Page – Santa Fe

11 maart 2019

Zondag en maandag zijn twee echte ‘door-rij dagen’, met in totaal 900 kilometer af te leggen. Zondag is het eindpunt Chinle in Oost-Arizona met de nabij gelegen ‘Canyon de Chelly’. We wilden dus vroeg weg, ook al omdat we die dag de canyon nog wilden bekijken. Zondagochtend bleek alleen dat hier ineens de zomertijd was ingegaan, dus het eerste uur waren we al kwijt. Maar we konden lekker doorrijden. Nagenoeg geen verkeer, heel dunbevolkt en ook een tamelijk eentonig hoogvlakte-landschap. We proberen een koffiestop in Kayenta, de eerste plaats van betekenis na twee uur rijden. Verder niets, of het moesten af en toe kleine huisjes of caravans zijn in de woestijn, waar je terecht komt als het leven je niet heeft meegezeten. Het einddoel is Chinle. Op de kaart lijkt het een toch wel belangrijk regionaal centrum, maar het is een treurig oord en het lijkt er eerder op de derde wereld. De mensen die hier wonen hebben het duidelijk niet gemaakt in de ‘rat race’ in het land van ‘de onbegrensde mogelijkheden’. En als je dan hier woont heb je ook weinig kans meer om ooit nog uit deze positie te komen. Het enige wat je hier kunt doen is overleven en de mensen maken dan ook niet de indruk dat ze nog veel zin hebben om er nog wat van te maken. Als Trump America great again wil maken, moest hij hier maar eens beginnen, lijkt me zo.

De Canyon de Chelly was prachtig, daarentegen. We waren gewaarschuwd dat, als je de Grand Canyon eenmaal hebt gezien, deze zou tegenvallen. Maar dat tegenvallen viel erg mee. We maken bij een van de viewpoints een wandeling helemaal naar beneden. Dat kon in de Grand Canyon niet, alleen als je daar enkele dagen voor uit zou trekken. Hier kon het dus wel en het gaf weer heel andere vergezichten. Maandag rijden we verder. Ook onderweg veel armoede. Kleine houten bouwsels of veredelde stacaravans met veel rommel voor de deur, zoals autowrakken en ander grofvuil. Maar wel weer overweldigende landschappen. We komen langs een geografische bijzonderheid: ‘Four Corners’, een ‘vierlandenpunt’, waar vier staten aan elkaar grenzen: Arizona, Utah, Colorado en New Mexico. Als je het een beetje handig aanpakt kun je daar met je voeten in vier staten tegelijk staan en die prestatie vastleggen met selfies. Dat doet daar iedereen, dus wij ook.

De tocht gaat verder naar Santa Fe in New Mexico. We proberen een lunch. Proberen, want goed eten en er bovendien lekker bij zitten is hier een probleem. Er is onderweg weinig keus, behalve dan die ketens, zoals McDonalds, Burger King, KFC en wat al niet meer. Totdat we een soort truckers-café zien, met redelijk veel keuze in de menu’s. Het is of je hier een film binnenstapt van een willekeurige Amerikaanse B-serie. Ik krijg koffie uit zo’n grote glazen kan. Eigenlijk warm water met een kleurtje. Koffie is eigenlijk ook een probleem hier. Behalve bij de Starbucks, waar je dan wel meteen 5 dollar neertelt voor een smakelijk kopje. Maar dat truckers-café had wel een heerlijke omelet. We rijden verder en het weer wordt slechter. Er ligt nog veel sneeuw langs de weg en de laatste 100 kilometer regent en sneeuwt het onafgebroken. We hebben wel een heerlijk hotel in Santa Fe, we blijven er twee dagen, maar de weersverwachting voor de komende twee dagen is slecht: regen en sneeuw. Maar we gaan er wel wat van maken. Wordt dus vervolgd. De foto’s staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157677140855917

Page

9 maart 2019

We rijden naar Page, in het uiterste noorden van Arizona, aan het Lake Powell op de grens met Utah. We rijden er vanaf de Grand Canyon heen, maar nemen nog even afscheid van de canyon door in het eerste stuk nog enkele viewpoints te bezoeken, waar we daags daarvoor niet aan toe waren gekomen. Iets voor de echte mannen, want het was ijskoud, rond het vriespunt, en het woei hard. Dus even de auto uit, snel een foto en weer de auto in. Ervan genieten doen we dan later wel. We rijden het park uit over de hoogvlakte naar het noorden. Door de wind komen we af en toe in zandstormen terecht, maar het levert ook wel weer bijzondere vergezichten op. We dalen geleidelijk en zo verandert ook het landschap. Eerst een hoogvlakte met kleinere canyons en later in de dalen ook steil oplopende tafelbergen, die aan ‘Monument Valley’ doen denken, die hier trouwens niet ver vandaan ligt.

Page ligt ook aan de Colorado River, er is een brug over de rivier en een stuwdam, waardoor het Lake Powell is ontstaan. Je hebt er een aantal prachtige viewpoints. Een daarvan is ‘Horseshoe Bend’, een scherp meanderende bocht van de diep lager gelegen Colorado River. Maar de hoofdattractie van Page is toch wel de ‘Antelope Canyon’, die alleen onder begeleiding kan worden bezocht en waarvoor dan ook de hoofdprijs moet worden neergelegd. Vooral als je op ‘prime time’ wilt, midden op de dag. En dat willen we, want het zonlicht valt dan prachtig op de rode wanden, die door de erosie van duizenden eeuwen een heel bijzondere vorm hebben gekregen. De excursie naar ‘Antelope Canyon’ wordt georganiseerd door de ‘Navajo-indianen’, die vooral in deze regio wonen. Voorafgaand aan de excursie wordt nog een regendans uitgevoerd, maar de danser had vooraf al aangeven weinig hoop te hebben dat zijn dans vandaag zou worden verhoord. Page is dus in trek bij toeristen, maar een gezellig centrum is er niet: brede straten, hotels, benzinepompen, fastfood tenten, parkeerterreinen en een shopping mall. Maar in die shopping mall vinden we toch een klein Japans restaurant, waar we twee keer heerlijk hebben gegeten. Want zo gaat het vaker: als je ergens goed kunt eten kom je er de volgende dag terug, desnoods meerdere dagen. Antelope Canyon was een fotografische uitdaging evenals de rest van Page trouwens. Het resultaat ervan staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157703969869432

Grand Canyon

7 maart 2019

Donderdag is de Grand Canyon bezocht. Ondanks het weer, want het was ijskoud met buien en een sterke wind. Onderweg wilden we een groepje elanden bekijken die daar langs en over de weg liepen. We hadden blijkbaar iets fout gedaan bij het parkeren langs de weg en we werden aangehouden door een ‘Park Ranger’. Hij bleef even op een afstandje staan van onze auto, dus ik stapte uit de auto om het gesprek te openen. Hij schrok daar blijkbaar zó van, dat hij hard tegen me te begon te schreeuwen dat ik terug in de auto moest. Hij kwam dichterbij, zei wat we volgens hem al twee keer fout hadden gedaan en hij moest paspoorten en rijbewijzen zien. “Aha…from Europe”. Toen kalmeerde hij en zei dat het bij ons misschien heel gewoon was om uit de auto te stappen, maar hier beslist niet. Hij bekende dat hij het heel bedreigend had gevonden dat ik uitstapte. Hij werd ineens een stuk vriendelijker, zei dat hij eigenlijk het recht had om een bekeuring uit te delen, maar liet het vervolgens bij enkele adviezen hoe de auto langs de weg te parkeren en wenste ons nog een fijne dag. Het incident heeft me wel nog de hele dag beziggehouden.

Maar de dag is ook besteed aan een wandeling langs de ‘south rim’ van de canyon. Ondanks de hagelbui in het begin, knapte het weer in de loop van de dag op. Over de canyon zelf zijn al boeken vol geschreven, dus daar valt nog weinig nieuws aan toe te voegen. De canyon heeft er tienduizend eeuwen over gedaan om de diepte te bereiken die hij nu heeft en het proces gaat nog steeds door. Volgend jaar is hij dus één millimeter dieper. We nemen afscheid van Richard, die donderdagavond met de bus teruggaat naar Phoenix. Wij reizen door naar het noordoosten. Het afscheidsdiner is een snelle hap en bestaat uit pizza in de food court van de canyon. Het valt op dat bejaarde mannen, van zeker ouder dan 70, hier de tafeltjes afruimen en schoonmaken. De verdiensten zijn minimaal, maar zijn voor hen pure noodzaak als aanvulling op hun pensioenvoorziening, áls ze die al hebben. Ze overnachten in houten cabines aan de overkant van het parkeerterrein en dat maandenlang. Een sociaal leven hebben ze veelal niet en als ze ontslagen worden verkassen ze gewoon naar een andere werkgever met soortgelijke secundaire arbeidsvoorwaarden. En zo proberen in Amerika miljoenen bejaarden op deze manier te overleven. De foto’s van de canyon staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157679228364518

Arizona

6 maart 2019

Vanaf Phoenix gaat de reis naar het noorden. Eerst nog door de volle lengte van de stad Phoenix en krijgen we zo’n beetje alle stadsdelen te zien: van ‘voornaam wonen’ tot ‘derde wereld’. Pas na 60 mijl (dus bijna 100 kilometer) hebben we het gevoel de stad uit te zijn. De route kruipt langzaam omhoog: Van Phoenix op 400 meter hoogte naar het noorden van Arizona, op ongeveer 2300 meter, waar we de volgende dagen zullen doorbrengen. En dat is aan de temperatuur ook te merken. Onze route loopt niet over de ‘Interstate-17’, maar ‘weg van de snelweg’, door een voormalig kopermijnbouwgebied. Stadjes van vergane glorie, met industrieel erfgoed, maar nu ontdekt door toeristen. Prescott is zo’n beetje het centrum ervan. Daar woonden ooit de grote mijnbouwbazen, die er met hun geld voorname villa’s hebben neergezet, die nu worden bewoond door mensen uit Phoenix, op zoek naar koelte en een ontsnapping aan de hete zomers daar.

We belanden in Prescott in een pro-Trump demonstratie en men loopt hier blijkbaar al warm voor de verkiezingen van 2020. Als ik lees wat daar allemaal op die borden staat, begin ik te vrezen dat een dialoog tussen de verschillende gedachtengoeden in het gepolariseerde Amerika nog heel ver weg is. Een ander dorpje is Jerome, wat mij betreft wel het mooiste, zowel wat betreft ligging in het landschap als het dorpje zelf. Rond 1960, toen de mijnen daar sloten, was het dorpje ten dode opgeschreven. Door de ondergrondse explosies in de mijnen bleek het zo’n 10 centimeter per jaar te zakken. Uiteindelijk stabiliseerde dat en werd het ontdekt door kunstenaars, die het dorp met hun winkeltjes en galeries revitaliseerden. Dinsdagavond belanden we in Sedona, beroemd om zijn zonsondergangen en -opkomsten en zodoende ook om de kleuren van de omliggende rotsen. Maar ondanks de stralende zonnige dag raakte het in de avond bewolkt en regende het de volgende ochtend zelfs een beetje. Dus van enige van de attracties van Sedona hebben we niet veel kunnen zien.

Verder is Sedona een spiritueel centrum geworden, omdat het een uiteinde is van ‘geo-magnetische’ lijnen, die door de aarde lopen. Dat blijkt als we een korte ochtendwandeling langs een van de rotsen maken. Nog nooit heb ik meer kerken en kapelletjes per vierkante kilometer gezien dan hier. Verderop lunchen we in Williams, ten westen van Flagstaff, aan de oude ‘Route 66’. Hier wordt de ‘route-66-cultus’ levend gehouden en zelfs een tikkeltje extra aangezet met rock ’n roll muziek uit de late 50’er, vroege 60’er jaren en relikwieën van de route uit die tijd. Elvis is hier blijkbaar een legende. Niet alleen in Williams, maar ook in de rest van Arizona en vermoedelijk in heel Amerika is de muziek zelf ook nog springlevend. Je kunt er geen café of restaurant binnenstappen, of het muziekgenre komt uit het behang. De Route-66 zelf, van Chicago tot Los Angeles, is eigenlijk al grotendeels verdwenen en vervangen door snelwegen. Maar men probeert nu te redden wat er nog te redden valt. Ik neem me trouwens al een hele tijd voor om die route nog eens te rijden, maar het is er nog nooit van gekomen. Maar het plan blijft op de bucket list. We overnachten in Tusayan, aan de rand van het ‘Grand Canyon National Park’. Daarover later meer. De foto’s van déze twee dagen staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157677051886217

Phoenix

4 maart 2019

Onze USA-reis zijn we begonnen in Phoenix (Arizona). Daar gaan we een paar dagen acclimatiseren en zijn te gast bij Richard, die daar woont. De heenreis verliep alleen niet helemaal vlekkeloos. We hadden een overstap in Minneapolis en je komt daar dan officieel de VS binnen, met alle formaliteiten van dien. Er werden ons vragen gesteld zoals wat we van elkaar zijn, bij wie we op bezoek gaan en hoe we die kennen. ‘None of your business’ denk ik dan, maar ik weet inmiddels dat het bij denken moet blijven en dat je dit allemaal braaf moet ondergaan. Bij een volgend loket word ik eruit gepikt en wordt mijn paspoort ingenomen. Ik mag plaats nemen in een andere ruimte, waar nog een aantal andere ‘verdachten’ zitten. Na drie kwartier ben ik aan de beurt en mag dan – onder toeziend oog van Trump, die daar aan de muur hing – nog een keer uitleggen wat ik in hun land kom doen en bij wie we op bezoek gaan. Ze moeten het exacte adres ervan weten, wat nog een keer gecheckt wordt, en uiteindelijk was het in orde en kreeg ik mijn paspoort terug. Ik vroeg nog wat eigenlijk het probleem was. Ze zeiden dat het nou eenmaal hun taak was om mensen te controleren en maakten me bovendien duidelijk dat het verder de bedoeling was dat zij hier de vragen stellen en niet ik. ‘Welcome to America…!!’.

Maar verder ging het goed en heb erg genoten van de heenreis aan het raam. Je komt bij Newfoundland binnen met heldere luchten en eindeloze sneeuw- en ijsvlaktes. Uren later, pas vlak voor Minneapolis komt er enige bebouwing, maar ook daar is het nog volop winter. Hoe anders in Phoenix. Hier gedraagt het weer zich naar verwachting met een heerlijke 25 graden. Eigenlijk zitten we in Laveen, een buitenwijk aan de zuidkant van de stad, midden in de woestijn. Phoenix zelf is een stad van tientallen kilometers lang en breed, met vrijwel alleen maar laagbouw en alleen in het centrum wat hoogbouw, dat ze hier down-town noemen, maar waar verder weinig mensen wonen. Men woont hier vooral in de laagbouw met grote huizen met dito tuinen. Geen gazons, maar mooie woestijnbegroeiing. Maar niet iedereen woont mooi en er zijn ook delen die eerder op de derde wereld lijken.

De stad is zo’n beetje even groot als een gemiddelde Nederlandse provincie en je rijdt er dus voor de kleinste dingetjes enorme afstanden. En als je dan de stad vanaf een heuvel van de bovenkant bekijkt, begin je je te realiseren dat elke maatregel om het gebruik van de auto terug te dringen hier bij voorbaat kansloos is. Behalve enkele buslijntjes is er geen openbaar vervoer. Treinen al helemaal niet. En als je je een auto kunt veroorloven ga je echt niet in een bus zitten, want de bus is voor de armen. Fietspaden zijn er ook niet en fietsen is met die enorme afstanden, vooral in de hete zomers die je hier hebt, onbegonnen werk. En verder is autorijden spotgoedkoop: de benzine kost hier een kwart van wat die in Europa kost. En nóg klagen ze hier over de hoge brandstofprijzen.

Zondag een uitstapje gemaakt naar ‘Tortilla Flat’, een uitspanning aan een meer in een gebied met kleurige bergen en veel cactussen. Helemaal warm werd ik daar van een muziek-bandje met Amerikaanse rockers uit de late 60’er, vroege 70’er jaren. Destijds in mijn studententijd erg populair, althans in mijn kringen. Ik heb er toen erg van genoten, maar het genre is bij ons een beetje vergeten. Hier niet en het lijkt wel of de tijd stil heeft gestaan. Ik had graag willen aanschuiven en er een couple of beers met ze willen drinken, zoals ze hier doen en wij vroeger deden. Maar dinsdag verlaten we Phoenix en reizen naar het noorden. Het was weer leuk hier, we zijn redelijk uitgerust van de reis en nu we er voor de derde keer zijn geweest, begin ik me er een beetje thuis te voelen. Mede dankzij onze gastheer Richard, waardoor we nu wél kunnen zeggen: ‘Welcome to America…!!’ Foto’s zijn er natuurlijk ook gemaakt. Die staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157707171444355

Oud-West

24 februari 2019

Oud-West, nog zo’n vooroorlogse volkswijk, die aan alle kanten onderhevig is aan de veranderingen die in Amsterdam gaande zijn. Aan de noordkant is er de Spaarndammerbuurt, die heel strak grenst aan de toekomstige Houthavens, waar het toekomstige wonen slechts is weggelegd voor de ‘happy few’ met wel een hele dikke portemonnee. De zuidkant van Oud-West is de laatste jaren sterk ‘ver-yupt’, met de komst van de Filmhallen, de clientèle daarvan, en allerlei andere hippe dingen die de Hallen met zich meebrengen. Aan de oostkant heb je dan de Jordaan die al een jaar of twintig geleden hetzelfde proces heeft ondergaan. Daar moet je ook wel de middelen hebben om er te wonen, maar die hebben ze natuurlijk overgehouden aan de verkoop van hun auto, waarvoor in de Jordaan echt geen plaats is.

Je kan er dus op wachten dat het karakter van het laatste nog ‘onaangetaste’ deel van Oud-West ook gaat veranderen. Dat zou eigenlijk ook niet zo slecht zijn, want niet alle delen van het oude Oud-West blinken – wat mij betreft – uit door stedenschoon. Wel hebben sommige delen nog het intieme karakter van kleine dorpjes, waar iedereen elkaar lijkt te kennen. Ook heb je er wel mooie ‘Amsterdamse School’ architectuur, maar vaak verwaarloosd en slecht onderhouden. Soms zelfs ook uitgesproken lelijke dingen, maar zelfs lelijke dingen kan ik vaak ook wel weer mooi vinden. Die veranderingen zijn trouwens al gaande, want er staan hier en daar al gloednieuwe wooncomplexen. Ook is er een aantal jaren geleden een knots van een moskee gebouwd, waar heel veel over te doen is geweest, maar die er uiteindelijk toch is gekomen. We gaan het in de komende jaren dus zien hoe het zich verder gaat ontwikkelen. Hoe de wijk er vandaag bij ligt staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157707145660524

Oud- en Nieuw-Zuid

15 februari 2019

Aangelokt door het schitterende voorjaarsweer nog maar eens een etappe gedaan uit het boekje met routes buiten de binnenstad. Deze keer in Amsterdam-Zuid, Oud- en Nieuw-Zuid, want dat schijnt te verschillen. En als toetje de Zuid-as. Toen ik in 1993 in Amsterdam een woning zocht, werd mij onder meer Zuid aanbevolen. Ik heb daar ook wel naar woningen gekeken, maar vond het – voor wat je ervoor kreeg – toen al behoorlijk aan de prijs. Ik ben er dan ook niet gaan wonen en uiteindelijk in de Plantagebuurt terecht gekomen, waar ik beslist geen spijt van heb gekregen. Later ben ik ook niet veel meer in Zuid geweest. Grote delen ervan zijn ontworpen door Berlage, met lange en brede straten en grote eenvormige wooncomplexen. Veelal Amsterdamse School, maar in de Apollo-buurt en bij het Vondelpark heb je ook wel wat voornamere villa’s en aan het water bouwsels die je als ‘goudkust’ zou kunnen kenschetsen.

Al met al is het wat betreft samenstelling wel zo’n beetje de deftigste wijk van Amsterdam. Nergens vind je meer groentejuweliers, dure kledingzaken en exclusieve soorten wijn. De geparkeerde auto’s zijn er ook gemiddeld in wat je noemt ‘het hogere segment’. Maar de wijk is goed onderhouden en alleszins het bekijken waard. Je kan zien dat er veel aandacht is besteed aan het behoud van de prachtige details, zoals bijvoorbeeld de voordeuren en het gevarieerde tegelwerk op de voorgevels. Aan het eind ook nog even een ronde gemaakt door de Zuid-as. Het domein van het grote geld en de dure advocaten. Hier doe je mee aan de rat-race en word je geleefd door de targets die van hogerhand worden opgelegd. Tropenjaren schijnen het te zijn, áls je het hier al een aantal jaren volhoudt.

Maar naast werken kan je er ook wonen. Nog steeds worden er, een beetje uit het zicht vanaf de Ringweg, kolossale wooncomplexen neergezet in – ik moet zeggen – beslist niet lelijke en in elk geval gedurfde architectuur. Nu zag het er met dit mooie weer natuurlijk ook prachtig uit, maar ik vraag me dan toch af hoe je woongenot is op winderige en regenachtige dagen. Want die heb je natuurlijk ook in Zuid. Ik bekijk dat soort wijken altijd met de vraag: “zou ik hier willen wonen?” Dan toch maar liever in de warmte, geborgenheid en gezelligheid van de binnenstad. En helemaal van de Plantagebuurt, waar ik deze maand met veel plezier precies 25 jaar woon. Maar foto’s maken kan je wél in Zuid. Kijk maar op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157689804929783

Oosterdok / Nieuwmarkt

14 februari 2019

Ineens lijkt het wel voorjaar en nogmaals heb ik het bekende rondje over het Oosterdok gedaan. Twee keer eerder heb ik geprobeerd om op het dakterras van het NEMO te komen, maar beide keren was het om onduidelijke redenen dicht. Gelukkig niet deze keer. Maar voor foto’s richting stad valt het daar toch tegen. Recht tegen de lage zon in, en voor de beeldbepalende gebouwen is het licht dan toch te ongunstig. Wel kan je daar de ‘Booking.com’ bouwput goed zien. Ook het Chinese bootrestaurant komt vanaf daar goed in beeld met nu toch wel een heel groot contrast met de glanzende gevels van het Oosterdokseiland. Terug door de Nieuwmarktbuurt. Als je goed kijkt krijg je het idee dat de grachtenpanden op de Geldersekade eigenlijk niet meer zelfstandig kunnen staan, maar een beetje scheefgezakt tegen elkaar aan staan te leunen. Deze week kwam in het nieuws dat het in de stad nog een heel probleem gaat worden om enerzijds tientallen kilometers kademuren te herstellen en tegelijkertijd ook de zwakke fundering van sommige panden aan te pakken. Op de terugweg is het Waaggebouw niet te vermijden, een van de meest gefotografeerde gebouwen in de stad. Alleen nog niet door mij. Bij deze dus. Evenals de rest van wat ik tegen kwam:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157689709650823

Amsterdam-Noord

3 februari 2019

In deze tijd van het jaar moet je geluk met het weer hebben als je iets buiten wilt ondernemen. Want vaak is het donker en grijs. Behalve zondag, waarvoor de voorspellingen ineens goed waren, die bovendien nog uitkwamen ook. Dus vroeg weg in de ochtend voor weer een wandeling en dan is het licht met de nog lage zon prachtig. De tocht ging deze keer door Amsterdam-Noord, in veler ogen toch geen echt Amsterdam. Maar dat verandert rap. Sinds de komst van het filmmuseum EYE, het gebied rond de A’DAM-toren, de komst van de Noord-Zuidlijn en de populariteit van de NDSM-werf hoort Noord er nu helemaal bij. Je merkt het ook aan de drukte op de ponten naar Noord. Vroeger, toen er nog geen oeververbindingen waren had je daar kleine – van de stad tamelijk geïsoleerde – dorpjes, zoals Buiksloot en Nieuwendam. Nu maken ze weliswaar al bijna honderd jaar deel uit van de Gemeente Amsterdam, maar hebben toch hun karakter behouden.

Mijn indruk is dat die fraaie dorpjes nu worden bewoond door het hippe volkje uit de stad en vindt er een renovatie-slag plaats met mooi opgeknapte kleine huisjes in felle kleuren. In de 20’er en 30’er jaren zijn er de zg. ‘tuindorpen’ gebouwd, elk met een eigen en eenduidige architectuur. Meestal lage en kleine huizen, soms ook met een bovenverdieping die over de weg heenloopt. Tegenwoordig is er weer veel nieuwbouw, nu hoger, maar beslist niet lelijk. Wel veel franse balkonnetjes, waarvan ik vroeger dacht dat dat iets heel sjieks was. Opvallend vond ik de hoeveelheid groen in de wijk. Niet zomaar wat struiken langs de weg, maar twee keer liepen we door een heus bos. Nog niet echt Veluwe natuurlijk, maar in Amsterdam vinden we dit al heel wat. Het leuke was verder dat je hier en daar ook al tekenen van het voorjaar zag. Na twee donkere maanden zijn dat toch ook wel weer hoopvolle tekenen. Al met al vind ik Noord een heel veelzijdige en ook gemêleerde wijk, waarvan ik wel denk dat die in de komende tien jaar nog flink zal veranderen. Ten goede, zullen we dan maar hopen. De tussenstand staat op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157703078361212

Muiden

21 januari 2019

Maandag de laatste etappe van de wandel-driedaagse gelopen. Zo vroeg in het jaar al, maar dat kwam door het voor januari uitzonderlijke goede weer, waardoor ik ineens heel vroeg uit de wandelwinterslaap was gekomen. Deze laatste etappe was met René, met wie ik een stuk van de LAW-8, het Zuiderzeepad, heb gelopen. Dat Zuiderzeepad wordt in het begeleidende boekje ‘het gouden hart van Nederland’ genoemd. Het begon al met de aanloop op de Geldersekade, waar de grachtenpanden mooi in het water spiegelden. Nou zie je dat wel vaker, maar zo mooi als vandaag krijg je ze niet zo vaak. De route liep verder door en langs IJburg, de nieuwe wijk op het in 2001 opgespoten eiland. Eerst dóór IJburg, waar de bewoners zo te zien de vrije hand hebben gehad in de architectuur. Sommige bouwsels zijn daar wel héél erg door persoonlijke smaak tot stand gekomen. 

Verderop onderlangs IJburg over de Diemerzeedijk, een onbewoonde strook tussen Diemen en IJburg. Het domein van fietsers en joggers. En zo te zien ook van konijnen. Vanaf de Diemerzeedijk kun je de goudkust van IJburg goed bekijken. Hier grote villa’s aan het water, in bijna alle gevallen met een boot(je) voor de deur. Al met al vind ik IJburg een mooie wijk geworden. Er wonen inmiddels 25.000 mensen op het eiland en het is de bedoeling dat het er nog veel meer gaan worden. Je kunt alleen maar op het eiland komen via twee tweebaanswegen en een tram, dus dat lijkt me uiteindelijk vragen om files. Als die er in de spits nu al niet zijn. Aan de zuidoostkant houdt het plotseling op en kom je in een soort niemandsland aan de oever van het Amsterdam-Rijnkanaal. Zo te zien nog een klein rafelrandje, en als je even door de halfbevroren modder loopt heb je een fraai zicht op het kanaal en de toch wel erg grote schepen die er voorbijkomen. En op de grote elektriciteitscentrale van Muiden.

Dit stuk lijkt me niet echt tot het ‘gouden hart van Nederland’ te horen, maar ik vind het toch leuk en beschouw het maar als een soort erfgoed. Verderop heb je dan wel weer de goudkust van Muiden. Nu woont er nog niemand, maar zo te zien gaat dit een nieuwe wijk worden en de eerste woningen, eigenlijk meer villa’s, zijn bijna klaar. Hier heb je een wel héél fraai uitzicht over het IJsselmeer. Links in de verte de vage contouren van Durgerdam en Volendam. Iets dichterbij Pampus en voor de rest, zo ver je kunt kijken, alleen maar water, waardoor het net een echte zee lijkt. Alleen heeft de schoonheidscommissie even niet opgelet, toen er voor de deur van het Muiderslot ineens een jachthaven kwam. De camera heeft dit alles vastgelegd op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157678067062058