Gasteren – Rolde

25 september 2026

Het vervolg van de tweedaagse wandeling liep voor een groot deel over de Drentse hei. Om precies te zijn: het Balloërveld. Het werd aangeprezen als een van de mooiere stukken van het Pieterpad. Inderdaad heel karakteristiek, zoals je het in Nederland zelden ziet. Maar een tikkeltje eentonig, tenzij je je focust op de paddenstoelen, die in grote variëteit te zien waren en op de hier en daar toch nog bloeiende stukken heide. Maar ineens was daar de ontmoeting met de schaapherder die met behulp van enkele honden tientallen schapen bijeen wist te houden en verder geleidde over de hei. Een eenzaam beroep, lijkt me zo, en ze bleek dan ook in voor een uitvoerig praatje. De schapen deden zich intussen tegoed aan wat dorre boomtakken.

En verderop was daar de ongeveer 5.000 jaar oude Keltische grafheuvel, met stenen in een cirkel. Op een piepklein bordje was aangegeven dat je het monument met respect moest behandelen en je kreeg zelfs de neiging om daar zachtjes te gaan praten. Maar op de grootste en centrale steen van het monument was heel respectvol een overduidelijk zichtbaar bord aangebracht dat aangaf hoeveel kilometer het nog was naar Maastricht, het eindpunt van het Pieterpad. Dat eindpunt is voorlopig nog niet bereikt, maar het eindpunt van de dag was Rolde, waarvan de kerktoren als baken al geruime tijd zichtbaar was vanaf de hei. Veel tijd hebben we daar niet doorgebracht, want de bus naar Assen kwam al na twee minuten en een heel uur in Rolde leek ons wat veel. Dat uur hebben we dus kunnen doorbrengen in Assen. Daar een gloednieuw trein/busstation met een prachtig houten dak. Even verderop het terrein van het Drents Archief en Museum en aangrenzend de Brink, het echte centrum met een aldaar geëxposeerde portrettengalerij. Daar aangenaam op het terras gezeten en ondertussen bedacht dat Assen meer verdient dan zomaar een uurtje als wachttijd op de trein. Een volgende keer dan maar. Vandaag is vastgelegd op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720335873300

Zuidlaren – Gasteren

24 september 2026

Het Pieterpad: het meest bekende lange wandelpad van ruim 500 kilometer van Pieterburen (ten noorden van Groningen) naar de Sint Pietersberg (ten zuiden van Maastricht). Twee-en-een-half jaar geleden ben ik er maar eens aan begonnen en heb het traject in de provincie Groningen afgelegd tot Zuidlaren, in het noorden van Drenthe. In totaal ongeveer 55 kilometer, dus dat begint, bijna drie jaar later, lekker op te schieten. Het idee heeft overigens wél de hele tijd in mijn onderbewustzijn zitten broeden, maar kennelijk waren andere dingen belangrijker. Nu is met René de koe weer eens bij de horens gevat en is de tocht vervolgd met een tweedaagse wandeling vanuit Zuidlaren naar Rolde, ten oosten van Assen.

Evenzeer een bescheiden afstand van nog geen 19 kilometer. Heel veel meer kun je trouwens niet doen, want je bent om te beginnen veel tijd kwijt met reizen, want Zuidlaren ligt niet bij de voordeur. Bovendien leert de ervaring dat wij ongeveer twee-en-een-halve kilometer per uur afleggen, pauzes en foto-momentjes inbegrepen, dus de lat lag laag. Heel wat lager dan voor sommige andere Pieterpadders, die we de route in marstempo zagen afleggen. Het werd een afwisselende route in het ideale seizoen om (rood met witte stippen) paddenstoelen te spotten en hier en daar nog heide in late bloei te zien staan, hoewel daarvoor augustus eigenlijk beter zou zijn. Hoe dan ook, de eerste dag eindigde in Gasteren, een gehucht zonder hotel en horeca, zodat we de bus terug namen naar het hotel in Zuidlaren. Maar daar kon de dag gezellig worden afgeblust in gezelschap met mijn zus Marlies en haar man Alex, die voor de gelegenheid uit hun woonplaats Groningen naar Zuidlaren waren gekomen. Het afwisselende landschap is in beeld gebracht op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720335888173

Yayoi Kusama

16 september 2026

Het was in de media al uitvoerig aangekondigd: de expositie in het Stedelijk Museum van de in augustus op hoge leeftijd overleden Japanse kunstenares Yayoi Kusama. Dat noodzaakte het museum weer eens een tijdsslot-regeling in te stellen. En inderdaad, de belangstelling was overweldigend. Zelfs met de tijdslot-regeling stond er nog een lange rij bij de ingang. Maar het was de moeite waard..! Op de benedenverdieping veel werk waarom ze beroemd is geworden: de stippen. Ik herinner me een filmpje waar ze met eindeloos veel geduld en grote precisie duizenden stippen in verschillende grootte aanbracht op het doek, waarbij de pompoenen haar favoriete onderwerp zijn geworden. Daarnaast grote vlakken van minimaal een vierkante meter, dicht tegen elkaar op de muur aangebracht met veel primaire kleuren, scherp en precies tegen elkaar afgetekend. Maar het meest spectaculair was nog wel de bovenverdieping. Ik noem het maar even ‘de slangenkuil’. Dat was het natuurlijk niet, maar wel de indruk die ervan overbleef. Moeilijk te omschrijven, maar wel in beeld gebracht. Beter dus om meteen maar even te kijken op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720335691702

Stedelijk Museum

11 september 2026

De bedoeling was om naar de expositie van de nog geen maand geleden overleden Japanse kunstenares Yayoi Kusama te gaan. In het Stedelijk Museum, waar je altijd lekker op elk moment naar binnen kunt lopen, zonder vooraf een tijdsslot aan te vragen. Naïef natuurlijk, want hoe hadden we kunnen denken dat dit zou kunnen lukken bij zo’n gerenommeerde expositie, die in de pers al de nodige aandacht had gekregen? Maar niet getreurd, in het Stedelijk is meestal genoeg inspirerends te zien. Het werk van Kho Liang Ie bijvoorbeeld, interieur architect en industrieel vormgever. Hij is betrokken geweest bij de inrichting van het nieuwe stationsgebouw van Schiphol-Centrum, dat in 1967 werd geopend als opvolger van de oude luchthaven op Schiphol-Oost. Ik heb daarvan nog drie slechte foto’s vanaf een beeldscherm kunnen nemen. Bepaald niet mijn gewoonte, maar blijkbaar is er nog een restje beroepsdeformatie in me overgebleven, nadat ik me een groot deel van mijn werkzame leven tegen de ontwikkeling van Schiphol heb aan bemoeid.

En er waren meer jeugdherinneringen. Het begin van mijn werkzame leven in 1975 viel samen met het begin van het brede gebruik van de computer. Ik herinner me dat je zo’n enorm apparaat, dat een hele woonkamer in beslag nam, moest voeden met stapels ponskaarten, waarna dat apparaat er lange vellen papier uitspuwde. Hoe anders is het vijftig jaar later met de veel kleinere laptops en mobieltjes, met oneindig veel grotere capaciteit. Nog een herinnering was een collage van affiches uit de roerige 60’s. Al met al nog twee volle uren rondgelopen en veel kunnen bekijken, zoals onder meer het resultaat van de nijvere arbeid om zo’n 100.000 flessendopjes met de hand aaneen te rijgen en er een metalen wandtapijt van te maken. Dus ook zonder Yayoi Kusama was het een inspirerend middagje. En het tijdslot voor haar expositie is er alsnog gekomen. Op een andere dag, dat wel. Wordt dus vervolgd. De vandaag gemaakte foto’s staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720335639607

Amsterdam van West naar Oost

7 september 2026

Ik moest voor een akkefietje op maandagochtend in het OLVG (Onze Lieve Vrouwe Gasthuis), locatie West zijn. Een tamelijk onhandige locatie. Met de auto is het in de spits niet te doen, maar als je er wat tijd voor uittrekt, zou het met de metro met een flinke omweg moeten lukken. Maar, aangelokt door het mooie weer, besloot ik om de terugweg lopend te doen en het karakter van de verschillende stadsdelen langzaam in me op te nemen. De tocht begon dus in Nieuw-West. Ze hebben hun best gedaan om er een gevarieerde moderne woonwijk van te maken. Dat is misschien hier en daar gelukt, maar het ontbreekt dat stadsdeel toch aan een ‘ziel’ en de wijk staat ook niet bepaald bekend om er je favoriete woonstek te kiezen. Het lijkt wel of de drukke Ringweg een barrière vormt met de oudere stadsdelen. Want, die eenmaal overgestoken, kom je in Oud-West, een vooroorlogse wijk, wel met wat je een ‘ziel’ zou kunnen noemen.

Maar ook daar gaan veranderingen komen. Op het enorme terrein van de Centrale Markthal aan de Jan van Galenstraat gaat in de komende jaren een grote nieuwe woonwijk komen met semi-hoogbouw en het is altijd maar afwachten hoe zo’n wijk samensmelt met hetgeen er al honderd jaar staat. Verderop de Nassaukade, de grens tussen het langzaam ver-yuppende Oud-West en de Jordaan. Dat was de van oudsher bekendste Amsterdamse volkswijk, maar nu al langer het domein van yuppen. De Bloemgracht is daar bij uitstek de goudkust, waar je niet meer van die gewone witte huisnummerplaatjes ziet, die overal in Nederland gemeengoed zijn. Maar hier penselen ze de huisnummers en zelfs het adres in sierlijke letters op de voorgevel. Daarna de echte binnenstad met kleine steegjes, winkeltjes, terrasjes en scheef tegen elkaar leunende huizen.

De Dam wordt beschouwd als het echte centrum evenals de aanpalende Wallen en de Nieuwmarktbuurt. Daar kon ik tijdens een koffiepauze op het balkon bij René de Jodenbreestraat van enige hoogte bekijken met een fraai uitzicht op de Waag en de groepjes langs sjokkende toeristen. Dan verder door mijn eigen Plantagebuurt, waar ik al 32 jaar met plezier woon, richting de ‘Oostelijke Eilanden’. Voorheen een tamelijk schimmige buurt, eigenlijk een no-go area met rangeerterreinen en aanpalende loodsen, nu volgebouwd met gevarieerde bouw aan het water. De wandeltocht eindigde op het Cruquius-eiland. Ook ooit een industrieel complex, nu bijna volgebouwd met fraaie wooncomplexen in het wat hogere segment aan het Amsterdam-Rijnkanaal. Met uitzicht naar de overkant, waar ze net begonnen zijn met de bouw van wéér een nieuwe wijk: de Sluisbuurt. Dat is dan voor een volgende keer. Nu genoeg overtuigd geraakt dat we in een heel gevarieerde en gemêleerde stad wonen. Tips voor de toeristen: “Amsterdam is meer dan alleen de grachtengordel”. Kijk maar op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720335632659

Buiksloterham

21 augustus 2026

Buiksloterham, de jongste nieuwe wijk in Amsterdam. Als je de gemiddelde Amsterdammer zou vragen wat dat is en waar dat ligt, zou het grootste deel het niet weten. Ik wist het ook niet, want je komt er nooit langs als je waar dan ook heen moet. De wijk ligt in Noord, tussen het EYE en de NDSM. Jazeker, je kon in de afgelopen jaren aan de overkant wel wat gerommel en bouwactiviteiten zien, maar ik heb er nooit acht op geslagen. Maar inééns was de wijk er. Want een tijdje geleden kwamen we er bij toeval terecht. Maar toen waren we op ‘doorreis’ en hadden geen tijd om het daar eens goed te bekijken. Met het voornemen om er ooit nog eens terug te komen. Van veel voornemens komt het nooit, maar van dit voornemen wel, omdat het idee de hele tijd in mijn onderbewustzijn bleef hangen. En als je dan toch eenmaal bezig bent kun je meteen ook nog maar eens de nog niet-ontdekte plekken in de rest van de stad onder handen nemen, die ook op de lijst van voornemens stonden.

Want het blijkt dat er zelfs in de binnenstad en al helemaal in Oud-West nog buurten zijn, die niet alleen de moeite waard van een bezoek zijn, maar waar ik zelfs nog nooit was geweest. En ook al zóu ik er ooit geweest zijn, je ziet op die plekken altijd weer nieuwe dingen, omdat de stad altijd verandert en misschien ook wel omdat je de vorige keer toch niet goed hebt gekeken. En zo kon het zijn dat we op een mooie vrijdagmiddag een nogal ruim uitgevallen wandeling hebben gemaakt door de binnenstad, Oud-West op weg naar dat Buiksloterham. De wijk is mooi gelegen met een prachtig uitzicht over het water, is fraai aangelegd, heeft veel en mooi groen en er zijn hoogwaardige en kleurige materialen gebruikt. En er is duidelijk gemikt op het ‘hogere segment’.

De wijk grenst dicht tegen de ‘van der Pek-buurt’, een van de oudere karakteristieke volkswijken in Amsterdam-Noord. Karateristiek met zijn consequent doorgevoerde kleurstelling van oranje daken, bakstenen gevels en gele kozijnen. Heel benieuwd hoe in de komende tien tot twintig jaar deze nu nog heel verschillende en direct aan elkaar grenzende wijken met elkaar gaan samensmelten dan wel nog steeds twee verschillende planeten blijven. Wij sluiten de dag af met alvast een kleine bijdrage aan de samensmelting met een etentje op het terras van Ristorante Pecorino midden op het van der Pekplein direct aan de rand van Buiksloterham. Aanrader trouwens…! De foto’s van het nog niet ontdekte Amsterdam staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720335299998

Zeehaven-dagen

20 juni 2026

Afgelopen weekend werden de ‘zeehavendagen’ georganiseerd. Anders dan in Rotterdam staat de zeehaven nog niet echt op het netvlies van veel Amsterdammers, hoewel Amsterdam toch in omvang de vierde zeehaven van Europa is. Dat de zeehaven van Amsterdam niet onbelangrijk is, wist ik dan nog wel, maar dat hier de zeehavendagen werden georganiseerd, was bij ons nog niet doorgedrongen. We gingen, zoals zo vaak, voor een middagwandelingetje van hooguit drie kwartier, maar dat werd uiteindelijk een hele middag. Want eenmaal bij het IJ leek het wel een ‘Sail in het klein’ en voeren er een aantal prachtige tall ships voorbij. Verder stond de boot naar Damen Shipyards bij het NDSM-terrein op het punt van vertrek en we konden zo opstappen. Aldaar zou een rondleiding worden georganiseerd.

Op die scheepswerf worden onder meer grote schepen onderhouden en gerepareerd. Imposant was nog wel het dok waarin de ‘Nordnes’ uit Rotterdam op het droge lag en daar werd onderhouden. Het laagste punt van het dok ligt 15 meter onder het niveau van het IJ. De deuren zijn stevig genoeg om de enorme druk van het water te weerstaan, zo werd ons uitdrukkelijk verzekerd. Het schip zelf rust op metalen en houten blokken en je kon zo onder het grote schip doorlopen. Na reparatie stroomt het dok in twee uur vol water en kan het schip vertrekken. En bij een volgend schip is het dok ook in een aantal uren weer leeggepompt. Gelukkig had ik – ook voor het voorgenomen kleine wandelingetje – de camera meegenomen, wat je weet tenslotte nooit wat je onderweg nog tegenkomt. Dit dus …! Het resultaat staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720334338772

Hollandse Brug

24 mei 2026

Nederland is een van de dichtstbevolkte landen ter wereld. Achttien miljoen mensen op een bepekte ruimte, die ook nog eens graag een ‘huisje met tuintje’ willen hebben. Dat maakt dat wij, anders dan in andere dichtbevolkte landen, niet zijn samengepakt in miljoenensteden met veel hoogbouw, maar gespreid wonen in, wat bevolkingsomvang betreft, relatief kleine steden en grote dorpen. Dat brengt sowieso al meer verkeer met zich mee, maar omdat wonen en werken ook nog eens zijn gespreid geeft dat nog eens een extra druk op het verkeer. Niet alleen om naar je werk te gaan, maar ook om anderen te bezoeken en op vrije dagen te recreëren. Het asfalt is dan ook niet aan te slepen en daarom blijken we ook nog eens, in vergelijking met andere landen, over een van de betere spoornetwerken te beschikken. De bijzondere omstandigheid is verder nog dat er héél veel water is. En dus ook veel bruggen en viaducten om al dat verkeer zoveel mogelijk zonder opstoppingen af te handelen. En dus zijn er ook plekken waar ál deze functies samenkomen.

De ‘Hollandse Brug’, is zo’n plek. Het is de brugverbinding tussen de provincies Noord-Holland en Flevoland en tevens de plek waar het Gooimeer overgaat in het IJmeer. De autosnelweg A6 voert over deze brug en parallel aan de autosnelweg is er dan ook nog de spoorbrug van de Flevolijn tussen Amsterdam en Almere en verder naar het noorden. En aan de oevers van dat water zijn nog eens fiets- en wandelpaden aangelegd. Tenslotte op het water zelf de plezierboten voor de nodige recreatie. En dus is het de plek waar weg-, spoor-, fiets- en wandelverkeer samenkomen samen met natuur en recreatie op het water en langs de stranden. Door de grote omvang van dat bouwwerk ontstaat onder het A6-viaduct een bijna schimmige wereld die onzichtbaar blijft voor de meesten die hier passeren, een wereld die zichtbaar is gemaakt in de volgende fotoserie: 

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720334222390

Zuid-Kennemerland

21 mei 2026

Zuid-Kennemerland, inmiddels gepromoveerd tot een ‘Nationaal Park’. Ik was er met twee vroegere collega’s van het Haagse Centraal Planbureau. Daar ben in al sinds 1986 weg, maar met hen heb ik altijd contact gehouden. Af en toe maken we dit soort uitstapjes. Niet zozeer om de macro-economische toestand van Nederland nog eens te bespreken, maar vooral om het leven als pensionado een naar ons gevoel aangename en ook nuttige inhoud te geven. Dat nationale park is met recht een fraai stukje natuur. En het wordt zo te zien goed beheerd, want we troffen er een beheerder die ons wees op een mooie maar toch invasieve plantensoort met kleine witte bloemetjes, die naar mijn idee al heel mijn leven overal in Nederland te vinden is. Dus blijkbaar wordt de soort gedoogd en wordt er niets aan gedaan. Hoe anders is het andere invasieve soorten, zoals bijvoorbeeld de Japanse knoop. Als je die eenmaal in je tuin hebt, moet je je hele tuin een meter uitgraven om hem weg te krijgen. In het gebied is een klein meertje te vinden, dat vooral populair schijnt te zijn bij winter-zwemmers. Verder houten sculpturen van deels afgestorven bomen, die gewoon blijven liggen als ware het museumstukken. En tenslotte ook een aantal vrij rondlopende maar zo te zien ongevaarlijke stieren, met ook wat invasieve insectensoorten op hun neus. Het korte maar aangename wandelingetje werd vanzelfsprekend afgesloten met een lunch op een nabijgelegen uitspanning. Een klein fotoserietje is er ook nog gekomen op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720333887895

Science Park

15 mei 2026

Zelfs nu ik al 32 jaar in Amsterdam woon, zijn er nog steeds wijken waar ik nog nooit ben geweest. In het ‘Science Park’ bijvoorbeeld, nog niet eens zo héél ver van waar ik woon. Het ligt ingeklemd tussen de Ring-Oost, aan de noordkant het Flevopark en aan de zuidkant wat sportvelden en de woonwijk Watergraafsmeer. Slechts een klein tunneltje onder een breed spooremplacement verbindt die woonwijk met het Science Park. Veel interactie met de stad is er dus niet. Ik kreeg de indruk dat er in het Science Park dan ook nauwelijks wordt gewoond, behalve in één enkel groot appartementencomplex. Dat lag aan de Carolona Macgillavrylaan. Ik ben benieuwd wie hier de straatnamen heeft verzonnen, want het zal een hele uitdaging zijn om, als je daar woont, aan de telefoon aan iemand uit te leggen waar je woont. Gezien de beperkte interactie met de stad is het dus geen wonder dat ik daar nog nooit was geweest.

Nu heb ik daar trouwens ook niet veel te zoeken, want daar wordt wetenschap op hoog niveau bedreven. Vooral op wat ze noemen de bèta-wetenschappen, waaronder IT en AI, maar ook op duurzaamheid en andere innovatieve dingen. Deels zijn het dependances van de Universiteit van Amsterdam, maar ook instituten onafhankelijk daarvan. De voertaal is hier dan ook volledig Engels. Hoewel zelf ook wetenschappelijk opgeleid en afgestudeerd in 1975 in Tilburg, had in die tijd nog nooit iemand van deze takken van sport gehoord. Het bedrijven van wetenschap is voor mij dan ook lang geleden, voorzover ik trouwens überhaupt wetenschappelijk bezig ben geweest. Want ooit heb ik iemand horen beweren dat “economie helemaal geen wetenschap is”. Ik vroeg natuurlijk meteen om opheldering, maar de bewering kwam erop neer dat economie geen exácte wetenschap is. En dat klopt natuurlijk. Want in de economie is er ruimte voor interpretatie, verschil van inzicht en dus debat, allemaal wezenskenmerken van wetenschap. Maar het doel van het uitstapje naar het Science Park was natuurlijk niet de wetenschap, maar het bekijken van de inrichting en architectuur van deze toch wel bijzondere wijk. Er is veel ruimte, er is niet op een vierkante meter gekeken en er zijn, aan de gevels te zien, hoogwaardige en gevarieerde materialen gebruikt. Mooie onderwerpen voor een fotoserietje dat te zien is op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720333735109