Nog maar een vervolgserie over de Canal Parade gemaakt, want ik had daarvan zóveel foto’s gemaakt, dat ik ze maar enigszins gedoseerd ben gaan toedienen. Nu vooral ook foto’s van mensen. Dat is altijd een lastig puntje in de fotografie, het fotograferen van mensen. Want niet iedereen stelt het op prijs om gefotografeerd te worden en even later onwetend op het internet vereeuwigd te worden. Maar bij de Canal Parade vond ik het verantwoord om ongegeneerd los te gaan op dit thema. Mede in de wetenschap dat alle eventueel te fotograferen doelwitten zich terdege bewust zijn van het feit dat er vele andere camera’s, zelfs TV-camera’s, op hen staan gericht. De Canal Parade in Amsterdam werd deze zaterdag voor de 25e keer gehouden.
Ik heb er al vele gezien en eigenlijk is het elk jaar zo’n beetje hetzelfde, weliswaar met verschillende accenten en thema’s. Ook deze keer weer veel boten met bakken vol dansende mensen van allerlei organisaties, die willen aantonen hoe divers en inclusief ze eigenlijk wel zijn. Maar desondanks had ik me met René toch maar weer langs de kant geïnstalleerd met stoeltjes en een koelbox vol proviand. Al was het maar om Marcel op zijn “Gay Swim Amsterdam”-boot te fotograferen. En natuurlijk ook om de rest van de boten voorbij te zien komen. Want ondanks het zich elk jaar repeterende format was het deze keer toch wel weer de moeite waard, en eigenlijk ook noodzakelijk om er nog maar eens de aandacht op te vestigen dat het met de vrijheid van LHBTI’ers niet overal even goed is gesteld, zelfs niet in het liberale Amsterdam.
En ook kunnen we concluderen dat deze Canal Parade toch wel uniek is in vergelijking met andere Gay Parades die ik ooit heb gezien, met name in Sydney en Londen, toch niet de minste steden als het gaat om hun LHBTI-leefbaarheid. Maar nadat driekwart van de boten voorbij was gekomen was het wel genoeg, want door de flinke plensbuien kwamen we handen tekort om de paraplu, de camera met zoomlens te bedienen en tegelijkertijd ook nog droog te houden. Bovendien hadden de meeste deelnemers zich verscholen onder paraplu’s of plastic jassen. En dat ziet er meteen weer een stuk minder feestelijk uit. Maar deze vervolgserie geeft toch wel een indruk en is te zien op:
De eerste week van augustus is hier altijd de week van de Gay Pride. Maar dat mag alleen nu niet meer zo heten. Want ‘Gay’ is slechts één van de smaken in het veel bredere LHBTI-spectrum en de nog veel meer grijze gebieden daartussenin. Voor al die smaken is nu ook een nieuwe term bedacht: ‘Queer’. Deze keer is er dan vooral aandacht voor al die andere smaken in dat brede spectrum. En de daaraan verbonden festiviteiten zijn nu zelfs verdeeld over twee weken. Het begint meestal met de Roze Loop, een 5- of 10 kilometer loop-evenement. Waar ik helaas deze keer niet aan mee kon doen door bezigheden elders. De eerste week ging wat mij betreft ook een beetje geruisloos voorbij, maar in de tweede week heb ik me er maar weer eens ingestort. Te beginnen met de ‘Senior Pride’ op de tweede donderdag op de Nieuwmarkt, vooral bedoeld voor 60-plussers.
Op een groot podium artiesten, en op het plein stoeltjes en veel paraplu’s die open gingen bij de regenbuien die er helaas ook waren. Verder vooral liedjes uit de sixties en seventies, veel jeugdherinneringen dus. En ook de ‘Tulpen uit Amsterdam’, plus nog allerlei andere gezangen uit de Jordaan, ontbraken niet. Ik had nooit gedacht dat ik ooit nog eens fan zou worden van Ronnie Tober, maar wat hij op zijn 78-jarige leeftijd nog met zijn heldere krachtige stem en performance wist te produceren was indrukwekkend. Het ging er allemaal in als koek, en aan het eind van de dag gingen de stoeltjes opzij en de beentjes van de vloer. Het deed me een beetje denken aan – het veel grotere – evenement dat André Rieu elk jaar in de zomer organiseert op het Vrijthof in Maastricht. Maar wat mij betreft mag de Senior Pride in de komende jaren uitgroeien naar ook zoiets, misschien niet zo groot, maar wel minstens zo gezellig.
Op de tweede vrijdag hebben we ons maar even in de straatfeesten gestort. Ook heel gezellig, maar als je een wat claustrofobische aanleg hebt: niet doen. Vooral op de Reguliersdwarsstraat en de Zeedijk was het schuifelen en af en toe muurvast staan in de menigte. Op de laatste zaterdag was er natuurlijk de Canal Parade (die vroeger Gay Parade heette). Bijgaand een serie foto’s (en videootjes) daarvan. Helaas erg weinig (en dan ook nog van een afstand met mijn mobieltje) van de Senior Pride en al helemaal weinig van de straatfeesten. Wel dus van de Canal Parade, maar daarvan heb ik weer zoveel foto’s gemaakt dat er nog maar een vervolgblogje van gaat komen. Deel één van de Amsterdam Pride staat op:
Nog nooit ben ik in één dag in zo veel dorpjes geweest waar ik niet alleen nooit was, maar zelfs nog nooit van de naam ervan had gehoord. En dat nog wel in mijn eigen provincie waar ik nu al bijna 30 jaar woon. Voor de liefhebbers, en mede ter opfrissing van de geografische kennis: Hobrede, Oosthuizen, Beets, Oudendijk, De Goorn, Spierdijk, Bobeldijk, Wijdenes en Oosterleek. We kwamen er doorheen op een fietstocht van Purmerend naar Enkhuizen. Voor de hand ligt dan de route langs de kust via Volendam en dan verder naar het noorden. Maar ze zijn daar bezig om een hele nieuwe dijk aan te leggen en die werkzaamheden maken het landschap er niet mooier op. Bovendien hadden we dat al vaker gedaan, dus moesten we iets nieuws. En dan kom je dus deze dorpjes tegen. Plus een fraai waterlandschap waar de tijd stil lijkt te staan.
Iets verder dan halverwege ligt Hoorn, waar we natuurlijk wél eerder van hadden gehoord en ook meerdere malen zijn geweest. Maar het zicht op de haven is daar ongeëvenaard en doet denken aan de kalenders met de Anton Pieck- plaatjes. Richting Enkhuizen ging het wél langs de kust. Je moet wel even wat je best doen om die omwegroute te vinden, want als je afgaat op de ANWB-fietsbordjes ga je in één rechte lijn door de polder en zou je het uitzicht over het IJsselmeer hebben gemist met de fraaie zeilboten, het buitendijkse landschap en de buizerds die daar hun habitat hebben gevonden. Noord-Holland dus: een fraaie provincie, vooral met de Hollandse wolkenluchten die er vandaag waren. Het staat allemaal op:
Hoewel ik in mijn werkzame leven geregeld in Londen kwam, heb ik er eigenlijk nooit een paar extra vrije dagen aangeplakt om de stad eens goed als toerist onder handen te nemen. Mijn actieradius beperkte zich meestal tot een kantoor aan Wardour Street en hooguit een paar omliggende straten om er de lunch te gebruiken. In het hartje van Soho nog wel, maar zelfs dát drong destijds nauwelijks tot mij door. Natuurlijk heb ik het kantoor in die straat nog opgezocht om het gevoel van destijds nog eens op te snuiven. Het gebouw was er nog wel, maar was nu een hotel geworden. Wel was de pub aan de overkant er nog steeds. Daar dronken we na afloop van de werkdag vaak een pint, bier zonder schuim tot de rand gevuld, waardoor je altijd wat op het dikke tapijt morste en je schoenen dus een beetje aan het tapijt bleven plakken. Ik heb nog even gekeken, maar het tapijt was weg en was vervangen door een houten vloer. Wéér een stukje oer-Engels erfgoed verdwenen.
Maar nu was de actieradius een stuk groter en hebben we de stad als toerist bekeken. Buiten de zwem-uren van Marcel was er voldoende tijd om dat uitvoerig te doen en zoals gebruikelijk hadden we niet echt een programma om de toeristische top-10 af te werken. Want de meeste attracties bleken ook hier al uitverkocht en hadden we eigenlijk al lang van tevoren moeten reserveren. Helaas is dat de trend in steden die overlopen zijn door toeristen. Minstens zo leuk is het nog wel om gewoon door de stad te slenteren, en dan komen de attracties vanzelf op je af.
Aan het eind van de week was er nog de gay-pride. Deze was wel heel verschillend van die in Amsterdam. Natuurlijk ontbraken hier de grachten, en verder was het een tamelijk brave optocht van wandelaars en af en toe een bus. Meestal van bedrijven en instellingen die lieten zien hoe divers en proud ze waren op hun diverse werknemers en clientèle. Maar na zes uur langs de kant van de weg was het wel genoeg. Het publiek begon ook weg te lopen, maar de optocht was zelfs toen nog lang niet afgelopen. Tijd dus voor een pint in Soho, maar het was er zó druk dat we niet in staat waren om er eentje te bemachtigen. De week is toen maar afgesloten met de pint en een gezellig etentje in ons voortreffelijke hotel. De samenvatting van dat alles staat op:
De aanleiding van het reisje naar Londen was het zwemtoernooi van Marcel: IGLA (International Gay and Lesbian Acquatics). Eigenlijk een Amerikaans feestje, maar ze proberen het een mondiaal toernooi te laten zijn. Dat laatste is nog niet helemaal gelukt, want behalve Amerikanen en Engelsen (die er hun thuiswedstijd hadden) waren er maar een handjevol overige Europeanen. Eigenlijk is het geen sport waar je als toeschouwer veel aan hebt en als je een uurtje op de tribune hebt gezeten is het al meer dan genoeg. Maar deze keer was er een tamelijk spectaculair bijproduct: het schoonspringen vanaf 3, 5 ,7 en zelfs 10 meter. Vierdubbele en geschroefde salto’s werden met het grootste gemak afgewerkt en de bedoeling is dat je met zo weinig mogelijk gespetter in het water terecht komt.
Omdat je vanaf zo’n hoogte tamelijk ongelukkig en hard in het water terecht zou kunnen komen, komen er vanaf de bodem luchtbellen omhoog, zodat je eigenlijk wat minder hard in een mengsel van water en lucht terecht komt. Natuurlijk moest dat ook op de foto, hoewel foto’s een veel minder spectaculaire indruk geven dan een video. Een extra uitdaging was dat ik niet mocht flitsen, de afstand vrij groot was en de ‘objecten’ vanzelfsprekend snel bewogen. Op de kwaliteit ervan is dus wel wat af te dingen, maar het was meer dan de moeite waard om er toch maar een serietje aan te wijden. Samen met zwemfoto’s van Marcel staat dat serietje op:
Londen: in mijn werkzame leven kwam ik er geregeld. Maar na mijn pensionering, nu inmiddels 9 jaar geleden, heb ik er geen stap meer gezet. Marcel had er een zwemtournooi en dat was een mooie gelegenheid om er weer eens heen te gaan. Ik had in de afgelopen jaren al de indruk gekregen dat er veel is veranderd en dat bleek ook zo te zijn. We zitten in ‘the City’, dichtbij de Tower Bridge. Je zou zeggen dat dat wel zo’n beetje het centrum is, maar Londen is zó groot, dat je er eigenlijk meerdere centra hebt, afhankelijk van wie je spreekt. En met name in die City is er veel veranderd. Het is er een soort ‘Manhattan’ geworden en nog steeds staat het gebied vol bouwkranen. Het is een gebied vol staal en glas, maar ze hebben er wel hun best gedaan om de kwaliteit van de openbare ruimte goed te houden.
Maar ook is er in Londen veel hetzelfde gebleven, zodat het weerzien ook een feest van herkenning kon worden. Zo is er nog steeds de Underground, met zijn onverwoestbare huisstijl en zelfs hing er nog de geur die er toen ook altijd hing. Ze hebben er alleen nog niks aan de airconditioning gedaan, want op die eerste hete zondag was de hitte in de ondergrondse gangen en de overvolle treinen bijna ondraaglijk. Wel zijn de stations prachtig. Sommige metrostations ademen nog de sfeer van ruim honderd jaar geleden. Er is natuurlijk het nodige aan gemoderniseerd, maar het blijft hier en daar toch oude meuk met het nodige knip- en plakwerk. Ook het grote treinstation Liverpool Street Station in onze buurt is alleszins het aanzien waard en heeft eerder de uitstraling van een grote kathedraal dan van een treinstation. We gaan hier in totaal een week blijven en de indruk van de eerste dagen door de stad slenteren staat op:
De zomer is al volop aan de gang, maar er was dit jaar nog steeds niet een beetje serieus op de fiets gezeten. Voor een deel kwam dat door de vakantie in maart, het super-koude en natte voorjaar en een hardnekkige schouder- nekblessure, die zelfs al één kilometertje fietsen tot een pijnlijke aangelegenheid maakte. Maar de kou, de nattigheid en de blessure zijn voorbij en het seizoen kon dus met René in stijl worden geopend met een tocht van Utrecht naar Rhenen. Vorig jaar waren we van Zwolle naar Rhenen gefietst, dus lag het voor de hand om nu ook maar weer in Rhenen te beginnen. Maar door de plotselinge zuidwestenwind en natuurlijk ook onze flexibiliteit is de route op het laatste moment nog omgedraaid en zijn we in Utrecht begonnen.
Achteraf een gelukkige keuze, want de tocht werd gaandeweg mooier, voor wat betreft natuurschoon, de zon en de richting van de wind. Het eerste stuk van Utrecht naar het zuiden richting Lek is wat betreft natuurschoon niet het mooiste stukje van Nederland. Onderweg veel waterwegen, sluiscomplexen en restanten van de Hollandse waterlinie. Bovendien een kaal landschap met af en toe toch nog tegenwind bij een bewolkte hemel. Maar voor de liefhebbers van (erfgoed van) waterbouwkundige werken is dit gebied bepaald een aanrader.
Maar eenmaal bij de Lek aangekomen veranderde de sfeer. Het landschap werd anders, bovendien brak de zon door en dan komt het rivierenlandschap goed tot zijn recht. Verder kregen we daar de wind in de rug, wat de tocht extra aangenaam maakte. Het enige “minpuntje” was dat we op het laatst nog wel even de 70 meter hoge Amerongse Berg moesten ‘beklimmen’. Maar daar kwam wel weer even het oude gevoel terug hoe het ook al weer was om een helling op te rijden. De fietstocht is aan de oever van de Rijn prettig afgeblust met een lekker koud biertje en een voedzame maaltijd. De indruk van het onderweg zijn staat op:
Het Twiske is een ideale bestemming als je een kort rondje van hooguit twee uurtjes wilt fietsen. Er ligt een grote recreatieplas en daar kun je in die tijd comfortabel omheen fietsen. Comfortabel, zodat je ook nog wat tijd hebt om dat natuurgebied in je op te nemen. Dat is weliswaar aangelegd, maar je ziet daar na meer dan veertig jaar inmiddels de tand des tijds, waardoor het toch een wat meer doorleefd karakter krijgt. Vooral in deze tijd van het jaar is het er fraai als de bomen al vol in het jonge groen staan en de zon hoog in de strakblauwe lucht schijnt. Ook draaf ik er af en toe mijn hardlooprondjes en neem – als het kan – na afloop een plonsje in het water. Dat is alleen nu nog wat koud, dus om er te zwemmen is later in de zomer iets beter.
Eigenlijk een wonder dat het Twiske nog niet echt ontdekt is door de Amsterdammers, die blijkbaar toch de voorkeur geven aan het overvolle Vondelpark of de Gaasperplas, die vanuit de stad inderdaad wat beter bereikbaar zijn. Voor het Twiske moet je natuurlijk eerst met de pont het IJ over en dan nog een heel stuk door Amsterdam-Noord. Misschien is dat een barrière, want Noord was ooit een vergeten stadsdeel dat er niet echt bij hoorde. Maar nu ontwikkelt zich daar – mede door Noord-Zuidlijn – een heel nieuwe stad. Elke keer als je er langs komt staan er weer nieuwe gebouwen en nog hogere bouwkranen. Maar als je de Ringweg eenmaal voorbij bent, ligt de stad ver achter je en sta je ineens in de polder, waar je eindeloos ver kunt kijken over de vlakke weilanden en de huizen in Zaanse kleuren. En op de terugweg sta je oog in oog met de grote cruiseschepen, die op het punt staan te vertrekken voor de nachtelijke tocht naar de volgende Europese bestemming. Hoe dat alles er bij lag op deze prachtige junidag staat op:
Onderweg met de fiets naar de volkstuin van René aan de overkant van het IJ: een stukje van amper drie kilometer, en ineens realiseerde ik me hoeveel er eigenlijk alleen al in dát stukje van de stad opgebroken is. Tegelijkertijd realiseerde ik me ook dat dat al zo is zolang ik hier woon en het me eigenlijk niet meer opvalt. Mij hoor je niet klagen trouwens, want het hoort er nu eenmaal bij. Hoewel je vraagtekens kunt zetten bij de efficiëntie als bepaalde kruispunten voor de zoveelste keer worden ge-herprofileerd. Maar goed, waar gehakt wordt vallen spaanders. En er komt ook wel eens een keer iets écht af. Zoals onlangs de bestrating rond het nieuwe hoofdkantoor van Booking.com, waardoor er ineens ook een nieuw fietspad is bijgekomen. En de boulevard aan de achterkant van het Centraal Station, die uitnodigt tot staren over het water, wat uit te rusten of in alle rust bezig te zijn met je mobieltje. En het moet worden gezegd: dankzij al die opbrekingen en ondanks hier en daar vast wel eens een miskleun in de planning, ziet de stad er een stuk beter uit dan zo’n dertig jaar geleden toen ik hier kwam wonen. Wat je zoal tegenkomt onderweg naar de volkstuin, staat op:
Het icoon van Parijs is de Eiffeltoren, die je – overal in de wereld waarin Parijs wordt genoemd – ziet afgebeeld. Ooit ben ik er eens op geweest, maar dat was nu niet het plan. Want ergens in een lange rij staan voor iets waar ik ooit al eens ben geweest en eigenlijk ook niet heel bijzonder is, dat moest ik maar niet meer doen. Wel heb ik toen ook onder de toren door gelopen en heb me verbaasd over de constructie en de perspectieven die je daar kunt zien. Het leek ons dus een goed idee om dat met de camera nog eens te doen. Maar hoe naïef bleek die gedachte..! Je kon niet eens in de búúrt van de toren komen, behalve als je een vooraf geboekt toegangsbewijs had. Maar ook van wat verderaf, waren er toch wel fraaie perspectieven te zien en heb ik me, ook vanaf een afstand, verbaasd hoe ze 140 jaar geleden zo’n stalen constructie konden bouwen en in al die jaren roestvorming hebben kunnen tegen gaan.
De Notre Dame is nog zo’n icoon. Grote delen van het interieur zijn in 2019 door brand verwoest, en men stelt nu alles in het werk om de kerk nog voor de Olympische Spelen heropend te krijgen. Ook daar kon je niet echt dichtbij komen, maar een ingerichte expositie gaf toch een mooi beeld hoe het werk vordert en hoe het er volgend jaar uit gaat zien. Een andere kerk in Parijs is de Sacre Coeur. Wat betreft het interieur van de kerk niet héél bijzonder, maar desondanks is de omgeving van de kerk overlopen met toeristen. Niet zozeer voor de kerk, maar meer voor de ligging en het uitzicht over de stad, dat door de ongunstige stand van de zon trouwens óók nog niet eens zo heel bijzonder was.
Maar het mooiste perspectief, en wat mij betreft zeker ook iconisch, is het zicht over de Champs Elysée op de Arc de Triomph en daarachter de hoogbouw van La Défense met op de voorgrond de obelisk van de Place de la Concorde. En dan natuurlijk de stad zelf, met op elke hoek van de straat weer mooie en voor Parijs sfeerbepalende beelden. Die je eigenlijk alleen kunt zien als je alles in de stad te voet aflegt. Tussendoor, in twee ochtenden, ook nog het zwemtournooi van Marcel bezocht, de eigenlijke aanleiding van ons tripje naar Parijs. De stad en zijn iconen zijn in beeld gebracht op: