werd aangeprezen als een van de mooiere stukken van het Pieterpad. Inderdaad heel karakteristiek, zoals je het in Nederland zelden ziet. Maar een tikkeltje eentonig, tenzij je je focust op de paddenstoelen, die in grote variëteit te zien waren en op de hier en daar toch nog bloeiende stukken heide. Maar ineens was daar de ontmoeting met de schaapherder die met behulp van enkele honden tientallen schapen bijeen wist te houden en verder geleidde over de hei. Een eenzaam beroep, lijkt me zo, en ze bleek dan ook in voor een uitvoerig praatje. De schapen deden zich intussen tegoed aan wat dorre boomtakken.
En verderop was daar de ongeveer 5.000 jaar oude Keltische grafheuvel, met stenen in een cirkel. Op een piepklein bordje was aangegeven dat je het monument met respect moest behandelen en je kreeg zelfs de neiging om daar zachtjes te gaan praten. Maar op de grootste en centrale steen van het monument was heel respectvol een overduidelijk zichtbaar bord aangebracht dat aangaf hoeveel kilometer het nog was naar Maastricht, het eindpunt van het Pieterpad. Dat eindpunt is voorlopig nog niet bereikt, maar het eindpunt van de dag was Rolde, waarvan de kerktoren als baken al geruime tijd zichtbaar was vanaf de hei. Veel tijd hebben we daar niet doorgebracht, want de bus naar Assen kwam al na twee minuten en een heel uur in Rolde leek ons wat veel. Dat uur hebben we dus kunnen doorbrengen in Assen. Daar een gloednieuw trein/busstation met een prachtig houten dak. Even verderop het terrein van het Drents Archief en Museum en aangrenzend de Brink, het echte centrum met een aldaar geëxposeerde portrettengalerij. Daar aangenaam op het terras gezeten en ondertussen bedacht dat Assen meer verdient dan zomaar een uurtje als wachttijd op de trein. Een volgende keer dan maar. Vandaag is vastgelegd op: