Zaterdag was de reisdag van Athene naar Mykonos. Daarvoor moet je wel een hele dag uittrekken. Al vroeg met een taxi naar de haven in Piraeus en daar met de boot van 7:30 uur naar Mykonos. Het was een indrukwekkende en zelfs een opwindende ervaring en het voelde als een schoolreisje. Niet zomaar een scheepje maar een enorme boot met acht verdiepingen met ruimte voor vrachtwagens, bussen en auto’s. En het ging er allemaal op. Bovendien twee tussenstops, op Syros en Tinos, waar we al het uit- en weer inladen vanaf het dek uitvoerig konden bekijken. Qua ervaring toch een stuk leuker dan vliegen. Wel duurt het natuurlijk een stuk langer, inclusief de tussenstops zo’n zes uur. Mykonos is meteen een andere wereld. Hier geen crisis, zoals in Athene, maar dit is de wereld van Gucci, Valentino, de dure tasjes met dito clientèle. Engels is hier de voertaal en Grieken zijn er nauwelijks, behalve degenen die hier werken. Kleine design-boetiekjes in nauwe straatjes. Wij zitten overigens niet in het stadje zelf, maar zitten tussen het gewone volk in een lekker appartement in Ornos, iets ten zuiden daarvan. Hier – en op de aanpalende stranden – gaan we een paar dagen lekker nietsdoen. Het weer is zonnig, maar de avonden zijn fris. Voor een foto-impressie van de reis, zie:
Vrijdag was de laatste dag in Athene. In de ochtend een uitstapje gemaakt naar Piraeus, de haven van Athene. Slechts een kwartier met de bus, maar meteen is er een andere wereld. Hier geen crisis meer, maar luxe jachten, cruise-schepen en ferry-boten naar de eilanden en omliggende landen. In Amsterdam vinden we één cruise-schip al geweldig, maar hier liggen er meteen een stuk of tien. Het leuke was dat je heel dicht bij de boten kon komen, er viel veel te zien en dus ook te fotograferen. In de middag terug in Athene en wat geslenterd vanaf de Akropolis door de kunstenaarswijk Thission. Vlak bij huis nog even door de overdekte markt, waar ze vrijwel uitsluitend vlees verkopen. Geen al te verheffende aanblik, vonden we, en als je nog geen vegetariër bent, ga je het hier wel worden.
Al met al was Athene heel leuk. Heerlijk om er een paar dagen rondgezworven te hebben, maar het is ook wel even genoeg met de luchtvervuiling en ook het vuil op straat. Ten dele was het een déjavu. Opnieuw kennis gemaakt met de Griekse taal en de geschiedenis. Veel kennis van deze klassieken uit mijn gymnasium-tijd in Oldenzaal is blijkbaar in mijn onderbewustzijn blijven hangen. Het schrift van oud- en nieuw Grieks is hetzelfde en zelfs veel woorden zijn hetzelfde. Vandaag dus de laatste dag en morgen met de boot naar Mykonos. De foto’s van vandaag staan op:
Eerste indruk van Athene. Ik was er voor het laatst 31 jaar geleden, dus het is allemaal weer nieuw. Het was een lange dag, al om 03:30 vanochtend opgestaan voor de vroege vlucht naar Athene. Maar dan kom je vroeg aan, zodat we de stad toch nog uitvoerig konden bekijken. Gedeeltelijk met de hop-on-hop-off bus want we vonden dat we dat wel mochten, gezien de korte nacht. Maar toch ook wel veel lopen, want dat is uiteindelijk toch de beste manier om veel te zien. Je merkt aan alles dat de crisis er stevig inhakt en de stad heeft het er duidelijk moeilijk mee. Veel achterstallig onderhoud, dichtgetimmerde winkels, maar vooral confronterende tafereeltjes van bedelaars. Je hebt hier ruwweg twee economieën, eentje voor de toeristen en rijkere Grieken en eentje voor de armere Grieken. Dat zie je eigenlijk ook in ontwikkelingslanden met veel toerisme. Daar komt dan nog bij dat ze samen met Italië het leeuwendeel van de vluchtelingenproblematiek op zich nemen. Maar ondanks dat alles, is het een zeer levendige stad met vriendelijke mensen. Het Griekse volk schijnt een trots volk te zijn en dat bleek onder meer toen ze vorig jaar op het nippertje in de euro konden blijven. Toevallig is hier wel de democratie uitgevonden en toevallig was hier millennia geleden al een zeer hoogstaande en toonaangevende beschaving. Dat blijkt niet alleen uit de oude monumenten van de stad, maar ook in het Nationaal Archeologische Museum. Al met al een mooi en intensief dagje. Een uitgebreide serie foto’s gemaakt, die staat op:
Je ziet de stad weer eens van een hele nieuwe kant, als je boven op de nieuwe Amsterdam Tower staat. Je kan er niet alleen ver kijken, zelfs tot de duinen, Almere en Utrecht, maar je ziet ook weer nieuwe dingen. Zo wist ik niet dat er in Amsterdam-Noord zoveel wordt gebouwd en eigenlijk ontstaat daar een hele nieuwe stad. Meteen maar een jaar-abonnement genomen, omdat ik nog nog lang niet klaar ben met de toren. Zo is het weer heel anders bij de ochtend- en avondzon. En bij bewolkt weer zou je de binnenstad beter moeten kunnen zien. En niet te vergeten ‘Amsterdam by night‘. Natuurlijk er een uitgebreide fotoserie gemaakt, want daarvoor gingen we nou juist die toren op. Kijk maar op:
Met twee andere vrienden, Theo en Dick, onderhoud ik nu al jarenlang een loopgroepje. Elke zondag draven we een aantal kilometers in het Twiske en daarna zijn we bij Theo te gast, waar we bij een kop koffie de wereld verbeteren. Deze dag was om twee redenen speciaal. De eerste is dat ons loopgroepje nu 12,5 jaar bestaat. Daarnaast was er een verjaardag. Meestal vieren we onze verjaardagen niet met kadootjes, want we hebben eigenlijk alles al. In plaats daarvan biedt de jarige een dinertje aan. Meestal in een restaurant, maar de 68e verjaardag op 19 september van Theo werd op zijn zeilboot gevierd, afgeblust met een etentje op het terras van het havenrestaurant, waarbij even werd stilgestaan bij beide jubilea. Een klein fotoverslagje staat op:
Dát was nog eens een prachtig slotakkoord van de zomer, die veel mensen toch als wat teleurstellend zullen hebben ervaren. Af en toe een paar mooie dagen en dat was het dan wel. Maar halverwege september ineens temperaturen van 30+ en dat ook nog eens dágen achter elkaar. Dat vroeg natuurlijk weer eens om een paar dagen Zandvoort. Vooral ook omdat de schoolvakanties al waren afgelopen en de treinen en stranden een stuk leger waren. Het waren een paar heerlijke dagen, maar de laatste dag verliep enigszins onfortuinlijk. Op een locatie op zo’n vier kilometer loopafstand van het station werkte mijn voet ineens niet meer mee en kon ik eigenlijk geen meter meer fatsoenlijk lopen. Maar gelukkig was daar Ger, de man die met zijn tractor met aanhangwagen elke avond de schelpen van het strand opschept en ons heel liefdevol bijna bij het station heeft afgezet. De onfortuinlijkheid heeft me wel drie maanden – althans voor wat betreft het hardlopen – huisarrest gekost. Maar de Zandvoort-uitsmijter van het seizoen namen ze ons niet meer af. Kijk maar op:
Dinsdag een fietsrondje gemaakt door het Westelijk havengebied. Nou woon ik al bijna 23 jaar in Amsterdam, maar er zijn blijkbaar nog steeds plekken, zelfs in de stad, waar ik nog nóóit ben geweest. Het Westerpark bijvoorbeeld. Je komt er vaak langs met de trein, maar nog nooit had ik de moeite genomen het park eens te betreden. Aan de rand daarvan, op de Spaarndammerdijk, een alleraardigste stadsboerderij, maar ook daar had ik nog nooit van gehoord! Dan het havengebied zelf, met de auto onderweg naar IJmuiden ben ik er wel eens langs gekomen, maar je wilt het eigenlijk meestal snel weer verlaten. Maar als je er met de fiets langskomt levert dat weer onverwachte plaatjes. Zie:
Hoog (nou ja hoog..?) bezoek uit Rusland. Protserig jacht dat hier ineens staat, nota bene voor het scheepvaartmuseum en hier veel bekijks trekt. Ernaast ook nog een scheepje voor het gewone volk. Eens even kijken wat Thomas Piketty hiervan vindt. Nu ik toch de camera ter hand had genomen, ging ik verder in de stad kijken en een uitstapje gemaakt naar het terrein van de vroegere ‘Nederlandse Dok- en Scheepsbouw Maatschappij’ (NDSM). Van dat industriële erfgoed staan de restanten nog overeind en je kan er met de pont vanaf Centraal Station in een kwartiertje naar toe varen. Hoewel een vergeten stukje Amsterdam, heeft het hippe volkje het gebied al lang ontdekt en het is nu een soort broedplaats van allerlei kunstvormen en ongeremde graffiti. Maar het wordt nu ook in bezit genomen door het ‘establishment‘ en projectontwikkelaars, die daar al druk aan het bouwen zijn.
Dit weekend wordt er ook de Hiswa te water gehouden, zodat we kunnen verwachten dat hier dure jachthavens gaan komen. En misschien ook wel dat Russische schip, dat ik in de stad zag. Ook zijn de eerste hotels hier ook al verschenen. Je kan er logeren in boten, hijskranen en zelfs in een ‘normaal’ Hilton Doubletree hotel. Maar voor de liefhebbers van rafelrandjes is er nu nog genoeg te zien. Maar voor hen, voor de broedplaatskunstenaars en de graffitispuiters valt echter te vrezen dat ze de strijd met het geld zullen verliezen en over tien jaar staat hier vermoedelijk weer een keurig aangeharkt nieuw stukje stad. Dus maar even in een fotoserie vastgelegd hoe het hier in 2016 nog was. Voor dat alles, inclusief de reis er naar toe, maar ook het Russische jacht, zie:
Al dagenlang is de rit in de Vogezen doorgenomen en de kaart is wel honderd keer bekeken. Hoeveel kilometer is het, hoeveel moet worden geklommen en waar zitten de steile stukken? En hoe is het met de hitte? Zondagochtend dus al om 8:15 uur op de fiets, voor de klim naar de Col de la Schlucht. In het begin nog wat vals plat maar gaandeweg steiler. Gelukkig geen afdalinkjes tussendoor, want dat zou alleen nog maar meer klimwerk betekenen. Bovenop begint de Route des Crêtes, redelijk vlak met af en toe omlaag en omhoog. Wel veel motoren in groepen en die griezels erop vinden het nodig om zo hard mogelijk en met zoveel mogelijk lawaai rond te scheuren. Prachtige uitzichten, over de Vogezen, het Rijndal en het Zwarte Woud. Alleen de laatste twee kilometer van de slotklim naar de Grand Ballon waren weer steil. Af en toe wat achter op het zadel zitten om ook wat duwkracht naar voren te geven en zodoende op de fiets te kunnen blijven. Op het asfalt de namen van de bekende wielrenners. Mooie scene en het enige wat nog ontbrak waren de dranghekken en het uitzinnige publiek. In totaal ruim 1000 meter geklommen. Vrij fris boven, maar mooi uitzicht richting zuiden, naar de Jura.
Dan naar beneden naar Thann en dat was echt genieten. 1000 meter omlaag, wel voorzichtig en veel in de remmen. Moest er maar even niet aan denken, dat ik nu wel heel afhankelijk ben van twee remkabeltjes. Het wordt nu snel weer warmer en in Thann is het gewoon weer snoeiheet. Biertje genomen in ons hotel op deze prachtige dag..! Maandag besloten dat Thann een mooie basis is voor enkele uitdagende fietsrondjes. Dat kan dus zonder bagage. Nu is ook de temperatuur een stuk aangenamer: 25 graden in plaats van de 35 van gisteren. Wel zijn er weer venijnige colletjes. Ik had gehoopt dat ik zonder bagage soepeltjes naar boven zou kunnen rijden, maar moet erkennen dat het klimmen niet meer zo gaat als dertig jaar geleden. Het plezier erin is onverminderd groot.
De laatste dag, dinsdag, is gekozen voor de ‘Route des Vins d’Alsace’. Min of meer langs de rand van het Rijndal, maar ook af en toe de heuvels in. Geen bergen nu, maar wel voortdurend op en af. Omdat de wind uit het noordoosten kwam, kozen we voor de makkelijkste variant: naar het zuiden fietsen. Dus eerst met de trein naar Séléstat. Er is een fiets- en autoroute. De fietsroute is niet altijd goed aangegeven, dus soms kom je op de autoroute terecht. Soms is de weg opgebroken en dan moet je het zelf maar uitzoeken. Al met al kan de bewegwijzering beter. Maar welke route je ook neemt, het is schitterend. Prachtige wijnhellingen, je komt langs prachtige domaines de vin en grand crus d’Alsace. En vakwerkhuizen met overvloedige geraniums, prachtig afstekend tegen de blauwe lucht. En natuurlijk de talloze kruisbeelden langs de weg, een godvrezende streek dus.
De lunch gebruikt in Riquewihr, een van de toeristenfuiken hier. Drommen toeristen slenteren door de smalle straatjes vol prullaria en produits regionaux. Van het ongetwijfeld mooie oorspronkelijke karakter van het plaatsje is weinig meer over. Nee, dan Turckheim, even verderop. Minstens zo mooi, maar hier komen nauwelijks toeristen, juist omdát hier zo weinig toeristen komen. Het laatste stuk ging over een wat hoger deel met links mooi uitzicht over Mulhouse en rechts de Grand Ballon. Uiteindelijk werden het toch weer meer kilometers dan gepland, maar het was een prachtige afsluiting van een prachtige week. Woensdag naar huis, ook weer fijn…! Uitgebreid verslag deze keer, maar des te minder foto’s. Daarvoor was tijdens al dat klimwerk weinig tijd. Maar er is toch een klein serietje gekomen op:
Een weekje fietsen met Chrit. De eerste dag zou nog een makkie worden, een soort van proloog. Dachten we tenminste. Met de trein naar Maastricht en dan op de fiets naar Spa. Op de kaart zag het er heel onschuldig uit, maar het was zwaar. Het zal er wel aan liggen dat vandaag de eerste dag was en ik heb eigenlijk nog niet veel gefietst dit jaar. Maar ik heb tijdens de tocht vorige jaar naar Rome niet zo afgezien als vandaag. Maar daarna ging het al een stuk beter, al waren er later ook wel weer veel stukken met dat gluiperige valse plat. Stukken weg die er vlak uitzien, maar het niet zijn. Maar je kunt er tenminste in je ritme komen. Een ander voordeel was dat we de afstand veel beter over de dag konden verdelen. Gisteren pas na het middaguur op de fiets, vandaag al om 9 uur. En stevig ontbeten. Ook veel beter gedronken. En onderweg een enorm stuk appeltaart, waar ik een hele dag op kon teren.
Er was ook veel déjavu. Herinneringen aan de vele tochten door de Ardennen bij de passage van Francorchamps, Stavelot en Vielsalm. En niet te vergeten Grand Halleux (de echte kenners weten waarom). Aangekomen in Asselborn, een dorpje in Noord-Luxemburg. Lekker B&B aan het water. Maandag, de derde dag was weer behoorlijk zwaar, vooral door veel klimwerk en nu ook door de verzengende hitte. Het was alleen maar klimmen en dalen. Probleem is echter dat het dalen één minuut duurt en je dan weer tien minuten moet klimmen. Dus je bent eigenlijk het grootste deel van de tijd aan het klimmen. Vlakke stukken waren er niet, behalve op het laatst. Verder hebben we om redenen die te ingewikkeld zijn om hier uiteen te zetten af en toe flink omgereden. Het plan vanochtend was om 75 km te rijden, maar het zijn er 103 geworden. Vrijwel alle steden van dit land hebben we gezien: Clervaux, Vianden, Diekirch, Ettelbrück en Luxemburg.
Het stuk vanaf Ettelbrück was een piste cyclable, langs de Alzette, dus eindelijk vlak. Aan de auto’s te zien zou je denken dat je in Nederland bent. Veel Nederlandse toeristen en je kunt vaak met Nederlands terecht. Luxemburg is best een mooi, maar ook wel een saai land. Behalve wandelen kun je hier weinig doen. De kleine dorpjes maken verder een uitgestorven indruk. We overnachten in Luxemburg-stad. Maar zaterdagochtend, nog in Luxemburg, besloten een rustdag in te lassen. Het plan was eerst om vanaf Nancy verder te fietsen. Maar het zijn drie zware en hete dagen geweest, waar we overigens met veel plezier op terugkijken. En met de koninginnenrit voor de boeg gunden we ons deze ADV-dag. Daar kwam bij dat het in Nancy 36 graden zou worden.
Dus eerst maar eens met de trein van Luxemburg naar Nancy. In Nancy, op het Place Stanislas twee uurtjes doorgebracht, nagedacht over de rest van de dag en een godsvermogen aan koffie en taart uitgegeven. Daarna met de trein verder naar St.Dié-des-Vosges. Kaal landschap, met weinig bomen. Je probeert je vanuit de air conditioned trein voor te stellen hoe het zou zijn hier in de brandende zon te fietsen, terwijl de tevredenheid over de genomen beslissing met de minuut toeneemt. In de verte doemen de Vogezen op en in het koele Ibis-hotel kunnen we er ons mentaal op voorbereiden. De stad zelf stelt weinig voor, maar wel ontzettend lekker gegeten, zodat we mentaal goed voorbereid waren op de zondag. Ondanks al het klimmen nog wat tijd gehad voor wat foto’s, die staan op: