Mensen zijn echte kuddedieren. Een betere illustratie ervan dan wat je ziet op een warme dag in Zandvoort is er niet te vinden. De hele Zandvoortse kuststrook beslaat ongeveer vijf kilometer, maar bijna iedereen zit bovenop elkaar op een smalle strook recht tegenover het station. Daar is op de boulevard al het amusement, voorzover je daarvan houdt trouwens. Reuzenrad, zandsculpturen, viskramen en frietkotten. Maar neem je de moeite om een stuk te lopen, dan heb je het strand voor jezelf alleen, zonder al dat vertier. Zelfs in deze uitzonderlijke hittegolf, met 40+ temperaturen in het binnenland. Een absoluut Nederlands record, want nog nooit werd het in Nederland 40 graden. Op het heetste uur veel onder een parasol in de schaduw en slenteren langs de branding, met elke vijf minuten afkoelen in zee en verder maar zien wat zich voordoet. Ook zonder amusement is dat nog heel wat. De beste strandtent zit ook in de buurt. Geen deftig en snobistisch gedoe, maar pretentieloos en een tikkeltje rommelig. Het is onze vaste plek na een dagje strand en er wacht altijd een ijskoude beugelfles Grolsch en daarna lekker eten met uitzicht op een lage zon die langzaam in de zee verdwijnt. De samenvatting van een heel heet weekje, met wat zich allemaal voordeed, staat op:
Woensdag met René gefietst van Culemborg naar Rhenen. Langzaam rijden en kijken wat zich onderweg voordoet. En dat is meestal heel wat, vooral als het tochtje ook nog eens langs een rivier gaat, en dat was vandaag zo. Vaak kun je zelfs tien minuten ergens gaan staan of zitten en de foto-onderwerpen doen zich vanzelf voor. Kwestie van goed kijken. En zo kan je over 40 kilometer, ruwweg de afstand langs de Lek van Culemborg naar Rhenen, zomaar een hele dag doen. En zo gingen we woensdag, behangen met camera en lenzen op pad. Met de trein via Utrecht, waar het glanzende hoofdkantoor van de Rabobank er vanaf spoor 18 meteen al heel fotogeniek bij ligt. En vanaf Culemborg laat het oude rivierenlandschap zich het beste fotograferen bij Hollandse wolkenluchten.
En die waren er woensdag ook. Het landschap roept vage associaties op met de 50’er jaren, nota bene met de tijd dat ik zelf aan de Waal in een soortgelijk landschap opgroeide. De Lek wordt veel minder intensief bevaren dan de Waal, maar op de kruising tussen de Lek en het Amsterdam-Rijnkanaal, een bezienswaardigheid op zich, kun je het scheepvaartverkeer goed van bovenaf bekijken. Dan zie je dat het leven op die schuiten gewoon doorgaat en zich op identieke wijze voltrekt als op de wal. Al varend worden de ramen gelapt en is er een mini-terrasje ingericht met kinderspeelplaatsje en zwembadje. Rhenen was het einddoel van de dag. Het stadje laat zich fraai bekijken tegen de groene achtergrond van de Utrechtse heuvelrug en de Grebbeberg. Terug in de sprinter naar Amsterdam worden de gemaakte foto’s bekeken en belandt een eerste selectie al in de prullenbak. Thuis achter de computer volgen er meer. De overblijvende en bewerkte selectie staat op:
Een dagje op bezoek bij mijn broer Wim en zijn vrouw Trudy in Raalte is altijd gezellig. En deze keer – bij verrassing – extra gezellig omdat daar toevallig ook het zg. ‘Ribs and Blues’ festival werd gehouden. Midden in het dorp een paar tenten met blues en rock and roll en alles wat daar zo’n beetje tussenin zit. Niet zomaar door wat lokale bandjes, maar door authentieke bands uit ‘the deep south’ van de Verenigde Staten. Deze maken blijkbaar een tour door Europa en laten zich inboeken voor dergelijke zomerfestivals. Verder op het terrein veel bier en spare ribs, helemaal zoals het hoort in dat deel van de VS. Met dito publiek natuurlijk dat van heinde en verre op het festival was afgekomen. De muziek boorde bij mij onderbewuste gevoelens los uit een ver verleden. In de 70’er jaren was dit genre erg populair, althans in de kringen waar ik destijds in verkeerde. En ik heb er toen ook erg van genoten. Tegenwoordig hoor ik deze muziek jammer genoeg een stuk minder, althans niet meer in de kringen waar ik nu in verkeer. Misschien toch maar eens wat vaker naar dat soort evenementen gaan. Maar zo wordt het lijstje met dingen ‘die je wat vaker zou moeten doen’ steeds langer. En is het dan maar beter om dingen aan het toeval over te laten. Het loopt zoals het loopt. Wel zo leuk, zo bleek vandaag maar weer. De middag werd bij het eten afgeblust met een lokale wijn. Nog zo’n verrassing. Gelukkig heb ik al dat toeval nog wel vast kunnen leggen op:
Het doel was de foto-expositie van Ed van der Elsken, straatfotograaf, vooral in het Amsterdam van de 60’er en 70’er jaren. Dat hij deze zomer in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam exposeerde was natuurlijk een mooie aanleiding om Rotterdam nog eens te bezoeken. Met camera natuurlijk, en zoals het vaker gaat nam de wandeling naar de kop van Zuid zóveel tijd in beslag dat de expositie sluitpost dreigde te worden en we zelfs begonnen te zeggen dat we altijd nog wel een keer terug zouden kunnen komen. Rotterdam is natuurlijk dé stad als het om moderne architectuur gaat, ook in de binnenstad. In de Amsterdamse binnenstad mag niks op dat gebied, hoewel zelfs in Amsterdam in de ‘buitengebieden’ ook op architectuurgebied inmiddels veel te zien is. Maar daar waar ze in Amsterdam in de binnenstad nog volop aan de ‘rode loper’ werken, dan wel erover vergaderen, heeft Rotterdam inmiddels een voorname entree naar de stad. Vanaf het mooiste station van Nederland gaat het via de Westersingel naar de oude haven. Vandaar kan je door een groot park naar de Euromast. Je kan daar in een ronddraaiend ding nog verder naar boven, maar eigenlijk zie je op 180 meter hoogte achter glas niet zo héél veel meer dan op 100 meter in de open lucht.
Langs de kade ging het vervolgens naar de Erasmusbrug en uiteindelijk naar de kop van Zuid en de tentoonstelling. Daar waren beelden uit het vroegere Amsterdam te zien. Sowieso interessant om te bekijken hoe de stad er in die tijd uitzag. Eigenlijk was het toen een grote bende. Maar vooral interessant hoe van der Elsken mensen fotografeerde. Even oogcontact, glimlachje en klaar was de foto. Hij was wars van techniek. Diafragma’s, belichtingstijden en ISO-waarden interesseerden hem niet. Bovendien, als je mensen precies op het goede moment wilt fotograferen, heb je geen tijd voor dat soort futiliteiten. Wát een contrast met Erwin Olaf, waarvan we eerder een tentoonstelling bezochten! Van der Elsken fotografeerde niet alleen in Amsterdam, maar later ook rond zijn buitenverblijf in Edam evenals in de rest van de wereld. Indrukwekkend vond ik vooral de multimediapresentatie met muziek van Lou Reed, muziek die helemaal paste bij zijn anarchistische levensstijl. Overleden in 1990, en nu heeft het museum handenvol werk aan de restauratie van zijn foto’s en 42.000 dia’s. Want aan verantwoord bewaren van foto’s in zijn vochtige kelder deed Ed ook niet. Op één uitzondering na, heb ik geen foto’s van de expositie, want het is niet mijn gewoonte om andermans foto’s hier te laten zien. Je kan zelf nog in Rotterdam gaan kijken tot en met 6 oktober a.s. Voor de liefhebbers een aanrader. Mijn eigen foto’s staan op:
De tram reed even niet, dus moest ik lopen. Vanuit de Indische buurt, waar mijn kapper is, naar huis. Van de nood is maar eens een deugd gemaakt door te doen wat ik altijd al had willen doen: een wandeling langs de IJ-oever. Evenals op vele andere stukken van Amsterdam is het ook daar onherkenbaar veranderd. Ik kwam hier voor het eerst op een regenachtige zondagmiddag in november 1993, toen ik een woning zocht in Amsterdam. Er zouden mooie woningen komen op het KNSM-eiland, dus ging ik er toen in de stromende regen een kijkje nemen. Er stond nog niks en het gebied was nog één grote modderpoel, toegankelijk gemaakt met van die grote metalen platen. Niet bepaald aantrekkelijk en zoals bekend ben ik er dan ook niet terecht gekomen. Maar meer dan 25 jaar later is het toch wel een mooie woonbuurt geworden, hoewel smaken natuurlijk verschillen.
Aan de IJ-oever zijn niet alleen woningen gekomen, maar er staan nu ook hoge kantoorgebouwen, een Muziekgebouw met het vroegere BIM-huis en de ‘Passenger Terminal’ waar de grote cruise-schepen afmeren. Er omheen is een toeristenindustrie gekomen waar het beeld overeind wordt gehouden dat heel Nederland nog op klompen rondloopt. En waar je allerlei andere ‘typical Dutch’ meuk kunt kopen die hier helemaal niet meer zo typisch zijn of zelfs al tientallen jaren niet meer worden gebruikt. En hier blijkt ook de ‘bierfietsenterminal’ te zijn. Er wordt veel over bierfietsen geklaagd, maar in het centrum zie je ze nooit. Geen wonder, want ze zijn er verboden. Maar hier blijkbaar (nog) niet. Verderop richting Centraal Station begint het nieuwe gebouw van Booking.com boven de grond uit te steken, hoewel de uiteindelijk vorm nog niet zichtbaar is. Ondanks alle veranderingen daar, is dat gebied nog lang niet af en wordt er nog volop aan gesleuteld. Later dus nog maar eens terugkomen. De tussenstand staat op:
Afgelopen zaterdag werd in het Amsterdamse Sloterparkbad het ‘Open Nederlands Gay Zwemkampioenschap’ (ONGZ) gehouden. Marcel was namens Gay Swim Amsterdam (GSA) niet alleen een van de deelnemers, maar ook een van de organisatoren. Het afgelopen half jaar is hij er inderdaad behoorlijk druk mee geweest en er lag dan ook een dik draaiboek dat die dag moest worden afgewerkt. Ik ga vaker met hem mee naar zijn toernooien, maar maak daar zelden foto’s. Binnenfotografie is sowieso niet mijn hobby. Maar deze keer had ik de eer om samen met René de foto’s op die dag te mogen verzorgen. En dan blijken de fotomomentjes voor het oprapen. We waren er al een aantal uren tevoren en dan krijg je een indruk wat er allemaal bij komt kijken en hoe het draaiboek minutieus werd afgewerkt. Terwijl ondertussen het bad gewoon open was en een andere club bezig was een programma van synchroonzwemmen af te werken.
Het toernooi werd geopend door Boris Dittrich, tegenwoordig weer politicus en mensenrechtenactivist, die zich onder meer inzet voor de rechten van lhbti’ers. Tijdens zijn toespraak gaf hij een aantal voorbeelden hoe het in bepaalde landen gesteld is met de rechten van lhbti’ers, en daaruit kreeg ik de indruk dat het aantal landen waarin je als homo nog welkom bent rap aan het afnemen is. In Nederland ben je in het algemeen nog wel welkom, maar zelfs in het liberale Amsterdam zijn er buurten waar je als homo beter maar niet kunt gaan wonen. Al met al reden om niet achterover te gaan leunen en dus vooral dit soort evenementen te organiseren. De gezelligheid stond voorop en het toernooi had, zoals gebruikelijk, dus een hoog fun-gehalte. Maar er werd ook door de circa 130 deelnemers serieus gesport, het niveau lag hoog en er zijn zelfs een aantal Nederlandse records gesneuveld. René en ik hebben uiteindelijk ruim 250 foto’s aan de organisatie afgeleverd en een selectie van mijn eigen foto’s staat op onderstaand linkje. Deze keer ondanks de binnenfotografie wat meer dan gewoonlijk, dat wel.
De periodieke vrij-reizen-dagen van de NS brachten ons deze keer naar Zeeland. In totaal zes uur in de trein plus vijf uur sight-seeing maakten het wel een lange dag. Middelburg en Vlissingen waren de specifieke reisdoelen. In Middelburg was ik nog nooit geweest en in Vlissingen naar mijn idee één keer en dat nog in een heel grijs verleden. Daardoor kreeg ik het gevoel een dagje op vakantie te zijn. Beide steden, stadjes beter gezegd, liggen nog geen tien kilometer uit elkaar, maar zijn erg verschillend. Middelburg is een historisch stadje en ademt, vond ik, een Vlaamse sfeer. Al was het maar door de Belgische dingen die op de menukaart van het terras stonden. We hebben daar dus wafels gegeten en dat droeg ook bij aan het vakantiegevoel. Volgens het VVV zou de stad 1100 monument(jes) hebben. Leek me erg veel, maar het is maar net wat je allemaal onder monument verstaat.
We hebben er twee gezien: niet de minste trouwens, het prachtige stadhuis en de abdij. Oorspronkelijk katholiek, maar nu protestant. De preekstoel hebben ze van de Zuiderkerk in Amsterdam gekregen. Omdat Amsterdam wat eerder ontkerkelijkt was dan Middelburg, vonden ze in Amsterdam die preekstoel niet meer nodig. We hadden die wetenschap van ene Henk, die we tegen het lijf liepen in de abdij en die zó enthousiast was over Middelburg dat hij ons nog een hele rondleiding door de stad heeft gegeven. Daardoor kwam het bezoekje aan Vlissingen een beetje in de knel, maar met de trein was het maar een paar minuten. Het station in Vlissingen ligt ver van het centrum. Maar wel meteen aan de Westerschelde en bij de boten naar de overkant. Al het scheepvaartverkeer van en naar Antwerpen heeft hier het recht van overpad.
Hoeveel groter kan het contrast met Middelburg nog zijn? We belanden na een uur lopen langs de Westerschelde uiteindelijk in het piepkleine historische centrumpje. Maar de boulevard is toch wel de attractie van Vlissingen. In de verte zie je Breskens in Zeeuws-Vlaanderen, nog iets verderop de kerncentrale van Borssele en heel ver kan je nog de haven van Antwerpen zien liggen. De horeca heeft de boulevard natuurlijk ook ontdekt. En tenslotte zijn er hoge woontorens verschenen die in Benidorm niet zouden misstaan en die dus wel erg contrasteren met dat kleine historische centrumpje. Wel is aandacht besteed aan de keuze van de materialen, waardoor die wooncomplexen er al met al toch niet onaardig uitzien. De foto-impressie van het minivakantietje staat op:
Het vervolg van het uitstapje over de Oostelijke Eilanden ging over het Borneo-eiland en uiteindelijk over Sporenburg. In tegenstelling tot het Cruquius-eiland, waar bijna alles in de stijl is gebouwd van wat er ooit heeft gestaan, is op Borneo-eiland alles van de grond af opnieuw opgebouwd. Kennelijk was hier niets meer te redden van enige architectonische waarde. Dat wil niet zeggen dat de nieuwbouw die ervoor in de plaats is gekomen geen architectonische waarde zou hebben. Integendeel, zou ik zo zeggen. Weliswaar heeft de lange zuidelijke kade nog tamelijk eenvormige laagbouw. Maar even verderop hebben de eerste bewoners het hier voor het zeggen gehad en is de schoonheidscommissie er kennelijk niet aan te pas gekomen. Met minimale randvoorwaarden heeft elk huis zijn eigen – en tamelijk contrasterende – stijl gekregen. Over smaak – dan wel het gebrek eraan – valt natuurlijk niet te twisten, maar er is wel een bezienswaardige en ook internationaal spraakmakende woonwijk gekomen. En ook de eenvormige zuidelijke kade heeft contrast gekregen door de aangemeerde boten, deels woonboten, in variërende staat van onderhoud.
Amsterdam ligt overigens vol met woonboten en de gemeente heeft er de handen vol aan. Er is nu als beleid dat woonboten er uit moeten zien als boten. Zo te zien is hier dus nog wel wat werk voor de schoonheidscommissie. Woonarken, die eruitzien als drijvende woningen, moeten dus geleidelijk worden uitgefaseerd. Borneo-eiland is met Sporenburg verbonden met een – wat mij betreft – inmiddels iconische rode voetgangersbrug. Op Sporenburg zijn ze blijkbaar nog lang niet uitgebouwd, want onlangs is er nog een hoge woontoren opgeleverd. En meer is nog her en der in aanbouw. Vandaar een fraai uitzicht over het KNSM-eiland, met ook weer zijn eigen architectonische stijlen, en over de strekdam met als achtergrond de hoogbouw aan de Piet-Heinkade. Het ís dat ik alles geleidelijk heb zien ontstaan, maar voor iemand die sinds de 80’er jaren nooit meer in Amsterdam is terug geweest is het er onherkenbaar veranderd. Al met al ten goede, lijkt me zo. Het eindoordeel zullen we over dertig jaar vellen, want bouwen is één, maar onderhouden is twee. De Bijlmer is daarvan een leerzaam voorbeeld. De stand van zaken van vandaag is te zien op:
De fotoclub had als opdracht meegegeven een serie te maken van het Borneo-eiland, een van de grote stadsvernieuwingsprojecten in het oostelijk deel van Amsterdam. Het ligt op loopafstand van mijn huis en dan loop je het risico dat je onderweg er naartoe al zó veel dingen ziet dat alleen al daarvan een fotoserie te maken is. Dat onderweg omvatte de Kalenderpanden aan het Entrepotdok, het Oostelijk Havengebied, de Veemarkt en het Cruquius-eiland. Vóór 1980 allemaal industrieterrein met goederenspoor-emplacementen, daarna vervallen en vanaf ongeveer 1990 omgebouwd tot woonwijken. De Kalenderpanden kan ik vanuit huis zien liggen. Tot 2004 hebben ook deze er vervallen bijgestaan en werden ze bewoond door krakers. Ik kan me nog levendig de donkere ochtend herinneren dat ze met veel mobiele eenheid-lawaai, geassisteerd door zwaailichten vanuit helikopters, werden ontruimd en anno nú staan er mooie (en ongetwijfeld dure) appartementen met uitzicht op Artis.
Net als veel andere wooncomplexen in het hele gebied is geprobeerd het oorspronkelijke karakter van de gebouwen te behouden. Ook sommige gebouwtjes op de Veemarkt zijn intact gelaten. Hier was dus ooit een veemarkt en een abattoir, met stallen voor het vee. Verder een stationsgebouwtje, nu een restaurant, met een piepklein spooremplacementje, nu een mooi platanenlaantje. Verder op het Cruquius-eiland veel grotere wooncomplexen, meestal ook in de stijl van het gebouw dat er ooit heeft gestaan. Er is veel water, dus ook ruimte voor woonboten, al dan niet goed onderhouden, en andere drijvende bouwsels. Want ondanks de ongetwijfeld hoge prijskaartjes van veel van die woningen blijkt er dus nog ruimte te zijn voor de meer anarchistische bouwstijlen. Al met al is het een mooie gevarieerde wijk geworden. De fotoserie van ‘onderweg naar Borneo-eiland’ is op onderstaand linkje te vinden. Borneo zelf komt later aan de beurt.
Zondag een fietstochtje gemaakt rond het Delfland. Toen ik nog in Delft woonde kwam ik er geregeld. En als je naar het strand van Hoek van Holland ging, kwam je er ook altijd dwars doorheen. Dat was allemaal in de periode 1975-1993, maar sindsdien ben ik er vrijwel nooit meer geweest. Tot afgelopen zondag, toen de fietsclub er vanuit Rijswijk een tochtje organiseerde. Via de kust ging het vanuit Kijkduin naar Hoek van Holland. Vroeger reden er nog treinen naar ‘de Hoek’, maar die zijn opgeheven en zullen ooit worden vervangen door een sneltram. Voorlopig ligt het dorp zonder spoorlijn op de schop. Maar de boten naar Engeland varen nog altijd en als je dan oog in oog staat met zo’n schip krijg je weer zin om die overtocht nog eens te maken.
Langs de Nieuwe Waterweg liggen de oud-Hollandse stadjes Maassluis en Vlaardingen. En dan door het echte Delfland terug naar Delft. Vrijwel boomloos, maar fraai landschap, heel ver kijken en aan de horizon Delft en Den Haag. In ‘mijn tijd’ lag er nog tientallen jaren een dijklichaam waar de A-4 zou moeten komen. Er is jarenlang over gevochten en geprocedeerd, maar nu ligt de weg er eindelijk. Verdiept, dat wel, ter behoud van het open landschap. Het tochtje is beëindigd in Delft, ook al onherkenbaar veranderd, nu de spoorlijn in een tunnel is verdwenen en er ineens een heel nieuw te ontginnen terrein rond het station ligt. Fotograferen met de fietsclub valt niet mee, want de club houdt van doorrijden. Dus elke keer van de fiets af en dan het gat weer dichtrijden. Wel goed als training voor het echte werk over een maand in Frankrijk. Maar toch is er nog een klein serietje gekomen, dat staat op: