Marathokampos

11 juni 2026

Vanaf de kust zie je het dorp overal liggen: Marathokampos. Een niet al te kleine plaats in het zuidwesten van het eiland. Van veraf heb je een mooi gezicht op het dorp, prachtig gelegen in het lagere gebergte. En eenmaal daar, is het uitzicht vanuit het dorp over de zee nog adembenemender. Wie wil daar nou niet wonen, zou je denken. Heel weinig mensen, zo blijkt bij nader inzien. Want het dorp is langzaam aan het afsterven. Het lagere deel ziet er nog wel bewoond uit met zelfs een levensvatbaar café tegenover de kerk, maar ga je de straatjes in naar boven, dan dunt het verder uit. Veel huizen zijn niet alleen onbewoond, maar vaak ook nog half ingestort. En niemand die er nog naar omkijkt en zo’n voormalig huis kan er nog jaren onaangeroerd blijven staan. Het wachten is alleen nog op de buitenlander, die het bouwval voor een appel en een ei koopt, opknapt en het als zijn tweede huis gaat beschouwen. Maar of dat nou de oplossing is voor het dorp is natuurlijk de vraag.

We dragen nog even bij aan de levensvatbaarheid van het café door even bij te komen van de excursie door de steile straatjes van het dorp en vervolgen de weg naar de ‘Grot van Pythagoras’. Want onder meer aan Pythagoras ontleent het eiland zijn bekendheid. Pythagoras zou daar in de 6e eeuw zijn verbleven en de afzondering in de grot zou hebben bijgedragen aan de exacte wetenschap. ‘Zou hebben’, want naarmate dingen langer zijn geleden weet je maar nooit of het echt waar is geweest, dan wel dat er in de loop der tijd allerlei interpretaties aan zijn toegevoegd, die langzaam waar zijn geworden. Pythagoras moet wel over een goede lichamelijke conditie en vooral over goede evenwichtsorganen hebben beschikt, want de tocht naar de grot bleek geen sinecure. Ikzelf ben vlak voor het bereiken van de grot afgehaakt, omdat het risico van vallen en ongelukkig terecht komen mij te groot werd. Maar René voelde zich wat zekerder en huppelde soepeltjes over de stenen en kon uiteindelijk de grot bereiken, die achteraf bezien nog niet eens zo héél bezienswaardig was gebleken. Marathokampos en de omgeving van de grot is te zien op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720334532321

Samos: natuur

10 juni 2026

Het beste seizoen om naar de Griekse eilanden, en dus ook naar Samos te reizen is het late voorjaar. De meeste regen valt er in de winter en het vroege voorjaar, zodat het er dan nog groen uitziet. Vooral in het afgelopen voorjaar is er veel regen gevallen, waardoor er ook nog veel bloemen waren te zien. En aan het begin van juni heeft de echte zomerhitte ook nog niet kunnen toeslaan en het meeste weer doen verdorren. De mooiste beleving van de natuur heb je door over de smalle en rustige wegen te karren en onderweg te stoppen als daarvoor aanleiding is. En die is er vaak, zo is gebleken. Want veelal heb je dan aan meerdere kanten de natuurlijke ervaring met prachtige vergezichten en aan alle kanten uitzicht over het eiland, de dorpjes en de zee. En behalve met de auto rondkarren, kun je natuurlijk ook wandelen op het eiland, zelfs over uitgezette wandelpaden.

Maar die ontaarden vaak, na weliswaar een eenvoudig begin, in klauterpartijen over rotsen. We proberen er een, die van het dorpje Drakei aan de westkant van het eiland naar het strand Megalo Seitani. Twee uurtjes lopen en hoofdzakelijk afdalen, dus hoe moeilijk kan dat nou zijn? Op de kaart zag het er allemaal ook erg eenvoudig uit, maar halverwege is de tocht gestaakt omdat wandelstokken onontbeerlijk bleken en je zonder die stokken bij een valpartij heel akelig terecht zou kunnen komen. Niet doen dus…! Samos is ook niet echt een eiland voor de veeleisende liefhebber van luxe strandvakanties. Jazeker, hier en daar zijn er kleine strookjes mooi zandstrand, maar die zijn meteen weer volgebouwd met keurige rijen strandstoelen, parasols, uitbundige horeca en dus ook behoorlijk druk. Maar als je wat voorbereidend huiswerk doet, zijn er genoeg weliswaar minder goed toegankelijke stranden zonder voorzieningen te vinden. Je moet wel enige moeite doen om er te komen, je eigen voorzieningen meenemen, maar dan héb je ook wat. Minder druk, veel leuker en de beleving van de natuur op het eiland. Samengevat in de volgende fotoserie:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720334535714

Samos: binnenland

8 juni 2026

Samos is erg bergachtig en heeft smalle en bochtige wegen. Daarom moet je de nodige tijd uittrekken om de vele kleine dorpjes, die verspreid over het eiland liggen, te bereiken. In die dorpjes lijkt de tijd dan ook te hebben stilgestaan en lijken ze dus nog niet ten prooi te zijn gevallen aan het massa-toerisme. Daarvan is bijvoorbeeld sprake op Mykonos en Santorini, eilanden die mikken op toeristen uit ‘het hogere segment’, en waar de dure modemerken de boventoon voeren, maar waar een gewone tube tandpasta veel moeilijker te krijgen is. Op Samos dus nog niets van dat alles, waardoor het bezoeken van die dorpjes dus nog een aangename aangelegenheid is.

Toch hangt de verandering ook op Samos in de lucht. In de tot dusver nog slaperige kustplaats Agios Konstatinos bijvoorbeeld, en waar je vorig jaar nog heerlijk en zonder poespas aan de zee kon lunchen, werd het bestek nu ineens aangereikt op deftige dienbladen, waren de zwoele Griekse muziektonen, die aan de zee extra heerlijk klinken, ineens vervangen door het hier toch wel wat uit de toon vallende gekras van Frank Sinatra en waren de prijzen in vergelijking met vorig jaar aanzienlijk opgeschroefd. Daarmee werd dus ook gemikt op ‘het hogere segment’ en daarmee een Mykonos-scenario. Gelukkig is dat op Samos nog steeds een uitzondering en zijn de meeste dorpjes, dankzij de bochtige en smalle wegen, nog toonbeelden van authenticiteit. En zolang er geen autobanen worden aangelegd zal dat ook wel zo blijven, hopen we dan maar. Een indruk van dat alles is te vinden op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720334506256

Karlovasi (2)

3 juni 2026

Karlovasi is een van de grotere plaatsen op het eiland, maar wat betreft toerisme is de plaats van weinig belang. In de toeristische gidsjes vind je dan ook nauwelijks bezienswaardigheden in de stad. Gewezen wordt wel op enkele watervallen, maar die liggen ver buiten de stad. Verder nog op een tweetal stranden, maar die zijn met de auto niet bereikbaar. Wel te voet, maar dan ben je (heen en weer) uren onderweg. Misschien is de stad ooit van enige importantie geweest, maar nu heeft de plaats zelfs trekjes van vergane glorie. Dat is niet alleen te zien aan het bijna ingestorte industriële erfgoed, maar ook aan de niet meer in gebruik zijnde en vervallen horecagelegenheden. Desondanks wordt dat alles niet afgebroken, maar blijft gewoon staan en niemand die zich eraan stoort.

Karlovasi heeft wél een bloeiende scheepswerf-infrastructuur. Grote zeiljachten, plezierboten en imposante andere schepen worden hier onderhouden en gerepareerd. Er liggen niet de minste jachten en hier zie je maar weer dat Griekeland op maritiem gebied echt meetelt en Karlovasi plukt hier de vruchten van. De gemiddelde toerist, behalve natuurlijk de eigenaar van de boten, zal dat wellicht weinig interesseren, maar voor de gemiddelde fotograaf is hier heel wat fotogenieks te zien. Niet alleen de scheepswerf maar ook de vergane glorie in de plaats. Want is het niet zo dat ook dingen die in het algemeen lelijk worden gevonden, weer heel mooi gaan worden als ze eenmaal fotografisch zijn vastgelegd? Van de vergane glorie en de scheepswerf is dan ook de volgende serie tot stand gekomen:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720334508969

Karlovasi (1)

31 mei 2026

De Grieken zijn niet zo van het opruimen. Gebouwen en huizen die zijn verlaten en geen functie meer hebben of niet meer worden bewoond, worden niet afgebroken, maar blijven tot in lengte van jaren staan. En dat is maar goed ook, want anders hadden we geen Akropolis gehad. Maar je kan natuurlijk ook doorslaan, want ze doen dit ook met bouwsels waarvan je je kunt afvragen of die nog een historische betekenis hebben. En het betreft niet alleen gebouwen, maar ook auto’s, boten en eigenlijk allerlei soorten afgedankte rommel. Zo staat er dichtbij ons appartement een autowrak met kenteken en al, dat er vorig jaar op dezelfde plaats precies zo bij stond, behalve dat het wrak nu iets meer doorgeroest was dan vorig jaar. Maar het hele eiland staat vol met afgedankte bouwsels en andere rommel. Het schijnt niemand te deren en het wachten is op de natuur die het langzaam overneemt. Vooral in de omgeving van Karlovasi aan de noordkust is nog veel ‘industrieel erfgoed’ te vinden. Er zijn geen hekken, dus je kunt onbekommerd naar binnen en het fotografische resultaat van – naast natuurlijk ook veel moois – een dagje rommel staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720334336429

Pythagorion

30 mei 2026

Voor de tweede keer met René naar Samos afgereisd. De vorige keer was goed bevallen en dat vraagt om een herhaling. Het ging er dus nog niet eens zozeer om nieuwe dingen te zien, maar gewoon om er weer eens te zijn. Ik merk sowieso dat vakantiereizen steeds minder gaan om toeristische attracties af te lopen, maar steeds meer om op een aangename plek wat tijd door te brengen. Bovendien moet je voor toeristische attracties steeds vaker in de rij staan of – erger nog – vooraf online reserveren. Samos is zo’n aangename plek en je hoeft er nergens in de rij. We zijn wederom neergestreken in Ormos Marathokampos, een klein dorpje aan de zuidwest-kust. Zelfs wederom in hetzelfde appartement, want het had zo’n gezellig balkon met uitzicht op de zee, waar je heerlijk kon ontbijten en voor het avondeten een lekker koud Amstel-biertje naar binnen kon werken. Overdag deden we meestal een uitstapje alvorens aan het eind van de middag ergens op een strand neer te strijken.

Het avondeten deden we in het dorp, in een restaurantje op het strand, waar je heerlijke zwaardvis en tonijn kon eten. En dat regiem was twee weken goed vol te houden. De eerste dag moesten we alleen nog even terug naar de luchthaven want er was een klein akkefietje met de huurauto. Hemelsbreed een afstand van niks, maar zoiets kost toch veel tijd. Het eiland is immers heel bergachtig, het is er erg bochtig en meestal kom je niet verder dan de tweede versnelling. En als je daar dan toch eenmaal bent, doe je natuurlijk Pythagorion aan. Een mooie en gezellige toeristenplaats, die zijn naam ontleent aan Pythagoras. Geboren op het eiland en beroemd geworden door onder meer de bekende wiskundige stelling die hij heeft uitgevonden. Maar dan nog even verder naar het oosten, waar in een klein ondiep meertje tussen wat ruïnes elegante flamingo’s waren te zien. De eerste dag, met ons dorp, Pythagorion en de flamingo’s is samengevat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720334306155

Hollandse Brug

24 mei 2026

Nederland is een van de dichtstbevolkte landen ter wereld. Achttien miljoen mensen op een bepekte ruimte, die ook nog eens graag een ‘huisje met tuintje’ willen hebben. Dat maakt dat wij, anders dan in andere dichtbevolkte landen, niet zijn samengepakt in miljoenensteden met veel hoogbouw, maar gespreid wonen in, wat bevolkingsomvang betreft, relatief kleine steden en grote dorpen. Dat brengt sowieso al meer verkeer met zich mee, maar omdat wonen en werken ook nog eens zijn gespreid geeft dat nog eens een extra druk op het verkeer. Niet alleen om naar je werk te gaan, maar ook om anderen te bezoeken en op vrije dagen te recreëren. Het asfalt is dan ook niet aan te slepen en daarom blijken we ook nog eens, in vergelijking met andere landen, over een van de betere spoornetwerken te beschikken. De bijzondere omstandigheid is verder nog dat er héél veel water is. En dus ook veel bruggen en viaducten om al dat verkeer zoveel mogelijk zonder opstoppingen af te handelen. En dus zijn er ook plekken waar ál deze functies samenkomen.

De ‘Hollandse Brug’, is zo’n plek. Het is de brugverbinding tussen de provincies Noord-Holland en Flevoland en tevens de plek waar het Gooimeer overgaat in het IJmeer. De autosnelweg A6 voert over deze brug en parallel aan de autosnelweg is er dan ook nog de spoorbrug van de Flevolijn tussen Amsterdam en Almere en verder naar het noorden. En aan de oevers van dat water zijn nog eens fiets- en wandelpaden aangelegd. Tenslotte op het water zelf de plezierboten voor de nodige recreatie. En dus is het de plek waar weg-, spoor-, fiets- en wandelverkeer samenkomen samen met natuur en recreatie op het water en langs de stranden. Door de grote omvang van dat bouwwerk ontstaat onder het A6-viaduct een bijna schimmige wereld die onzichtbaar blijft voor de meesten die hier passeren, een wereld die zichtbaar is gemaakt in de volgende fotoserie: 

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720334222390

Zuid-Kennemerland

21 mei 2026

Zuid-Kennemerland, inmiddels gepromoveerd tot een ‘Nationaal Park’. Ik was er met twee vroegere collega’s van het Haagse Centraal Planbureau. Daar ben in al sinds 1986 weg, maar met hen heb ik altijd contact gehouden. Af en toe maken we dit soort uitstapjes. Niet zozeer om de macro-economische toestand van Nederland nog eens te bespreken, maar vooral om het leven als pensionado een naar ons gevoel aangename en ook nuttige inhoud te geven. Dat nationale park is met recht een fraai stukje natuur. En het wordt zo te zien goed beheerd, want we troffen er een beheerder die ons wees op een mooie maar toch invasieve plantensoort met kleine witte bloemetjes, die naar mijn idee al heel mijn leven overal in Nederland te vinden is. Dus blijkbaar wordt de soort gedoogd en wordt er niets aan gedaan. Hoe anders is het andere invasieve soorten, zoals bijvoorbeeld de Japanse knoop. Als je die eenmaal in je tuin hebt, moet je je hele tuin een meter uitgraven om hem weg te krijgen. In het gebied is een klein meertje te vinden, dat vooral populair schijnt te zijn bij winter-zwemmers. Verder houten sculpturen van deels afgestorven bomen, die gewoon blijven liggen als ware het museumstukken. En tenslotte ook een aantal vrij rondlopende maar zo te zien ongevaarlijke stieren, met ook wat invasieve insectensoorten op hun neus. Het korte maar aangename wandelingetje werd vanzelfsprekend afgesloten met een lunch op een nabijgelegen uitspanning. Een klein fotoserietje is er ook nog gekomen op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720333887895

Science Park

15 mei 2026

Zelfs nu ik al 32 jaar in Amsterdam woon, zijn er nog steeds wijken waar ik nog nooit ben geweest. In het ‘Science Park’ bijvoorbeeld, nog niet eens zo héél ver van waar ik woon. Het ligt ingeklemd tussen de Ring-Oost, aan de noordkant het Flevopark en aan de zuidkant wat sportvelden en de woonwijk Watergraafsmeer. Slechts een klein tunneltje onder een breed spooremplacement verbindt die woonwijk met het Science Park. Veel interactie met de stad is er dus niet. Ik kreeg de indruk dat er in het Science Park dan ook nauwelijks wordt gewoond, behalve in één enkel groot appartementencomplex. Dat lag aan de Carolona Macgillavrylaan. Ik ben benieuwd wie hier de straatnamen heeft verzonnen, want het zal een hele uitdaging zijn om, als je daar woont, aan de telefoon aan iemand uit te leggen waar je woont. Gezien de beperkte interactie met de stad is het dus geen wonder dat ik daar nog nooit was geweest.

Nu heb ik daar trouwens ook niet veel te zoeken, want daar wordt wetenschap op hoog niveau bedreven. Vooral op wat ze noemen de bèta-wetenschappen, waaronder IT en AI, maar ook op duurzaamheid en andere innovatieve dingen. Deels zijn het dependances van de Universiteit van Amsterdam, maar ook instituten onafhankelijk daarvan. De voertaal is hier dan ook volledig Engels. Hoewel zelf ook wetenschappelijk opgeleid en afgestudeerd in 1975 in Tilburg, had in die tijd nog nooit iemand van deze takken van sport gehoord. Het bedrijven van wetenschap is voor mij dan ook lang geleden, voorzover ik trouwens überhaupt wetenschappelijk bezig ben geweest. Want ooit heb ik iemand horen beweren dat “economie helemaal geen wetenschap is”. Ik vroeg natuurlijk meteen om opheldering, maar de bewering kwam erop neer dat economie geen exácte wetenschap is. En dat klopt natuurlijk. Want in de economie is er ruimte voor interpretatie, verschil van inzicht en dus debat, allemaal wezenskenmerken van wetenschap. Maar het doel van het uitstapje naar het Science Park was natuurlijk niet de wetenschap, maar het bekijken van de inrichting en architectuur van deze toch wel bijzondere wijk. Er is veel ruimte, er is niet op een vierkante meter gekeken en er zijn, aan de gevels te zien, hoogwaardige en gevarieerde materialen gebruikt. Mooie onderwerpen voor een fotoserietje dat te zien is op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720333735109

Haarlem

6 mei 2026

Haarlem, de stad van de steegjes en de hofjes. Je kunt er heel kleinschalig wonen, maar ondanks de beperkte ruimte blijken de steegjes en de hofjes heel geschikt voor niet alleen bloempotten en plantenbakken, maar ook fietsen en zelfs motoren. Haarlem is onder meer een toevluchtsoord voor Amsterdammers, die om uiteenlopende redenen de hoofdstad de rug toekeren. Wellicht omdat ze er geen geschikte woonruimte kunnen vinden, dan wel dat ze worden aangetrokken door de wat meer ingetogen sfeer van Haarlem en genoeg hebben van de vrijwel permanente kermis in de Amsterdamse binnenstad.

Ik was er met een ex-Amsterdammer, maar inmiddels autochtone Haarlemmer en dus helemaal thuis in wat deze stad te bieden heeft. Die mij het voorrecht verschafte kennis te nemen van de bezienswaardige bijzonderheden van de stad, die voor de minder ingewijde bezoeker wellicht onzichtbaar blijven. En die bovendien een doorgewinterde fotograaf was, waardoor niet alleen de Haarlemse bezienswaardigheden het gesprekonderwerp waren, maar vooral ook allerlei aspecten van de fotografie. Geconcludeerd dat er zóveel verschillende stijlen zijn, dat het vergelijken en dus beoordelen van foto’s een hachelijke aangelegenheid wordt. Zelfs foto’s van lelijke onderwerpen kunnen uitmunten voor wat betreft schoonheid. Natuurlijk is er dus een fotoserie gekomen over Haarlem. Iets meer dan gewoonlijk, maar ik was dan ook met een fotograaf op stap en dan kan het uit de hand lopen. Zie dus:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720333675343