Coffs Harbour – Brisbane

26 april 2017

We rijden verder naar het noorden en de vierbaansweg wordt grotendeels tweebaans, hoewel ze druk bezig zijn om het hele stuk vierbaans te maken. Het zal denk ik wel bijdragen tot de ontwikkeling van het noorden. De meeste Australiërs, die we tot dusver spraken, zijn allemaal in Europa en meestal ook wel in Nederland geweest, maar het stuk ten noorden van Brisbane kennen ze niet. En ze vinden het eigenlijk ook maar raar dat wij helemaal met de auto naar Cairns gaan. We belanden in Byron Bay, een tamelijk drukke toeristenplaats met schitterende surfstranden. Onze B&B ligt een stuk rustiger in het binnenland. De dresscode in Byron Bay is lange haren, ongeschoren en een surfplank onder je arm. En op blote voeten door de stad lopen natuurlijk. Dat zien we hier trouwens vaker. Niet alleen hippies lopen op blote voeten, maar het verschijnsel blijkt hier veel algemener te zijn: in winkels, eetgelegenheden en zelfs in openbare toiletten.

Maar afgezien daarvan is dit een prachtige plaats. We gaan naar het strand en hier heb je golven die ik van m’n leven nog nooit zo hoog en krachtig heb gezien. De kunst is om precies op het goede moment op zo’n golf mee te zwemmen en dan word je ineens meters verderop op het strand neergekwakt. Ik vond het een geweldige, maar ook tamelijk heftige ervaring. 25 april is hier de ‘Anzac-day’, de dodenherdenking van de betrokkenheid van Australië en Nieuw-Zeeland in de Eerste Wereldoorlog. In Mullumbimbi (het dorpje van onze B&B) wordt – net als in andere plaatsen in Australië en Nieuw-Zeeland – in de ochtend een optocht gehouden, gevolgd door een herdenkingsdienst. Daarbij volop aandacht voor niet alleen de Eerste Wereldoorlog, maar ook voor de situatie waarin de wereld zich thans bevindt. Al met al een indrukwekkende bijeenkomst.

Woensdag reizen we dan verder naar het noorden. Een regenachtige dag, helemaal in overeenstemming met het dorp (Murwillumbah) waar we een kleine lunch gebruiken. Dat ligt aan de Tweed-rivier in een soort delta, en het dorp is drie weken geleden getroffen door een cycloon. Het onheil kwam niet zozeer van de zee (zoals verderop in het noorden het geval is geweest), maar van de meer dan 600 millimeter regen in die dagen, bijna evenveel als bij ons in een heel jaar. Wie klaagt er dan nog over regen in Nederland? Het water dat uit de bergen spoelde zette het hele dorp niet alleen onder water, maar ook onder een dikke laag modder. De sporen daarvan zijn nog duidelijk zichtbaar. Het dorp ligt aan de grens van de staten New South Wales en Queensland. De staten worden hier eigenlijk nog steeds beschouwd als verschillende landen, kennelijk met verschillende wetgevingen, maar waarvan wij natuurlijk niks merken.

Bij het binnenrijden van Queensland doemt aan de kust in de verte meteen de ‘Gold Coast’ op, het Benidorm van Australië. Een dertig kilometer lange kuststrook van wolkenkrabbers en andere afgrijselijke bouwsels. Heel raar eigenlijk dat we hier terecht komen, want we dachten net de bewoonde wereld zo’n beetje verlaten te hebben en dan krijg je dit. Hier gaat Australië dus met vakantie, maar persoonlijk zou ik doodongelukkig worden als ik hier met vakantie zou moeten. Het middelmatige weer accentueert nog eens de troosteloosheid van de omgeving. Gold Coast maakt zich overigens wel op voor de ‘Commonwealth Games’ van 2018 die hier gehouden gaan worden. Een soort Olympische Spelen voor het Gemenebest, hier kennelijk heel belangrijk, maar in Nederland had ik er nog nauwelijks over gehoord. Voor de foto’s zie: 

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157689020087803

Bowral – Coffs Harbour

22 april 2017

Woensdag hebben we in één dag bijna 700 kilometer afgelegd en zijn we beland in Coffs Harbour. Een mooie kustplaats met mooie stranden. Het is hier inderdaad meteen een stuk warmer, met overdag zo’n 25 graden. Alleen is het met veel bewolking en regenbuien nog niet echt strandweer. Het achterland is evenzeer de moeite waard en vrijdag maken we een uitstapje naar het Dorrigo National Park, wat hoger in de bergen maar met een prachtig regenwoud. Na de regen ziet het er lekker dampend uit met dito vegetatie. Het leuke van een langer verblijf ergens is dat je tegen mensen aanloopt, die je dingen laten zien, die je anders nooit zou zien. Zo komen we – nog steeds in Coffs Harbour – terecht in een zaaltje waar je niet alleen kunt eten, maar waar tegelijkertijd ook een loterij wordt gehouden waar ze biefstukken verloten. Dat schijnt in Australië trouwens tamelijk gebruikelijk te zijn. De avond verloopt met grote glazen wijn erg gezellig, want er schuiven voortdurend andere mensen aan, die uitbundig met ons allerlei aspecten van het gewone-mensen-leven doornemen.

De volgende avond zien we sommige gezichten opnieuw in een grote dorpspicknick op een grasveld, andermaal besprenkeld met wijn en lekker eten uit opgestelde stalletjes. En zo werd een verblijf van drie dagen in een provincieplaatsje zonder al te veel toeristische hoogtepunten toch nog heel leuk. Zo krijg je ook wat meer inzicht hoe deze maatschappij in elkaar zit. Hoewel het economisch met Australië als geheel best goed gaat en het land van de crisis nauwelijks iets heeft gemerkt, blijkt in Coffs Harbour het werkloosheidspercentage rond 50 (vijftig…!!!) procent te liggen. Voor Europese begrippen onvoorstelbaar hoog. In het hoogseizoen is er door het toerisme wel wat meer werk, maar nu dat seizoen is afgelopen is dat er veel minder. Het werk in Australië blijkt grotendeels geconcentreerd in de grote steden Sydney en Melbourne. Daardoor zijn de huizenprijzen in die steden astronomisch hoog. Eén miljoen euro voor een gewoon appartement is in Sydney en Melbourne heel normaal, terwijl je in Coffs Harbour een prachtige villa voor 4 ton kunt hebben. Zie ook:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157675852313837

Sydney – Bowral

18 april 2017

Na Sydney zijn we opnieuw naar de Blue Mountains gegaan. We hadden er op de heenweg een glimpje van gezien, maar ze zijn een langer bezoek waard. Dus op Eerste Paasdag ernaar toe en dat hebben we geweten. Opnieuw prachtig weer en half Sydney, plus een aanzienlijk deel van China, moest erheen. De grootste attractie daar is een drietal rotsen (the Three Sisters). Typisch zo’n toeristische attractie waar iedereen naar toe gaat omdat alle anderen er ook heen gaan. Best mooi, daar niet van, maar ik heb steeds meer de neiging om dat soort plaatsen te vermijden. De aanvankelijke schoonheid wordt behoorlijk teniet gedaan door alle auto’s, walmende bussen en de mensenmassa’s met hun selfies. Maar toegegeven, wij waren er zelf ook bij om te proberen er een foto van te maken. Want het viel nog niet mee om in die menigte de beroemde zussen op de foto te krijgen. Maar ze zitten erbij, in de bijgevoegde serie.

We zijn al met al vrij lang in de regio blijven hangen. Dat kwam niet alleen door Sydney, maar ook door de omliggende regio (Southern Highlands), waar we belanden in Bowral, een klein plaatsje ten zuidwesten van Sydney. Het is er in deze tijd van het jaar prachtig. Volop herfst en met het mooie weer kleuren de bomen prachtig donkerrood, herfstkleuren die je bij ons niet zo kunt zien. Blijkbaar zijn wij er in de mooiste tijd van het jaar. Vergelijk het bij ons met medio oktober en dan klopt het wel zo’n beetje. Wel worden de avonden fris, dus het wordt onderhand eens tijd naar het noorden af te reizen, anders komen we nooit in Cairns, dat nog zo’n 2500 kilometer verderop ligt. We willen vanaf nu wat langere stukken op één dag rijden en ook wat langer ergens blijven. Want het is toch wel een heel gedoe om elke dag opnieuw de bagage in- en uit te laden. Bovendien is het heerlijk, zoals we in Sydney hebben gemerkt, een paar dagen ergens te zijn en je daar dan ook wat meer thuis te voelen. Voor ‘de zusters’ en de herfstkleuren zie:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157675855189957

Sydney (2)

15 april 2017

Halverwege de week zijn we verhuisd van het logeeradres bij Marleen in Manly naar ons B&B in het centrum van de stad. Sydney is een miljoenenstad en de verkeerschaos is navenant. Het heuvelachtige terrein maakt een efficiënte doorstroming blijkbaar lastig en het korte tripje van 10 kilometer van Manly naar de stad kostte toch nog ruim een uur. Fietsen doen ze hier niet en voorzieningen voor voetgangers zijn al helemaal de sluitpost. Als je door de stad wilt lopen, moet je flink wat extra tijd uittrekken voor het wachten voor een zebrapad. Dat doet overigens – in tegenstelling tot in Amsterdam – iedereen heel braaf. Een verplicht nummer is de brug. Bekend van het vuurwerk in de nieuwjaarsnacht en een architectonisch wonder. Je kan er overheen lopen en een van de pilaren beklimmen met prachtig uitzicht over de stad. Je kan zelfs onder begeleiding over de boog lopen, maar omdat de camera niet mee mocht hebben we daarvan maar af gezien.

Een wandeling langs de kust bij Bondi-beach was een ander verplicht nummer. Prachtige hoge golven, die uit de verte hoog komen aanrollen en die met een mooie groen-witte kleur op het strand terecht komen, dan wel met geweld tegen de rotsen te pletter slaan. Een paradijs voor surfers die elegant over de golven heen dansen. Bondi is zo’n beetje de moeder van alle mooie stranden, maar het is niet echt mijn soort strand. Iedereen zit daar vooral mooi te wezen en hip te doen, maar zwemmen kan je er nauwelijks. Dat was dan ook – behalve op een klein stukje – verboden vanwege de hoge golven en het gevaar vanwege de haaien. Verder was het Goede Vrijdag, iedereen was vrij, het weer was prachtig, dus het strand was overvol. Voor meer brug en golven, zie:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157704573402351

Sydney (1)

12 april 2017

Sydney: hier gaan we ruim een week doorbrengen. De eerste paar dagen bij Marleen (dochter van mijn broer Paul) en haar man Camiel. Daarna nog een paar dagen in een B&B in het centrum. Sydney staat bekend als een van de meest leefbare steden ter wereld. Volgens de Lonely Planet was Melbourne dat ook al, maar voor Sydney geldt dat zeker ook, wat mij betreft. Alle reden om er dus een volle week te blijven, al was het maar om een rustpunt te hebben halverwege onze grote trip. Marleen is met coaching en training nog steeds actief in de zwemsport. Alles in deze stad ademt trouwens sport. Het bijna ideale klimaat en de natuurlijke ligging helpen dan natuurlijk ook. Geen wonder dat deze stad in 2000 de Olympische Spelen mocht organiseren. Massa’s mensen (jong en oud) zwemmen, lopen hard, wandelen, fietsen, kanoën, surfen en ga zo maar door. En als je dan na al dat sporten beschikt over een six-pack, is het hier ook de bedoeling dat iedereen dat ziet.

Dat sporten begint ’s morgens in alle vroegte, voordat ze naar hun werk gaan. Elke ochtend (365 keer per jaar..!!) wordt op Manly Beach een zwemevenement gehouden in de oceaan naar de overkant van de baai, waaraan meer dan honderd mensen meedoen. Marleen en Marcel doen dat op zondag ook en Marcel zelfs nog twee keer daarna. Ik heb me beperkt tot een hardlooprondje over de boulevard, hoewel ik even in de verleiding kwam om de zwemtocht ook te ondernemen. Een ander hoogtepunt was nog wel de opera Carmen van Bizet, in de open lucht, met uitzicht op de Harbour Bridge en het Opera House. Heerlijke warme avond, prachtige akoestiek, mooie kostuums en dus een onvergetelijke ervaring. Vreemd overigens om eens een opera in het Frans te horen. Wel werd met een lichtbalk een vertaling gegeven in het Engels en Chinees. De foto’s van het eerste deel van de week zijn te zien op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157706108065524

Melbourne – Sydney

7 april 2017

Vanaf Melbourne zijn we de grote reis naar het noorden begonnen. We hadden een wegenatlas van Australië gekocht, met daarin kaarten van het hele land, dus ook van de gebieden waar we nooit zullen komen. Toch ga je (ik tenminste) door de atlas bladeren en krijg je meteen ontzettende zin om via Perth naar Darwin te rijden. Totdat je ontdekt dat het alleen al van Perth naar Darwin 4000 kilometer is, en dat brengt je al snel weer bij de realiteit om het te houden bij ons toch al niet zo héél bescheiden plan. We kwamen onderweg een heel instructief kaartje tegen waaruit blijkt dat alleen al de grotere Europese landen tezamen met gemak in dit enorme continent passen. Ter lering en vermaak heb ik het kaartje in bijgevoegde serie gezet. De afgelopen dagen zijn we van Melbourne naar Sydney gereden. Dat ziet eruit als een klein stukje op de kaart, maar is toch nog 900 kilometer. Een normaal mens gaat dat vliegen. Andere normale mensen rijden dat over de autosnelweg, maar wij hebben – mede op advies van een Deense expat die we in Melbourne tegen kwamen – het traject met twee overnachtingen onderweg (in Albury en Goulburn), via slaperige dorpjes afgelegd. Het leuke daarvan is dat je onderweg van alles meemaakt, en bij de koffie-stops vragen de mensen zich af wat wij in hemelsnaam in hun dorpje te zoeken hebben. Maar ook Australiërs zijn bereisd en veel van de mensen die wij daar tegenkomen zijn zelf al eens in Europa, en zelfs ook in Amsterdam geweest.

Het landschap ziet er aan het eind van de zomer uitgedroogd uit. Koeien zoeken de laatste grassprietjes op de geelbruine weilanden. We komen onder meer in Canberra, de hoofdstad en het politieke centrum. Gebouwd in het begin van de vorige eeuw, toch tamelijk futuristisch en opvallend is het cirkelvormige stratenpatroon. Niet echt een gezellige woonstad, maar als we in het spitsuur de ambtenaren met hun aktetasjes de kolossale kantoorpanden zien verlaten, vraag ik me af hoe je hier je vrije tijd moet doorkomen. Aan het eind nog even een glimp opgevangen van de Blue Mountains. Daar hadden we eigenlijk geen tijd meer voor, maar we hebben ons voorgenomen om hier in de komende dagen nog terug te komen. In de vroege avond, maar al in het donker zijn we Sydney binnengereden. Een hele uitdaging om in het donker en in de spits te proberen de drukste wegen te vermijden om helemaal aan de andere kant van de stad uit te komen. Hier gaan we enkele dagen blijven. Het fotoverslag van deze tocht staat op:  

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157702738120062

Melbourne

4 april 2017

Melbourne, het ondergeschoven kindje van Sydney. Toch hoort de stad volgens de Lonely Planet tot een van de ‘meest leefbare’ steden in de wereld. En inderdaad, het heeft er alle schijn van. Geholpen door het heerlijke klimaat met zijn – ook deze dagen – diepblauwe luchten is het een genoegen om hier enkele dagen door te brengen. We hadden dan ook meteen al besloten om er dan nog maar een dagje aan vast te plakken. Maar onze accommodatie was al volgeboekt, dus nu gaan we toch maar op woensdag weg. De stad heeft wel wat weg van Manhattan en onze B&B zit er middenin. Het nadeel is dat er weinig zon en zelfs weinig daglicht binnen is, maar het is natuurlijk hier niet de bedoeling dat je de hele dag binnen gaat zitten. De stad ‘boomt’ volop. De economische crisis is goeddeels aan dit deel van de wereld voorbijgegaan. Overal verschijnen nieuwe wolkenkrabbers en ik heb de indruk dat ook China hier volop investeert. Het lijkt wel bijna een Aziatische stad en de hippe zaakjes worden voor een aanzienlijk deel gedreven door Chinezen dan wel andere Aziaten.

Met dito clientèle. Ook Chinese toeristen hebben dit ontdekt. Dat laatste brengt met zich mee dat je voor fotografie meer tijd moet uittrekken en af en toe heel geduldig moet zijn. Ze hebben de gewoonte om niet een bepaald onderwerp te fotograferen, maar juist elkaar met het onderwerp als achtergrond. Er worden hele fotosessies gehouden met alle familieleden op de foto in verschillende combinaties, soms zelfs met verschillende camera’s. Dan worden de foto’s bekeken en vaak zijn ze dan ook nog niet de eerste keer goed. Dat jij geduldig staat te wachten hebben ze niet in de gaten, zo gaan ze op in dit hele proces. Voor liefhebbers van architectuur is het hier smullen. Opvallend is niet alleen de vormgeving van de gebouwen, maar ook het gebruik van vaak felle kleuren, die weer prachtig afsteken tegen de blauwe lucht. Vooral de combinatie van wolkenkrabbers en de klassieke Engelse architectuur vond ik erg mooi. Daarbij kwamen nog de versierselen van de blinde muren, die ze hier ‘street-art’ noemen en die af en toe ook wel op onze graffiti lijken. De lokale VVV heeft er zelfs een folder van gedrukt met een wandeling langs deze werken. Een foto-impressie van Melbourne staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157702742202882

Geelong – Melbourne

2 april 2017

Inmiddels zijn we in Australië. Meestal noem je Australië en Nieuw-Zeeland in één adem, in het kort ‘down-under’, maar het was toch nog bijna vier uur vliegen van Auckland naar Melbourne en in diezelfde tijd vlieg je ruim heel Europa over. Daar stond een auto klaar: verrassend groot, je zit wat hoger en eigenlijk is het heerlijk om ook iets meer ruimte om je heen te hebben. Tenslotte gaan we lange afstanden met die auto rijden. We beginnen in Geelong, zo’n 80 kilometer ten zuiden van Melbourne. Daar bezoeken we eerst Evert (zoon van mijn broer Louis) en Monique. Om precies te zijn in Ocean Grove, nog een stukje naar het oosten en zo’n 300 meter van de oceaan aan een onafzienbaar en nagenoeg leeg strand. Je kunt slechter wonen. Ze wonen hier al elf jaar, helemaal ingeburgerd. Op de kaart zag Geelong eruit als een leuk dorp, maar het blijkt toch nog een stad te zijn van 300 duizend inwoners.

Vreemd eigenlijk, als je van Melbourne naar Geelong rijdt, alles ziet er heel dichtbevolkt uit, maar dat enorme Australië heeft maar net wat meer inwoners dan Nederland. Ook hier dus grote vrijwel onbevolkte gebieden, die ze hier ‘the outback’ noemen. Verder is Geelong een mooi startpunt voor de ‘Great Ocean Road’. Verplicht nummer voor alle toeristen en wij schuiven daarin dus maar netjes aan. We zijn inderdaad niet de enigen. We hadden wel wat pech met het weer: weliswaar droog, maar de lucht betrekt en er staat een koude wind uit het zuiden (Antarctica dus). Dat nadeel wordt plotseling een voordeel als we bij de ‘twaalf apostelen’ komen: dé grote toeristenfuik van de Great Ocean Road. Mooi door de lage zon verlichte rotspartijen tegen dreigende donkere luchten. Mooier kan je het als fotograaf niet hebben, hoewel dat natuurlijk een kwestie van smaak is. Hoe dan ook, het resultaat staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157706031098255

Cape Reinga – Auckland

31 maart 2017

Tijd voor de terugkeer uit het hoge noorden naar Auckland. Ik had eerst het idee dat Auckland zelf in het uiterste noorden lag, maar de echte noordpunt, Cape Reinga, ligt daar nog ruim 500 kilometer boven. Die afstand terug naar Auckland hebben we dinsdag overbrugd. Daar kan je dan meteen een volle dag voor uittrekken, want het gaat vrijwel helemaal over bochtige en smalle tweebaans wegen. Onderweg gestopt in Kawakawa. Daar heeft de Oostenrijkse architect Hundertwasser 25 jaar gewoond en hij heeft er duidelijk zijn sporen achtergelaten. Het meest bekend is het ontwerp van de lokale openbare toiletten, en die toiletten zijn daarmee meteen de belangrijkste bezienswaardigheid in het dorpje. Hij heeft in elk geval anderen weer geïnspireerd, want in het hele dorp zijn – evenals op vele ander plaatsen in Nieuw-Zeeland – blinde muren weer van (al dan niet fraaie) motieven voorzien. Vermoedelijk gebeurt dat onder toezicht van een of andere regulerende instantie, die ervoor zorgt dat er niet zomaar in het wilde weg wordt gekliederd.

Ik vond hetgeen hier en op veel andere plaatsen in de openbare ruimte aan ‘kunstwerken’ is te zien vaak de moeite waard voor een tussenstop. En bovendien een mooi voorbeeld van hoe je met openbare ruimte kunt omgaan. Vlak voor Auckland begint dan ineens een heuse vierbaans autoweg, die zorgt voor een voorname entree in de stad. Vanaf de brug kan je de skyline met de markante toren mooi zien en voor het eerst in zes weken heb ik het gevoel weer eens in een echte stad aan te komen. Met zijn anderhalf miljoen inwoners is dit weliswaar niet de hoofdstad, maar wel verreweg de grootste stad van Nieuw-Zeeland. Hier woont dus een-derde deel van alle Nieuw-Zeelanders en zo zie je hoe dunbevolkt de rest van het land eigenlijk is. Ondanks zijn grootstedelijk karakter is twee dagen toch ruim voldoende voor Auckland. Woensdag plensde het de hele dag en dan is de Art-gallery een voor de hand liggende optie. De verderop gelegen ‘winter-garden’ moesten we vanwege de nattigheid laten liggen.

Woensdagavond werden we voor het eten uitgenodigd door de broer van Chris, die ook in Auckland woont. Altijd leuk om eens een avondje geen toerist te zijn, maar je te begeven onder de mensen en eens te horen hoe hier tegen het leven wordt aangekeken. Er wordt geklaagd over de snel stijgende huizenprijzen. Chinese projectontwikkelaars zijn hier met name actief. Aangekochte woningen worden veelal gesloopt om er weer vier woningen voor in de plaats neer te zetten. Verder blijkt nu dat Nieuw-Zeelanders enorm reislustig zijn. Ik heb in al die zes weken vrijwel alleen maar mensen ontmoet die (vaak zelfs meerdere keren) in Europa zijn geweest. Opmerkelijk is de interesse in Europese zaken. De voors en tegens van de Brexit komen aan de orde en iedereen is ervan op de hoogte dat de Engelse brief, met het verzoek om de EU te verlaten, vandaag in Brussel is aangekomen. Donderdag was onze laatste volle dag in Nieuw-Zeeland. Nog wat door de stad gewandeld, de Sky-tower op geweest en wat orde aangebracht in de bagage. Morgen vertrekken we naar Melbourne. Daar wachten zes weken Australië. Dit is dus ook meteen het laatste blogje over Nieuw-Zeeland. De foto’s van de laatste dagen staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157706041703415

Thames – Cape Reinga

27 maart 2017

Zondag was weer eens een echte regendag. Toch verliep de korte trekking door een van de oudste oerbossen met behulp van een paraplu zonder al te veel nattigheid. Zo’n 200 jaar geleden in de Maori-tijd stond het hele Noordereiland nog vol met van die bossen. Maar sinds de westerse beschaving het eiland heeft overgenomen zijn de meeste bossen – met behulp van de sterke agriculturele lobby – veranderd in weilanden met koeien met dito CO2-productie en aantasting van de kwaliteit van het water in de rivieren. Dit is daarmee de allergrootste ergernis van de milieulobby in dit toch wel milieubewuste land. Hoogtepunt van de afgelopen dagen was nog wel het uitstapje met een bus naar Cape Reinga, de uiterste noordwestpunt van het Noordereiland en dus van Nieuw-Zeeland. Opnieuw ontzettend geboft met het weer na al die regen van de dag ervoor.

Onderweg passeren we allerlei ‘laatste punten’, zoals het laatste dorpje, het laatste benzinestation, het laatste huis met elektriciteit en ga zo maar door. Maar als je dan al die laatste punten achter je hebt gelaten en dan echt op Cape Reinga staat, voel je je inderdaad aan het eind van de wereld. Want waar in de wereld kan je nou eenmaal over een oceaan kijken, die aan alle kanten duizenden kilometers ver is? De camera kwam dan ook wederom ogen te kort om vast te leggen hetgeen is ervaren. De terugweg wordt met een bus over de ’ninety-mile-beach’ afgelegd. Niet ongevaarlijk overigens. Je mag er met de auto op, maar als die in het zand komt vast te zitten is de auto onherroepelijk binnen drie dagen onder het zand verdwenen. De bus rijdt dan ook met hoge snelheid over het zand en gaat alleen maar stil staan waar het kennelijk kan. Zo zouden er in de afgelopen acht jaar zo’n vijftig auto’s op deze manier zijn verdwenen. Het strand heeft hoge duinen, die hoog genoeg zijn om er en passant nog even met een surfboard vanaf te glijden. Zie voor de foto’s:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157706160597624