We hadden buitenlands bezoek, dus dan maak je een uitstapje. De grachtengordel kennen zowat alle buitenlanders, dus dan verzin je wat anders. Rotterdam bijvoorbeeld, voor veel buitenlanders weer iets heel nieuws. Een eigenlijk ook voor mij, want zo vaak kom ik er niet. Vorig jaar op een ijskoude winterdag ben ik er nog eens geweest. Het was toen weliswaar prachtig weer, maar zó koud met zó’n straffe wind, dat we het niet hebben aangedurfd om het laatste stuk met die draaiende gondel van de Euromast omhoog te gaan. Dinsdag was het andermaal prachtig weer, maar wel een stuk aangenamer. Dus nu wel de draaiende gondel omhoog, met een prachtig uitzicht, maar nu helaas achter glas, dus voor foto’s minder geschikt. En eigenlijk is er nou ook weer niet zo’n heel groot verschil met het uitzicht dat je hebt op het wat lagere platform, toch nog zo’n 100 meter. Verder gezellig door de stad gekuierd, vooral langs de oude haven in de binnenstad, een stadsdeel dat de oorlog min of meer ongeschonden heeft overleefd.
De middag in Delft doorgebracht, vooral in de oude binnenstad en zowel de ‘Nieuwe’ als de ‘Oude Kerk’ bezocht. Delft is mijn vroegere woonplaats. Ik woonde tegenover het station, ik ben er nu al 24 jaar weg en de omgeving van het station is onherkenbaar veranderd, inclusief een heel nieuw station. Maar in de binnenstad is nog veel hetzelfde, vond ik. Sterker nog, de pizzeria op de Binnenwatersloot, waar ik toen geregeld kwam, is er nog steeds met nagenoeg dezelfde inrichting. Daar hebben we de dag afgesloten en vastgesteld dat veel toeristen in Amsterdam blijven hangen, en dat de combinatie Rotterdam/Delft voor buitenlanders weer een heel andere blik op Nederland blijkt te geven. Het was deze keer een kort bezoekje aan Delft, maar een aantal maanden geleden heb ik er een wat uitvoeriger blogje over gemaakt. Wel is er vandaag natuurlijk toch een foto-serietje gemaakt:
Een B&B-weekend in de Weerribben. Een moerassig land in de uiterste kop van Overijssel. Van oudsher een land van turf en riet. Het riet is er nog een belangrijke activiteit. Vlak na de winter, dus nu zo’n beetje, wordt het ‘geoogst’, in bundels samengebonden en vooral gebruikt om er daken mee te bedekken. Het land leek me erg drassig, maar het schijnt dat de aarde door de recente vorst vijf centimeter onder de grond nog bevroren is, zodat het dit jaar juist extra gemakkelijk gaat. Bijna alle huizen hebben hier dus rieten daken. Alles wat niet bruikbaar is wordt verbrand, hoewel er nieuwe milieuwetgeving onderweg is die dat gaat verbieden. Veel huizen, met name rond Kalenberg, zijn alleen per boot of fiets bereikbaar. Ze zijn hier erg van de rust.
Sommige huizen zijn gerenoveerd en sommige daar weer van zijn omgebouwd tot B&B, in afwachting van de toeristen die in de zomer gaan komen. Want dan is het drukker, met fietsen en boten. Chinezen hebben het hier nog niet ontdekt, in tegenstelling tot Giethoorn, niet ver hier vandaan. En straks komen de vliegtuigen die laag overvliegen richting Lelystad. Aan de affiches op de ramen kan je wel zien wat ze daarvan vinden. Zondag wegens de dreigende regen, die er gelukkig niet kwam, een autotochtje langs de dorpjes in Friesland gemaakt. Einddoel was Harlingen, maar een tussenstop was het piepkleine dorpje Achlum, waar in 1811 de verzekeraar Achmea werd opgericht. In 2011 bestonden ze 200 jaar en mocht Bill Clinton hier een lezing houden. Niet dat Bill een bijzondere relatie had met het bedrijf, maar je moet toch wat als je eens wilt uitpakken. De camera is mee geweest en het resultaat staat op:
Hoofddoel was het station van Arnhem, dat – zoals veel stations in Nederland – een grondige metamorfose heeft ondergaan. Hier zijn de architecten helemaal losgegaan en met name de hal heeft een futuristische uitstraling gekregen met zijn vele ronde vormen. Na een bouwput van bijna tien jaar, waarbij je ‘kruip-door-sluip-door’ de ingang moest proberen te vinden is hier eindelijk – wat betreft architectuur – een van de meest in het oog springende stations van Nederland gerealiseerd. Maar als je er dan toch bent ga je natuurlijk ook de rest van de stad bekijken. En dan blijkt maar weer dat je niet een vooraf bepaald plan moet hebben. Want op elke – niet vooraf geplande – straathoek is wel weer iets te vinden dat de moeite waard is. En al slenterend gaat alles vanzelf.
Ontmoetingen met de Arnhemmers bijvoorbeeld, die de nieuwe burgemeester Marcouch de hemel in prijzen, ondanks de ladingen van kritiek die hij uit sommige kringen ook heeft gekregen. Midden in de stad staat de Eusebius-kathedraal en dat is meteen de enige kerktoren in Nederland, waar je met een lift naar boven kunt. Dus meteen doen..! Want vanaf een toren zie je de stad weer in een heel andere dimensie. De bochtige Rijn bijvoorbeeld. De oevers daarvan vormen eigenlijk een wereld op zich. Je kan er moeilijk komen, dus de wereld gaat hier zijn eigen gang. Zoals een fiets, die hier prachtig ligt weg te roesten, zonder dat iemand er naar omkijkt. En verderop naar het oosten nog een fotogeniek industrieel niemandsland, waarvan eigenlijk onduidelijk is of daar nog wat gebeurt. Niets aan de Rijnbrug herinnert nog aan de operatie Market Garden in september 1944. Of het moest een verdwaald kanon zijn, dat ergens op een verdwaald pleintje is neergezet. De foto’s van dit Arnhemse uitstapje staan op:
Er schijnen in Nederland nog een miljoen woningen te moeten worden gebouwd. En en de vraag is dan waar die moeten komen: buiten of binnen de steden. Nederlanders zijn erg verknocht aan hun tuintje, dus dat kan niet allemaal in de stad. Dus het Groene Hart zal er ook aan moeten geloven. Of toch ook maar in Amsterdam..? Want zelfs hier blijkt er nog voldoende ruimte te zijn om te bouwen, zelfs binnen de Ring. Niet met tuintjes, maar wel de hoogte in. En ze doen hier flink hun best om hun steentje bij te dragen aan dat miljoen. Zo ook in het nieuwe Amstelkwartier, rond het metrostation Spaklerweg, aan de oever van de Amstel en rond de voormalige Bijlmerbajes. Op de kaart is het een gebiedje van niks, maar hier komen ineens duizenden nieuwe woningen. Plus twee knotsen van hotels.
Architecten hebben zich hier kunnen uitleven, want het is allesbehalve een eindeloze saaie slaapstad geworden. Er wordt gevarieerd gebouwd met aandacht voor de kwaliteit van de openbare ruimte en het milieu. Complete gevels zijn volgeplakt met zonnepanelen en vieze auto’s mogen er niet meer in. Voor auto’s leek me er sowieso niet veel plaats. De bewoners zullen wel gebruik moeten maken van het naburige Amstelstation en het metrostation Spaklerweg, stations die en passant ook nog even worden gerenoveerd. Net als alle andere stations op die oudste metrolijn trouwens. Ik zag een kaartje van Amsterdam met allemaal gebiedjes van niks, die ze van plan zijn vol te bouwen met 95 duizend nieuwe woningen!! Het wordt hier ooit nog eens een echte stad. De ijzige kou is getrotseerd op een wandeling door het gebied en het foto-serietje staat op:
Het Spoorwegmuseum in Utrecht: al mijn hele leven weet ik van het bestaan ervan. En bijna net zo lang neem ik me voor om er eens heen te gaan. Maar vrijdag is het plan dan eindelijk uitgevoerd. De aanleiding was klein: een berichtje met een foto in de krant was al voldoende. De trein levert je vanaf Utrecht Centraal voor de deur af, in 20 minuten naar Station Maliebaan met een lange trein en een handjevol passagiers. Je kan ook gewoon lopen in een kwartiertje, zoals we op de terugweg maar deden. Er staan prachtige locs, waaronder de mooi opgepoetste ‘Arend’. Ook een mooi nagebouwd Engels stadje uit de vorige eeuw met de staalfabrieken waar veel locs werden gefabriceerd. En een mooie opstelling, die illustreerde dat het internationale reizen toen nog een erg deftige aangelegenheid was.
Prachtig allemaal, maar het leukste vond ik nog wel de nostalgie van al hetgeen ik zelf ooit heb zien rijden of in heb gezeten. Daarom was het maar goed ook dat ik zoveel jaren met het bezoek heb gewacht. Nostalgisch vond ik de groene treinen met hun spitse kop die als stoptreinen dienden, en de intercity’s, ook groen, maar met de zg. ‘hondekop’ die toen nog sneltreinen heetten. De huisstijl was dus groen, tegenwoordig het wat fellere geel en blauw. De treinkaartjes uit mijn jeugd waren van karton, met voorgedrukte bestemmingen. Later kwamen ze uit een computer met een matrixprinter en nu hebben we dus de ov-chipkaart.
Ook werd er in de treinen volop gerookt. De asbakjes zaten in de leuningen en ik herinner me levendig dat de coupés blauw stonden van de rook als je binnenkwam, en niemand die erom maalde. Roken vind ik overigens verre van nostalgisch, maar het was toen overal heel gewoon evenals de reclame voor het roken. Op de terugweg nog even het heel eigentijdse dak van het gloednieuwe Utrechtse Centraal Station bewonderd, dat pas officieel is geopend, maar zo te zien nog niet helemaal af is. De foto’s staan op:
Ik ben lid geworden van een fotoclub. Het concept is eenvoudig. Ergens verzamelen met koffie en gebak en dan krijg je anderhalf uur de tijd om foto’s te maken van een bepaald onderwerp. Ongeveer een maand later laten we elkaar 15 foto’s ervan zien en zal eenieder de maat worden genomen over het geproduceerde resultaat. Deze keer werd de Amsterdamse Spaarndammerbuurt onder handen genomen Een buurt gebouwd voor havenarbeiders, maar tegenwoordig is het een domein van allerlei hip volk met dito winkeltjes en eet-en drinklokalen. Veel huizen zijn ontworpen in de stijl van de Amsterdamse School. Ik kon het niet laten even van het onderwerp af te wijken en een stiekem kijkje te nemen in de nieuwe wijk die aan de noordkant wordt gebouwd: de Houthavens, zo te zien echt een wijk voor de happy few. De opdracht was dus om in anderhalf uur álle foto’s te maken. Jammer dat het net in die tijd zwaarbewolkt was met regenbuien en dat het pas opklaarde daarna. Het is niet anders, en het geproduceerde resultaat staat op:
Dat Amsterdam steeds drukker wordt, dat weet zo langzamerhand iedereen wel. Als bewoner van de stad valt het nog niet eens zo op, omdat het de afgelopen jaren natuurlijk ook heel geleidelijk is gegaan. En zoals alles, went dat ook wel weer. Het valt pas op als je eens een keer in de binnenstad van een andere Nederlandse stad loopt en je ziet hoe rustig en relaxed het daar eigenlijk is. Deze keer met foto-maatje René in Dordrecht, een stad die al een hele tijd op het verlanglijstje stond. Toeristen zie je hier niet. Misschien lag het aan het weer. Want het was koud met een stevige wind en aan het eind van de middag begon het zachtjes te sneeuwen. Geen mooi foto-weer dus, wat jammer was, want foto’s maken is toch altijd wel een belangrijk doel van zo’n uitstapje.
Ik vond de binnenstad een pareltje, en dat zouden toeristen toch ook moeten zien. Maar toeristen lijden aan kuddegedrag: ze gaan naar plaatsen waar iedereen naar toe gaat en ze komen niet op plaatsen waar niemand komt. Dordrecht was voor mij toch ook wel een vage herinnering aan het begin van mijn werkzame leven toen ik me bezig hield met het binnenscheepvaartverkeer in Nederland. De stad ligt aan het – met afstand – belangrijkste binnenscheepvaartknooppunt van Nederland en hier zie je de enorme schepen met grote duwbakken vol ijzererts naar het Ruhrgebied varen. Jammer genoeg kon ik er geen foto van maken, want de lucht was inmiddels helemaal dichtgetrokken. We hebben ons voorgenomen in de zomer nog maar een keer terug te komen. Het foto-serietje staat op:
December en januari waren grijs en de zon hebben we maar weinig gezien. Geen al te fotogeniek weer dus en de camera had dus ook een soort van winterslaap. Maar ineens is daar dan de zon. Sterker nog, het leek wel voorjaar en dus een mooie gelegenheid om uit de winterslaap te ontwaken en weer eens in de stad op stap te gaan. Met de camera natuurlijk, want je weet tenslotte maar nooit wat je tegenkomt. Er dat bleek de moeite waard! Dan blijken er straten en wijken te zijn waar ik nauwelijks kom, zelfs dicht bij huis.
Oostenburg bijvoorbeeld, dicht bij het spoor tussen het Centraal Station en Muiderpoort met nog veel ‘industrieel erfgoed’. Anderen zouden zeggen ‘oude meuk’, maar ik vond het mooi. Het is nota bene nog geen kilometer van mijn huis. Een bewijs dat ik ook – net als al die toeristen – aan kuddegedrag lijd. Het gebied wordt nu nog gebruikt door kunstenaars met hun broedplaatsen in die prachtig verwaarloosde fabriekscomplexen, maar aan alles kan je zien dat het er hoogstwaarschijnlijk over tien jaar niet meer zal zijn. Kan ook haast niet anders, want het lijkt me een A-locatie zo dicht bij het Centraal Station en andere voorzieningen. Mooie reden om het eens vast te leggen op:
Sinds ik niet meer werk kom ik niet meer zo héél vaak in Den Haag. Mooie aanleiding om met mede-pensionado René er weer eens heen te gaan om de fototentoonstelling van Michael Wolf over ‘Living in Cities‘ te bezoeken. Het was in het fotomuseum, een flink eind van het Centraal Station. We zouden er naartoe lopen en dat was meteen dus een mooie gelegenheid om – met de camera natuurlijk – eens te kijken hoe na al die jaren de stad zou zijn veranderd. Ik was verbaasd om te zien wat voor een metamorfose de stad heeft ondergaan. Bijna alle ministeries zijn nu gegroepeerd rond het Centraal Station. Er is daar een soort van Manhattan ontstaan, een must-see voor architectuurliefhebbers. Zoiets zie je niet in Amsterdam, hoewel de Zuid-as een beetje in de buurt komt. En ze zijn er nog lang niet uitgebouwd, want er ligt weer een grote bouwput waar het ‘Onderwijs en Cultuurcentrum’ (OCC), gaat verrijzen.
Er was daar zoveel te zien dat we toch op het laatst nog de bus moesten nemen om nog iets van de tentoonstelling te zien. De stijl van fotograferen van Michael Wolf spreekt me erg aan. Ik probeer zoiets zelf ook wel eens, maar je kan aan alles zien dat hij heeft beschikt over echt professionele apparatuur en bovendien over veel tijd, geduld en (sponsor)geld om deze tentoonstelling in te richten. Ik vond het in elk geval prachtig. Het ging over het vaak deplorabele leven in grote steden, vooral in China. Vroeg opstaan, lang reizen, lang en hard werken en dan ’s avonds laat doodmoe terugkomen in benauwde ruimtes in kolossale woonkazernes. En dat dan elke dag weer. Voor veel mensen daar is de balans tussen werk en vrije tijd wel erg doorgeslagen, maar kennelijk ook noodzakelijk om het hoofd enigszins boven water te houden. Verder een onthutsende indruk van de enorme hoeveelheid plastic rommel die daar door diezelfde mensen wordt geproduceerd en waarvan een groot deel – vrees ik – inmiddels in de oceaan ronddrijft. Van Den Haag een fotoserie gemaakt en ik was zo vrij enkele foto’s van de tentoonstelling op te nemen, met dank aan Michael Wolf natuurlijk. Kijk maar op:
De Noord-Zuidlijn is klaar. Bijna tenminste. Hier en daar nog wat afwerken en nog een halfjaartje testen en dan kan hij na meer dan 15 jaar gaan rijden. Zaterdag was er een open dag om de stations te bekijken. Er was in die 15 jaar veel tegenstand, tegenslag, kritiek en geklaag. Dat kan je aan Amsterdammers wel overlaten. Maar vandaag was daar niets meer van te merken. Het werd een feestje en iedereen vond het prachtig. Elk station heeft zijn eigen bijzonderheid. Het ondergrondse Centraal Station, in de volksmond al ‘De Kathedraal’ genoemd, met een imposante hal en mooie schuine pilaren. Het Rokin met zijn gedecoreerde wanden. De Vijzelgracht met zijn hommage aan Ramses Shaffy en tenslotte het smalle station de Pijp met de dure oplossing van twee boven elkaar liggende sporen. Dat laatste moest wel, want anders hadden ze de halve Ferdinand Bolstraat moeten slopen.
Ook wat betreft materiaalkeuze en afwerking was er duidelijk niet op een paar cent gekeken. Het mocht dus wat kosten. Ook bovengronds knapt het op. Niet dat daar op het Damrak veel van is te merken, want alles wat uit het Centraal Station komt, loopt hier de stad binnen. Tot aan Madame Tussaud een onafzienbare menigte. En dan is het nog wat ze nog steeds laagseizoen noemen. Maar vanaf de Dam spreidt de menigte zich. Op het Rokin zijn de bouwputten weg en het verandert daar langzamerhand in een boulevard van allure. En als de metro op 22 juli echt gaat rijden en de terrassen daar weer vol zitten is iedereen al die ellende vergeten en heeft de stad de nieuwe lijn in zijn armen gesloten. Want zo zijn die Amsterdammers nou ook wel weer. Een klein fotoserietje is er gemaakt, dat staat op: