Hoewel er tientallen sporten waren bij de Gay Games, was het zwemmen toch wel het hoofdonderdeel, dat bovendien meerdere dagen in beslag nam. En met veel tijd tussen de verschillende zwemnummers. Dat betekende vaak bivakkeren in de beperkte ruimte met schaduw op het grasveld bij het zwembad, niet alleen voor de deelnemers, maar ook voor de toeschouwers. Dat werd uiteindelijk wel een heel gezellig sociaal gebeuren, omdat daar veel mensen van eerdere toernooien elkaar kennen. Maar als je wat van het zwemmen wilde zien, betekende dat een zitplaats op de tribune in de brandende zon, waar je het niet al te lang kon volhouden. Nu hebben de zwemmers zelf geen last van de hitte, zolang het water koel blijft. Dat is helemaal het geval bij het open-water zwemmen in de zee, waar we ook even een kijkje hebben genomen. In de toch wel hoge golfslag is het de bedoeling om een uitgezette cirkel van vijf (!!)) kilometer af te leggen.
Ikzelf nam deel aan het hardlopen en dat is wat hitte betreft een wat grotere uitdaging. De atletieknummers, zoals de kortere afstanden op de baan, werden nog wel midden op de dag in de volle hitte gehouden, aannemende dat je pakweg een rondje van vierhonderd meter wel kunt volhouden in de brandende zon. Maar ik nam deel aan de langere loopnummers, de tien en vijf kilometer. De ‘tien’ werd gehouden om half acht in de ochtend. Gunstig dus, maar de ‘vijf’ om acht uur in de avond, toen het nog 29 graden bleek. Een wat grotere uitdaging, maar aan de andere kant was de ‘vijf’ ook weer wat sneller voorbij. Desondanks heb ik er op de ‘tien’ nog een zilveren medaille uitgesleept en op de ‘vijf’ een bronzen. In mijn eigen leeftijdscategorie natuurlijk, want met de echte winnaars doe ik natuurlijk niet mee. De sfeer bij het zwemmen en bij het hardloopevenement is vastgelegd op:
Ooit liep de rivier de Turia voor Valencia, maar die had in 1957 een dermate grote overstroming met veel schade aangericht, dat werd besloten om de rivier om te leiden en in de vrijkomende bedding een autoweg en een spoorlijn aan te leggen. Maar na grote protesten kreeg het gebied uiteindelijk een groene bestemming. Daarin onder meer plantsoenen, sportvelden, tuinen en allerlei andere voorzieningen voor recreatie. De vrijgekomen bedding van zo’n 9 kilometer lang is nu een toeristische attractie op zich. Maar een van de meest in het oog springende bezienswaardigheden in die bedding is de “Ciudad de las Artes y Ciencias’’, (stad van kunsten en wetenschappen).
Dat complex is ontworpen in de 90’er jaren door de eveneens uit Valencia afkomstige architect Calatrava en herbergt onder meer een operagebouw, het grootste aquarium van Europa en een wetenschapsmuseum. Calatrava is een niet geheel onomstreden architect omdat veel van zijn projecten de neiging hadden om financieel volledig uit de hand te lopen. Zo ook dit complex dat de stad 1,3 miljard euro heeft gekost en er aanvankelijk ook nog vele technische gebreken werden geconstateerd. Anno 2026 lijkt dit alles vergeten, levert het de stad de nodige opbrengsten en ligt het complex er oogverblindend bij. Als foto-hobbyist kun je jezelf hier volledig verliezen en je tegoed doen aan de perspectieven van de glanzende bouwsels, afgetekend tegen de bijna donkerblauwe lucht. Kijk maar op:
Na een paar dagen slenteren door de stad hebben we een indruk. Valencia is een alleszins leefbare stad en de compacte binnenstad met zijn voorzieningen is heel geschikt om er een tamelijk prettig sociaal leven op na te houden. En dat dóen de Spanjaarden als gerenommeerde levenskunstenaars dan ook! Dat leven speelt zich hoofdzakelijk op straat en op de pleinen af. Het klimaat draagt daar natuurlijk aan bij. Is het nog rustig tijdens de middaghitte, tegen het eind van de middag komt het leven op gang en beginnen de gezellige terrassen onder de bomen vol te lopen. Er is een soort mythe dat de restaurants in Spanje pas om negen uur open gaan, maar blijkbaar heeft Valencia zich aangepast aan de wat meer noordelijke gewoonte, want je kan overal al vanaf zes uur eten. Natuurlijk moesten we tapa’s proberen. Altijd gedacht dat tapa’s een soort van borrelhapjes zijn, die je aan de bar als begeleiding bij een aperitief kunt eten.
Dat zal nog steeds wel kloppen, maar ze worden ook gebruikt als volwaardige voorgerechten bij een maaltijd en niemand die er gek van opkijkt als je twee of zelfs drie ‘voorgerechten’ neemt en dat als volledige maaltijd beschouwt. We zaten regelmatig met zijn vieren aan tafel en konden avondvullend eten met zo’n tien verschillende voorgerechten, waarvan het de bedoeling is dat ze aan tafel worden gedeeld. Dat alles met een mooie stedelijke architectuur als achtergrond met gedecoreerde gevels, street art en mozaïeken. We lopen bijvoorbeeld op onze wandelingen tegen het station aan. Niet zomaar een functioneel station, maar ook met aandacht voor de mozaïeken als decoratie. Evenzo de markthallen, waar je niet alleen goed terecht kunt voor alles wat Spanje op culinair gebied te bieden heeft, maar waar het ook een genoegen is om even naar boven te kijken en de architectuur van het dak op je te nemen. Dat alles te zien op:
De Gay Games: ze worden elke vier jaar georganiseerd en dit jaar was Valencia aan de beurt om de organisatie op zich te nemen. Marcel zou daar het over meerdere dagen gespreide zwemtournooi afwerken en ik zou deelnemen aan twee hardloopevenementen. Daarnaast zouden nog een twintigtal andere sporten worden beoefend. Er werden 12 duizend deelnemers uit de hele wereld verwacht, zodat in de stad de organisatie daarvan aan niemand zal kunnen zijn ontgaan. De stad heeft dan ook zijn uiterste best gedaan om het evenement op de kaart te zetten en daarvoor de nodige sportaccommodaties en andere voorzieningen ter beschikking te stellen. Het zwemmen zou plaatsvinden in een mooi in een park gelegen openluchtbad. We nemen er op de eerste zaterdagmiddag vast een kijkje om onder meer te constateren dat je als toeschouwer en dus ook als fotograaf vrij kon rondlopen. Dan is er openingsceremonie op zaterdagavond. Per nationaliteit zouden de deelnemers het lokale voetbalstadion binnenwandelen en het gaf toch wel een kick om bij toepasselijke muziek onder de poort door te lopen en daar het enthousiasme te ervaren met het zicht op de langzaam vollopende tribunes. Zoals alles in Spanje, ging het daar tot in de kleine uurtjes door met toespraken, muziek en dansvoorstellingen, maar dat hebben we allemaal niet meer afgewacht. Want de volgende ochtend begon voor Marcel het toernooi met meteen ook maar het zwaarste nummer: de ‘200-vlinder’. De eerste indrukken van de opening en het zwemtournooi staan op:
Valencia: in bezoekersaantallen eigenlijk nummer twee op enige afstand van nummer één: Barcelona. Maar die laatste stad wordt nu zó overlopen door toeristen dat die stad inmiddels de nodige beperkingen heeft ingesteld om het toerisme daar wat af te remmen. Je zou kunnen stellen dat daardoor Valencia wat meer in beeld komt. Maar je doet die stad geen recht aan door deze slechts als overloop van Barcelona te beschouwen. Integendeel, Valencia is de moeite van een bezoek méér dan waard. We hadden wél een reden om erheen te gaan. Voor ons was de deelname aan de Gay Games de aanleiding. Die zouden de nodige tijd vergen, waardoor we voor het bezoek aan de stad negen dagen hadden uitgetrokken. Voor een city-trip eigenlijk wat veel, maar we wilden ook voldoende tijd inruimen voor de nodige sightseeing.
De voorbereiding van een city-trip is bij ons meestal beperkt. We werken bepaald niet de top-10 lijst van bezienswaardigheden af. Dat komt vaak neer op ergens lang in de rij staan of, als je dat niet wilt, van tevoren precies plannen wanneer je wat wilt zien en dan online reserveren. We houden het bij voorkeur flexibel en beginnen dan ook meestal met wat slenteren door de binnenstad om de sfeer wat op te snuiven. Dan komen de meeste bezienswaardigheden vanzelf wel in beeld. Zo lopen we de eerste dag tegen de kathedraal aan. Uitbundig gedecoreerd in verschillende stijlen en een verademing in de hitte van de stad. En met de beklimming van de toren krijg je een aardig overzicht over de compacte binnenstad. Enkele straatjes verder blijkt er ook nog een stierenvechtersarena te zijn. De laatste jaren horen we weinig meer over deze controversiële traditie, maar in Madrid en Andalusië schijnen die nog volop plaats te vinden. Of dat hier ook nog het geval is, blijft onduidelijk, maar de arena is bepaald een monument te noemen, die me voor meer dingen geschikt lijkt dan voor stierenvechten alleen. Wat er tijdens dat slenteren allemaal voorbij kwam staat op: