Vrijdag een bijzonder ommetje gemaakt in Amsterdam langs de Dijksgracht, een laatste rafelrandje in het centrum. Dicht bij huis, maar nog nooit geweest. Niet verwonderlijk, want het ging over het Marineterrein, voorheen ontoegankelijk, maar sinds een jaar is dat voor het publiek te bezoeken, hoewel nu door het Nederlandse voorzitterschap van de EU nog even de thuisbasis van het Europese vergadercircuit. Dat vergaderen moet natuurlijk met een prachtige achtergrond met mooi uitzicht van de andere kant op Scheepvaartmuseum en Nemo. Alleen daarvan geen foto’s meer omdat de batterij van de camera leeg was. Doe ik de volgende keer. Die van vrijdag staan op:
Dinsdag hebben we het Floris V-pad weer eens vervolgd. Nu door het echte groene hart van Nederland, van Woerden naar Oudewater. Hoewel midden tussen de vier grote steden is het hier nog steeds verrassend landelijk, vandaar de benaming ‘groene hart’. Wel verandert het karakter van het gebied heel langzaam in de loop van de tijd: het wordt geleidelijk minder agrarisch en er komt meer recreatie, zoals B&B’s en andere toeristische voorzieningen. Dus ook wordt het wat meer aangeharkt. Af en toe praatjes gemaakt met mensen onderweg, die ondanks de veranderingen toch nog alle alle tijd hebben. Zo hadden we een uitvoerige rondleiding bij een melkveehouder. Ik had door de vroegere logeerpartijen als kind op de boerderij van mijn oom nog iets te veel het beeld in mijn hoofd van een boerderij van vijftig jaar geleden. Toen werd er met de hand gemolken. Nu is dat onmogelijk, want deze melkveehouder produceert 3000 liter per dag en computers registreren per koe en per dag de productie, de voedselinname en zelfs de hoeveel stappen het beest maakt. Leerzaam en leuk dagje dus. En ondanks de matige weersvoorspelling hebben we toch weer veel zon gezien. En foto’s gemaakt natuurlijk, zie:
Een dagje in Den Bosch. De tentoonstelling van Jeroen Bosch is weliswaar afgelopen, maar de stad heeft er nog steeds niet genoeg van. Sterker nog, heel 2016 is in die stad ‘het Jeroen Bosch jaar’. Maar het hoofddoel vandaag was de beklimming van de Sint Jan en de beelden op het dak, die beneden nauwelijks zijn te zien. In de loop der jaren hebben ze door de regen en het beginnende mos een mooie kleur gekregen. Maar ondanks die fraaie kleur is dat natuurlijk ook het begin van het verval, en groeit de noodzaak van het herstel. Zoiets krijg je meestal van een afstand te zien, naar nu je de gelegenheid hebt om het van zo dichtbij te bekijken, krijg je een goed idee hoe moeilijk het onderhoud is van een van de mooiste kathedralen van Nederland is. Daarna in het oude stadhuis een mooie 3D- animatie gezien van het beroemde drieluik van Jeroen Bosch. Voor een foto-impressie zie:
Met Marcel op donderdag langs de Oostvaardersplassen gefietst. Eerst met de trein naar Lelystad met het plan om daar een rondje te doen. Hoewel je eigenlijk niet echt het natuurgebied in kunt, heb je hier en daar wel een prachtig uitzicht. Inmiddels is het een uniek natuurgebied, maar in 1968 waren ze nog van plan om hier een industriegebied neer te zetten. Het kan verkeren. Het rondje hebben we overigens niet afgemaakt, maar zijn wel doorgefietst terug naar Amsterdam. Met een stevige wind in de rug, dat dan weer wel….Op de fiets is het niet handig te fotograferen, maar er is toch nog een klein fotoserietje gekomen: Zie:
Nog maar eens naar het fotomuseum in Den Haag geweest, deze keer met een expositie van fotografe Robin de Puy. Tijdens een rondreis op de motor door de USA bracht zij op een prachtige manier mensen in beeld, die het wat minder hebben getroffen. En daarvan zijn er ook nog heel veel, zelfs in Amerika. Velen daarvan leven in de woestijn in caravans of andere houten bouwsels. In dat museum ook een mooie road-movie gezien met herinneringen aan onze eigen reis vorige maand door datzelfde gebied. Nu we toch in Den Haag waren, ook nog maar even naar de zee met een bezoek aan de pier. Dat ding staat er nu zo’n vijftig jaar en de historie kenmerkt zich letterlijk door twaalf ambachten en dertien ongelukken. Naast niet eens zo onaardige horeca, ligt een groot deel van de pier er haveloos bij. En dat maakt hem juist weer fotogeniek, vond ik tenminste. Zie daarvoor:
Terschelling is juist in deze tijd van het jaar een bezoekje waard vanwege de vele soorten en hoeveelheden vogels die daar broeden en het eiland als tussenstation gebruiken op hun reizen van en naar bestemmingen duizenden kilometers ver, zoals bijvoorbeeld Senegal en Spitsbergen. Ik ben daar een mid-weekje geweest met fotovriend en aankomend vogelaar René. En zodoende ging er ook voor mij weer een hele nieuwe wereld open. Door de veelzijdige natuur (wad, weide, bos, zand en duinen) en door het zorgvuldig in stand houden van een habitat voor die vogels is Terschelling blijkbaar aantrekkelijk als zo’n tussenstation. En dus ook een prachtig voorbeeld van natuurbehoud. Verhalen gehoord van medewerkers (en vrijwilligers) van Staatsbosbeheer over hoe zij de kwaliteit van de natuur op dit eiland proberen te bewaken.
Het eiland heeft ook een mini-klimaatje binnen Nederland: een paar graden kouder, iets meer wind, maar wel een stuk zonniger. Op een klein buitje na, vier dagen met strakblauwe luchten gehad. Dat lag natuurlijk niet helemáál aan dat mini-klimaatje, want een beetje geluk kwam er natuurlijk ook wel bij. Het meenemen van een auto kan daar wel, maar is bijna prohibitief duur en is dus ook niet echt de bedoeling. Allemaal onderdeel van dat natuurbehoud. Bij aankomst huur je dan ook een fiets. Veel over het eiland gefietst dus. De oostelijke helft, de Boschplaat, is niet toegankelijk, omdat daar in dit jaargetijde ongestoord wordt gebroed. Wel kun je erlangs fietsen tot de meest oostelijke punt waar je Ameland bijna kunt aanraken. Een prachtig mid-weekje geweest, waarin ik kennis maakte met een nieuwe (vogel)wereld. Voor de fotoserie over vogels, wad en weide kijk op:
Vanuit Los Angeles zaterdag onze reis naar langs de kust naar het noorden voortgezet. Een stop gemaakt bij Hearst Castle. William Hearst was een zakenman die aan het begin van de vorige eeuw op zijn reizen door Europa en Azië veel kunstvoorwerpen en meubels verzamelde. Hij wilde een buitenhuis bouwen, waar hij al die spullen kon onderbrengen, maar het is met die verzameling zo uit de hand gelopen dat het een heel kasteel is geworden, met een allegaartje aan stijlen. Verder langs de kust, die volgens het boekje “stunning views” zou laten zien. Wat alleen niet in het boekje stond was dat er met name in het voorjaar ook veel optrekkende mist uit het koude water van de oceaan opstijgt. Van die mooie vergezichten hebben we dus weinig kunnen zien. Wel veel zeehonden, die hier in grote kolonies op het strand liggen. In het donker na een lange dag in Salinas aangekomen. Een plaats van niks, maar wel met een lekker Holiday Inn hotel. Ook de geboorteplaats van de schrijver John Steinbeck en dat zie je hier aan de namen van straten en pleinen. En zelfs aan de namen van de gerechten in het restaurant. Zondag naar Monterey en het aquarium in die stad, waar de meest wonderlijke schepsels van de zee waren te zien.
Daarna filerijden naar San Francisco. Daar hebben we de laatste drie dagen van onze vakantie doorgebracht. We waren er te gast bij Richard en Fritz, die ons ook afgelopen zomer in Amsterdam hebben bezocht. Een ideale stad om de reis af te sluiten. Geen echt Amerikaanse stad, maar eerder Europees aandoend met zijn vele Victoriaanse huizen. Maandag vier uur lang door de stad geslenterd en geprobeerd de stad ook met foto-ogen te bekijken. Dinsdag het Golden Gate Park met de gelijknamige brug. Het was een kick om over die enorme constructie van de brug naar de overkant te rijden.
Maar nog een veel grotere kick was nog wel om over de brug heen en weer hard te lopen. Met de Garmin levert dat vast wel weer een fraai kaartje op van een locatie die er tenminste toe doet. Twee jaar geleden ook hier gelopen in de mist, maar vandaag was het prachtig helder weer. Vlakbij ligt het wat vreemd aandoende, pompeuze maar zeker fotogenieke Palace of Fine Arts, gebouwd tijdens de wereldtentoonstelling van 1915. San Francisco heeft een fris klimaat, zelfs in hartje zomer, maar woensdag was het ineens een warme dag, recordwarm voor april, zo werd gezegd. Uurtje rijden naar een prachtig strand met enorme golven aan de Pacific. Er zou daar een min of meer officieel naaktstrand zijn, maar daar zijn de Amerikanen niet zo van, zo bleek.
Heerlijke dag, maar groot nadeel is dat je niet in de oceaan kunt zwemmen. Het water is veel te koud en je kan hier zelfs in de zomer niet in de zee. Wel zou je hier af en toe walvissen kunnen zien, maar vandaag natuurlijk net weer niet. Dit is meteen het einde van de vakantie en vooral ook van de lange autoreis vanuit Houston naar San Francisco. Het halve continent hebben we doorgereden en achter een al jarenlang sluimerende wens is nu eindelijk eens een ‘v-tje’ gezet. Als je dat hier aan willekeurige Amerikanen vertelt, zeggen ze stuk voor stuk: “waaaauw”. Terwijl ze zelf hun hand niet omdraaien om vijftig mijl te rijden om ergens een lekker ijsje te eten. De laatste avond de koffer aan het pakken. Enige (negatieve) opwinding is er omdat nu blijkt dat we niet rechtstreeks vliegen, maar via Los Angeles zijn omgeboekt en vrijdag uren later thuis zijn. Maar de eindconclusie is toch wel dat we (alweer) een prachtige reis hebben gehad. De laatste indrukken staan op:
Los Angeles: een agglomeratie van zo’n 100 kilometer breed. Auto’s maken hier de dienst uit. Een miljoenenstad in een ontwikkeld land nagenoeg zonder openbaar vervoer is bij mijn weten een unicum. We verblijven in West-Hollywood. Meteen maar de beroemde Mulholland Drive gereden, waar de in financiële zin groten der aarde hun optrekjes hebben. Zien en gezien worden en groot is hier nog niet groot genoeg. Veel stevig hekwerk en camera’s bewaken daar de boel. Ik voelde me net een paparazzo met mijn telelens. Verder het prachtige en ook architectonisch bijzondere Getty museum bezocht, dat deze multimiljonair de stad heeft nagelaten. Tenslotte Santa Monica en Venice Beach, waar het hippe volkje jogt, rondhangt en – voor zover van toepassing – ook de mooiste kant van zichtzelf laat zien en natuurlijk ook de anderen stilzwijgend de maat neemt over hun uiterlijk. De autoreis van Santa Monica naar ons B&B in West-Hollywood kwam eigenlijk neer op een verblijf van uren in de file. We probeerden dan onderweg maar iets te eten te krijgen, maar toen ik het restaurant binnenliep wist ik het al: onze dress-code detoneerde wel héél erg met wat daar zoal binnen zat. De uitgang was dan ook snel gevonden.
Ook de vrijdag is nog in Los Angeles doorgebracht. Eerst naar het Griffith park. Op de kaart ziet het eruit als een leuk stadsparkje, maar als je er eenmaal bent is het een heus gebergte, met anderhalf uur lopen heen en weer naar de top. Vandaar wel een prachtig uitzicht en hier krijg je een idee van de enorme dimensie van deze stad. Hier en daar wat hoogbouw, maar verder eindeloze laagbouw, zover het oog reikt. In het “park” was een observatorium waar ze van alles over sterrenkunde lieten zien. De middag nog over Hollywood en Sunset Boulevard gelopen en ook hier is het vooral de bedoeling om – het liefst in cabrio’s – heen en weer te rijden en je rijkdom te etaleren. Terwijl drie straten verderop bedelaars in haveloze slaapzakken onder een viaduct liggen. Van al die stulpjes, de auto’s, Getty en Venice is de volgende fotoserie gemaakt:
Vrijdag ochtend was dan het afscheid van Richard. Hij was voortreffelijk reisgezelschap. Tegelijkertijd gids voor wat betreft de do’s and dont’s in dit deel van Amerika. En een gezellige gastheer bij ons verblijf in Phoenix. We maken ons nu op voor weer een dagje autorijden. Maar rijden in Amerika is minder relaxed dan vaak wordt gedacht. Rond de steden is het druk en er wordt soms agressief gereden. De maximumsnelheid wordt in het algemeen overschreden. Buiten de steden zijn er veel enorm grote vrachtwagens die minstens zo hard rijden als personenauto’s, en als ze de kans krijgen gaan ze je gewoon rechts inhalen. Onderweg weer veel woestijn met af en toe kleine stadjes die eigenlijk meer een soort veredelde campings zijn. Aan het eind van de dag belanden we in Palm Springs, zo’n 150 km ten oosten van Los Angeles. Een oase. Een beetje het Gran Canaria van California, maar dan zonder strand met wel een heerlijk zwembad. Ondanks het grote watertekort in California wordt veel gesproeid en is overal prachtig aangeharkt groen.
Hier blijven we een paar dagen zonder al te veel te rijden en lekker te relaxen. Het beviel ons daar zó goed dat we ons verblijf daar meteen met twee dagen hebben verlengd. Vooral veel rond een zwembad gehangen, af en toe een rondje hardlopen, lekker gegeten, maar ook nog met een kabelbaan naar 2700 meter hoogte. Wij waren gewaarschuwd voor de kou daar, dus hebben we er ons op gekleed. Maar de Amerikanen kunnen er blijkbaar beter tegen, maar hun t-shirts en teenslippers in de ijzige kou en sterke wind waren vermakelijk om te zien. Maar na een paar dagen toch maar doorgereden naar Los Angeles, met een agglomeratie nog veel groter dan die van Phoenix. Eindeloos lang over free-ways, onder en over viaducten en via ingewikkelde op- en afritten uiteindelijk beland in West-Hollywood, waar we een B&B hebben geboekt. Eerst even bijkomen van stress-vol autorijden in Los Angeles. De foto’s van onderweg staan op:
In Phoenix waren we te gast bij Richard, die ons vanaf Houston heeft vergezeld. De agglomeratie van Phoenix is enorm, van oost naar west zo’n 80 km. Een relatief klein centrum met wat hoogbouw, waar bijna niemand woont. De rest is eindeloze laagbouw, waarbij niet op een vierkante meter wordt gekeken. We zijn hier twee dagen om even lekker bij te komen na al die autokilometers vanaf Houston. En dus de auto even te laten voor wat die is. Maar zonder auto kan je hier niet leven, want openbaar vervoer is er nauwelijks. Dus we halen hem toch maar weer van stal en leggen dan toch weer vele kilometers af in deze enorme agglomeratie. De stad probeert wel busverbindingen te realiseren, maar de meeste stadsdelen wíllen helemaal geen openbaar vervoer. “Want openbaar vervoer is voor de armen en daar wil je niet tussen zitten”, is een veelgehoord beeld over het openbaar vervoer in Amerika.
We hoorden in dat verband ook een verhaal over een light rail project in Salt Lake City, waar aanvankelijk een storm van protest losbrak over dat socialistische project, maar enkele jaren later was eigenlijk iedereen er toch wel blij mee. Het weer in Phoenix was heerlijk. In dit jaargetijde tenminste nog wel, met frisse ochtenden en aangenaam warme dagen. Maar de stad is in de zomer ondraaglijk heet De luchten zijn hier prachtig en door de kurkdroge lucht zijn ze meestal strakblauw. In het Heard museum kregen we een kijkje in de koloniale historie van de VS. De andere dag naar Scottsdale, waar we het fotogenieke verblijf van de architect Frank Lloyd Wright konden bekijken. Hoe het wonen in de woestijn toch nog aangenaam kan zijn. De gemaakte foto’s staan op: