Sydney (1)

27 februari 2020

Na een korte vliegreis vanuit Melbourne zijn we aangekomen in Sydney. Drie jaar geleden hebben we hetzelfde stuk in drie dagen met de auto afgelegd. Deze keer hoefde dat dus niet en dat was maar goed ook, want vanuit de lucht was goed te zien dat hele stukken land er door de bosbranden zwartgeblakerd bij lagen. We blijven er in totaal één week, waarvan de eerste paar dagen in een centraal gelegen hotel en daarna een paar dagen bij mijn nicht Marleen en haar man Camiel. Wij trekken de eerste paar dagen af en toe op met ene Steven, een kennis van Marcel, die we eerder te gast hadden in Amsterdam. Al op de eerste avond had hij ons uitgenodigd bij een klassiek concert in de ‘Town Hall’. Erg fraai en helemaal geschikt om die hal voor de gelegenheid om te bouwen tot concertzaal.

Ook had hij ons uitgenodigd om mee te lopen in de Sydney Mardi Gras Parade van a.s. zaterdag. Marcel heeft die uitnodiging aanvaard, als ‘tijdelijk lid’ van het lokale zangkoor, waarvan Steven lid is. Ikzelf had bedacht dat, als je meeloopt, je niks kunt zien van de parade. Dus had ik besloten om als toeschouwer dan maar met de camera langs de weg te gaan staan. Het betekende wel dat Marcel donderdagavond naar een repetitie moest om met dat zangkoor de danspasjes in te studeren. Was ík even blij dat ik me heb beperkt tot het meer eenvoudige fotograferen. Helemáál toen duidelijk werd dat honderdduizenden mensen langs de route met die danspasjes meekijken. Plus nog eens miljoenen anderen, want het wordt allemaal live uitgezonden.

Donderdag op de inmiddels gebruikelijke wijze door de meest interessante delen van de stad geslenterd. Dat betekent niet echt op zoek naar specifieke toeristische attracties, maar kijken wat zich onderweg voordoet. Vanuit ons hotel aan de Rushcutters Bay, via de botanische tuinen, het Opera House en de Circular Quai naar het Queen Victoria Building. Daar bleek dat een groot deel van het IGLA-circus uit Melbourne zich inmiddels ook naar Sydney had verplaatst. Marcel loopt hier tenminste al groetend rond, alsof hij hier zijn hele leven al woont. De eerste Sydney-indruk staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157713285322301

Melbourne (2)

25 februari 2020

Het tweede deel van ons verblijf in Melbourne stond in het teken van Marcel’s zwemtoernooi, de International Gay and Lesbian Aquatics (IGLA). Het toernooi wordt al zo’n dertig jaar gehouden en is hoofdzakelijk een Amerikaans feestje, omdat – uitzonderingen zoals dit jaar daargelaten – bijna alle IGLA’s in het verleden in Amerika werden georganiseerd. Dit jaar bestond zo’n 95% van de deelnemers uit Australiërs en Amerikanen. De rest bestond uit een handjevol andere nationaliteiten, te zien aan de opgehangen vlaggenparade. Marcel mocht in zijn eentje Nederland vertegenwoordigen. Alle niveau’s en leeftijden deden mee. Zo was er iemand die ooit de zwemlegende Michael Phelps heeft verslagen, maar er was ook een 85-jarige die alle tijd nam voor zijn 200 meter. En tenslotte werd ook nog het wereldrecord voor 90-plussers verbeterd.

Het toernooi werd gehouden in de lokale zwem-accommodatie. Niet zomaar een zwembad, maar een heus stadion. Want in Australië pakken ze wat dat betreft uit. Zelfs het kleinste dorp heeft nog een zwembad en het is dan ook geen wonder dat Australië toonaangevend is in het wedstrijdzwemmen. Zondag was er open water zwemmen in de baai van Melbourne. Het was de eerste echt warme dag tijdens ons verblijf en hier bleek maar weer eens hoe voorzichtig Australiërs zijn met het zonlicht. De meeste lijven werden uitvoerig ingesmeerd en sommigen hadden zelfs hun hele gezicht dicht geplamuurd en volledig bedekt met een witte crème. Inderdaad zie je hier eigenlijk – ondanks het zonnige en warme klimaat – nauwelijks gebruinde mensen. Je kon 2,5 of 5 kilometer zwemmen, maar er was bijna een uur uitstel omdat er een haai was gesignaleerd. Er moest een helikopter aan te pas komen, die moest kijken of het beest echt was verdwenen en de kust veilig was.

Die zondagmiddag hebben we de hitte getrotseerd en nog maar eens een wandeling door de stad gemaakt. Het viel me al langer op dat Australië eigenlijk een verlengstuk is van Engeland. Historisch gezien klopt het sowieso, maar nu valt me vooral op dat de woonwijken van Melbourne erg veel lijken op die van Londen. In het centrum viel ons weer de wonderlijke mengeling op van de Victoriaanse bouwstijl en de kleurige hoogbouw. Ze zijn er trouwens nog lang niet uitgebouwd, want zelfs op het kleinste stukje lege grond staan weer bouwkranen van tientallen meters hoog. Tussen het (kijken naar) het zwemmen en het slenteren door de stad was er ook nog tijd om wat rondjes hard te lopen. Op vakantie altijd lastig, want het zou niet de eerste keer zijn dat ik in een vreemde stad niet meer wist waar ik precies was. Maar hier hadden we een park in de buurt met mooie uitgezette loop- en fietsroutes. Keurig aangegeven in meters en kilometers en niet in yards en miles. Ze hebben dus niet álles van Engeland overgenomen. Het verblijf in Melbourne zit er nu op. Morgen reizen we naar Sydney. Daarover dus later. De tweede Melbourne-etappe staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157713247376678

Melbourne (1)

21 februari 2020

De huurauto, die we hadden voor Ocean Grove, hebben we in Melbourne meteen ingeleverd. Behalve in het verkeer vaststaan kan je er eigenlijk weinig met een auto. Om nog maar te zwijgen over het parkeren. In plaats daarvan is er een uitgebreid en frequent netwerk van bussen, trams en lokale treinen. Je krijgt op zo’n eerste ochtend meteen al een stemming van “Melbourne, here we come”, maar het heeft die hele woensdagochtend geplensd, zodat we nog even geduldig moesten wachten. Maar na de middag klaarde het op en konden we de deur uit. Melbourne is bekend om zijn uitbundige street art. Het geklieder van weleer is hier tot kunst verheven en er is zelfs een street art tour voor ontworpen. Alle ‘kunstwerken’ zijn in principe tijdelijk, omdat iedereen er weer naar eigen inzicht overheen mag schilderen. Dat leidt op ooghoogte toch weer tot geklieder, maar op de wat hogere muren is nog veel fraais te zien.

Er wordt, althans in de binnenstad, sowieso veel aandacht besteed aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Je mag hier niet zomaar een gebouw neerzetten, tenzij je ook nog iets doet aan wat je ‘architectonische’ waarde zou kunnen noemen. En zo hebben veel gebouwen vreemde vormen en veelkleurige gevels, maar over smaak, dan wel het gebrek eraan, kan je natuurlijk twisten. Over hoogbouw doen ze hier niet moeilijk. Gebouwen van 50 verdiepingen of meer in de binnenstad zijn heel gewoon. Eigenlijk vreemd in een land dat zo ontzettend veel lege ruimte heeft en dus niet op een vierkante meter hoeft te beknibbelen. Maar in de economie is het een wetmatigheid dat je degenen met wie je zaken doet ook zoveel mogelijk in de buurt moet hebben. Vandaar dat alles wat er economisch een beetje toe doet op een kluitje zit.

Dat allemaal leidt tot een mooie mix van moderne hoogbouw met de oudere Victoriaanse bouwstijl. Die Victoriaanse architectuur is vaak prachtig opgeknapt en omgebouwd tot mooie winkelgalerijen met kleine terrasjes. Soms ook minder opgeknapt, maar dan weer dankbaar aangegrepen door de street artists. Vrijdagmiddag een bezoek gebracht aan de zg. NGV, de National Gallery of Victoria. Een enorm museum, met naast de vaste collectie nu ook een tentoonstelling van Keith Haring en Jean-Michel Basquiat. Twee New Yorkse kunstenaars, op jonge leeftijd bevriend geraakt, maar beiden al rond hun dertigste overleden. Destijds in de 80’er jaren met omstreden radicale ideeën, maar – zoals het vaak gaat – werd na hun dood hun werk in officiële kringen niet alleen algemeen geaccepteerd, maar ook uitgebreid geëxposeerd in niet de minste musea.

De eerste paar dagen in Melbourne zitten erop. We zijn nu bijna gewend aan het 10-urige tijdverschil. Het weer begint na al die plensbuien op te knappen en Marcel begint zaterdag aan zijn zwemtoernooi. Daarvan later verslag. De eerste Melbourne-dagen staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157713195071131

Ocean Grove

17 februari 2020

Onze Australië-reis zijn we begonnen in Ocean Grove, waar we twee dagen te gast zijn bij Evert (de zoon van mijn broer Louis), zijn vrouw Monique en hun twee kinderen. En tegelijkertijd herstellen van de 24-uur lange reis en een jet-lag van 10 uur. Dat betekent in de avond na het eten niet meer uit je ogen kunnen kijken van vermoeidheid en vechten tegen de slaap, maar dan vervolgens ’s-nachts toch weer uren wakker liggen. Ocean Grove is een kleine plaats ten oosten van Geelong, een wat grotere stad op een uurtje rijden ten zuiden van het nog veel grotere Melbourne. Ze wonen 300 meter van de zee. Heerlijk dus en bovendien niet zómaar een zee, maar een echte oceaan, waarover je uitkijkt en je je als eerstvolgende halte de Zuidpool voorstelt.

Ik probeerde op die eerste dag de zee met de enorme golven even uit, maar het water is daarvoor, vooral met de sterke zuidenwind, eigenlijk te koud. Er wordt in wet-suits vooral gesurfd, met honden gewandeld, maar op het strand liggen doen ze hier niet. Ook op warmere dagen niet, want het gat in de ozonlaag is hier groot en men beschérmt zich juist tegen de zon. Het is – ondanks hartje zomer en het warme klimaat – niet heel warm. Sterker nog, het blijkt dat ze hier tot dusver een relatief koele en natte zomer hebben gehad. Wat ons natuurlijk verbaasde, want wij zagen in Nederland niets anders dan berichten over hitte, droogte en bosbranden. Maar hier, in plaats van zwartgeblakerde bossen, groene weiden en geen spoor van die branden.

Ocean Grove is zo’n beetje het begin van de Great Ocean Road, een iconische autoroute van zo’n 200 kilometer langs de zuidkust. Mooie kust en mooie en vooral oude eucalyptus-vegetatie. We vonden het wat ambitieus om de héle route te rijden en hebben ons dan ook beperkt tot een wat meer overzichtelijk tochtje tot Lorne. Een alleraardigst plaatsje, met lekkere koffie, totdat de jet-lag-vermoeidheid weer toesloeg.

Dinsdagochtend afscheid genomen van de erg gastvrije Evert en Monique. Juist omdat je hen niet elk jaar kunt zien is het leuk om een paar dagen met ze door te brengen. In de stromende regen dinsdag teruggereden naar Melbourne. Daar gaat Marcel zijn zwemtoernooi afwerken. Tussendoor zal er genoeg gelegenheid zijn om de – op het eerste gezicht – fotogenieke stad te bekijken. Alleen het weer werkt in dat normaal zo zonnige Australië even niet mee. Het heeft dinsdag de hele dag geregend en ook de komende dagen gaat er nog veel water vallen. We gaan het zien, wordt dus vervolgd. De fotoserie van de zuidkust staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157713164493291

IJsselmeer

7 februari 2020

Bezoek uit het buitenland: en wat is er dan beter dan een rondje IJsselmeer met de auto? Succes verzekerd..! Vooral als de buitenlandse bezoeker al vaker in Nederland was en onderhand de grachtengordel, de musea en de aangeboden tripjes naar Volendam wel heeft gezien. Terwijl Volendam zelfs in het laagseizoen wordt overlopen door Aziatische toeristen, was er op óns tochtje niets van dat alles. Het begon in Zaandam, niet echt aan het IJsselmeer nog, maar toch de moeite waard vanwege de Zaanse architectuur die zich rond het station heeft ontwikkeld. Je kan het kitsch noemen, maar het is hoe dan ook bezienswaardig en sowieso fotogeniek.

Verder naar het noorden, vanaf Edam niet over de hoofdweg, maar strak langs de kust van het IJsselmeer, door kleine dorpjes als Warder, Etersheim en Schardam. Hier lijkt de tijd stil te staan, maar het zou me toch niet verbazen als hier – mooi gecamoufleerd in de oorspronkelijke architectuur – heel wat tweede optrekjes van rustzoekende stedelingen staan. Beslist wél met de tijd mee gaan de windmolenparken, die je nu overal aan de horizon ziet. Sommigen vinden dat horizonvervuiling, maar hier tillen ze daar blijkbaar wat minder zwaar aan. En in de rest van Nederland inmiddels ook, lijkt me zo.

Dan naar de Afsluitdijk. Die vind ik eigenlijk altijd bezienswaardig. Alleen al het monument met uitkijktoren en het kleine uitspanninkje beneden, waar je door kleine ramen over het water uitkijkt en je het gevoel krijgt in een boot te zitten. En elke keer komt dan het gevoel bij me op dat ik had toen ik er rond 1965 voor de allereerste keer kwam. Niets anders gewend dan de zandgronden en dan ineens dit..! Die sensatie herhaalt zich elke keer weer als ik hier kom. Aan de overkant ligt Friesland en verder gaat het strak langs de kust naar beneden. In het algemeen in dit seizoen slaperige dorpjes, maar in de zomer wordt hier veel gezeild, vooral door Duitsers.

Maar Makkum is eigenlijk een categorie apart. Altijd al vanwege het aardewerk in het wat hogere marktsegment. Maar nu worden hier protserige jachten gebouwd in het helemaal onbereikbare marktsegment, voor de groten der aarde. Niet echt om in te varen natuurlijk, maar wel om te laten zien dat je wat te besteden hebt. En hoe anders kun je zo’n dag beter afsluiten dan vis te eten in Urk? Misschien wel geen vis uit het IJsselmeer, maar dan toch wel gevangen door Urker vissers verderop in de Noordzee. Rondje IJsselmeer met buitenlands bezoek: succes verzekerd….! Helemaal als je dan ook nog een terugkoppeling krijgt: “Thank you for such a great day today. I saw more of Holland in one day than in the many years of flying here”. De camera heeft de dag vastgelegd op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157713050633327

Utrecht

23 januari 2020

Utrecht: de fotoclub stuurde me erheen met als opdracht om in anderhalf uur een fotoserie van de binnenstad te produceren. We zijn er onlangs ook nog eens geweest, maar toen kwamen we niet verder dan de omgeving van het station. Daar is ook een serie van gemaakt, dus dat vult elkaar dan mooi aan. Een van de markante bezienswaardigheden zou de Domtoren zijn geweest, maar die zal zich in de komende jaren niet laten zien wegens erg groot onderhoud. De toren is al 700 jaar bestand tegen wind, regen, vrieskou en zonnestralen en nu worden de natuurstenen, het voeg- en ijzerwerk gerepareerd. De laatste reparatie was bijna 50 jaar geleden, maar toen was er geen geld om het helemaal goed te doen.

De Oude Gracht wordt trouwens ook onder handen genomen. Net als in Amsterdam, worden ook hier ook de kademuren hersteld. En als je dan toch bezig bent kan je net zo goed het afval eruit halen dat er in de loop van de tijd is ingekieperd. De gracht blijkt ook hier heel geschikt om van je oude fietsen af te komen. Ik probeerde deze keer nu eens niet de echte binnenstad ‘onder handen’ te nemen. In Alkmaar viel het me op dat die mooie binnenstad helemaal is overgenomen door de bekende winkelketens, dus dat wilde ik eigenlijk vermijden. Maar in Utrecht valt dat wel mee en zijn er nog voldoende kleinschalige zaakjes met een eigen identiteit. De binnenstad doen we dan maar eens een volgende keer. Ik heb me deze keer gericht op het deel net ten noorden van de oude binnenstad (de Breedstraatbuurt en Wijk C, zoals die op Google Maps heten). De fotoserie staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157712831427123

Plantagebuurt

20 januari 2020

Na lang wikken en wegen is het er eindelijk van gekomen: een nieuwe camera met bijpassende zoomlens. Voor de liefhebbers: een Canon 90D gecombineerd met een Tamron 18-400 mm. De combinatie past ideaal bij mijn fotografiestijl en het grote lensbereik zorgt ervoor dat ik vrijwel niet meer van lens hoef te wisselen, zodat het ook een ideale reisgezel gaat worden. Voor mijn ‘oude’ camera, die vijf jaar trouw dienst heeft gedaan en ruim 45 duizend foto’s heeft gemaakt heb ik een goede bestemming gevonden: overgedragen aan de vader van Marcel die er erg blij mee is en die er hopelijk ook veel plezier aan gaat beleven. 

De handleiding van de nieuwe camera was ruim 600 pagina’s, dus je kan er ontzettend veel mee, veel meer dus dan ik ooit zal gaan gebruiken. Die heb ik dan maar even gelaten voor wat hij is en kan hem altijd als naslagwerk gebruiken. In plaats van in dat boekwerk te duiken, ben ik eigenlijk meteen met de camera aan de slag gegaan om hem maar even uit te proberen. En waar kan dat beter dan in je eigen buurtje: de Plantagebuurt met Artis en de aangrenzende Nieuwmarktbuurt, sowieso een fotogenieke omgeving. Zondag bij een aarzelend zonnetje en maandag bij bewolkt weer. Het resultaat staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157712787832687

Oud-Zuid en -West

13 januari 2020

De inburgering van mijn vroegere Delftse buren, die na dertig jaar hun Brusselse stekkie eindelijk hebben verruild voor Amsterdam, vordert gestaag. In december is als (hernieuwde) kennismaking een ‘Tour de Ville’ gemaakt en nu was Oud-Zuid en Oud-West aan de beurt. Eigenlijk was het ook voor mij een inburgering, want ik kwam deze keer op plaatsen waar ik zelden of nooit ben geweest. In de P.C. Hooftstraat bijvoorbeeld. Daar ontvouwt zich een wereld waar ik mij gelukkig verre van houd, want anders zou ik een stuk minder tevreden door het leven gaan. Fraai opgemaakte etalages, dat wel, maar over de prijzen van de getoonde artikelen blijft het gissen. Eigenlijk ook niet van belang voor de clientèle hier, die met tamelijk poenige auto’s komt voorrijden.

Dan door het Vondelpark naar de Hallen. Prachtig ontworpen, met een mooi bioscoopcomplex en ook aanverwante neringen. Een echte aanwinst voor Amsterdam, vind ik. Maar ik blijf me verbazen over die eetgelegenheden daar. Je kunt er voor een vermogen iets bestellen en dan maar hopen dat je, bij begeleidende en net iets te harde muziek, een plaatsje kunt vinden om het op te eten of drinken. Maar het mag natuurlijk wat kosten als je op zo’n hippe locatie gezien wilt worden.

De aangrenzende Jordaan, waar ik eigenlijk ook niet zo vaak kom, heeft in de laatste decennia een metamorfose ondergaan. Van oudsher een Mokumse volkswijk en nu bewoond en bezocht door import-volk, dat eet en drinkt in minstens zo hippe tentjes. Maar je vindt er ook nog wel cafés die er nog precies zo uitzien als vijftig jaar geleden. Aan het eind van de Jordaan ligt de Noordermarkt. Een van de leukere cafés daar, ook niet veranderd in de laatste vijftig jaar, is Hegeraad. In de zomer kan je er lekker buiten zitten. Nu niet natuurlijk, maar binnen heb je van die persjes op tafel die je eigenlijk zelden meer ziet. Helaas waren alle perstafeltjes bezet, maar de tosti’s smaakten er niet minder om. Gelukkig had ik contant geld bij me, want ‘aan die onzin van het pinnen deden ze daar niet’. Misschien wel om de ouderwetsheid van het café te cultiveren. Via de Haarlemmerstraat eindigde de inburgering deze keer. Het fotoverslag staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157712747333077

Marken

10 januari 2020

Marken: nóg zo’n museum-filiaal van Amsterdam. Uitgestorven op deze winderige januaridag, maar des te meer toeristen in de zomer, vooral Chinezen. Zijn er in Amsterdam al veel toeristen in verhouding tot de hoeveelheid inwoners, op Marken is in de zomer de verhouding tussen inwoners en toeristen wel helemáál uit het lood geslagen. Het is dus eigenlijk een museum, waarin het beeld overeind wordt gehouden van een Nederland dat nog in traditionele klederdracht en op klompen loopt. Tot 1957 was het nog een eiland, maar sindsdien is het met een dijk verbonden met het vasteland. Met amper anderhalf duizend inwoners, maar een veelvoud aan toeristen, die met bussen uit Amsterdam worden aangevoerd op een ruim bemeten parkeerterrein.

Het dorp zelf, met veel huizen op palen, staat strak in de verf, met Zaans groen als hoofdkleur. Het heeft een gezellig knus haventje, met een mix van oude schepen en luxe zeiljachten. Ondanks de januari-stilte was alles in bedrijf. Maar de uitbater van een van de uitspanningen was toch wel blij dat hij zijn koffie met gebak kon slijten. Ook de boot-pendeldienst naar Volendam, dat aan de overkant goed te zien is, was vol in bedrijf en er kwam net een boot aan met twee passagiers aan boord. Aan de andere kant van het eiland ligt, ook op steenworp afstand, Almere. Een heel andere skyline en je zou dan haast gaan denken dat een pendeldienst naar Almere heel wat meer klandizie zou kunnen opleveren. Marken, gaat dat dus zien, bij voorkeur in januari. Voor de opgedane indruk, zie:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157712715052068

IJburg

4 januari 2020

IJburg: de nieuwe woonwijk aan de oostkant van Amsterdam. Helemaal op opgespoten eilanden. Het plan was er al in 1965 en na veel bezwaren/discussies en een referendum werd in 1998 begonnen met de aanleg. Er wonen nu zo’n 25.000 mensen en in de toekomst gaan er 45.000 wonen. Ik heb me ooit op een onbezonnen moment ingeschreven om er te gaan wonen. Lekker aan het water met een bootje. Dacht ik toen. Het was maar goed dat de wachttijd zo’n tien jaar was, lang genoeg om tot bezinning te komen en mijn vertrouwde plekje, in hartje stad en toch rustig, trouw te blijven. Toch is het een erg fraaie wijk geworden met gevarieerde bouw en voor elk wat wils. De welstandscommissie heeft zo te zien even de andere kant op gekeken en op veel plekken konden bewoners met veel creativiteit hun eigen stijl, kleur en materiaalkeuze maken. Of sommige woningen ooit nog te verkopen zijn zal dan moeten blijken.

IJburg heeft ook een goudkust. Daar villa’s aan de zonnige zuidwestkant met uitbundig veel ruimte, auto’s in het hogere segment voor de deur en allemaal met eigen ontwerp en ook (bijna) allemaal met een aanlegsteiger en een boot(je). Tussen al dat fraais zie je ook hier en daar lelijke dingen. De nieuwste trend in de architectuur is het werken met van die roestplaten. Je ziet ze ook elders in de stad opduiken. Van veraf ziet het er nog niet eens zo onaardig uit, maar als je dichtbij goed kijkt is het aartslelijk, vooral op zo’n sombere dag als zaterdag. Uiteindelijk hebben we maar de helft van de wijk gezien. Helemaal verkleumd moest met warme chocolade worden opgewarmd en toen was het bij de vroeg invallende duisternis wel bekeken. De rest van de wijk moet dan maar een andere keer. Deel één staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157712624190648