Malmö ligt weliswaar aan de overkant van de Sont in Zweden, maar is eigenlijk toch een zusterstad van Kopenhagen. Althans, zo beschouwt de stad zichzelf. Bereikbaar per trein vanaf het Centraal Station in Kopenhagen over een 16 kilometer lange brug over de Sont. Maar dan sta je ook meteen op het Centraal Station van Malmö. Het weer is opgeknapt en vanaf de brug ligt de stad er dan schitterend bij. De ‘Turning Torso’ kan je dan niet missen. Een 190 meter hoge wolkenkrabber, ontworpen door Calatrava. Een toch wel wat omstreden Spaanse architect. Hij maakt oogverblindend mooie, maar tegelijkertijd erg onpraktische, onderhouds-intensieve en vooral erg kostbare ontwerpen. Verder hebben veel van zijn ontwerpen achteraf ook nog structurele gebreken. Ook vreemd dat een stad met zoveel beschikbare ruimte zo’n ding laat neerzetten. Maar ja, de stad heeft er weer een bezienswaardigheid bij en het zet Malmö natuurlijk wel op de kaart. Want behalve het fraaie raadhuis, enkele mooie parken en de kleine fraaie binnenstad is er weinig wat een plaats verdient in toeristengidsjes. Maar het was wel een heel aangename middag in een relaxte, schone stad in een regio waar ik nog nooit was geweest. De fotoserie staat op:
Met Marcel een paar dagen naar Kopenhagen geweest. Dat is dit jaar de stad waar de jaarlijkse Eurogames worden gehouden. Een soort Gay Games, maar dan alleen voor Europeanen. En voor gays natuurlijk. Hij ging erheen voor het zwemmen. Ik wilde me nog voor de 10 kilometer hardlopen inschrijven, maar had me te laat aangemeld. Hoe moeilijk kan het toch zijn om alsnog één extra loper mee te laten doen, nota bene tegen een niet onaanzienlijk bedrag. Maar bij nader inzien niet getreurd trouwens, want de regen viel de eerste dagen met bakken uit de hemel. Kopenhagen, laat staan Denemarken, is voor mij nog een terra incognita. Ik was er heel lang geleden eens voor mijn werk, maar kan me er vrijwel niets meer van herinneren. Kopenhagen is wat betreft omvang vergelijkbaar met Amsterdam en wat betreft eerste aanblik vergelijkbaar met een naoorlogse Duitse stad. Een zesje dus. Maar na wat rondlopen blijkt er toch een heel fraaie binnenstad te zijn met gezellige pleintjes en volle terrassen. Door het slechte weer wel met verwarming en dekentjes, maar die Denen malen daar blijkbaar niet om.
We zitten in een hotel vlakbij het centrale ‘Rådhuspladsen’. Ik heb niet doorgeleerd in het Deens, maar het zou zomaar Raadhuisplein kunnen betekenen. Een prachtig raadhuis, dat wel, maar het plein zelf is niet echt bijzonder. Behalve dan dat het ook het centrum is van de Eurogames activiteiten en vooral festiviteiten. Want de hele stad gonst van de vrolijkheid en regenboogkleuren. Dat Raadhuisplein is ook een ideaal uitgangspunt om de stad verder te verkennen, want alle bussen en metro’s stoppen hier. Heel makkelijk voor de dagelijkse gang naar het zwembad, ergens in een buitenwijk. Daar trof ik weer de bekende gezichten die je vaker ziet op die toernooien en die me het gevoel geven inmiddels zelf ook tot het meubilair te zijn gaan behoren. Hoe Kopenhagen er op de eerste dagen uitzag staat op:
Net als je denkt dat het Centraal Station na zo’n twintig jaar onderhand wel af is, is het nu ineens weer een hele nieuwe bouwput. Want het begón toch wel ergens op te lijken. De Noord-Zuidlijn is af en de achterkant is veranderd van een no-go-area naar een fraaie hal annex winkelgalerij met het autoverkeer netjes in een tunnel weggewerkt. Maar nu moet alles wéér op de schop. Aan de westelijke voorkant zijn ze al een tijd bezig om er een enorme fietsparkeergarage te bouwen. Dat werd tijd, want onderhand is het in Amsterdam moeilijker om je fiets te parkeren dan je auto. De oostelijke voorkant is nu ook helemaal omgeploegd. Wat ze daar aan het doen zijn is nog niet helemaal duidelijk, maar vanaf die kant is het station te voet amper meer bereikbaar, tenzij je tussen de hekken de smalle looppaadjes kunt vinden, die naar het station leiden.
En aan de achterkant wordt er weer een hapje uit het IJ genomen met een heel nieuwe vloer in het water, waar een promenade schijnt te komen. Je kan er natuurlijk heel badinerend over doen, maar feit is dat er tenminste een plan is om het geheel er fraaier uit te laten zien dan in die groezelige 70’er en 80’er jaren. Af en toe zie je TV-beelden of foto’s uit die tijd en dat is dan toch wel even schrikken. Verder is ook het uitzicht naar de overkant van het IJ aan het veranderen. Zo voorzichtig ze met hoogbouw in het centrum doen, aan de overkant in Noord gaan ze helemaal los met woontorens van 20 verdiepingen en meer. De bouwput en de omgeving van vandaag zijn in een fotoserie samengevat. Leuk om er in 2025 nog eens naar te kijken als het allemaal af is. Maar ja, dan hebben ze wel weer nieuwe dingen verzonnen en is er wel weer een andere bouwput. Zie:
De eerste week van augustus is altijd de week van de Gay Pride in Amsterdam. Nou wordt een belangrijk onderdeel daarvan, de ‘Canal Parade’ al voor de tweede keer, om de inmiddels overbekende redenen, niet meer gehouden. Maar toch gaat de week van de Gay Pride ook dit jaar niet helemáál ongemerkt voorbij. Bijvoorbeeld aan de vlaggen te zien, die her en der in de stad worden neergezet. Want die aandacht is nog steeds nodig, lijkt me zo. Want het aantal landen, waar je als homo nog een beetje welkom bent is de laatste jaren rap afgenomen. Sterker nog, zelfs in het zogenaamd liberale Nederland, wat zeg ik ….zelfs in het zogenaamd nog liberalere Amsterdam, zijn er plaatsen waar je beter maar niet kunt gaan wonen. Heel mooi dus dat er één week in het jaar is met wat extra aandacht hiervoor. Dit jaar zelfs voor de 25e keer.
Dat jubileum is aangegrepen om een fototentoonstelling in het Vondelpark te organiseren. Voor deze tentoonstelling zijn fotografen uitgenodigd om foto’s in te zenden die ze in de afgelopen 25 jaar van de Gay Pride en Canal Parade hebben gemaakt. Zo ook door René en mijzelf. Van de 13.000 ingezonden foto’s zijn er 50 uitgekozen voor de expositie in het Vondelpark. Waaronder eentje van René, die daar erg blij mee was. Mijn eigen foto’s hebben die eindstreep weliswaar niet gehaald, maar wel zijn er van ons allebei een aantal foto’s in een jubileumboek terecht gekomen. De expositie is in het Vondelpark met wat officieel vertoon geopend door onze loco-burgemeester, die nog maar eens aangaf hoe belangrijk het is dat iedereen zich in deze stad thuis moet voelen. De expositie is nog te zien in het Vondelpark tot en met 8 augustus. Het boek heeft een langere levensduur, maar is, gek genoeg, niet te koop. Wel bij mij in te zien, want alle fotografen, die een plaatsje in het boek hebben gekregen, hebben een ‘luxe-uitvoering’ van het boek cadeau gekregen. Foto’s van de officiële opening, de expositie, het boek én de toch wat ingetogen sfeer van deze GayPride zijn te vinden op:
Wandelen doe je in Brabant. Hoewel ik als jarenlange ex-Tilburger (en tegenwoordig weer wat vaker in Eindhoven) de provincie redelijk ken, was dit toch nog echt een onbekend stukje Brabant. Het ‘Land van Cuijk’ heet het daar, helemaal in de noordoostelijke hoek van de provincie. De uitnodiging van René’s zus Ellen en haar man Bert om er eens te gaan wandelen lag er al jaren, maar was nog nooit in actie omgezet. Tot vandaag dus. Ook nu viel me weer op dat het oostelijk deel van Brabant en Twente (waar ik een groot deel van mijn jeugd doorbracht) op elkaar lijken. De sfeer, de geur, het fraaie coulissen-landschap, de landbouw en de residuen uit het ‘rijke roomsche leven’, dat alles bracht die dag zoete herinneringen en gevoelens uit mijn onderbewuste naar boven. Dat landschap, de flora en fauna en de sfeer heb ik geprobeerd samen te vatten in een fotoserie, hoewel foto’s eigenlijk maar een matige afspiegeling zijn van hetgeen je daar (en eigenlijk overal elders) in werkelijkheid kunt ervaren. Dank dus aan Ellen en Bert. Een aanrader en gaan dus…..! De preview van wat je kunt ervaren staat op:
De ‘groene kathedraal’: die kwamen we ineens tegen op een tochtje door Zuidelijk Flevoland op weg naar Zeewolde. Het zou een groepje bomen zijn, zodanig geplant, dat het vanuit de lucht op een kathedraal moest lijken. Om precies te zijn op de kathedraal van Reims. Maar ter hoogte van het maaiveld heb je alleen niet de ervaring van een kathedraal, hoewel de aangebrachte betonnen ‘funderingen’ de suggestie wekken dat er ooit een kathedraal heeft gestaan. Maar gelukkig was de Volkskrant van 24 juli zo attent om een luchtfoto van het natuur-kunstwerk te plaatsen, die dat duidelijker maakt. Flevoland is niet Nederlands állermooiste provincie. Maar wel de moeite waard om er eens doorheen te rijden. Bij voorkeur met de auto, want de afstanden zijn er enorm: je kunt kilometers rijden zonder dat de aanblik van het land merkbaar verandert.
Maar wat vooral opvalt is het grote aantal windturbines. Heel Flevoland staat er al vol mee, en ze worden hier in nog grotere aantallen neergezet. En niet van die hele kleintjes. Dat was tien jaar geleden, maar nu bouwen ze turbines van 250 meter hoog. Horizonvervuiling bestaat hier dus niet. We kwamen terecht op een van de bouwplaatsen, waar werd gewerkt aan de wieken en aan de bevestigings-mechanismes van die wieken aan de molen. Mooi om dat allemaal van zo dichtbij te bekijken, waardoor het ontzag voor die dingen alleen nog maar groter werd. Er werd echter duidelijk gemaakt dat er geen prijs werd gesteld op onze aanwezigheid. En al helemaal niet op die van onze camera’s. Begrijpelijk, gezien de gevoeligheid van dit alles, maar het liep met een sisser af, nadat we onze bedoelingen ermee hadden aangegeven.
Het doel van de dag was eigenlijk Zeewolde. Een nieuwe en zo te zien op de kaart al best grote stad, waar ik alleen nog nooit was geweest. Maar dat doel is nooit bereikt, omdat we zijn blijven steken bij een club van modelvliegtuigen en een natuurparkje met toch wel botanische bijzonderheden. En omdat de zon was doorgebroken, het behoorlijk warm werd en een soort verzadiging van wat je allemaal kunt zien was bereikt, zijn we aan het eind van de dag ook maar blijven steken op het lokale strand aan het Veluwemeer. Zeewolde komt dus op de bucket list. De Flevoland-ervaring staan op:
De fietstocht naar Groningen leverde nóg een epiloog op. Met Marlies en Alex is nog door het ‘Hoge Land’ gefietst: het gebied ten noorden van de stad Groningen door de gelijknamige gemeente ‘Hoge Land’. Van oorsprong kleine pittoreske dorpjes, maar tegenwoordig vooral forenzen-plaatsen met vooral éénrichtingsverkeer van en naar de stad Groningen. Want je kunt er nog redelijk goedkoop, toch dichtbij de stad en vooral ook nog fraai wonen, want de plaatsen hebben toch hun oorspronkelijke karakter goed behouden. Maar het gebied wordt ook wel aangeduid met ‘de groene Sahara’. Strak groene weilanden, waar de biodiversiteit ver te zoeken is. Maar wel mooie luchten en je kan er eindeloos ver kijken. Er kwam die dag nog een tweede en meer onverwacht epiloogje. Het plan was om op zondagmiddag met de trein terug naar Amsterdam te reizen, maar er was niet gerekend op de werkzaamheden in Zwolle, waardoor het station daar er helemaal uit lag. Er is ook geen omweg met de trein te bedenken, dus dat leverde een extra fietstochtje op van Meppel naar Kampen.
In de trein naar Meppel ontmoette ik een fietser die zojuist in twee-en-een halve dag het Pieterpad voor fietsers van Maastricht naar Groningen had afgelegd, en nu terug onderweg was naar Maastricht. Ook hij bleek niet op de hoogte van de Zwolse hobbel en dat betekende voor hem dus onverwacht weer zo’n 50 kilometer extra fietsen. Ik was inmiddels in de afgelopen dagen getriggerd door de ‘authentieke’ boerengeur, het gebrek aan biodiversiteit en de ook hier onafzienbare weilanden, die eerder op strak groene laminaatvloeren lijken. Maar wel mooie plaatsjes, zoals Zwartsluis, Genemuiden en Kampen. Hoewel ik in Genemuiden dorst begon te krijgen, mijn bidon leeg was en ik hoopte op een gezellige uitspanning waar ze lekkere cola-light zouden hebben. Maar geen mens op straat, laat staan gezellige terrassen. Ik had het kunnen weten, wat dit is wel zo’n beetje het epicentrum van de bible-belt, waar ik me op die zondag dus niet echt welkom voelde. Maar het euforische gevoel van vijf dagen fietsen overheerste. Heel gevarieerd Nederland gezien, wat betreft landschappen en weersomstandigheden. Al met al zo’n 450 kilometer gefietst. Toch ook mooi de afstand van Maastricht naar Groningen, ruim zelfs. De foto’s van mijn eigen Pieterpad staan op:
Het tweede deel van de fietstocht ging vanuit Raalte naar Groningen. Niet bepaald in een rechte lijn, maar in een ruime bocht via Barger Compascuum, in zuidoost-Drenthe, waar broer Louis woont. Die bovendien zijn verjaardag vierde en dat leverde dus twee doorslaggevende redenen op om deze bocht toch maar te maken. Voor Marcel zat de tocht erop en hij fietste vrijdagochtend eerst naar Deventer om daar op de trein naar Amsterdam te stappen. Met Wim is vervolgens naar Barger Compascuum gefietst. Wim is DE fietser van de familie en het tempo was dan ook – vooral in het begin – navenant. Maar gaandeweg werd het recreatiever, met een ruime koffie- en gebakstop in Hardenberg. Het tweede stuk, van Barger Compascuum naar Groningen moest ik alleen fietsen. Niet mijn voorkeur, want graag mag ik al datgeen wat je onderweg ziet delen met anderen. En dan moet je maar afwachten wat er nog te delen valt als de tocht eenmaal achter de rug is. Vandaar deze schrijfseltjes en fotoseries dus.
Naar Groningen ging het recht naar het noorden bij een stevige noordenwind. Maar de regen was gestopt en het werd nu zelfs zonnig. In zuidoost-Drenthe en het aangrenzende deel van de provincie Groningen fiets je hoofdzakelijk langs kanalen. Dat waren ooit de hoofdtransportroutes in dat gebied. Je hebt er langgerekte dorpen, met eigenlijk maar twee straten, aan weerszijden van het kanaal. En dan kom je in oost-Groningen, een gebied waar ik nog nóóit ben geweest. Maar ik had er wel een voorstelling van: eindeloze vlaktes, veel akkerland met grote en voorname boerderijen.
Voor een deel klopte dat beeld wel, maar de windmolens, beter gezegd windturbines, ontbraken in die voorstelling. Ik ben naar zo’n molen gefietst en als je daar dan aan de voet van zo’n 200 meter hoog draaiende machine staat maakt dat een overweldigende indruk. Ik snap nu ook wel de weerstand, want zo’n ding wil je écht niet in je achtertuin. Wat ook in mijn voorstelling ontbrak was toch ook wel het vele groen. Vooral bij Veendam, in mijn gedachten eigenlijk een heel treurige plaats, ben ik door een eindeloos en fraai park gefietst, waar het me heel aangenaam wonen leek. De stad Groningen was het einddoel van de dag, een stad die je al van verre ziet opdoemen. Ook daar familie: mijn zus Marlies met man Alex. Daar was lekker bier en voor de verandering was het weer eens heerlijk buiten aan het water eten. De foto’s van de vrijdag en zaterdag staan op:
De eerste twee etappes van een meerdaagse fietstocht met Marcel. Nu weer van A naar B rijden en daags erna door naar C. Op een of andere manier vind ik dat leuker dan vertrekken en aan het eind van de dag weer terugkomen in dezelfde plaats. Het geeft me meer het gevoel van ‘onderweg zijn’, iets wat ik toch als een niet onbelangrijk onderdeel van een vakantie beschouw. De tocht had ook als doel om wat familiebezoekjes af te leggen. Maar Raalte, de woonplaats van broer Wim, was eigenlijk te ver om in één dag te bereiken, dus werd een hotelovernachting in Nunspeet ingelast. Het was – wat betreft weersomstandigheden – niet de állerbeste week. De langere etappe naar Nunspeet verliep nog grotendeels droog en zelfs met rugwind, maar de tweede dag naar Raalte was uitgesproken regenachtig. Geen Limburgse hoeveelheden, maar genoeg om toch verregend in Raalte aan te komen. Maar de afwisseling in landschappen vergoedde veel en juist op de fiets kan je ervaren hoe gevarieerd het Nederlandse landschap eigenlijk is.
Eerst langs de Randmeren (Naarden-Vesting en Spakenburg), daarna ineens bos op de Veluwe. Daar veel onverharde fietspaden en met regen is dat toch wat modderig. De Veluwe wordt in het algemeen beschouwd als een van de mooiere landschappen in Nederland, maar voor de fietser (en de fotograaf) is het toch tamelijk eentonig. Maar dan is het bij Epe ineens afgelopen met het bos en kom je in het weidelandschap van de IJsseldelta. Daar de geur van het boerenland, die ik nog zo goed uit mijn jeugd ken. Het bracht ooit de associatie van landelijk, eerlijk en authentiek, maar inmiddels weten we beter. Want er is nog een andere associatie, die van ammoniak en dus stikstof, dat hier kennelijk in grote hoeveelheden neerdaalt. En dan realiseer je je dat dit proces al tientallen jaren gaande is. Maar in Raalte waren er droge kleren, een warme douche en was er eten. Met binnen lekker op de bank met de beentjes op tafel – met uitzicht op de regen buiten – naar de Tour kijken. En vooral ook heel tevreden terugblikken op twee dagen zelf fietsen. Foto’s zijn er ook nog gemaakt. Kijk maar op:
Nóg maar eens door het Waterland gefietst. Al was het maar ter voorbereiding van de wat grotere meerdaagse tocht van volgende week. Het voordeel deze keer was andermaal dat René met zijn elektrische fiets meeging, zodat er wat kopwerk kon worden gedaan bij de toch wel straffe westenwind in de polder. Want als je zelf geen elektrische fiets hebt en je tegen de wind in moet fietsen, zorg dan in elk geval dat je vrienden hebt met zo’n ding. De route was wél ietsje anders dan vorige week. Deze keer is Monnickendam aangedaan, een wat onderbelicht, maar eigenlijk minstens zo mooi plaatsje als het door het massatoerisme platgewalste Volendam en Marken.
In andere jaren tenminste, want toeristen zijn er nu nog nauwelijks. Behalve dan die ene Belg die we tegenkwamen en die de provincie Noord-Holland goed had bekeken, maar alweer 40 jaar niet meer in Amsterdam was geweest en ook nú niet van plan was om erheen te gaan. Het tegenargument dat er in al die jaren toch wel een hoop was veranderd, maakte geen indruk. Zuiderwoude, meer dan een kruispunt met een kerk en wat ophaalbruggetjes is het eigenlijk niet, maar is wel – wat mij betreft – een van de fraaiste dorpjes in het gebied. Op sommige stukken was de route ook wel dezelfde als die van vorige week. Maar ook dan zie je – als je de ogen de kost geeft tenminste – toch weer heel andere dingen. Alle reden om de camera ook dan voor de dag te halen. Het resultaat staat op: