Amsterdam – Rome

15 oktober 2015

Deze week even voor taxichauffeur gespeeld. De bedoeling was om de auto van buurman John ergens in een Italiaanse garage te parkeren. In Collevecchio, zo’n 60 kilometer boven Rome, om precies te zijn, waar John een tweede huis heeft. Ik wilde dat niet alleen doen en had Chrit uitgenodigd om mee te reizen. Ik wist eigenlijk al van tevoren dat hij niet al te lang na zou hoeven denken om mee te gaan. We zouden niet proberen om er zo snel mogelijk naar toe te rijden, maar ook proberen onderweg iets te zien. Zoals het nieuwe TGV-station in Luik bijvoorbeeld. Luik blijkt zich langzaam te herstellen van een vervallen industriestad en het lijkt erop dat zo’n station daar ook wel bij gaat helpen. Na een overnachting in Colmar rijden we dwars door Zwitserland via de Gotthard de Alpen over. Het leuke van de Gotthard is het fraaie vergezicht dat je naar de noordkant, maar vooral naar de zonnige zuidkant kunt hebben. Kunt hebben…., want eenmaal boven op de pas trok de lucht dicht en het uitzicht veranderde in mist en later zelfs in regen, die eigenlijk niet meer ophield. Dat betekende extra opletten bij de passage van de drukke autowegen rond Milaan. De lunch deden we heel romantisch op een parkeerplaats van een Autogrill restaurant.

Die avond nog in Lucca beland. Verrassend mooi en ondanks de regen toch nog buiten eten en drinken onder een verwarmde luifel. De volgende dag wéér regen, die nu met bakken uit de hemel viel. Italië: een land dat nog wel bekend staat om zijn prachtige weer. Maar nu we eenmaal in Lucca waren, toch maar onder de paraplu een ochtendwandeling door de fraaie historische stad. Daarna over lokale wegen naar Massa Marittima voor enkele jeugdherinneringen. Daar maakte ik in 1967 kennis met Italië en de liefde voor het land is daarna nooit meer overgegaan. De laatste 200 kilometer gingen in het donker en wéér in de stromende regen naar de eindbestemming Collevecchio. Door het slechte weer al met al toch wel toch een vermoeiende reis. Maar op de valreep toch nog een kadootje: na regen kwam toch de zonneschijn. De volgende ochtend met de trein naar Rome en mooi nog een paar uurtjes door zonnig Rome gelopen. En later op de dag met het vliegtuig naar Amsterdam. Het korte Italië-reisje is fotografisch samengevat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157717991456637

Zeeuws Vlaanderen

9 oktober 2015

Het jaarlijkse uitstapje met Jan en Kees ging deze keer naar Zeeuws-Vlaanderen. Ik was daar nog nooit geweest. Het hoort weliswaar staatkundig bij Nederland, maar er wonen daar Vlamingen en dus mensen die zich op zijn minst verwant met België voelen. Je kunt er eigenlijk vanuit Nederland ook alleen maar komen via Antwerpen, hoewel er nu sinds enkele jaren een tol-tunnel ligt tussen Zuid-Beveland en Zeeuws-Vlaanderen. We hebben als standplaats Hulst en vandaar kachelen we door het Zeeuws-Vlaamse land door plaatsen als Axel, Philippine, IJzendijke, Oostburg en Sluis. Behalve het grotere Hulst en het meer toeristische Sluis, allemaal tamelijk ingetogen plaatsen, die eigenlijk noch bij Nederland, noch bij België lijken te horen.

We kunnen het natuurlijk niet laten om toch maar even het echte België aan te doen. Om precies te zijn Damme, een onbekende, maar toch alleraardigste plaats. Maar wát een tegenstelling met die Belgische kust..! Het zou me niets verbazen als dat de meest lelijke kustlijn van de hele wereld is. Volgebouwd met smakeloze appartementen, die nog voor een groot deel leegstaan ook, omdat in het al aangebroken laagseizoen de eigenaren al lang hun winterresidenties in Brussel dan wel Antwerpen hebben opgezocht. Maar voor een fotograaf kan lelijk ook weer heel mooi zijn. De serie van deze Zeeuws- en Belgisch-Vlaamse dagen staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157717991421337

Kortenhoef – Breukelen

5 oktober 2015

Vandaag, met de ruim 20 kilometer van vorige week nog stijf in de benen, is het Floris V-pad vervolgd vanaf Kortenhoef. Het volgen van zo’n lang wandelpad in de juiste volgorde vereist blijkbaar enige discipline en voorbereiding. Vooral als je verder van Amsterdam komt, ben je wat meer afhankelijk van het openbaar vervoer. Zo hadden we bedacht om weer vanaf het treinstation Naarden de bus naar Kortenhoef te nemen. Maar niet bedacht dat de frequentie van bussen daar een stuk minder is dan die van treinen, vooral buiten de spits. In Naarden was die bus dus net weg en dat betekende meteen een vol uur wachten. Je kan dat uur natuurlijk besteden om maar even aan de koffie te gaan, maar de wandeling naar Breukelen zou ook nog wel de nodige tijd in beslag gaan nemen.

Plus dat je aan het eind van de dag weer hetzelfde probleem krijgt: hoe komen we in Amsterdam? Dus beter om dan je verlies te nemen, de moed maar even bij elkaar te rapen en een taxi te nemen. We kregen er geen spijt van. Binnen een mum van tijd waren we in Kortenhoef, waar we de week ervoor waren geëindigd. Het werd een prachtige herfstwandeling, opnieuw over een dijkje dwars door de Loosdrechtse plassen en via Loenen langs de Vecht uiteindelijk naar Breukelen. Daar aan de Vecht wordt heel deftig gewoond in zeer voorname landhuizen. Wéér bijna 20 kilometer gewandeld, maar heel blij dat de schoenen even uit konden om de geteisterde teentjes te masseren. Op zo’n moment wil je alleen maar snel naar huis. Gelukkig was er in Breukelen al snel een trein, zodat het lange wachten ons bespaard is gebleven. Gefotografeerd is er ook nog, zie:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157718028420043

Weesp – Kortenhoef

29 september 2015

Je hebt in Nederland de ‘lange afstands wandelpaden’ (LAW’s). De bekendste is natuurlijk het Pieterpad, maar er blijken nog tientallen andere paden te zijn, zoals bijvoorbeeld het Floris V-pad, dat van Amsterdam naar Bergen op Zoom loopt. Behalve dat dit pad ook nog een opfriscursus vaderlandse geschiedenis biedt, loopt het voor een groot deel over graskades, tiendwegen, jaagpaden en andere plaveisels, waarop je zelfs met de fiets niet kunt komen. Ik heb vorig jaar de eerste etappe van Amsterdam naar Weesp gelopen, met het doel om na mijn pensionering niet achter de geraniums terecht te komen, maar om het hele traject naar Bergen op Zoom af te wandelen. Niet alle etappes achter elkaar, maar af en toe een etappetje, als de zin er is en het mooi weer is. Het moet tenslotte wel leuk blijven, heel relaxed dus, zoals het hoort bij de lifestyle van een pensionado.

Nu, bijna anderhalf jaar na mijn pensionering, is daar nog niet zo veel van terecht gekomen. Sterker nog, sinds Weesp, nu al weer anderhalf jaar geleden, is er niet meer gewandeld, althans niet op dit pad. Blijkbaar zijn er andere en meer belangwekkende dingen gedaan. Maar nu heb ik samen met René het plan opgevat om het pad vanaf Weesp maar eens te vervolgen en maar zien waar we uitkomen. Al in het begin was er een mooi zicht op de spoorbrug in aanbouw, een bouwkundig huzarenstukje, vooral omdat het ding na afbouw over een jaar ook nog eens een halve kilometer verderop, dwars over de achtbaans A-1, op zijn plaats wordt gezet. Verderop over een smal dijkje ‘door’ de Ankeveense plassen, met langs de kant veel knotwilgen, richting ’s Graveland en zijn deftige buitenplaatsen. Met pijn in de schoenen na ruim 20 kilometer in Kortenhoef aangeland en met de bus terug naar het treinstation in Naarden. De korte foto-impressie staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157718025849576

Rome

2 september 2015

Een vreemd verblijf in Rome deze keer, na afloop van zo’n fietstocht. Als je een stad van dat kaliber bezoekt ga je zeker niet op een camping aan de rand van de stad, ver buiten het centrum, zitten. Een verder is de instelling waarmee we nog een paar dagen in Rome verblijven heel anders. Het is eigenlijk het gevolg van een miscalculatie. We hebben te snel over onze fietstocht gedaan. De deadline was de terugvlucht op 4 september, geboekt, betaald en niet veranderbaar. En je wilt die niet missen, zodat je onderweg wat reserve neemt voor onverwachte tegenvallers. Achteraf misschien onhandig, maar dat maakt dat we de laatste dagen eigenlijk afwachtend doorbrengen. Alles wat moest worden gedaan is gedaan. We hoeven niet meer te fietsen. De fietsen zijn zelfs afgeleverd voor verzending naar huis en nu resten nog drie dagen op die camping. Niet meer de moeite genomen om te verhuizen naar een hotel in het centrum, maar een beetje hangen en uitrusten bij het zwembad van die camping. En nog eens de fietstocht overdenken en zelfs verwerken. Maar eigenlijk wil ik ook niets liever dan naar huis, na ruim vier weken leven uit twee fietstassen. Toch maken we nog twee uitstapjes naar de stad. En vragen ons af of dat het doden van de tijd is of het zoeken naar bezienswaardigheden. Maar als we er eenmaal zijn is het toch weer leuk. Want Italië blijft speciaal. De laatste indruk staat op: 

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157718043313562

Acquasparta – Rome

31 augustus 2015

Het is nu al een aantal dagen erg warm. Het ‘telegiornale’ had ons voor vandaag 34 graden beloofd. Dus zitten we weer vroeg op de fiets. En er was weer veel klimwerk. We doen vandaag vooral de kleinere lokale wegen en de klimmetjes zijn daar kort maar steil. Voortdurend op en af, zonder echt in een ritme te kunnen komen. Vooral bij Narni was het heel ingewikkeld, waar al het verkeer, dus wij ook, zich over een smalle weg naar boven perst. Ook bussen, maar gelukkig geen vrachtverkeer. Alle stadjes liggen hier trouwens boven op een heuvel. Meestal kun je er gewoon langs fietsen, zonder de steile weg naar het ‘centro storico‘ te hoeven nemen. Konden we voor de cappuccino in de ochtend nog wel ergens langs de weg terecht, voor de lekkere pasta’s moet je toch in het centro storico zijn en dus extra klimmen, niet echt aantrekkelijk op het heetst van de dag en elke keer weer die afweging. Uiteindelijk vonden we langs de weg bij een bar nog iets waar ze ‘instant-diepvries-pasta’ hadden. Niet echt wat je zoekt, maar als je honger hebt en niet wilt klimmen eet je alles.

We zijn nu op bekend terrein. In dit gebied verblijf ik elk jaar in oktober bij de olijvenoogst van mijn vrienden Alie en Anton en bij alle activiteiten die daarmee samenhangen. We logeren bij ‘Dario’, waar ik in de afgelopen vijftien jaar ook al ontelbare keren heb gegeten. Ik vond het leuk dat ze me daar meteen herkenden. Rome begint nu dichtbij te komen. Nog maar een dagje fietsen en we staan voor de poorten van de eeuwige stad…! Maar het venijn zit ‘m in de staart. Op de kaart leek het zo eenvoudig. Een beetje relaxed stroomafwaarts langs de Tiber fietsen en dan vanzelf in Rome terecht komen. Maar de Tiber meandert hier veel en heeft diepe dalen uitgesleten. En als de weg dan toch wat afstand neemt van de rivier, dan weet je genoeg. Als dan ook nog de parallelle autobaan een paar keer door tunnels moet, weet je méér dan genoeg: nog meer klimmen, en hoe..! Misschien waren dit wel de steilste hellingen van de afgelopen vier weken. We kiezen de Via Tiberina vanaf Fiano Romano. Door Reitsma afgeraden, omdat het daar druk met auto’s zou zijn. Uiteindelijk valt dat mee, misschien wel omdat het zondag is. Wel een lelijke weg, veel reclameborden, aftandse winkelcentra en veel afval langs de weg. En hoeren, die tussen de afvalhopen staan en naar klandizie zoeken. Echt een voornáme entree van Rome dus. In de verte zien we de hoogbouw van de stad al liggen.

De oversteek van de ’Gran Raccordo Annulare’ (de ringweg van Rome) was heel onoverzichtelijk. Deed me aan Mannheim denken. Zinderende hitte, kokend asfalt, geen bescherming van enig groen, over en onder viaducten door op een punt waar allerlei snelwegen samenkomen, en waarvan ze blijkbaar achteraf hadden bedacht dat je er ook nog met de fiets ook overheen zou moeten kunnen. Maar als we dan eenmaal binnen de ring zijn, bekruipt me een euforische emotie: Rome is na vier weken fietsen bereikt !! We fietsen nog even met inmiddels lege bidons in de brandende zon langs de Tiber en daar is dan in het noorden van de stad Camping Villaggio Flaminio. Meteen naar de kraan lopen voor water !! Daar blijven we de komende dagen in een soort portacabin. Groot genoeg en redelijk comfortabel en heerlijke airconditioning. Er is zelfs ruimte voor de fiets, die me twee nachten gezelschap mag houden. Hij heeft me tenslotte heel trouw zonder materiaalproblemen hierheen gebracht. De duik in het zwembad hier voelt meer dan weldadig en hier zal ik de komende dagen veelvuldig te vinden zijn. Het dringt nog niet helemaal tot me door dat ik in Rome ben aangekomen. Ik wist waar ik fysiek aan begon, maar ik heb de mentale inspanning onderschat. Bijna vijf weken uit fietstassen leven is wel lang en ik verlang ernaar om a.s. vrijdag thuis te komen.

Maar het fietsavontuur is nog niet helemáál voorbij. We laten de tocht natuurlijk niet eindigen in een noordelijke buitenwijk, hoe mooi Flaminio ook is. Morgen is de epiloog en zetten we er een mooie kroon op door langs de belangrijkste monumenten van de eeuwige stad te fietsen. Een prominente plaats op de foto’s krijgt DE fiets, die me al die weken geen moment in de steek heeft gelaten. Verder had ik de reis beslist niet alleen willen doen. Dank dus ook aan mijn reisgenoten, Louis, Hedwig, René en Raymond, niet alleen voor de gezellige momenten, maar ook dat jullie me op cruciale momenten (jullie weten wel welke ..) verder hebben gebracht. Maar ook jullie, lieve mensen in mijn Facebook-omgeving, zijn dankzij dit sociale medium er voortdurend bij geweest. Dank voor het meeleven en alle reacties, waardoor ik het contact met het thuisfront kon onderhouden en daardoor ook de mentale inspanning kon verlichten. Want er waren momenten, dat ik dat wel nodig had. Vandaag was dus de allerlaatste fietsdag van deze reis. We leveren de fiets morgen in voor vervoer naar Nederland. Wij blijven zelf nog een paar dagen en vliegen vrijdag (4 september) met Ryanair naar Eindhoven. Ik zie uit naar de thuiskomst. De voor zichzelf sprekende foto’s staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157718278289933

Citta di Castello – Acquasparta

28 augustus 2015

We beginnen de laatste dagen al vroeg in de ochtend te fietsen. Want ook vandaag zou het weer warm worden en dan probeer je toch voor de middaghitte al zoveel mogelijk kilometers te maken. Het ontbijt is zoals we vaker in Italië zien: taartjes en koekjes genoeg, maar geen lekkere broodjes met gezond beleg. Wel weer fruit en vruchtenyoghurt. We beginnen in het dal van de Tiber. Het voordeel daarvan is dat je niet hoeft te klimmen, maar nadeel is dan weer dat je de weg moet delen met (altijd te veel) auto’s. En ook te geconcentreerd moet rijden om de omgeving goed in je op te nemen. Umbertide leek ons wel een leuke stad voor een cappuccino, maar het wegdek in het ‘centro storico‘ was niet echt voor de fiets, zoals we dat in meer Italiaanse stadjes zien. Verderop ergens langs de weg was er wel cappuccino en ook hier was er weer aanspraak genoeg. De mensen vinden het een beetje raar dat we helemaal uit Olanda zijn komen fietsen, maar tegelijkertijd ook heel ‘bravissimo’.

Dan ineens linksaf om het drukke Perugia te vermijden en we moeten dus het dal van de Tiber uit. Hier meteen veel minder auto’s, maar ook wel weer af en toe steile klimmetjes in de inmiddels behoorlijke warmte. Maar hier konden we het prachtige Umbrisch landschap wel goed tot ons nemen. Mooie villa’s, pijnbomen, cipressen en olijfbomen met het overal knisperende geluid van krekels. En dat bij een prachtige blauwe lucht. Hoeveel Italiaanser kan je het nog krijgen? Vlak voor Assisi nog een pasta en dan ligt daar die stad ineens links voor ons. Eigenlijk meer bóven ons. Dit is dus een van de mooist gelegen steden van Italië. Franciscus had het dus nog niet zo gek bekeken, door hier zijn thuisbasis te hebben. Voor ons dus nog een forse klim, maar we komen dan wel in hartje stad terecht in een heerlijk hotel, met airconditioning. Voor de eerste keer in al die weken..! Het hotel was alleen te bereiken via een steil steegje en de fietsen moesten op het laatst nog even met bagage en al een trappetje worden opgedragen. We zijn er al op tijd, dus er zijn nog een paar uurtjes om de stad te bekijken.

Het centrum is érg toeristisch. Assisi moet het blijkbaar hebben van zijn ligging op een berg. Want ik vond het centrum van Citta di Castello eigenlijk net zo mooi. Alleen lag dat niet op een berg, de stad is minder bekend, er is ook geen Franciscus en er waren daar dan ook geen toeristen. Even de benen strekken in Assisi was wel nodig, want de volgende dag werd het weer zwaar. Hoewel we beginnen met een lange afdaling vanaf het hooggelegen Assisi met een wijds uitzicht over het dal. Maar we raken onderhand wel verder verwijderd van de Tiber en dat betekent dus weer omhoog. Want vanaf Foligno gaan we twee bergruggen over en dus twee keer lang klimmen. De eerste konden we nog in de relatief koele ochtend doen, maar de tweede en ook de langste kon niet anders dan op het heetst van de dag, rekening houdend met het inmiddels vaste dagelijkse ritme van de cappuccino-, pasta-, en cola-stops.

Het is een vrij rustige lokale weg, met wisselende kwaliteit. Natuurlijk zijn er goede stukken, maar op veel stukken zijn de zijkanten erg slecht. Dus juist dáár waar je hoort te fietsen. Weggezakt, vele malen provisorisch dichtgesmeerd maken het een pokdalig geheel en het heeft veel weg van een kasseienstrook, bekend van Parijs-Roubaix. Maar het landschap, de olijfbomen, de blauwe lucht en het monotone gesis van de krekels maken dit meer dan goed en we kunnen dit dan ook als een van de topdagen beschouwen. Na de klim van de middag smaakte de cola meer dan goddelijk en dan is het prettig afdalen naar Acquasparta, waar we intrek hebben genomen in een hotel van wel een héél erg vergane glorie. De laatste twee dagen zijn vastgelegd op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157718255918866

Cesena – Citta di Castello

26 augustus 2015

Voor het eerst sinds Trento is het weer klimmen, nu dus in de Appenijnen. De eerste dag alleen een wat kortere etappe, om er weer in te komen. De hotelbaas in Cesena is zelf een fietser en vertelde enthousiast dat in zijn hotel de BMC-ploeg heeft overnacht in een recente Giro d’Italia. Hij gaf vanochtend uiteindelijk de doorslag om toch de route te nemen, die we uiteindelijk genomen hebben. Dus niet de meer oostelijke SP-258, die we eerst hadden willen nemen. De klim was geleidelijk, zonder al te steile stukken. Het begon nog met goed weer, maar onderweg was er toch weer een lichte regenbui. Daarom een wat langere cappuccino-stop. Maar het is vandaag een korte etappe, dus tijd genoeg. We kruisen voortdurend de ‘super-strada’, een soort semi-autobaan, die van Cesena naar het zuiden loopt. Dat maakt ónze weg dus wat meer autoluw.

Onderweg zijn er piepkleine dorpjes en we trekken veel belangstelling van de mensen. ‘Da Olanda in bicicletta…? Bravissimi…!!“. Omdat we vroeg zijn vertrokken, zijn we dus ook al vroeg in Bagno di Romagna. De naam zegt het al, een soort kuuroord met deftige – en een tikkeltje ‘vergane glorie’ – hotels. Niet al te inspirerend, maar we besteden de tijd om rond te lopen en wat noodzakelijke spulletjes te kopen. Wel lekker bier op het terras van het hotel en in de eetzaal eten wat de pot schaft. De dag erna begint fris, maar wel met een strakblauwe lucht. En ook meteen met verder klimmen. We moesten in het begin toch de weg delen met ander verkeer omdat de super-strada voor een deel was afgesloten. Dat betekent dat grote vrachtwagens je gaan inhalen op smalle en bochtige wegen. Niet erg relaxed, maar het ging allemaal goed. Maar in Verghereto werd alle verkeer weer naar de super-strada geleid. Daar even gestopt om water te drinken en meteen staan er een aantal mensen om je heen, die van alles van je willen weten. En natuurlijk krijgen we van iedereen een hand als we na een tijdje weer willen wegrijden.

Bij een volgende cappuccino-stop waarschuwt de café-baas ons voor vier kilometer wegdek dat voor ons ligt. Een schande, vindt hij, maar ja, dit is wel Italië, voegt hij nog toe. Precies op de grens van twee provincies (Forli en Arezzo). Totaal verwaarloosd, met grote keien op de weg en af en toe diepe gaten. Lijkt me het resultaat van een politieke strijd tussen beide provincies. In dit gebied ontspringt de Tiber. Dat klinkt al een beetje Romeins, dus we beginnen in de buurt te komen….! Het is hier nog een klein beekje. Als we maar langs dat beekje blijven rijden hoeven we niet meer te klimmen, zo is de theorie. Maar de praktijk is anders, zo blijkt meerdere keren die dag. Het is bovendien erg warm geworden. Wel heerlijke truffel-ravioli gegeten tijdens de lunch. Ik krijg bewondering voor het doorzettingsvermogen van Raymond, die ondanks de hitte elke dag aan klimcapaciteit lijkt te winnen. En nooit geweten dat cola met ijsblokjes zo lekker kan zijn, als we even in Sansepolcro stoppen. Uiteindelijk geland in Citta di Castello, in een ‘basic‘ hotelletje, maar wel heel mooi in het middeleeuwse centrum. De foto’s staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157718217728166

Bassano del Grappa – Cesena

24 augustus 2015

Vandaag is alles weer anders. Ineens geen bergen meer, maar een vlak land strekt zich voor ons uit. Ook de vegetatie is anders. Geen fruitbomen meer, maar nu maisvelden. En hier en daar de eerste olijf- en pijnbomen. Hieraan zien we dat Italië nu écht is begonnen. Ook het weer is anders. Geen dreigende regenwolken meer, maar een strakblauwe lucht. En tenslotte de architectuur: huizen met mooie terracotta daken en prachtige compacte dorpjes met barokke kerkjes. De Po-vlakte doet me herinneren aan de Don Camillo films uit mijn jeugd. Ook nu heb ik het gevoel dat ik weer zo’n film binnen fiets. We zijn vroeg vertrokken en hebben alle tijd voor een cappuccino in de ochtend en een ‘spaghetti alla vongole‘ in schaduw van de lome middaghitte. En als we aan het eind van de middag ons B&B in Monselice, vlak onder Padova, niet kunnen vinden is een Italiaan wel zo aardig om vijf kilometer met ons mee te fietsen. Wat een land…!

Dit is het gebied van de Po-delta. Dat betekent het oversteken van verschillende kleinere, maar ook grote rivieren (waaronder de Adige). Een prachtig laag rivierenlandschap dat natuurlijk aan ons rivierengebied doet denken, inclusief de dijken en het vele riet. Slechts de architectuur van de huizen herinnert je eraan dat je niet in Nederland bent. De cappuccino-stop in een van de dorpjes aan de dijk trouwens ook. De kerk ging net uit en een kopie van Don Camillo bleef op het pleintje in zijn witte gewaad nog wat nababbelen met zijn volgelingen. Anderen hadden meer belangstelling voor ons en onze fietsen. Uiteindelijk steken we dan de Po zelf over. Een heel brede bedding, kennelijk in staat om nóg grotere hoeveelheden water af te voeren dan hij nu al doet. De zuidkant van de Po is nog vlakker dan de noordkant. Kaarsrecht land, je kan kilometers ver kijken in dit dunbevolkte akkerland. Het zou zo Noord-Groningen kunnen zijn, maar ook hier is er weer de architectuur van de huizen, de hitte van de middag en het doordringende gesjilp van de krekels, die toch bij Italië horen.

Het was trouwens wel afzien vandaag. Het was een stuk verder dan we dachten en de laatste 20 kilometer naar Argenta was er een forse tegenwind. Bij het B&B bleek ook nog dat ik een foutje had gemaakt bij de boeking. Ze verwachtten ons pas de volgende dag. Maar gelukkig was er plaats. Ik moest er maar even niet aan denken dat……! Die nacht word ik wakker ven het kletteren van de regen. We komen er maar niet van af…! Maar gelukkig houdt het in de ochtend op met hard regenen en blijft het bij wat druppelen. Voortdurend de afweging of je het regenjack nou wel of niet moet aantrekken. De eerste 35 kilometer gaan bovendien over een drukke strada statale, een tweebaansweg weg met veel vrachtverkeer. Goede alternatieven waren er eigenlijk niet. Geen lolletje dus al met al.

Op het laatst wel een soort van fietspad. Of wat daarvoor doorgaat. Elke honderd meter houdt het op en even verder begint weer een nieuw fietspad. Je kan er natuurlijk op fietsen, maar ze zijn ook heel handig om daar bijvoorbeeld vuilcontainers op te zetten. Maar alles is beter dan rakelings door vrachtwagens gepasseerd te worden. In Ravenna klaarde het op en konden we ook van die vreselijke weg af. De beloning was navenant. Een mooie stad en op het prachtige Piazza del Popolo was er lekkere cappuccino. In de middag kwam ook weer de zon, het werd ook weer warm en er waren weer rustigere wegen. We zijn in Cesena beland, het laatste stadje in de Po-vlakte. Na drie dagen op het vlakke land liggen de Apennijnen in de verte al klaar om vanaf morgen befietst te worden. De foto’s van de delta staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157718195688647

Bolzano – Bassano del Grappa

21 augustus 2015

Eigenlijk was het in Bolzano ook een rustdag. Tussen dinsdagmiddag en woensdagmiddag is er niet gefietst, maar vooral gelanterfanterd met Hedwig en René. Maar nadat we hen woensdagmiddag bij het station in Bolzano hebben afgezet, hebben Raymond en ik toch maar een mini-etappetje van 25 kilopmeter afgelegd naar Ora, iets naar het zuiden. Het laatste stuk wéér in de regen. Dat regengebied hangt hier nu al een paar dagen rond en toont zich zeer hardnekkig. Maar volgens de voorspellingen zijn dit de laatste sluiptrekkingen, dus dit moet echt de laatste keer zijn (….hoop ik). En hoe anders kan de wereld er uit zien als de zon de volgende dag schijnt tegen een strakblauwe lucht? We krijgen er meteen weer zin in. We fietsen in een heerlijk frisse ochtend door het brede dal van de Adige naar Trento, omgeven door hoge bergen.

In die ochtend wordt alles anders. Het landschap verandert geleidelijk, fruitbomen worden druiventrossen, de architectuur verandert van Tirools in Italiaans en ook de voertaal verandert van Duits in Italiaans. Hoog tijd om ons nu ook als Italianen te gaan gedragen. Stoppen voor een cappuccino bijvoorbeeld op de prachtige Piazza del Duomo in Trento. Eigenlijk zouden we hier wel wat langer willen zitten en wat rondlopen, maar dat zit er dus niet in. Sterker nog, we gaan nu het dal van de Adige verlaten, dat ons vanaf de Reschenpas een comfortabele en bijna continue afdaling heeft bezorgd. We slaan in Trento dan linksaf richting Pergine Valsugana. Doel is om de komende twee dagen door het dal van de Brenta te rijden. Maar eerst, al in Trento, een steile klim in de stad door nauwe straatjes, en die pas ophoudt in het kilometers verderop gelegen Civezzano, maar in vals plat toch nog doorgaat tot Pergine.

Daar hebben we dus dorst en drinken we wat bij het station. We zien er een pendeltreintje aankomen vanaf Trento, dat hier fietsers komt afleveren, die dus duidelijk geen zin hadden om dat stuk vanaf Trento te klimmen. Zo kan het natuurlijk ook: naar Rome fietsen en de lastige stukken toch maar met de trein doen. Dan verder langs het Lago di Caldonazzo naar Levico Terme als eindpunt van de dag. Het hotel ligt nog boven op een venijnig hellinkje, dat je pas echt gaat voelen als je al veel kilometers in de benen hebt. En eenmaal in het hotel komt er tóch weer een regenbui. Wel weer geluk gehad dat die regen onderweg niet is gevallen, maar het regenfront blijft ons maar achtervolgen. Levico Terme lijkt me een kuuroord van vergane glorie. Het avondeten is een groot buffet, dat we delen met grote groepen bejaarden uit andere delen van Italië. Ik begin me af te vragen of ik over tien jaar ook hier terecht ga komen.

‘s Nachts om half twee schrik ik wakker van gierende remmen en een doffe knal. Daarna stil. Vanochtend nam de politie de schade op. Een auto had een hek van het hotel geramd, maar de bestuurder was er blijkbaar vandoor gegaan. We vertelden dat we wel iets hadden gehoord, maar niets gezien. De hotelbaas lachend tegen ons: “come in Sicilia, tutto sentito, ma niente visto“. Toch goed geslapen en bij fris en half bewolkt weer de lange afdaling over de “pista cyclabile” langs de Brenta gemaakt. Zo ging het ook langs de Adige en nu ook weer bijna vanzelf. Wind in de rug en de fiets in een hogere versnelling. We zeilen door slaperige dorpjes, dan weer door koele bossen aan de oever van de rivier. Aan het eind door een diepe kloof. De rivier is hier heel geschikt voor ‘rafting‘. Nooit gedaan, zelfs nooit gezien, maar wel heel spectaculair. Al in de middag, weer in een lichte regen aangekomen in Bassano del Grappa. Hier houden de bergen ineens op en staan we aan de rand van de Po-vlakte. We zijn de Alpen nu écht over. De komende dagen dus vlak land. De foto’s van de allerlaatste Alpen staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157718143552503