Rhenen

21 augustus 2017

Na lange tijd hebben René en ik weer eens gewandeld. Deze keer langs de Neder-Rijn. Eerst bij Rhenen de brug over en daarna langs de uiterwaarden aan de zuidoever in oostelijke richting. Wandelen is natuurlijk een deel van de pret. Maar zeker ook de fotografie en we hadden afgesproken vandaag alleen met de telelens te fotograferen. Het licht was er vandaag goed genoeg voor. Het grootste deel ging over de dijk, maar je kan ook stukken lopen vlak langs de waterkant. Prachtig oud landschap, precies zoals het er zo’n zestig jaar geleden bij lag en zoals ik het me uit mijn jeugd herinner. Mijn geboortestreek lag immers hier niet ver vandaan, een stukje naar het zuiden aan de zuidoever van de Waal. Verrassend was het wel om te merken hoeveel gevoelens, geuren en beelden er ineens, na ruim zestig jaar, uit mijn onderbewustzijn naar boven kwamen.

Opvallend vond ik de weelderige variëteit aan plantengroei in de uiterwaarden en ook het heldere water. De Rijn was vroeger een open riool, waar heel Duitsland en half Frankrijk zijn chemisch afval in dumpte. Nou weet ik heus wel dat de aanblik van het water niks zegt over de kwaliteit ervan, maar ik heb toch het idee dat het milieu er in de afgelopen decennia een stuk beter op is geworden. Ook heb ik vage herinneringen aan de momenten dat we vroeger zwommen, of in elk geval ‘pootje baadden’ in de Waal. Hooguit kan ik me achteraf afvragen of dat toen ook al een riool was. ‘Wat niet weet, wat niet deert’, zullen we dan maar zeggen. Bij Opheusden nemen we de pont weer terug naar de noordkant, langs de oude steenfabriek en door het bos over de Grebbeberg. Van dat laatste zijn geen foto’s, omdat je met een telelens in een bos weinig kan. Bossen zijn prachtig, maar fotogeniek zijn ze niet echt. Het uiterwaardendeel staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157705669814445

Oud-West

13 augustus 2017

Amsterdam Oud-West: vroeger kwam ik er geregeld, maar de laatste jaren eigenlijk niet meer zo vaak. Tot zondag, toen we een fotosafari door de wijk maakten. Meteen viel de enorme metamorfose op die de wijk in amper een aantal jaren heeft doorgemaakt. Tien jaar geleden nog wat men noemt een ‘volkswijk’, nu een sterk ver-yuppende wijk. Nog maar een paar jaar geleden lag daar het verwaarloosde grote complex van de tramremise, waar eigenlijk nooit meer iemand kwam. Nu is dat omgebouwd tot de ‘Food- en Filmhallen’, het epicentrum en uithangplek van de yuppen. Het is een prachtig filmcomplex geworden, waar de laatste art-house films draaien. Verder hippe zaakjes met koffie- en biersoorten waar ik nog nooit van had gehoord, maar waarvoor je wel de hoofdprijs neertelt. Maar kennelijk geen beletsel voor de massa’s die erop afkomen, omdat je daar ‘ziet en vooral gezien wordt’. Maar de wijk heeft ook nog veel water en groen en – meer nog dan het centrum – een multicultureel karakter. Dat, gevoegd bij het aangename weer, maakte het tot een evenzeer aangename middag. Het resultaat van de fotosafari staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157705752208934

Friesland

9 augustus 2017

Bezoek uit Nieuw-Zeeland en dus was er aanleiding voor een toertje door Nederland. Met een rondje om het IJsselmeer met buitenlanders is succes verzekerd. De grachtengordel kennen ze allemaal evenals de dagtripjes die de toeristenindustrie organiseert naar Volendam, de Keukenhof of Delft. De eerste stop is de Afsluitdijk, vaste prik in het rondje. Bij helder weer, zoals vandaag, kan je vanaf de toren Noord-Holland én Friesland zien liggen. Plus nog enkele Waddeneilanden. Het contrast tussen zout en zoet water spreekt ook altijd aan. Dan door naar Friesland. Langs de westkust van het IJsselmeer, met Makkum, Workum en Hindeloopen. Het was een ideale dag met mooie Hollandse wolkenluchten die afsteken tegen diepgroen grasland, oranje daken en het heldere water. Maar ook de watersport draait nu op volle toeren. Met veel zeiljachten natuurlijk met voornamelijk Duitse vlaggen op de achtersteven. Urk, op de terugweg, is ook onderdeel van het vaste rondje. Vroeger een geïsoleerd eilandje, nu een van de vele dorpjes in de nieuwe provincie Flevoland. En ook dat gegeven is voor buitenlanders een eye-opener. Maar het centrum van Urk heeft nog wel het karakter van weleer en je kan er bovendien lekker vis eten. Mooie afsluiting dus van het toertje met de foto’s op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157705756963254

Gay Pride

5 augustus 2017

De eerste zaterdag van augustus: de traditionele Gay Pride in Amsterdam. De laatste jaren onderwerp van toch wel wat kritiek. Het zou allemaal te commercieel worden. Meer boten van de goed betalende grote bedrijven en minder van de gays. Verder heet dit jaar de Gay Pride ineens geen ‘Gay Pride’ meer, maar ‘Amsterdam Pride’. Dus dan ga je je toch afvragen waar dat dan nog over gaat. Het leek eerder een soort van zomercarnaval. Toegegeven, er waren prachtige boten bij, de meerderheid zelfs. Maar soms kwam men niet verder dan een drijvende bak vol dansers en danseressen, in het gunstige geval nog met wat roze ballonnen langs de rand, zonder dat duidelijk werd wie ze eigenlijk vertegenwoordigden en wat de boodschap was. Maar we gingen natuurlijk toch kijken, temeer daar we vrijwel bij ons huis eerste rang zaten. Ik had overigens de indruk dat het dit jaar wel wat minder commercieel was, afgezien van een enkele KPN- en ING-boot. Wel boten van allerlei sympathieke maatschappelijke organisaties. Uiteindelijk werd het natuurlijk toch erg leuk. Het bleef droog weer, de zon kwam af en toe, we hadden stoeltjes klaargezet, er was eten en drinken en allerlei vrienden haakten aan. De camera vond het ook leuk. Kijk maar op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157702396075082

NDSM

31 juli 2017

Er zijn van die plaatsen in de wereld, waar je snel naar toe schijnt te moeten, voordat ze ten prooi vallen aan het massatoerisme. Haast is dus geboden, want anders kan je die plaatsen niet meer zien zoals ze ooit waren. In dat verband worden vaak Cuba en Myanmar genoemd. Maar zelfs in Amsterdam heb je ook nog van die plekken: het NDSM-terrein bijvoorbeeld. Je kan er eigenlijk alleen met de pont naartoe en het is een kwartiertje varen vanaf het Centraal Station. Ooit het economische hart van Amsterdam, met scheepsbouw, scheepswerven en alles wat daar zo’n beetje bij hoort, maar nu vervallen en gekenschetst als industrieel erfgoed.

Maar juist daarom zo leuk om te zien, en het is een van de laatste rafelrandjes die eigenlijk elke stad wel heeft. Kunstenaars met hun broedplaatsen waren er meteen al na het industriële verval en nu heeft ook het hippe volkje het inmiddels ontdekt. Nou is dit niet bepaald een plek waar het massatoerisme op de loer ligt, maar wel azen projectontwikkelaars op dit gebied. Er is al een Doubletree-by-Hilton hotel en her en der verschijnen bouwkranen die betonnen geraamtes uit de grond stampen voor toekomstige kantoren en appartementen. Dus je kan uittekenen hoe het er hier over tien jaar uitziet. In elk geval heel anders dan nu. Alle aanleiding om het bezoek van buiten, dat ik op mijn verjaardag kreeg, nu eens niet rond te leiden over de grachten, maar een verrassingsbezoekje aan dit gebied te laten brengen. Succes verzekerd…! De foto’s staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157705817944014

Sulzberg

8 juli 2017

Afgelopen weekend is vrijwel de hele familie afgereisd naar Duitsland, ter gelegenheid van de 60e verjaardag van mijn zus Hedwig, die daar al bijna 30 jaar woont. Om precies te zijn in Sulzberg, in het uiterste zuiden van Beieren, aan de rand van de Alpen. Sommigen hadden er zelfs een onderdeel van gemaakt van hun hele vakantie. Een tamelijk unieke familiegebeurtenis en meteen een mooie gelegenheid om eens vast te leggen hoe dat land er op zo’n lome en warme zaterdagmiddag bij ligt. Ik kom geregeld in Sulzberg, maar eigenlijk bijna altijd in de winter. Dus in de zomer bekijk je het land dan toch weer met andere ogen. Die avond is er feest in een grote tent met ruim honderd mensen, vol van Beiers vermaak. Jammer alleen van de regen, die na enkele warme dagen vlak voor het feest losbarstte en de hele avond op het tentdak kletterde. Maar die regen gaf toch wel weer een aparte sfeer en deed hoe dan ook niks af aan de gezelligheid op die avond. En vooral prachtig om te zien hoe Hedwig, haar man René en hun kinderen volledig zijn geïntegreerd in deze toch wel wat traditionele gemeenschap. Voor de foto’s zie:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157704313389541

Ulm – Amsterdam

19 juni 2017

Op zondagochtend toch nog even Ulm bekeken. Een echte Beierse stad met vakwerkhuizen, die je eigenlijk ook zou moeten zien vanaf de toren van de kathedraal en meteen de allerhoogste kerktoren ter wereld. Er was geen lift, dus het duurde dan ook even voordat we besloten hadden om die klim van 163 meter dan toch maar aan te vangen. Niks voor mensen met hoogtevrees, want op het laatst (en dus ook het hoogst) was er – met een vrij uitzicht naar buiten – nog een klein wenteltrapje, waar je elkaar nauwelijks kon passeren. Boven het uitzicht op de compacte binnenstad met rode daken en de Donau, die dwars door de stad loopt. Weer beneden was er op een pleintje een zondagochtendconcert. Eigenlijk was vooral de ambiance mooi. De muzikanten in Beierse kledij en zelfs het stemmig geklede keurige publiek tegen de achtergrond van klassiek beschilderde gevels. En dat bij het meest aangename weer dat je je kunt voorstellen.

In de middag via de Autobahn naar Cochem gereden, een paar honderd kilometer verder aan de Moezel. Cochem is de favoriete uithangplek van Nederlandse 70-plussers. We raken in gesprek met een Nederlandse man, die daags tevoren is aangekomen voor een veertiendaagse vakantie. Hier raken toch wel verschillende belevingswerelden elkaar, want ik kan me nog niet goed voorstellen hoe ik hier in ‘s- hemelsnaam twee weken zou kunnen doorbrengen. Maar één nachtje hier met een zomers biertje, lekker gutbürgerlich avondeten en een goed ontbijt is helemaal goed. Dinsdag dan de laatste etappe naar huis. Een bloedhete dag, met een voorspelling van 35 graden. Het eerste stuk meanderend langs de Moezel, met een koffiestop op een terrasje aan de rivier. De bedienende dame raakt helemaal ontregeld als we ons tafeltje een klein metertje verschuiven om niet in de brandende zon te hoeven zitten. Maar ja, dit is Duitsland. In Italië gaat dat heel anders. De lunch-tussenstop doen we in Bernkastel-Kues. Nog zo’n uithangplek voor pensionado’s, die in de hitte door de smalle straatjes met vooral souvenirwinkels sjokken. Ik ga toch nog maar eens nadenken wat mijn voorland eigenlijk moet zijn. In de middag via België en Maastricht naar huis. Mooie tiendaagse reis door het hart van het oude Europa en een prachtig toetje na de grote wereldreis. De foto’s van het laatste Duitse stuk staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157704314402751

La Spezia – Ulm

17 juni 2017

La Spezia was het meest zuidelijke puntje van de reis en vanaf nu gaat het terug naar het noorden, dwars door de Apennijnen, die daar op z’n smalst zijn. De ochtendkoffie doen we in Pontremoli, een klein maar fijn stadje. En met een ontzettend gezellig plein, en als ze er dan ook nog van die lekkere cappuccino hebben kan het niet meer stuk. Beetje sterk en veel suiker die je na afloop met nog flink wat schuim zo uit het kopje schept. Zo krijg je het eigenlijk alleen maar in Italië. Bij Parma kom je dan in de Povlakte, waar we willen doorsteken naar Mantova. Op een of andere manier trekt de Povlakte mij erg aan. De meesten reizen er zonder te stoppen dwars doorheen op weg naar verder. De Povlakte lijkt erg op Nederland, maar toch is de sfeer er heel anders, al kan ik niet goed definiëren waarom. Misschien komt het door de architectuur van de huizen, met hun terracotta daken. De film Novecento is voor een groot deel hier opgenomen en ik vond dat prachtige beelden. Misschien is toen de klik tussen de Povlakte en mij ontstaan.

Mantova is wat mij betreft ook nog een van de mooiere steden in de Povlakte met zijn prachtige Piazza Sordello en zijn kathedraal. En dus zie je hier ook maar weer dat in Italië een eenvoudige – en relatief onbekende – provinciestad in een streek waar iedereen doorheen sjeest, de prachtigste monumenten kan herbergen. Overnacht in een soort jeugdherberg met stapelbedden in Rovereto, een wat groter stadje net iets ten noordoosten van het Gardameer. Met de bedoeling om na 45 jaar weer eens terug te keren naar Volano, dat daar niet ver vandaan ligt. Daar heb ik in 1972 een maand voor de ‘Bouworde’ gewerkt. Als beloning voor dat werk kreeg je toen de reis, kost en inwoning. En natuurlijk ook de Italië-ervaring…! Want daarvoor deed ik het eigenlijk. Maar je moest er wel een maand rondsjouwen met kruiwagens vol beton, heen en weer van de betonmolen tot de stortplaats. Op de laatste dag heb ik toen mijn versleten werkschoenen in een muurtje bij de ingang laten inmetselen. Het muurtje stond er na 45 jaar nog en dus moesten de schoenen er ook nog zijn. Ik kon me nog net inhouden om die schoenen er niet uit te bikken.

We logeren in Rovereto vlak bij het station, waar ik destijds zo vaak ben in- en uitgestapt. Nu een halteplaats voor de hogesnelheidstreinen tussen Bolzano en Zuid-Italië, en dan is het altijd leuk om de trein uit Bolzano te zien aankomen en te zien wie er allemaal instapt richting Rome. Ten noorden van Rovereto begint het er een beetje als Oostenrijk uit te zien. Het heet daar niet voor niks Süd-Tirol. Linksaf langs Merano en de Resia-pas. Daar ligt een nieuw stuwmeer dat ze rond 1950 hebben laten vollopen, met als aandenken nog een kerktorentje van een van de verzonken dorpjes, dat deels nog boven het water uitsteekt. In Oostenrijk liep ik meteen tegen een bekeuring aan. Het is daar prijsschieten op een weg waar je met gemak 160 kunt en maar 80 mag. Verderop om de hoek werden we tot staan gebracht en er was meteen een pin-apparaat, waarmee ik 35 euro mocht afrekenen. Kennismaking met de Oostenrijkse zakelijkheid, maar wel met een glimlach. Verderop vreselijk urenlang in de file gestaan op de Oostenrijkse Fern-pas, ongelukkigerwijs ook nog op een van de drukste weekenden van het jaar, maar aan het eind gastvrij met pizza’s ontvangen door mijn zus Hedwig, die in Sulzberg, in de buurt van het Duitse Kempten woont. Het laatste stuk na het eten naar Ulm was dan nog maar een uurtje. Voor de fotoserie van dit alles zie:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157675610879427

Aosta – La Spezia

15 juni 2017

Vanaf Aosta zijn we afgedaald naar de Povlakte en door een gebied gereden dat ik eigenlijk niet zo goed ken: Piemonte. En we zien dus ook steden waar ik nog niet eerder was geweest, maar die wel de moeite waard waren, vond ik: Ivrea bijvoorbeeld, vlak bij Turijn, waar we een koffiestop hebben en een wandelingetje door de stad maken. Het is een typische industriestad, maar door de ligging aan de rivier wel een mooi centrum bij de Ponte Vecchio. Er komen – althans vandaag – weinig toeristen en als je dan wat twijfelachtig staat te doen met een kaart in de hand, komen ze meteen naar je toe om te helpen en lopen zelfs een stuk met je mee om enkele bezienswaardigheden aan te prijzen. Want ze zijn maar wát trots op hun stad en ze laten ook blijken dat ze het op prijs stellen dat je hún stad komt bezoeken. We moeten dus uitkijken dat we hier niet de hele dag blijven hangen.

Een andere stad, die we verderop in de middag bezoeken is Asti. Een kleine provinciestad, maar met een prachtige bakstenen Dom. Het kostte wel moeite om hem te vinden, we vragen wat, we rijden wat cirkeltjes, maar ineens rijden we er tegenaan. Het is niet alleen een mooi bakstenen gebouw, maar heeft met uitbundige muurschilderingen een nóg mooier interieur. Ook nu zien we weer dat je in Italië maar in een willekeurige plaats een kerk hoeft binnen te lopen en de grandeur valt over je heen. Een wandeling door de stad doen we daar maar niet omdat het zachtjes begint te regenen. We rijden het laatste stuk door wijnheuvels en belanden in Sassello, waar we op een rustig pleintje in de regen onder een parasol lekker gaan zitten eten. De volgende dag langs de bloemen-Riviera, mooi bezongen, maar ik hoef er toch niet op vakantie. De piepkleine stranden zijn smerig, helemaal in beslag genomen door hotels en volgepakt met stoelen en parasols.

Het is er erg druk en kunnen met moeite een parkeerplaats vinden in een buitenwijk van Genua om een koffiestop te maken. Genua zelf hebben we alleen kunnen bekijken vanaf viaducten, die hoog boven de stad liggen. Prachtige stad, zo te zien, dus een andere keer maar eens terugkomen om de stad écht te bekijken. Dan maar door naar Portofino, een van de mooiste stadjes hier, om dát dan maar wat beter te bekijken. Maar daar konden we al helemáál geen parkeerplaats vinden, zodat we het stadje alleen rijdend hebben kunnen zien. Wel hebben we een indruk gekregen, prachtig langs de kust gereden, maar ook geconcludeerd dat het er toch te druk is met te weinig bewegingsruimte. René is aan het begin van de 60’er jaren hier ooit op vakantie geweest met zijn ouders. In Cavi di Lavagna om precies te zijn, en hij weet nog moeiteloos precies het huis terug te vinden waar ze ooit hebben gelogeerd. We belanden uiteindelijk in een bed-and-breakfast in de buurt van La Spezia. Voor de fotoserie zie:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157677768723058

Chamonix – Aosta

13 juni 2017

De Aiguille du Midi is een van de hoogste punten die je een beetje comfortabel kunt bereiken in het Mont-Blanc massief. Comfortabel betekent dus met de kabelbaan. Het is wel tegen alle regels van het bereiken van grote hoogten: in amper 20 minuten van 1700 naar bijna 4000 meter is eigenlijk vragen om problemen. Bergwandelaars of -beklimmers doen daar in de regel enkele dagen over om te wennen aan het hoogteverschil. Wat het effect van een snelle hoogtewinst is, heb ik 13 jaar geleden gemerkt toen ik hier ook met de kabelbaan meteen in één keer naar boven ben gegaan. Ik voelde me op die hoogte zó beroerd, dat ik vrijwel meteen weer naar beneden ben gegaan. Deze keer hebben we halverwege een tussenstop ingelast en zijn daar een halfuurtje gebleven. Of het daaraan lag weet ik niet, maar deze keer verliep het verblijf op 4000 meter zonder problemen en hebben we uitvoerig kunnen genieten van het verblijf en het uitzicht. Alles lag – ondanks medio juni – nog vol in de sneeuw en hier en daar zag je niet alleen bergwandelaars over de sneeuw lopen, maar ook iemand aan touwen aan een steile bergwand hangen. Ook schiet – op iets lagere hoogte – een straaljager voorbij. Al met al was het er een feest voor de camera.

We reizen verder via een klein stukje Zwitserland. Een adembenemende afdaling vanaf de Col du Forclaz naar Martigny en mogen daar 28 euro afrekenen voor twee koppen koffie en twee gebakjes. We hebben het gevoel dat de wisselkoers daar wel héél erg in het voordeel van de uitbater wordt bepaald. Maar ja, dit is nou eenmaal Zwitserland en we zijn hier hooguit maar een uurtje. Vandaar weer naar boven via de Col du Grand St. Bernard Italië in. Ik had deze pas nog nooit gereden, maar het is een schitterende weg. Boven op bijna 2500 meter een bergmeer en dan de grens, aangegeven met een steen langs de weg. ’s Avonds op het plein in Aosta zijn we dan helemaal in Italië en is het dan weer alsof je een film binnenloopt. Vanaf een terras geamuseerd toegekeken hoe mensen in hun eentje, maar toch druk gebarend, al ijsberend over een plein in een telefoon lopen te schreeuwen. De foto’s van het bergspektakel staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157688784832283