IJmond

22 oktober 2020

Het doel was het sluizencomplex van IJmuiden. Daar zijn ze bezig om dat uit te bouwen tot het grootste sluizencomplex van de wereld, dus dat moest wel de moeite van een ritje erheen waard zijn. Vorig jaar waren we er ook al eens, maar toen hadden ze de route over het complex afgesloten, zodat we het ritje van donderdag als een herkansing zagen. Alleen was er nu nóg veel meer afgesloten. Het enige wat je goed kon zien waren de grote buizen, waarmee ze de verschillende waterniveaus een beetje in evenwicht kunnen houden. Verder nog een passerende olietanker met heel in de verte de bouwwerkzaamheden, waarvan ik eigenlijk het idee kreeg dat ze vergeleken met vorig jaar nog niet al te veel waren opgeschoten.

En dan natuurlijk de Hoogovens, tegenwoordig Tata Steel. Het zou me niks verbazen als dat bedrijf er over tien jaar niet meer is. Het kan financieel al niet meer uit, bovendien overtreden ze allerlei milieuregels en strooien regelmatig grafietregens over Wijk aan Zee uit. Maar hopelijk kunnen ze er nog een fraai museum van industrieel erfgoed van maken. Aan de overkant is het bedrijf goed te bezichtigen en heb je uitzicht over ongetwijfeld het allerlelijkste stukje Nederland. Maar in de ogen van een fotograaf kan lelijk ook heel mooi zijn. En dus tegelijkertijd ook een van de meest fotogenieke stukjes Nederland, althans in dat genre.

En wát een contrast met hetgeen je zag, als je op datzelfde punt even de andere kant op keek. Tientallen kite-surfers, met hun kleurige zeilen fraai afstekend tegen de blauwe lucht. Die trokken zich niks aan van al dat lelijks. Niet ongevaarlijk, leek me zo, maar het ging allemaal goed. Ik had me nooit zo verdiept in wat daar allemaal bij komt kijken, maar hun uitrusting is bepaald meer dan zomaar een vlieger aan een touwtje oplaten, waarmee ik me in mijn jeugd ooit nog wel eens heb bezig gehouden. Een impressie van dat toch wel veelzijdige middagje IJmond staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157716671314262

Waterland

15 oktober 2020

Donderdag met René weer eens een fietswandeltochtje gemaakt. Een erg leuk concept: fietsen en tegelijk wandelen dus. Elke honderd meter van de fiets af, omdat er iets bijzonders, interessants of fotogenieks te zien is. Kwestie van goed kijken. Zelfs als je een tijdje gewoon ergens zit, komen die dingen gewoon vanzelf voorbij. Je legt dus geen grote afstanden af. Dát is meer iets voor de fietsclub, waar ik ook lid van ben, en die houdt van doorfietsen. Als je dáár even van de fiets af gaat voor een foto, moet je meteen een groot gat dichtrijden. Het ging donderdag dus langzaam. Zelfs binnen de Ring zijn er in Amsterdam nog wel wat fotogenieke rafelrandjes te vinden. Even op de fiets met de pont mee naar de Meeuwenlaan en dan over de Nieuwendammerdijk naar Schellingwoude.

Meteen opende zich een wereld waar het stadse leven nog niet erg doorgedrongen lijkt. Het gebied ligt inderdaad nog binnen de Ring, dus je zou daar projectontwikkelaars verwachten, die voor een interessant rendement azen op de laatste stukjes grond. Daar niets van dat alles. Wel braakliggend terrein met rommelige scheepswerfjes met voetveren om je van het ene naar het andere terrein te begeven. Dan de Ring onderdoor en je bent ineens niet alleen buiten de stad, maar zelfs buiten de Randstad na amper drie kilometer fietsen. Waterland, een laaggelegen poldergebied, drassig door de vele regen van de laatste tijd, wijde uitzichten, ophaalbruggetjes en fraai boerenland met de stedelijke hoogbouw als achtergrond. Ransdorp was het verste punt, piepklein dorpje met beschermd dorpsgezicht, een grote stompe kerktoren en met lichte houten huizen. Dat omdat anders de zwaardere stenen huizen sneller in de slappe veengrond zouden zakken. Het foto-verslagje staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157716632375898

Europoort

5 oktober 2020

Bij het maken van foto’s probeer ik om als achtergrond niet al te veel lucht mee te nemen. Vaak krijg je dan veel te veel contrast omdat de te fotograferen objecten te donker worden. Want de camera ‘denkt’ dan dat hij door al die (veel te lichte) lucht snel moet belichten. Nou kan je daar in de nabewerking nog een hoop aan doen, maar van een slechte foto maak je nooit meer een goeie, zodat je dan toch maar beter meteen kunt proberen om zo dicht mogelijk bij het beoogde eindresultaat te komen. Maar luchten kunnen zelf ook mooie foto-objecten zijn. Zoals afgelopen maandag bijvoorbeeld, toen het uitgesproken slecht weer was: veel wind, felle regenbuien en dreigende wolkenluchten. Op een of andere manier heeft bij me het idee postgevat dat je dan met de camera beter binnen kunt blijven.

Maar er was een vaag plan om het uiteinde van de Rotterdamse haven vanaf Hoek van Holland eens te bekijken. En dat hebben we die dag toch maar doorgezet, omdat het industriële landschap met die dreigende luchten daar toch wel een fraaie sfeer met zich mee zou kunnen brengen. Een aanrader: je kan vanaf Hoek van Holland de fast ferry nemen en met een paar stops onderweg ben je anderhalf uur onder de pannen en zie je het hele Europoort gebied. Een ander idee dat bij mij ook heeft postgevat is dat het milieu daar niet bepaald schoon is: vies water en vieze lucht. Maar toch blijkbaar schoon genoeg voor de zeehonden-kolonies, die zich daar hebben genesteld tussen de olietankers en haven-installaties. Het resultaat van dit onverwachte foto-middagje staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157716594824071

Middelpolder

2 oktober 2020

Zelfs in het centrum van Amsterdam is de natuur op de fiets altijd dichtbij. Een populair fietsrondje is heen en weer langs de Amstel tot Ouderkerk. Een alternatief daarvan is heen langs de Amstel en terug door de Middelpolder. Ik had nog nooit van die polder gehoord, laat staan dat ik er ooit was geweest. Nu dus wel en hoewel je aan de horizon de stedelijke skyline van Amstelveen en Amsterdam-Zuidoost niet kunt missen, is de Middelpolder toch een fraai stukje onontdekte natuur. We hadden er een ontmoeting met de rode rivierkreeft. Tot deze week voor mij ook al een onbekend fenomeen, totdat er deze week een nieuws-item kwam over dat uit Amerika aangewaaide diertje, dat grote schade schijnt toe te brengen aan de hier zo zorgvuldig opgebouwde dijken en andere waterwerken. Ineens lag het diertje aan onze voeten, liet zich gewillig fotograferen en was zich van geen kwaad bewust. De Middelpolder mag dan tot nu toe onontdekt zijn, het gebied ontwikkelt zich toch in een soort goudkust, te zien aan de protserige villa’s die er in aanbouw zijn. Reden temeer om er nog maar snel een fotoserietje van te maken, zodat je over tien jaar kunt zien hoe het er ‘vroeger’ uitzag. Dat serietje staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157716564495201

Collevecchio – Amsterdam

18 september 2020

De terugreis: ook die zouden we onderdeel maken van het reisgenoegen. Dus niet zomaar over de autobaan in twee dagen naar Amsterdam scheuren, maar er vier dagen over doen en dan maar zien wat het onderweg zijn in petto heeft. De eerste dag was trouwens nog wel grotendeels autobaan. Dat kwam omdat we eerst met de boemeltrein uit Rome moesten komen en de auto van John met onze bagage in Collevecchio moesten oppikken. En natuurlijk nog een laatste koffie bij de bar en een laatste groet aan de vaste klandizie, waartoe we zelf ook begonnen te behoren. Door al die dingetjes konden we pas na het middaguur weg, maar de autobaan bracht ons toch nog tot Parma. Een groot stuk langs de spoorbaan, waar de Frecciarossa’s (zeg maar de Italiaanse TGV’s) tussen Rome en Milaan ons regelmatig met hoge snelheid en met groot gemak inhaalden.

Door elke keer gedoe over het parkeren in stadscentra, hadden we er deze keer maar voor gekozen om een hotel te nemen buiten het centrum en dan maar zien hoe we ’s avonds in het stadscentrum zouden komen. Maar bij het hotel stonden de fietsen al klaar en zo konden we toch nog een mooi tochtje door de stad maken en gezellig eten op het mooiste plein van de stad. Parma is de hoofdstad van de Parmaham, maar die is aan ons als vegetariërs niet besteed. Toch waren er genoeg andere lekkere dingen te eten. De dag erna hebben we afscheid genomen van de autobaan en zijn verder door de Po-vlakte gereden. Het lijkt erg op het vlakke Nederland, maar dat vlakke is eigenlijk wel de enige overeenkomst. Het licht in de Po-vlakte is erg fraai, waardoor het landschap een dromerig karakter krijgt, mede door de oude boerenhoeven met die terracotta-daken. Ik heb er jeugdherinneringen, niet omdat ik er destijds ooit was geweest, maar door de vroegere films van Don Camillo, die in die Po-vlakte-dorpjes zijn opgenomen. En later door de film Novecento van Bertolucci, die ook voor een deel daar is opgenomen. Ook Verdi is er geboren, maar dat ontdekten we pas toen we bij toeval door het dorpje Roncole reden.

De Po-vlakte tour eindigde in Pavia. Aan de Ticino, die – evenals de Rijn – op de Gotthard ontspringt en even zuidelijker uitmondt in de Po. We hadden er graag de fraaie kathedraal willen bekijken, maar waren even de merkwaardige Italiaanse gewoonte vergeten om veel kerken overdag een aantal uren te sluiten. Juist als de belangstelling (en in zo’n katholieke streek misschien ook wel de behoefte) het grootst is. Vandaar naar de Grote Sint Bernard, een van de fraaiste overgangen van de Alpen. Door het al late uur was er vrijwel geen verkeer meer en het landschap maakte daardoor een nog meer desolate indruk dan het normaal toch al maakt. Want de meesten kiezen de snellere tunnel. Via de Col de Forclaz en Chamonix, met fraai uitzicht over het Mont-Blanc massief, komen we al in het donker in het Franse Sallanches. In Nederland is de plaats beroemd geworden door het WK-wielrennen in 1964, waar Jan Janssen toen kampioen werd. Daardoor kreeg het – althans bij sommigen, waaronder mijzelf – een zekere mythische status, hoewel ik er nog nooit was geweest. Maar eenmaal daar, bleek het een sfeerloos dorp van niks en met enig geluk konden we er op dat late uur nog een pizza krijgen.

Via Genève en de Col de la Faucille hebben we andermaal voor secundaire wegen door de Jura gekozen. Allemaal door fraai Frans landschap waar de tijd lijkt stil te staan. Dat soort tochtjes blijken elke keer, wat betreft tijd, uit de hand te lopen en andermaal komen we uiteindelijk pas weer in de schemering in Metz aan. Ook al zo’n stad waar de meesten op weg naar het zuiden langsrijden. Helemaal als ze ook nog eens op de terugweg naar Nederland zijn. Niet dat je een aantal dagen nodig hebt om de stad te bekijken, maar anderhalf uur door de stad wandelen aan het begin van de laatste etappe blijkt toch meer dan de moeite waard. Het laatste wapenfeit van de reis was het tochtje langs de oevers van de Maas tussen Givet (nog net in Frankrijk) via Dinant naar Namen. Inmiddels dicht bij huis, maar het landschap maakt door het diep uitgesleten dal een heel verre buitenlandse indruk. Maar eenmaal in Maastricht beland, is er geen andere keus meer dan regelrecht over de autobaan naar huis. Andermaal een erg fraaie terugreis, die smaakte naar het reizen van vroeger en waarvan de manier volgens mij ook de bedoeling is van het reizen. De foto’s van die laatste vier reisdagen staan op: 

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157716344241851

Rome (2)

14 september 2020

Het Vaticaan en alles wat daarbij hoort mag bij een bezoek aan Rome natuurlijk niet ontbreken. Om te beginnen het Vaticaans Museum. Ondanks de toeristische rust in de stad is het daar toch de bedoeling om online te reserveren en op het kwartier nauwkeurig aan te geven hoe laat je van plan bent te komen. Nu gaat er bij mij meestal wat fout als ik dingen online moet doen, vooral als het – zoals nu – ook nog op zo’n piepklein schermpje van mijn mobieltje moet gebeuren. Nu ging het dus ook fout, want ik had wél betaald, maar kreeg ondanks de toezegging geen barcode, waarmee je het museum in kunt. Gelukkig wel een bevestiging met een cijfercode. We nemen ons dan maar voor om een uur eerder te gaan om bij de ingang met de bevestiging in de hand de toegang alsnog te regelen. Maar bij de kassa hadden ze alle tijd om op hun dooie gemak de 24-cijferige code foutloos een computer in te tikken, die er daarna twee kaartjes uitspuwde.

En zo stonden we ineens één uur te vroeg bij de ingang. Ook helemaal geen probleem, want er waren toch al weinig bezoekers. Het museum straalt een onvoorstelbare rijkdom uit en de pijnlijke vraag dringt zich andermaal op hoe dat Vaticaan ooit in staat is geweest die rijkdom te vergaren. Maar nu je toch eenmaal binnen bent is het beter om van die pracht en praal te genieten dan te proberen die vraag te beantwoorden. De Sixtijnse Kapel is daarmee vergeleken eigenlijk een beetje een tegenvaller. Het is er schemerig, je mag er – ook zonder flits – niet fotograferen en zélfs niet gewoon praten. Daarna het andere Vaticaanse filiaal: de Sint Pieter. Ik herinner me nog zes jaar geleden, toen ik ook op het plein stond, je eerst drie uur in de brandende zon mocht staan om binnen te komen. Daar hebben we toen dus voor bedankt.

Nu niets van dat alles en je liep zo naar binnen. De grootste kerk ter wereld en aan de zijkanten tientallen standbeelden, grafmonumenten, altaren en kapellen, met niet de minste pracht en praal. En ook nu komt de vraag op of er bij de bouw is gekeken naar functionaliteit of het uitstralen van macht. Verder ook op de laatste Rome-dag weer veel door de stad geslenterd. Eten deden we ’s avonds vlak bij huis in Trastevere. Het is niet voor niks een populaire wijk, want ik kreeg het idee dat alle toeristen in Rome juist deze wijk hadden uitgekozen om er te komen eten en voor het eerst ervoeren we (gezellige) drukte. Maar volgens mij was door het ontbrekende massatoerisme dit wel dé ideale tijd om de stad te zien. Toch bleef er nog veel over dat we niet hebben gezien. Een volgende keer dan maar. Het tweede Rome-fotoserietje staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157716311470478

Rome (1)

13 september 2020

Een paar dagen naar Rome, zo’n zestig kilometer onder Collevecchio. Dat doen we dan met de trein. Met een boemel, eigenlijk een forensentrein, die er anderhalf uur over doet en veertien keer onderweg stopt. Maar dan sta je wel midden in Trastevere, een van de meest populaire wijken van Rome, waar we een heerlijk B&B hebben. Mét balkon en uitzicht op de platanenstraat die naar het centrum loopt. Dat is vanaf het B&B goed te lopen, maar in vier tramhaltes sta je ook midden in de stad op Piazza Venezia, een mooi uitgangspunt om de stad verder te verkennen. René was – ondanks zijn gymnasiale én katholieke achtergrond – voor de allereerste keer in Rome. Dat werd dus onderhand wel tijd. Dat feit maakte het voor mij op een of andere manier ook extra leuk. Iemand had als reistip gegeven dat Rome ook zulke mooie buitenwijken had. Maar als je er dan voor de eerste keer komt en je hebt niet álle tijd, begin je natuurlijk niet met de buitenwijken.

Nee, dan doe je toch maar de highlights, die normaal gesproken worden overlopen door toeristen. Maar dit zijn geen normale tijden en dus zijn er ook nauwelijks toeristen. Ik kreeg de indruk dat dat vooral Italianen waren met hooguit een enkeling uit andere Europese landen. Maar niemand uit Amerika of Azië. Overal is het rustig en je hoefde nergens te wachten. We hadden twee-en-een-halve dag en als je het dan een beetje relaxed wilt doen, zul je toch moeten selecteren, maar zal aan het eind ook weer blijken dat je niet alles hebt kunnen doen wat je eigenlijk hád willen doen. We doen alles lopend. Behalve dan die paar tramhaltes vanaf ons B&B naar de stad. Lopen komt eigenlijk neer op slenteren en dat betekent dat je behalve die highlights ook nog genoeg andere en onverwachte dingen van Rome kunt zien. Als je goed kijkt tenminste en dat proberen we te doen. Vanaf Trastevere lopen we in eerste instantie via het Circus Maximus naar het Colosseum en Forum Romanum.

Op het Piazza Venezia staat het kolossale Vittoriano, ter ere van de eerste Italiaanse koning Victor Emanuel. Er is jarenlang volop gediscussieerd of zo’n groot ding eigenlijk wel zou passen in het stadsbeeld. Het werd algemeen zelfs erg lelijk gevonden. Maar, zoals het vaak gaat met lelijke bouwsels, nu het er eenmaal al zo lang staat, mag het natuurlijk niet meer weg. Ik heb het monument eerder eigenlijk alleen maar van een afstandje bekeken en dan nóg is het te groot om het ding goed op de foto te krijgen. Maar deze keer hebben we het ook van binnen en vooral bovenop bekeken. Het is ook van binnen inderdaad niet het mooiste monument van Rome, maar boven heb je een prachtig overzicht over de rest van de stad en kunnen we daar zo’n beetje inventariseren wat ons de rest van de dag te doen staat. Dat zijn de Trevi-fonteinen en de Spaanse trappen en alles wat er in die kleine straatjes daar tussenin nog te zien valt. Bij de Trevi-fonteinen viel het extra op hoe rustig het in de stad was. Ik was er vorig jaar met Marcel tijdens de Eurogames, en toen leek het wel alsof er een voetbalstadion aan het leeglopen was. Nu enkele tientallen mensen en genoeg tijd en gelegenheid om de fonteinen op je gemak op een bankje te bekijken. De highlights en de dingen die er nog meer te zien waren staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157716281592016

Sabina (2)

11 september 2020

Het vervolg van ons bezoekje aan Collevecchio verliep in grote lijnen zoals we er begonnen waren: weinig ondernemen. Het dorp heeft veel schade opgelopen door de aardbeving van 2016 en veel panden zijn nog steeds gestut in afwachting van herstel, dat er misschien nooit gaat komen. Behalve dan de kerk, ook bijna ingestort, maar nu hersteld. Door corona even niet in gebruik binnen, maar de diensten worden nu gehouden op het parkeerterrein ernaast. Ik heb overigens niet de indruk dat ze hier nog heel gelovig zijn, afgaand op het handjevol bezoekers aan de kerkdienst op zondag op dat parkeerterrein. Dus ook de kerken leiden hier een marginaal bestaan.

Even buiten Cantalupo, een dorp in de buurt, stuiten we langs de weg op een gebouw dat ooit een prachtige en zelfs behoorlijk grote kerk geweest moet zijn. Misschien wacht ook deze kerk op herstel, maar aan de hoeveelheid brandnetels eromheen te zien is hier al tientallen jaren niemand meer geweest. Terwijl de kerken vervallen, wordt hier aan de doden des te meer aandacht geschonken. In elk dorp is er wel een plakzuil, waar de overledenen van de afgelopen maand worden aangekondigd. We nemen dus ook maar een kijkje op het kerkhof, waar de doden niet worden begraven, maar opgeborgen in bovengrondse en goed onderhouden tombes.

Het oorspronkelijke plan was om hooguit een paar dagen in Collevecchio te blijven. Er stonden immers nog meer dingen op het programma: Rome, Napels en dan nog de terugreis met de auto. Maar elke dag stelden we ons vertrek weer een dag uit. En door al dat getreuzel was het bezoek aan Napels ondertussen achter de horizon verdwenen en weer op de bucket list terecht gekomen. We hadden immers Genua ook al gezien, dat wel ‘het Napels van het noorden’ wordt genoemd. En ook konden we maar niet genoeg krijgen van het verblijf in Collevecchio, zo heerlijk was het er. Elke dag heerlijker zelfs, want we hadden na een paar dagen een vast ritme ontwikkeld en raakten steeds meer ingeburgerd. De ochtendkoffie bij de bar, een paar boodschappen, een beetje sightseeing, het zwembad en aan het eind van de dag het zachte licht van de late zon over het dal, de opkomende maan en de sterren aan de donkere hemel in de tot middernacht warme avond. En zo had het nog heel lang door kunnen gaan. Maar zaterdagochtend moesten we dan toch echt weg omdat er nieuwe huurders in aantocht waren. De onweersbui, die na een volle week prachtig warm weer op vrijdagavond losbarstte, was dan ook een waardige en symbolische afsluiting van een heerlijke week in Collevecchio. Foto’s daarvan op: 

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157716235216246

Sabina (1)

8 september 2020

Na vier dagen reizen (Genua meegerekend eigenlijk vijf), merken we toch wel dat we behoefte hebben aan even de auto aan de kant en lekker uit te rusten. Collevecchio is daarvoor een ideaal plaatsje. En – met dank aan John – vooral het huis waarin we verblijven. Sfeervol, met terras en uitzicht over het grote dal. Én natuurlijk het zwembad, nota bene aangelegd op een helling. Hier gaan we dan ook een aantal dagen blijven en niet al te veel ondernemen. Behalve dan dat we ons elke ochtend naar de bar op het centrale plein slepen voor cappuccino en cornetti. En kennismaken met het vaste meubilair dat daar elke ochtend zit. Het dorpje heeft betere tijden gekend. Er zijn nu nog zo’n 1500, voornamelijk oudere, inwoners. Niet meer genoeg om basisvoorzieningen in stand te houden, zoals een restaurant, een geldautomaat en meer van die handige dingen. Maar wel nog de bar, die misschien wel – als ontmoetingsplaats – de allerbelangrijkste basisvoorziening is. Na een paar dagen weet dus iedereen wie we zijn, hebben we het gevoel dat we er zelf ook wonen en ook tot het vaste meubilair behoren.

Verder doen we niet al te veel. Behalve dan toch af en toe even met de auto naar de supermarkt, een restaurant in de buurt en bezoekjes aan een paar dorpjes in de omliggende Sabina. Want zo heet het gebied in het noorden van Lazio, de regio rond Rome. Een prachtig gebied, dat vaak met Toscane wordt vergeleken, maar bij nader inzien toch wel veel daarvan verschilt. In tegenstelling tot Toscane is hier nauwelijks wijnbouw, maar des te meer olijfgaarden. Naast grote velden met olijfbomen heeft eigenlijk elk huis wel een paar van die bomen in ‘de tuin’ staan. De streek is ook veel minder toeristisch dan Toscane. Nu helemaal en het is overal stil op straat. Ook in Casperia, normaal gesproken populair bij Engelsen en zelfs Amerikanen. Nu niets van dat alles en wij hebben dan ook het prachtige pleintje in dat dorp helemaal voor ons alleen. Foto’s van de eerste Sabina-dagen staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157716216986437

Genua – Collevecchio

5 september 2020

Het laatste stuk van de heenreis: van Genua naar de eindbestemming Collevecchio, zo’n 60 kilometer boven Rome. Bij het ontbijt in Genua konden we het niet laten om nog een allerlaatste blik te werpen op de stad, de haven en de boten die daar vannacht weer waren afgemeerd. Dan langs de kust naar het zuiden. De eerste honderd kilometer was het weer opletten. Veel tunnels, slecht verlicht en daardoor veel te veel contrast met de felle zon, geen vluchtstroken én ook nog eens bochten in die tunnels. De Italianen schrikken er desondanks niet voor terug om je dan, zelfs in die bochten, nóg in te halen. Ik vind Italianen een erg charmant volk, maar als ze achter het stuur kruipen worden het ineens andere mensen. Maar daarna wordt het overzichtelijker en bij Follonica verlaten we de kustweg, het binnenland in.

Daar ligt Massa Marittima, waar ik jeugdherinneringen uit de zomer van 1967 heb liggen en waaraan ik zelfs 53 jaar later nog vaak aan terugdenk. Ik reisde naar dat stadje met een groep van klasgenoten van de middelbare school uit Oldenzaal. Dat was met de Internationale Bouworde, een organisatie van katholieke snit, die scholieren in staat stelde om in ruil van reis, kost en inwoning een aantal weken werk te verrichten voor katholieke instellingen. In dit geval ging het om een weeshuis, het Rifugio St.Anna. Tegenwoordig is het een jeugdherberg en is de naam omgedoopt tot Ostello St.Anna. Die reis heeft destijds een grote indruk op me achtergelaten. Ik heb daar mijn liefde voor Italië opgelopen. Na enig zoeken konden we terugvinden waar het toen geweest moest zijn. Ter hoogte van de toenmalige slaapzalen troffen we iemand, die ook herinneringen had uit die tijd. De baas van dat weeshuis was Pater Don Luigi, waarvan hij wist dat die in 2013 op 96-jarige leeftijd is overleden, maar wiens geest in het complex nog alom aanwezig is.

Ik was daar zó druk om me in te beelden, hoe het daar destijds en nu was, dat ik eigenlijk vergat om daar de nodige foto’s te maken. Gelukkig had René de tegenwoordigheid van geest om daar wél foto’s te maken, die hij mij bereidwillig ter beschikking heeft gesteld. Die foto’s voeg ik – bij zeer hoge uitzondering en met dank aan René – toe aan de serie (zie het linkje onder). Uitzondering, omdat ik eigenlijk alleen maar zelfgemaakte foto’s wil opnemen. Want anders kun je wel aan de gang blijven en voor je het weet staan er alleen nog maar foto’s die je van het internet hebt geplukt.

Nog een veel grótere uitzondering is dat ik in de serie ook een drietal zwart-wit foto’s uit 1967 van dat verblijf aldaar toevoeg: een foto waar we aan het werk zijn en een theepauze hebben, een foto waar ik een soort oorkonde of diploma van Don Luigi uitgereikt kreeg en tenslotte een foto van de hele groep klasgenoten plus bewoners en verzorgers van dat weeshuis. Tijdens deze middag is de hele film uit 1967 nog eens in mijn hoofd afgedraaid. Maar opnieuw zijn we weer veel te lang in Massa Marittima blijven hangen en moesten we toch weer een stuk over de autobaan om uiteindelijk nog net voor het donker in Collevecchio te landen. Natuurlijk hebben we de dag op het dorpspleintje nog eens dunnetjes overgedaan. Hier zullen we enkele dagen blijven. De foto’s van deze toch wel bijzondere dag staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157716164460636