Zakynthos (5)

18 september 2019

De laatste dagen op het eiland werden ingevuld met dingen die we nog niet hadden gedaan, maar ook niet wilden overslaan. Zo mocht natuurlijk een bezoekje aan de hoofdstad niet ontbreken. Eigenlijk hoofddórp, met zijn 13.000 inwoners. Maar behalve de haven is het stadje eigenlijk niet veel bijzonders. Een hoofdstraat met wat winkels, en dat is het dan wel zo’n beetje. Geen steegjes met witte kleine huisjes, zoals ik hoopte en wat je in Griekenland eigenlijk ook zou verwachten. Het eiland heeft een Venetiaanse tijd gekend en je ziet in het stadje – evenals elders op het eiland – kerktorens in Venetiaanse stijl. Maar de haven is wél de moeite waard om er een tijdje rond te lopen. Het is de uitvalsbasis van ferry’s naar het Griekse vasteland en verder is het een scheepswerf, waar wrakken worden opgeknapt dan wel aan hun lot worden overgelaten. Wat we op de laatste zondag hadden willen doen, eten in Keri, is door de grote bosbrand op die avond niet meer gelukt. Wel zijn we er twee dagen later voor een lunch alsnog geweest en hebben gezien (en ook geroken) hoe het land er na de brand bij lag.

Het dorp zelf is niet getroffen, evenals – zo te zien – de meeste huizen op de hellingen in de buurt. Hoewel sommige huizen echt op het nippertje gespaard zijn gebleven. Maar rondom die huizen grote zwartgeblakerde vlaktes, dus bepaald niet prettig om er te wonen dan wel vakantie te vieren. En wat we tenslotte ook niet wilden missen waren de schildpadden. Daar stond het eiland nou juist zo om bekend, en we hadden er nog geen enkele gezien. Behalve dan die ene huis-schildpad een paar dagen geleden, maar die vertoonde zich alleen maar omdat hij steeds kleine visjes kreeg toegeworpen. We wisten al dat september niet de ideale maand was om ze in zee te zien zwemmen. Wel komen in september, nog in het donker voor zonsopkomst, op het strand de eieren uit en de jonge schildpadjes waggelen dan naar de zee. Maar de kans dat je er iets van zou kunnen zien was ook klein, zo werd ons verzekerd. Toch zijn we de allerlaatste ochtend heel vroeg opgestaan om in elk geval te probéren er iets van te zien. Maar het enige wat we hebben kunnen zien waren de verse sporen van een schildpadje dat er vermoedelijk kort daarvoor was langs gewaggeld. Daar moesten we het dan maar mee doen. De natuur kiest zijn eigen momenten. Dit was het laatste berichtje van Zakynthos en de laatste fotoserie staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157711206868623

Zakynthos (4)

15 september 2019

Een van de mooiere delen van Zakynthos is Keri, een schiereiland aan de zuidwest-punt van het eiland. Je vindt hier wat Griekenland zo karakteristiek maakt: kleine dorpjes, smalle steegjes en pleintjes met prachtige gezellige tavernes in de bekende blauwwitte kleuren. En als je naar beneden naar de kust rijdt, richting vuurtoren, sta je ineens bij een van de mooiste uitzichtpunten, die ik ooit van mijn leven heb gezien: rotspunten, witte stranden en een azuurblauwe zee. We nemen ons dus voor de volgende dag terug te komen om in een van die tavernes te gaan eten. En toen waren er de volgende ochtend ineens die bosbranden. We kwamen er langs, onderweg voor een toertje dwars over het eiland. Hele hellingen staan in brand en er staat bovendien een straffe wind, zodat het vuur zich snel uitbreidt. Het blijkt dat Keri en nog een aangrenzend dorp worden ontruimd. Helikopters en blusvliegtuigen vliegen af en aan.

We belanden aan het eind van die dag aan een strand aan de oostkust, ver van het vuur. Daar zien we in de verte het eiland Kefalonia en daarachter – op de foto niet te zien, maar wel op de kaart – Ithaca. Dit moet dus het gebied zijn waar Odysseus jarenlang heeft rondgezworven, voordat hij thuiskwam en korte metten maakte met de vrijers die zijn trouwe echtgenote Penelope trachtten te verleiden. Er maar even van uitgaande dat het allemaal waar is wat er in de Odyssee staat geschreven. Ik houd het maar even overeind, want anders valt de fantasie dat ik me nu op historische grond bevind in duigen. Het etentje in Keri ging die avond dus niet meer door. De weg blijkt door het vuur afgesloten, zodat we in ons eigen dorp Kalamaki maar gaan eten, met in de verte nog de brandende – of hopelijk al nasmeulende – hellingen richting Keri. Iedereen is er erg van ontdaan. Het eiland leeft van de olijven en het blijkt dat ook hele olijfboomgaarden zijn verdwenen inclusief dus de nering van de betreffende boeren. Heftig dagje, vonden we. Foto’s staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157711033757192

Zakynthos (3)

13 september 2019

Bij de voorbereiding van de reis naar Zakynthos, kwam ook de vraag op wat we daar al die dagen moesten gaan doen. Het eiland is zo’n 50 bij 30 kilometer, dus het zou kunnen dat je na verloop van tijd alles wel zo’n beetje hebt gezien. We hadden daarom ook een paar dagen naar de Peloponnesos in gedachten. Met de auto de boot op, uurtje varen en je bent op het Griekse vasteland. Maar onze Engelse gastvrouw Debbie wees ons op zóveel mogelijkheden op het eiland, dat we het plan van de Peloponnesos meteen maar zijn gaan vergeten. Bovendien ontwikkelde zich na een paar dagen een heel eigen ritme: álles op het dooie gemak. Iets wat ik me zelfs na ruim vijf jaar als ambteloos burger nog niet helemaal had aangewend.

Dat dooie gemak kwam om te beginnen neer op uitvoerig ontbijten. Meestal kwam Debbie wel even langs voor een praatje. Dan een reisdoel bedenken, tegen elf uur het autootje pakken, onderweg uitvoerig koffie en vooral vaak stoppen om foto’s te maken. Dan halverwege de middag nog ergens aanleggen op een van de vele strandjes. En in de avond heerlijk op een terras van een taverne neerstrijken voor het eten. We hadden na een paar dagen wel door waar je moest gaan zitten, en ook waar je beslist niét moest gaan zitten. En dan aan het eind van de dag ook nog doodmoe zijn! Maar wel het gevoel dat je zo’n ritme vele maanden vol zou kunnen houden, hoewel het natuurlijk ook zou kunnen zijn (vrij zeker zelfs) dat het verlangen naar Amsterdam uiteindelijk de boventoon zou gaan krijgen.

De luchthaven op het eiland was een attractie apart. We zitten op steenworp afstand van de kop van de landings-(start)baan en je kan vanaf ons balkonnetje nog nét niet de passagiers achter de raampjes zien zitten. Ik neem me al jaren voor om eens bij Schiphol te fotograferen, maar er zijn daar nauwelijks mooie plekken, waar je een beetje leuke foto’s kan maken. Maar hier ga je gewoon bij het hek op de kop van de baan staan en ze komen bij de landing vlak boven je hoofd overvliegen en bij de start voel je de warme wind (met vermoedelijk ook de kwalijke uitlaatgassen) langs je lijf glijden. Klinkt vreemd allemaal, maar ik zal, na bijna dertig jaar bezig geweest met het vlieggebeuren, er wel een beroepsdeformatie aan hebben overgehouden. Hoe dan ook, van het dagelijkse ritme én het posteren bij de startbaan is het volgende fotoserietje tot stand gekomen.

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157711158701652

Zakynthos (2)

10 september 2019

Waar toeristen zijn, zijn ook toeristenfuiken. Ik probeer ze meestal te vermijden, maar ze zijn vooral op mooie plekken, waar je op eigen gelegenheid moeilijk kunt komen. En als je er dan toch naar toe wilt, moet je dus met zo’n excursie mee. Zo ook naar de ‘blauwe grotten’. Je kan er alleen met een boot komen. Die hadden we natuurlijk niet, dus dan toch maar met zo’n excursie mee. Die werd verkocht als een ‘schildpadden-tour’. Op het eiland zijn veel nesten met schildpad-eieren, die – notabene – juist in september op het strand uitkomen, alleen helaas vóór zonsopkomst. En dan zijn die stranden net gesloten. Maar ook in de zee zouden veel volwassen schildpadden rondzwemmen, maar we hadden ook gehoord dat ze – ook notabene – juist in september bijna niét te zien zijn. Wel was er een huis-schildpad in de haven, maar die was er alleen maar omdat hij elke keer met visjes werd gevoerd. En dat was dan dus meteen de schilpadden-tour.

Wel werden we een uurtje gedropt op Marathonissi, het schildpadden-eiland. Schildpadden waren er dus niet, maar wel heel veel menselijk vlees, waartussen we in dat uurtje mochten bivakkeren. Wat we daar moesten doen was een raadsel, maar de meesten schenen het erg leuk te vinden. Wel mooi was de dreigende regenbui in de verte. Maar we kregen meteen spijt dat we wéér in zo’n fuik waren gelopen. De rest van de middag was een stuk beter. Niet alleen een aangename boottocht, maar vooral prachtige blauwe grotten. En van die regenbui hebben we geen last meer gehad. De boot ging er voor anker en we hebben een uurtje heerlijk gezwommen tussen hoge, bijna verticale rotsen en in die donkere grotten. Dat maakte de hele middag goed en zo zie je maar dat je af en toe toch maar zo’n fuik in moet gaan zwemmen.

De volgende dag hebben we tijdens een tour over het eiland nog maar eens een fuik bezocht, of liever gezegd bekeken: het shipwreck beach. In 1980 is daar een smokkelaarsschip op de klippen gelopen, in tweeën gebroken en op een strandje terecht gekomen. Ook dát strandje kan je alleen per boot bereiken. Normaal gesproken zou je zo’n scheepswrak meteen opruimen, maar het halve eiland leeft nu van excursies met toeristen naar dat strandje. Dat hebben we dus dan maar niet gedaan, maar het strandje wel van bovenaf bekeken. Er zijn dan nog twee opties: een half uur in de rij om op een soort platformpje een foto te nemen of – zoals wij deden – zelf maar de klippen op om het strandje met het wrak van bovenaf te bekijken. Best leuk uitzicht, daar niet van. Maar zo zie je maar hoe het met zo’n fuik gaat: een zichzelf versterkend proces. Op zich niet écht bijzonder, maar omdat iedereen er heen gaat, krijg je het gevoel dat jij ook moet. En hoe meer mensen er gaan, hoe bijzonderder het wordt en er dus nóg meer mensen gaan. De rest van de dag was eigenlijk net zo mooi, maar dan zonder fuik-toeristen: Cape Sikari, de noordelijkste punt van het eiland, waar dat andere grote eiland, Kefalonia, aan je voeten ligt. De dagen zijn fotografisch samengevat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157711107156616

Zakynthos (1)

8 september 2019

Op de valreep van de zomer is met René alsnog een tripje naar Griekenland gemaakt. Naar Zakynthos, ten westen van de Peloponnesos, ter hoogte van Sicilië in de Ionische Zee. Ik had het eiland al bijna bezocht in 1990, maar die reis is op het laatste moment om allerlei redenen afgeblazen. Mooie reden om 29 jaar later die reis alsnog te maken. Het eiland staat als paradijselijk te boek, maar toen we de reis eenmaal hadden geregeld, kwamen er allerlei mensen ons melden dat het er érg toeristisch zou zijn. Misschien dan toch een verkeerde keuze gemaakt? Of zou het net zo zijn als het toerisme in Amsterdam? Op sommige plekken zie je drommen toeristen en op andere plekken zie je helemaal niemand, of hooguit wat mensen die er wonen. Het is maar net welke keuze je wilt maken en waar je komt. We hebben op Zakynthos een huurauto geboekt, dus we kunnen nog alle kanten op. Hoe dan ook, met iets naar beneden bijgestelde verwachtingen zijn we vanaf een kletsnat Schiphol afgereisd. De meeste toeristen zitten in Laganas. Het is daar inderdaad een soort ‘Lloret-de-Mar’. Niet dat ik daar ooit ben geweest, maar wat ik daarvan hoor en zie lijkt erg op Laganas. Eigenlijk wel vermakelijk om te zien hoe de mensen daar hun dagen slijten.

Wijzelf zitten in Kalamaki, een kilometer of vijf daarvandaan en een stuk relaxter. Verder op het eiland kleine dorpjes, waar we doorheen rijden en waar je op terrasjes de lekkerste cappuccino kunt drinken. Wel is er een hoop achterstallig onderhoud, voor wat betreft de wegen, maar ook woningen. Of beter gezegd: ruïnes, want iets opruimen doen ze hier eigenlijk niet. Je vraagt je wel af waar de mensen hier eigenlijk van leven, behalve van toerisme op de drukkere delen van het eiland. Een beetje landbouw en vooral olijfolie, leek me zo. Je ziet er prachtige oude bomen en midden in een dorpje staat een op het oog nog gezonde boom van 2000 jaar oud..! Wat betreft stranden zie je eenzelfde tegenstelling. Bij de strandstoelen en parasols liggen de mensen nog nét niet boven op elkaar, maar op andere delen van het eiland zie je niemand op het strand. Is Zakynthos dan erg toeristisch? Hangt er dus inderdaad van af waar je komt. Als je niet verder komt dan dat ‘Lloret-de-Mar’ wel, maar er is nog steeds veel fraais te zien. De eerste indruk staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157710987919766

Zandvoort

31 augustus 2019

Dát was nog eens een mooie uitsmijter van de zomer in die laatste dagen van augustus. Terwijl de dagen al merkbaar korten en je aan de lagere zon en het vroegere donker duidelijk merkt dat de herfst eraan zit te komen, perste de toch al mooie zomer er nog een fraai slotakkoord uit. Eigenlijk had ik al afscheid genomen van Zandvoort, maar er zijn alsnog een paar bezoekjes afgelegd. Recht tegenover het station liggen ze hutjemutje, maar als je de moeite neemt een halfuurtje te lopen heb het strand voor je alleen. Maar sinds kort is er daar wat veranderd. Als je over het strand wandelt richting Noordwijk, word je op een bepaald punt geacht het strand te verlaten en over een kilometer of twee je weg door de duinen te vervolgen.

Dat is bedoeld om ruimte op het strand te geven aan de zeehonden, die je er inderdaad af en toe ziet. Maar er is geen mens die zich eraan houdt, want wie wil er nou op een snikhete dag door de duinen lopen zonder af en toe in de zee af te koelen? Verder waren de duinen toch altijd zo kwetsbaar en nu mag (en zelfs moet) je er doorheen lopen! Ik moet dus nog maar zien of dat nieuwe beleid, verzonnen op de burelen van de gemeente, stand gaat houden. Ze hebben zelfs een ontzettend creatieve nieuwe naam voor het gebied bedacht: Noordvoort. Zandwijk had natuurlijk ook gekund. Toch maar eens een kijkje genomen op dat duinpad en ik moet zeggen dat het een fraai landschap is met mooi uitzicht richting Noordwijk en zelfs Den Haag in de verte.

Naast zeehonden heb je er ook herten. Je ziet ze vooral aan het eind van de middag over de duintoppen lopen. Het schijnt zelfs een plaag te zijn, want ze komen ook in het dorp en ze steken zonder uit te kijken de weg en zelfs het spoor over. Fosfor is onze favoriete uithangplek voor het eind van de dag. In tegenstelling tot de gelikte en grootschalige strandtenten met dito publiek in het centrum is Fosfor kleinschalig en wat rommelig, ook met dito publiek, en juist daardoor erg gezellig. We krijgen een dikke zoen van de eigenaresse als we melden dat zaterdag écht de laatste keer was dit jaar en we haar bedanken voor alle goede zorgen. Afscheid van een prachtige zomer in Zandvoort met de laatste plaatjes op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157710601890476

NDSM

30 augustus 2019

Vrijdag nog maar een eens keer naar het NDSM-terrein geweest. Aan het eind van de zonnige middag, zodat voor de fotografie het licht op zijn mooist is. Het was alweer even geleden dat ik er was geweest. En er was weer veel veranderd, zodat het toch wel nodig is om er regelmatig heen te gaan, wil je het een beetje bijhouden. Alleen al de bootreis erheen is de moeite waard. De noordoever links van het EYE is inmiddels in een goudkust veranderd en overal staan bouwkranen die nog meer woontorens uit de grond gaan stampen.

Aan de linkerkant van het punt waar de pont afmeert wordt ook veel gebouwd, maar er liggen ook fraaie schepen, die er – zo te zien – ook nog wel even wel blijven liggen. Iconische schepen zelfs, zoals het vroegere piratenschip van Veronica, dat in de vroege 70’er jaren vanaf de Noordzee illegale radioprogramma’s uitzond. Even verderop de Rainbow Warrior van Greenpeace. Niet dé Rainbow Warrior, want die is in 1985 tot zinken gebracht bij Nieuw-Zeeland. Deze is in 2011 in Frankrijk opnieuw gebouwd en ligt nu hier. En ook ligt er het Botel, nog niet zo heel iconisch, maar wel markant. De kamers zijn zo te zien redelijk geprijsd, maar je kunt ook overnachten in die vijf rode letters bovenop de boot, tegen een niet onaanzienlijke meerprijs. Evenals in de hijskraan aan de rechterkant van de pont, waar ook wat slaapvertrekken zijn aangebracht.

Aan die rechterkant van de pont hangt nog de alternatieve en anarchistische sfeer van weleer met de scheepsbouw als industrieel erfgoed. Zoals bijvoorbeeld een oude onderzeeër, die hier heel fraai ligt weg te roesten. Je kan je natuurlijk afvragen hoe lang die sfeer er nog blijft hangen, want het grote geld kijkt natuurlijk ook verlekkerd naar dit gebiedje op wat in het jargon een A-lokatie heet. Maar voorlopig kan je er nog lekker rondstruinen rond de vroegere scheepswerf en de oude en beschilderde zeecontainers. Een kadootje was aan het eind nog wel het grote cruiseschip dat langskwam en fraai afstak tegen de Pontsteiger aan de overkant, en dat de pontjes van het GVB tot bescheiden proporties terugbracht. De middag is afgesloten bij ‘Noorderlicht’, ook al zo’n rommelige maar kennelijk erg populaire uithangplek aan het water. De fotoserie die er is gekomen staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157710636447656

Arnhem – Venlo

24 augustus 2019

Eén keer per jaar doen we met de fietsclub een tweedaagse. Het plan was om in die twee dagen van Arnhem naar Roermond te fietsen. Dat betekent dus eerst met de fiets in de trein naar Arnhem. De laatste jaren vind ik het vervoer van een fiets in de trein wel steeds moeilijker worden. Steeds meer mensen doen dat en de NS wil het eigenlijk ontmoedigen. Dat is omdat ze te weinig capaciteit hebben en dus al moeite genoeg hebben om de ‘gewone’ reizigers te vervoeren. Daardoor is het elke keer weer spannend of je de fiets kwijt kunt op dat kleine balkonnetje. Maar met een beetje passen en meten, plus een tikkeltje assertiviteit, lukt dat ook elke keer wel weer. De fietstocht liep veel langs en over rivieren, eerst vanaf Arnhem stroomopwaarts langs de Rijn, daarna de Waal en door een venijnige heuvelzone bij Groesbeek naar het dal van de Maas. De Rijn en vooral de Waal zijn voor het grote scheepvaartverkeer en de Maas meer voor de recreatieve boten.

Vanaf die heuvelzone werd het voor mij zo’n beetje ‘terra incognita’: Noord-Limburg, een streek waar ik nog nooit was geweest. Heel jammer, want zeker bij het prachtige weer lag deze streek er heel fraai bij. Stereotiep Limburgs met Limburgse vla onderweg en kruisbeelden langs de kant van de weg. En ondanks hun licht chauvinistische inslag heten de Limburgers je toch welkom. Van harte zelfs, want we worden in Afferden vorstelijk ontvangen in een keurig hotel met dito diner in de tuin. Fietsen zijn ook welkom want ze zijn helemaal ingericht op (vooral elektrische) fietsers. De volgende dag ging het weer richting de 30 graden en dat kwam erop neer dat er meer gelummeld is (koffie, thee en uitgebreid lunchen) dan gefietst. Zelfs zo erg dat we aan het eind van de middag ontdekten dat het beoogde einddoel Roermond toch nog wel een heel eind was. Gelukkig had Venlo ook een station en zijn we uiteindelijk daar maar op de trein gestapt. Twee heerlijke en vooral heel gezellig ontspannen dagen, en dus ook wat tijd gehad om er een fotografisch verslagje van te maken. Kijk maar op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157710584790353

Amsterdam-Zuidoost

19 augustus 2019

Ondanks dat ik nu al bijna 26 jaar in Amsterdam woon, zijn er nog steeds wijken waar ik nog nooit ben geweest. Amsterdam-Zuidoost bijvoorbeeld. Met de trein onderweg naar Brabant er vaak langsgekomen, maar er nog nooit uitgestapt. Het werd dus hoog tijd om er eens een kijkje te gaan nemen, en dat is maandag gebeurd. Vroeger heette het er ‘de Bijlmer’, maar die naam is zo besmet geraakt, dat het nu Zuidoost is gaan heten. Van de vroegere Bijlmer is trouwens ook weinig meer over, dus de naamswijziging was misschien ook wel terecht. De Bijlmer is opgezet in de 60’er jaren en was een internationaal toonbeeld hoe moderne woonwijken eruit zouden moeten zien. Het verkeer gescheiden van voetgangerszones, en veel groen tussen de markante hoekige galerijflats zodat de bewoners ‘elkaar konden ontmoeten’. Hoe dat is afgelopen weten we allemaal en twintig jaar later lag de wijk er verloederd bij en is dan ook een internationaal toonbeeld geworden hoe het niét zou moeten.

Aan het begin van de 90’er jaren, toen een vliegtuig er tot overmaat van ramp ook nog neerstortte, werd de vernieuwing ingezet. Rond het treinstation bij de Arena kwamen megabioscopen, muziekpaleizen en glanzende kantoren met een internationale uitstraling. Rond het station Bullewijk zijn veel van de verloederde galerijflats gesloopt en vervangen door kleurige laagbouw. Sommige galerijflats zijn er wel blijven staan, maar dan helemaal gerenoveerd en aan de zijkanten prachtig beschilderd. Maar verderop bij station Reigersbos en bij eindpunt Gein staat nog veel laagbouw uit de 80’er jaren, een periode die algemeen wordt beschouwd als het architecturale dieptepunt voor wat betreft de woningbouw.

Al met al is Zuidoost wel een stuk verbeterd, maar om nou te zeggen dat de wijk ‘een ziel’ heeft: (nog) niet echt..! Maar dat kan nog komen, want het centrum van Amsterdam heeft er ook vijfhonderd jaar over gedaan om een ziel te krijgen. Tegelijkertijd zie je er nu ook al de eerste tekenen van verval en verloedering. Want een mooie wijk bouwen is één, maar hem onderhouden is misschien nog wel een veel grotere uitdaging. Ik heb me dus voorgenomen om over 26 jaar nóg maar eens te gaan kijken. Hoe het er nu uitziet staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157710446835287

Hondsbossche Duinen

9 augustus 2019

Het is ons met de paplepel ingegoten, al op de lagere school bij de eerste les aardrijkskunde. Dat Nederland beschermd wordt tegen de zee door een hoge duinenrij. Behalve dan op een kleine strook bij Petten. Daar zijn geen duinen, maar is een dijk: de Hondsbossche Zeewering. Maar sinds afgelopen vrijdag weet ik dat die dijk er niet meer is. Althans de zeewering is begraven onder een dikke laag opgespoten zand waarop nu duinen met helmgras zijn verrezen, en aan de zeekant een brede strook nieuw strand. Hier en daar zie je nog de restanten ervan. Allemaal gedaan om die zeewering op deltahoogte te brengen en tegelijkertijd een ecologische verbinding tot stand te brengen in het duingebied. Het is overigens niet zeker of de nieuwe duinen en het strand op langere termijn stand zullen houden. Want honderden jaren geleden lag de kustlijn nog veel verder in zee en het is dus maar de vraag of de zee het nieuwgewonnen gebied over een jaar of dertig niet weer zal hebben ingepikt.

Maar anno 2019 ligt er een prachtig nieuw strand en duinenrij, met een nieuwe naam, de ‘Hondsbossche Duinen’. We hebben de gelegenheid te baat genomen om over dat nieuwe strand vanaf Camperduin heen en weer naar Petten te lopen. Het was een druilerige dag dus was er bijna niemand op het strand, behalve de vogels, druk in de weer met de visvangst, en de zeedieren die het nieuwe strand ook hebben ontdekt. Heel fraai vond ik ook het zicht vanaf de duintop op het weidse Noord-Hollandse land met weinig begroeiing. Zo plat als een dubbeltje, maar wel met de kenmerkende boerderijen en molens. Maar dat liet zich in dat sombere weer lastig fotograferen. Net zoals de dingen op het strand trouwens, die wat verder weg waren. Dus toch maar eens terugkomen bij beter weer. De indruk van vrijdag staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157710232912267