Sulzberg – Bolzano

19 augustus 2015

Ondanks de voorspelling van regen was het bij vertrek uit Sulzberg toch droog. Zware bewolking, dat wel, dus zeker zijn we niet van droog weer. Ook een stuk frisser, maar dat is eigenlijk wel lekker na die hitte van de afgelopen tijd. Na een uurtje rijden we Oostenrijk binnen en nemen daar het fietspad “Claudia Augusta”. Helaas niet altijd geasfalteerd en ook af en toe erg steil. Maar er is eigenlijk geen alternatief. Tenzij je de drukke tweebaans-weg neemt, die we af en toe naast ons zien. Daar veel file met vakantieverkeer naar de Fernpas en verder, dus dat fietspad is toch wel de goede keus. Het eindpunt van de dag is Lermoos, een echt ski-oord en zo te zien ook een echt après-ski oord. Het is ondanks de zware bewolking toch de hele dag droog gebleven, maar net na aankomst in Lermoos begint het te regenen: geluk gehad dus! Maar het heeft wel de hele nacht doorgeregend. We bekijken de volgende ochtend voortdurend de regenradar, die zegt dat het in de loop van de ochtend toch iets beter zou moeten worden. Maar buiten is er niets dat daar ook maar een beetje op lijkt. Dus zitten we om te beginnen zo’n twee uur te ontbijten.

Maar uiteindelijk moeten we toch een keer weg, in de motregen dus. We beginnen meteen met de Fernpas. De tweebaans-autoweg is weer geen alternatief, want er is veel verkeer. Dus toch maar de Via Claudia. Zowel de klim als de afdaling uitsluitend onverhard, met wisselende kwaliteit wegdek. Af en toe steil, maar met name het slechte wegdek en dat ook nog in de regen maakte het extra zwaar. Volgens de routebeschrijving heeft men bewust van asfaltering afgezien uit respect voor de natuur en – hou je vast, nou komt het – “fur die Mühe wird man aber mit dem authentischem Erlebnis der historischen Reiseroute belohnt”. Het tweede deel van de dag was wél over verharde weg, bovendien een stuk door het Inn-dal. Wel zo lekker, temeer daar het regenen ook was gestopt en we af en toe zelfs de zon zagen. Al met al een zware dag, de zwaarste tot nu toe. Het einddoel van de dag is Landeck, aan de voet van de Reschen-pas. Die staat voor de volgende dag op het menu.

We vertrekken in Landeck weer in lichte regen. Wel prachtig stroomopwaarts langs de Inn, die steeds smaller werd en sneller ging stromen. Dus de weg ook licht stijgend, maar goed te doen. De Via Claudia, die vreselijke weg van gisteren hebben we de hele dag opnieuw gevolgd, maar die heeft zich nu van zijn beste kant laten zien. En zich zelfs helemaal gerehabiliteerd, tenminste vanuit het gezichtspunt van “de fietser”. Mooi aangelegde fietspaden en goed aangegeven. De tweede Alpen-klim vanuit Martina (Zwitserland) naar Nauders (weer Oostenrijk) was veel steiler, maar spectaculair met veel haarspeldbochten. Ook verharde wegen en gelukkig ook droog weer, dus dat scheelt allemaal en stuk. Het eindigde boven op de Reschenpas waar je Italië binnenrijdt. Een mijlpaal: als je Rome dan niet haalt, heb je tenminste Italië gehaald..! Meteen langs het schitterende stuwmeer, in 1950 aangelegd met als herinnering aan het verdronken land een achtergebleven kerktorentje dat daar heel zielig in het water staat. Dan de lange afdaling langs de Adige, helemaal over het fietspad, zonder autoverkeer. Elke keer denk je dat je niet verder kunt dalen en dan ligt er ineens weer een nóg dieper dal voor je.

Zo vliegen we zo’n 40 kilometer langs de Adige en op het laatst door eindeloze velden met appelbomen. Het enige minpuntje was de regen, die gaandeweg steeds heviger werd en we eindigden dan ook doornat en verkleumd in de stromende regen bij ons hotel in Vezzano. Wie zei ook alweer dat Italië zo’n warm en zonnig klimaat had? Maar als je dan even lekker warm hebt gedouched en alles te drogen hangt en ’s avonds gezellig aan de wijn zit, kan zo’n dag niet meer stuk. Een topdag dus, ook qua kilometers: 110. Maar we zijn nog niet ‘beneden’, want de volgende dag dalen we nog verder langs de Adige. Eigenlijk dus ook een rustdag, op de fiets, dat dan wel weer. Het eindpunt van de dag, Bolzano, was sowieso maar 65 kilometer. Het was aan één stuk verder afdalen en daarbij kwam er voor het eerst in vier dagen weer eens een heerlijk zonnetje. Daardoor gleden we zonder noemenswaardige inspanning in een zetel naar Bolzano. Prachtige rit, voor het eerst zagen we het hele berglandschap, de dorpjes op de hellingen en het dal dat zich voor ons opende. Beneden zie je dan Merano liggen. Nog ruim de tijd gehad om onderweg die stad aan te doen. Heerlijk een tijdje daar op een terras gezeten en zelfs de stad nog kort bekeken. Mooie en enigszins mondaine stad met voorname huizen en veel aangenaam groen. Dan verder glijden naar Bolzano.

Daar hebben Hedwig en René eerst een treinkaartje gekocht voor de volgende dag naar de Brenner. Vandaar zullen ze verder fietsen, terug richting Duitsland. Verder ruim de tijd om nog wat in Bolzano rond te lopen. In de kathedraal van Bolzano had ik éindelijk de gelegenheid om twee kaarsen op te steken voor mijn overleden ouders, aan wie ik de fietstocht naar Rome opdraag. Ik heb met mijn moeder vaak over mijn voornemen gesproken, maar helaas kan ik haar niet meer over de uitvoering ervan berichten. Bolzano, ook al zo’n stad waar ik – behalve op doorreis met de trein – nog nooit was geweest. Rond het middaguur halen we Raymond, de vader van Marcel, met zijn fiets van de trein, die uit Eindhoven is aan komen reizen. Hij zal met me meefietsen naar Rome. We eten nog wat lekkere pasta op een terras en brengen Hedwig en René terug naar het station. Ook aan hen hartelijk dank voor het aangename gezelschap en de mentale steun op de moeilijke momenten op de natte en hobbelige Fernpas. Foto’s van de Alpen-oversteek staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157718105147593

Sulzberg

13 augustus 2015

Dát waren nog eens drie heerlijke ‘vrije’ dagen. Vooral niks doen, van de gastvrijheid genieten van Hedwig en René en rond het huis hangen. Het enige ‘werk’ was alles nog eens uit de fietstassen pakken, wassen en drogen. En ondanks dat de fiets me niet in de steek heeft gelaten, heb ik hem toch ook nog maar even naar de fietsenmaker gebracht en alles laten nakijken. Op een kleinigheidje na, was alles nog in orde en is hij helemaal klaar voor de oversteek van de Alpen. Er was een festival in het naburige Kempten. Veel Beiers vermaak in een grote tent, lange tafels, grote potten bier, muziek, dans en liederen, die uit volle borst door iedereen werden meegezongen. Een heerlijk verzetje na al dat gefiets. Donderdag hebben we Louis op de trein gezet en die is donderdagavond dus weer thuis.

Diezelfde donderdagavond met Hedwig aan de Öschlesee, een nabijgelegen meertje, nog een paar glazen wijn gedronken en het leven nog eens doorgenomen. Want zo heel vaak zie ik haar nou ook weer niet. En af en toe afgedwaald naar de fietstocht in de komende dagen de Alpen over. De volgende dag ook nog de mogelijkheid gehad om in dat meertje nog eens lekker te zwemmen, want alle dagen was het ook nog eens volop warm zomerweer, dat veel beter te verdragen is als je niet hoeft te fietsen en af en toe in het water kunt duiken. Al met al ben ik na die drie dagen heerlijk uitgerust Vrijdagavond kwam alleen de weersomslag. Flinke regenbuien en een stuk koeler. Die avond wel honderd keer de weersverwachtingen bekeken. Want de Alpen over in de regen is geen echt feest. We gaan het zien. De foto’s van de ‘vrije’ dagen staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157718090975298

Heilbronn – Sulzberg

11 augustus 2015

Vanaf nu proberen we zoveel mogelijk langs de Neckar te rijden. Dat zou een stuk klimwerk moeten schelen, want we begonnen nu toch ook wel behoefte te krijgen aan wat vlakkere stukken. Dat lukte niet helemaal en in die gevallen betekende dat meteen ook weer fórs klimwerk. Want hoe meer je naar het zuiden komt, hoe dieper het dal is dat deze rivier heeft uitgesleten en hoe hoger dus de bergen rónd de rivier. Ondanks de inspanning af en toe, was het tot Stuttgart een prachtig stuk met mooie wijnhellingen. Volle druiven, bijna klaar voor de oogst over een maand of twee. Maar hoe mooi het stuk ook was, we moesten wel door Stuttgart. Na de ervaringen in Mainz en vooral Mannheim was dat geen fijn vooruitzicht, maar dat viel achteraf alleszins mee. Afgezien van versperringen hier en daar, waardoor je van het fietspad raakt en het dan maar moet uitzoeken, konden we toch grotendeels langs de Neckar blijven rijden. Niet het mooiste deel van Stuttgart trouwens. Maar wel het economische hart van Duitsland met enorme kilometerslange industriële complexen, waaronder Mercedes. Op zo’n warme zondagmiddag ziet dat er erg verlaten en een beetje ‘unheimisch‘ uit.

We zijn geland in Ebersbach, zo’n 20 km ten oosten van Stuttgart, waar we net voor een onweersbui aankwamen. Daar een broeierige hotelkamer zonder airco. Maar op dat gebied zijn we inmiddels wel wat gewend. Die nacht heeft het af en toe flink geplensd en de volgende ochtend was het toch wel wat afgekoeld. Maar wel vochtig, klam en nog steeds wat broeierig. Ook het wasgoed was niet droog geworden en moest half nat worden ingepakt. Dat is dan maar voor latere zorg. Maar toch heerlijk fietsweer: bewolkt en niet meer zo héél warm. De eerste 25 kilometer weer langs eindeloze industrieterreinen. De hele strook ten oosten van Stuttgart is ermee bezaaid en je kan zien dat hier het geld in Duitsland wordt verdiend. De fietspaden waren weer slecht, zoals we vaker zagen. Halverwege kwam er een soort kloof, waar alle verkeer (auto’s en trein) doorheen moest. Het liep flink omhoog en als fietspad fungeerde een stoep van nog geen meter breed, terwijl we rakelings werden gepasseerd door zwaar vrachtverkeer. Stressvolle momenten, maar het is allemaal weer gelukt. Ik dacht dat Duitsland zo’n geweldig fietsland was, maar wat betreft voorzieningen moeten ze nog wel een inhaalslag maken.

Maar daarna werd het zoals je hoopt en ook verwacht: prachtige fietswegen, weinig auto’s en landelijke dorpjes. Uiteindelijk aangekomen in Ulm, de stad aan de Donau. Hotel bij het Hauptbahnhof en de fietsen konden in een vergaderzaal. We waren er al om drie uur, zodat we daar ook nog wat konden bekijken. Mooie stad met prachtige Munster die en passant nog even beklommen is. Toevallig wél de allerhoogste kerktoren ter wereld….! In Ulm heb je de Iller, een zijrivier van de Donau. Daar loopt een fietspad langs, door alle reisgidsjes de hemel ingeprezen als een prachtig fietspad en een must do. Inderdaad best mooi, maar niet geasfalteerd en bovendien niet altijd goed aangegeven. Daarom uiteindelijk toch maar gekozen voor de secundaire en geasfalteerde wegen door de stadjes en dorpjes.

De aanloop naar de Alpen, maar het verwachte steile klimwerk bleef uit, uitzonderingen daargelaten. Eigenlijk was het vandaag een min of meer gelijkmatige klim van 475 naar 725 meter en dat over 110 kilometer, dus je merkt het niet eens. Wel weer warm vandaag, maar wel heel mooi door het landelijke Beieren. Na ruim een week fietsen nu aangekomen in Sulzberg, de woonplaats van zus Hedwig en haar man René. Aan de voet van de Alpen en in de verte zie je het hooggebergte al liggen. Het eerste deel van de tocht naar Rome zit er nu op. Hier blijf ik drie dagen zonder de fiets aan te raken. Behalve dan dat de fiets even naar de fietsenmaker gaat voor een check of alles nog in orde is. Die fiets heeft mij in elk geval soepeltjes hierheen gebracht. De tocht voor Louis zit er nu op. We zetten hem donderdag op de trein naar Nederland. Aan hem dank voor het aangename gezelschap en de kalmte toen Mannheim mij bijna te veel werd. Eerst drie dagen uitrusten en me mentaal voorbereiden op de Alpentoppen, die in de verte uitnodigend staan te wachten. Daarna ga ik samen met Hedwig en René de Alpen over. Daarover dus later.

Lieve mensen, dank voor het meelezen, meeleven, reacties en dus mentale steun bij onze dagelijkse belevenissen en ontberingen. De komende dagen zal er vermoedelijk weinig te melden zijn. Zaterdag wel weer, hoop ik. De foto’s van de laatste drie dagen staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157718076937771

Koblenz – Heilbronn

8 augustus 2015

Tijdens het ontbijt in Koblenz nog maar weer eens naar de Wetterdienst gekeken: 37 graden vandaag. We maken dan ook haast om nog zoveel mogelijk kilometers vóór twaalf uur te rijden. Dat betekent al om half acht op de fiets. Eerst langs het Deutsches Eck, waar de Moezel in de Rijn uitmondt. Behalve dat het een fraai natuurkundig verschijnsel is, wordt het punt gedomineerd door het wel erg protserige beeld van Kaiser Wilhelm. Maar verder een prachtige tocht stroomopwaarts langs de Rijn en het is alsof je nog de relatieve koelte van het water kunt voelen. Verder langs de Lorelei, waar volgens een legende veel schepen zouden zijn vergaan bij de verleidelijke aanblik van die dame. En langs Bingen, ook al zo’n ‘bekende’ plaats langs de Rijn. Volgens mij heb ik vage herinneringen aan die plaats omdat vroeger op de radio dagelijks de waterstanden bij Bingen (en andere plaatsen) werden doorgegeven.

In Ingelheim, iets verderop, bezoeken we Luciano, mijn eerste ex, die bij me al 38 jaar buiten beeld was, maar recent is opgedoken via Facebook. Het gaat hem zo te zien goed, is via allerlei omwegen als kok in een restaurant in Duitsland terecht gekomen en bakt heerlijke eieren voor ons. Dan, om redenen die we zelf ook niet begrijpen, verleggen we het geplande eindpunt van Mainz naar het iets verdere Nierstein. Maar dat betekende wel 25 kilometer extra, met nog wat omrijden via een venijnige helling in de verzengende hitte. Uitgedroogd en oververhit belanden we in het dorp en konden met moeite nog een plaatsje vinden ergens binnen vlak naast een hete pizza-oven. Vrijdag zouden we wéér door het Rijndal rijden, dat bekend staat als het heetste deel van Duitsland De Wetterdienst stelde 39 graden in het vooruitzicht, maar beloofde er ook bij dat het daarna wat zou afkoelen. Dus al om acht uur op de fiets door prachtige wijnvelden naar Worms. Een beroemde kathedraal daar, die ik ondanks mijn fiets outfit toch maar even ga bekijken. Eigenlijk hebben we op zo’n tocht niet veel oog voor bezienswaardigheden, maar dit was wel een uitzondering waard. Want zó vaak kom ik hier nou ook weer niet.

Op het heetst van de dag komen we in Mannheim terecht. Wat een verschrikkelijke jungle is dat…! Autowegen, viaducten en fabrieksterreinen zonder een sprietje groen. Als fietser moet je de weg maar zien te vinden en op het kokende asfalt zijn we dan ook herhaaldelijk verkeerd gereden. Je begint je dan ook af te vragen waarom je dit eigenlijk doet. Maar de weg naar Heidelberg langs de Neckar is weer mooi evenals Heidelberg zelf. Hier zitten we in een lekker hotel. En bij een lekkere koele pils begint weer bij me door te dringen waarom ik dit ook alweer doe. Voor de route op zaterdag naar Heilbronn zijn er twee alternatieven. Doen we dat langs de Neckar met al die bochten en dus meer kilometers? Of binnendoor met minder kilometers, maar meer klimmen? Ook de Wetterdienst er nog maar eens bijgehaald: 33 graden, dus dat klonk als haalbaar. We kiezen voor de klimroute. Het waren venijnige, korte maar toch wel steile klimmetjes. Omdat elk dorp hier in een kuil ligt, waren het er ook wel veel. Wel is het landschap veel aangenamer.

Geen snikheet dichtbevolkt Rijndal, maar nu glooiend akkerland en koele bossen met slaperige dorpjes. Ook mooie fietswegen, behalve als je in wat drukkere plaatsen bent, zoals in ons eindpunt Heilbronn. Meestal deel je de weg met auto’s die overigens goed rekening met je houden. Soms zie je iets wat op een fietspad lijkt, soms links, soms rechts. Vaak moet je stoep op stoep af en wisselen van links naar rechts (of andersom) en dus elke keer de weg oversteken. Soms houdt het fietspad ook gewoon op of wordt het als parkeerstrook door auto’s of vuilcontainers gebruikt. En op ingewikkelde kruispunten zijn moet je dan zelf maar zien hoe je aan de andere kant komt. Heilbronn is, als je vanuit het noorden binnenkomt een lelijke industriestad, maar de binnenstad, waar we nu zijn is best aardig. We zijn er al vroeg, dus er is even tijd om iets van deze stad aan de Neckar te zien.

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157718067279508

Amsterdam – Koblenz

5 augustus 2015

Er was al jarenlang een idee om eens een lange fietstocht te maken. Door mijn werk kwam het er niet van, maar sinds ik nu al meer dan een jaar ambteloos burger ben, is het idee weer gaan kriebelen en heb ik het plan maar eens concreet gemaakt. Rome, dat leek me wel een aardig doel. Een maandje, ook dat zou te doen moeten zijn. Een belangrijke randvoorwaarde zou zijn, dat ik het niet alleen wilde doen. Behalve dat het ongezellig is, kan er onderweg van alles gebeuren en dan is het toch wel handig als je met z’n tweeën bent. Mijn broer Louis zou het stuk in Duitsland wel mee willen fietsen. En zo had ik het hele stuk naar Rome bij elkaar georganiseerd. Met wie, waar en wanneer, daarover later. Ik zou het dus niet alleen willen doen, behalve dan het Nederlandse stuk van Amsterdam naar Roermond. Dat beschouwde ik als de ‘proloog’, om er een beetje in te komen, waarvoor ik twee dagen in juli had uitgetrokken.

In twee dagen dus van Amsterdam naar Roermond. Overnachten bij Kees in Den Bosch en daarna via een lunchpauze in Eindhoven naar Roermond. Vanaf Eindhoven tot Roermond zou Raymond, de vader van Marcel, meefietsen. Het begon allemaal al met intense hitte: 36 graden in Den Bosch en bij aankomst in Eindhoven de volgende dag al 38 graden. Hoewel ik aanvankelijk nog vond dat dit nou eenmaal bij ‘het erin komen’ hoort, raakte ik toch overtuigd dat verder fietsen naar Roermond op die dag niet verantwoord zou zijn. Dus is in die middag met fiets en al in de trein teruggegaan naar Amsterdam. Toch met een dubbel gevoel, want zulke ontberingen zou ik wellicht onderweg, vooral in Italië wel vaker kunnen tegenkomen en dan kan je ook niet ineens naar huis. Hoe dan ook, dat laatste stuk naar Roermond hebben we dan maar een paar dagen later bij meer draaglijke temperaturen gedaan.

Maar op maandag 3 augustus was het dan eindelijk zo ver: het échte vertrek. Louis zou met de trein uit Drenthe komen, ik met de trein uit Amsterdam en vanaf Roermond zouden we dan rond met middaguur vertrekken. We werden uitgezwaaid door Raymond en Antoinette en zouden een korte middagetappe naar Jülich doen. Ook om ‘er in te komen’. De volgende dag meteen regen, eerst wat licht gedruppel bij vertrek, maar gaandeweg meer. Dat hoort er bij zo’n tocht natuurlijk ook bij, evenals eerst maar eens Kaffee mit Kuchen om de regen af te wachten. Maar je kan natuurlijk niet de hele dag achter de koffie blijven zitten, dus toch maar door de regen verder. Af en toe droog maar aan het eind nog een flinke plensbui en met natte kleren belanden we in een comfortabel hotel in Rheinbach, zo’n 20 kilometer ten zuidwesten van Bonn.

Al met al erg tevreden, want we zijn nu écht op weg. Op de televisie kijken we even naar de Wetterdienst, waar voor de komende dagen in het Rijndal zo’n 40 graden wordt beloofd. En nu kunnen we niét meer eventjes naar huis..! Maar we zullen wel zien, de volgende dag is er nog niets van dat alles. Integendeel, heerlijk weer en via een soort hoogvlakte dalen we lekker naar de Rijn af. Daar kan je over een fietspad verder langs de rivier fietsen. Vrachtschepen schuiven langs, maar ook toeristenboten met ‘reisjes langs de Rijn’. Hier zien we ook de eerste hellingen met (witte) wijndruiven, ook al zo’n teken dat we nu écht op weg zijn. Nog een verrassing: onderweg (min of meer gecoördineerd) mijn broer Frans met zijn vrouw Ellen tegengekomen, die ook op fietsvakantie zijn. Met hen fietsen we het laatste stuk langs de Rijn naar Koblenz en hebben op een lekker terras in het centrum een gezellig familiediner. De kop is er nu echt af en een kleine foto-impressie staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157718056549342