Elburg

21 april 2022

De fotoclub stuurde me naar Elburg. De bedoeling van die club is, behalve om over van alles en nog wat te kletsen, om in anderhalf uur een serie foto’s te produceren die een paar weken later worden besproken. Een mooie gelegenheid dus, want zo kom je nog eens ergens. Ik heb heel vage herinneringen aan Elburg. In mijn vroege jeugdjaren gingen we er met de auto heen. Want daar was, gerekend vanuit Twente, het dichtstbijzijnde strand. Ik heb dat strand, nu zo’n 60 jaar later,  proberen terug te vinden, maar het leek me compleet verdwenen. Wel was er een jachthaven, waarvan ik ook zeker ben dat die er toen niét was. Geen wonder eigenlijk, want voor de gemeente is een jachthaven heel wat lucratiever dan een strook zand aan het water, waar kinderen met zandschepjes in de weer zijn.

Elburg was ooit een niet onbelangrijk vissersdorp aan de Zuiderzee. Vissen doen ze er niet meer, maar de herinnering aan die periode wordt levend gehouden door de visnetten, die hier her en der aan de gevels hangen. Het stadje is eigenlijk een rechthoekige vesting, omgeven door water aan alle vier kanten. De hoofdstraat is verpest door gevels van de bekende winkelketens die je overal in Nederland ziet, maar het historisch erfgoed is in de zijstraatjes goed te zien. Ik vond het prachtig, maar als het dorp niet uitkijkt gaat het ooit nog eens een openluchtmuseum worden. Hoe dan ook, het fotoserietje, onderwerp voor een kritisch oog binnenkort, is er gekomen. Te zien op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720298469471

Het Twiske

18 april 2022

Het Twiske: een gebiedje vlak boven Amsterdam. Ontstaan zo’n veertig jaar geleden toen er zand moest worden gewonnen voor allerlei snelwegen in de buurt. Geleidelijk is het daarmee veranderd in een niet onaardig natuurgebied, nog net geen Natura-2000, maar toch schoon en goed onderhouden. Het is het favoriete gebied voor mijn hardlooprondjes, je kan er eindeloos variëren en in de zomer ook nog lekker zwemmen en/of van de zon genieten. Hardlopen vandaag nog maar even niet, want dat was me afgeraden na de corona-besmetting van vorige week. Voor zwemmen was het nog te koud, maar deze keer gewandeld en tegelijkertijd ook van de zon genoten, want die scheen op die Tweede Paasdag uitbundig. En genoten van al wat daar te zien was, als je goed kijkt tenminste. Zo bleken een paar bomen de februari-stormen niet te hebben overleefd. Die laten ze daar gewoon liggen, want dat blijkt goed te zijn voor de biodiversiteit. Geen gezicht eigenlijk, althans niet voor de liefhebbers van aangeharkte “VT-wonen-tuinen”, maar hier laten ze de natuur gewoon de natuur. Verder alle ruimte voor de vogels, die hier hun ideale habitat hebben. De camera ging natuurlijk mee en het kleine fotoserietje dat is gemaakt staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720298323643

Buitenzorg

15 april 2022

Vijf dagen quarantaine…! Dat was kort en goed het vooruitzicht, toen ik maandagochtend na twee jaar voorzichtig zijn en vier prikken verder nu toch ineens positief testte op corona. Net toen het mooi weer ging worden en ik van plan was mijn foto-hobby weer eens op te gaan starten. Want die was, na de foto-marathon in de VS, door de heftige jet-lag van negen uur daarna en bovendien nog door het slechte weer in de eerste dagen van april, wel een beetje ingezakt. Ik had nog wat deskundig advies ingewonnen over de do’s and dont’s bij een corona-besmetting maar het kwam er eigenlijk op neer dat ik vijf dagen niemand mocht tegenkomen. En dat betekende thuisblijven. De wereld zou er dus een stuk kleiner op worden. Eigenlijk mocht ik nog blij zijn, want die termijn is recent naar beneden bijgesteld van tien naar vijf dagen.

Maar net toen ik me had geschikt in mijn lot, testte – toeval of niet – René een dag later óók positief, ook al na twee jaar voorzichtig zijn en vier prikken. Na nog wat aanvullend deskundig advies, kwam ik erachter dat er geen bezwaar zou zijn tegen contact tussen recent positief geteste mensen. En dus kon er ook geen bezwaar zijn tegen een gezamenlijk bezoek aan het volkstuincomplex, waar René een optrekje met een prachtige tuin heeft. Mits we daar natuurlijk niemand zouden tegenkomen, maar contact met derden is daar goed te vermijden. Die tuin zou voor hem in zijn eentje ook onbereikbaar zijn, want dat zou op de fiets een oversteek met de altijd drukke veerpont betekenen.

Maar met de auto kon het natuurlijk wel en zo togen de twee patiënten bij schitterend voorjaarsweer naar de tuin, zodat de wereld daarmee een tikkeltje minder klein kon worden. Nu ben ik wel vaker in zijn tuin geweest, maar de naam van het volkstuincomplex (“Buitenzorg”) deed onder deze omstandigheden ineens beelden bij me opkomen uit mijn vroege jeugd, toen er nog sanatoria bestonden, met bedden en verplegend personeel op zonnige gazons, waar zieken en zwakkeren in een gezonde buitenlucht een beetje konden aansterken. Helaas geen personeel in de tuin, maar meestal gaat daar alles tóch wel vanzelf: beetje aanklooien, wat lezen, in de zon zitten, koffie drinken, wat eten en je bent zo uren verder. Maar nog nooit had ik daar foto’s gemaakt. En dat zou ik juist nú moeten doen want de tuin ligt er op zijn mooist bij net in deze fase van het voorjaar. En zodoende is – geluk bij een ongeluk – toch nog de volgende serie tot stand gekomen: 

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720298126287

Phoenix – Los Angeles

29 maart 2022

Phoenix beschouwden we zo’n beetje als het eindstation van onze reis. De plotselinge hitte en de omschakeling naar de relax modus gaven daar natuurlijk ook alle aanleiding toe. Maar hoewel we in de afgelopen jaren Phoenix als een vast ankerpunt zijn gaan beschouwen, hadden we de binnenstad (down-town, zoals ze dat hier noemen) nog nooit een blik waardig gekeurd. Want de binnenstad zelf zou toch, zoals vele andere steden in de VS, niet meer zijn dan een kluitje wolkenkrabbers? Met vooral kantoren zonder de levendigheid op straat, die we in de Europese binnensteden gewend zijn? Maar dat viel bij nader inzien erg mee. Sterker nog, opvallend was de veelkleurige en ook gewaagde architectuur en de toch wel elegante mix van kantoren en appartementencomplexen. En overal de murals, de fraai beschilderde gevels van de gebouwen. Zelfs blijkt er openbaar vervoer te zijn. Er ligt al een tramlijn en een nieuwe verbinding wordt nu aangelegd, in het besef dat je in deze stad van enorme omvang niet altijd door kunt gaan met alleen maar nieuwe snelwegen aan te leggen.

En zo werd de laatste ochtend van de terugreis toch nog een mooie sightseeing van de binnenstad, die toch alleszins de moeite waard bleek om eens te bekijken. Die terugreis ging naar Los Angeles, met nog een overnachting in Palm Springs. We maken een tussenstop in Quartzsite, ongeveer op de grens van Arizona en Californië. Dat dorp, voorzover je daarvan trouwens kunt spreken, is niet meer dan een verzameling van campers, trailers en stacaravans. Gewone huizen hebben we niet kunnen ontdekken. Hier wonen dus mensen, die het in het leven wat minder hebben getroffen, en hun openbare voorzieningen bestaan uit niet veel meer dan benzinestations en fastfood-tenten. Twee uur verder rijden ligt Palm Springs, het totaal tegenovergestelde. Hier woont het wat meer gearriveerde segment van de samenleving. Marcel heeft hier in de eerste week van april zijn zwemtournooi en zal hier dus nog ruim een week blijven.

Ikzelf beperk me er tot één nachtje, op weg naar het allerlaatste station: de luchthaven van Los Angeles. Die ligt helemaal aan de kust en dat betekende dus dat de hele agglomeratie van Los Angeles, ruim honderd kilometer, zal moeten worden doorkruist. Los Angeles is een jungle van autowegen en de rit er doorheen vereist een gedegen voorbereiding met het vooraf opschrijven van de vele afslagen die je moet nemen, en is eigenlijk een project op zich. Ik begon me dan ook af te vragen hoe leefbaar deze stad eigenlijk is. Marcel dropt me hier voor de vliegreis naar huis en zal dus in zijn eentje die jungle weer moeten doorkruisen, terug op weg naar Palm Springs. Maar terwijl ik bij de gate zit te wachten op het vertrek, komt het app-je: “ben in PS…”! Gelukkig….! Einde van een mooie reis door de VS. Het laatste fotoserietje van down-town Phoenix, het trailerpark en Palm Springs staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720297816846

El Paso – Phoenix

24 maart 2022

Vanaf El Paso gaat het weer terug naar het westen. En wel meteen helemaal naar Phoenix in Arizona, zo’n 750 kilometer in één dag. Een eitje eigenlijk, vooral als je over de secundaire wegen rijdt: vrijwel geen verkeer, kilometers ver kijken en dus stevig doorrijden. Het eerste stuk gaat pal langs de grens met Mexico, met voortdurend zicht op het metalen hek. Maar we zien ook de auto’s van de border patrol. Ze rijden spiedend door de struiken en als dat niet meer gaat klimmen ze op een paard. Ze zijn belast met het oppakken van degenen die op een of andere manier toch de grens zijn overgestoken. Die worden dan keurig weer terug in Mexico afgeleverd. We raken tijdens een tussenstop in gesprek met één van hen. Het lijkt wel een kat-en-muis spel met de grensoverstekers. “You can’t blame them, I would do the same”. Zij steken de grens over, wij brengen ze terug en morgen zijn ze er weer.

De adspirant-bewoners van het beloofde land zullen vast geen oog hebben gehad voor het landschap dat zich voor hen ontvouwt. Maar zij zitten dan ook niet in een comfortabele auto, maar hebben kilometers gelopen met wat bagage op hun rug, door de kurkdroge en dorstige woestijn met nauwelijks vegetatie. In de auto kun je met een flesje water op het tussenconsole met andere ogen kijken, en genieten van de woestijn en de prachtige vergezichten. Hier en daar ook een toch wel tamelijk primitieve ‘nederzetting’, maar wel een die met het landschap als achtergrond meteen een prachtig decor zou kunnen zijn van een western. In Douglas (Arizona) raken we weer de grens, hier een stuk relaxter dan de drukke overgang in El Paso. Het tweede deel van deze etappe moet toch weer over die interstates, met weer van die enorme vrachtwagencombinaties die je rustig met 130 per uur gaan inhalen. Een stuk minder relaxed dus.

We passeren Tuscon, een fraaie stad die we al eens eerder bezochten, maar die we nu links laten liggen. Direct naar Phoenix dus, waar we een paar dagen na al dat autorijden in de relax modus gaan. Phoenix is een stad met een enorme oppervlakte. Van west naar oost een dikke honderd kilometer. Overwegend laagbouw met brede straten en veel ruimte tussen de huizen. Veel groen, zelfs ruimte voor wat golfbanen, maar toch ook hier en daar een Vinex-wijkje, zoals blijkt vanaf de ’South Mountain’, waar we de stad fraai van bovenaf kunnen bekijken. De relax modus die we hier aannemen komt trouwens goed uit, want het is inmiddels erg heet geworden. Terwijl in de afgelopen drie weken de temperatuur aan de lage kant was, soms zelfs amper boven het vriespunt, is het in Phoenix ineens 36 graden. Het ontneemt je alle energie om nog tot iets te komen, dus het komt goed uit om even heerlijk je eigen gang te gaan. De indruk van de ‘terugreis’ en Phoenix staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720297673963

El Paso

22 maart 2022

Het meest oostelijke punt van onze reis is El Paso, tevens het meest westelijke punt van Texas. We zijn er te gast bij vrienden van Marcel, die ons twee dagen door de stad rondleiden. Ondanks de ligging in Texas, identificeren de bewoners van El Paso zich niet met Texas, maar eerder met New Mexico. Ook logisch, als je naar de kaart kijkt, want dat puntje van Texas steekt wel heel ver New Mexico in. Ook is het logisch in cultureel en religieus opzicht. El Paso bestaat voor 80% uit Spaanstaligen, die zich verwant met (New) Mexico voelen. De stad is – evenals (New) Mexico – dan ook hoofdzakelijk katholiek, terwijl de rest van Texas zich uitdrukkelijk ‘baptist’ noemt.

Een andere bijzonderheid van de stad is de ligging aan de grens met Mexico. Eigenlijk is het samen met de Mexicaanse zusterstad Ciudad Juarez één stad, gescheiden door de Rio Grande. Maar zo heel groot is die Rio Grande niet en bij nader inzien is het niet meer dan een stroompje van twee meter breed, dat je met gemak met hoge schoenen zou kunnen oversteken. Maar het ligt ook aan het seizoen, zo is ons verzekerd, want na de zomer zou er meer water zijn. Niettemin vormt dat kleine stroompje een stevige barrière tussen de twee werelden: het rijke Amerika en het een stuk minder rijke Mexico. Althans, zo zien de Mexicanen dat. Maar voor degenen die erin slagen die barrière te slechten liggen de gouden bergen er nog niet bepaald voor het opscheppen. De meesten slagen daar trouwens niet in, want er staat langs de rivier een stevig metalen hek, met rollen prikkeldraad erop. Dat hek is inmiddels ruim duizend kilometer lang, waarvan het grootste deel er al stond voordat Trump zijn intrek in het Witte Huis nam.

Wij hebben trouwens te voet wel een kijkje genomen in Ciudad Juarez. Inderdaad een andere wereld. De ‘heenreis’ ging vrijwel zonder formaliteit, maar op de terugweg hebben we bijna twee uur op de brug in de rij gestaan. Je moet wel uitkijken waar en wanneer je er komt, want in bepaalde buurten, vooral bij avond en ’s nachts maken drugskartels er de dienst uit. Maar daar was op het centrale plein niets van te merken en werd het een ontspannen middagje. Een ander uitstapje in El Paso was de ‘kruisweg’ naar een bergtop met een beeld van Jezus erop. In mijn ‘rijke roomse’ jeugdjaren deden we vaker een ‘kruisweg’: veertien ‘staties’, met daarop afgebeeld onderdelen van het ‘lijdensverhaal’. Hier veertien kruizen, zonder afbeeldingen weliswaar, maar voldoende om dat gevoel van vroeger toch nog even terug te brengen. En boven was er het fraaie uitzicht over El Paso, het metalen hek en een groot stuk van het aanpalende Mexico. De ervaring van deze twee dagen is in beeld gebracht op: 

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720297610730

New Mexico

20 maart 2022

New Mexico is de volgende staat van onze road trip. Weer een heel dun bevolkt gebied en een nagenoeg leeg land. Heel af en toe een huis of zelfs een kluitje huizen, dat je niet eens een gehucht zou noemen. Voorzover er huizen zijn, maakt het allemaal een rommelige indruk. Er wordt in het algemeen tamelijk basic gewoond en hier zie je maar weer eens dat de tegenstellingen tussen rijk, zoals we dat in de casino’s van Las Vegas zagen, en arm, zoals duidelijk hier, heel groot zijn. Voorzover er wordt gewoond, is dat in houten bouwsels of stacaravans veelal met autowrakken en andere rommel voor de deur. Om over fraai groen en tuinen maar te zwijgen, want die zijn er in deze woestijn niet. Het maakt dus allemaal een wat desolate indruk.

Toch is New Mexico belangrijk, als het gaat om onderzoek in de ruimtevaart en defensie. Het klimaat is er zó droog dat je er met grote telescopen, die we her en der zien staan, de ruimte kunt bespieden. De staat zou in 1947 (in Roswell) ook bezoek uit de ruimte hebben gehad van ufo’s en aliens. Het dorp heeft zich met het vermeende incident aardig op de kaart kunnen zetten en als je dat verhaal maar vaak genoeg vertelt, wordt het natuurlijk vanzelf waar. En verder is het zó dunbevolkt, dat het ook in juli 1945 een ideaal gebied was om in Alamogordo de eerste atoombom uit te proberen en tot ontploffing te brengen. Drie weken later was Hiroshima een feit.

In datzelfde Alamogordo hebben we een overnachting. Nu één lange straat met motels, benzinepompen en fastfood ketens. Maar nog steeds een belangrijke militaire basis en alles maakt daar een tamelijk geheimzinnige indruk, gezien de borden langs de weg met allemaal dingen erop geschreven die je er niet mag. Alamogordo is ook de uitvalsbasis voor het ‘White Sands National Park’. Een gebied met duinen van witter dan wit zand. Zó wit, dat ik in het felle zonlicht camera-instellingen moest gebruiken, die ik nog nooit had gebruikt. Het ziet er verder eigenlijk uit als Zandvoort, maar dan met witter zand. Je kon er uitgezette duinwandelingen maken, maar door de sterke wind en het idee dat zoiets altijd nog wel een keer in Zandvoort kan, hebben we het gebied maar gelaten voor wat het is. Het fotoverslag staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720297544703

Arizona

18 maart 2022

Vanuit het ‘onechte’ Las Vegas, wordt het vanaf nu weer echt. We rijden naar het oosten, richting Arizona: on the road. Want zo noemen ze dat hier. Een veelbezongen activiteit, vanaf pakweg halverwege de jaren ‘50 tot nog zeker ver in de jaren ‘70. En waar kan dat beter dan in Arizona? Niet alleen veelbezongen, maar ook verfilmd, want het gebied is het decor geweest van talloze road movies en westerns. Een heel dun bevolkt gebied, woestijnachtig, waar weinig groeit en je dus ver kunt kijken. Veel Route-66 romantiek, waarbij we in de auto bijpassende muziek, veelal country-music, als achtergrond laten klinken. Muziek waarvan je vooral rijdend kunt genieten. In het algemeen proberen we de secundaire wegen te nemen. Daar is weinig verkeer en omdat het lange rechte einden zijn en je dus ver kunt kijken, kun je er ook goed opschieten.

Maar de ‘interstates’, de grote doorgaande autowegen, zijn in dit gebied niet altijd te vermijden. Het beeld dat je in Amerika rustig en relaxed zou kunnen rijden gaat hier wel van tafel. En dat is even wennen. Zelf kan je daar sowieso 120 rijden, maar weinigen houden zich eraan en rijden vaak een stuk harder. Dat is nog tot daaraan toe, maar waar je écht aan moet wennen is dat enorme vrachtwagencombinaties, een stuk groter dan die in Europa, je dan ook nog gaan inhalen. Erger is dat ze dan óók nog met kleine snelheidsverschillen een hele tijd naast je gaan rijden. Of nóg erger, je rechts gaan inhalen, want dat mag hier gewoon. Verder heb je hier lange treinen. Amerikanen reizen weinig met de trein, maar goederentreinen heb je hier des temeer. Kilometers lange treinen rijden er, met dubbeldeks containers, zelfs met hoge frequentie door het land.

Maar de grootste attracties zijn natuurlijk wel de nationale parken. Het ‘Grand Canyon National Park’ bijvoorbeeld, met de Colorado rivier, die de canyon elk jaar een fractie van een millimeter dieper maakt. En die er dus honderden miljoenen jaren over heeft gedaan om het landschap dat fraaie palet van kleuren te geven, dat het nu heeft. Of anders wel het ‘Petrified Forest National Park’, niet alleen bekend door zijn versteende boomsoorten, maar wat mij betreft zeker ook door zijn veelkleurige landschappen. Om die parken te beschrijven schieten woorden tekort, dus beter maar even kijken op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720297475540

Las Vegas

15 maart 2022

In het algemeen logeren we onderweg in motels. Ideaal voor degenen die, zoals wij, per auto door Amerika trekken. Want je zet de auto gewoon voor je eigen voordeur. Nadeel is dat ze af en toe wel heel basic kunnen zijn. Dus na een paar dagen motels waren we wel weer eens toe aan wat meer comfort, zoals in Las Vegas, temeer daar we hier een aantal dagen gaan blijven. De meest extravagante en overweldigende stad die ik ooit heb gezien. Hotels van duizenden kamers en daarvan ook nog eens een hoop naast elkaar op ‘the strip’. Niet alleen groot, maar ook nog eens van een extravagante architectuur. Ze zijn hier niet te beroerd om er een kopie van Venetië neer te zetten, compleet met gondels en een San Marco plein. Allemaal overdekt en de wolkjes worden gewoon op het plafond geschilderd. Zodat je ook midden op de dag nog gezellig bij avond op een Venetiaans plein kunt wandelen en eten. Er staat ook een Eiffeltoren en een Egyptische pyramide. Leuk om te zien, maar allemaal heel erg onecht. En in elk hotel een enorm casino, waar je naar hartelust je geld kan verliezen.

Wijzelf zitten in een iets bescheidener, maar voldoende comfortabel hotel aan de noordkant van the strip. In de ochtend draaf ik er een hardlooprondje. Voor een deel ook langs the strip. Daar klinkt tamelijk luid over straat honderden meters lang ‘the Sultans of Swing’ van Dire Straits. Heerlijk…. van die muziek waar je hardloop-vleugels en bovendien kippenvel van krijgt. Maar ook loop je dan langs de zwervers die in slaapzakken op de trottoirs liggen. Een stuk minder heerlijk dus. Maar ja, zo is het leven hier. Smijten met dollars in de casino’s en buiten de zwervers. Alles draait hier om geld. En vooral om te laten zien hoeveel je ervan hebt, zelfs als je er nog niet eens zo héél veel van hebt. Dan overal op straat advertenties van gluiperig kijkende advocaten, die een probleem voor je verzinnen en dan voor jou, maar vooral voor eigen gewin, een ander een poot uitdraaien.

Na het hardlopen doen we de ochtendkoffie bij de McDonalds, die je hier op elke hoek van de straat hebt. Een gelegenheid die ik altijd mijd, maar enkele jaren geleden had ik al ontdekt dat je alleen dáár een beetje fatsoenlijke koffie kunt krijgen. Verrassend eigenlijk, want de gelegenheid staat niet bepaald bekend om zijn culinaire hoogtepunten. Aanrader…. ga een uurtje bij een McDonalds zitten. Behalve lekkere koffie een mooie gelegenheid om verder te ontdekken hoe het Amerikaanse leven hier als een film voorbij trekt. En je kunt bovendien horen waar ze het over hebben, want in het algemeen wordt hier tamelijk luid en zonder al te veel gêne gesproken. Of ga anders een uurtje zitten in een hotellobby of in een casino, wat weer een andere aflevering van de film oplevert. Al met al aangenaam om een paar dagen ondergedompeld te zijn geweest in een overweldigende, maar eigenlijk nog niet eens zo’n heel geweldige stad. Voor een indruk ervan, inclusief van een uitstapje richting Hooverdam in de Colorado-rivier, zie:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720297395576

Death Valley

12 maart 2022

We rijden vanaf het groene en landelijke noordelijk Californië naar het zuiden, ongeveer langs de grens met Nevada. Nevada associëren we met woestijn en hitte, maar de naam zegt het al: besneeuwd. En dat klopte. Al vanaf het begin ging het omhoog en we belanden in Reno. Als je de stad binnen rijdt ziet het er nog wel aardig uit: redelijk mooie skyline, zonnig en een mooie bergachtige achtergrond. Maar bij nader inzien een koud en treurig oord. Ooit moet het nog wel wat hebben voorgesteld, maar het is één en al vergane glorie. Er zijn weinig mensen op straat bij temperaturen rond het vriespunt. Nevada is een gok-staat en gokken doen ze hier dus ook. Donkere casino-hallen, dikke tapijten, waarin de rooklucht van decennia is opgeslagen. Vooral oudere mensen die in hun eentje wezenloos op de automatische piloot achter fruitautomaten zitten met twee handen aan de gokmachine, fles bier binnen handbereik en in de mondhoek een sigaret. Alles ademt goedkoopte, zelfs het eten: een steak and eggs voor 8 dollar.

Eigenlijk jammer, want de omgeving met het nabijgelegen diepblauwe Lake Tahoe is prachtig. We rijden dan ook verder langs het meer en belanden in Carson City. Weliswaar de hoofdstad van Nevada, maar zo mogelijk nog treuriger. We doen een overnachting in Stateline, net op de grens van Californië en Nevada. Daaraan ontleent het dorp vooral zijn aantrekkingskracht en de grens loopt nog net niet door de motelkamer. Verder casino’s en goedkope benzine. Maar vooral een koud oord met ijspegels die hier aan het dak hangen. En je zou toch zeggen dat het Lake Tahoe er ook een attractie is, maar dat meer keurt bijna niemand een blik waardig. Verder naar het zuiden gaat het landschap meer op een woestijn lijken. Heel dunbevolkt, af en toe iets wat op een dorp lijkt, maar eigenlijk meer een veredelde camping met stacaravans. Nauwelijks bomen, maar wel rotsen, besneeuwde bergen en een mooie blauwe lucht.

Uiteindelijk belanden we in Death Valley, waar we een hele dag doorheen rijden. Bijna honderd meter onder zeeniveau, in de zomer de heetste plek in de VS, maar nu een aangename graad of 25. Mooie rotsformaties met prachtige kleuren, zoutmeren en vergezichten. Door de kurkdroge en dus kraakheldere lucht lijken de bergen in de verte heel dichtbij en verlies je hier het besef van afstand. De afgelopen dagen zijn natuurlijk in een fotoserie vastgelegd. Deze keer wel een beetje veel (41 stuks), maar er was zóveel te zien en tenslotte kom je ook niet elke dag in de VS. Dus daarom fotografisch maar even uitgepakt. Even doorbijten dus op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720297346944