Al jaren neem ik me voor om eens mee te doen aan de halve marathon in Eindhoven. Maar elke keer waren er blijkbaar doorslaggevende redenen om niét mee te doen. Behalve deze keer. Oktober is altijd wel een risico voor wat betreft het weer. Het kan waaien, regenen, koud zijn of zelfs alle drie tegelijk. Maar het kan ook zonnig en warm zijn, zoals deze keer met zo’n 23 graden. Ideaal dus. In de ochtend waren de échte lopers aan de beurt, die de hele marathon van 42 kilometer uitliepen. Ik kon ze fraai in beeld brengen op een punt zo’n 6 kilometer na de start, toen iedereen er nog fris bij liep, maar waar zich al wel met afstand een kopgroep had geformeerd met – zoals gebruikelijk – uitsluitend Afrikanen. Daarna de massa, iedereen met verschillende gezichtsuitdrukkingen, verwachtingen en gedachten. Om half twee was ‘de halve’ aan de beurt met zo’n 7.400 deelnemers.
Ik ben eigenlijk niet dol op zulke massale evenementen, maar de organisatie liep gesmeerd en de ouders van Marcel waren zo vriendelijk om mij bij de start af te zetten en mij bij de finish weer op te halen. Allemaal tegelijk starten kan natuurlijk niet, dus er waren startvakken en bij de echte start moest je nog door een soort van zandloper, zodat je daarna niet meer hoefde te wandelen. De sfeer was verder geweldig met de Brabantse gezelligheid, dweilorkesten en standjes met snoeiharde techno-muziek langs de kant. En bier natuurlijk. De eerste 15 kilometer gingen nog wel goed maar daarna kwamen weer de momenten dat je je begint af te vragen waarom je dit eigenlijk allemaal doet. Maar in de laatste twee kilometer word je door rijendik publiek naar de finish ‘gedragen’, en toen ik met de plak bij de finish zat uit te blazen wist ik weer waarom ik dit eigenlijk allemaal doe. De fotoserie is er gekomen mede dankzij Marcel, die de foto’s van ‘de halve’ heeft verzorgd. Kijk maar op:
Een familiebezoekje aan Groningen is aangegrepen om – ondanks het slechte weer – nu ook eens ‘het Hoge Land’ ten noorden van de stad Groningen en meteen het uiterste noorden van Nederland te bezoeken. ‘De Stad’, zoals ze daar de stad Groningen noemen, ken ik wat beter. Het is in Nederland een bovengemiddeld mooie en prettige woonstad, maar de rest van de provincie is voor mij nog enigszins ‘terra incognita’. ‘Het Hoge Land’ is eigenlijk een wat misleidende naam. Het land is zo plat als een dubbeltje, er is weinig begroeiing en ik kan me dan ook niet voorstellen dat het ver boven het N.A.P. ligt. Er liggen her en der knotsen van boerderijen, met enorme lappen grond er omheen, afgewisseld met kleine dorpjes, met een kerkje als notoir middelpunt. Die kerkjes liggen veelal op ‘wierden’, lichte verhogingen in het landschap, die door het vlakke land en de schaarse begroeiing meteen opvallen.
En als je er bovenop staat kijk je nog veel verder over het Hoge Land. Opvallend vond ik ook het flinke stuk gras om die kerkjes, dat daar meteen dienst doet als het lokale kerkhof. De huizen in de dorpen zijn vaak klein, maar er zijn ook herenhuizen, eigenlijk grote villa’s. Appingedam vond ik eigenlijk wel een pareltje. Daar hebben ze het probleem van de beperkte ruimte in de huisjes opgelost door keukens uit te bouwen boven de grachten. En er meteen een toeristische attractie van gemaakt: ‘de hangende keukens’. Het is ook het gebied van de aardbevingen. Ondanks de beeldvorming dat er niks aan schadeherstel gebeurt, heb ik toch wel de indruk dat er het een en ander aan reparatie gaande is. Maar het is natuurlijk onmogelijk om daar in twee uurtjes een objectief beeld van te krijgen. Al met al een mooi bezoekje aan een toch wel on-Nederlands stukje Nederland. Ondanks de regen is er toch een foto-serietje gekomen op:
Regelmatig bezoeken we de twee Amsterdamse fotomusea Foam en Huis Marseille. Erg laagdrempelig, je loopt er met je museumkaart zo naar binnen en er zijn wisselende tentoonstellingen. Niet alles spreekt mij evenveel aan, maar je komt er eigenlijk altijd wel met wat nieuwe inspiratie vandaan. Deze keer liepen we bij Foam naar buiten, het had net geregend, er hingen donkere wolken en er kwam aan het eind van de middag een waterig herfstzonnetje tevoorschijn, waardoor de stad er erg fraai bij kwam te liggen. Gelukkig had ik, zoals meestal op dat soort korte wandelingetjes, de camera bij me en gevoed met de opgedane inspiratie kon ik het niet laten om – in amper een halfuurtje – nog maar eens een Amsterdams fotoserietje te produceren. Toegegeven, het zijn soms de bekende plaatjes, maar als je met je eigen foto-ogen naar de stad, de bewoners en bezoekers gaat kijken, zie je toch altijd weer nieuwe dingen en valt het nog maar weer eens op wat voor een prachtige stad dit eigenlijk is. Het resultaat staat op:
De Rijp: dit dorp was uitgekozen als doel van een uitstapje van de fotoclub. Met als bedoeling om in anderhalf uur een fotoserietje te produceren van dat dorp. Die anderhalf uur viel precies tussen twee plensbuien in, dus dat was geluk hebben. Het dorp ligt halverwege Amsterdam en Alkmaar, midden in de polder. Strak vlak land, omgeven door veel water en keurig aangeharkt. Eigenlijk is het meer een museum. Het moet zoveel mogelijk lijken op een dorp, zoals dat er enkele eeuwen geleden moet hebben uitgezien. Weliswaar met moderne voorzieningen, neem ik aan, maar die zijn wat meer aan het oog onttrokken. Dus winkels met ouderwets gespelde namen en huisnummers in prachtig geschilderde sierletters. In de lokale uitspanning is de muur geplaveid met nostalgische gebruiksvoorwerpen uit vervlogen jaren.
Verder één en al keurigheid. Het is een komen en gaan van bruidsparen, die hun onvergetelijke dag willen vastleggen tegen deze onvergetelijke achtergrond. Het enige wat nog ontbreekt zijn de souvenirwinkels, maar je hoeft maar naar Volendam of Marken te kijken om een idee te krijgen wat dit dorp mogelijk nog verder boven het hoofd hangt. Het is de vraag wat de bewoners van dit alles vinden. Ongetwijfeld voelen ze zich hier thuis, anders hadden ze er niet gewoond. Maar ook ongetwijfeld heeft de schoonheidscommissie hier het nodige in de melk te brokkelen, hetgeen de vrijheid van de bewoners dan weer wat inperkt. De Rijp: prachtig dorp, maar was toch weer blij terug te keren naar het tikkeltje minder keurige Amsterdam. Het fotoserietje staat op:
Dát was nog eens een mooie uitsmijter van de zomer in die laatste dagen van augustus. Terwijl de dagen al merkbaar korten en je aan de lagere zon en het vroegere donker duidelijk merkt dat de herfst eraan zit te komen, perste de toch al mooie zomer er nog een fraai slotakkoord uit. Eigenlijk had ik al afscheid genomen van Zandvoort, maar er zijn alsnog een paar bezoekjes afgelegd. Recht tegenover het station liggen ze hutjemutje, maar als je de moeite neemt een halfuurtje te lopen heb het strand voor je alleen. Maar sinds kort is er daar wat veranderd. Als je over het strand wandelt richting Noordwijk, word je op een bepaald punt geacht het strand te verlaten en over een kilometer of twee je weg door de duinen te vervolgen.
Dat is bedoeld om ruimte op het strand te geven aan de zeehonden, die je er inderdaad af en toe ziet. Maar er is geen mens die zich eraan houdt, want wie wil er nou op een snikhete dag door de duinen lopen zonder af en toe in de zee af te koelen? Verder waren de duinen toch altijd zo kwetsbaar en nu mag (en zelfs moet) je er doorheen lopen! Ik moet dus nog maar zien of dat nieuwe beleid, verzonnen op de burelen van de gemeente, stand gaat houden. Ze hebben zelfs een ontzettend creatieve nieuwe naam voor het gebied bedacht: Noordvoort. Zandwijk had natuurlijk ook gekund. Toch maar eens een kijkje genomen op dat duinpad en ik moet zeggen dat het een fraai landschap is met mooi uitzicht richting Noordwijk en zelfs Den Haag in de verte.
Naast zeehonden heb je er ook herten. Je ziet ze vooral aan het eind van de middag over de duintoppen lopen. Het schijnt zelfs een plaag te zijn, want ze komen ook in het dorp en ze steken zonder uit te kijken de weg en zelfs het spoor over. Fosfor is onze favoriete uithangplek voor het eind van de dag. In tegenstelling tot de gelikte en grootschalige strandtenten met dito publiek in het centrum is Fosfor kleinschalig en wat rommelig, ook met dito publiek, en juist daardoor erg gezellig. We krijgen een dikke zoen van de eigenaresse als we melden dat zaterdag écht de laatste keer was dit jaar en we haar bedanken voor alle goede zorgen. Afscheid van een prachtige zomer in Zandvoort met de laatste plaatjes op:
Vrijdag nog maar een eens keer naar het NDSM-terrein geweest. Aan het eind van de zonnige middag, zodat voor de fotografie het licht op zijn mooist is. Het was alweer even geleden dat ik er was geweest. En er was weer veel veranderd, zodat het toch wel nodig is om er regelmatig heen te gaan, wil je het een beetje bijhouden. Alleen al de bootreis erheen is de moeite waard. De noordoever links van het EYE is inmiddels in een goudkust veranderd en overal staan bouwkranen die nog meer woontorens uit de grond gaan stampen.
Aan de linkerkant van het punt waar de pont afmeert wordt ook veel gebouwd, maar er liggen ook fraaie schepen, die er – zo te zien – ook nog wel even wel blijven liggen. Iconische schepen zelfs, zoals het vroegere piratenschip van Veronica, dat in de vroege 70’er jaren vanaf de Noordzee illegale radioprogramma’s uitzond. Even verderop de Rainbow Warrior van Greenpeace. Niet dé Rainbow Warrior, want die is in 1985 tot zinken gebracht bij Nieuw-Zeeland. Deze is in 2011 in Frankrijk opnieuw gebouwd en ligt nu hier. En ook ligt er het Botel, nog niet zo heel iconisch, maar wel markant. De kamers zijn zo te zien redelijk geprijsd, maar je kunt ook overnachten in die vijf rode letters bovenop de boot, tegen een niet onaanzienlijke meerprijs. Evenals in de hijskraan aan de rechterkant van de pont, waar ook wat slaapvertrekken zijn aangebracht.
Aan die rechterkant van de pont hangt nog de alternatieve en anarchistische sfeer van weleer met de scheepsbouw als industrieel erfgoed. Zoals bijvoorbeeld een oude onderzeeër, die hier heel fraai ligt weg te roesten. Je kan je natuurlijk afvragen hoe lang die sfeer er nog blijft hangen, want het grote geld kijkt natuurlijk ook verlekkerd naar dit gebiedje op wat in het jargon een A-lokatie heet. Maar voorlopig kan je er nog lekker rondstruinen rond de vroegere scheepswerf en de oude en beschilderde zeecontainers. Een kadootje was aan het eind nog wel het grote cruiseschip dat langskwam en fraai afstak tegen de Pontsteiger aan de overkant, en dat de pontjes van het GVB tot bescheiden proporties terugbracht. De middag is afgesloten bij ‘Noorderlicht’, ook al zo’n rommelige maar kennelijk erg populaire uithangplek aan het water. De fotoserie die er is gekomen staat op:
Eén keer per jaar doen we met de fietsclub een tweedaagse. Het plan was om in die twee dagen van Arnhem naar Roermond te fietsen. Dat betekent dus eerst met de fiets in de trein naar Arnhem. De laatste jaren vind ik het vervoer van een fiets in de trein wel steeds moeilijker worden. Steeds meer mensen doen dat en de NS wil het eigenlijk ontmoedigen. Dat is omdat ze te weinig capaciteit hebben en dus al moeite genoeg hebben om de ‘gewone’ reizigers te vervoeren. Daardoor is het elke keer weer spannend of je de fiets kwijt kunt op dat kleine balkonnetje. Maar met een beetje passen en meten, plus een tikkeltje assertiviteit, lukt dat ook elke keer wel weer. De fietstocht liep veel langs en over rivieren, eerst vanaf Arnhem stroomopwaarts langs de Rijn, daarna de Waal en door een venijnige heuvelzone bij Groesbeek naar het dal van de Maas. De Rijn en vooral de Waal zijn voor het grote scheepvaartverkeer en de Maas meer voor de recreatieve boten.
Vanaf die heuvelzone werd het voor mij zo’n beetje ‘terra incognita’: Noord-Limburg, een streek waar ik nog nooit was geweest. Heel jammer, want zeker bij het prachtige weer lag deze streek er heel fraai bij. Stereotiep Limburgs met Limburgse vla onderweg en kruisbeelden langs de kant van de weg. En ondanks hun licht chauvinistische inslag heten de Limburgers je toch welkom. Van harte zelfs, want we worden in Afferden vorstelijk ontvangen in een keurig hotel met dito diner in de tuin. Fietsen zijn ook welkom want ze zijn helemaal ingericht op (vooral elektrische) fietsers. De volgende dag ging het weer richting de 30 graden en dat kwam erop neer dat er meer gelummeld is (koffie, thee en uitgebreid lunchen) dan gefietst. Zelfs zo erg dat we aan het eind van de middag ontdekten dat het beoogde einddoel Roermond toch nog wel een heel eind was. Gelukkig had Venlo ook een station en zijn we uiteindelijk daar maar op de trein gestapt. Twee heerlijke en vooral heel gezellig ontspannen dagen, en dus ook wat tijd gehad om er een fotografisch verslagje van te maken. Kijk maar op:
Ondanks dat ik nu al bijna 26 jaar in Amsterdam woon, zijn er nog steeds wijken waar ik nog nooit ben geweest. Amsterdam-Zuidoost bijvoorbeeld. Met de trein onderweg naar Brabant er vaak langsgekomen, maar er nog nooit uitgestapt. Het werd dus hoog tijd om er eens een kijkje te gaan nemen, en dat is maandag gebeurd. Vroeger heette het er ‘de Bijlmer’, maar die naam is zo besmet geraakt, dat het nu Zuidoost is gaan heten. Van de vroegere Bijlmer is trouwens ook weinig meer over, dus de naamswijziging was misschien ook wel terecht. De Bijlmer is opgezet in de 60’er jaren en was een internationaal toonbeeld hoe moderne woonwijken eruit zouden moeten zien. Het verkeer gescheiden van voetgangerszones, en veel groen tussen de markante hoekige galerijflats zodat de bewoners ‘elkaar konden ontmoeten’. Hoe dat is afgelopen weten we allemaal en twintig jaar later lag de wijk er verloederd bij en is dan ook een internationaal toonbeeld geworden hoe het niét zou moeten.
Aan het begin van de 90’er jaren, toen een vliegtuig er tot overmaat van ramp ook nog neerstortte, werd de vernieuwing ingezet. Rond het treinstation bij de Arena kwamen megabioscopen, muziekpaleizen en glanzende kantoren met een internationale uitstraling. Rond het station Bullewijk zijn veel van de verloederde galerijflats gesloopt en vervangen door kleurige laagbouw. Sommige galerijflats zijn er wel blijven staan, maar dan helemaal gerenoveerd en aan de zijkanten prachtig beschilderd. Maar verderop bij station Reigersbos en bij eindpunt Gein staat nog veel laagbouw uit de 80’er jaren, een periode die algemeen wordt beschouwd als het architecturale dieptepunt voor wat betreft de woningbouw.
Al met al is Zuidoost wel een stuk verbeterd, maar om nou te zeggen dat de wijk ‘een ziel’ heeft: (nog) niet echt..! Maar dat kan nog komen, want het centrum van Amsterdam heeft er ook vijfhonderd jaar over gedaan om een ziel te krijgen. Tegelijkertijd zie je er nu ook al de eerste tekenen van verval en verloedering. Want een mooie wijk bouwen is één, maar hem onderhouden is misschien nog wel een veel grotere uitdaging. Ik heb me dus voorgenomen om over 26 jaar nóg maar eens te gaan kijken. Hoe het er nu uitziet staat op:
Het is ons met de paplepel ingegoten, al op de lagere school bij de eerste les aardrijkskunde. Dat Nederland beschermd wordt tegen de zee door een hoge duinenrij. Behalve dan op een kleine strook bij Petten. Daar zijn geen duinen, maar is een dijk: de Hondsbossche Zeewering. Maar sinds afgelopen vrijdag weet ik dat die dijk er niet meer is. Althans de zeewering is begraven onder een dikke laag opgespoten zand waarop nu duinen met helmgras zijn verrezen, en aan de zeekant een brede strook nieuw strand. Hier en daar zie je nog de restanten ervan. Allemaal gedaan om die zeewering op deltahoogte te brengen en tegelijkertijd een ecologische verbinding tot stand te brengen in het duingebied. Het is overigens niet zeker of de nieuwe duinen en het strand op langere termijn stand zullen houden. Want honderden jaren geleden lag de kustlijn nog veel verder in zee en het is dus maar de vraag of de zee het nieuwgewonnen gebied over een jaar of dertig niet weer zal hebben ingepikt.
Maar anno 2019 ligt er een prachtig nieuw strand en duinenrij, met een nieuwe naam, de ‘Hondsbossche Duinen’. We hebben de gelegenheid te baat genomen om over dat nieuwe strand vanaf Camperduin heen en weer naar Petten te lopen. Het was een druilerige dag dus was er bijna niemand op het strand, behalve de vogels, druk in de weer met de visvangst, en de zeedieren die het nieuwe strand ook hebben ontdekt. Heel fraai vond ik ook het zicht vanaf de duintop op het weidse Noord-Hollandse land met weinig begroeiing. Zo plat als een dubbeltje, maar wel met de kenmerkende boerderijen en molens. Maar dat liet zich in dat sombere weer lastig fotograferen. Net zoals de dingen op het strand trouwens, die wat verder weg waren. Dus toch maar eens terugkomen bij beter weer. De indruk van vrijdag staat op:
Het stond al jaren op de lijst van (goede ?) voornemens, maar het was er nog nooit van gekomen. Andere dingen waren kennelijk elke keer belangrijker. Maar afgelopen zaterdag kwam het ervan: fietsen van Amsterdam naar Eindhoven. Mede als voorbereiding voor het komende fietsevenement. Het zou ongeveer 140 kilometer zijn. Ik had die afstand op één dag al dertig jaar niet meer afgelegd, dus het zou toch wel een uitdaging zijn. Maar voor Marcel helemáál. Behalve in de stad fietst hij nooit, en de rit naar Eindhoven zou voor hem ook nog op een gewone zware stadsfiets zonder al te veel versnellingen moeten. Maar het weer was goed. De ergste hitte was weg, er was weinig wind, maar wel kans op wat regen. Om zeven uur in de ochtend al weg, en het is uiteindelijk allemaal erg meegevallen. De route was strak gepland. Geen omwegen via allerlei bezienswaardigheden, maar zoveel mogelijk in rechte lijn. Langs het Amsterdam-Rijnkanaal, Utrecht, via de bruggen van Vianen, Zaltbommel en Hedel naar Den Bosch en strak langs de A2 naar Eindhoven. We zijn met de verwachte regen goed weggekomen en Marcel dieselde lekker door. Blijkbaar is zwemmen en fietsen toch niet zo’n héle slechte combinatie. Fietsen en fotograferen combineert minder goed, maar er is toch nog een serietje gekomen dat een indruk van de dag geeft: