Vrijdag met René maar weer eens het stalen ros beklommen. Meestal gaan we wandelen, want dan zie je onderweg toch meer. Het fietsen zelf is dus niet het doel, maar de fiets is meer een handig middel om toch een beetje een actieradius voor het fotograferen te hebben. Er was mooi fotoweer beloofd, behalve dan dat ene niet beloofde kleine regenbuitje in het begin. Mooi fotoweer betekent voor mij Hollandse, scherp afgetekende wolkenpartijen met dreigende donkere luchten op de achtergrond en de foto-objecten dan in de zon, dan wel wat meer belicht. Dat vind ik voor foto’s ideaal, want te veel lichte lucht als achtergrond maken je foto-object juist te donker.
Deze keer ging het door het poldergebied ten zuiden van Amsterdam. Beginpunt was de Gaasperplas. Voor mij een nieuw gebied. Uithangplek van Amsterdam-Zuidoost, dat ik ook niet goed ken, maar dat zo te zien in positieve zin een metamorfose heeft ondergaan, vergeleken met het imago waar dit stadsdeel maar met moeite van af komt. Ook daar een populaire plek voor yoga-klasjes, die je de laatste tijd overal in de stad ziet opduiken, nu de indoor-sportscholen nog gesloten zijn, of hooguit schoorvoetend opengaan. Vanaf de Gaasperplas ging het via Driemond langs het Gein. In eerste instantie nog wel bekend terrein, maar daar waar – zoals meestal – je rechtsaf gaat naar Abcoude, nu eens een keer linksaf naar wat meer ónbekend terrein.
Ineens sta je dan plotseling voor Fort Nigtevecht, onderdeel van de Stelling van Amsterdam met zo’n dertig verdedigingsforten. Het fort is rond 1900 gebouwd en het oorspronkelijke ontwerp is redelijk intact. Net als dit gebied is ook dit fort relatief onbekend, omdat het vanaf Nigtevecht eigenlijk alleen met een grote omweg te bereiken was. Was…, want sinds 2018 ligt er de ‘Liniebrug’, een nieuwe fietsbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal. Omdat er flink grote en ook hoge schepen onderdoor moeten kunnen is deze brug extra hoog aangelegd, heeft daardoor een prachtig ontwerp en je kan er alleen maar op en af via een paar haarspeldbochten. Leuk voor fietstoeristen en hardlopers die bergop willen trainen. Maar ook voor ons, want als kadootje krijg je dan een fraai uitzicht over het scheepvaartverkeer en de bepaald indrukwekkende schuiten die onder je door varen. Het resultaat van dit fietswandel-fotodagje staat op:
Ondanks het af en toe wisselvallige weer in juni, waren er toch nog wel een aantal echte ‘Zandvoort-dagen’. Voor Zandvoort komt het weer vrij precies: het moet warm en zonnig zijn en vooral niet te veel wind. Hoewel René een tentje heeft, waar je je tegen wind en ook overmatige zon kunt beschermen. Een nieuwigheid is dat we nu met de auto naar Zandvoort gaan. De treinen hebben nog steeds de helft van de capaciteit beschikbaar. En als het mooi weer is zijn er vooral in de avond veel te veel mensen tegelijk, die naar huis willen. Dat betekent ófwel niet mee kunnen, ófwel wél mee kunnen, maar dan met de kans op heel veel mensen binnen je anderhalve-meter territorium.
Ik had altijd het idee dat er naar Zandvoort altijd files en niet genoeg parkeerplaatsen zijn, maar dat viel uiteindelijk mee, als je tenminste niet in het weekend gaat. Er waren twee dagen met echte oostenwind en dan zijn er wel veel kwallen. Ze zijn er in alle soorten en maten, het zijn eigenlijk vieze beesten, maar erg mooi om te fotograferen. Het was ook vaak helder weer en dan kan je vanaf de duinentop verrassend ver kijken en zelfs de skyline van Den Haag is dan goed zichtbaar. Erg fraai was nog wel de dreigende onweerslucht in het zuidwesten en de rook van brandende autobanden op het circuit naar het noordoosten. Deze juni-impressie is in beeld gebracht op:
De vroegere kolencentrale aan de Ringweg A10: vaak erlangs gereden met de auto, maar nog nooit eens echt goed bekeken. De centrale zit ook niet bepaald in de top-10 van toeristische bezienswaardigheden, maar voor liefhebbers van industrieel erfgoed is het toch wel smullen. Inderdaad erfgoed, want vorig jaar werd hij gesloten en kwam er een eind aan de rookpluim die het gebied tientallen jaren domineerde. Hoog tijd inderdaad om hem dan eens van dichtbij te bekijken, want voor je het weet is hij gesloopt en staan er ineens weer appartementen. Maar zo te horen was hij nog steeds in bedrijf want er klonk een monotoon gezoem uit de imposante machinerie. Vlak ernaast werd de laatste hand gelegd aan een nieuwe biomassa-centrale, ook niet helemaal onomstreden trouwens.
En als je dan toch in de buurt bent kan je meteen doorfietsen naar de Hemhavens. Onderdeel van het nog veel grotere havengebied van Amsterdam. Blijkbaar is Amsterdam de vierde haven van Europa, maar dat zit – anders dan in Rotterdam – niet bepaald tussen de oren van de gemiddelde Amsterdammer. We noemen het een havengebied, maar behalve het aan- en afmeren van schepen, gebeurt er nog van alles. Ook dingen die men in het algemeen liever aan het oog onttrekt en vooral niet in de toeristische top-10 onderbrengt. Maar de camera had er wel een gewillig oog voor en het resultaat staat op:
Het Oosterdok is inmiddels ons favoriete wandelrondje in de buurt. Er is veel te zien en dat alles op maximaal één hemelsbrede kilometer van huis. Je moet dat rondje wel regelmatig doen, wil je een beetje bijhouden hoe het daar elke keer weer verandert. Het Marine-terrein bijvoorbeeld. Lang was het verboden gebied en zelfs op Google Maps was het gebied helemaal wit gemaakt. Maar inmiddels is het verlaten door de marine en heeft zich een nieuw stuk stad ontvouwd, waarvan ze nog niet helemaal weten wat ze er mee aan moeten. Het is fraai gelegen en het wordt nu in beslag genomen door hip volk, dat er picknickt, jogt of in de zon ligt. Er is zelfs een heus zwembad aangelegd, want de binnenzwembaden waren lang gesloten en zijn ook nu nog onderhevig aan strenge protocollen.
Her en her verschijnen er ook restaurants en drinklokalen, die de prijzen duidelijk hebben aangepast aan de clientèle die hier neerstrijkt. Maar projectontwikkelaars liggen op de loer en dan kan je er op wachten dat die voormalige marine-complexen ooit worden verbouwd tot appartementen. Aan de Dijksgracht is een terras helemaal corona-proof omgebouwd tot eetgelegenheid. Hier kan je veilig en zelfs helemaal afgesloten eten, dus als je iets te bespreken hebt wat het daglicht niet kan verdragen, moet je juist hier zijn. Even verderop is de klimmuur. Die staat er al sinds ik hier woon, maar het is een wonder dát hij er nog staat, want overal eromheen wordt gebouwd, worden wegen en fietspaden omgelegd dan wel afgesloten. En elke keer moet je je dan ook weer afvragen hoe je je route nú weer moet vervolgen. Het grootste bouwwerk hier is dat van Booking.com, waarvan de bouw een nieuwe fase is ingegaan. Inmiddels zal het hoogste punt nu wel zijn bereikt en nu wordt de gevel bedekt met glazen platen, waarvan het me lijkt dat die, afhankelijk van de hoek waar het zonlicht er op valt, verschillende kleuren gaan aannemen. Ik moet later nog maar eens gaan kijken hoe dat eruit gaat zien.
En overal is er het water met de schuiten die er rondvaren. De cruiseschepen zijn er dit jaar nog niet geweest. Ik vraag me af of die ooit nog eens terug zullen komen. Zelfs met de rondvaartboten wil het zo te zien nog niet erg lukken. Maar particuliere scheepjes genoeg, evenals de vrachtvaart en de veerponten. Aan de overkant van het IJ ligt nog zo’n bouwput, waaraan je kunt zien dat ook Amsterdam-Noord er nu helemaal bij gaat horen. Het Damrak is weer als vanouds druk, maar op de Wallen zijn de meeste sex-werkers nog op vakantie. Daarvan geen foto’s, want die worden daar – zoals bekend – niet op prijs gesteld. De andere foto’s van het rondje staan op:
Het zou voorlopig de allerlaatste mooie dag worden. Een mooie gelegenheid dus om Zandvoort nog eens te bezoeken. Zeker nu we ook weer terecht zouden kunnen op ons favoriete terras van Fosfor. Maar de koude zeewind was de verwachte regen al wat vooruitgesneld, zodat onderweg al duidelijk werd dat het geen echte stranddag meer zou worden. Het plan werd dus veranderd in een autotochtje langs de Noord-Hollandse kust, helemaal tot Callantsoog. Andermaal bleek dat Nederland eigenlijk beschikt over prachtige brede, lange en schone stranden, die bij mooi weer veel Middellandse Zee stranden met glans verslaan. Alleen het weer werkte vandaag even niet mee.
De koffie met cheese-cake werd gebruikt in Bergen aan Zee. Bij een tamelijk deftige gelegenheid nog wel en daar mocht dan ook de hoofdprijs voor worden betaald. Maar Bergen aan Zee is dan ook de badplaats voor de beau monde, terwijl Fosfor bij Zandvoort eigenlijk nog steeds een beetje rommelig is. Maar dat is nou juist het leuke daarvan. Via Petten ging het naar Callantsoog. Je kan daar de hele kust afkijken tot Den Helder. Strak tegen de wind in een wandeling gemaakt tot de gemeentegrens van Den Helder en toen was het wel genoeg. Ook geen echt foto-weer, maar er is toch nog wel een klein serietje gekomen, al was het maar voor de herinnering. Dat serietje staat op:
Eén juno…! Een bijzondere dag waar heel Nederland naar uitkeek. Niet omdat het tweede Pinksterdag was, want dat is het elk jaar wel een keer. Ook niet omdat het prachtig weer was, want dat was het de laatste tijd ook (bijna) altijd. Het was het min of meer officiële einde van de lock-down. Ik begon daar overigens aardig aan te wennen. De agenda was leeg, er hoefde helemaal niks en de dagen gleden moeiteloos voorbij. En bijna elke dag waren er wel maatschappelijke vergezichten te lezen van allerlei orakels, die ons een heel wat betere wereld beloofden, waar ik me – als eeuwige optimist – dan maar aan vasthield. Dat de afgelopen periode me zo meeviel was natuurlijk ook te danken aan het prachtige weer, waardoor ik rondjes kon hardlopen en fietsen, dan wel anderszins daarvan genieten.
Maar ook ik ben natuurlijk blij dat er weer van alles mag uit het oude normaal, omdat de digitale en dus wat onpersoonlijke anderhalve-meter-samenleving mij ook geen ideaal maatschappijbeeld lijkt. Hoe dan ook, je kan deze memorabele en prachtige dag niet beter vieren dan een fietstocht te maken met Marcel door de Zaanstreek. Je moet alleen nog even met mondkapjes op met de boot naar de overkant van het IJ, maar verder is alles oud-normaal. Eenmaal aan de overkant moet je dan ook nog even door Amsterdam-Noord, maar dan houdt de Randstad ineens op en sta je midden in het strak vlakke polderland. De Zaan loopt dwars door de Zaanstreek en heeft twee kanten. Aan de aangeharkte oostkant de frisgroene Zaanse huisjes met de Zaanse Schans, nu nog zonder Chinezen. Aan de rommelige westkant het industriële erfgoed uit de tijd dat Zaandam het welvarende centrum was van de voedingsmiddelenindustrie. Het werd een heerlijke fietsdag, de camera mocht ook mee en heeft er de volgende serie van gemaakt:
De uitzonderlijk zonnige lente maakte het mogelijk om na de lange winter weer eens Zandvoort aan te doen. Niet zozeer voor een uitwaai-wandeling, want daar heb je dat mooie weer helemaal niet voor nodig. Maar we waren er om eindelijk weer eens lekker in de zon te liggen en om ons zelfs in zee te wagen. Alleen was het water nog te koud om dat lang vol te houden. Het Zandvoort-bezoekje moest sowieso nog even wennen met die intelligente lock-down. Zo had onze favoriete strandtent Fosfor wel koffie, maar je mocht er niet op de stoelen zitten. Die stonden nog ergens in een verlaten hoekje opgestapeld en wij mochten met een kartonnen bekertje ergens in het zand gaan zitten. Niettemin viel er veel te zien: flora, fauna en vergezichten. De flora moet je in de duinen vinden. Op het eerste gezicht een desolaat uitgedroogd en verdord landschap, maar de fauna kan er goed terecht. Kleine rupsjes, vlinders en in de avonduren zijn er de vele herten, die daar kennelijk genoeg te eten kunnen vinden. Daarvan zijn er zelfs te veel en af en toe worden ze dan ook afgeschoten. René had zelfs een vos gezien en ook gefotografeerd, maar helaas liet die zich niet meer zien toen ik mijn camera in de aanslag probeerde te brengen.
Op het strand ook genoeg fauna: krabben, kwallen en vogels. En in de zee af en toe zeehonden, hoewel niet deze keer. En dan de vergezichten. Als je op het duin staat kun je bijna de hele kust afkijken tot ver ten noorden van IJmuiden. In het zuiden lijkt Noordwijk binnen handbereik, en is zelfs Den Haag goed zichtbaar. Tenslotte heel ver de grote tankers en de windmolenparken. Daarover was er in Zandvoort veel gedoe. Ze mochten er niet komen, omdat het horizonvervuiling zou zijn en zelfs de dood voor het toerisme zou betekenen. Maar de gemiddelde toerist keurt die molens geen blik waardig en zíet ze waarschijnlijk niet eens. Al met al twee heerlijke stranddagen en een mooie ouverture van een hopelijk mooie zomer. Vastgelegd op:
De bedoeling was een bezoekje (met fotoserie) aan Medemblik. Weliswaar ooit daar geweest, maar erg lang geleden en dus wat weggezakt in de herinnering. Dat bezoekje vandaag is dan uiteindelijk wel gelukt, maar Medemblik kwam er toch weer wat bekaaid vanaf. Dat kwam omdat onderweg – zoals wel vaker gebeurt – weer veel te zien was. Edam bijvoorbeeld, katholiek bolwerk met een veel te grote kerk voor dat kleine dorp. Helaas gesloten en dus niet te bezichtigen. Wel een fraai kerkhof, gedrapeerd rond de kerk. Ik kan op dat soort plekken lang ronddwalen, terwijl ik kijk naar de lange of soms ook korte levens die deze mensen hebben gehad. En probeer me daarbij met behulp van hun leeftijden en aangebrachte foto’s een voorstelling te maken van de familieverhalen erachter. Het dorp is wereldberoemd om zijn kaas, maar staat wat betreft toeristen toch wel wat in de schaduw van Volendam.
Maar – behalve wij uit Amsterdam – waren er nu helemaal geen toeristen en dan krijg je een indruk hoe het stadje er ooit bij lag vóór het tijdperk van het massatoerisme. Verderop langs de IJsselmeerkust, tussen Edam en Hoorn, met de skyline van Almere als achtergrond, wordt een enorm project uitgevoerd, dat eigenlijk nauwelijks bekend is. Althans niet bij mij, maar het kan zijn dat ik iets heb gemist. Er wordt tientallen meters verderop in het water een tweede dijk aangelegd, die kennelijk een extra bescherming van het land moet opleveren. Het stuk ertussen wordt opgespoten en ter hoogte van Hoorn komt er daardoor een brede extra strandstrook. Dan uiteindelijk alweer aan het eind van de middag was er Medemblik. Ooit was daar een stoomtrein naar Enkhuizen, die in betere tijden in de zomer nog als toeristentreintje in leven werd gehouden. Nu ligt het er verlaten bij, evenals de rest van Medemblik. De helft van het pittoreske stadje wordt gedomineerd door drie uit de kluiten gewassen jachthavens, die allemaal samenkomen op één punt. Op datzelfde punt is ook de horeca samengeklonterd, die nu met dichte deuren en opgestapelde stoelen voor de deur een uitgestorven indruk maakt. Maar het fotoserietje is er toch gekomen en staat op:
De ‘intelligente lock-down’ duurt nu acht weken, maar geleidelijk aan wordt mijn actieradius groter. Ik heb ontdekt dat het ‘Waterland’, zoals het polderlandschap boven Amsterdam wordt aangeduid, zich goed leent voor fietstochtjes. Niet alleen landschappelijk, want dat wist ik al, maar ook – en vooral – voor wat betreft drukte. Ik ben nog steeds voorzichtig en de laatste tijd kijk ik ook naar de cijfers die het RIVM elke dag naar buiten brengt. Dan blijkt dat het aantal besmettingen in mijn leeftijdscategorie minder stijgt dan dat aantal voor jongeren. Dat zou dus kunnen kloppen, want ik doe niet mee aan die samenscholingen in allerlei parken en heb al helemaal geen voorkeur voor bouwmarkten, winkelcentra of meubelboulevards, want anders was ik weer in mensenmassa’s terecht gekomen met dito risico’s. Mensenmassa’s die in dat polderland goed te ontwijken zijn.
Op mijn tochtjes passeer ik eerst altijd de bouwput waar nu een knots van een hoofdkantoor van Booking.com wordt neergezet. Nu onderwerp van nationale hoon, maar wel heel fotogeniek met zijn zes felrode bouwkranen, die elegant combineren met de kleur van het steigerdoek en bovendien erg mooi afsteken tegen de streeploze blauwe lucht. Ondanks de hoon gaat de bouw gewoon door en halverwege 2021 staat hier het glanzende kantoor van een van de boegbeelden van de platformeconomie. Hoewel je nog maar moet afwachten wanneer men echt weer zin krijgt om hotels te gaan boeken. En zonder die strepen in de lucht heeft het boegbeeld ook niet veel te doen.
Op die tochtjes moet ik ook altijd de veerpont over het IJ gebruiken. Ik mijd de drukke pont naar de Buiksloterweg. In plaats daarvan neem ik de meer rustige pont naar het IJplein, en iedereen is zich daar goed bewust van de afstand die men in acht moet nemen. Ondanks dat ik die pont regelmatig neem, heb ik daar nog steeds elke keer het gevoel van een heel kort vakantietripje zodra de boot afmeert. En bij het aanmeren is het mini-vakantietje alweer voorbij. En daar houdt ook de Randstad plotseling op en ontvouwt zich ineens de wereld van het vlakke polderland, met vogels, koolzaad en boterbloemen. In dit jaargetijde op zijn mooist. Er mag dan van alles aan de hand zijn in de wereld, op de natuur kan je blijven rekenen. Het fraaie weer doet de rest en het gebied laat zich mooi zien op:
Eindelijk, ondanks de lock-down, weer eens een wat langere fietstocht gemaakt. Het was op een vrijdag, buiten de stad, dus het tochtje leek ons – wat betreft drukte – verantwoord, ondanks het prachtige en bijna zomerse weer. Want mooi weer is een recept voor onverantwoorde drukte, zo is in de afgelopen weken meermaals gebleken. De tocht van vandaag ging langs de kleine riviertjes Waver en Gein. Met het eerste stuk langs de Amstel. Daar wordt vooral voornaam gewoond in statige villa’s met erg steriele tuinen, strak geverfde voorgevels en idyllische, ouderwets gespelde namen van de panden in sierlijke letters op de voordeur gepenseeld. Maar gelukkig ook veel authentieker en wilder groen, eigenlijk meer geel, want het uitbundige gele koolzaad sprong overal bovenuit.
De Amsterdamse skyline blijft overal zichtbaar, ook bij de vogelobservatiepost aan het ‘Landje Van Geijsel’. Een wat lager gelegen en drassig stukje weiland, dus een ideale habitat voor vogels die hier neerstrijken. Verder over de A-2 richting Abcoude. Daar leek de lock-down al helemaal voorbij, want het verkeer raasde ouderwets bijna in een file heen en weer tussen Amsterdam en Utrecht. Ook de spoortunnel in Abcoude gaf een soortgelijke ervaring. Het reizen per trein wordt ontraden, maar elke paar minuten komt daar wel een trein langs, dus die treinen moeten wel bijna leeg zijn. Bij die tunnel heb je ook een fraai en tamelijk ongewoon perspectief op de spoorbaan en de passerende treinen. Verder langs het Gein naar het Amsterdam-Rijnkanaal. Ook daar gaat het leven gewoon door. Grote schepen en op elk schip is er een eigen wereldje: groot vrachtruim, maar ook overal een woning, terrasje met zitje en zelfs een parkeerplaats voor een of meer auto’s. Al met al is goed te zien dat Nederland er dus een ‘intelligente lock-down’ op na houdt, want ondanks alles probeert het land toch de boel een beetje intelligent aan de gang te houden. Hoe dat er uit zag, staat op: