Waterland

2 juli 2021

“Of ik niet eens een keer een elektrische fiets moet kopen”. Die vraag krijg ik af en toe, maar tot nu toe is dat alleen nog niet gebeurd. Maar René heeft er deze week wel eentje gekocht. Voor zijn doen een heel snel besluit, want nog geen maand geleden werd het e-woord heel voorzichtig in de mond genomen en normaal gesproken betekent dat, dat de e-fiets er in 2023 misschien wel zou kunnen zijn. Maar ineens was die fiets er en vrijdag zou dan de ‘maiden trip’ plaatsvinden, met een tochtje door Waterland, het poldergebied boven Amsterdam. Toen snapte ik de vraag wel die ik af en toe kreeg, want het overgrote deel van wat daar op die mooie zomerse vrijdagmiddag allemaal rondfietst is 65+ en heeft ook nog eens zo’n e-fiets. Ik behoorde er dus bepaald tot een minderheidsgroep. 

Het tochtje was zo’n vijftig kilometer. Nou maak ik met René wel vaker fietstochtjes, maar zelden meer dan dertig kilometer. Want elke kilometer gaan we van de fiets af, om te kijken wat zich nú weer voor de cameralens voordoet. Maar nu ineens vijftig en voor René met de vingers in de neus, zo bleek. Er bleek een wereld te zijn open gegaan. De actieradius voor toekomstige tochtjes is nu ook een stuk groter. Er stond in de polder toch wel een straffe westenwind, maar hij ging fluitend het kopwerk doen, zodat ik een beetje uit de wind werd gehouden. Ik heb natuurlijk ook een klein proefritje gemaakt. Inderdaad een sensatie en wat mij betreft een van de mooiste uitvindingen die deze eeuw zijn gedaan. Ga ik er dan ook eentje kopen? Je weet het maar nooit. Maar fotograferen blijven we voorlopig doen. De indruk van vrijdag aan en boven het IJ staat op: 

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719559091920

Schinkelbuurt

1 juli 2021

Bij nader inzien blijkt er binnen de Ring nóg een rafelrandje te liggen. Een heel fraai exemplaar nog wel, net achter het voormalige Haarlemmermeerstation. Een wonder dat het er nog is, want het ligt midden tussen de deftige British School en de ook niet bepaald goedkoop ogende nieuwe appartementen net aan de noordkant van het ook al opgeknapte Olympisch Stadion. De Stadiongracht met daaraan een fraai aangelegd park met mooie woonboten vormt een natuurlijke barrière tussen dat rafelrandje en de appartementen, zodat van enige interactie geen sprake hoeft te zijn. Want dat zou natuurlijk het einde betekenen van dat nu nog tamelijk geïsoleerde gebiedje. Het bestaat uit een rij vervallen loodsen met roestige voorgevels en golfplaten daken, die elk moment kunnen instorten. In die loodsen: uitdragerijen, sportscholen, garages, auto-onderdelen en verder alles wat tweedehands is. Van dat werk dus. Hier krijgt alles een tweede leven. Maar behalve wat er allemaal te koop is, is het decor toch wel de belangrijkste bezienswaardigheid, een decor dat in een film set niet zou misstaan. Hoe dat randje dan ook kan overleven tussen al dat sjieks is dus een raadsel, maar de kans dat het er over tien jaar nog is lijkt me klein. De moeite waard dus om het even vast te leggen op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719491803169

Westelijke IJ-oever

24 juni 2021

Elke stad heeft wel zijn rafelrandjes. Van die niet aangeharkte gebiedjes, waar de regels nét iets anders worden geïnterpreteerd en die een stad toch een eigen karakter geven. Meestal liggen ze ver buiten het centrum, minder toegankelijk en dus ook wat minder bekend. Maar in Amsterdam ligt er nog zo’n gebiedje, nota bene vlak bij het Centraal Station, aan de IJ-oever: het ‘Stenen Hoofd’. Vroeger stond er een loods, inmiddels afgebroken, maar de fundamenten liggen er nog, overwoekerd door gras. Er is een stichting die ijvert voor het behoud ervan en af en toe vinden er kleinschalige culturele evenementen plaats. Ongetwijfeld azen projectontwikkelaars op het gebiedje, want het is bepaald een A-locatie. Je hebt er een fraai uitzicht over het IJ, de langsvarende schepen, met Amsterdam-Noord als achtergrond, waarvan de nieuwe hoogbouw steeds hoger lijkt te worden.

Tot een jaar of twintig geleden was het gebied ten westen ervan één grote rafelrand, maar inmiddels is het daar helemaal aangeharkt. Beginnend met de Silodam, verder de Pontsteiger en dan het gebied van de voormalige Houthavens. Dat is inmiddels een grote (en best aardige) nieuwe woonwijk geworden, met in het hart ervan de architectuur van de grachtengordel. De bruggen over de nieuwe grachten liggen er al, maar alleen is het water er nog niet. Wel zijn ze nu bezig om de zandlichamen tussen de huizen uit te graven, zodat die toekomstige grachten vanzelf vollopen met water uit het IJ. Al met al een fraai fietstochtje met mooie perspectieven op de altijd maar veranderende stad. Regelmatig terugkomen dus maar, om het een beetje bij te houden. Hoe het er donderdag uitzag staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719476289413

Betondorp

17 juni 2021

Betondorp: de fotoclub stuurde me erheen, met als uitdaging om in anderhalf uur een fotoserietje erover te produceren. Betondorp is een klein woonwijkje aan de zuidoostkant van de stad, nog net binnen de Ring. Om een aantal redenen is het een meer dan gemiddeld bekende wijk. Gebouwd in de 20’er jaren en opgetrokken uit beton en de gevels bekleed met ruw grijs stucwerk, waardoor het een kenmerkende architectuur heeft gekregen en in de volksmond dus Betondorp is gaan heten. Maar woonwijken worden nog meer bekend, als daar beroemdheden worden geboren. Zoals Johan Cruijff, die er is geboren en opgegroeid. Of omdat er beroemdheden hebben gewoond, zoals Gerard Reve. Maar het feit dat er iemand geboren en getogen is, geeft een woonwijk nét iets meer cachet dan dat er iemand alleen maar een tijdje heeft gewoond.

Johan Cruijff is er dus opgegroeid, heeft daar op straat het voetballen geleerd en liep zo vanuit zijn ouderlijk huis naar het toenmalige Ajax-stadion ‘de Meer’, dat daar op loopafstand vandaan lag. Dat Ajax-stadion is na de bouw van de ArenA in 1996 gesloopt en er is op die plaats een woonwijk gekomen, met straatnamen uit de voetbalwereld. Zoals de iconisch geworden Anfield Road, waaraan het stadion van Liverpool ligt. Daardoor is de voetbalgeest nooit meer uit Betondorp én uit het nieuwe ‘de Meer’ verdwenen. En dat was te merken nu het EK-voetbal geleidelijk op stoom begint te komen. Het fotoserietje is er gekomen en is te zien op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719466604596

Strand

16 juni 2021

Net toen het pessimisme toesloeg en ik dacht dat, na het sinds mensenheugenis koudste voorjaar, de zomer ook al door het putje zou verdwijnen werd het ineens zomer. En hoe…! Dus eindelijk eens een keer écht naar het strand. Meerdere keren zelfs: Zandvoort, waar we al jaren komen, maar ook Callantsoog, een nieuwe sinds vorig jaar ontdekte locatie. Behalve dat je op het strand kunt liggen of een plonsje kunt wagen in het nog veel te koude water zijn er ook de nodige (dierlijke) levende wezens te zien. Om te beginnen de kwallen, die – zover het oog reikt – bij duizenden op het strand liggen. Het is eigenlijk één groot kerkhof, want eenmaal aangespoeld zijn ze dood en het ontbindingsproces voltrekt zich dan binnen 24 uur. Ze drogen uit en de volgende vloed spoelt de restanten terug naar de zee, waarmee hun tamelijk beperkte levenscyclus is voltooid.

Zo gaat het ook in Callantsoog, met zijn strekdammen. Bij eb komen die droog te liggen en de vogels doen zich dan tegoed aan de achtergebleven schelpdieren en bij de weer opkomende vloed worden ook daarvan de restanten, die ze niet meer believen, terug in zee gespoeld. Behalve kwallen zijn de ‘bastaardsatijnrupsen’ andere levende wezens die een verblijf aan de kust onaangenaam kunnen maken. Ik had in Zandvoort het lieve beest nota bene uitgebreid in de duinrand gefotografeerd, maar als dank zat daags erna mijn hele lijf onder de hevig jeukende bulten. Het lieve beestje is familie van de ‘eikenprocessierups’ en wat voor ongemakken dié kan veroorzaken is genoegzaam bekend. Maar het jeukende ongemak was na enkele dagen wel weer verdwenen. En gelukkig was er ook wat meer ‘aaibaar’ gedierte. Natuurlijk het ‘lieveheersbeestje’, dat zijn naam blijkbaar niet voor niks heeft gekregen. En aan het eind van de dag in Zandvoort de talrijke herten, die zich dan in het warme avondlicht mooi voor de camera lieten zien. Een indruk van wat aan de kust in deze mooie zomerweek te zien was, staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719491594815

Twente

28 mei 2021

Twente, de regio waar ik in mijn jeugd een dikke tien jaar heb gewoond. Een deel van de familie is er blijven hangen, het andere deel, waaronder ikzelf, is uitgewaaierd naar andere streken. Ik was er – mede door corona – al een tijdje niet meer geweest. Maar nu was het moment daar voor een bezoekje aan broer Frans en zijn vrouw Ellen in Hengelo. Meteen een mooie aanleiding om eens wat jeugdsentiment op te snuiven. En dat ligt daar overal voor het oprapen. Om te beginnen in Oldenzaal, waar ik de hele middelbare schooltijd heb doorlopen. De school werd bestierd door de paters Carmelieten. Een deel van de leerlingen zat daar in het internaat, maar ik overbrugde elke dag de afstand van 16 kilometer vanuit Tubbergen met de fiets. Nog steeds heeft de voorgevel van de school niets van de vrome uitstraling van destijds verloren. Zelfs het fraaie interieur is na bijna zestig jaar nog steeds behouden. Oldenzaal is de kleinste, maar wat mij betreft ook de mooiste, van de vier steden in Twente.

Dichtbij ligt het vliegveld Twente. Ook daar ligt weliswaar geen echt jeugdsentiment, maar eerder wat meer recent sentiment. Dat vliegveld zou, na het vertrek van de militairen, uitgroeien tot een echte luchthaven. Ik heb me daar in de laatste jaren van mijn werkzame leven wat tegenaan bemoeid en kwam in een rapport tot de conclusie dat de ontwikkelingskansen wel heel erg klein waren. Dat is me niet in dank afgenomen door het lokale bedrijfsleven, maar na een hoop politiek getouwtrek is die echte luchthaven is er toch niet gekomen. Nu staan er wat vliegtuigen geparkeerd, door corona tijdelijk overbodig geworden, en op het vliegveld Twente is het goedkoper parkeren dan op hun eigen thuisbasis.

Twente is van oudsher een mix van industrie- en landbouwgebied. De industrie is eigenlijk meer industrieel erfgoed geworden. In Hengelo is daarvan nog veel te zien in, onder meer, het Tuindorp. Daar zat de machinefabriek Stork. Destijds werkten veel mensen hun hele leven voor dezelfde werkgever en de firma had – sociaal als die was – daarvoor een hele woonwijk gebouwd bij de fabriekscomplexen. De fabrieksbazen woonden er natuurlijk niet, die hadden elders wat meer voorname onderkomens. Maar tegenwoordig is die fabriekswijk een fraaie en populaire woonwijk geworden. Ondanks dat die luchthaven er nooit is gekomen gaat het met Twente bepaald niet slecht. En een bezoekje waard, ook als je er geen familie hebt. En hoe kun je een bezoek aan Twente dan ook beter afblussen dan met een lekkere lokale wijn? Met dank aan Frans en Ellen..! Foto’s zijn er ook gemaakt. Die staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719308089684

Zandvoort

21 mei 2021

Storm: na al dat slechte weer van de afgelopen tijd kon dat er ook nog wel bij. Een mooie gelegenheid om afgelopen vrijdag eens naar Zandvoort te gaan, voor de eerste keer dit jaar. Niet voor een frisse duik of om op het strand te gaan liggen, maar wel om dik gekleed eens te kijken hoe het strand en onze favoriete strandtent Fosfor er in zo’n storm bij liggen. De wandeling naar Fosfor vanaf het parkeerterrein van een klein uurtje, recht tegen te wind in had meer weg van leunen tegen die wind met het gevoel een trap op te lopen. En daar, beschut achter glas, zouden we onszelf als beloning trakteren op koffie met cheese-cake. Alleen al om daar te zitten zou een sensatie op zich zijn, want voor de eerste keer zouden we voelen hoe het ook al weer was om eens op een terras te zitten.

Fosfor was alleen wegens gebrek aan klandizie dicht en cheese-cake was er ook niet. Maar ze wilden nog wel koffie zetten, toen ze zagen in welke conditie we daar aankwamen. Heel aardig van ze en het is dus niet voor niks onze favoriete strandtent geworden. Het was dus bepaald geen strandweer, maar bepaald wél surfweer. Tenminste, als je er wat van kunt. En dat konden ze, want de crème de la crème van het surfwereldje was er zo te zien. Ontzettend blij dat het eindelijk eens fatsoenlijk surfweer was. Zelfs de fotografen waren er blij mee, want zulke plaatjes schiet je niet elke dag. Kijk maar op het serietje, dat staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719257392047

Maasvlakte

20 mei 2021

De fietsclub bestaat 40 jaar. We leerden elkaar kennen in onze studententijd in Tilburg. Gefietst werd er toen nog niet, maar wel tot diep in de nacht bij veel bier over fietsen gepraat. Pas nadat we na onze studie naar de Randstad waren uitgewaaierd, beseften we dat de interesse in het fietsen allerminst was verdwenen en besloten we om zelf maar eens een fiets te kopen. En zo is de fietsclub begin 1981 geboren. Dat 40-jarig jubileum vierden we met een tochtje vanaf Rijswijk, via de kust, naar de Maasvlakte. Je komt er vanaf Hoek van Holland met een bootje, dat je op de ‘vlakte’ afzet.

Meteen een andere wereld. Voor de meesten een troosteloos oord, zonder groen. Maar voor de liefhebbers ervan, en dat zijn we, heel fraai om er te fietsen en ons als emeritaat-economen te verbazen over het enorme economische complex dat daar is verrezen. En om eens een keer heel iets anders te zien dan wat de toeristenfolders ons voorschotelen. En aan het eind van ‘de vlakte’ via een brug sta je ineens weer terug op het ‘oude land’ in het vestingstadje Brielle. Hoe groot kan het contrast zijn..! Onderweg toch ook maar wat oude herinneringen opgehaald, die zijn vastgelegd in een (foto- en tekst)boek, dat in deze dagen ook nog is geproduceerd. Een verkorte versie van de inleiding in het boek, met een beschrijving van wie en wat de club in al die jaren is geweest, is hieronder cursief weergegeven. De indruk van de Maasvlakte staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719317129589

De fietsclub bestaat in dit voorjaar 40 jaar. De club is klein en timmert niet aan de weg. De ledenlijst laat zich in één zin samenvatten: Peter, Liesbeth, Chrit, Flor, Adriaan, Harrie en Jan. We leerden elkaar kennen als studenten in Tilburg, aan het begin van de 70’er jaren. Gefietst werd er toen nog niet, maar wel tot diep in de nacht bij veel bier over fietsen gepraat. Medio jaren ‘70 gingen onze wegen uiteen lopen. We zijn vanuit Tilburg naar de Randstad uitgewaaierd. Peter, Liesbeth, Chrit, Flor en Adriaan zijn terecht gekomen in de Haagse agglomeratie en Jan in Amsterdam. Alleen Harrie is in Tilburg blijven wonen. Sommigen van ons kwamen elkaar rond 1980 – min of meer toevallig – weer als collega’s tegen op het Haagse Centraal Planbureau (CPB). Daar werden de maandagse koffiepauzes onder meer gevuld met een diepgaande analyse van de professionele wielerkoersen van de voorgaande zondag. We beseften dat de interesse in het fietsen allerminst was verdwenen.

En dus besloten we om zelf maar eens een fiets te kopen en het stalen ros te beklimmen. Vroegere vrienden uit Tilburg kwamen erbij en zo is de fietsclub begin 1981 geboren. De oprichting had weinig om het lijf. Er is geen voorzitter en geen bestuur, er zijn geen statuten en er wordt niet vergaderd. Er zijn dus ook geen notulen, waar we ten behoeve van de geschiedschrijving op terug kunnen vallen. En als er al archieven zijn, zijn ze als losse verhaaltjes, e-mailtjes of foto’s verborgen in schoenendozen of opgeslagen, diep in de computers van de aangesloten leden. Of natuurlijk als herinneringen in onze hoofden. Bij de oprichting hadden we onze zinnen gezet op het rijden van de tourversie van Luik-Bastenaken-Luik. Onze eerste activiteiten bestonden dan ook, ter voorbereiding daarvan, uit trainingsrondjes in dat vroege voorjaar. We hebben, samen met nog een aantal CPB-medewerkers, op 1 mei 1981 die tocht onder apocalyptische weersomstandigheden verreden.

In de jaren die volgden bleef het accent liggen op het beklimmen van heuvels en ‘bergen’ hoofdzakelijk in Zuid-Limburg en de Ardennen, met af en toe eens een uitstapje naar Frankrijk. Meestal in de vorm van lange weekends, met partners. Maar aan het eind van de 80’er jaren doofden onze club-activiteiten langzaam uit, hoewel de fietsen af en toe toch meegingen op onze individuele vakanties. In de volgende vijftien jaren, pakweg tussen 1990 en 2005, waren er nauwelijks gezamenlijke fietsactiviteiten. Behalve dan dat we als vriendenclub bleven bestaan, elkaar opzochten en er op de achtergrond toch iets bleef bestaan als een gemeenschappelijke interesse in het fietsen. Ook het professionele fietsen werd nog gevolgd, als de betere stuurlui aan de wal. Totdat rond 2005 de oude ‘clubliefde’ weer wakker werd en er elk jaar in april door Peter en Liesbeth vanuit Voorschoten de inmiddels befaamde ‘rondjes-Bol’ door de bloeiende Bollenstreek werden georganiseerd.

En toen we toch weer eenmaal op de fiets zaten, konden we net zo goed later in het jaar ook nog wel wat tochtjes maken. Nu niet meer zozeer in de heuvelzones, maar in de vlakke Randstad of in Brabant, waar Harrie goed de weg weet. Met wisselende intensiteit en zonder planning reed de club door tot rond 2015. De vroegere Tilburgse studenten waren inmiddels pensionado’s geworden. Blijkbaar was dat aanleiding om de club weer nieuw leven in te blazen. Vanaf dat moment werd het zelfs een min of meer officiële club, met zoiets als een vergadering in januari. Dat was in de regel een dinertje bij een van de leden thuis, waar onder meer de plannen voor de rest van het jaar werden gemaakt. Dat kwam neer op een zestal tochten in Nederland, met een of twee keer zelfs een meerdaagse tocht. De geschiedenis van deze veertig jaren is in een (foto)boek samengevat. Bij de meesten van ons zullen herinneringen uit het onderbewuste naar boven komen. Zoete herinneringen, maar ook afzien bij hitte of slecht weer. Het hoorde er allemaal bij. Veertig jaar fietsen….waarvan akte..!

Centraal Station

13 mei 2021

De omgeving van het Centraal Station is één grote bouwput. Eigenlijk al sinds ik in Amsterdam woon. Maar het Oosterdokseiland nadert nu eindelijk zijn voltooiing. Behalve dan het hoofdkantoor van Booking.com, waarvan het laatste stukje gevel heel moeilijk schijnt te zijn. En vóór het station komt nog een enorme ondergrondse fietsenstalling, die een einde moet maken aan de fietsenchaos in de stad. Want zo langzamerhand is het moeilijker om je fiets te parkeren dan je auto. Maar net als je dan begint te denken dat het dan allemaal echt klaar is, staan er in het water naast het station ineens weer tientallen heipalen, kennelijk om er weer iets groots op te zetten dat daar nog gaat komen.

Zelfs het station is nog niet echt af, vind ik. Om te beginnen die voorgevel. Zo moeilijk moet het toch niet zijn om dat lelijke grijze paneel met de stationsnaam te vervangen door iets moois, in de stijl van architect Cuypers bijvoorbeeld. Want ze kúnnen het wel. De ‘wachtkamer eerste klas’ bijvoorbeeld, achter glas te bewonderen en fraai gerestaureerd. Bedoeld voor de koninklijke familie, als die ooit nog eens een keer met de trein gaat, wat ik trouwens nog niet zo snel zie gebeuren. Ook het plafond in de centrale hal heeft nog mooie details. Nu moet alleen die rubberen vloer nog weg. Het metrostation, met de Noord-Zuidlijn geïntegreerd, is nu ook klaar en is helemaal ondergronds. Ze hebben er twintig jaar over gedaan, maar het is een bouwkundig huzarenstukje.

Ook achter het station is het nu helemaal af. Vroeger een tippelzone, annex drugsboulevard, waar een fatsoenlijk mens niet durfde te komen. Nu een fraaie passage met winkeltjes, het gaat daar zelfs op een luchthaven lijken. Met boven een groot busstation en het doorgaande verkeer weggewerkt in een tunnel. Zo hoort het water er nu ook helemaal bij. Ook daar is het veel drukker geworden en ‘Noord’ begint nu ook tot de stad te behoren. Al met al een mooie aanleiding om er anno 2021 maar eens een serietje aan te wijden. Zie:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719252617967

Amsterdam

28 april 2021

De beperkingen die door corona worden opgelegd duren nu al meer dan een jaar. Ik ben inmiddels redelijk gewend geraakt aan dat nieuwe ritme en kan daarin ook wel berusten, in het besef dat het nou eenmaal niet anders is. Ik heb dan ook niet de neiging om opstandig te worden en zie zelfs wel een aantal positieve dingen aan dat nieuwe ritme. Maar toch is de wereld, heel onbewust, een beetje kleiner geworden. Ondanks af en toe eens een uitstapje in de regio, zijn er toch hele delen van de wereld – zelfs delen van mijn eigen woonplaats Amsterdam – uit mijn systeem verdwenen. Dat is dus allemaal langzaam en ongemerkt gegaan, maar ik merkte het pas echt goed toen we vorige week op een zonnige ochtend langs de grachtengordel en door het Vondelpark naar de priklokatie fietsten. De grachtengordel en het Vondelpark…. die zijn er dus óók nog…! Hoe lang was ik daar al niet meer geweest?

En geleidelijk werd ik me ervan bewust dat dat nog voor veel meer stadsdelen geldt. En dan heb ik het nog niet eens over de bioscopen, cafés en restaurants waar ik al bijna een jaar niet meer ben geweest. Maar juist naar aanleiding van die plotselinge bewustwording vond ik het nodig om nu mijn eigen stad ook maar weer eens te herontdekken. En wat is daarvoor dan een mooier moment dan het ontluikende, hoewel nog wat koude, voorjaar. De stad is – zo te zien – volop in beweging en die koningsdag-supermaan kregen we aan het eind nog op de koop toe. Een buitenkansje, want we moeten nog 106 jaar tot de volgende wachten. Het Amsterdamse voorjaars foto-allegaartje staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157719099032141