Zuidelijk Flevoland: het laatste ingepolderde stuk in het IJsselmeer. Ooit zou het hele IJsselmeer worden ingepolderd, maar hier zal het wel bij blijven, vermoed ik. Het ligt er nu alweer zo’n vijftig jaar. Maar gerekend naar de maatstaven die de natuur erop na houdt, is dat nog nieuw. En dat is ook aan alles te zien, zelfs aan de bossen, die er al vanaf het begin werden aangeplant. Bossen dus, want naast landbouw en ruimte voor wonen moet Zuidelijk Flevoland ook een natuurgebied worden, hoewel sommigen vinden dat aangelegde natuur geen echte natuur is. En ik moet zeggen: oude oerbossen zijn inderdaad een stuk mooier. Maar ja, je moet ergens beginnen. Over een paar honderd jaar dan nog maar eens terugkomen en kijken of het bos er nog steeds zo nieuw uitziet.
Een van de bossen daar is het Knarbos. Tot nu nog nooit van gehoord, maar vandaag hebben we er gewandeld. Ook al is het dus niet bepaald een oerbos, in de tientallen jaren dat het nu bestaat is het toch wel een mooi natuurgebied geworden. En ondanks de grijze – maar gelukkig droge – decemberlucht het aanzien alleszins waard. Door de vele regen van de afgelopen dagen wel veel modder. De bomen die omvallen, laten ze gewoon liggen. Ook dat is natuurbeheer, vinden ze daar tenminste. De gemaakte fotoserie staat op:
Vlak boven Amsterdam begint ‘het Waterland’. Makkelijk vanuit de stad bereikbaar, want je kan er zo met de stadsbus naar toe. Maar als je er eenmaal bent begint het geploeter door de drassige weilanden. Ik had een uitgezette wandeling opgeduikeld, maar achteraf hadden we die beter kunnen doen op een dag waarop het in de voorafgaande periode niet zoveel had geregend. We hádden het kunnen weten. Want zijn wandelpaden juist niet gemaakt op plaatsen waar zelfs een fiets niet kan komen? En dan wéét je natuurlijk dat je dan op zo’n dag door de modder gaat lopen. Maar het landschap is fraai. Mooie Noord-Hollandse stolpboerderijen, verbouwde dijkhuisjes, waar de rustzoekende Amsterdammer zijn intrek neemt. Maar ook landende vliegtuigen, die hier al erg laag overkomen En daar moet de rustzoekende Amsterdammer dan ook maar tegen kunnen. Als met al wel een aanrader, maar als je gaat wel een drogere dag uitzoeken. Onder de modder thuisgekomen, maar wél weer met een fotoserie:
Als etappe van het Floris V-wandelpad, woensdag verder gewandeld van Breukelen naar Woerden, van treinstation naar treinstation. Hier is het Groene Hart nog echt groen. Zeggen ze, maar her en der zie je toch wel nieuwe huizen opduiken. Heel langzaam wordt er dus toch geknibbeld aan de groene ruimte, die ooit zo heilig was. Maar het platte land met weilanden zonder al te veel bomen domineren het landschap toch wel. Uiteindelijk was de etappe toch ook wel weer een stuk langer dan gedacht. Het station van Woerden wílde maar niet dichterbij komen, terwijl de pijn in mijn dikke en niet zo heel flexibele wandelschoenen alsmaar erger werd. Uiteindelijk de trein nog op het nippertje kunnen halen, want nóg een half uur wachten zou te veel zijn geweest. 25 kilometer op de teller. Wel weer zo’n beetje de limiet, of eigenlijk erover. De vierdaagse is dus nog ver weg. Toch nog wat foto’s gemaakt, die te vinden zijn op:
Met Theo nóg een keer naar Italië geweest. De kennismaking van hem met het land vorig jaar is blijkbaar zo goed bevallen, dat we in herhaling zijn gegaan. Deze keer in combinatie met hulp aan de olijvenoogst, die Ali en Anton elk jaar in oktober proberen binnen te halen. Wij zouden – samen met een aantal Italiaanse professionals – in een paar dagen de olijven van een terrein bij hun huis in Tarano in van de bomen halen, in kratjes verzamelen en naar de perserij brengen. En natuurlijk aan het eind de extra vergine olie proeven met geroosterde bruschetta, waar de versgeperste olie dan in is gedrenkt En tenslotte vandaar het transport naar de grote tanks, die een tiental kilometers verder zijn opgesteld. Daar wacht de olie op het bottelen en de uiteindelijke distributie naar de eindafnemer. Het hele proces van boom tot tank zouden we dus meemaken. Heerlijke paar dagen in de nog warme nazomer, maar het terrein bij hun huis lag alleen op een flink steile helling, zodat het elke keer naar boven sjouwen van die kratjes na een paar dagen toch heel wat kracht had gekost.
Alle reden dus om in die week ook twee ADV-dagen op te nemen voor een tripje naar Napels. Drie uurtjes rijden met onze huurauto. Ik was voorbereid op de verkeerschaos in die stad. Zo worden stoplichten vrij algemeen genegeerd en op sommige kruispunten is het meer zoeken naar een ‘gaatje’ waar je je auto dan in dan duwen. Daar staat tegenover dat je niet naar een parkeerplaats hoeft te zoeken. Je levert – zoals gebruikelijk op meer plaatsen in Italië – gewoon je sleutels in bij de portier van een parkeergarage, die dan de auto voor je wegzet. De twee dagen in Napels besteden we al slenterend door de kleine straatjes in de stad en rond het havengebied. Vrij algemeen wordt dat in Napels beschouwd als ‘gevaarlijk’. Er zal best wat geboefte rondlopen, maar met enig gezond verstand waren het toch wel heel relaxte dagen. De foto’s beschrijven wel wat we daar allemaal hebben gezien en waar we zijn geweest:
Deze week even voor taxichauffeur gespeeld. De bedoeling was om de auto van buurman John ergens in een Italiaanse garage te parkeren. In Collevecchio, zo’n 60 kilometer boven Rome, om precies te zijn, waar John een tweede huis heeft. Ik wilde dat niet alleen doen en had Chrit uitgenodigd om mee te reizen. Ik wist eigenlijk al van tevoren dat hij niet al te lang na zou hoeven denken om mee te gaan. We zouden niet proberen om er zo snel mogelijk naar toe te rijden, maar ook proberen onderweg iets te zien. Zoals het nieuwe TGV-station in Luik bijvoorbeeld. Luik blijkt zich langzaam te herstellen van een vervallen industriestad en het lijkt erop dat zo’n station daar ook wel bij gaat helpen. Na een overnachting in Colmar rijden we dwars door Zwitserland via de Gotthard de Alpen over. Het leuke van de Gotthard is het fraaie vergezicht dat je naar de noordkant, maar vooral naar de zonnige zuidkant kunt hebben. Kunt hebben…., want eenmaal boven op de pas trok de lucht dicht en het uitzicht veranderde in mist en later zelfs in regen, die eigenlijk niet meer ophield. Dat betekende extra opletten bij de passage van de drukke autowegen rond Milaan. De lunch deden we heel romantisch op een parkeerplaats van een Autogrill restaurant.
Die avond nog in Lucca beland. Verrassend mooi en ondanks de regen toch nog buiten eten en drinken onder een verwarmde luifel. De volgende dag wéér regen, die nu met bakken uit de hemel viel. Italië: een land dat nog wel bekend staat om zijn prachtige weer. Maar nu we eenmaal in Lucca waren, toch maar onder de paraplu een ochtendwandeling door de fraaie historische stad. Daarna over lokale wegen naar Massa Marittima voor enkele jeugdherinneringen. Daar maakte ik in 1967 kennis met Italië en de liefde voor het land is daarna nooit meer overgegaan. De laatste 200 kilometer gingen in het donker en wéér in de stromende regen naar de eindbestemming Collevecchio. Door het slechte weer al met al toch wel toch een vermoeiende reis. Maar op de valreep toch nog een kadootje: na regen kwam toch de zonneschijn. De volgende ochtend met de trein naar Rome en mooi nog een paar uurtjes door zonnig Rome gelopen. En later op de dag met het vliegtuig naar Amsterdam. Het korte Italië-reisje is fotografisch samengevat op:
Het jaarlijkse uitstapje met Jan en Kees ging deze keer naar Zeeuws-Vlaanderen. Ik was daar nog nooit geweest. Het hoort weliswaar staatkundig bij Nederland, maar er wonen daar Vlamingen en dus mensen die zich op zijn minst verwant met België voelen. Je kunt er eigenlijk vanuit Nederland ook alleen maar komen via Antwerpen, hoewel er nu sinds enkele jaren een tol-tunnel ligt tussen Zuid-Beveland en Zeeuws-Vlaanderen. We hebben als standplaats Hulst en vandaar kachelen we door het Zeeuws-Vlaamse land door plaatsen als Axel, Philippine, IJzendijke, Oostburg en Sluis. Behalve het grotere Hulst en het meer toeristische Sluis, allemaal tamelijk ingetogen plaatsen, die eigenlijk noch bij Nederland, noch bij België lijken te horen.
We kunnen het natuurlijk niet laten om toch maar even het echte België aan te doen. Om precies te zijn Damme, een onbekende, maar toch alleraardigste plaats. Maar wát een tegenstelling met die Belgische kust..! Het zou me niets verbazen als dat de meest lelijke kustlijn van de hele wereld is. Volgebouwd met smakeloze appartementen, die nog voor een groot deel leegstaan ook, omdat in het al aangebroken laagseizoen de eigenaren al lang hun winterresidenties in Brussel dan wel Antwerpen hebben opgezocht. Maar voor een fotograaf kan lelijk ook weer heel mooi zijn. De serie van deze Zeeuws- en Belgisch-Vlaamse dagen staat op:
Vandaag, met de ruim 20 kilometer van vorige week nog stijf in de benen, is het Floris V-pad vervolgd vanaf Kortenhoef. Het volgen van zo’n lang wandelpad in de juiste volgorde vereist blijkbaar enige discipline en voorbereiding. Vooral als je verder van Amsterdam komt, ben je wat meer afhankelijk van het openbaar vervoer. Zo hadden we bedacht om weer vanaf het treinstation Naarden de bus naar Kortenhoef te nemen. Maar niet bedacht dat de frequentie van bussen daar een stuk minder is dan die van treinen, vooral buiten de spits. In Naarden was die bus dus net weg en dat betekende meteen een vol uur wachten. Je kan dat uur natuurlijk besteden om maar even aan de koffie te gaan, maar de wandeling naar Breukelen zou ook nog wel de nodige tijd in beslag gaan nemen.
Plus dat je aan het eind van de dag weer hetzelfde probleem krijgt: hoe komen we in Amsterdam? Dus beter om dan je verlies te nemen, de moed maar even bij elkaar te rapen en een taxi te nemen. We kregen er geen spijt van. Binnen een mum van tijd waren we in Kortenhoef, waar we de week ervoor waren geëindigd. Het werd een prachtige herfstwandeling, opnieuw over een dijkje dwars door de Loosdrechtse plassen en via Loenen langs de Vecht uiteindelijk naar Breukelen. Daar aan de Vecht wordt heel deftig gewoond in zeer voorname landhuizen. Wéér bijna 20 kilometer gewandeld, maar heel blij dat de schoenen even uit konden om de geteisterde teentjes te masseren. Op zo’n moment wil je alleen maar snel naar huis. Gelukkig was er in Breukelen al snel een trein, zodat het lange wachten ons bespaard is gebleven. Gefotografeerd is er ook nog, zie:
Je hebt in Nederland de ‘lange afstands wandelpaden’ (LAW’s). De bekendste is natuurlijk het Pieterpad, maar er blijken nog tientallen andere paden te zijn, zoals bijvoorbeeld het Floris V-pad, dat van Amsterdam naar Bergen op Zoom loopt. Behalve dat dit pad ook nog een opfriscursus vaderlandse geschiedenis biedt, loopt het voor een groot deel over graskades, tiendwegen, jaagpaden en andere plaveisels, waarop je zelfs met de fiets niet kunt komen. Ik heb vorig jaar de eerste etappe van Amsterdam naar Weesp gelopen, met het doel om na mijn pensionering niet achter de geraniums terecht te komen, maar om het hele traject naar Bergen op Zoom af te wandelen. Niet alle etappes achter elkaar, maar af en toe een etappetje, als de zin er is en het mooi weer is. Het moet tenslotte wel leuk blijven, heel relaxed dus, zoals het hoort bij de lifestyle van een pensionado.
Nu, bijna anderhalf jaar na mijn pensionering, is daar nog niet zo veel van terecht gekomen. Sterker nog, sinds Weesp, nu al weer anderhalf jaar geleden, is er niet meer gewandeld, althans niet op dit pad. Blijkbaar zijn er andere en meer belangwekkende dingen gedaan. Maar nu heb ik samen met René het plan opgevat om het pad vanaf Weesp maar eens te vervolgen en maar zien waar we uitkomen. Al in het begin was er een mooi zicht op de spoorbrug in aanbouw, een bouwkundig huzarenstukje, vooral omdat het ding na afbouw over een jaar ook nog eens een halve kilometer verderop, dwars over de achtbaans A-1, op zijn plaats wordt gezet. Verderop over een smal dijkje ‘door’ de Ankeveense plassen, met langs de kant veel knotwilgen, richting ’s Graveland en zijn deftige buitenplaatsen. Met pijn in de schoenen na ruim 20 kilometer in Kortenhoef aangeland en met de bus terug naar het treinstation in Naarden. De korte foto-impressie staat op:
Een vreemd verblijf in Rome deze keer, na afloop van zo’n fietstocht. Als je een stad van dat kaliber bezoekt ga je zeker niet op een camping aan de rand van de stad, ver buiten het centrum, zitten. Een verder is de instelling waarmee we nog een paar dagen in Rome verblijven heel anders. Het is eigenlijk het gevolg van een miscalculatie. We hebben te snel over onze fietstocht gedaan. De deadline was de terugvlucht op 4 september, geboekt, betaald en niet veranderbaar. En je wilt die niet missen, zodat je onderweg wat reserve neemt voor onverwachte tegenvallers. Achteraf misschien onhandig, maar dat maakt dat we de laatste dagen eigenlijk afwachtend doorbrengen. Alles wat moest worden gedaan is gedaan. We hoeven niet meer te fietsen. De fietsen zijn zelfs afgeleverd voor verzending naar huis en nu resten nog drie dagen op die camping. Niet meer de moeite genomen om te verhuizen naar een hotel in het centrum, maar een beetje hangen en uitrusten bij het zwembad van die camping. En nog eens de fietstocht overdenken en zelfs verwerken. Maar eigenlijk wil ik ook niets liever dan naar huis, na ruim vier weken leven uit twee fietstassen. Toch maken we nog twee uitstapjes naar de stad. En vragen ons af of dat het doden van de tijd is of het zoeken naar bezienswaardigheden. Maar als we er eenmaal zijn is het toch weer leuk. Want Italië blijft speciaal. De laatste indruk staat op:
Het is nu al een aantal dagen erg warm. Het ‘telegiornale’ had ons voor vandaag 34 graden beloofd. Dus zitten we weer vroeg op de fiets. En er was weer veel klimwerk. We doen vandaag vooral de kleinere lokale wegen en de klimmetjes zijn daar kort maar steil. Voortdurend op en af, zonder echt in een ritme te kunnen komen. Vooral bij Narni was het heel ingewikkeld, waar al het verkeer, dus wij ook, zich over een smalle weg naar boven perst. Ook bussen, maar gelukkig geen vrachtverkeer. Alle stadjes liggen hier trouwens boven op een heuvel. Meestal kun je er gewoon langs fietsen, zonder de steile weg naar het ‘centro storico‘ te hoeven nemen. Konden we voor de cappuccino in de ochtend nog wel ergens langs de weg terecht, voor de lekkere pasta’s moet je toch in het centro storico zijn en dus extra klimmen, niet echt aantrekkelijk op het heetst van de dag en elke keer weer die afweging. Uiteindelijk vonden we langs de weg bij een bar nog iets waar ze ‘instant-diepvries-pasta’ hadden. Niet echt wat je zoekt, maar als je honger hebt en niet wilt klimmen eet je alles.
We zijn nu op bekend terrein. In dit gebied verblijf ik elk jaar in oktober bij de olijvenoogst van mijn vrienden Alie en Anton en bij alle activiteiten die daarmee samenhangen. We logeren bij ‘Dario’, waar ik in de afgelopen vijftien jaar ook al ontelbare keren heb gegeten. Ik vond het leuk dat ze me daar meteen herkenden. Rome begint nu dichtbij te komen. Nog maar een dagje fietsen en we staan voor de poorten van de eeuwige stad…! Maar het venijn zit ‘m in de staart. Op de kaart leek het zo eenvoudig. Een beetje relaxed stroomafwaarts langs de Tiber fietsen en dan vanzelf in Rome terecht komen. Maar de Tiber meandert hier veel en heeft diepe dalen uitgesleten. En als de weg dan toch wat afstand neemt van de rivier, dan weet je genoeg. Als dan ook nog de parallelle autobaan een paar keer door tunnels moet, weet je méér dan genoeg: nog meer klimmen, en hoe..! Misschien waren dit wel de steilste hellingen van de afgelopen vier weken. We kiezen de Via Tiberina vanaf Fiano Romano. Door Reitsma afgeraden, omdat het daar druk met auto’s zou zijn. Uiteindelijk valt dat mee, misschien wel omdat het zondag is. Wel een lelijke weg, veel reclameborden, aftandse winkelcentra en veel afval langs de weg. En hoeren, die tussen de afvalhopen staan en naar klandizie zoeken. Echt een voornáme entree van Rome dus. In de verte zien we de hoogbouw van de stad al liggen.
De oversteek van de ’Gran Raccordo Annulare’ (de ringweg van Rome) was heel onoverzichtelijk. Deed me aan Mannheim denken. Zinderende hitte, kokend asfalt, geen bescherming van enig groen, over en onder viaducten door op een punt waar allerlei snelwegen samenkomen, en waarvan ze blijkbaar achteraf hadden bedacht dat je er ook nog met de fiets ook overheen zou moeten kunnen. Maar als we dan eenmaal binnen de ring zijn, bekruipt me een euforische emotie: Rome is na vier weken fietsen bereikt !! We fietsen nog even met inmiddels lege bidons in de brandende zon langs de Tiber en daar is dan in het noorden van de stad Camping Villaggio Flaminio. Meteen naar de kraan lopen voor water !! Daar blijven we de komende dagen in een soort portacabin. Groot genoeg en redelijk comfortabel en heerlijke airconditioning. Er is zelfs ruimte voor de fiets, die me twee nachten gezelschap mag houden. Hij heeft me tenslotte heel trouw zonder materiaalproblemen hierheen gebracht. De duik in het zwembad hier voelt meer dan weldadig en hier zal ik de komende dagen veelvuldig te vinden zijn. Het dringt nog niet helemaal tot me door dat ik in Rome ben aangekomen. Ik wist waar ik fysiek aan begon, maar ik heb de mentale inspanning onderschat. Bijna vijf weken uit fietstassen leven is wel lang en ik verlang ernaar om a.s. vrijdag thuis te komen.
Maar het fietsavontuur is nog niet helemáál voorbij. We laten de tocht natuurlijk niet eindigen in een noordelijke buitenwijk, hoe mooi Flaminio ook is. Morgen is de epiloog en zetten we er een mooie kroon op door langs de belangrijkste monumenten van de eeuwige stad te fietsen. Een prominente plaats op de foto’s krijgt DE fiets, die me al die weken geen moment in de steek heeft gelaten. Verder had ik de reis beslist niet alleen willen doen. Dank dus ook aan mijn reisgenoten, Louis, Hedwig, René en Raymond, niet alleen voor de gezellige momenten, maar ook dat jullie me op cruciale momenten (jullie weten wel welke ..) verder hebben gebracht. Maar ook jullie, lieve mensen in mijn Facebook-omgeving, zijn dankzij dit sociale medium er voortdurend bij geweest. Dank voor het meeleven en alle reacties, waardoor ik het contact met het thuisfront kon onderhouden en daardoor ook de mentale inspanning kon verlichten. Want er waren momenten, dat ik dat wel nodig had. Vandaag was dus de allerlaatste fietsdag van deze reis. We leveren de fiets morgen in voor vervoer naar Nederland. Wij blijven zelf nog een paar dagen en vliegen vrijdag (4 september) met Ryanair naar Eindhoven. Ik zie uit naar de thuiskomst. De voor zichzelf sprekende foto’s staan op: