Vanaf La Roche rijden we op de rustige zondagochtend Frankrijk binnen met een tussenstop in Pont-à-Mousson, aan de Moezel, halverwege Metz en Nancy. De zon schijnt uitbundig en opvallend vond ik de grote hoeveelheid zonnepanelen die je her en der ziet. Duitsland heeft een reputatie op dat gebied, maar kennelijk zijn ze er in Frankrijk ook behoorlijk mee bezig. Deze zondag beschouwen we maar als een echte autorij-dag, ook al omdat dit deel van Frankrijk tot Dijon niet zo heel veel te bieden heeft. Dus eerst een flink stuk over de autobaan en na Dijon lekker over kleine landweggetjes door Bourgondische dorpjes tuffen. Op deze lome en warme zomerzondag lijkt het leven er stil te staan. Uiteindelijk aangeland in Bourg-en-Bresse. Ik was daar ruim dertig jaar geleden ook al eens, toen het nog een meer levendig stadje was.
Maar het is teleurstellend om te zien hoe het stadje er nu bij ligt, een goed voorbeeld van de leegloop van het Franse platteland. Veel winkels met rolluiken, opgebroken straten en de meeste restaurants dicht. We hebben met moeite nog een plek kunnen vinden om iets te eten, en dat nota bene in Frankrijk, de culinaire hotspot van Europa, zo niet van de hele wereld. Het hotel, of wat daarvoor doorgaat, was al niet veel beter. Via een vaag telefoonnummer krijgen we een sleutel en kunnen met een code naar binnen. Alle voorzieningen waren verder wel in orde, maar het is toch wel vreemd als je verder helemaal niemand ziet.
Maandag rijden we dan verder naar het oosten met een tussenstop in Nantua. Een fraai gelegen plaatsje aan de voet van de Alpen, dat zich aan het opmaken is voor de start van de etappe van 9 juli a.s. in de Tour de France. We willen verder naar Bellegarde, maar er blijken twee plaatsen te zijn in de buurt met dezelfde naam, zodat we – na het verkeerde Bellegarde in de GPS te hebben ingetoetst en tientallen kilometers omrijden – twee uur later opnieuw in Nantua uitkwamen. Niet verkeerd, want het is een prachtige streek, maar wel druk, vooral later langs het Meer van Annecy. Geen wonder, het is bijna hoogseizoen in een van de meest populaire streken van Frankrijk. Uiteindelijk komen we uit in het mondaine Chamonix met dito hotel, duidelijk gericht op de wintersport. En vanaf het terras met een adembenemend uitzicht op de top van de Mont Blanc. Die avond kijken we op dat terras ook uit op de top van de Aiguille du Midi, vlak naast de Mont Blanc, en vatten tijdens het eten en een glas wijn het lumineuze idee op om de volgende ochtend per kabelbaan naar boven te gaan. De foto’s van deze twee dagen staan op:
Nog een kleine nabrander van de grote wereldreis die nu net twee weken achter de rug is. We hebben weer nieuwe continenten gezien, maar één continent ontbrak op die reis nadrukkelijk: Europa zelf. Terwijl tijdens die reis toch duidelijk is geworden dat Europa met afstand het favoriete continent is van de meeste mensen die we in de afgelopen maanden in die verre oorden hebben ontmoet. Geen wonder eigenlijk, want hebben vrijwel alle bewoners van Australië, Nieuw-Zeeland en Amerika eigenlijk hun verre voorvaderen niet in Europa? Dat Europa op onze reis ontbrak, was natuurlijk ook de hele opzet. Het was niet voor niks een ‘wereldreis’. Toch bestond er nog een vaag plan om na afloop van de wereldreis met René, door wiens toedoen mijn fotohobby flink uit de hand is gelopen, in een soort van lang weekend een foto-reisje richting Ardennen of hooguit Noord-Frankrijk te maken.
Maar na een pizza en twee glazen wijn op het terras van de pizzeria op de hoek werd dat plan ineens een stuk ambitieuzer. Dat lange weekend werd ruim een week en ook de te rijden route werd ineens een stuk omvangrijker. Het woord ‘Italië’ werd in de mond genomen en dan hoef ik niet meer lang na te denken. En zo werd dat vage plan ineens een hele tour door het oude Europa en eigenlijk ook een volwaardig onderdeel en sluitstuk van de hele wereldreis. Vertrek op zaterdag en de route liep via Maastricht (inderdaad) via de Ardennen, waar we een tussenstop in Luik maken. We waren daar niet lang, maar vonden de stad leuk genoeg om die op de bucket list te zetten met het plan om daar ooit nog eens wat langer terug te komen. Via de toeristenfuik Durbuy, overnachten we in het minstens zo mooie, maar minder drukke La Roche. De kleine fotoserie van de eerste Europese dag staat op:
Zaterdag zijn we naar Tampa in Florida gereisd. Het liefst had ik het hele stuk gereden om de romantiek van een Amerikaanse ‘road-movie’ zelf te ervaren, maar dat zat er deze keer niet in. Dus zijn we met een overstap in Atlanta naar Tampa gevlógen. Het nadeel van vliegen is verder dat je onderweg niks ziet. Behalve dan in het zuidwesten van de USA, waar je vaak – zoals ook nu – strakblauwe en heldere luchten hebt en het besneeuwde (de naam zegt het al) Nevada en de canyons in Utah prachtig onder je vandaan ziet glijden. We logeren ook in Tampa bij vrienden. Vreemd genoeg is dit de eerste keer in onze hele reis van vier maanden, dat het echt warm is. En in Amerika betekent dat altijd uitkijken als je bijvoorbeeld een restaurant bezoekt. Zo gingen we lunchen bij een buitentemperatuur van 94 graden Fahrenheit (omgerekend 34 Celsius). Maar we waren erop voorbereid: de uit voorzorg meegebrachte truien moesten aan omdat die airconditioners veel te koud staan afgesteld en onaangenaam in je nek staan te blazen.
Maar in Florida wordt prettig en vooral ook erg rustig gewoond. We lopen even door de woonwijk, maar je kan er een kanon afschieten. Grote huizen met mooie tuinen, veel ruimte en de huizen kan je hier voor een appel en een ei kopen. Florida is ook het bejaardenhuis van Amerika. Mensen uit het noorden verhuizen na hun pensioen doodgewoon naar Florida, soms duizenden kilometers verderop, ook heel vaak zonder enige sociale binding in hun nieuwe woonomgeving. Zoiets als na je 65e uit Amsterdam naar de Costa del Sol verhuizen, waar je niemand kent. Zou bij ons – althans voor mij – ondenkbaar zijn! We rijden een middagje naar ‘down-town’, het eigenlijke centrum. Nou ja, centrum…., de agglomeratie Tampa heeft ruim 2 miljoen inwoners en is in Amerika een middelgrote stad. Maar het is tientallen kilometers rijden door onafzienbare woonwijken met laagbouw, met veel groen ertussen. Dus een echt intiem centrum is daarin moeilijk te ontdekken.
In sommige delen, vooral langs de baai wordt vorstelijk gewoond, maar zelfs in de minder bedeelde wijken is er nog steeds veel ruimte, hoewel met een bedroevende kwaliteit van de openbare ruimte. Ik werd in die wijken vooral gefascineerd door de omvangrijke ’advocaten-industrie’ hier, met veel grote borden langs de weg met van die gluiperig kijkende advocaten. Die zijn niet te beroerd om, zelfs als er eigenlijk helemaal geen probleem is, een probleem voor je te verzinnen en vervolgens een financieel gevecht voor je aan te gaan, van welke aard dan ook. Tampa ligt aan de Golf van Mexico, dus dat strand is ook nog even bezocht. Op de kaart zag het eruit als een klein eindje, maar al met al was het toch nog een uur rijden. Wat een contrast met de westkust met dat koude water! Hier is de zee niet alleen veel rustiger, maar is het ook net of je in een warm bad stapt.
Na afloop nog even aan de kust bij de in de zee zakkende zon lekker ‘seafood creole’ gegeten. Meteen afgerekend met het vooroordeel dat je in Amerika niet lekker zou kunnen eten. Mijn reis zit er nu na vier maanden op. Donderdag rijdt gastheer Rick ons naar Miami. Marcel heeft daar zijn zwemtoernooi en zal nog een klein maandje in het oosten van de USA rondreizen. Ik zal in Miami worden afgezet op de luchthaven voor de reis naar huis. British Airways zal me vrijdagochtend met een overstap in Londen op Schiphol afleveren. Dit is dan ook het laatste reisverslag van onze grote wereldreis. Ik heb met veel plezier de verslagen geschreven en de bijbehorende foto’s bewerkt. Het schrijven is een manier om alle indrukken te verwerken en dat verwerken zal in de komende maanden nog wel even doorgaan, denk ik zo. Het is een geweldige ervaring geweest, maar nu is het mooi geweest en heb ik zin om weer naar huis te gaan en weer normaal te doen. Zo te zien barst ook thuis de zomer nu los. Voor de foto’s van het verblijf in Florida, zie:
Onze gastheer Jay had voor een dag een auto gehuurd waarmee we een toertje naar het noorden hebben gemaakt, onder meer naar Napa Valley, de beroemde wijnstreek. Even ten noorden van de Golden Gate brug kijken we nog maar eens vanaf het noorden over de brug en stad. Iets verderop ligt het Muir Woods National Monument, een zg. ‘oerbos’ met veel sequoia bomen. Het dorp Napa is zo’n beetje het centrum van de wijnstreek daar. Ik vond het contrast met San Francisco erg groot, ondanks dat het hooguit een uurtje rijden is. San Francisco heeft een liberaal karakter bij uitstek, in sommige opzichten zelfs liberaler dan Amsterdam. Daarentegen waan ik me in Napa in de Bible Belt, zoveel uitingen van godsdienstigheid zie je hier. Wel lekker geluncht, maar de wijn wordt hier erg duur verkocht. We verkennen ook nog even de westkust, ten zuiden van Golden Gate. Hier op het eerste gezicht prachtige stranden, maar je ziet vrijwel niemand in zee, zo koud is het water. De allerlaatste dag besteden we aan het bezichtigen van de street art, die hier weelderige vormen aanneemt. Hele gebouwen zijn hier gedecoreerd. Ongetwijfeld niet ieders smaak, maar ik vond het mooi en mijn camera helemaal. Het verblijf van een weekje in San Francisco zit er nu op. Morgen, zaterdag, reizen we verder oostwaarts. De laatste foto’s van San Francisco staan op:
San Francisco wordt beschouwd als de meest Europese stad van de USA. Nu we uit het westen zijn aangevlogen, krijg ik eigenlijk helemaal niet het idee dat ik in de USA ben. Natuurlijk heb je hier zoals in alle Amerikaanse steden de gebruikelijke ‘down-town’ hoogbouw, het eigenlijke zogenaamde centrum, waar bijna niemand woont. Maar in de woonwijken verderop rond Market Street heb je prachtige architectuur van veelal houten huizen langs soms wel heel steile straten. Wel vond ik de tegenstellingen hier opvallend, zelfs choquerend. Natuurlijk, zoals overal in Amerika, veel rijkdom en mensen die hun rijkdom openlijk etaleren. Maar ook erg veel zg. ‘drop-outs’, mensen die het niet hebben gemaakt, verslaafd en/of verward en vaak verdwaasd over straat rondlopen.
’s Avonds zie je ze overal, zelfs in de betere buurten, in de kou op de trottoirs slapen. Soms met hun boeltje bij elkaar gepakt in vervuilde slaapzakken, en de gelukkigen onder hen hebben op bepaalde plaatsen tentjes opgeslagen. Als toerist kom je eigenlijk altijd in die betere buurten, maar het ritje met bus 22 was in dat verband erg leerzaam en liet ons de – wat mij betreft indrukwekkende – andere kant van Amerika zien. Zo zouden er in San Francisco 7000 mensen op straat slapen. Sommige schrijnende gevallen kregen van ons iets toegestopt, maar tegelijkertijd weet je ook dat het water naar de zee dragen is. De contrasterende fotoserie staat op:
Zaterdag hebben we de oversteek gemaakt over de Stille Oceaan naar San Francisco. Een bijzondere ervaring, omdat je op zaterdagmiddag uit Sydney vertrekt en na bijna 14 uur vliegen op zaterdagochtend in San Francisco aankomt. Zodoende hadden we twee zaterdagen achter elkaar. San Francisco ligt in Californië met zijn zonnige klimaat. Inderdaad is het weer prachtig, maar het is hier vooral in de zomer relatief koud. Aan alle kanten omgeven door het water van de oceaan, dus je hebt hier bijna nooit echt warme dagen. En de avonden dat je eens lekker buiten kunt gaan zitten eten en drinken, zijn hier heel zeldzaam. Dat oceaanwater is zo koud dat je er zelfs in hartje zomer niet in kunt zwemmen. We logeren niet in een hotel of B&B, maar bij vrienden die we hier kennen. We zijn hier nu voor de derde keer en dan krijg je het gevoel dat je hier inmiddels een beetje woont. De Lonely Planet laten we dus voor wat het is en de meeste ‘belangrijke’ dingen hebben we trouwens bij eerdere gelegenheden al gezien. Het leuke is om gewoon door de stad te lopen en dan dienen de leuke dingen zich meestal vanzelf en onverwacht aan.
Naarmate het einde van de reis nadert zijn we trouwens sowieso al minder de nadruk gaan leggen op het zien van dingen, maar meer op het beleven van de stad of gewoon maar ‘ergens te zijn’ en de dingen vanzelf op je af te laten komen. Zondag slenteren we bijvoorbeeld door het Golden Gate Park, groter, minder bekend, maar minstens zo leuk als het New Yorkse Central Park. Daar heb je het ’de Young’ museum, waar een expositie liep over de ‘Summer of Love‘, verwijzend naar de Flower Power beweging vanaf 1967, nu dus vijftig jaar geleden. San Francisco was zo’n beetje het epicentrum van die beweging en er stonden dus lange rijen bij de entrée. Mooie foto’s, affiches uit die tijd en natuurlijk overal de muziek uit die jaren. Lekker op de grond zitten (eigenlijk half liggen) op van die zitzakken tegen de muur en genieten van de vloeistofprojecties op de muur met psychedelische muziek. Heerlijk jeugdsentiment, omdat ik in het begin van mijn studententijd er veel van heb meegekregen. De Summer of Love werd trouwens in het park en verder overal op straat nog eens dunnetjes overgedaan en ik kreeg daar eigenlijk de indruk dat die beweging hier nooit is weggeweest. Zie ook:
Maandag nog maar eens, vanaf Airlie Beach, bijna 700 kilometer gereden. Maar dan zijn we ook op onze eindbestemming in Australië: Cairns, eigenlijk in een resort bij het nog iets noordelijk gelegen Port Douglas. Ik heb veel folders van bounty-stranden gezien, maar als je daar dan komt valt het bijna altijd tegen: smerig en teveel mensen. Maar dit hier overtreft alle verwachtingen. Inderdaad echt bounty, schoon en het strand in het laagseizoen vrijwel voor ons alleen. Wel voorzichtig zijn, want het zou hier zo maar kunnen, dat er een verdwaalde krokodil in de buurt van het strand komt zwemmen. Op een dag, onderweg naar Port Douglas, zien we er twee aan de oever van een rivier liggen.
Wel is het hier eindelijk lekker tropisch warm. Op onze tocht naar het noorden werden we achtervolgd door wat ze hier winter noemen. Niet echt winter, maar elke avond toch behoorlijk fris. Hier hebben we de winter definitief achter ons gelaten. Eindelijk nu ’s avonds zonder trui lekker buiten eten. Een prachtige afsluiting van ons verblijf in Australië. Dit is dan ook meteen het laatste blogje over Australië. Vrijdag vliegen we terug naar Sydney en zaterdag naar het volgende continent. Zes weken hebben we hier gereisd, een geweldig land vond ik. Zoveel indrukken opgedaan en met het bewerken van de foto’s en het opschrijven van hetgeen is beleefd probeer ik alle ervaringen enigszins te bewaren. Ondanks de overvloed aan herinneringen, hebben we alleen nog maar de zuidoostkust van Australië gezien. Nu ik nog eens door de atlas blader, kan ik niet meer wachten om het rondje te voltooien: Cairns – Darwin – Perth – Adelaide – Melbourne. Komt dus op de bucket-list te staan. De fotoserie van de laatste dagen staat op:
Op zaterdag (6 mei) hebben we dan eindelijk de reis voortgezet en op die dag iets meer dan 1000 kilometer afgelegd. Dat vereiste enige discipline. Vroeg opstaan, niet te lang aanrommelen en met z’n tweeën zonder al te veel getreuzel onderweg doorrijden. Het probleem is dat het om half zes in de avond al donker is en we wilden niet op onbekend terrein al te veel in het donker rijden. Verder was vrijwel het hele stuk enkelbaans, met af en toe een extra strook om te passeren. Maar met weinig verkeer was het te doen. Ten noorden van het stadje Rockhampton begint ‘het grote niets’. Meer dan 300 kilometer tot Mackay onafzienbare bossen, vlaktes, af en toe een blik op de eindeloze oceaan en vrijwel niemand die hier woont. Normaal gesproken vlieg je zo’n stuk, maar om hier doorheen te rijden geeft je juist een idee van de uitgestrektheid van dit land. Het fascineerde me temeer, omdat ik me begon af te vragen hoe de weinige mensen die hier wonen hun leven leiden en hoe ze in de wereld staan.
De eindbestemming van de dag was Airlie Beach, het Lloret de Mar van Australië. Omdat we laat waren konden we niet anders dan eten tussen veel lawaai, veel grote TV-schermen met allerlei soorten voetbal, muziek, videoclips en jongeren, veelal in singlets en blote voeten die, schreeuwend om het geluid van de muziek te overstemmen, met grote kannen bier rondlopen. Het eten was navenant: slecht en goedkoop. Toch blijkt bij daglicht de volgende dag dat er ook nog wel leukere delen in Airlie Beach zijn als je wat verder doorloopt. En met een stuk lekkerder eten. Airlie Beach lag een maand geleden wel in het centrum van de cycloon en de gevolgen zijn er nog goed zichtbaar. Veel ontbladerde en omgevallen bomen, die nog lang niet zijn opgeruimd. Veel was dichtgespijkerd en hier en daar treffen we boten in het bos aan. We hadden vanaf hier willen snorkelen in het Great Barrier Reef, maar het koraal is teveel beschadigd en het water nog te troebel. Aangeraden wordt om het verder noordelijk in Cairns nog maar eens te proberen. We stonden op het punt om het verblijf in Arlie Beach toch een beetje als een tegenvaller te beschouwen toen zich onverwacht de mogelijkheid voordeed om een ‘scenic flight’ over het Great Barrier Reef te maken. Het vliegtuig moest vol en we konden voor een vriendenprijsje mee. Naast de piloot nog wel, dus de beste plaats voor de foto’s. Kijk maar op:
Noosa is – vind ik tenminste – een vrijwel ideale vakantie-verblijfplaats. Hier aan het begin van de winter is het nog steeds elke dag zo’n 26 graden. Prachtige stranden voor elk wat wils, een restaurant met de lekkerste pasta die ik ooit heb gehad en we zijn verder buitengewoon gastvrij te gast in onze B&B, dus mij hoor je niet meer klagen. Voorlopig genieten we nog maar even van Noosa in de wetenschap dat hoe dan ook, dat laatste lange stuk in één of meer lange etappes zal moeten worden afgelegd. Verder wordt hier gezond geleefd en flink van het leven genoten. De mensen passen hier hun levensstijl aan de omgeving en het klimaat aan. Rond zonsopgang (om 6:05 uur) wordt er al volop gewandeld en hardgelopen op het strand. Niet alleen door jongeren, maar ook 70-plussers zie je op dat tijdstip al veel. En na afloop om 7 uur koffie bij de lokale strandtent. Iedereen daar kent elkaar, ze komen er zo te zien elke dag en er wordt uitbundig plezier gemaakt. Overdag zie je de surfers. Het ziet er spectaculair uit en wij nemen woensdag dan ook de gelegenheid te baat om ook maar eens een surf-les te nemen. Eerst maar eens een half dagje, kijken hoe dat gaat en dan eventueel meer.
Het leukste vond ik het liggen op het surfboard en als je het goede moment kiest is het een sensatie om met hoge snelheid richting strand te zeilen. Het gaan staan op het surfboard vond ik al een stuk moeilijker. Je moet weer precies op het goede moment vijf dingen tegelijk allemaal goed doen, anders mislukt het. Uiteindelijk is het me één keer gelukt om bijna een seconde te staan en richting strand te zeilen. Totdat op een ongelukkig moment door een hoge golf de surfplank tegen mijn schouder sloeg en dat was dan ook meteen einde surf-les. Het avontuur eindigde op de eerstehulpafdeling in een lokaal ziekenhuis en na het nemen van röntgenfoto’s mocht ik met twee ontzette botjes in mijn schoudergewricht, een mitella en pijnstillers weer naar huis. Met de belofte dat het over een paar dagen met de pijn een stuk beter zal gaan. Autorijden is er in de dagen daarna voor mij dus niet bij en we stellen ons vertrek uit Noosa andermaal uit tot zaterdag als we – hoop ik – weer met z’n tweeën kunnen rijden en de 1000 kilometer naar Airlie Beach gaan afleggen. Vandaar is het nog ‘maar’ 700 kilometer naar Cairns, waar we maandagavond worden verwacht. Voor de foto’s, zie:
Het wil nog niet erg opschieten met onze reis. We blijven maar hangen in de regio rond Brisbane en doen elke paar dagen weer een stukje van zo’n 150 kilometer. En dat terwijl we nog maar een week hebben om de nog bijna 1700 kilometer naar Cairns af te leggen. Zondag andermaal slechts 140 kilometer tussen Brisbane en Noosa afgelegd en onderweg terecht gekomen in de ‘Australia Zoo’. Prachtig, dat wel, maar toch wel een beetje een foute dierentuin, vond ik. Erg op de commercie gericht en kinderen mochten voor 10 dollar p.p. op een schildpad zitten en voor nog wat extra dollars een foto laten maken. Ze stonden ervoor in de rij, maar aan die arme schildpadden werd natuurlijk niks gevraagd. Ik mocht ook voor een paar dollar een koalabeertje aaien, maar heb vriendelijk bedankt voor de eer. Daar kwam bij dat de ‘zoo’ was opgericht door de familie van ene Steve Irwin, die in 2006 de dood vond in een gevecht met een krokodil.
Steve wordt in de ‘zoo’ op een voetstuk gezet en eigenlijk tot een soort godheid gepromoveerd. Ik snap de tragiek voor de familie, maar om zijn dood nu zo commercieel uit te baten, snap ik niet echt. Hoe dan ook, we zijn er nu eenmaal en bekijken het een en ander maar braaf, zoals iedereen hier. Ondertussen schijnt het de meest populaire toeristenbestemming te zijn van heel Queensland. We accepteren verder ook maar even dat het met de reis nog niet zo opschiet, omdat de Brisbane-regio veel te bieden heeft. In tegenstelling tot het lange stuk van Brisbane naar Cairns, waar volgens velen niks te zien zou zijn. Maar dat ergens niks te zien zou zijn hebben we in Australië al vaker gehoord, maar dat blijkt dan elke keer toch weer erg mee te vallen. Maar ondanks al ons gedraal zullen we toch dat lange stuk ooit moeten gaan doen. De foto-serie van zondag staat op: