De zomer is al volop aan de gang, maar er was dit jaar nog steeds niet een beetje serieus op de fiets gezeten. Voor een deel kwam dat door de vakantie in maart, het super-koude en natte voorjaar en een hardnekkige schouder- nekblessure, die zelfs al één kilometertje fietsen tot een pijnlijke aangelegenheid maakte. Maar de kou, de nattigheid en de blessure zijn voorbij en het seizoen kon dus met René in stijl worden geopend met een tocht van Utrecht naar Rhenen. Vorig jaar waren we van Zwolle naar Rhenen gefietst, dus lag het voor de hand om nu ook maar weer in Rhenen te beginnen. Maar door de plotselinge zuidwestenwind en natuurlijk ook onze flexibiliteit is de route op het laatste moment nog omgedraaid en zijn we in Utrecht begonnen.
Achteraf een gelukkige keuze, want de tocht werd gaandeweg mooier, voor wat betreft natuurschoon, de zon en de richting van de wind. Het eerste stuk van Utrecht naar het zuiden richting Lek is wat betreft natuurschoon niet het mooiste stukje van Nederland. Onderweg veel waterwegen, sluiscomplexen en restanten van de Hollandse waterlinie. Bovendien een kaal landschap met af en toe toch nog tegenwind bij een bewolkte hemel. Maar voor de liefhebbers van (erfgoed van) waterbouwkundige werken is dit gebied bepaald een aanrader.
Maar eenmaal bij de Lek aangekomen veranderde de sfeer. Het landschap werd anders, bovendien brak de zon door en dan komt het rivierenlandschap goed tot zijn recht. Verder kregen we daar de wind in de rug, wat de tocht extra aangenaam maakte. Het enige “minpuntje” was dat we op het laatst nog wel even de 70 meter hoge Amerongse Berg moesten ‘beklimmen’. Maar daar kwam wel weer even het oude gevoel terug hoe het ook al weer was om een helling op te rijden. De fietstocht is aan de oever van de Rijn prettig afgeblust met een lekker koud biertje en een voedzame maaltijd. De indruk van het onderweg zijn staat op:
Het Twiske is een ideale bestemming als je een kort rondje van hooguit twee uurtjes wilt fietsen. Er ligt een grote recreatieplas en daar kun je in die tijd comfortabel omheen fietsen. Comfortabel, zodat je ook nog wat tijd hebt om dat natuurgebied in je op te nemen. Dat is weliswaar aangelegd, maar je ziet daar na meer dan veertig jaar inmiddels de tand des tijds, waardoor het toch een wat meer doorleefd karakter krijgt. Vooral in deze tijd van het jaar is het er fraai als de bomen al vol in het jonge groen staan en de zon hoog in de strakblauwe lucht schijnt. Ook draaf ik er af en toe mijn hardlooprondjes en neem – als het kan – na afloop een plonsje in het water. Dat is alleen nu nog wat koud, dus om er te zwemmen is later in de zomer iets beter.
Eigenlijk een wonder dat het Twiske nog niet echt ontdekt is door de Amsterdammers, die blijkbaar toch de voorkeur geven aan het overvolle Vondelpark of de Gaasperplas, die vanuit de stad inderdaad wat beter bereikbaar zijn. Voor het Twiske moet je natuurlijk eerst met de pont het IJ over en dan nog een heel stuk door Amsterdam-Noord. Misschien is dat een barrière, want Noord was ooit een vergeten stadsdeel dat er niet echt bij hoorde. Maar nu ontwikkelt zich daar – mede door Noord-Zuidlijn – een heel nieuwe stad. Elke keer als je er langs komt staan er weer nieuwe gebouwen en nog hogere bouwkranen. Maar als je de Ringweg eenmaal voorbij bent, ligt de stad ver achter je en sta je ineens in de polder, waar je eindeloos ver kunt kijken over de vlakke weilanden en de huizen in Zaanse kleuren. En op de terugweg sta je oog in oog met de grote cruiseschepen, die op het punt staan te vertrekken voor de nachtelijke tocht naar de volgende Europese bestemming. Hoe dat alles er bij lag op deze prachtige junidag staat op:
Onderweg met de fiets naar de volkstuin van René aan de overkant van het IJ: een stukje van amper drie kilometer, en ineens realiseerde ik me hoeveel er eigenlijk alleen al in dát stukje van de stad opgebroken is. Tegelijkertijd realiseerde ik me ook dat dat al zo is zolang ik hier woon en het me eigenlijk niet meer opvalt. Mij hoor je niet klagen trouwens, want het hoort er nu eenmaal bij. Hoewel je vraagtekens kunt zetten bij de efficiëntie als bepaalde kruispunten voor de zoveelste keer worden ge-herprofileerd. Maar goed, waar gehakt wordt vallen spaanders. En er komt ook wel eens een keer iets écht af. Zoals onlangs de bestrating rond het nieuwe hoofdkantoor van Booking.com, waardoor er ineens ook een nieuw fietspad is bijgekomen. En de boulevard aan de achterkant van het Centraal Station, die uitnodigt tot staren over het water, wat uit te rusten of in alle rust bezig te zijn met je mobieltje. En het moet worden gezegd: dankzij al die opbrekingen en ondanks hier en daar vast wel eens een miskleun in de planning, ziet de stad er een stuk beter uit dan zo’n dertig jaar geleden toen ik hier kwam wonen. Wat je zoal tegenkomt onderweg naar de volkstuin, staat op:
Het icoon van Parijs is de Eiffeltoren, die je – overal in de wereld waarin Parijs wordt genoemd – ziet afgebeeld. Ooit ben ik er eens op geweest, maar dat was nu niet het plan. Want ergens in een lange rij staan voor iets waar ik ooit al eens ben geweest en eigenlijk ook niet heel bijzonder is, dat moest ik maar niet meer doen. Wel heb ik toen ook onder de toren door gelopen en heb me verbaasd over de constructie en de perspectieven die je daar kunt zien. Het leek ons dus een goed idee om dat met de camera nog eens te doen. Maar hoe naïef bleek die gedachte..! Je kon niet eens in de búúrt van de toren komen, behalve als je een vooraf geboekt toegangsbewijs had. Maar ook van wat verderaf, waren er toch wel fraaie perspectieven te zien en heb ik me, ook vanaf een afstand, verbaasd hoe ze 140 jaar geleden zo’n stalen constructie konden bouwen en in al die jaren roestvorming hebben kunnen tegen gaan.
De Notre Dame is nog zo’n icoon. Grote delen van het interieur zijn in 2019 door brand verwoest, en men stelt nu alles in het werk om de kerk nog voor de Olympische Spelen heropend te krijgen. Ook daar kon je niet echt dichtbij komen, maar een ingerichte expositie gaf toch een mooi beeld hoe het werk vordert en hoe het er volgend jaar uit gaat zien. Een andere kerk in Parijs is de Sacre Coeur. Wat betreft het interieur van de kerk niet héél bijzonder, maar desondanks is de omgeving van de kerk overlopen met toeristen. Niet zozeer voor de kerk, maar meer voor de ligging en het uitzicht over de stad, dat door de ongunstige stand van de zon trouwens óók nog niet eens zo heel bijzonder was.
Maar het mooiste perspectief, en wat mij betreft zeker ook iconisch, is het zicht over de Champs Elysée op de Arc de Triomph en daarachter de hoogbouw van La Défense met op de voorgrond de obelisk van de Place de la Concorde. En dan natuurlijk de stad zelf, met op elke hoek van de straat weer mooie en voor Parijs sfeerbepalende beelden. Die je eigenlijk alleen kunt zien als je alles in de stad te voet aflegt. Tussendoor, in twee ochtenden, ook nog het zwemtournooi van Marcel bezocht, de eigenlijke aanleiding van ons tripje naar Parijs. De stad en zijn iconen zijn in beeld gebracht op:
Marcel had een zwemtournooi in Parijs, een mooie aanleiding dus om er weer eens heen te gaan. Hoewel je voor een stad als Parijs niet eens zo’n aanleiding nodig hebt. De stad staat helemaal in het teken van de voorbereiding op de Olympische Spelen en wordt dan ook flink onder handen genomen. Als je zou komen voor de toeristische highlights was dit misschien niet het goede moment. Want niet alleen de metro en de treinstations, maar ook veel gebouwen zijn aan het oog onttrokken en bedekt met steigerwerk. Nu snap ik waarom Olympische Spelen miljarden moeten kosten. Want het zijn natuurlijk niet alleen de Spelen zelf, maar ook het voor de hele wereld in de kijker zetten van Parijs. Dat rechtvaardigt al die grondige renovatiewerken in de stad, die het allemaal zo duur maken. Want hoe moeilijk kan alleen het organiseren van sportwedstrijden nou eenmaal zijn? Vooral voor een land als Frankrijk (en trouwens ook Nederland) dat al de nodige ervaring heeft en waar ook al veel faciliteiten beschikbaar zijn.
Sponsors blijken ook een flink deel van de rekening te betalen. Dat beroemde gebouwen zijn bedekt met steigerdoek is nog tot daaraan toe, maar om nou het prachtige operagebouw helemaal te bedekken met een doek van het parfummerk Chanel, dat gaat toch wel wat ver, lijkt me. Doe dan een steigerdoek met een nep-gevel, waar je tenminste nog een indruk hebt hoe het er ooit uit heeft gezien of in de toekomst uit gaat zien. Maar ondanks de renovatie, en ondanks Chanel en al die andere uithangborden van puissante luxe, valt er nog genoeg te zien en genieten. Want de stad doe je vooral wandelend of slenterend en dan komen de bezienswaardigheden vanzelf op je af. Een extra bonus was nog wel het voor de afwisseling ineens prachtige weer met vier dagen onafgebroken zon met aangename temperaturen. Een indruk van de eerste twee dagen staat op:
Mechelen: de bestemming van het al bijna traditionele uitje met de ouders van Marcel. Twee volle dagen hadden we ervoor uitgetrokken. Ik had van tevoren bedacht dat één dag misschien wel genoeg zou zijn voor een stad van hooguit 80 duizend inwoners. Maar dat pakte anders uit. Aan het eind van die twee dagen hadden we nog steeds niet alles gedaan wat we eigenlijk hadden willen doen. Het weer toonde nog steeds het grillige karakter dat het inmiddels al maandenlang doet. Vrijdag zwaarbewolkt, fris, af en toe lichte regen en midden op de dag, en – gelukkig net tijdens de lunchpauze – een plensbui. Maar zaterdag uitbundig lekker weer, volop zon en eindelijk die dikke truien uit.
Beide dagen zijn gevuld met wandelen. Eigenlijk slenteren, want hoewel het lokale VVV had aangegeven wat er allemaal te zien is, blijkt ook nu maar weer dat het VVV de leukste dingen juist niét had opgemerkt. Tenminste als de camera mee gaat en je de dingen probeert te zien met een fotografisch oog. Centraal in de stad ligt de Sint-Romboutskathedraal met zijn grote stompe toren. De Poolse paus Johannes Paulus II was er ooit en merkte op dat de toren niet af was. Maar omdat er destijds elders in Europa torenspitsen waren ingestort hebben ze er in Mechelen maar van af gezien. Gelukkig maar, want toen was er ineens ruimte voor een speciaal bezoekersplatform, vanaf waar je niet alleen de stad Mechelen, maar zelfs Brussel kon bekijken. Na twee dagen slenteren waren de benen moe en wat kan je dan beter doen dan lekker onderuit zitten tijdens een boottochtje over de Dijle, afgeblust met een Belgisch biertje en lekker eten op een zonnig terras. Hoe de twee Mechelse dagen eruit zagen staat op:
Woensdag is met René het wandelritme maar weer eens opgepakt. Tot voor enkele jaren wandelden we geregeld, maar de gewoonte was na corona een beetje ingezakt. Maar woensdag was het, wat betreft het weer, een uitgelezen dag, dus wandelschoenen aan en met de trein naar Hilversum voor een voettocht naar Hollandsche Rading. Met René moet je wat betreft afstand het ambitieniveau niet al te hoog leggen. Niet dat we geen langere afstanden aankunnen. Maar goed kijken en fotograferen kost nou eenmaal ook tijd. Dus een tochtje naar Hollandsche Rading, halverwege Utrecht, leek ons haalbaar. Heel afwisselend, eerst een stuk door niet de minste buurten van Hilversum en daarna door de bossen van het Gooi naar Hollandsche Rading.
De Emmastraat in Hilversum moet ooit een katholiek bolwerk zijn geweest. Aan het begin de kolossale St.Vitus kerk en even verderop het vroegere gebouw van de KRO. De omroep moet zich daar dus helemaal hebben thuis gevoeld. Op de gevel van het gebouw staat nog het logo dat zo’n zestig jaar geleden gevoerd werd. Maar de kerk is leeggelopen en het omroepgebouw staat ook leeg. De KRO zal ongetwijfeld ook zijn verhuisd naar het nieuwe Mediapark. De straat is nu meer een ‘grote-geld’-bolwerk geworden en is het domein van advocaten en notarissen, want een normaal mens kan zich deze statige panden niet meer veroorloven. Geen wonder dat het nu ook de autodealers in ‘het hogere segment’ zijn om zich hier thuis te voelen.
Maar vanaf het treinstation Hilversum Sportpark kom je in een andere wereld. Vanaf daar is het een bosgebied. En ook hier laten ze omgevallen bomen en het sprokkelhout gewoon liggen, wat weer goed schijnt te zijn voor de biodiversiteit. Ziet er wat rommeliger uit, maar de natuur vaart er wel bij. Zelfs onder het viaduct van de A-27 hebben ze daaraan gedacht. Onder dat soort viaducten is het meestal een rafelrandje, maar nu zijn daar heel bewust boomstronken neergelegd om de biodiversiteit onder en aan weerskanten van het viaduct te bevorderen en bovendien om doorgang te verschaffen voor allerlei dieren. Na tien kilometer en vier uur verder dook het stationnetje van Hollandsche Rading op voor de terugreis. De Gooise indrukken zijn samengevat op:
Elk jaar verzin ik wel weer een reden om op Koningsdag (en vroeger Koninginnedag) niet in de stad te hoeven zijn. Maar dit jaar kon ik geen reden verzinnen en bovendien moesten er in huis ook nog allerlei dingetjes worden gedaan. Dus we konden niet om Koningsdag heen. Temeer daar al om tien uur in de ochtend bij ons achter de eerste luidruchtige boenke-boenke-boenke boten voorbij kwamen. Dus, toen de huiselijke karweitjes waren gedaan, en het ineens ook niet meer zo héél slecht weer was, besloten we om ons maar eens in het gedruis te storten. Nou ja, eigenlijk meer een wandeling door het gedruis te maken. Want het is altijd leuk om te zien hoe mensen uitbundig plezier kunnen maken. En ook met een vaag plan om ergens op een terrasje gezellig wat te gaan drinken. Dat laatste is alleen niet gelukt. Tegelijkertijd probeerde ik me in te denken wat ik hierover in hemelsnaam zou moeten schrijven. Gelukkig ging de camera mee, want in dit geval zeggen beelden meer dan woorden. Maar na drie uurtjes wandelen was het wel genoeg, het gezellig wat drinken deden we thuis wel en nu weet ik ook weer waarom ik toch maar beter op Koningsdag de stad kan verlaten. Kijk, huiver en geniet op:
Bezoek uit het buitenland. Wat kan je dan, behalve natuurlijk een boottocht over de grachtengordel of een bezoek aan een van de musea, beter doen dan een toertje rond het IJsselmeer? Succes verzekerd…! Vooral in april, want dat is het bollenseizoen. Die bollen en dan natuurlijk de bloeiende tulpen zijn niet alleen te zien in de ‘Bollenstreek’ rond de Keukenhof, maar steeds meer ook in de Kop van Noord-Holland. Daar is meer ruimte en de grond is er blijkbaar net zo geschikt voor. Wel waren we naar verluid een weekje te vroeg en zou het hoogtepunt van de bloei daar net ietsje later zijn dan in het gebied rond de Keukenhof. Er is in ‘de Kop’ meer wind en de temperatuur zal daar een graadje lager zijn.
Niettemin viel er op dat gebied veel te zien en ons buitenlands bezoek viel van de ene verbazing in de andere. De fotoserie, die hij dezelfde avond nog richting Amerika stuurde, kon de volgende dag dan ook rekenen op een hoog ’waauw’-gehalte. We realiseren het ons amper, maar kennelijk is die overvloed aan gevarieerde kleuren toch wel iets bijzonders. Ook de Afsluitdijk is dat eigenlijk wel, maar daar is nu groot onderhoud en de gebruikelijke stop bij het ‘Monument’, waar ooit de dijk werd gedicht, was nu even niet mogelijk. We hadden wat lang in die bollenstreek rondgereden en er bovendien veelvuldig uitgestapt, dus kwam Friesland er met een bezoekje aan Makkum en Hindeloopen, ook wat betreft de fotografie, deze keer wat bekaaid vanaf. Maar de bloemen zijn alleen in april te zien en Friesland kan het hele jaar nog. Vandaar de deze keer wat selectieve fotoserie op:
De fotoclub is na een wel héél lange winterslaap weer eens bij elkaar gekomen. Slecht weer en allerlei andere redenen hadden voor deze lange pauze gezorgd. Maar donderdag kwam het er eindelijk van. Niet dat het nu meteen goed weer was, maar wéér opnieuw uitstellen was een brug te ver. Deze keer was het doel Amersfoort. Met de opdracht om in anderhalf uur een fotoserietje te produceren voor latere bespreking in de groep. Amersfoort is een mooie stad met een middeleeuwse en dus ook fotogenieke kern. En meteen het geografische centrum van Nederland, met als echte officiële centrale punt de spits van de Onze Lieve Vrouwetoren.
Anders dan in veel andere Nederlandse steden zijn de grachten behouden, maar – helaas – zijn veel stadswallen vervangen door singels en parken. Dit om het groeiende autoverkeer op te vangen. Want door de centrale ligging in Nederland heeft de stad veel economie naar zich toegetrokken. Vooral te zien rond het station waar die economie zich heeft geconcentreerd. Maar de architectuur van de vroegere kern is in het centrum grotendeels bewaard gebleven, hoewel de wat grotere doorgangswegen in het centrum – evenals in veel andere steden – zijn ingenomen door de bekende winkelketens en er dus ook niet mooier op zijn geworden. Toch is de stad alleszins de moeite waard om er een paar uurtjes rond te lopen, al was het alleen maar omdat Piet Mondriaan er is geboren en de symboliek daarvan her en der in de stad te zien is. Het geproduceerde serietje staat op: