Zwolle – Rhenen

10 juni 2022

De lange dagen en het af en toe best nog wel mooie weer nodigden uit om maar weer eens op de fiets te stappen. Nu doe ik dat al jaren, maar inmiddels ken ik de fietswegen rond Amsterdam bijna uit mijn hoofd. Maar met zo maar een dagje fietsen kom je ook niet veel verder. Meerdaagse tochten zijn dan eigenlijk het leukst. Met de fiets in de trein ergens naar toe, vandaar met een overzichtelijke fietsafstand naar een leuke plaats waar overnacht kan worden en dan verder op de fiets naar een handig treinstation, vanwaar je terug kunt naar huis. Het liefst doe ik dat niet in mijn eentje. Niet alleen is dat ongezellig, want je wilt onderweg toch ook wel het een en ander delen. Maar ook kan er onderweg van alles gebeuren en dan weten twee meer dan één. Een tweedaagse tocht is eigenlijk het handigst. Meer kan ook, maar ik herinner me nog de tocht naar Rome, toen ik een hele maand weg ben geweest. Het was prachtig, onvergetelijk zelfs, maar ik kreeg op het laatst schoon genoeg van het leven uit fietstassen. Vandaar dus twee dagen, met René deze keer.

Met de trein naar Zwolle en dan met een overnachting in Zutphen, dat was het plan. Vooraf daar een hotel geboekt met het verzoek of de fietsen in een afgesloten ruimte zouden kunnen staan. Eigenlijk kon dat niet, maar na enige tegenwerpingen van mijn kant was er nog wel ergens een achterafkamertje waar we de fietsen konden neerzetten. Totdat ik door het hotel werd gebeld dat ze daar toch echt niet aan konden beginnen. Hoe kun je een hotel hebben in een van Nederlands mooiste fietsregio’s zonder de mogelijkheid om je fiets fatsoenlijk te parkeren? Hoe dan ook, hotel gecanceld en uitgeweken naar Doesburg. Stukje verder maar minstens zo leuk. En de fietsen waren welkom. Grotendeels ging de tocht langs de IJssel, die er met zijn uiterwaarden onder de fraaie Hollandse wolkenluchten prachtig bij lag. De afstand van bijna 85 kilometer was alleen wat ambitieus, omdat we in Zwolle, na enig trein-malheur, pas om half één op de fiets zaten. En we bovendien onderweg natuurlijk veelvuldig afstapten. En tenslotte hield de batterij van René’s elektrische fiets er tien kilometer voor het eind ook nog mee op, omdat hij iets teveel op de turbo-stand had gereden. Maar het bier in Doesburg smaakt dan des te beter.

De volgende dag over de Veluwezoom richting de Rijn. Een heel ander landschap, met de Posbank als hoogste punt, en een toch iets selectiever gebruik van de turbo op René’s fiets. De Veluwe is echt een fietsgebied. Veel pensionado’s op e-bikes, vaak met hoge snelheden. Verder, vooral door de hoogteverschillen, populair bij groepen wielrenners, die op de smalle fietspaden plotseling opdoemen. Al met al niet ongevaarlijk, maar het ging gelukkig allemaal goed. Afdalen naar Oosterbeek en langs de Rijn naar eindpunt Rhenen. Twee prachtige dagen en dankzij het onderweg vaak afstappen is er toch nog een fotoserie gekomen. Beetje veel foto’s deze keer, maar het waren dan ook twee dagen en het landschap lag er heel fotogeniek bij. Even doorbijten dus op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720299755539

Twente

7 juni 2022

Twente: daar liggen mijn familie-roots. Toch ben ik er niet geboren en ook heb ik er slechts elf jaar, van mijn zevende tot mijn achttiende, gewoond. Best een hele tijd, maar toch niet lang genoeg om het Twentse dialect goed onder de knie te krijgen. Maar wel genoeg om zelfs na ruim een halve eeuw toch nog steeds een binding met het gebied te hebben. Veel familieleden wonen er nog en ik kom er dan ook geregeld en graag op bezoek. Zo was er dinsdag een gelegenheid om een toertje door de streek te maken en weer eens wat jeugdsentiment op te snuiven. Want dat ligt daar overal nog voor het oprapen, heb ik gemerkt. Natuurlijk moest het toertje langs Tubbergen, want daar woonde ik al die elf jaren en ik was er eigenlijk al een hele tijd niet meer geweest. Er is daar een hoop veranderd. De woning waar mijn moeder haar laatste jaren doorbracht bleek gesloopt en inmiddels stond op die plaats een glanzend nieuw en ongetwijfeld efficiënt gebouw, dat alleen niet meer de ziel heeft die de vroegere woning had dan wel die ik erin meende te zien. En de school die mijn vader met hart en ziel heeft opgebouwd is er ook niet meer. Het gebouw staat er nog wel, maar er huist nu een kinderopvang, ongetwijfeld ook niet iets wat mijn vader zich ten doel had gesteld.

Dan de winkelstraat. Alle dorpswinkels, die zich in mijn herinnering hadden gegrift, waren vervangen door andere winkels, vele daarvan van de bekende Nederlandse winkelketens die je overal ziet. En toen ik aan de andere kant van de grens de tank volgooide met goedkope(re) Duitse benzine, ging ik op zoek naar het Wald-Bad, destijds een schitterend aan een bosrand gelegen natuurbad, waar ik het zwemmen heb geleerd. Ik heb het niet kunnen vinden, hoewel het er nog steeds moet zijn. Wel was er in de buurt een nieuw zwembad gekomen, een glazen, eigenlijk wel lelijke kubus, waar grote glijbanen de gevel uitpuilen. Bij het zien van al die veranderingen betrapte ik mezelf op hetzelfde sentiment, waarmee Wim Sonneveld over ‘het tuinpad van mijn vader’ zong en – wellicht onbedoeld – een beeld schetste dat vroeger alles beter zou zijn geweest.

Wat natuurlijk niet zo is. Want ook in het huidige dorp is nog veel fraais. Het schitterend verbouwde ‘Oale Roadhoes’ bijvoorbeeld. Nu een populair restaurant naast de kerk met zijn prachtige ramen, waar ik mijn ‘rijke roomse leven’ heb geleid. Verder is in het dorp de glaskunst opgebloeid. Elk jaar is er een grote tentoonstelling en her en der vind je op straathoeken kleine glaskunstwerkjes. En die waren er vroeger natuurlijk ook niet. Maar het allermooiste van Twente is wel de omgeving en het natuurschoon. Daarmee is het net andersom. Toen ik er woonde vond ik het heel gewoon, niks bijzonders eigenlijk. Nu ik er weer eens goed naar heb gekeken, zie ik hoe fraai het land erbij ligt, zelfs op deze bewolkte dag. Ik ben dol op Amsterdam, zou er nooit meer weg willen, maar wat betreft natuurschoon is het toch wel wat onderbedeeld. Destijds maakte ik op de fiets mijn dagelijkse gang naar het Carmel-lyceum in Oldenzaal, nog zo’n pareltje in Twente trouwens. Die fietstocht ging over een weggetje waar ik na het behalen van mijn Gymnasium-diploma in 1968 nooit meer ben geweest. Vaak van plan geweest om er nog eens langs te rijden, maar nooit gedaan. Tot deze dinsdag dus. En op dat kleine weggetje kwam heel diep uit mijn onderbewustzijn weer wat van die spanning naar boven over examens en proefwerken. De binding met het gebied is zelfs na meer dan 50 jaar dus nog lang niet weg. Een indruk van Twente staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720299646995

Egmond aan Zee

26 mei 2022

De Hemelvaartsdag is benut om eens op bezoek te gaan bij vrienden in Egmond aan Zee. Wat kun je dan beter doen dan een stuk door de duinen en over het strand te wandelen? Het duinlandschap in Egmond is niet zomaar een heuvelruggetje met wat helmgras, maar leek me door de grote dennenbossen in het gebied meer gevarieerd dan andere duinlandschappen aan de Nederlandse kust. Het is bovendien een drinkwater-wingebied. Maar geleidelijk proberen ze toch minder water uit de duinen te onttrekken, waardoor het waterpeil de laatste jaren is gestegen en dus ook de biodiversiteit weer wat is teruggekeerd. Te zien aan de waterplanten en ook aan de kikkers, die zich gewillig lieten fotograferen.

Strandweer was het alleen niet. Tenminste niet om op het strand te gaan liggen, laat staan om je in zee te wagen. Het was koud en er stond een stevige wind. Wel ideaal surfweer dus, en dat werd er dan ook volop gedaan. En ook ideaal ‘uitwaai’weer, want het leek er wel drukker dan op een zomerse stranddag. Egmond is echt een familiebadplaats. Daarheen gaat men op vakantie. Nederlanders gaan natuurlijk gewoon een dagje naar het strand, maar Duitsers mogen hier graag een weekje blijven. Voorzieningen zijn er dan ook volop, variërend van eenvoudige strandhuisjes tot deftige hotels. Het Duits leek hier dan ook de voertaal. Gelukkig zijn er voor hen in het achterland ook voldoende dingen te doen, want ik zou me niet kunnen voorstellen wat ik een hele week op het strand moest doen bij dit koude en winderige weer. Hoe de duinen, het strand en de familiebadplaats er bij dit weer uitzagen, staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720299429661

Huis Barnaart

19 mei 2022

Donderdag een soort van reünie bijgewoond met ex-collega’s van Schiphol, waarmee ik ruim vier jaar heb samengewerkt. 35 jaar geleden nu al weer en sommigen was ik een beetje uit het oog verloren. Maar mede dankzij de sociale media zaten we nu weer bij elkaar. Het was alsof die 35 jaren waren terug gebracht tot slechts een paar dagen en het voelde alsof we gewoon weer met de lunchpauze bezig waren. Het concept van de reünie was eenvoudig: eerst koffie met gebak, daarna iets educatiefs, dan bier en afsluiten met een etentje. Het vond plaats in Haarlem en het educatieve onderdeel was een bezoekje met rondleiding in ‘Huis Barnaart’. Een stadspaleis, gebouwd en ingericht rond 1805 in de zg. ‘empire-stijl’, door Philip Barnaart, vroeger burgemeester van Haarlem en Statenlid van de Provincie.

Zulke paleisjes vind je volop in bijvoorbeeld Frankrijk, maar in het wat meer calvinistische Nederland zijn ze wat zeldzamer. Het geeft een aardig beeld hoe je destijds een beetje leuk kon wonen en hoe je gasten behoorde te ontvangen. Want Philip had geen gebrek aan personeel en dat stelde hem in staat om feestjes en copieuze diners te organiseren met niet de minsten uit de samenleving. Het paleisje was tot 1880 nog in particuliere handen en was later de ambtswoning van de Commissaris van de Koning(in) van Noord-Holland. Sinds 2016 is het een museum. Foto’s van het Huis plus nog wat plaatjes van onderweg in Haarlem staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720299232776

Het IJ

7 mei 2022

Wil je een beetje bijhouden hoe het gebied rond het IJ verandert, mag je er eigenlijk elke maand wel eens gaan kijken. Elke keer als je denkt dat het er nu wel zo’n beetje af is komt er wel weer iets nieuws, waardoor de boel weer moet worden opgebroken of er in het ergste geval weer een bouwput verschijnt. Maar zo langzamerhand krijg je toch wel een idee hoe het er in de komende jaren uit moet gaan zien. Voor de fiets is er ineens veel ruimte. Altijd moest je tussen hekken en rode linten door manoeuvreren als je met de boot naar de overkant wilde. Maar nu kun je, komend vanuit de stad met de fiets linea recta de boot op, want ook de aanlegsteiger is verplaatst en ligt nu een stuk handiger. De boot is nu eigenlijk een verlengstuk geworden van een veel breder fietspad.

Ook twee vroegere monumenten zijn terug. Het Aids-monument was tijdens alle bouwactiviteiten een tijdje onzichtbaar, maar nu staat het er weer. Het is een telraam, dat in beeld brengt dat er op 1 december 2021 19.925 mensen in Nederland met hiv waren besmet. Dat aantal kan je er van een afstand, zelfs met een wiskundig inzicht, niet echt vanaf lezen, maar het telt symbolisch af naar het moment dat aids de wereld uit is. Dan het oude NACO-huisje. Dat is een aantal maanden geleden vanuit zijn opbergplaats Zaandam weer aan komen varen. Het wordt nu verder hersteld en zal in de loop van 2022 dienst gaan doen als opstapplaats voor de museumboot richting Hermitage, Artis en de Hortus. Even verderop ligt een groot cruiseschip. Na twee jaren afwezigheid zijn ze er weer. Net als je denkt dat de stad het met toeristen wel even genoeg vond en ze van plan waren de cruiseschepen ergens ver buiten het centrum te laten aanleggen. De IJ-kant van het station is misschien toch nog niet helemaal af. De tussenstand staat op: 

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720299013730

Bollenstreek

26 april 2022

De ‘openingskoers’ van het seizoen met de fietsclub is meestal in de tweede helft van april met een rondje door de Bollenstreek: het “rondje Bol”, zoals we dat zijn gaan noemen. Ik probeer dat te combineren met het maken van wat foto’s, want die bloemen zie je natuurlijk niet het hele jaar. Maar de combinatie fietsclub en fotografie is niet helemaal ideaal. Elke keer als ik wat fraais zie, moet ik van de fiets af en kan dan een gat dichtrijden van zo’n halve minuut. Vandaar dat ik het rondje Bol deze keer maar in twee versies heb gedaan: dinsdag met René in de auto, allebei met twee camera’s, en de zaterdag erna met de fietsclub, zonder hinderlijke camera.

Voor de foto’s een gelukkige keuze achteraf, zo bleek, want het autotochtje verliep onder een strakblauwe zonnige lucht, die je eigenlijk wel nodig hebt in de tulpenvelden. De fietstocht enkele dagen later was bij bewolkt en koud weer met ook nog een forse noordelijke tegenwind. We waren bij het autotochtje niet de enigen. De streek is populair bij toeristen, die op gammele huurfietsen kriskras, ook nog vlak voor de auto, over de weg cirkelen en die ook nog moet worden bijgebracht dat het niet de bedoeling is om door de tulpenvelden te wandelen om daar selfies te maken. Hoewel er ook midden tussen de tulpen mensen aan het werk waren, althans zo leek het. Maar de fotoserie is er dus gekomen. Beetje voorspelbaar, dat wel, ook niet echt uniek, maar toch mooi en de moeite waard. Vond ik tenminste. Zie:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720298759276

Elburg

21 april 2022

De fotoclub stuurde me naar Elburg. De bedoeling van die club is, behalve om over van alles en nog wat te kletsen, om in anderhalf uur een serie foto’s te produceren die een paar weken later worden besproken. Een mooie gelegenheid dus, want zo kom je nog eens ergens. Ik heb heel vage herinneringen aan Elburg. In mijn vroege jeugdjaren gingen we er met de auto heen. Want daar was, gerekend vanuit Twente, het dichtstbijzijnde strand. Ik heb dat strand, nu zo’n 60 jaar later,  proberen terug te vinden, maar het leek me compleet verdwenen. Wel was er een jachthaven, waarvan ik ook zeker ben dat die er toen niét was. Geen wonder eigenlijk, want voor de gemeente is een jachthaven heel wat lucratiever dan een strook zand aan het water, waar kinderen met zandschepjes in de weer zijn.

Elburg was ooit een niet onbelangrijk vissersdorp aan de Zuiderzee. Vissen doen ze er niet meer, maar de herinnering aan die periode wordt levend gehouden door de visnetten, die hier her en der aan de gevels hangen. Het stadje is eigenlijk een rechthoekige vesting, omgeven door water aan alle vier kanten. De hoofdstraat is verpest door gevels van de bekende winkelketens die je overal in Nederland ziet, maar het historisch erfgoed is in de zijstraatjes goed te zien. Ik vond het prachtig, maar als het dorp niet uitkijkt gaat het ooit nog eens een openluchtmuseum worden. Hoe dan ook, het fotoserietje, onderwerp voor een kritisch oog binnenkort, is er gekomen. Te zien op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720298469471

Het Twiske

18 april 2022

Het Twiske: een gebiedje vlak boven Amsterdam. Ontstaan zo’n veertig jaar geleden toen er zand moest worden gewonnen voor allerlei snelwegen in de buurt. Geleidelijk is het daarmee veranderd in een niet onaardig natuurgebied, nog net geen Natura-2000, maar toch schoon en goed onderhouden. Het is het favoriete gebied voor mijn hardlooprondjes, je kan er eindeloos variëren en in de zomer ook nog lekker zwemmen en/of van de zon genieten. Hardlopen vandaag nog maar even niet, want dat was me afgeraden na de corona-besmetting van vorige week. Voor zwemmen was het nog te koud, maar deze keer gewandeld en tegelijkertijd ook van de zon genoten, want die scheen op die Tweede Paasdag uitbundig. En genoten van al wat daar te zien was, als je goed kijkt tenminste. Zo bleken een paar bomen de februari-stormen niet te hebben overleefd. Die laten ze daar gewoon liggen, want dat blijkt goed te zijn voor de biodiversiteit. Geen gezicht eigenlijk, althans niet voor de liefhebbers van aangeharkte “VT-wonen-tuinen”, maar hier laten ze de natuur gewoon de natuur. Verder alle ruimte voor de vogels, die hier hun ideale habitat hebben. De camera ging natuurlijk mee en het kleine fotoserietje dat is gemaakt staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720298323643

Buitenzorg

15 april 2022

Vijf dagen quarantaine…! Dat was kort en goed het vooruitzicht, toen ik maandagochtend na twee jaar voorzichtig zijn en vier prikken verder nu toch ineens positief testte op corona. Net toen het mooi weer ging worden en ik van plan was mijn foto-hobby weer eens op te gaan starten. Want die was, na de foto-marathon in de VS, door de heftige jet-lag van negen uur daarna en bovendien nog door het slechte weer in de eerste dagen van april, wel een beetje ingezakt. Ik had nog wat deskundig advies ingewonnen over de do’s and dont’s bij een corona-besmetting maar het kwam er eigenlijk op neer dat ik vijf dagen niemand mocht tegenkomen. En dat betekende thuisblijven. De wereld zou er dus een stuk kleiner op worden. Eigenlijk mocht ik nog blij zijn, want die termijn is recent naar beneden bijgesteld van tien naar vijf dagen.

Maar net toen ik me had geschikt in mijn lot, testte – toeval of niet – René een dag later óók positief, ook al na twee jaar voorzichtig zijn en vier prikken. Na nog wat aanvullend deskundig advies, kwam ik erachter dat er geen bezwaar zou zijn tegen contact tussen recent positief geteste mensen. En dus kon er ook geen bezwaar zijn tegen een gezamenlijk bezoek aan het volkstuincomplex, waar René een optrekje met een prachtige tuin heeft. Mits we daar natuurlijk niemand zouden tegenkomen, maar contact met derden is daar goed te vermijden. Die tuin zou voor hem in zijn eentje ook onbereikbaar zijn, want dat zou op de fiets een oversteek met de altijd drukke veerpont betekenen.

Maar met de auto kon het natuurlijk wel en zo togen de twee patiënten bij schitterend voorjaarsweer naar de tuin, zodat de wereld daarmee een tikkeltje minder klein kon worden. Nu ben ik wel vaker in zijn tuin geweest, maar de naam van het volkstuincomplex (“Buitenzorg”) deed onder deze omstandigheden ineens beelden bij me opkomen uit mijn vroege jeugd, toen er nog sanatoria bestonden, met bedden en verplegend personeel op zonnige gazons, waar zieken en zwakkeren in een gezonde buitenlucht een beetje konden aansterken. Helaas geen personeel in de tuin, maar meestal gaat daar alles tóch wel vanzelf: beetje aanklooien, wat lezen, in de zon zitten, koffie drinken, wat eten en je bent zo uren verder. Maar nog nooit had ik daar foto’s gemaakt. En dat zou ik juist nú moeten doen want de tuin ligt er op zijn mooist bij net in deze fase van het voorjaar. En zodoende is – geluk bij een ongeluk – toch nog de volgende serie tot stand gekomen: 

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720298126287

Phoenix – Los Angeles

29 maart 2022

Phoenix beschouwden we zo’n beetje als het eindstation van onze reis. De plotselinge hitte en de omschakeling naar de relax modus gaven daar natuurlijk ook alle aanleiding toe. Maar hoewel we in de afgelopen jaren Phoenix als een vast ankerpunt zijn gaan beschouwen, hadden we de binnenstad (down-town, zoals ze dat hier noemen) nog nooit een blik waardig gekeurd. Want de binnenstad zelf zou toch, zoals vele andere steden in de VS, niet meer zijn dan een kluitje wolkenkrabbers? Met vooral kantoren zonder de levendigheid op straat, die we in de Europese binnensteden gewend zijn? Maar dat viel bij nader inzien erg mee. Sterker nog, opvallend was de veelkleurige en ook gewaagde architectuur en de toch wel elegante mix van kantoren en appartementencomplexen. En overal de murals, de fraai beschilderde gevels van de gebouwen. Zelfs blijkt er openbaar vervoer te zijn. Er ligt al een tramlijn en een nieuwe verbinding wordt nu aangelegd, in het besef dat je in deze stad van enorme omvang niet altijd door kunt gaan met alleen maar nieuwe snelwegen aan te leggen.

En zo werd de laatste ochtend van de terugreis toch nog een mooie sightseeing van de binnenstad, die toch alleszins de moeite waard bleek om eens te bekijken. Die terugreis ging naar Los Angeles, met nog een overnachting in Palm Springs. We maken een tussenstop in Quartzsite, ongeveer op de grens van Arizona en Californië. Dat dorp, voorzover je daarvan trouwens kunt spreken, is niet meer dan een verzameling van campers, trailers en stacaravans. Gewone huizen hebben we niet kunnen ontdekken. Hier wonen dus mensen, die het in het leven wat minder hebben getroffen, en hun openbare voorzieningen bestaan uit niet veel meer dan benzinestations en fastfood-tenten. Twee uur verder rijden ligt Palm Springs, het totaal tegenovergestelde. Hier woont het wat meer gearriveerde segment van de samenleving. Marcel heeft hier in de eerste week van april zijn zwemtournooi en zal hier dus nog ruim een week blijven.

Ikzelf beperk me er tot één nachtje, op weg naar het allerlaatste station: de luchthaven van Los Angeles. Die ligt helemaal aan de kust en dat betekende dus dat de hele agglomeratie van Los Angeles, ruim honderd kilometer, zal moeten worden doorkruist. Los Angeles is een jungle van autowegen en de rit er doorheen vereist een gedegen voorbereiding met het vooraf opschrijven van de vele afslagen die je moet nemen, en is eigenlijk een project op zich. Ik begon me dan ook af te vragen hoe leefbaar deze stad eigenlijk is. Marcel dropt me hier voor de vliegreis naar huis en zal dus in zijn eentje die jungle weer moeten doorkruisen, terug op weg naar Palm Springs. Maar terwijl ik bij de gate zit te wachten op het vertrek, komt het app-je: “ben in PS…”! Gelukkig….! Einde van een mooie reis door de VS. Het laatste fotoserietje van down-town Phoenix, het trailerpark en Palm Springs staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720297816846