Noord-Holland

6 juli 2022

Deze keer was het mijn beurt om een tochtje voor onze fietsclub te organiseren. Ik ben het enige Noord-Hollandse lid van de club, dus dat zou dan een tochtje door Noord-Holland worden. De rest woont rond Den Haag/Leiden. De meeste andere tochtjes van de club worden dus in het Zuid-Hollandse gereden. Het valt me op dat Noord-Holland toch een stukje minder dichtbevolkt is. Sterker nog, ik heb het gevoel dat, zodra je boven Amsterdam komt, de Randstad ophoudt. Alles boven Alkmaar heet zelfs West-Friesland. Het tochtje begon in het Twiske, een aangelegd en goed onderhouden natuurgebied. Er is ruimte voor recreatie, maar ook voor grazers, die daar een schijnbaar oneindige ruimte hebben.

Dan Zaandam, met twee gezichten. Eerst het industriële Zaandam, vooral gericht op voedingsmiddelen. Niet voor niets heeft Albert Heijn hier zijn thuisbasis. Verder de Zaanse Schans, Zaanse huisjes en een molenparkje. Klein maar fijn en een van de toeristische topattracties van Nederland. Alles behalve het Nederlands is daar de voertaal. Daarna opent zich een wijds polderlandschap, platter dan plat, met weinig bomen, zodat je hier oneindig ver kunt kijken. De Rijp, aan de rand van de Beemster, was het verste punt. Een wel heel erg rustig en aangeharkt dorpje, met huisjes strak in de verf, dat daardoor meer weg heeft van een openluchtmuseum dan van een levendig dorp waar van alles te beleven is. Het fietsplezier was er niet minder om. Een foto-impressie van dit deel van Noord-Holland staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720300567679

Collevecchio

30 juni 2022

Met mijn buurman John een kort tripje naar zijn huis in Italië gemaakt. Dat ligt in Collevecchio, een dorp van anderhalf duizend inwoners, zo’n zestig kilometer boven Rome. De bedoeling was om zijn auto op te halen voor een APK-keuring binnenkort. John is alleen geen fervent chauffeur, dus ik had aangeboden om met hem heen en weer te rijden. Wel zouden we er dan een leuk tripje van maken. Want de lol van reizen is tenslotte niet alleen het einddoel, maar ook het onderweg zijn en het kijken wat daar allemaal te zien en te beleven is. John werd alleen getroffen door enig lichamelijk malheur, waardoor we acht dagen later moesten vertrekken dan gepland. Dat leuke onderweg-tripje verdween daarmee achter de horizon, temeer daar de datum van terugkeer min of meer vaststond. Dat betekende dus strak over de autobaan heen en weer rijden en de bezienswaardigheden onderweg te laten voor wat ze zijn. Daarbij kwam bovendien nog dat Italië zuchtte onder een hittegolf, die je de energie om dáár dan nog wat te ondernemen volledig ontnam. Bijna automatisch schakel je dan over op een lager levensritme.

Wat allemaal niet wegneemt dat het toch een erg leuk reisje was. De hitte kon je ontlopen door af en toe een lekkere plons in het zwembad te nemen. Daarbij is Italië sowieso mijn favoriete regio in Europa en ik kon me dus onderdompelen in het leven zoals dat daar wordt geleid. Dat betekende elke ochtend naar DE bar op het centrale plein, voor cappuccino met cornetti. En daar dan anderhalf uur gaan zitten, totdat het halve dorp voorbij is gekomen om de nieuwste roddels uit te wisselen. In de avond idem dito, maar dan voor een drankje. De bar is sowieso de levensader van het dorp, dat eigenlijk op sterven na dood leek. De aardbeving van 2016 heeft daarbij ook niet geholpen en sommige gebouwen zijn dan ook nog steeds gestut. En voor sommige elementaire basisvoorzieningen moet je al een dorp verderop.

Toch kreeg ik het gevoel dat het leven er zo langzamerhand terugkeert. Er zijn enkele nieuwe permanente bewoners, die je regelmatig tegenkomt op het pleintje van de bar en die dus hun best doen om er weer wat van te maken. Binnenkort schijnt er weer een restaurant te worden geopend. Al met al kon – ondanks de genoemde beperkingen – toch nog worden geproefd van ‘la dolce vita’. Bovendien komt er een herkansing, want de auto moet in augustus terug. Dan dubbele aandacht voor het onderweg zijn en wél kijken wat er te zien is. Het dolce vita in Collevecchio van deze keer is samengevat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720300391831

Twente

18 juni 2022

Een verjaardagsfeest in de familie maakte dat ik voor de tweede keer in tien dagen naar Twente afreisde. Want het zou niet zómaar een borrel zijn, maar een wandeling met de familie door een van de mooiste streken van Twente. Van Vasse naar Ootmarsum om precies te zijn. Hemelsbreed een afstand van amper 7 kilometer, maar de wandeltocht zou zo’n 15 kilometer zijn. Normaal gesproken goed te doen. Nu eigenlijk ook wel, behalve dat het die dag ontzettend warm was. Gewoon dus wat extra water meenemen en genieten van het prachtige landschap, afgewisseld door houtwallen, bos, hei en landbouwgrond. Daartussen de typische architectuur van oranjekleurige boerenschuren met witte daklijsten.

Prachtig allemaal, maar schijn bedriegt ook wel. Want ook hier is de biodiversiteit achteruit gegaan. Weilanden, strak groen als biljartlakens, met weinig bloemen en kruiden. Geaccentueerd door de brandnetels langs de weg, die het op de stikstofhoudende grond goed doen. Daardoor zijn er minder insecten, die op de bloemen en kruiden afkomen. En dus ook minder vogels, die zich tegoed doen aan insecten. En zo kunnen we doorgaan tot de cirkel rond is en zelfs de kwaliteit van onze eigen leefwereld uiteindelijk minder wordt. Genoegzaam bekend natuurlijk, want de kranten staan er tegenwoordig vol van. Maar als je het voor je eigen ogen ziet, spreekt het nét ietsje meer aan. Gelukkig is er ook nog wel veel variëteit in de natuur en het plezier die middag was er niet minder om. En wat wás na zo’n warme dag het bier lekker! Kijk voor de Twentse indrukken op: 

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720299987335

Johan Cruijff ArenA

13 juni 2022

De Johan Cruijff ArenA: sommigen komen er bijna wekelijks, anderen, zoals ik, nooit. Toch staat die voetbaltempel er al 26 jaar. Als je niet echt een voetballiefhebber bent moet je wel een héle goede reden hebben om er heen te gaan. En die reden hadden we. Want de Rolling Stones zouden er optreden. Een van de meest iconische popgroepen, althans voor onze generatie. Een buitenkansje dus, en er was dan ook in de daaraan voorafgaande weken oplopende voorpret. Niet alleen om de Stones, maar ook om die voetbaltempel eens van binnen te zien. Ik ging er heen met René, ook al zo’n Stones-adept. Buiten stonden de échte liefhebbers in de rij voor de T-shirts, die – afhankelijk van wat erop stond – voor 40 tot 110 euro van de hand gingen. Een hoog gehalte 60-plussers, allemaal in vroegere jaren getuige van de hoogtijdagen van de groep.

De ArenA is inderdaad al een bezienswaardigheid op zich. Eenmaal binnen, in het nog nagenoeg lege stadion, vergaapten we ons aan het ontwerp, de constructie en het dak. We hadden zitplaatsen en zaten recht tegenover het podium, in de hoogste nok, dat wel, maar met het vorig jaar aangeschafte tele-compactje zouden we alles goed in beeld kunnen brengen. Een stuk beter dan de staanplaatsen op het met planken bedekte voetbalveld. Vijf uur stáán …., lijkt me een hele uitdaging. Het stadion was flink verbouwd voor de geluidsinstallaties en het akoestische materiaal dat was aangebracht. En natuurlijk voor het enorme podium waarop ze zouden optreden.

Zouden…., want toen kwam de korte mededeling: “ze komen niet”. Lead-zanger Mick Jagger was net positief getest op corona. Maar tegelijkertijd ook de mededeling dat er een herkansing zou komen. We hadden nog niet eens tijd om de boodschap goed te laten landen, zo druk waren we met alles wat er te zien was. We zijn dan ook nog een hele tijd blijven zitten, totdat bijna iedereen weg was en we werden gemaand het pand te verlaten. Achteraf bezien was het een leuke avond, want er was veel te zien en de herkansing komt op 7 juli al, zo is net bekend geworden. Nóg een keer voorpret dus. Met dank aan Mick Jagger. En nu de Stones er niet zijn, dán maar een serietje over de ArenA. Zie:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720299831046

Zwolle – Rhenen

10 juni 2022

De lange dagen en het af en toe best nog wel mooie weer nodigden uit om maar weer eens op de fiets te stappen. Nu doe ik dat al jaren, maar inmiddels ken ik de fietswegen rond Amsterdam bijna uit mijn hoofd. Maar met zo maar een dagje fietsen kom je ook niet veel verder. Meerdaagse tochten zijn dan eigenlijk het leukst. Met de fiets in de trein ergens naar toe, vandaar met een overzichtelijke fietsafstand naar een leuke plaats waar overnacht kan worden en dan verder op de fiets naar een handig treinstation, vanwaar je terug kunt naar huis. Het liefst doe ik dat niet in mijn eentje. Niet alleen is dat ongezellig, want je wilt onderweg toch ook wel het een en ander delen. Maar ook kan er onderweg van alles gebeuren en dan weten twee meer dan één. Een tweedaagse tocht is eigenlijk het handigst. Meer kan ook, maar ik herinner me nog de tocht naar Rome, toen ik een hele maand weg ben geweest. Het was prachtig, onvergetelijk zelfs, maar ik kreeg op het laatst schoon genoeg van het leven uit fietstassen. Vandaar dus twee dagen, met René deze keer.

Met de trein naar Zwolle en dan met een overnachting in Zutphen, dat was het plan. Vooraf daar een hotel geboekt met het verzoek of de fietsen in een afgesloten ruimte zouden kunnen staan. Eigenlijk kon dat niet, maar na enige tegenwerpingen van mijn kant was er nog wel ergens een achterafkamertje waar we de fietsen konden neerzetten. Totdat ik door het hotel werd gebeld dat ze daar toch echt niet aan konden beginnen. Hoe kun je een hotel hebben in een van Nederlands mooiste fietsregio’s zonder de mogelijkheid om je fiets fatsoenlijk te parkeren? Hoe dan ook, hotel gecanceld en uitgeweken naar Doesburg. Stukje verder maar minstens zo leuk. En de fietsen waren welkom. Grotendeels ging de tocht langs de IJssel, die er met zijn uiterwaarden onder de fraaie Hollandse wolkenluchten prachtig bij lag. De afstand van bijna 85 kilometer was alleen wat ambitieus, omdat we in Zwolle, na enig trein-malheur, pas om half één op de fiets zaten. En we bovendien onderweg natuurlijk veelvuldig afstapten. En tenslotte hield de batterij van René’s elektrische fiets er tien kilometer voor het eind ook nog mee op, omdat hij iets teveel op de turbo-stand had gereden. Maar het bier in Doesburg smaakt dan des te beter.

De volgende dag over de Veluwezoom richting de Rijn. Een heel ander landschap, met de Posbank als hoogste punt, en een toch iets selectiever gebruik van de turbo op René’s fiets. De Veluwe is echt een fietsgebied. Veel pensionado’s op e-bikes, vaak met hoge snelheden. Verder, vooral door de hoogteverschillen, populair bij groepen wielrenners, die op de smalle fietspaden plotseling opdoemen. Al met al niet ongevaarlijk, maar het ging gelukkig allemaal goed. Afdalen naar Oosterbeek en langs de Rijn naar eindpunt Rhenen. Twee prachtige dagen en dankzij het onderweg vaak afstappen is er toch nog een fotoserie gekomen. Beetje veel foto’s deze keer, maar het waren dan ook twee dagen en het landschap lag er heel fotogeniek bij. Even doorbijten dus op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720299755539

Twente

7 juni 2022

Twente: daar liggen mijn familie-roots. Toch ben ik er niet geboren en ook heb ik er slechts elf jaar, van mijn zevende tot mijn achttiende, gewoond. Best een hele tijd, maar toch niet lang genoeg om het Twentse dialect goed onder de knie te krijgen. Maar wel genoeg om zelfs na ruim een halve eeuw toch nog steeds een binding met het gebied te hebben. Veel familieleden wonen er nog en ik kom er dan ook geregeld en graag op bezoek. Zo was er dinsdag een gelegenheid om een toertje door de streek te maken en weer eens wat jeugdsentiment op te snuiven. Want dat ligt daar overal nog voor het oprapen, heb ik gemerkt. Natuurlijk moest het toertje langs Tubbergen, want daar woonde ik al die elf jaren en ik was er eigenlijk al een hele tijd niet meer geweest. Er is daar een hoop veranderd. De woning waar mijn moeder haar laatste jaren doorbracht bleek gesloopt en inmiddels stond op die plaats een glanzend nieuw en ongetwijfeld efficiënt gebouw, dat alleen niet meer de ziel heeft die de vroegere woning had dan wel die ik erin meende te zien. En de school die mijn vader met hart en ziel heeft opgebouwd is er ook niet meer. Het gebouw staat er nog wel, maar er huist nu een kinderopvang, ongetwijfeld ook niet iets wat mijn vader zich ten doel had gesteld.

Dan de winkelstraat. Alle dorpswinkels, die zich in mijn herinnering hadden gegrift, waren vervangen door andere winkels, vele daarvan van de bekende Nederlandse winkelketens die je overal ziet. En toen ik aan de andere kant van de grens de tank volgooide met goedkope(re) Duitse benzine, ging ik op zoek naar het Wald-Bad, destijds een schitterend aan een bosrand gelegen natuurbad, waar ik het zwemmen heb geleerd. Ik heb het niet kunnen vinden, hoewel het er nog steeds moet zijn. Wel was er in de buurt een nieuw zwembad gekomen, een glazen, eigenlijk wel lelijke kubus, waar grote glijbanen de gevel uitpuilen. Bij het zien van al die veranderingen betrapte ik mezelf op hetzelfde sentiment, waarmee Wim Sonneveld over ‘het tuinpad van mijn vader’ zong en – wellicht onbedoeld – een beeld schetste dat vroeger alles beter zou zijn geweest.

Wat natuurlijk niet zo is. Want ook in het huidige dorp is nog veel fraais. Het schitterend verbouwde ‘Oale Roadhoes’ bijvoorbeeld. Nu een populair restaurant naast de kerk met zijn prachtige ramen, waar ik mijn ‘rijke roomse leven’ heb geleid. Verder is in het dorp de glaskunst opgebloeid. Elk jaar is er een grote tentoonstelling en her en der vind je op straathoeken kleine glaskunstwerkjes. En die waren er vroeger natuurlijk ook niet. Maar het allermooiste van Twente is wel de omgeving en het natuurschoon. Daarmee is het net andersom. Toen ik er woonde vond ik het heel gewoon, niks bijzonders eigenlijk. Nu ik er weer eens goed naar heb gekeken, zie ik hoe fraai het land erbij ligt, zelfs op deze bewolkte dag. Ik ben dol op Amsterdam, zou er nooit meer weg willen, maar wat betreft natuurschoon is het toch wel wat onderbedeeld. Destijds maakte ik op de fiets mijn dagelijkse gang naar het Carmel-lyceum in Oldenzaal, nog zo’n pareltje in Twente trouwens. Die fietstocht ging over een weggetje waar ik na het behalen van mijn Gymnasium-diploma in 1968 nooit meer ben geweest. Vaak van plan geweest om er nog eens langs te rijden, maar nooit gedaan. Tot deze dinsdag dus. En op dat kleine weggetje kwam heel diep uit mijn onderbewustzijn weer wat van die spanning naar boven over examens en proefwerken. De binding met het gebied is zelfs na meer dan 50 jaar dus nog lang niet weg. Een indruk van Twente staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720299646995

Egmond aan Zee

26 mei 2022

De Hemelvaartsdag is benut om eens op bezoek te gaan bij vrienden in Egmond aan Zee. Wat kun je dan beter doen dan een stuk door de duinen en over het strand te wandelen? Het duinlandschap in Egmond is niet zomaar een heuvelruggetje met wat helmgras, maar leek me door de grote dennenbossen in het gebied meer gevarieerd dan andere duinlandschappen aan de Nederlandse kust. Het is bovendien een drinkwater-wingebied. Maar geleidelijk proberen ze toch minder water uit de duinen te onttrekken, waardoor het waterpeil de laatste jaren is gestegen en dus ook de biodiversiteit weer wat is teruggekeerd. Te zien aan de waterplanten en ook aan de kikkers, die zich gewillig lieten fotograferen.

Strandweer was het alleen niet. Tenminste niet om op het strand te gaan liggen, laat staan om je in zee te wagen. Het was koud en er stond een stevige wind. Wel ideaal surfweer dus, en dat werd er dan ook volop gedaan. En ook ideaal ‘uitwaai’weer, want het leek er wel drukker dan op een zomerse stranddag. Egmond is echt een familiebadplaats. Daarheen gaat men op vakantie. Nederlanders gaan natuurlijk gewoon een dagje naar het strand, maar Duitsers mogen hier graag een weekje blijven. Voorzieningen zijn er dan ook volop, variërend van eenvoudige strandhuisjes tot deftige hotels. Het Duits leek hier dan ook de voertaal. Gelukkig zijn er voor hen in het achterland ook voldoende dingen te doen, want ik zou me niet kunnen voorstellen wat ik een hele week op het strand moest doen bij dit koude en winderige weer. Hoe de duinen, het strand en de familiebadplaats er bij dit weer uitzagen, staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720299429661

Huis Barnaart

19 mei 2022

Donderdag een soort van reünie bijgewoond met ex-collega’s van Schiphol, waarmee ik ruim vier jaar heb samengewerkt. 35 jaar geleden nu al weer en sommigen was ik een beetje uit het oog verloren. Maar mede dankzij de sociale media zaten we nu weer bij elkaar. Het was alsof die 35 jaren waren terug gebracht tot slechts een paar dagen en het voelde alsof we gewoon weer met de lunchpauze bezig waren. Het concept van de reünie was eenvoudig: eerst koffie met gebak, daarna iets educatiefs, dan bier en afsluiten met een etentje. Het vond plaats in Haarlem en het educatieve onderdeel was een bezoekje met rondleiding in ‘Huis Barnaart’. Een stadspaleis, gebouwd en ingericht rond 1805 in de zg. ‘empire-stijl’, door Philip Barnaart, vroeger burgemeester van Haarlem en Statenlid van de Provincie.

Zulke paleisjes vind je volop in bijvoorbeeld Frankrijk, maar in het wat meer calvinistische Nederland zijn ze wat zeldzamer. Het geeft een aardig beeld hoe je destijds een beetje leuk kon wonen en hoe je gasten behoorde te ontvangen. Want Philip had geen gebrek aan personeel en dat stelde hem in staat om feestjes en copieuze diners te organiseren met niet de minsten uit de samenleving. Het paleisje was tot 1880 nog in particuliere handen en was later de ambtswoning van de Commissaris van de Koning(in) van Noord-Holland. Sinds 2016 is het een museum. Foto’s van het Huis plus nog wat plaatjes van onderweg in Haarlem staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720299232776

Het IJ

7 mei 2022

Wil je een beetje bijhouden hoe het gebied rond het IJ verandert, mag je er eigenlijk elke maand wel eens gaan kijken. Elke keer als je denkt dat het er nu wel zo’n beetje af is komt er wel weer iets nieuws, waardoor de boel weer moet worden opgebroken of er in het ergste geval weer een bouwput verschijnt. Maar zo langzamerhand krijg je toch wel een idee hoe het er in de komende jaren uit moet gaan zien. Voor de fiets is er ineens veel ruimte. Altijd moest je tussen hekken en rode linten door manoeuvreren als je met de boot naar de overkant wilde. Maar nu kun je, komend vanuit de stad met de fiets linea recta de boot op, want ook de aanlegsteiger is verplaatst en ligt nu een stuk handiger. De boot is nu eigenlijk een verlengstuk geworden van een veel breder fietspad.

Ook twee vroegere monumenten zijn terug. Het Aids-monument was tijdens alle bouwactiviteiten een tijdje onzichtbaar, maar nu staat het er weer. Het is een telraam, dat in beeld brengt dat er op 1 december 2021 19.925 mensen in Nederland met hiv waren besmet. Dat aantal kan je er van een afstand, zelfs met een wiskundig inzicht, niet echt vanaf lezen, maar het telt symbolisch af naar het moment dat aids de wereld uit is. Dan het oude NACO-huisje. Dat is een aantal maanden geleden vanuit zijn opbergplaats Zaandam weer aan komen varen. Het wordt nu verder hersteld en zal in de loop van 2022 dienst gaan doen als opstapplaats voor de museumboot richting Hermitage, Artis en de Hortus. Even verderop ligt een groot cruiseschip. Na twee jaren afwezigheid zijn ze er weer. Net als je denkt dat de stad het met toeristen wel even genoeg vond en ze van plan waren de cruiseschepen ergens ver buiten het centrum te laten aanleggen. De IJ-kant van het station is misschien toch nog niet helemaal af. De tussenstand staat op: 

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720299013730

Bollenstreek

26 april 2022

De ‘openingskoers’ van het seizoen met de fietsclub is meestal in de tweede helft van april met een rondje door de Bollenstreek: het “rondje Bol”, zoals we dat zijn gaan noemen. Ik probeer dat te combineren met het maken van wat foto’s, want die bloemen zie je natuurlijk niet het hele jaar. Maar de combinatie fietsclub en fotografie is niet helemaal ideaal. Elke keer als ik wat fraais zie, moet ik van de fiets af en kan dan een gat dichtrijden van zo’n halve minuut. Vandaar dat ik het rondje Bol deze keer maar in twee versies heb gedaan: dinsdag met René in de auto, allebei met twee camera’s, en de zaterdag erna met de fietsclub, zonder hinderlijke camera.

Voor de foto’s een gelukkige keuze achteraf, zo bleek, want het autotochtje verliep onder een strakblauwe zonnige lucht, die je eigenlijk wel nodig hebt in de tulpenvelden. De fietstocht enkele dagen later was bij bewolkt en koud weer met ook nog een forse noordelijke tegenwind. We waren bij het autotochtje niet de enigen. De streek is populair bij toeristen, die op gammele huurfietsen kriskras, ook nog vlak voor de auto, over de weg cirkelen en die ook nog moet worden bijgebracht dat het niet de bedoeling is om door de tulpenvelden te wandelen om daar selfies te maken. Hoewel er ook midden tussen de tulpen mensen aan het werk waren, althans zo leek het. Maar de fotoserie is er dus gekomen. Beetje voorspelbaar, dat wel, ook niet echt uniek, maar toch mooi en de moeite waard. Vond ik tenminste. Zie:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72177720298759276