Kilimanjaro (3)

30 januari 2017

Het Barafu-camp was het laatste camp voor de slotklim. Vanaf daar gaan we heen en weer naar de top. De dragers hoeven dus niet mee en we doen de slotklim met z’n vijven: twee gidsen en wij drieën. Die slotklim was toch wel een ervaring apart. Zaterdagavond om 23:15 uur werden we gewekt en na een licht ontbijtje, nota bene rond middernacht, gingen we in het donker op pad. Gewapend met lampjes op de ijsmuts, vijf lagen dikke kleding en handwarmers in de handschoenen en sokken. De klim vanaf Barafu (4600 meter) naar het Stella point (5800 meter) duurde zo’n zes uur, grotendeels in het donker. Er waren andere groepjes klimmers, die je – behalve kleine lichtpuntjes – niet kon zien, maar wel kon horen. Een heel diep beneden zag je de stad Moshi liggen, zoals je een stad bij nacht uit een vliegtuig ziet. Alleen op het laatst werd aan de oostelijke horizon een streep schemering zichtbaar, die gelukkig steeds groter en lichter werd. Op dat traject is ook het risico van hoogteziekte het grootst. Je kan de kans erop kleiner maken door ‘diamox’ te slikken, maar dat heeft weer de bijwerking dat je vaker moet plassen en dat is op die hoogte met die temperatuur en met al die kleding aan ook niet echt handig.

Het Stella Point is het einde van de toch wel steile klim. Steiler dan we de afgelopen dagen gewend waren. Daar waren we in de ochtendschemering en meteen ook een mooie plaats om na die klim even uit te rusten. Hoewel, het is veel te koud om te gaan zitten en om ons heen waren er mensen met hoogteziekte, die uitgebreid en vooral luidkeels stonden te braken. Uitrusten deden we dus daar maar even niet en zijn meteen doorgelopen naar de top. Dat laatste stuk is vals plat, ongeveer een kilometer en daar doe je toch nog ruim een uur over. Twee stappen doen, even uitrusten en dan weer twee stappen, zo langzaam ging het. Maar op zondagmorgen 29 januari 2017, om 06:45 uur stonden we alle drie op de top van de Kilimanjaro, 5895 meter hoog, met een euforisch gevoel en niet vrij van emotie. Twintig graden onder nul en een ijzige wind, nauwelijks in staat om de fotocamera tevoorschijn te halen. Het uitzicht vanaf de top moet geweldig zijn geweest. Je kon er tot ver in Kenya kijken, maar ik kan me er nauwelijks iets van herinneren.

We zijn er dan ook niet lang gebleven. Het was er trouwens ook dringen want we waren duidelijk niet de enigen en iedereen moest daar op dat ene kleine platformpje voor het ultieme foto-momentje. Tijd om af te dalen dus, dat trouwens minstens zo moeilijk was als klimmen, vooral als je weer over rotsen moest klauteren. Maar af en toe kon je ook over het mulle zand naar beneden glijden en binnen twee uur waren we weer terug in het Barafu-camp, waar het ontbijt klaar stond. Even uitrusten en toen verder naar beneden. Die dag in amper negen uur afgedaald van bijna 6000 naar 3000 meter in het Mweka-camp. Onderweg vaak gevallen, niet alleen door de oververmoeidheid, maar ook door de gladde stenen, die door lichte regen en modder spekglad waren geworden. Bij aankomst in de lodge zat ik er dus flink door. Wel was er een soort van feestje: er waren toespraakjes en de dragers werden bedankt met envelopjes. De allerlaatste dag, maandag was evenwel een eitje. Alleen een korte ochtendwandeling bracht ons terug naar tropische temperaturen. Daar stonden weer auto’s en nadat alle bagage was ingepakt, afscheid was genomen van de begeleiders ging het terug naar de lodge.

Daar was een douche, voor het eerst in zeven dagen en het bier (merk Kilimanjaro) was heerlijk. Al met al was het een prachtige ervaring. Heel leuk om zeven dagen met zestien altijd vrolijke mensen om te gaan. Maar het is wel een ervaring ‘once in a lifetime’. Ik ga het écht niet nog een keer doen. Het was ook een enorme inspanning, nog niet eens zozeer fysiek, maar ook (en vooral) mentaal. We zijn vrij goed weggekomen met de hoogteziekte, hoewel elke voetstap op grote hoogte een bovenmatige inspanning vergt. Geleidelijke acclimatisatie is toch wel belangrijk en al met al duurde de beklimming zes dagen. Hoewel het fysiek dus wel is gelukt, moest ik inderdaad toch wel wennen aan het gebrek aan comfort. Kamperen bij temperaturen onder nul vond ik eigenlijk wel grensverleggend. De komende week wordt er niet gewandeld. Alleen maar in auto’s gezeten op safari in de Serengeti en aanpalende parken. Heel iets anders dus. Maar bij aankomst in de lodge wachtte ons een andere, minder leuke, verrassing. Antoinette, de moeder van Marcel, was ongelukkig gevallen, had daarbij een rib gebroken en het zou voor haar onmogelijk zijn om aan de safari deel te nemen. Het betekent dat zij samen met Raymond aanstaande woensdag naar Nederland wordt gerepatrieerd. Inderdaad heel erg teleurstellend, temeer daar de safari voor hen het hoofddoel van de reis zou zijn. De laatste klimfoto’s staan op:

https://www.flickr.com/photos/140378231@N02/albums/72157676327464227

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.