Zakynthos (2)

10 september 2019

Waar toeristen zijn, zijn ook toeristenfuiken. Ik probeer ze meestal te vermijden, maar ze zijn vooral op mooie plekken, waar je op eigen gelegenheid moeilijk kunt komen. En als je er dan toch naar toe wilt, moet je dus met zo’n excursie mee. Zo ook naar de ‘blauwe grotten’. Je kan er alleen met een boot komen. Die hadden we natuurlijk niet, dus dan toch maar met zo’n excursie mee. Die werd verkocht als een ‘schildpadden-tour’. Op het eiland zijn veel nesten met schildpad-eieren, die – notabene – juist in september op het strand uitkomen, alleen helaas vóór zonsopkomst. En dan zijn die stranden net gesloten. Maar ook in de zee zouden veel volwassen schildpadden rondzwemmen, maar we hadden ook gehoord dat ze – ook notabene – juist in september bijna niét te zien zijn. Wel was er een huis-schildpad in de haven, maar die was er alleen omdat hij elke keer met visjes werd gevoerd. En dat was dan dus meteen de schilpadden-tour.

Wel werden we een uurtje gedropt op Marathonissi, het schildpadden-eiland. Schildpadden waren er dus niet, maar wel heel veel menselijk vlees, waartussen we in dat uurtje mochten bivakkeren. Wat we daar moesten doen was een raadsel, maar de meesten schenen het erg leuk te vinden. Wel mooi was de dreigende regenbui in de verte. Maar we kregen meteen spijt dat we wéér in zo’n fuik waren gelopen. De rest van de middag was een stuk beter. Niet alleen een aangename boottocht, maar vooral prachtige blauwe grotten. En van die regenbui hebben we geen last meer gehad. De boot ging er voor anker en we hebben een uurtje heerlijk gezwommen tussen hoge, bijna verticale rotsen en in die donkere grotten. Dat maakte de hele middag goed en zo zie je maar dat je af en toe toch maar zo’n fuik in moet gaan zwemmen.

De volgende dag hebben we tijdens een tour over het eiland nog maar eens een fuik bezocht, of liever gezegd bekeken: het shipwreck beach. In 1980 is daar een smokkelaarsschip op de klippen gelopen, in tweeën gebroken en op een strandje terecht gekomen. Ook dát strandje kan je alleen per boot bereiken. Normaal gesproken zou je zo’n scheepswrak meteen opruimen, maar het halve eiland leeft nu van excursies met toeristen naar dat strandje. Dat hebben we dus dan maar niet gedaan, maar het strandje wel van boven bekeken. Er zijn dan nog twee opties: een half uur in de rij om op een soort platformpje een foto te nemen of – zoals wij deden – zelf maar de klippen op om het strandje met het wrak van bovenaf te bekijken. Best leuk uitzicht, daar niet van. Maar zo zie je maar hoe het met zo’n fuik gaat: een zichzelf versterkend proces. Op zich niet écht bijzonder, maar omdat iedereen er heen gaat, krijg je het gevoel dat jij ook moet. En hoe meer mensen er gaan, hoe bijzonderder het wordt en er dus nóg meer mensen gaan. De rest van de dag was eigenlijk net zo mooi, maar dan zonder fuik-toeristen: Cape Sikari, de noordelijkste punt van het eiland, waar dat andere grote eiland, Kefalonia, aan je voeten ligt. De dagen zijn fotografisch samengevat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157711107156616

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.