De auto van buurman John, die we in juni voor de APK-keuring uit Italië hadden gehaald, moest nu weer terug. Terwijl John en ik in juni door allerlei omstandigheden strak heen en weer moesten rijden, kon het nu een stuk relaxter. Deze keer met René, en vijf dagen zouden we over de heenreis gaan doen, zo was het plan. De lol van het reizen is tenslotte ook het onderweg zijn en de langzame veranderingen in het landschap en de architectuur op je te laten inwerken. Alleen op de eerste dag zouden we meters maken en 800 kilometer verderop terecht komen in Nuits St.Georges, een populaire overnachtingsplaats voor Nederlanders op weg naar de camping in Zuid-Frankrijk. Voor ons begon de reis daar pas écht. Want waar kan je beter beginnen dan in Bourgondië, een dromerig land met zacht en warm licht en heerlijk windstille avonden. Alleen jammer van de zonnebloemen, die er in juni nog prachtig, maar nu verschrompeld bij stonden.
Richting Genève doemen in de verte de Alpen op en vanaf de Col de la Faucille, zo te zien heel populair bij fietsers, komen het meer met zijn fontein en zelfs het Mont-Blanc massief langzaam dichterbij. Genève is op de route moeilijk te vermijden, maar we rijden toch maar door het centrum, strak langs het meer om – stapvoets rijdend in de avondspits – nog iets van de stad op te snuiven. De volgende dag zouden we vanuit Chamonix de Aiguille du Midi op zo’n 3900 meter hoogte per kabelbaan ‘beklimmen’. Alleen er niet op gerekend dat je online had moeten reserveren. Helaas de trend bij de grotere toeristische attracties, die alleen nog maar te zien zijn als je alles van tevoren gaat bedenken en dus elke flexibiliteit en spontaniteit wordt weggenomen. Er was evenwel nog wel een gaatje in hun agenda als we bereid zouden zijn om vier uur te wachten.
In plaats daarvan dán maar door over de Col de la Forclaz, waar we in een hardloopwedstrijd terecht kwamen. Ik vind gewoon hardlopen al een uitdaging, maar berg-op berg-af is loodzwaar, zo weet ik ook uit mijn beperkte ervaring op dat gebied. Maar de deelnemers liepen er nog redelijk fris bij, zo te zien. Verderop heb je een mooi uitzicht over het Rhône-dal. Breed en fraai gelegen tussen hoge bergmassieven. Maar het dal zelf is redelijk verpest door een aaneenschakeling van bedrijfsterreinen, benzinepompen en andere lelijke bouwsels. Vanaf Brig heb je dan de Simplon-pas. Die had ik nog nooit gereden en dus was er vooraf enige gezonde spanning hoe de auto en de chauffeur het er daar vanaf zouden brengen. Het landschap was adembenemend, maar de weg zelf leek eerder op een brede autobaan nagenoeg zonder haarspeldbochten. En dan aan het eind: Italië…! Met Domodossola als pleisterplaats. Met een heerlijk warm plein, waar we pasta eten en met lekkere ijsjes en witte wijn nog lang blijven zitten. Na drie dagen de Alpen-oversteek voltooid..! Een indruk ervan staat op:
Elk jaar wordt op de derde maandag in augustus op de Zeedijk de ‘Hartjesdag’ georganiseerd. Het is een eeuwenoud gebruik en men weet onderhand niet meer precies wat de oorsprong ervan is. Tegenwoordig wordt het ook wel beschouwd als ‘het carnaval van Amsterdam’ en is het een feest voor de buurtbewoners met gezellig eten en drinken aan op straat opgestelde tafels. Verder is het de bedoeling dat mannen vrouwenkleding dragen en vrouwen mannenkleding, hoewel niet iedereen dat doet. En er is de mogelijkheid om iets muzikaals te produceren, beoordeeld door een jury. Ik was er in al die jaren nog nooit geweest, omdat het vooral een feest is voor bewoners van de Nieuwmarktbuurt zelf. Deze keer wel, ook al omdat René, die inmiddels al ruim twintig jaar in de buurt woont, mij had gevraagd om foto’s te maken van zijn eigen muzikale optreden op het festival. En nu ik er toch eenmaal was natuurlijk ook maar wat van het festival zelf. De foto’s spreken voor zich lijkt me zo. En uiteindelijk ging René er met zijn liedje ‘de Roze Bril‘ met de eerste prijs vandoor. Waarvan akte…! Een indruk van de sfeer op de Zeedijk staat op:
De andere stad die we in het weekend in dat gebied bezochten was natuurlijk Namen. Niet echt het pareltje dat Dinant was, maar wel de belangrijkste stad van de regio en bovendien de hoofdstad van Wallonië. De Maas was hier al veel minder diep uitgesleten, zodat er geen rotsen waren die hoog boven de stad uit staken. Toch waren de heuvels rond de stad en rivier hoog genoeg om er – evenals Dinant – een citadel met kabelbaan op na te houden. Met navenant uitzicht over de rivier en stad. De stad zet zich onder meer op de kaart met een fraaie street art collectie. Niet zomaar wat volgekliederde stukjes muur, maar fraai gedecoreerde blinde muren, die de stad toch wel een bijzondere allure geven.
De lokale VVV had de meest markante punten op een foldertje samengevat, maar moet zijn huiswerk toch nog maar eens overdoen omdat sommige kunstwerkstukken in de loop van de tijd alweer waren verdwenen en andere moeilijk te vinden waren, zodat het toch eerder een puzzeltocht was geworden. De stad is natuurlijk ook een belangrijk knooppunt in België en dat zie je aan het grote treinstation, dat thans wordt verbouwd. Over een jaartje nog maar eens terug komen, want zo te zien gaat het er met zijn prachtige en hypermoderne dak vol zonnepanelen heel gelikt uitzien. Maar na zo’n zes uur bij ruim 30 graden zélf als zonnepaneel door de stad wandelen was het wel genoeg en lonkte een koud biertje thuis. De foto’s staan op:
Een weekend met Marcel en zijn ouders naar België: dat stond al een hele tijd op de agenda, maar er was altijd wel een reden waarom het er niet van kwam. Deze keer was die reden er niet en we gingen dus. Uitgerekend in het allerheetste weekend van het jaar als een normaal mens op het strand ligt. Maar ja, dat weet je niet van tevoren en je moet zoiets tenslotte wel minstens een aantal weken eerder vastleggen. Twee jaar geleden was ik al eens met de auto vanuit Frankrijk langs de Maas naar huis gereden en was me al opgevallen hoe fraai die route was. En had me toen ook maar voorgenomen hier nog eens terug te komen. De Maas is hier heel diep uitgesleten en dat heeft het landschap gevormd zoals het er nu bij ligt.
Standplaats deze keer was Lustin, een piepklein dorpje zo’n 10 kilometer onder Namen. Met een mooi huis om te verblijven, maar vooral een mooi uitgangspunt om de streek eens wat beter onder handen te nemen. Vrijdag dus naar Dinant. Daar woonde ooit Adolph Saxe, de uitvinder van de saxofoon. Veel plaatsjes grijpen zoiets aan om zich bij gebrek aan beter op de toeristische kaart te zetten. Dinant doet dit natuurlijk ook, maar heeft dit – als een van de mooiere plaatsen in België – beslist niét nodig. Want Dinant heeft eigenlijk alles al van zichzelf. De fraaie ligging aan de voet van de hoge rotsen en de citadel, waar in de Eerste Wereldoorlog trouwens heftig is gevochten tussen de Duitsers en de Fransen, maar vanaf waar je nu mooi over het stadje kunt uitkijken. Vastgelegd op bijgaande fotoserie:
Je zou het niet zeggen als je in de afgelopen maanden teveel kranten hebt gelezen en/of iets teveel naar talk shows hebt gekeken. En we dan van de ene naar de andere crisis lijken te rollen. Maar het bestáát nog en mensen kúnnen het nog: onbedaarlijk plezier maken. Dat was in elk geval te zien op de Canal Parade, die na twee jaar afgelastingen nu eens een keer wél kon doorgaan. De vaarroute liep vlak langs ons huis. We hadden wat klapstoeltjes opgescharreld, wat gezellige mensen uitgenodigd en met een koelbox met eten en drinken kon de middag niet meer stuk en viel dat onbedaarlijke plezier ook ons ten deel. De laatste jaren was er ook wel wat kritiek op de Canal Parade: het werd eigenlijk te commercieel. Hoewel ik de indruk had dat er nu ook wel wat met die kritiek is gedaan. Er was een duidelijk thema deze keer: gender identiteit. En ook wat minder grote bedrijven, maar meer maatschappelijke organisaties die lieten zien wat ze met dat thema deden. Maar het plezier bleef toch het meeste als eindindruk hangen. Verder zeggen beelden meer dan woorden. Dus,… leg de kranten even opzij, zet de TV uit, kijk naar bijgaande (deze keer wel een iets langere) fotoserie en je kunt er weer een tijdje tegen. Zie:
De Pride Walk is eigenlijk de opening van de Gay Pride week, hoewel die laatste naam eigenlijk niet meer gebruikt mag worden en het nu ineens Amsterdam Pride heet. Die Pride Walk is sinds een aantal jaren onderhand wel een volwaardige aanvulling op (of zelfs alternatief van) de Canal Parade. Die laatste is allengs commerciëler geworden en je moet wel een hele dikke portemonnee hebben om daar nog mee te mogen varen. Aan de Pride Walk mag iedereen mee doen, ook zonder portemonnee. Een aantal jaren geleden was dat nog hoofdzakelijk gay (of eigenlijk LHBTQ) maar ik kreeg nu toch ook de indruk dat het een stuk breder is geworden en er nu ook allerlei maatschappelijke organisaties meeliepen die diversiteit in hun vaandel hebben staan. En verder ook individuen, die ergens een mening over hadden, en de gelegenheid aangrepen om deze te ventileren. Zelfs dacht ik even dat ik met het zomercarnaval had meegelopen, toen ik ‘s avonds op het journaal een spotje van dat Rotterdamse evenement had gezien en zag dat de Pride Walk daar toch wel veel op leek.
Dat alles neemt niet weg dat het een erg gezellige loop was met een hoop plezier en vrolijkheid. En dat is natuurlijk óók de bedoeling van de dag. De route liep van de Dam naar het Vondelpark en eenmaal daar aangekomen, kwam er toch wel wat meer focus op LHBTQ en de aspecten daarvan. Zeer indrukwekkend en ingetogen was wel het ‘zero-flags’ project. Vlaggen van 71 landen, waar homoseksualiteit verboden is met straffen variërend van 2 jaar gevangenis tot de doodstraf. Ook Qatar, waar we in november gezellig gaan voetballen, doet prominent mee in dit rijtje landen. Weten we tenminste waar we niét naartoe moeten. De bedoeling is dat het aantal vlaggen de nul gaat naderen, maar tot nu toe zit er nog weinig schot in de zaak. De camera is ook mee geweest en de serie staat op:
Een fietsrondje Abcoude: ideaal als je even geen zin hebt om de hele dag te gaan fietsen, maar toch even de stad uit wilt om te proeven hoe de sfeer is op het land op deze prachtige warme zomerdag. Want in deze tijd van het jaar ligt de natuur er op zijn mooist bij, vind ik. Hoogstaande zon, met de bekende ‘Hollandse wolkenluchten’. Met bloeiende lelies bedekte riviertjes, en aan de oevers boerenhoeves met uitbundige hortensia’s voor de deur. En met bewoners, die duidelijk maken wat hun visie is op het stikstofbeleid. Je bent inderdaad even helemaal uit de stad, hoewel je overal de skyline van de stad kunt zien, maar die je ook heel gemakkelijk even kunt wegdenken.
Abcoude, op steenworp afstand van Amsterdam, is het verste punt van de route. Een prachtig plaatsje, met een mooie aan het water gelegen uitspanning waar ze heerlijke koffie met cheese-cake hadden. Je zit daar zó lekker, dat je op deze lome zomerdag eigenlijk geen zin meer hebt om nog naar huis te fietsen. Temeer daar we op de terugweg langs het Amsterdam-Rijnkanaal ineens flinke tegenwind hadden. Maar dankzij het kopwerk dat René met zijn e-bike kon doen, bleef de inspanning binnen de perken. De sfeer van de dag is vastgelegd op:
Een favoriet uitstapje met Marcel en ons buitenlands bezoek is een rondje IJsselmeer. In minder dan een uur ben je in Den Oever voor de ‘oversteek’ naar Friesland. Alleen al de Afsluitdijk spreekt tot de verbeelding, niet alleen voor het buitenlands bezoek, maar elke keer ook weer voor ons. Een verplichte stop is dus ‘het Monument’ met de uitkijktoren en een piepklein, maar heel gezellig cafetariaatje eronder, waar alles over de aanleg en verdere historie van de dijk staat uitgelegd. Alleen is er nu groot onderhoud aan de dijk, is het Monument gesloten evenals het educatieve cafetariaatje. Dan aan de overkant Friesland, één groot weiland, zo lijkt het wel. Weinig bomen, zodat je ver over het vlakke land kunt kijken. Maar fraaie en kleine dorpjes, met kleine huisjes en kleine kerkjes met kerkhofjes eromheen, die het geheel een intiem karakter geven.
In Friesland ga je dan strak langs de kust, naar het zuiden, met plaatsjes als Makkum, Workum, Hindeloopen en Stavoren. Je zou zeggen dat – aan de dorpjes te zien – de tijd hier stil staat. Maar Friesland is groot in alles wat zich over het water kan bewegen: varen, zeilen, vissen, surfen en schaatsen. Heel Nederland en half Duitsland komt hier zeilen. En in Makkum maken ze imposante en vooral dure jachten voor de ‘groten der aarde’. Van het schaatsen zie je in de zomer natuurlijk niet veel, maar de dichtgevroren meren nodigen in de winter – tenminste voor de liefhebbers – uit tot lange tochten. En als er weer eens een Elfstedentocht wordt gehouden, gaat niet alleen Friesland, maar heel Nederland uit zijn dak. Een mooie provincie dus met een sterke eigen identiteit, en zelfs een eigen taal. Wat we zoal in Friesland hebben gezien staat op:
Bezoek uit het buitenland, dus wat ga je dan doen? Het liefst dingen, die interessant zijn voor toeristen, maar die je zelf nooit doet. Het Rijks- en het van Gogh-museum kenden we al, evenals de wandeling langs de grachten daarheen. Maar een rondvaart door de grachten hadden we nog nooit gedaan, dus dat werd het. Niet in zo’n boot met glazen overkapping, maar anderhalf uur in een open sloep met ongeveer twintig personen. Het schitterende weer nodigde ertoe uit, en je hebt dan een prachtig onbelemmerd zicht op de stad. Vanuit een heel ander perspectief nog wel. Want je ziet niet alleen nieuwe dingen, ook zie je de dingen anders. Zelfs met de oriëntatie gaat het af en toe mis. Nou woon ik hier al 28 jaar, ik denk de stad inmiddels redelijk te kennen, maar af en toe wist ik niet meer waar ik was.
Verder viel me op dat de stad vanaf het water veel groener lijkt dan vanaf straathoogte. Maar misschien lag dat wel aan het jaargetijde, want midden in de zomer staat alles in het volle en verse groen. Ook blijkt des te meer dat je op de grachten niet alleen kunt varen, maar je kan er ook wonen. Want ineens vallen vanaf het water nu ook de woonboten veel meer op. In zeer uiteenlopende stijl en ook staat van onderhoud, zo bleek. Een verrassend middagje dus en zélfs een aanrader voor degenen die hier al bijna hun halve leven wonen. Dat andere perspectief staat op:
Dát was nog eens een zinderende avond..! Het concert van – wat mij betreft – de meest iconische popgroep aller tijden: de Rolling Stones. Zestig jaar bestaat de groep maar liefst. Ter gelegenheid daarvan hadden ze een tournee georganiseerd langs Europese steden. Misschien wel de allerlaatste concert-tour. Toen enkele weken geleden het optreden op het laatste moment werd afgeblazen, terwijl we in gespannen afwachting al in het stadion zaten, dacht ik even dat het er niet meer van zou komen. Maar de belofte werd ingelost en deze keer kwamen ze wél. En hoe…! Het publiek bestond voor een groot deel uit 60-plussers, allemaal dus mensen die gedurende hun hele leven van de groep en hun muziek hebben genoten.
Ik ging erheen met René, ook van mijn leeftijd, met wie ik de fascinatie voor de groep deel. Voor mij lag het hoogtepunt van de Stones-ervaring in mijn studententijd in Tilburg, toen we nog de tijd hadden om, met het nodige bier, tot diep in de nacht hun muziek soms zelfs dansend te beleven. In de jaren daarna moesten we aan het werk en hadden we daar de tijd niet meer voor, maar de fascinatie voor de Stones en hun lekkere rauwe en snerpende rockmuziek is altijd gebleven. Dat concert was dus een buitenkansje. Dus ruim op tijd in het stadion en het voelde als een schoolreisje. Eerst nog een voorprogramma van ‘the Ghost Hounds’, om in de stemming te komen.
Maar als de Stones zelf komen gaat er toch een rilling door het publiek, inclusief door mezelf. Lead zanger Mick Jagger is al helemaal hors categorie. Hij loopt al gedurende de hele periode van zestig jaar mee, wordt binnenkort 79 en heeft nog steeds niets van zijn uitstraling verloren. Ruim twee uur spelen ze en alle klassiekers komen aan bod. Ja, er is ook een fotoserie gekomen. Maar deze keer gaat het even niet om de kwaliteit van de foto’s. Die is sowieso al een stuk minder, want er zat een heel voetbalveld tussen ons en de artiesten. Eerder moet het gaan om vastlegging van de sfeer en wat er te zien was. Maar nu ik nog eens naar de foto’s kijk, komt de beleving van de serie door het ontbreken van de muziek niet in de búúrt van het zinderende gevoel van die avond. Dus toch maar even een cd-tje van de Stones opzetten bij het bekijken van de foto’s. De begeleidende foto’s staan op: