Los Angeles is een stad, waar je niet zonder auto kunt. Zelfs voor de kleinste aangelegenheid gebruik je al de auto. Want de kleinste aangelegenheden zijn al te ver om te lopen. En alternatieven zijn er nauwelijks. We hebben er wel bussen zien rijden, maar daar zaten weinig mensen in. En fietsen doen ze hier niet. Als je ergens heen moet is altijd de eerste vraag op welk moment dat het beste kan, gezien de files die er in de lange spitsperiodes altijd zijn. Dat betekent dat je, wil je een beetje aan het sociale leven deelnemen, je een groot deel van de dag in de auto doorbrengt. De auto is daarmee een soort tweede huiskamer cq. kantoor geworden, waarin je behalve het stuur bedienen nog veel meer dingen kunt doen, zoals de krant lezen, en – inderdaad niet bepaald hands-free – met elkaar kunt telefoneren en vergaderen.
Wij brengen er de laatste drie dagen van onze reis door. En wat meestal kort voor de terugreis gebeurt, gebeurde nu weer: je begint naar huis te verlangen. Dat het – na wekenlang mooi weer – op die laatste dagen ook nog bewolkt werd, droeg natuurlijk ook bij aan dat gevoel. Maar je bent niet elke dag in een van de toch wel interessantste steden van de VS, dus we gaan er wel wat van maken. Naar het ‘Science Museum’ bijvoorbeeld, vooral gericht op de lucht- en ruimtevaart. Daar is onder meer de originele, maar nu afgedankte ‘Challenger’ opgesteld, het ruimteschip dat pendeldiensten onderhield met het min of meer permanente ruimtestation. Nu nog ingepakt in cellofaan, maar volgend jaar gaat hij open voor het publiek. Niet echt nu te bekijken dus, maar er bleef genoeg ter lering over. Een expositie over Leonardo da Vinci bijvoorbeeld, niet zozeer als schilder, maar vooral als architect, ingenieur en uitvinder. Want dat was de invalshoek van de tentoonstelling. Hij heeft een indirecte bijdrage geleverd aan de kunst van het vliegen. Alleen jammer dat hij het zelf niet meer heeft meegemaakt.
Op de allerlaatste dag nog even een wandeling gemaakt door Long Beach, het stadsdeel waar we verblijven. Want hoewel deel van de enorme agglomeratie Los Angeles, zien de Long Beachers zich het liefst als bewoners van een afzonderlijke stad. En daar is – na er een korte wandeling te hebben gemaakt – ook alle reden voor. Een alleraardigste down town (centrum dus), met kleurige architectuur en ligging aan de oceaan. Het woordje ‘zee’ kennen ze hier niet want ze hebben het meteen over de ‘oceaan’. Wel jammer dat de kust volgebouwd is met grote hotels, duidelijk ook voor de grotere portemonnee. Dus geen kleinschalig Zandvoort, maar voor de Zandvoort-genoegens wachten we wel tot na de terugreis. Die zich nu aandient, want de koffers zijn gepakt en zaterdagochtend (4 mei) zal de KLM ons op Schiphol afleveren. Einde van een heerlijke road trip. De laatste indrukken staan op:
Welkom thuis en dank voor het verslag van deze weer bijzondere reis!
LikeLike